Posts tonen met het label Geloofsartikelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geloofsartikelen. Alle posts tonen

maandag 3 november 2025

1. De gehele mensheid


In mijn vorige logje schreef ik dat ik de Leer en Verbonden even liet voor wat het is, omdat ik inging op een toespraak van ouderling Cook. Al kun je je wel afvragen in hoeverre dat passend is, alleen al kijkend naar de titel van deze toespraak van ouderling Cook: 'De verzoening van Jezus Christus brengt de ultieme redding'. Als iets deze titel in andere woorden kort samenvat, is het wel Geloofsartikel 3, onder inspiratie geschreven door Joseph Smith: 

"Wij geloven dat door de verzoening van Christus
de gehele mensheid kan worden gered
door gehoorzaamheid aan de wetten en verordeningen van het evangelie."

Met uiteraard de nadruk op de gehele mensheid. Ik schrijf per slot van rekening ook over dat 'allen gelijk zijn voor God'. Niet alleen dat, deze woorden, de gehele mensheid, zetten mij ook weer terug op het pad door de Leer en Verbonden, dit keer naar afdeling 124, onze leesopdracht van afgelopen week. 

In de inleiding op deze afdeling, het is dan 19 januari 1841, kunnen we onder andere lezen dat "Wegens toenemende vervolging en onwettig optreden jegens hen door overheidsfunctionarissen, waren de heiligen gedwongen Missouri te verlaten. Joseph Smith wordt geboden een plechtige proclamatie van het evangelie op te stellen voor de president van de Verenigde Staten, de gouverneurs van de afzonderlijke staten en de regeerders van alle landen". Deze proclamatie werd "onder leiding van het Quorum der Twaalf Apostelen geschreven door ouderling Parley P. Pratt" en gepubliceerd op 6 april 1845, 4 jaar na de opdracht, onder de naam: Proclamatie van de Twaalf Apostelen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Joseph Smith, die deze openbaring ontving, is dan ondertussen meer dan negen maanden dood. Hij werd samen met zijn broer Hyrum vermoord in de gevangenis van Carthage, Illinois.





In dit artikel over deze zes verschillende proclamaties kunnen we het volgende lezen over deze tweede proclamatie: "Dit document richtte zich tot de leiders van alle naties en verkondigde dat de hemelen geopend waren en het evangelie van Jezus Christus hersteld was. Het bevatte ook een uitnodiging aan allen om mee te werken aan Gods werk". 





"Aan alle koningen van de wereld, aan de president van de Verenigde Staten van Amerika; aan de gouverneurs van de verschillende staten; en aan de heersers en de volken van alle naties: Gegroet. Weet dat het koninkrijk van God gekomen is, zoals door de oude profeten is voorspeld en in alle eeuwen is gebeden; ja, dat koninkrijk dat de hele aarde zal vullen en voor eeuwig zal bestaan". Kan ik deze woorden los zien van bijvoorbeeld Leer en Verbonden 58, Context en deze woorden uit afdeling 65 van de Leer en Verbonden:

"wiens uitgaan naar de einden der aarde is,
ja, wiens stem tot de mensen is gericht:
Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht.
De sleutels van het koninkrijk van God zijn toevertrouwd aan het mensdom op aarde,
en vandaar zal het evangelie voortrollen naar de einden der aarde, 
zoals de steen die uit de berg is losgehakt zonder toedoen van mensenhanden,
zal voortrollen totdat hij de gehele aarde heeft vervuld."
LV 65:1,2

Bij bovenstaande woorden moet ik ook denken aan Leer en Verbonden 1, die "het voorwoord vormt van de Heer op de leerstelling, verbonden en geboden die in deze bedeling zijn gegeven". Dat de "waarschuwende stem van de Heer tot alle mensen is gericht, bij monde van mijn discipelen die Ik heb gekozen in deze laatste dagen, opdat allen die willen horen, mogen horen: Bereidt u voor, bereid u voor op hetgeen zal komen, want de Heer is nabij;" LV 1:4,11,12.

In dit artikel kunnen we ook lezen dat "president Ezra Taft Benson in 1975, tijdens de algemene conferentie, deze proclamatie voorlas. Hij zei dat het passend was om deze grote waarheden opnieuw te bevestigen en ze opnieuw aan de wereld te verkondigen". President Benson: "Aan de heersers en volken van alle naties verklaren wij plechtig dat de God des hemels zijn koninkrijk in de laatste dagen op aarde heeft gevestigd ter vervulling van de profetieën." Hij zei toen ook nog dit, woorden te mooi om te laten liggen: "Heilige engelen hebben opnieuw met mensen op aarde gecommuniceerd. God heeft zich wederom vanuit de hemel geopenbaard en zijn heilige priesterschap op aarde hersteld met de macht om alle heilige verordeningen te bedienen die nodig zijn voor de verhoging van zijn kinderen." Zijn kinderen zijn wij allen, de gehele mensheid.

zondag 7 september 2025

2. Onschuldig voor God


Ouderling Quentin L. Cook: "Uit het Boek van Mormon blijkt duidelijk dat allen uitgenodigd worden om deel te hebben aan de goedheid van de Heer. Allen zijn voor God gelijk. Alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten". Dit, dat God geen aannemer des persoons is, is mijn rode draad waar ik van alles aan ophang. Voordat ik verder reis naar de andere afdelingen, wil ik toch nog even opnieuw stilstaan bij onderstaand vers. 

"Iedere mensengeest was in het begin onschuldig; 
en omdat God de mens van de val heeft verlost,
zijn de mensen, in hun kinderlijke staat,
wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God".
LV 93:38

Ouderling Boyd K. Packer heeft een prachtige toespraak gegeven die als titel mee kreeg: 'Little children'. Hij is degene die het woord onschuldig schuin weergeeft. Daarnaast is hij degene die deze tekst uit de Leer en Verbonden naast Moroni 8 legt. Over dit hoofdstuk uit het Boek van Mormon zegt hij: "Lees de hele brief. Het is ware leer". In deze brief kunnen we onder andere het volgende lezen: 

"Kleine kinderen zijn levend in Christus, ja, vanaf de grondlegging van de wereld;
zo niet, dan is God een partijdig God, en ook een veranderlijk God
en een aannemer des persoons".
Moroni 8:12


"In 1842 werden de Geloofsartikelen geschreven door de profeet Joseph Smith naar aanleiding van een verzoek van John Wentworth, een krantenredacteur uit Chicago, die informatie wilde over de geschiedenis en geloofsovertuigingen van de kerk. De Geloofsartikelen werden geschreven onder inspiratie van God. Ze bevatten directe en eenvoudige verklaringen van een aantal leerstellingen en beginselen van onze religie". In deze Geloofsartikelen kunnen we onder andere lezen dat:
"Wij geloven dat de mens zal worden gestraft
voor zijn eigen zonden
en niet voor Adams overtreding" 
Geloofsartikel 2

Want dat is ook wat we in deze brief van Mormon aan zijn zoon Moroni kunnen lezen, dat "de vervloeking van Adam van hen is weggenomen in Mij". Vandaar dat Geloofsartikel 3 dit zegt:

"Wij geloven dat door de verzoening van Christus 
de gehele mensheid kan worden gered
door gehoorzaamheid 
aan de wetten en verordeningen van het evangelie"
Geloofsartikel 3

Mormon schreef ook aan zijn zoon Moroni dat "de Heer aan hem had geopenbaard dat in Hem, Jezus Christus, de wet van de besnijdenis was weggedaan". Zoals zij in de dagen van Mormon en Moroni streden over of kinderen wel of niet gedoopt moesten worden, zo liepen de emoties in de nieuwtestamentische kerk hoog op bij de vraag of niet-Joden, wanneer zij lid werden van de kerk, nu wel of niet besneden moesten worden. De eindconclusie van deze discussie was: 

"Mij heeft God doen zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen.
Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is,
maar onder elk volk wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig is.
Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen,
die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen?"

In zijn toespraak 'De Leer van Christus' gaat ouderling D. Todd Christofferson in op wat er toen gebeurde in de nieuwtestamentische kerk. "Door deze ervaring en openbaring aan Petrus veranderde de Heer de gewoonte in de kerk en openbaarde een vollediger leerstellig begrip aan zijn discipelen. En zo strekte de evangelieverkondiging zich uit tot de gehele mensheid". 

President Russell M. Nelson zei hierover dat als "wij ons laten dopen en bevestigen als lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, wij deel gaan uitmaken van de familie van Abraham. Wij hebben het recht om het evangelie, de zegeningen van het priesterschap en het eeuwige leven te ontvangen. Wij zijn kinderen van het verbond". Iemand die dat heel goed begreep, was Jane Elizabeth James Manning. Daarnaast denk ik dat je dit ook niet los kunt zien van dat wij de nieuwtestamentische kerk hersteld zijn. 

"Begin 1883 had Jane Elizabeth Manning James president John Taylor toestemming gevraagd voor haar begiftiging. President Taylor besprak de kwestie met haar, maar hij vond dat de tijd nog niet rijp was voor zwarte heiligen om de hogere verordeningen van de tempel te ontvangen. Hij had de kwestie enkele jaren eerder opnieuw bekeken toen een andere zwarte heilige, Elijah Able, vroeg om zijn tempelverordeningen te ontvangen. Hoewel zijn onderzoek bevestigde dat Elijah in de jaren 1830 het Melchizedekse priesterschap had ontvangen, besloten president Taylor en andere kerkleiders desondanks Elijah's verzoek af te wijzen op grond van zijn ras. Bijna twee jaar na het gesprek met president Taylor had Jane hem opnieuw gesmeekt: Ik besef mijn ras en huidskleur en kan mijn begiftiging niet verwachten, verklaarde ze destijds. Toch merkte ze op dat God had beloofd al Abrahams nakomelingen te zegenen. Aangezien dit de volheid van alle bedelingen is, vroeg ze: is er dan geen zegen voor mij?"

"Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven". Hoe pijnlijk dit ook voor haar moet zijn geweest: "Jane behield haar hele leven haar identiteit, zowel als zwarte als mormoon, en behield haar gevoel van eigenwaarde en waardigheid. De moeilijkheden van het leven veranderden nooit Jane's openlijke toewijding aan het evangelie". 

In zijn toespraak, tot slot, heeft ouderling Christofferson het erover dat er in de herstelde Kerk van Jezus Christus volgens dezelfde patronen wordt gewerkt als toen in de nieuwtestamentische kerk. Om vervolgens dit te zeggen: "Tegelijkertijd moeten we bedenken dat niet iedere uitspraak door een kerkleider, vroeger en nu, noodzakelijkerwijs leerstellig is. We gaan er in de kerk vanuit dat een enkele uitspraak van een leider vaak een persoonlijke, weliswaar goed doordachte mening vertegenwoordigt, die niet als officieel beleid voor de hele kerk bedoeld is. De profeet Joseph Smith leerde dat een profeet alleen een profeet is wanneer hij als zodanig optreedt."

"en uw naam
zal in eervolle herinnering
aan het nageslacht worden doorgegeven"


vrijdag 13 juni 2025

Leer en Verbonden 60 - 63

 

"...en mijn woord met luide stem verkondigen...en het woord prediken...
zij zijn gezonden om mijn woord te prediken...het woord verkondigen voor zover het is gegeven...wees getrouw en verkondig blijde tijdingen aan de bewoners van de aarde...en een waarschuwende stem verheft tot de bewoners van de aarde...dit is een dag van waarschuwing..."

Bovenstaande teksten komen uit de afdelingen 60 tot en met 63 van de Leer en Verbonden. Zij die bezig zijn met de leesopdracht van deze week begrijpen gelijk dat deze verzen allemaal draaien om zendingswerk. Dit is niet de eerste keer dat daarover gesproken wordt. Onlangs nog in Leer en Verbonden 58. In dit opzicht is de Leer en Verbonden niet heel veel anders dan het Boek van Mormon en het Nieuwe Testament. Ik moet nu denken aan wat de Heer vlak voor zijn hemelvaart zei, namelijk: "getuig van mij in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde". Hij doet nu wat Hij in het verleden deed en dat is onderwijzen over het belang van zendingswerk, wat ook te maken heeft met wie Hij is. 

In het KomdanvolgMij lesboek van deze week wordt dit zijn, het wie Hij is, en het zendingswerk zo verwoord: "Toen Hij zijn zendelingen instrueerde, openbaarde de Heer belangrijke waarheden over Zichzelf. Ga op zoek naar deze waarheden". Er worden dan een aantal schriftuurteksten als voorbeeld gegeven. Ik heb gekozen voor deze tekst:

"Ik, de Heer, doe beloften aan de getrouwen en Ik kan niet liegen."
LV 62:6

Het niet kunnen liegen van de Heer zegt iets over wie Hij is als persoon. Joseph Smith zei dat "als we niet kunnen rekenen op de voortreffelijkheid van het karakter van de Heiland, we voortdurend zullen twijfelen aan de verlossing. Maar omdat de Vader en de Zoon onveranderlijk vol goedheid zijn, neemt die kennis de twijfel weg en maakt het geloof buitengewoon sterk". "God is dezelfde gisteren, heden en voor eeuwig, en dat er in Hem geen verandering is of zweem van ommekeer", zie ook LV 20:11,12. 

Onlangs kwam ik deze uitspraak tegen: "Wanneer waarheid met tijd wordt vermengd..." Deze woorden komen uit de mond van ouderling Maxwell en gaan over een heel ander onderwerp dan waar ik over schrijf. Wat ik echter tussen de regels door zag, met in mijn achterhoofd de gedachte dat God dezelfde is, was HOE de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith herstelde en HOE de kerk nu is. Dit in overeenstemming met de kerken van ouds. "Aldus zegt de Here God: Zie, Ik zal mijn hand opheffen tot de andere volken en mijn standaard oprichten voor het volk", 2 Ne 6:5. 

In het verleden heb ik al eens iets geschreven over die opgerichte standaard: “De herstelde kerk is de standaard voor het volk die de Heer heeft opgericht. De Heer is dit werk begonnen door zijn gezag en zijn kerk te herstellen, en door zijn dienstknechten te sturen om het evangelie te prediken. Ze nodigen mensen uit alle natiën uit om Christus te aanvaarden, Hem te gehoorzamen, verbonden te sluiten en in ringen van Zion in hun eigen land bijeen te komen. Het Boek van Mormon en De Kerk van Jezus Christus zijn symbolische vaandels voor alle volken van de aarde”. 

Is het niet bijzonder om te lezen dat zowel het Boek van Mormon als De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen symbolische vaandels zijn voor alle volken van de aarde. Vaandels die gedragen worden door het zendingswerk en een onderdeel zijn van de vergadering van Israël: “ Het onlangs vertaalde Boek van Mormon en de openbaringen van de Heer aan Joseph Smith leerden de eerste heiligen der laatste dagen dat zij leefden in de tijd waarin de beloofde vergadering zou beginnen. Deze vergadering zou plaatsvinden terwijl zij over de hele wereld predikten en het evangelie brachten aan de verstrooide nakomelingen van Israël en aan allen die in het verbondsgezin wilden worden opgenomen. Tegelijkertijd moesten de heiligen een ‘stad Zion’ bouwen waar bekeerlingen zich konden verzamelen ter voorbereiding op de wederkomst van Jezus Christus.⁠” 

In Leer en Verbonden 1, het voorwoord,  zei de Heer al dat "Zijn stem tot alle mensen gericht was" en dat "Hij gewillig was deze dingen bekend te maken aan alle vlees, daar Hij geen aannemer des persoon is". Voor mij blijkt uit alles, keer op keer, dat

"God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft".



dinsdag 18 juli 2023

1. Er staat een olifant in de kamer

Na zijn opstanding gebood Jezus Christus zijn apostelen om mensen in elk land te onderwijzen en te dopen (Matteüs 28:18-19, Markus 16:15-16). Hij voorspelde ook dat de bediening van de apostelen zou beginnen in Jeruzalem, zich zou verspreiden over Judea en Samaria, en uiteindelijk zou gaan tot aan het uiterste der aarde (Handelingen 1:8)." We lezen daarna over Philippus, een van de zeven leiders die geroepen was om de Twaalf bij te staan, (Handelingen 6:5) die vele Samaritanen en een man uit Ethiopië onderwees en doopte (Handelingen 8:26-39). 


In ons lesboek wordt dit gezegd over deze man uit Ethiopië: "Toen Philippus volgens de instructies van een engel ten zuiden van Jeruzalem reisde, ontmoette en doopte hij een man uit Ethiopië. Aangezien Ethiopië, in het huidige Afrika, geen deel uitmaakte van Judea, vervulde de bekering gedeeltelijk de profetie in Handelingen 1:8, dat het evangelie zich buiten Judea en Samaria zou verspreiden, en dat het een voorafschaduwing is van het zendingswerk dat op het punt stond te beginnen onder de heidenen". 


Deze week staat onze zondagsschool leesopdracht in het teken van Handelingen 10-15. Dit is de inleidende tekst: "Tijdens zijn aardse bediening trok Jezus Christus vaak aloude tradities en overtuigingen in twijfel. Daar ging Hij na zijn hemelvaart mee verder - Hij bleef zijn kerk immers door openbaring leiden. De discipelen van Jezus predikten het evangelie tijdens zijn aardse bediening bijvoorbeeld alleen aan andere Joden. Maar al snel nadat Petrus na de dood van de Heiland de leider van de kerk op aarde was geworden, openbaarde Jezus Christus hem dat de tijd was aangebroken om het evangelie aan niet-Joden te prediken. Het idee om het evangelie aan andere volken te verkondigen, lijkt tegenwoordig heel normaal. Welke les schuilt er toch in dit verhaal voor ons?"


Ik denk dat de vraag "welke les schuilt er toch in dit verhaal voor ons?" alles te maken heeft met Cornelius, maar bovenal gaat het volgens mij ook over Petrus, de president van de vroegchristelijke kerk. Tot drie maal toe liet God een groot linnen laken zakken, "waarin zich al de viervoetige dieren van de aarde bevonden, de wilde en de kruipende dieren en de vogels in de lucht." Desondanks was het nog steeds niet duidelijk wat dit visioen nu betekende. Pas nadat er naar Petrus gevraagd werd en de Geest tegen hem zei: "Zie, drie mannen zoeken u, reis met hen mee. Twijfel niet, want Ik heb hen gestuurd", kwam het inzicht en het besef: "Ik zie nu de waarheid in dat God niet iemand om de persoon aanneemt".


"Wij verklaren plechtig dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft". Dit is de openingszin van de proclamatie "De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus". Tevens kunnen we hierin lezen dat er verklaard wordt "dat God de Vader en zijn Zoon Jezus Christus, als antwoord op zijn gebed aan Joseph Smith zijn verschenen, en dat Zij, zoals voorzegd in de Bijbel, de tijd hebben ingeluid waarin 'alle dingen worden hersteld' (Handelingen 3:21). Hij vernam in dit visioen dat de nieuwtestamentische kerk van Jezus Christus, na de dood van de oorspronkelijke apostelen, op aarde verloren was gegaan".


Ik geloof "in dezelfde organisatie die in de vroegchristelijke kerk bestond, namelijk apostelen, profeten, herders, leraars, evangelisten enzovoort". Niet alleen dat, uit de herstelling blijkt ook dat God inderdaad geen aannemer des persoons is, wat ik de HOE van de herstelling noem. "Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". Maar...

er staat een olifant in de kamer.




Ik denk dat de meesten van ons wel bekend zijn met het feit dat er een bepaalde periode in de kerk was dat zwarte mensen van Afrikaanse afkomst niet naar de tempel konden gaan en het priesterschap (mannen) niet konden ontvangen. En dat in 1978 hierover een openbaring is geweest die we Officiële Verklaring 2 noemen. Voor velen houdt het hiermee op. Dit is toch verleden tijd? Wat heeft dit met jou te maken? Maar is dat werkelijk zo? Is dit werkelijk verleden tijd? 

Ik zou een hele lijst (ik heb uiteindelijk een lijstje op mijn blog gezet) kunnen maken van wat er in het verleden is gezegd, wat de kerk heden ten dage duidelijk verwerpt, zoals bijvoorbeeld dat een zwarte huid een teken van goddelijke ongunst of vervloeking is, of dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijke leven. Dit zijn een paar voorbeelden van wat er in het verleden is gezegd en nu dus door de kerk is afgewezen. In de praktijk blijkt echter dat niet iedereen hiervan op de hoogte is, waardoor bepaalde denkbeelden nog steeds geen verleden tijd zijn. En dit aankaarten, het bespreekbaar maken, blijkt in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn. 

"In 1852 verklaarde president Brigham Young officieel dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden." Deze uitspraak zette de toon van wat er daarna allemaal gebeurde. En zoals we verder in de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap' kunnen lezen: "na de dood van Brigham Young lieten opeenvolgende presidenten van de kerk de tempelbegiftiging en het tempelhuwelijk voor zwarten niet toe. In de loop der jaren hebben kerkleiders - en leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk." 

In het artikel 'De zegeningen van het priesterschap voor iedereen' wordt gezegd dat "in de loop der jaren allerlei theorieën zijn aangevoerd om de beperking te rechtvaardigen. Ouderling Jeffrey R. Holland van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft beklemtoond dat de theorieën waarmee men de beperking probeerde te verklaren 'folklore' zijn, die in geen geval in stand mogen worden gehouden. Hoe goedbedoeld de verklaringen ook waren, ik denk dat ze bijna allemaal ondeugdelijk en/of fout zijn. We weten gewoon niet waarom dat gebruik bestond". 

Of zoals je kunt teruglezen in Officiële Verklaring 2: "De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik." Dat neemt echter niet weg dat, hoewel dit gebruik gedurende langere tijd er was, we niet voorbij kunnen gaan aan HOE de Heer Zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith heeft hersteld. En de boodschap van het Boek van Mormon dat "Hij allen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan Zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, en Hij is de heidenen indachtig; en allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken", 2 Nephi 26:33. 

Het kan moeilijk zijn om te aanvaarden dat wat in het verleden door kerkleiders, ook door profeten en apostelen, gezegd is, nu onder de noemer speculatie of folklore valt. Ik heb hierdoor opnieuw mijn Schriften moeten leren lezen. Ze te leren lezen zonder de oude- denkbeelden-bril van het verleden waar ik mee grootgebracht ben. Uiteindelijk, net als bij Petrus, gaat het er niet om hoeveel lakens je nodig hebt om zover te komen. Dat doet er in wezen niet toe. Waar het om gaat, is of je bereid bent dit olifantje te wassen. 


Ps.

De moeite van het lezen waard. "Spencer Kimball and the Revelation on Priesthood. 

Afbeelding: Pixabay