Posts tonen met het label Eenheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eenheid. Alle posts tonen

dinsdag 23 juni 2026

1. Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis.

 

Afgelopen zondag hadden wij in onze wijk twee gastsprekers. Een zendings-echtpaar dat verantwoordelijk is voor de vastlegging van de geschiedenis van de kerk in Nederland en België. In deze toespraken hadden zij het onder andere over dat de geschiedenissen die zij vastleggen iets zeggen over wie wij zijn als gemeenschap, en dat wij door deze verhalen de hand van de Heer kunnen zien. Hij is voor onze ogen geschiedenis aan het schrijven, tenminste als wij ogen hebben om te zien. En dat het belangrijk is dat wij deze verhalen met elkaar delen en blijven delen. De serie Saints, "een verhalende geschiedschrijving die verhalen bevat over getrouwe heiligen der laatste dagen uit het verleden", werd als voorbeeld aangehaald. Daarnaast hoorde ik in deze toespraken het belang van gedenken en welk verslag wij over onszelf achterlaten. Wat mij echter het meest trof was deze opmerking,

"Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis." 

Al luisterend naar deze toespraken over het belang van vastleggen, van zowel de geschiedenis van de kerk als die van jezelf, en dat de Schriften een prachtig voorbeeld hiervan zijn, moest ik tevens denken aan mijn eigen ervaringen. Aan 'vertel je verhaal'. Echter, dit delen bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Vanuit 'dat niet eenvoudig zijn' ben ik daarover gaan schrijven, en later, zonder vooropgezet plan, werd het een reisverslag door de Schriften. Waarbij ik, hoe je het ook wendt of keert, onze gezamenlijke kerkelijke geschiedenis niet kon en kan negeren. 

"Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen,
of we nu nieuwe leden zijn
of deel uitmaken van generaties in de kerk?"

Hoe wordt die kerkgeschiedenis een erfdeel van ons allen, ook als die geschiedenis niet helemaal is of was wat je ervan dacht? Het ongemak van feilbaarheid en onfeilbaarheid, en de vragen die daaruit kunnen voortvloeien. Ik denk dat mijn logje Leer en beleid  daar een voorbeeld van is, waarin ik naar twee toespraken van president Dieter F. Uchtdorf verwijs. 

In deze toespraken heeft president Uchtdorf het erover dat het voorgekomen is "dat leden en leiders gewoonweg vergissingen hebben begaan. Er zijn wellicht dingen gezegd of gedaan die niet in overeenstemming waren met onze waarden, beginselen of leer. Ik veronderstel dat de kerk alleen volmaakt zou zijn als zij wordt geleid door volmaakte mensen. Maar Hij werkt door ons - zijn onvolmaakte kinderen - en onvolmaakte mensen begaan vergissingen." 

Ook zei president Uchtdorf: "Het is normaal om vragen te hebben - het eikeltje van een oprechte vraag is vaak ontsproten en uitgegroeid tot een grote eikenboom van begrip. Er zijn weinig leden in de kerk die nooit eens met een ernstige of gevoelige vraag hebben gezeten. Een van de doelen van de kerk is het geloofszaad aan te kweken en te verzorgen - zelfs in de soms zanderige grond van twijfel en onzekerheid."

Ik kwam een interessante toespraak tegen die gaat over twijfels en vragen, waarin ook de opmerking gemaakt werd dat onze "kerkgeschiedenis veel complexer blijkt te zijn dan het eenvoudige verhaal in de zondagsschool. Kerkleiders, zowel vroeger als nu, blijken inderdaad mensen van vlees en bloed te zijn". In deel 2 ga ik verder in op deze toespraak van Michael A. Goodman die hij gaf aan de BYU. Echter voor nu sta ik stil bij zijn verwijzing naar een toespraak van president M. Russell Ballard.

President Ballard: "Ik wil er zeker van zijn dat mijn boodschap goed overkomt en dat u dit belangrijke punt begrijpt. Er is absoluut niets mis met het stellen van vragen of het onderzoeken van onze geschiedenis, leer en gebruiken. De herstelling begon toen Joseph Smith antwoorden zocht op zijn oprechte vragen. Ouders, leiders van jongemannen en jongevrouwen, leerkrachten in de kerk - waaronder docenten van seminarie, instituut en religieus onderwijs aan de BYU - bisschoppen en presidentes van de Zusterhulpverenigingen en ringpresidenten: als iemand met een vraag of zorg naar u toe komt, doe die vraag dan niet af en zeg niet dat diegene zich er geen zorgen over hoeft te maken. Trek de toewijding van die persoon aan de Heer of zijn werk niet in twijfel. Help die persoon in plaats daarvan antwoorden op zijn of haar vragen te vinden. We hebben verhalen gehoord over mensen die oprechte vragen stelden over onze geschiedenis, leer of praktijken, maar werden behandeld alsof ze geen geloof hadden. Dat is niet de manier van de Heer. Zoals Petrus zei: Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u vraagt naar de hoop die in u is. We moeten beter omgaan met oprechte vragen. Hoewel we misschien niet elke vraag over de kosmos of over onze geschiedenis, praktijken of leer een antwoord hebben, kunnen we wel veel antwoorden geven aan oprechte mensen."

Tot slot de reactie, eigenlijk is het meer een boodschap, van Micheal A. Goodman op deze toespraak van president Ballard: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben. We moeten het goede in hen zien en hun inzichten en integriteit waarderen, ook al zijn we het misschien niet altijd eens met hun conclusies. Dat is niet erg. Zij zijn het misschien ook niet altijd eens met onze conclusies, maar toch hopen we dat ook zij ons liefhebben, waarderen en respecteren."  








vrijdag 9 januari 2026

2. Onze ware identiteit en labels

 

De onlangs overleden ouderling Jeffrey R. Holland zei ooit dit in een toespraak: "Het begin van een nieuw jaar is traditioneel het moment om de balans op te maken van ons leven en te kijken waar we naartoe gaan, afgemeten aan waar we vandaan komen. Ik wil het niet met je hebben over goede voornemens, want je hebt er maar vijf gemaakt en er al vier verbroken. (Die laatste geef ik nog een week)". 

Deze toespraak van ouderling Holland vind ik geweldig om verschillende redenen. Eén daarvan is wat hij zegt over die doelen die aan het begin van het jaar gesteld worden. Dat betekent niet dat ouderling Holland zegt dat je ze niet moet stellen. "Ik wil het met je hebben over het verleden en de toekomst, niet zozeer in termen van nieuwjaarsvoornemens op zich, maar meer met het oog op elke periode van overgang en verandering in je leven - en die momenten komen vrijwel elke dag voor". 

Een andere reden is deze: "Een van de doelen van de geschiedenis is ons levenslessen te leren". Hij haalt dan George Santayana aan: "Wie het verleden niet kan herinneren, is gedoemd het te herhalen". Een uitspraak die ik al eerder op mijn blog gedeeld heb. 




In het lesmateriaal van deze week las ik het volgende: "Hoewel we niet alles weten over de schepping van de wereld, is het interessant om te zien wat God over de schepping heeft geopenbaard. Wat leert God je daarover? Waarom wil Hij dat je die dingen weet? Denk over deze verhalen na en overweeg wat je hierdoor over onze hemelse Vader, Jezus Christus, de wereld en jezelf te weten komt". 

Ondanks dat ik ook vooruit wil kijken, ontkom ik ook niet aan terugkijken. Omdat dit soms voor mij de enige manier is om iets uit te leggen en tevens verklaart waarom ik opnieuw mijn Schriften moest leren lezen. Vandaar ook dat mijn reisticket gekoppeld is aan het 'Kom dan volg Mij' lesschema, dat door de standaardwerken gaat. 


"En God zeide: Laat ons mensen maken, 
naar Ons beeld,
naar Onze gelijkenis;"
Genesis 1:26

Ik weet niet meer op welk moment ik precies besloot door de Schriften te reizen met een speciaal treinkaartje, maar ik weet wel dat onderstaande video van de kerk, die ik vier jaar geleden, aan het begin van het Oude Testament jaar deelde, de eerste stap in die richting is geweest. Degene die je ziet in deze video is Darius Gray, die aan de basis stond van de Genesis Groep. De Genesisldgroup werd "in 1971 georganiseerd onder leiding van leden van het Quorum van de Twaalf Apostelen om zwarte zusters en broeders te ondersteunen en te sterken". Ik schreef toen: dat ik nog een heleboel meer zou kunnen zeggen, maar ik denk voor nu dat dit voldoende is. Ongetwijfeld, mezelf kennende, zal dit onderwerp zeker vaker, of het nu links of rechts is, voorbij komen. Dat het zo vaak zou zijn, had ik van tevoren niet bedacht. "Het kan verkeren". 



Diversiteit is goed


Net zoals ik van tevoren niet bedacht had dat ik terug zou komen op onze ware identiteit en labels. En dat ik nog een keer de afbeelding van vorig jaar zou gaan gebruiken, maar nu dan met een andere tekst: Ik ben een kind van God. En dat ik daarover zou schrijven in combinatie met diversiteit is goed. Ouderling John C. Pingree jr. heeft een toespraak gegeven die dit alles samenbrengt: Onze goddelijke identiteit beïnvloedt onze verbondenheid en ons wordingsproces.  

De titel zie ik als een samenvatting van deze woorden: "Het is belangrijk om op te merken dat er een verschil is tussen erbij horen en verbondenheid. René Brown, een Amerikaanse onderzoekshoogleraar en auteur, heeft gezegd: "Erbij horen en verbonden zijn is niet hetzelfde. Sterker nog, erbij horen is een van de grootste hindernissen voor verbondenheid. Erbij horen draait om een situatie inschatten en worden wie we moeten zijn om geaccepteerd te worden. Maar om verbonden te zijn, hoeven we niet te veranderen wie we zijn; we moeten juist zijn wie we zijn. Onze goddelijke identiteit kennen is van essentieel belang voor zinvolle verbondenheid; anders besteden we tijd en moeite aan onszelf veranderen, omdat we geaccepteerd willen worden op plaatsen die onze eeuwige aard geen recht doen of er niet mee in overeenstemming zijn. Bovendien kan onze keuze om erbij te horen tot veranderingen in onze waarden en gedrag leiden als we ons aan de normen van de groep aanpassen. Na verloop van tijd kan onze keuze waar we bij willen horen beïnvloeden wie we worden". 

Wat ook te maken heeft met diversiteit: "Als we onze goddelijke afkomst in gedachten houden, brengt onze diversiteit ons meer schoonheid en rijkdom. Ondanks onze verschillen zien we onszelf als broeders en zusters. We respecteren elkaar en leren van elkaar. We streven ernaar anderen steun te bieden om verbondenheid te voelen, vooral als hun eigenschappen en ervaringen van de onze verschillen. We zijn God dankbaar voor de verscheidenheid in zijn scheppingen". 

Ouderling Pingree: "We woonden in het voorsterfelijk leven allemaal bij God. Wij zijn naar zijn beeld geschapen. Hij heeft een plan ontworpen waarmee we zoals Hij kunnen worden. Zijn plan van geluk houdt in dat we op aarde een stoffelijk lichaam krijgen, kennis opdoen en uiteindelijk naar ons hemelse huis terugkeren om in eeuwige vreugde bij Hem te wonen. God heeft geopenbaard: Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen. Het is haast onvoorstelbaar, maar wij zijn zijn werk en heerlijkheid! Dat zegt iets over onze enorme waarde voor Hem". 




Vandaar dat ouderling Quentin L. Cook zei dat "met onze geheel inclusieve leer kunnen we een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren. Allen zijn uitgenodigd om aan zijn goedheid deel te hebben; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; en Hij is de heidenen indachtig en allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken". 

"En God schiep den mens naar Zijn beeld;
naar het beeld van God schiep Hij hem,
man en vrouw schiep Hij ze.
En God zag al wat Hij gemaakt had, 
en ziet, het was zeer goed. 
Genesis 1:27,31

vrijdag 6 december 2024

Ditjes en datjes

 

Vandaag gooi ik van alles wat met mijn zondagschoolleesopdracht van deze week te maken heeft, en de toespraak die we komende zondag in onze vrouwenorganisatie bespreken, op één grote hoop. Vandaar de titel 'ditjes en datjes'. Een beetje van dit en een beetje van dat. Een opmerking hier, een uitspraak of gedachte daar. En, mocht je voor het eerst hier zijn, even voor het overzicht: mijn rode draad is, omdat we dit jaar het Boek van Mormon bestuderen, "allen zijn gelijk voor God". Deze rode uitspraakdraad werkt voor mij als een kapstok waar ik van alles aan kan ophangen. De aanleiding hiervan is dat Moroni zegt "dat hij nog enkele dingen zal schrijven in de hoop dat het in de toekomst van waarde zal zijn". 




Hanger 1: 1+1=3: Joseph Smith: "Dit boek (Het Boek van Mormon) vertelt ons dat onze Heiland na zijn opstanding op dit halfrond is verschenen; dat er apostelen, profeten, herders, leraars en evangelisten waren; dezelfde orde, hetzelfde priesterschap, dezelfde verordeningen, gaven, machten en zegeningen die ook het op oostelijk halfrond ontvangen waren". Met dit halfrond wordt Amerika bedoelt, en Joseph Smith heeft het hier over een kerk die door de Heiland werd gesticht tijdens zijn bezoek aan Amerika die dezelfde is als die waarover wij lezen in het Nieuwe Testatement. Deze twee, 1+1 "oude kerken", die in wezen hetzelfde zijn, dus één zijn, zijn door afval verloren gegaan en opnieuw hersteld. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is die herstelde kerk. In het licht van mijn rode draad  "de nieuwtestamentische kerk hersteld". 

Komende zondag bespreken wij de toespraak U bent mijn vrienden. "U bent mijn vrienden is een oproep van de Heiland om hogere, heiligere banden onder al Gods kinderen te smeden". Deze toespraak zit vol met uitspraken en verwijzingen, vol met ditjes en datjes dus. 

Hanger 2: David L. Buckner: "In deze wereld vol twist en onenigheid, waar fatsoenlijke dialoog heeft plaats gemaakt voor oordelen en bespotten, en vriendschappen worden bepaald door -ismen en -ieten". In deze toespraak wordt dan bij het woord ieten verwezen naar deze tekst uit het Boek van Mormon: "evenmin waren er Lamanieten of wat voor -ieten dan ook; integendeel, zij waren één, kinderen van Christus en erfgenamen van het koninkrijk van God". 

Hanger 3: In deze toespraak heeft ouderling Buckner het ook over dat "in december 1832, toen het opduiken van allerlei problemen onder de naties zichtbaarder was geworden". Er wordt dan verwezen naar Leer en Verbonden 87, opschrift. In dit opschrift wordt onder andere gesproken over "de discussies over de slavernij". Een hanger die ik mee neem naar volgend jaar. 

Hanger 4: David L. Buckner: "De Heiland maakte gebruik van de gaven en individuele eigenschappen van een diverse groep volgelingen en individuele eigenschappen van een diverse groep volgelingen die hij als zijn apostelen riep. Hij riep vissers, Zeloten, broers die bekend stonden om hun stormachtige persoonlijkheden, en zelfs een tollenaar. Hun geloof in de Heiland en verlangen om dichter tot Hem te komen, verenigden hen. Ze zagen naar Hem op, zagen God door Hem en lieten meteen de netten achter en volgden Hem". Verderop in deze toespraak heeft ouderling Buckner het over "dat we niet langer rondom de tafel naar elkaar keken, maar hemelwaarts met elkaar". Deze uitspraken kan ik niet los zien van deze uitspraak "dat Christus' versie van eenheid draait om saamhorigheid, niet om gelijkheid", maar bovenal, dat haal ik hier uit, dat God van diversiteit houdt. Dat diversiteit goed is. 

Hanger 5: David L. Buckner: "Een van de beloofde zegeningen van één worden is een sterk gevoel van verbondenheid. Ouderling Quentin L. Cook heeft gezegd: De essentie van werkelijke verbondenheid is één zijn met Christus". Deze toespraak van ouderling Cook gaat net als de toespraak van ouderling Buckner over het belang van in harmonie leven met elkaar en het streven naar eenheid. In deze toespraak heeft ouderling Cook het onder andere over de  Leer en Verbonden 20, de doop en het avondmaal. Zaken waar Moroni het ook over heeft in onze zondagschoolopdracht van deze week. En dan zegt ouderling Cook dit: "De leer, beginselen, offeranden en gebruiken die de Heer door Joseph Smith, de profeet van de herstelling, heeft gevestigd zijn werkelijk van fundamenteel belang". Aan deze uitspraak heb ik een eigen verwijzing gehangen: "Wij verklaren dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, die op 6 april 1830 is opgericht, de herstelde nieuwtestamentische kerk van Christus is. Deze kerk is veranderd in het volmaakte leven van haar voornaamste hoeksteen, Jezus Christus, en in zijn oneindige verzoening en letterlijke opstanding. Jezus Christus heeft weer apostelen geroepen, en heeft hun priesterschapsgezag verleend", president Russell M. Nelson. 1+1=3.

Hanger 6: Eén zijn met Christus is de toespraak van Quentin L. Cook waar naar verwezen wordt: "Het is veelzeggend dat alle vereisten voor de doop geestelijk van aard zijn. Er is geen economische of maatschappelijke status vereist. De armen en rijken moeten aan dezelfde geestelijke vereisten voldoen. Er zijn geen vereisten wat betreft ras, geslacht of etniciteit. Uit het Boek van Mormon blijkt duidelijk dat allen worden uitgenodigd om deel te hebben aan de goedheid van de Heer: zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk. Alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten".

Gewoonlijk betekent ditjes en datjes dat het gaat over onbelangrijke zaken. Ik denk, nadat je dit alles hebt gelezen, dat ik dat er zeker niet mee bedoel. Niemand werd buitengesloten toen de Kerk door de Heiland werd hersteld door middel van Joseph Smith. Noch van de tempel, noch van het priesterschap, noch van het op zending gaan. 1+1=3.  Dit gegeven gaat zeker mee naar de Leer en Verbonden. 


Afbeelding: Tegelspreken.nl

zondag 25 augustus 2024

Vertel je verhaal: Ahmad S. Corbitt, 4



Misschien hebben jullie je afgevraagd waarom ik toch elke keer als ik iets deel uit het essay van ouderling Ahmad Corbitt het op deze manier laat zien. Wat voor mij belangrijk is, is dat je het logo en de naam van de kerk ziet staan (zie linksboven), met daarnaast het gegeven dat het een onderdeel is van de geschiedenis van de kerk. Een pijnlijke geschiedenis die, zoals het slavernijverleden, zijn doorwerking heeft in de maatschappij, zo ook zijn doorwerking heeft in de kerk, wat onder andere wel blijkt uit de woorden van ouderling Oaks: "dat veranderingen in het hart en gedrag van individuele leden daarentegen niet opeens overal merkbaar was en is, zelfs veertig jaar na de opheffing." In deze toespraak heeft ouderling Oaks het ook over "de teleurstelling van het verleden, en dat de aangevoerde redenen waarmee de beperking voor leden van Afrikaanse afkomst werd gerechtvaardigd - ook de redenen die door gerespecteerde kerkleiders waren gegeven -  onmiddellijk en publiekelijk werden verworpen en dat het ene wezen in Zijn ogen even kostbaar is als het andere is".

In dit deel, wat tevens het laatste deel van zijn essay is, gaat ouderling Corbitt in op de vraag wat te doen met gerespecteerde kerkleiders die in het verleden bepaalde uitspraken hebben gedaan. Zijn antwoord zit als het ware verwerkt in dit antwoord: "We missen de grootste eeuwige visie en kans van de Heer. We vragen in wezen: "Meester, wie heeft gezondigd, zwarte mensen of de vroege kerkleiders die het priesterschapsverbod oplegden? Ik geloof dat als de Heiland naast ons zou staan, Zijn antwoord net zo toekomstgericht en glorieus zou zijn als Zijn antwoord op de vraag van Zijn discipelen over de blinde man: 'Noch mijn zwarte kinderen hebben gezondigd, noch de profeten; maar dat de macht van God gemanifesteerd moet worden door een wonderbaarlijk werk".

In het boek "Stay Thou Nearby" zegt hij het ook min of meer zo, alleen hij vult het nog aan met een tekst uit het Boek van Mormon:

"Zie, ik spreek tot u alsof ik uit de doden spreek; 
want ik weet dat u mijn woorden zult hebben. 
Veroordeel mij niet wegens mijn onvolmaaktheid, noch mijn vader
wegens zijn onvolmaaktheid, noch hen die vóor hem hebben geschreven;
maar dank liever God dat Hij u onze onvolmaaktheden heeft onthuld,
opdat u zult leren wijzer te zijn dan wij geweest zijn."
Mormon 9:30,31


Ouderling Corbitt heeft het zowel in zijn boek als in zijn essay over "Change the world". We kunnen de wereld niet veranderen wanneer we "een ruzie openen tussen het verleden en het heden, anders zullen we onze pogingen om onze toekomst te verbeteren in gevaar brengen." 
Deze uitspraak is van Winston Churchill, die door ouderling Oaks in een toespraak wordt     aangehaald. In deze toespraak gaat ouderling Oaks onder andere in op het feit dat er mensen zijn voor een naamsverandering van de Brigham Young Universiteit. Dit wil echter niet zeggen dat wij uit angst voor die ruzie het verleden maar niet onder ogen moeten zien. Het was ook Winston Churchill die zei dat "Degenen die er niet in slagen om van de geschiedenis te leren gedoemd zijn deze te herhalen." In mijn ogen zie ik daarom zowel het verleden, als het heden alsook de toekomst als één samengesteld geheel. Het een kun je niet los zien van het ander. Gedrieën vertellen zij het verhaal.  

Willen we in het heden nader tot elkaar komen, dan kunnen we niet heen om de woorden, zoals we in het Boek van Mormon kunnen lezen, dat "wij leren wijzer te zijn dan zij zijn geweest". Dat doen we onder andere, zeker in het licht van genezing,  door het loslaten van achterhaalde feiten en verklaringen. Belangrijk is daarbij te bedenken dat "we onthouden dat mensen fouten maken. Dat we soms vergeten dat heiligen der laatste dagen uit het verleden, onder wie de eerste kerkleiders, nog steeds mensen waren. Mensen hebben zwakheden. Ze begaan fouten. Ze zondigen. Bedenk dat God onvolmaakte mensen gebruikt om zijn werk te volbrengen. We kunnen zowel van hun bijdragen als van hun fouten leren. En hoewel het goed is om de moeilijke aspecten van de kerkgeschiedenis onder ogen te zien, moet je je daar niet zo in vastbijten dat je de goede en mooie dingen uit het oog verliest." 

"Ongeacht, zegt ouderling Corbitt, hoe het verbod op het priesterschap tot stand is gekomen, ben ik ervan overtuigd dat onze hemelse Vader er voorwaarts op gericht is het te gebruiken om de wereld zijn werken en macht te laten zien, om zijn aardse kinderen van alle kleuren in vrede en liefde te verenigen."  

"Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid; 
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte,
geknechte en vrije, man en vrouw."
2 Nephi 26:33




dinsdag 18 juni 2024

Op reis door de leesopdracht

 

Jullie weten ondertussen wel wat voor bril ik draag. Die afzetten valt echter nog niet mee. Niet dat ik dat wil. Integendeel. En al zou ik het, bij wijze van spreken, willen doen, dan wordt het mij ook niet makkelijk gemaakt. Laat ik jullie aan de hand van onze leesopdracht van afgelopen week daar een voorbeeld van geven.


Bovenstaand een stukje van onze leesopdracht van afgelopen week. Met aan de rechterkant een verwijzing naar een toespraak die ingaat op het ondergaan van een verandering van hart.

Hieronder de toespraak waarnaar verwezen wordt. In deze toespraak haalt ouderling Brook P. Hales Alma 5 aan. "Alma zette zijn onderwijs voort met de vraag of het volk van hoogmoed en afgunst was ontdaan. Hij vroeg ook: Is er iemand onder u die de spot drijft met zijn broeders, of die hem met vervolgingen overstelpt? Wee zo iemand, want hij is niet gereed, en de tijd is nabij dat hij zich moet bekeren of hij kan niet worden gered!' (Alma 5:30-31)


En dan haalt ouderling Hales president Nelson aan: "President Russell M. Nelson heeft ons verteld dat het onze plicht is om anderen liefdevol en respectvol te behandelen, zonder veroordelend en onvriendelijk te zijn. Hij heeft gezegd: "Zoals in het Boek van Mormon staat, nodigt de Heiland ons allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, slaaf en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk". (2 Nephi 26:33). 

Ouderling Hales: "Toen een spottende Farizeeër de Heiland uitdaagde om het grootste gebod in de wet te noemen, was de reactie van de Heiland zeer gedenkwaardig en kort. Hij sprak waarheid die tot een vreugdevol leven leidt. Zijn opdracht was om bovenal God lief te hebben met heel ons hart en dan onze naasten als onszelf lief te hebben". (Mattheus 22:35-39) Deze tekst sluit af met een voetnoot en een verwijzing naar een toespraak die president Nelson gaf in Detroit (Michigan).

En zo reis je van Alma, een profeet uit het verleden, naar een hedendaagse profeet met dezelfde boodschap, namelijk "Zie, Hij nodigt alle mensen uit...". (Alma 5:33). Hoe kan ik dergelijke verwijzingen negeren? Zowel in de leesopdracht als in het Boek van Mormon en ook in de Liahona.





Met hieronder de vertaling (met dank aan Google Translate en manlief):

"Mijn beste vrienden, ik ben nederig gestemd door de uitnodiging om bij u te zijn. Al meer dan een eeuw is de NAACP toegewijd aan het verbeteren van levens en het verheffen van de samenleving. U heeft veel gedaan om talloze individuen te beschermen en te verheffen. Uw verheven idealen zijn inderdaad inspirerend!

Vorig jaar kwamen leiders van de NAACP - geleid door voorzitter Leon Russell en leden van de Nationale Raad - naar Salt Lake City. Mijn twee raadgevers en ik - het eerste presidium van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen - hadden het voorrecht om hen te ontmoeten. Onze tijd samen werd gekenmerkt door een gevoel van wederzijds respect en een verlangen om de armen in één te slaan om te zien of we van onze respectievelijke sterke punten konden profiteren en meer mensen konden helpen door samen te werken.

Tijdens een persconferentie na die vergadering legde ik uit dat een fundamentele leer en oprechte overtuiging van onze religie is dat alle mensen Gods kinderen zijn. We geloven echt dat we broeders en zusters zijn - dat we allemaal deel uitmaken van dezelfde goddelijke familie.

Tijdens diezelfde persconferentie hebben president Derrick Johnson en ik een gezamenlijke uitnodiging uitgegeven aan alle mensen, organisaties en overheidsinstanties om met een grotere beleefdheid te werken, alle soorten vooroordelen te elimineren en ons te concentreren op belangrijke belangen die we gemeen hebben.

Simpel gezegd, we streven ernaar om bruggen van samenwerking te bouwen in plaats van muren van segregatie.

Zoals opgenomen in het Boek van Mormon, dat we als een schriftuurlijke metgezel naast de Bijbel waarderen, nodigt de Heiland 'allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en hij verwerpt niemand die tot hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrij, man en vrouw. Allen zijn voor God gelijk. (zie 2 Nephi 26:33)

Mag ik die laatste zin herhalen: "Allen zijn gelijk voor God." U die hier in deze kamer zijn verzameld, streeft ernaar van deze hemelse waarheid een aardse realiteit te maken. Ik prijs u daarvoor. En toch realiseren we ons allemaal dat we, als een land, nog niet de harmonie en het wederzijdse respect hebben bereikt die elke man en vrouw en elke jongen en meisje de allerbeste versie van zichzelf zou kunnen worden.

De remedie voor wat ons scheelt, werd voorgeschreven door de meester-genezer, Jezus de Christus. Toen een treiterende Farizeeër hem uitdaagde om het grootste gebod in de wet te identificeren, was de reactie van de Heiland het meest memorabel en kort. Het was gevuld met waarheid die leidt tot een vreugdevol leven. Zijn instructie was eerst om God met heel ons hart lief te hebben en dan onze naasten lief te hebben als onszelf. (zie Mattheüs 22: 35–39)

Uw president, Derrick Johnson, heeft onlangs het tweede grote gebod aangetoond. Tijdens het ontvangen van een openbare dienstbaarheidsprijs namens de NAACP, die werd uitgeloofd door het management van Brigham Young University, erkende president Johnson dat hem was gevraagd waarom hij een prijs zou accepteren van leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Zijn reactie? "Omdat dat onze naasten zijn".

Dat was een diepgaande reactie.

We zijn allemaal verbonden en we hebben een door God gegeven verantwoordelijkheid om het leven te helpen verbeteren voor de mensen om ons heen. We hoeven niet op elkaar te lijken of er hetzelfde uit te zien om liefde voor elkaar te hebben. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn om van elkaar te houden. Als we de hoop, de goede wil en het gevoel van menselijkheid terug willen vorderen waar we naar verlangen, moet het beginnen met ieder van ons, één persoon tegelijk.

Ik heb de invloed van zo'n persoon in mijn woonplaats Salt Lake City, Utah, gezien. De dominee France Davis, al 45 jaar predikant van de Calvary Missionary Baptist Church, heeft zijn leven gewijd aan de bediening. Actief in de burgerrechtenbeweging, nam hij deel aan de mars in Washington, D.C., in 1963, en de Selma naar Montgomery-mars in 1965. Zijn  waardigheid en onvermoeibare belangenbehartiging voor eenheid hebben de structuur van onze gemeenschap sterk verrijkt.

Vele jaren geleden had ik het voorrecht om dominee Davis te begeleiden tijdens een uitvoering van het Tabernacle Choir op Temple Square. Nu zijn we behoorlijk trots op het Tabernacle Choir, dat letterlijk over de hele wereld is erkend. Toen het concert eindigde, vroeg ik dominee Davis wat hij van het programma vond. "Het was heel goed," zei hij gracieus, "maar het ontbrak in geest. Als je de geest in muziek wilt ervaren, moet je naar mijn kerk komen."

Dus mijn vrouw en ik deden precies dat. En hij had gelijk. De energie in het Calvary Baptist Church Choir was iets om te aanschouwen. Hoewel onze smaak in muziek kan verschillen, moet ik zeggen dat hij en zijn kerk onze stad op een tastbare manier hebben verbeterd.

Echte gemeenschap begint met precies dergelijke relaties; met het liefhebben van onze naasten; met elkaar te eren en te dienen. Dit is de geest achter de samenwerking die wordt gedeeld door de NAACP en De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Zoals u misschien weet, begon de relatie tussen deze twee entiteiten vorig jaar niet met vergaderingen in Salt Lake City. Een jaar eerder ontmoette Derrick Johnson mijn kerkelijke collega, ouderling Jeffrey R. Holland van het Quorum van de Twaalf Apostelen. Ze waren in Jackson, Mississippi, en bezochten het huis van de gemartelde burgerrechtenheld Medgar Evers. Medgar Evers is een echte patriot. Hij stierf voor de zaak van vrijheid.

President Johnson en ouderling Holland spraken samen in het NAACP-kantoor, gehuisvest in het gebouw waar Evers ooit werkte als een NAACP-veldpredikant. Na dat eerste bezoek in Mississippi kreeg een plan vorm om het Medgar Evers-kantoor op te knappen om zijn belangrijke erfenis verder te behouden.

Al snel werkten lokale leden van de NAACP met leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen om muren opnieuw te doen, nieuw tapijt te leggen en andere verbeteringen te maken.

In 1963, na de dood van Medgar Evers, prezen rouwenden hem met deze woorden uit 1 Johannes 4:20: “Als een man zegt dat hij van God houdt, maar een hekel aan zijn broeder of zuster heeft, is hij een leugenaar. Als hij niet van de ander houdt die hij kan zien, hoe kan hij dan van God houden die hij nooit heeft gezien?"

Het eerste grote gebod, om onze God lief te hebben, is onverbiddelijk verbonden met het tweede grote gebod, om onze naaste lief te hebben. Samen kunnen we deze liefde uitbreiden tot alle kinderen van God, onze medebroeders en zusters.

Als president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen bid ik dat we elkaar in toenemende mate dierbare vrienden kunnen noemen. Mogen we doorgaan met ons best te doen om de twee grote geboden na te leven - om God lief te hebben en elk van zijn kinderen. Arm in arm en schouder aan schouder mogen we ernaar streven onze broeders en zusters overal te verheffen, op alle mogelijke manieren. Deze wereld zal nooit meer hetzelfde zijn. Mijn lieve vrienden, ik dank u".

dinsdag 11 juni 2024

Afslag 20.2


"Eenheid vereist geen gelijkvormigheid
maar wel gelijkgestemdheid"
D. Todd Christofferson


"Kort nadat de kerk was opgericht, ontvingen de profeet Joseph Smith en Oliver Cowdery in 1830 de openbaring over de organisatie en het bestuur van de kerk. De profeet las tijdens de eerste conferentie van de kerk voor wat wij nu als afdeling 20 kennen. Dat was de eerste openbaring die met algemene instemming werd goedgekeurd. De inhoud van deze openbaring is echt opmerkelijk". Ik wil stilstaan bij de verzen 8 tot en met 12. Uiteraard in het licht van eenheid, maar dan door de bril van gelijkgestemdheid, wat ik niet los kan zien van "de leer en beginselen die de Heer door Joseph Smith, de profeet van de herstelling, heeft gevestigd, en werkelijk van fundamenteel belang zijn".

In Leer en Verbonden 20 lezen wij onder andere "dat Joseph Smith macht van God ontving om het Boek van Mormon te vertalen, dat een kroniek van een gevallen volk bevat, en de volheid van het evangelie van Jezus Christus voor de andere volken en ook voor de Joden. De wereld bewijzende dat de heilige Schriften waar zijn, dat God inderdaad mensen inspireert en roept, zowel in deze tijd als in de geslachten vanouds, waardoor Hij aantoont dat Hij dezelfde God is, gisteren, heden en voor eeuwig."




Deze verzen gaan over het Boek van Mormon, de sluitsteen van onze godsdienst. "Een krachtig getuigenis van het belang van het Boek van Mormon is het tijdstip waarop de Heer het tevoorschijn liet komen in de herstelling die zich ontvouwde. Het enige wat eraan voorafging, was het eerste visioen. Tijdens die prachtige manifestatie leerde de profeet Joseph Smith de ware aard van God kennen en dat God een werk voor hem te doen had. Het tevoorschijn komen van het Boek van Mormon volgde daarop. Denk eens na over de betekenis daarvan. De komst van het Boek van Mormon ging vooraf aan de herstelling van het priesterschap. Het werd slechts een paar dagen voor de organisatie van de kerk uitgegeven. De heiligen kregen het Boek van Mormon te lezen voordat ze de openbaringen kregen met diepzinnige leerstellingen als de drie graden van heerlijkheid, het celestiale huwelijk of het werk voor de doden. Het Boek was er vóór de priesterschapsquorums en de organisatie van de kerk. Blijkt daar niet uit hoe belangrijk dit heilige boek in de ogen van de Heer was?"

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' lezen wij het volgende: "Volgens de Schriftuur en de leringen van de kerk heeft God al zijn kinderen lief en is eeuwig heil voor iedereen mogelijk. God heeft alle rassen en etnische groepen geschapen en beschouwt ze als gelijkwaardig. In het Boek van Mormon wordt het zo verwoord: "Allen zijn voor God gelijk". Deze boodschap, deze gelijkheid van het Boek van Mormon, zie ik terug in de kerk zoals de Heer die door middel van Joseph Smith heeft hersteld. Wat volkomen in overeenstemming is met de nieuwtestamentische kerk. 

"Toen de herrezen Heiland aan het volk in het Boek van Mormon verscheen, sprak Hij zijn afkeuring uit dat er in het verleden onder het volk woordenstrijd over de doop en andere zaken was geweest. Hij gebood: "Er zal geen woordenstrijd onder u zijn, zoals er tot dusver is geweest; evenmin zal er woordenstrijd onder u zijn over de punten van mijn leer, zoals er tot dusver is geweest." 'In deze toespraak lezen wij ook': "Hoe kunnen we in onze extreem twistzieke wereld eenheid bereiken, met name in de kerk waar we één Heer, één geloof, één doop dienen te hebben? Paulus geeft ons de sleutel: Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man of vrouw is; want allen bent u één in Christus." Vandaar dat ouderling Cook dit zei in zijn toespraak:"Als we de aansporing van president Russell M. Nelson willen volgen en het verstrooide Israël aan beide zijden van de sluier vergaderen, moeten we anderen in onze eenheidskring opnemen. Verschillen in cultuur, taal, geslacht, ras en nationaliteit vallen uiteindelijk in het niet als gelovigen zich op het verbondspad begeven en tot onze geliefde Verlosser komen".

Toen de Heer zijn kerk herstelde, maakte hij geen onderscheid tussen wie dan ook. Dit is wat ik geloof en dit is de boodschap die ik uitdraag. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom president Benson zei dat het Boek van Mormon en de Leer en Verbonden met elkaar verbonden zijn, zeker als ik denk aan deze zin: "totdat zij zich bekeren en het nieuwe verbond indachtig zijn, ja, het Boek van Mormon". Wat we uiteindelijk nu wel of niet geloven in de kerk, we moeten allemaal tot Jezus Christus komen. Tijd om een lammetjesblikje uit de kast te trekken. 


maandag 10 juni 2024

Afslag 20.1


"Laten we meer van onze geestelijke verwantschap genieten en onze verschillende eigenschappen en diverse gaven waarderen." Deze woorden komen uit een toespraak van ouderling Soares. Een toespraak, die ik de titel context heb gegeven, is een toespraak waar ik helemaal weg van ben. Als ik ergens weg van ben, dan kan ik in herhaling vallen. En, dat geef ik eerlijk toe, niet altijd te volgen. Je raadt het al, juist vanwege dit context. Al hoop ik dat jullie mij vandaag wel kunnen volgen.   



"Eenheid vereist geen gelijkvormigheid
maar wel gelijkgestemdheid"
D. Todd Christofferson

"Eenheid vereist geen gelijkvormigheid, maar wel gelijkgestemdheid". Gisteren bespraken wij in onze vrouwenorganisatie een toespraak van ouderling Quentin L. Cook. Alhoewel dit geen uitspraak van hem is, was dit wel een thema in zijn toespraak. Ouderling Cook verwoordde het zo: "Omdat we in Gods ogen 'gelijk' zijn, slaat het nergens op om nadruk op onze verschillen te leggen." Of, ik denk nu aan ouderling Dieter F. Uchtdorf: "Hoewel de verzoening bedoeld is om meer op Christus te lijken, is zij niet bedoeld om ons allemaal hetzelfde te maken. Als discipelen van Jezus Christus zijn we verenigd in ons getuigenis van het herstelde evangelie en onze toewijding aan Gods geboden. Maar we verschillen in culturele, sociale en politieke voorkeuren. De kerk gedijt als we ons voordeel doen met deze diversiteit." 

Waarom dan toch deze toespraak van ouderling Cook aanhalen, terwijl ik qua uitspraken zo weinig van hem aanhaal? Dat heeft alles te maken met dat hij een afslag nam die ik niet zag aankomen. Hij heeft het namelijk over het belang van eenheid en "dat de verlossende barmhartigheid van de Heer niet afhangt van onze afkomst, opleiding, economische status of ras." En dan, dit is de afslag, heeft hij het over afdeling 20 van de Leer en Verbonden, waar hij het volgende over zegt: "De inhoud van deze openbaring is echt opmerkelijk. De leer, beginselen, offeranden en gebruiken die de Heer door Joseph Smith, de profeet van de herstelling, heeft gevestigd, zijn werkelijk van fundamenteel belang".

Na al te hebben gezegd dat God in zijn barmhartigheid geen onderscheid maakt, benadrukt hij dit toch opnieuw door te zeggen dat "er geen vereisten zijn wat betreft ras, geslacht of etniciteit". Uit het Boek van Mormon blijkt duidelijk dat allen worden uitgenodigd om deel te hebben aan de goedheid van de Heer: zwarte en witte (ouderling Oaks zei hierover "wat alle rassen betekent"), geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk. Alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten." 

In een volgend logje kom ik specifiek terug op deze afslag. Er is nog echter één ding wat ik wil aanhalen, wat zo op het oog niets met deze afslag te maken heeft. Wel met de Leer en Verbonden, en ook met onze Boek van Mormon-leesopdracht van de afgelopen periode. Ik kwam namelijk verzen tegen die gingen over godsdienstvrijheid, maar ook over slavernij. Koning Mosiah, dit vers gaat specifiek over slavernij, zei dit erover: "En nu verlang ik dat deze ongelijkheid niet meer voorkomt in dit land, in het bijzonder onder dit, mijn volk; ik verlang juist dat dit land een land van vrijheid is, en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten". (Mosiah 29:32, zie ook Mosiah 2:13; Alma 27:9; Alma 48:11)

President Benson zei dat "het Boek van Mormon en de Leer en Verbonden met elkaar verbonden zijn als openbaringen van Israëls God om zijn volk te vergaderen en voor te bereiden op de wederkomst van de Heer. Het Boek van Mormon brengt mensen tot Christus. De Leer en Verbonden brengt mensen naar het koninkrijk van Christus, namelijk De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen". (LV 1:30) Interessant is dat de Heer in deze afdeling, afdeling 1 dus, het er ook over heeft dat Hij geen aannemer des persoon is. Voorlopig ben ik nog niet uitgereisd. Welk pad ik ook neem, alle wegen leiden naar "het niet van belang is dat men Jood of Griek is."

Soms, teruglezen, kan ik mijzelf soms niet eens volgen, dus als het bovenstaande enigszins warrig overkomt, je bent vast niet de enige die dit zo ervaart. 

Afbeelding wortels

woensdag 10 april 2024

2. Groenten aan het snijden


Wat mij zo aansprak in de toespraak van Conny Blakemore en wat ik ook heel grappig vond, was haar gebruik van brillen. "De overtuigingen die we hebben, zijn voor ieder van ons de lenzen van de werkelijkheid." Met wat voor bril kijk jij naar jezelf en naar je omgeving? Heeft dit uiteindelijk ook niet alles te maken met hoe jij God ziet en ervaart? 


Voor welke bril kies jij?


Zelf heb ik eerder dit jaar verschillende stukjes geschreven over de bril die je draagt . Twee stukjes gingen met name over aanpassingen in de Schriften. In het derde stukje verwijs ik onder andere naar een artikel dat ingaat op dat "God een donkere huid op hen deed komen".

Voordat ik naar onze leesopdracht van vorige week ga, de hoofdstukken 1tot en met 4 van Jakob, wat voor mij te maken heeft met de Lamanietenbril, wil ik toch nog even stilstaan, opnieuw, bij de zwarte huid waarover gesproken wordt in het Boek van Mormon. Naar aanleiding van de stukjes die ik toen heb geschreven, kreeg ik een door Thijs Dorenbosch vertaald artikel toegestuurd dat ingaat op: "Wat is de donkere huid in het Boek van Mormon?" In dit artikel wordt, ik zou bijna zeggen grappig genoeg als het niet zo pijnlijk was en is, ook over brillen gesproken, de raciale bril, die sommigen maar niet af kunnen zetten, ondanks de duidelijke woorden van de kerk: "Vandaag de dag verwerpt de kerk de theorieën die in het verleden naar voren zijn gebracht dat de zwarte huid een teken van goddelijke ongunst of vloek is." 

Het vasthouden aan deze raciale bril, met alle gevolgen van dien, zorgt er misschien voor dat we als geheel, leden van Zijn Kerk, niet dat ontvangen wat we zouden kunnen ontvangen. Omdat we nalaten het Boek van Mormon volledig te omarmen. Want als ons iets geleerd wordt, is dat het Boek van Mormon juist voor ons, in deze tijd, geschreven is. Hierbij hoef ik alleen maar aan de afgelopen algemene conferentie en ouderling Cooks toespraak te denken, die, hoe kan het ook anders, citeerde uit het Boek van Mormon, "dat allen gelijk zijn voor God" en dat de reddende barmhartigheid van de Heer niet afhankelijk is van afkomst, opleiding, economische status of ras. Het is gebaseerd op één zijn met Christus en Zijn geboden." Met andere woorden: 


"Hij verwerpt niemand die tot Hem komt"
2 Nephi 26:33




Afbeelding: Pixabay

vrijdag 15 maart 2024

Gelijkheid door verscheidenheid

 

"en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
man en vrouw;"
2 Nephi 26:33


Uitgerekend in de week dat we 2 Nephi 26 als leesopdracht hebben, besteed ik geen aandacht aan het complete vers met zijn "zwarte en witte" woorden, die ook een onderdeel zijn van dit vers. Hieruit blijkt wel dat dit vers veel verder gaat dan waarvoor ik het de afgelopen tijd heb gebruikt. Uiteindelijk draait het om het beginsel, en dat is dat "allen voor God gelijk zijn". Dit  is mijn rode draad van het jaar en daardoor heb ik de laatste tijd weinig aandacht gegeven aan onderwerpen waarin het vrouw-zijn centraal staat. Het was manlief die mij, in het licht van onze leesopdracht van deze week, daarop wees door te verwijzen naar een uitspraak van ouderling M. Russell Ballard. 



Maria Magdalena,
de eerste getuige van Jezus zijn opstanding
Johannes 20:1-18


Dit is de uitspraak waar manlief naar verwees: "Onze Vader in de hemel heeft al zijn kinderen evenveel, volmaakt en mateloos lief. Zijn liefde voor zijn dochters is niet anders dan zijn liefde voor zijn zoons. Ook onze Heiland, de Heer Jezus Christus, heeft mannen en vrouwen in gelijke mate lief. Zijn verzoening en zijn evangelie zijn voor al Gods kinderen bestemd. Tijdens zijn aardse bediening diende Jezus mannen en vrouwen zonder onderscheid. Hij genas zowel mannen als vrouwen en Hij onderrichtte zowel mannen als vrouwen. Geloof, bekering, doop en de gave van de Heilige Geest, bijvoorbeeld, zijn vereisten voor al Gods kinderen, ongeacht hun geslacht. Hetzelfde geldt voor de verbonden en zegeningen van de tempel. Het is het werk en de heerlijkheid van de Vader om de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen. Zijn grootste gave, de gave van het eeuwige leven, is binnen ons aller bereik".

Bovenstaande uitspraak komt uit een oude toespraak van ouderling Ballard met als titel 'Gelijkheid door verscheidenheid'. Deze titel deed me terugdenken aan een eerder stukje van mij hier op het blog, dat niet ging over de relatie man/vrouw, maar hoe verhouden we ons tot elkaar als vrouwen. Ik haalde toen zuster Patricia Holland aan, die zei: "...dat we vanwege de toenemende diversiteit van levenswijzen voor vrouwen van vandaag nog onzekerder en minder zeker met elkaar lijken. We komen niet dichterbij, maar verder weg van die gemeenschap en zusterschap die ons al generaties lang staande heeft gehouden en ons kracht heeft gegeven. Er lijkt sprake te zijn van een toename van concurrentiekracht en een afname van vrijgevigheid met elkaar".

Vorige week vrijdag, 8 maart, was het Internationale Vrouwendag. Het thema van dit jaar is "Inspire Inclusion", wat letterlijk vertaald betekent "Inclusiviteit Inspireren". God is geen aannemer des persoons, allen zijn voor Hem gelijk, wat alles te maken heeft met inclusiviteit. Het is interessant om, voorlopig in ieder geval, dit vanuit het perspectief van het vrouw-zijn te benaderen. Zoals de wind waait...


vrijdag 8 maart 2024

Stof


Komende zondag bespreken wij in onze vrouwenorganisatie de toespraak 'Ingevingen van de Geest'. Het onderwerp van deze toespraak is dat we allemaal gezegend zijn met gaven en talenten. Desondanks betekent dat niet dat we zomaar op onze lauweren kunnen rusten. Ze te ontwikkelen vraagt inspanning. Ouderling Stevenson gaat in deze toespraak in op hoe dat te doen. Interessant vind ik echter dat hij ook een aantal waarschuwingen geeft, zoals: "Zoek bevestiging van uw geestelijke ingevingen. Ingevingen van de Geest zullen bijvoorbeeld in overeenstemming zijn met de Schriften en de leringen van levende profeten".



'Wees stil en weet dat Ik God ben'
Psalm 46:10


"Ingevingen van de Geest zullen in overeenstemming zijn met de Schriften en de leringen van levende profeten." Zowel de Schriften als de woorden van levende profeten zijn dus een toetssteen aan de hand waarvan ingevingen kunnen worden getoetst. Of ze al dan niet daarmee in overeenstemming zijn. 

Vragen jullie je soms ook af of je gevoel een ingeving van de Geest is geweest of je eigen gevoel? Ik denk dat om die reden ouderling Stevenson ons enige waarschuwingen geeft, om ons zo te helpen onderscheid te maken tussen het een en het ander. Ouderling Dallin H. Oaks heeft in zijn toespraak 'How can I distinguish the difference between the prompting of the Holy Ghost and merely my own thought, preferences, or hunches' het volgende gezegd (zie punt 3 uit deze toespraak: De inhoudelijke toets): "Het huis van onze hemelse Vader is een huis van orde. Hij is een God van waarheid. In oude tijden en in de huidige tijd heeft hij gesproken en spreekt hij nog steeds door zijn dienstknechten door de macht van de Heilige Geest. Door diezelfde kracht zal hij overal tot zijn kinderen spreken, en zijn boodschap zal, net als de waarheid zelf, consistent zijn. God zal zijn kinderen er niet toe aanzetten te zondigen of in strijd te gaan met de specifieke leiding of raad van de leiders die hij heeft geroepen en geïnspireerd om hen te onderwijzen. Om deze reden kunnen we de ingevingen van de Heilige Geest vaak onderscheiden van valse signalen door hun consistentie of gebrek aan consistentie met de geboden of raad die God ons of al zijn kinderen eerder heeft gegeven".

In Ideeën om uw individuele Schriftstudie te verbeteren worden ook een aantal interessante dingen gezegd, zoals "Luister naar de Geest". Let op uw gedachten en gevoelens, ook al lijken ze niets te maken te hebben met wat u leest". Mijn voorbereidingen betreffen de ingevingen van de Geest, maar tegelijkertijd trek ik de beginselen die hier onderwezen worden door naar mijn rode draad, dat allen voor God gelijk zijn. "Let op uw gedachten en gevoelens, ook al lijken ze niets te maken hebben met wat u leest." Daarnaast wordt er onderwezen dat wij naar "evangeliewaarheden, die vaak leerstellingen of beginselen worden genoemd", moeten zoeken en dat ze soms expliciet worden genoemd. Deze tekst uit het Boek van Mormon is voor mij een duidelijk voorbeeld daarvan: "en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, en Hij is de heidenen indachtig; en allen zijn voor God gelijk, (2 Nephi 26:33)." 

Wat betreft dat allen voor God gelijk zijn en de Schriften als toetssteen gebruiken, kan ik niet om ouderling Bruce R. McConkie heen. Deze woorden zijn mij misschien wel extra dierbaar, omdat hij onder andere in het verleden dit heeft gezegd" "vergeet alles wat ik heb gezegd of wat president Brigham Young, president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen".

Ongeveer twee jaar na deze woorden heeft ouderling Bruce R. McConkie een open brief geschreven over het vinden van antwoorden op evangelievragen. In punt één heeft hij het over het belang van persoonlijke openbaring en in punt twee over het belang van de Schriften. In punt drie zegt hij dat "ware leerstellingen in harmonie met de standaardwerken zijn", wat ik niet los kan zien van de waarschuwing die ouderling Gary E. Stevenson in zijn toespraak geeft. In punt drie zegt McConkie dit: "De standaardwerken zijn schriftuurlijke teksten. Ze zijn bindend voor ons. Zij zijn de zin, de wil en de stem van de Heer. Hij zal nooit iets onthullen dat in strijd is met wat erin staat. Dat heeft hij nooit gedaan, dat doet hij nu ook niet. Niemand zal, sprekend door de geest van inspiratie, ooit leerstellingen onderwijzen die niet in harmonie zijn met de waarheden die God al heeft geopenbaard."

Tevens haalt ouderling McConkie president Joseph Fielding Smith aan, die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand gezegd heeft. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en de leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft, is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden."

Een les is nooit zomaar een les. Dit vanwege de stof die het doet opwaaien. 


Afbeelding: Pixabay

vrijdag 9 februari 2024

Vertel je verhaal

 

Het is deze maand Black History Month. "Gedurende deze maand wordt er extra stilgestaan bij belangrijke personen en gebeurtenissen in de geschiedenis van de Afrikaanse diaspora". Deze zin komt uit een artikel dat ingaat op "Wat is Black History Month?", "Waarom is Black History van belang?" en "Is er genoeg aandacht voor?"





Een paar jaar terug werd zuster Lindsay uitgenodigd om een presentatie te geven, tijdens het eerste Black History Month evenement dat bij haar in de kerk, De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, werd gehouden. Naar aanleiding van deze gebeurtenis is ze geïnterviewd. 

Iets wat zuster Lindsay niet wist en waarvan ze vindt dat anderen het moeten weten, is dat er vroeger, in de dagen voor de restrictie, zwarte priesterschapdragers waren. Ik ben het helemaal met haar eens dat anderen dit moeten weten. Dit is ook mijn ervaring, dat men wel weet van de restrictie, van de openbaring van 1978, maar weinig of niets van hoe het was in de dagen van Joseph Smith. En al zeker niet van het terugdraaien van de dingen die men onderwees in de restrictieperiode. 

In het interview spreekt ze de hoop uit dat er meer openlijk gesproken gaat worden over de geschiedenis van zwarte Heiligen der Laatste Dagen; dat we meer horen over hun ervaringen. En, wat ze ook hoopt, dat het verleden samen onder ogen gezien kan worden en geprobeerd wordt te leren van wat er gebeurd is. Lindsay hoopt dat ze zich daardoor meer verbonden zal voelen en meer vrede zal ervaren.

Het verleden samen onder ogen zien. Wanneer dat gezien kan worden als een reis, dan begint dat met, ik denk nu aan Mpho Tutu van Furth, het vertellen van je verhaal. 



vrijdag 26 januari 2024

De bril die we dragen

 

Jullie hebben even moeten wachten op Urk. Ondertussen hebben jullie je misschien afgevraagd wat Urk nu heeft te maken met de dingen waar ik het over heb op mijn blog.  Uiteindelijk meer dan je denkt. Vandaar dat dit geen stedentripje wordt. Integendeel zelfs, en dat heeft alles te maken met een artikel uit het Weet Magazine dat ik onlangs in handen kreeg. Het Weet Magazine is een tijdschrift dat de wetenschap benaderd vanuit een christelijk perspectief en daar stond een heel interessant artikel in over Urk.



"Schedelroof in naam der wetenschap." Dat was wat ik als eerste las. Hmmm, nooit geweten dat daar zoiets had plaatsvonden. Het tweede wat ik las was "Achterlijke eilandbevolking moest maar eens even zwijgen..." Achterlijke eilandbevolking? Wacht eens even, Urk is toch Nederland? Uiteraard, maar Nederlander zijn is niet altijd genoeg, dat blijkt wel uit het verhaal van Urk. De site Urker Schedels geeft een 'mooi' inkijkje in de ontwikkeling van dit achterlijke denken. Hieronder een samenvatting.

"Het eerste wat je opvalt wanneer je de site Urker Schedels opent is de naam Johann Friedrich Blumenbach. Het is deze Duitse meneer, anatoom en antropoloog, die meent dat de mensheid uit vijf rassen bestaat. Hij publiceert een artikel waarin zestig menselijke schedels worden besproken, waaronder één van Urk. Volgens Blumenbach wijken de Zuiderzeeschedels af door een sterk terugwijkend voorhoofd en in een min of meer vooruitstekende kaak. En dan begint het balletje te rollen, of moet ik zeggen het schedeltje. Want dit moet nader onderzocht worden. In dit nader onderzoeken gaat men zelfs zo ver dat de Urkse bevolking wordt onderworpen aan allerlei schedelmetingen 'Het Urk Project'. Uiteindelijk komt men, de wetenschappers van die tijd, met een definitieve uitslag 'de Urkers zijn achterlijk en onzakelijk, wat inhoudt dat ze niet geschikt zijn voor werken op het land' en niet te vergeten, ze zouden zich ook nog vermengd hebben met Joden. Daar de Urkers niet geschikt zijn voor werken op het land - de Flevopolder moet worden ingericht en men wil een modelsamenleving creëren - heeft men een oplossing voor het 'Probleem Urk'. Deporteer gewoon de helft van de bevolking, plus de toekomstige bevolkingsaanwas."


Schedelmetingen Urk
Gingen door tot in de jaren dertig

Ik zelf vind een paar woorden en namen die de moeite van het onthouden waard zijn, zoals Blumenbach. Van hem komt de indeling van de verschillende rassen. Op hem kom ik nog terug. Uiteraard, zou ik bijna zeggen, heeft men het ook over de Joden. En dan het woord deporteren. Het gedwongen verplaatsen van mensen, in dit geval Urkers, maar wat we ook niet los kunnen zien van concentratiekampen en Nazi-Duitsland. De deportatie van Urkers ging uiteindelijk niet door vanwege de woningnood (hoe actueel), en oppositie vanuit de regering. 

Het Weet Magazine artikel over Urk gaat ook nog in op social darwinisme. Zomaar wat zinnen uit dit sociaal darwinisme stukje: "De lagere Afrikanen mogen op allerlei manieren vernederd worden. Maar niet alleen zij, ook indianen, Aziaten, Aboriginals enzovoort. Die 'lageren' werden zelfs opgesloten achter tralies, in een soort dierentuin, zodat blanke westerlingen, (de hogeren) naar hen konden kijken om met eigen ogen te zien hoe 'wild' ze nog waren. Het ging zelfs zo ver dat 'lageren' gedwongen werden gesteriliseerd...je gaat toch ook niet fokken met een zwak paardenras? Gelukkig is daar verandering in gekomen en wordt het sociaal darwinisme nu niet meer als wetenschap beschouwd. Maar invloeden waren voor velen nog tot ver in de twintigste eeuw merkbaar."

Over deze gebeurtenissen op Urk heeft men een boek geschreven, genaamd Zoutzoet, wat je, als je de link volgt, digitaal kunt lezen. Volgens één van de onderzoekers en tevens medeschrijver van dit boek "staan de schedels voor de manier waarop decennialang met Urk is omgegaan. Het project doorbrak een taboe. Er kon ineens gepraat worden over dat zoute verleden." Ik kan nu niet anders denken aan wat Mpho Tutu van Furth zei, namelijk dat "de reis begint met het vertellen van je verhaal". Door de gelegenheid die ze kregen ging dit zeker op voor de Urkers. 



Afbeelding Urker schedels: https://urkerschedels.wordpress.com/chronologie/