vrijdag 21 april 2023

En nu?


Gisteravond ben ik naar een lezing geweest in Dordrecht, in de Grote Kerk.


Deze avond werd een proloog genoemd. Een proloog "is een korte tekst die voorafgaat aan het verhaal". Het echte verhaal begint pas op 1 juli 2023, de dag dat het Herdenkingsjaar Slavernijverleden van start gaat. Al zullen er vanaf juni al verschillende activiteiten zijn. 

Tijdens deze avond werd ingegaan op de rol van de kerk. Dat de koopman het eindelijk won van de dominee. Bijbelteksten die uit hun verband werden getrokken. En door alles heen, vaak met de Bijbel in de hand, het witte perspectief. Interessant vond ik ook de woorden van Sidney Breidel, die een heel eigen persoonlijk verhaal deelde en die van Rowan van der Stelt, over sporen van dit koloniale verleden in de Grote Kerk en Dordrecht, die daar spraken namens Koloniaal verleden Dordrecht. De avond werd gloedvol afgesloten door Richard Kofi Crentsil, afkomstig van Ghana, voorganger en medeverantwoordelijk voor de muziek, zelf afkomstig uit een gebied waar veel mensen als slaven over zee werden verscheept. Met tot slot, in het sluitingswoord, de hoop dat deze avond zal leiden tot doorwerking, bewustwording en verbinding. 

Terwijl ik daar zo zat en luisterde naar de woorden uitgesproken in deze kerk voelde ik een randje van verdriet. Niet vanwege mijn eigen kerk in het algemeen. In zijn toespraak "Vredestichters gezocht" zei president Russell M. Nelson nog het volgende: "Het evangelienet is het grootste net van de wereld. God nodigt allen uit om tot Hem te komen, 'zwarte en wit, geknechte en vrije, man en vrouw'. Er is plek voor iedereen. Er is echter geen plek voor vooroordelen, verkettering of onenigheid in welke vorm dan ook." Onlangs ontving Russell M. Nelson een prijs voor het bouwen van bruggen van raciaal begrip. 



Morehouse College reikt de Gandhi-King-Mandela-vredesprijs 
uit naar president Russell M. Nelson


In zijn toespraak "Vredestichters gezocht' heeft president Russell M. Nelson het ook over de eigen gelederen. Dat zijn wij die lid zijn van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen er Laatste Dagen wereldwijd. En daar zit mijn randje van verdriet. Kijkend naar de openheid gisteren in de Grote Kerk kon ik niet anders dan kijken naar mijn eigen gemeente. In het verleden waren er genoeg gelegenheden om te spreken, zowel van de kansel als in klassen, zeker juist in deze tijd, over bijvoorbeeld schriftuur teksten die verkeerd werden uitgelegd, 'Ras en het Priesterschap', 'God is geen aannemer des persoon' en 'God houdt van diversiteit'. Of, wat niet gebeurd is, in mijn eigen vrouwen organisatie, aandacht geven aan Jane Elisabeth Manning James, die als zwarte pioniersvrouw werd geëerd met een standbeeld. Uiteindelijk werd er vanaf de kansel aandacht aan haar gegeven, maar niet door iemand die wit was. 

In een eerder blog, Leer van het verleden, schreef ik al dat de Protestante Kerk Nederland bezig was met een groot onderzoek. Ik eindig dit blogje met een vraag van de migrantenkerken: "Zullen we het ook nog even over het verleden hebben?' En geef zelf dit als antwoord: "Ja. Erkenning van dit verleden is kunnen praten in de kerk, nu. En dan heb ik het ook over mijn kerk." Niet De Kerk.