Posts tonen met het label Boek van Mormon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boek van Mormon. Alle posts tonen

zondag 15 februari 2026

1. Gods koninkrijk is een 'melting pot'


" en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33



"Toen de profeet Joseph Smith voor het eerst over Henoch en zijn stad van heiligheid hoorde, inspireerde dat hem. Dit was het begin van zijn levenslange streven om Zion op te bouwen. Mozes 7 kan je inspireren om daar nu mee verder te gaan". Echter, je voelt hem al aankomen. Ondanks dat ik ook stilsta bij Mozes 7, volg ik toch net een even ander pad. 

Dit pad begint, ik grijp nu terug op onze Kom dan volg Mij les, met de vraag: "Wat deden mensen om rechtschapenheid te bevorderen? Hier zijn enkele andere bronnen die je kunt gebruiken om ideeën en inspiratie op te doen. Kies er een of meer uit om te bestuderen en schrijf dan op waartoe je je geïnspireerd voelt om Zion op te bouwen". In dit bronnenrijtje stond een toespraak van ouderling Ulisses Soares, broeders en zusters in Christus. Een toespraak die voor mij, om verschillende redenen, niet zomaar een toespraak is. Deze toespraak heb ik zelf ooit gegeven en je vindt hem tevens terug op mijn blog. Ondanks dat ga ik opnieuw stilstaan bij deze toespraak, alleen nu gezien door de ogen van het kopje "Ik kan Zion helpen opbouwen". 

In bovenstaande video wordt onder andere gezegd dat racisme niet in harmonie is met het evangelie. Uiteraard kan ik niet voorbijgaan aan een dergelijke zinvolle opmerking. Er was echter iets anders wat mij raakte in al hetgeen er gezegd werd en dat was dit: "De etnische en culturele diversiteit is hier zeer groot. Soms maken we dingen mee die pijnlijk of beledigend kunnen zijn. Ik denk dat we juist op die momenten moeten proberen elkaar te onderwijzen, te bereiken, uit te nodigen en tot begrip te komen". In die paar zinnen zit mijn antwoord waarom ik gedurende vier jaar door de Schriften reis met een specifiek rugzakje en jullie daar deelgenoot van maak. Uiteindelijk komt het in de basis neer op onderwijs. "Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken (vooroordelen, onwetendheid en institutionele structuren) te herkennen en aan te pakken". In de hoop dat dit leidt tot het inzicht dat we als kerk een raciaal verleden hebben en dat dit heeft geleid tot allerlei speculaties. Daarnaast is daar de vraag in hoeverre dit verleden van vóór 1978 nog doorwerkt in het heden van de kerk, net zoals het slavernijverleden nog steeds doorwerkt in de maatschappij. In die zin denk ik dat we zeker kunnen spreken van een overlap tussen kerk en maatschappij. 

Over die maatschappij zei ouderling Soares het volgende: "Zoals de profeten hebben voorzegd leven wij in zware tijden vóór de wederkomst van de Heiland. De wereld is gepolariseerd door sterke verdeeldheid, die door raciale politieke en sociaal-economische scheidslijnen wordt geaccentueerd. Dergelijke verdeeldheid beïnvloedt soms onze opvattingen en daden ten opzichte van onze naasten. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat mensen de manier van denken, doen en spreken van andere culturen, rassen en etnische groepen als minderwaardig bestempelen. Ze houden er vooringenomen, foute en sarcastische denkbeelden op na, die tot uiting komen in minachting, onverschilligheid, respectloosheid en zelfs vooroordelen. Zulk gedrag vloeit voort uit hoogmoed, arrogantie, afgunst en jaloezie - kenmerken van een vleselijke aard, de tegenpolen van christelijke eigenschappen. Dit gedrag is ongepast voor mensen die ernaar streven om zijn ware discipelen te worden. In feite, beste broeders en zusters, is er in een gemeenschap van heiligen geen plaats voor vooroordelen, in gedachte en daad." 

Ouderling Soares heeft het in die laatste zin over "in gedachte". Net zoals ik een stukje geschreven heb over de vloek van Kain wil ik dat ook doen met Cham. In een artikel dat ging over de vloek van Cham werd dit gezegd: "Wel bevestigt de conclusie dat de Cham-theologie nog altijd in de hoofden van mensen zit". Deze theorieën omtrent Kaïn en Cham kan ik niet loszien van Mozes 7, waar ik op terugkom in deel 2. Misschien daarom wel dat ouderling Soares het niet alleen heeft over het hart, maar ook over het verstand: "Laten we ons hart en verstand afstemmen op de kennis en het getuigenis dat we allen gelijk zijn voor God, dat we allemaal met hetzelfde eeuwige potentieel en erfgoed zijn begiftigd". Vandaar dat ik die les van toen afsloot met de woorden

Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid 
tussen zwart en wit

In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap kunnen we lezen dat toen "de kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij blanke Amerikanen". Echter, toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde, werd er geen onderscheid gemaakt tussen wit en zwart. Allen waren gelijk voor God. 

Ouderling Ahmad Corbitt heeft iets interessants gezegd over deze periode van toen de kerk werd hersteld: "In een staaltje van goddelijke ironie bracht de Heer dit raciaal verenigde boek voort in een land dat destijds raciaal verdeeld was, geteisterd door de slavernij van Afrikanen en de diaspora en mishandeling van de inheemse Amerikanen. Maar Hij bracht het ook voort in een land dat gezegend was met godsdienstvrijheid en constitutioneel zelfbestuur. In Zijn voorzienigheid heeft Hij in de loop der tijd Zijn kinderen, die van deze vrijheden genieten, doen opstaan en geïnspireerd om manieren te creëren waarop anderen deze vrijheden ook kunnen ontvangen, zowel binnen de Verenigde Staten als wereldwijd, zodat Zijn verenigde evangelie door iedereen genoten kan worden". 

" en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33


Iguaçúwatervallen - Brazilië


Gods koninkrijk is een melting pot

"Metaforisch gesproken is dit fenomenale watervallencomplex
een weerspiegeling van Gods gezin op aarde,
want we hebben dezelfde geestelijke oorsprong en essentie,
afkomstig van ons goddelijk erfgoed en verwantschap.
Maar ieder van ons stroomt door verschillende culturen, volken en nationaliteiten..."
Ouderling Ulisses Soares


Afbeelding: Pixabay

maandag 2 februari 2026

Man en Vrouw



Toen ik nog door het Boek van Mormon reisde, heb ik de woorden "allen zijn voor God gelijk" gebruikt als mijn jaarthema, hoofdzakelijk gezien door de bril van "zwarte en witte". Dit jaar, op mijn ticket staat het Oude Testament, reis ik zonder een bepaald thema. Of ik nu wel of niet gebruikmaak van een thema, onderstaande tekst uit het Boek van Mormon is mijn rode draad, waar ik niet alleen allerlei onderwerpen aan kan ophangen, maar ook schriftuurteksten.


Afgelopen week kwam Mozes 6 voorbij, waar ik eigenlijk niet bij stil wilde staan. Echter, in dit hoofdstuk kwam ik een aantal verzen tegen waar ik niet zomaar aan voorbij kan lopen. Hierin kunnen we lezen dat Adam aan de Heer vraagt "Waarom is het zo dat de mensen zich moeten bekeren en worden gedoopt in water? En de Heer zei tot Adam: Zie, Ik heb u uw overtreding in de hof van Eden vergeven". En dan wordt er dit gezegd: 

"Hierdoor is het gezegde alom onder het volk gekomen 
dat de Zoon van God verzoening heeft gedaan voor de oorspronkelijke schuld,
waardoor de zonden van de ouders niet op het hoofd van de kinderen kunnen neerkomen,
want zij zijn rein vanaf de grondlegging van de wereld."
Mozes 6:54

In de dagen van Mormon had men zelfs een woordenstrijd over dit onderwerp. Moroni kreeg toen de opdracht van zijn vader Mormon mee om dit te onderwijzen: "...dat kleine kinderen levend zijn in Christus, ja, vanaf de grondlegging van de wereld; zo niet, dan is God een partijdig God, en ook een veranderlijk God en een aannemer des persoons; want hoeveel kleine kinderen zijn er niet zonder de doop gestorven!" (Moroni 8). 

De Leer en Verbonden bevestigt dit:"Maar zie, Ik zeg u dat kleine kinderen vanaf de grondlegging van de wereld door mijn Eniggeborene zijn verlost" (Leer en Verbonden 29:46). "Iedere mensengeest was in het begin onschuldig en omdat God de mens van de val heeft verlost, zijn de mensen, in hun kinderlijke staat, wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God" (Leer en Verbonden 93:38). Vandaar dat we in de Geloofsartikelen kunnen lezen dat wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding" (vers 2), dus ook niet voor de 'overtreding' van Kaïn. En ons wordt gevraagd niet te speculeren "over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan op hem van toepassing was. 

Nu heb ik weer stil gestaan bij Kaïn, maar waar ik eigenlijk bij wil stilstaan is mijn rode-draadtekst uit het Boek van Mormon:

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33 

Deze allen-zijn-gelijk-voor-God tekst uit het Boek van Mormon, gaat niet alleen over "zwart en wit". In deze tekst wordt ook gesproken over "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt...man en vrouw; allen zijn voor God gelijk". 

President Spencer W. Kimball zei het volgende over deze gelijkheid: "De Schriften en de profeten hebben ons duidelijk geleerd dat er bij God, die wat rechtvaardigheid betreft volmaakt is, geen aanneming des persoons is (Handelingen 10:34). We waren als zijn geestkinderen volledig gelijkwaardig. We zijn ook gelijkwaardig als ontvangers van Gods volmaakte liefde. Wijlen ouderling John A. Widtsoe heeft geschreven: De plaats van de vrouw in de kerk is naast de man, niet vóór hem en niet achter hem. In de kerk zijn man en vrouw volledig gelijkwaardig. Het evangelie is door de Heer voor zowel de man als de vrouw ingesteld". Een jaar eerder, in 1978, het jaar dat president Kimball de openbaring op het priesterschap ontving, zei hij dit: "Wij willen niet dat onze LDS-vrouwen stille of beperkte partners zijn...Wees een actieve en volwaardige partner."

President Dallin H. Oaks: "In de gezinsproclamatie staat dat de vader in het gezin presideert. Hij en zijn vrouw hebben afzonderlijke taken, maar zij hebben de plicht om elkaar als gelijkwaardige partners met deze heilige taken te helpen. Een aantal jaren voor de gezinsproclamatie gaf president Spencer W. Kimball deze geïnspireerde uitleg: Als we het over het huwelijk als een partnerschap hebben, laten we het dan hebben over een volledig partnerschap. We willen niet dat onze zusters in die eeuwige opdracht een stille of beperkt aansprakelijke partner zijn. Wees alstublieft een bijdragende en volledige partner."

Zo tussendoor, naast zwarte en witte, wil ik dus ook aandacht geven aan man en vrouw. Soms als één geheel, soms los van elkaar. Al gaat mijn voorkeur in de eerste plaats uit naar de vrouw. Misschien zelfs gezien door de bril van vrouw en het priesterschap. In de Liahona kwam ik een vraag tegen die daarmee te maken heeft: "Hoe kunnen we de band tussen vrouwen en de macht van het priesterschap beter begrijpen...". Er worden verschillende antwoorden gegeven. Onder andere dit: "Ten eerste kunnen we nederig proberen de waarheden te begrijpen die met het priesterschap verband houden, en in het bijzonder de recente leringen van kerkleiders". Dit pad van de waarheden van het priesterschap begrijpen aan de hand van wat recente kerkleiders erover hebben gezegd, ben ik aan het bewandelen. Uiteraard probeer ik dit jaar zoveel mogelijk door de bril van het Oude Testament te kijken. En voor de rest, zoals de wind waait.... 

" In de ogen van God zijn
zijn vrouwen en mannen gelijkwaardig,
hoewel zij verschillende rollen vervullen,
hetzij in de kerk, hetzij in het gezin."



woensdag 26 november 2025

2. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is


"Wij geloven dat het gerechtvaardigd is
om het evangelie tot alle volken van de aarde te prediken
en de rechtvaardigen te waarschuwen om zichzelf van het verderf van de wereld te redden;
wij geloven echter niet dat het juist is ons in te laten met lijfeigenen,
hun het evangelie te prediken of hen te dopen tegen de wil en wens van hun meester..."
LV134:12

In eerste instantie was ik niet van plan om stil te staan bij afdeling 134, omdat ik het schema van ons 'Kom dan en volg Mij' lesboek volg, behalve als ik mijn tent opsla. En zelfs wanneer ik mijn tent opsla, weet ik van tevoren niet voor hoeveel nachten ik moet boeken. 

Nadenkend over mijn door-de-bomen-het-bos-niet-meer-zien-gevoel in relatie tot afdeling 134, heb ik besloten om mijn tent eerder op te slaan en niet pas bij Officiële Verklaring 2. 
Ik gooi deze afdeling, 134, de afdelingen die nog volgen en de Officiële Verklaringen 1 en 2 op één grote hoop. Wat mij de komende weken een heleboel vrijheid van reizen geeft. 

Voordat ik mijzelf echter overgeef aan allerlei vrijheden, kan ik niet voorbijgaan aan L&V 134:12: "dat het niet juist is dat enig mens andermans slaaf is". Zoals jullie weten, is het moeilijk voor mij om rechtstreeks ergens naartoe te gaan, zo ook deze keer. 

Tijdens mijn reis door het Boek van Mormon kwam ik een artikel tegen van Byron R. Merrill: Government by the Voice op the People: A Witness and a Warning. In dit artikel zegt Byron Merrill "dat God betrokken is bij aardse gelegenheden van mensen, en dat het getuigt van zijn liefde voor het volk". Het eerste wat hij zegt is dat "hoofdstuk 29 van het Boek van Mosiah inzicht biedt. Hoewel de boodschap van Mosiah 29 relevant is voor iedereen die dit heilige boek ontvangt, heeft deze bijzondere betekenis voor de mensen die deel uitmaken van de machtige natie onder de heidenen die volgens de profeet Nephi door de Heer op het oppervlak van dit land zou worden gevestigd". 

Koning Benjamin, een andere rechtvaardige koning uit het Boek van Mormon, heeft het over het kwaad van de slavernij.  Dit is wat koning Benjamin er over zegt: 

"noch dat u elkaar tot slaven zou maken...
ja, ik heb u niet toegestaan enigerlei kwaad te bedrijven..."
Mosiah 2:13

In dit hoofdstuk van Mosiah 2 maakt koning Benjamin duidelijk dat een koning niet beter was dan iemand anders in de maatschappij en dat de echte koning God is. Hij onderwees dat alle mensen stof zijn. "En ik, zelfs ik die u koning noemt, ben niets beter dan u, want ook ik besta uit stof". We zijn allen gelijk voor God. In hoeverre kan ik deze woorden van koning Benjamin los zien van de woorden van koning Mosiah? 

En nu verlang ik dat deze ongelijkheid niet meer voorkomt in dit land,
in het bijzonder onder dit mijn volk; 
ik verlang juist dat dit land een land van vrijheid is,
en dat ieder mens 
zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten,
voor zolang de Heer goeddunkt dat wij leven en het land erfelijk bezitten,
ja, zelfs voor zolang er nog iemand van ons nageslacht 
overblijft op het oppervlak van het land.
Mosiah 29:32

Het was koning Mosiah's verlangen dat Amerika een land van vrijheid zou zijn, wat echter niet betekende dat het een land zonder wet zou zijn. 

"Daarom, kies een rechter door de stem van dit volk, opdat u zult worden bestuurd 
volgens de wetten die u zijn gegeven door onze vaderen, die juist zijn,
en die hun werden gegeven door de hand van de Heer".
Mosiah 29:25

De hand van de Heer in aardse gelegenheden is een terugkerend thema. We zullen dat straks ook zien als we het Oude Testament gaan bestuderen. Echter, waar het mij omgaat is dat koning Benjamin zich duidelijk uitspreekt tegen slavernij. En ook de Heer heeft zich wat dit betreft duidelijk uitgesproken: "Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is" (LV 101:79). Bij "een land van vrijheid voor ieder mens dat zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten", waar koning Mosiah het over heeft, zet ik, voor waar we het nu over hebben, de slavernij, nog even een vraagteken bij. 




De kerk heeft een artikel geschreven dat de naam Slavery and Abolition heeft meegekregen. In dit artikel kunnen we lezen dat "hoewel de meeste bekeerlingen uit de vroege heiligen der laatste dagen uit de noordelijke staten kwamen en tegen de slavernij waren, beïnvloedde de slavernij de geschiedenis van de kerk op een aantal manieren. In 1832 werden heiligen der laatste dagen die zich in Missouri hadden gevestigd, aangevallen door hun buren, die hen beschuldigden met 'onze slaven te hebben geknoeid en te hebben geprobeerd verdeeldheid te zaaien en opruiing onder hen te veroorzaken'. Die winter ontving Joseph Smith een openbaring dat er een oorlog zou uitbreken over de slavenkwestie en dat slaven in opstand zouden komen tegen hun meesters. Het jaar daarop vormden de zorgen, dat vrije zwarte heiligen zich in Missouri zouden verzamelen, de vonk die het geweld tegen de heiligen aanwakkerde en leidde tot verdrijving uit Jackson County". William Phelps had namelijk een artikel geschreven, Free people of Color, "dat die angst van de inwoners van Missouri nog verder had aangewakkerd". "Halverwege de jaren dertig van de negentiende eeuw probeerden de Heiligen afstand te nemen van de controverse over de slavernij. Zendelingen kregen de opdracht geen tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen te onderwijzen zonder de toestemming van hun meesters".

"Op 17 augustus 1835, te midden van de pogingen van de heiligen om de overheid om hulp te vragen, presenteerden Oliver Cowdery en Sidney Rigdom een document 'Verklaring van Bestuur en Wet' aan de leden van de kerk in Kirtland, Ohio. De verklaring - nu Leer en Verbonden 134 - trachtte alle zorgen van de heiligen aan te pakken. Leden van de kerk aanvaarden de verklaring en namen deze op in de eerste editie van de Leer en Verbonden. In tegenstelling tot andere delen van dat boek waarin God zijn wil aan de heiligen openbaarde, bestond dit deel uit de heiligen die hun perspectief en geloofsovertuiging aan het grote publiek uitlegden. Het was hoogstwaarschijnlijk door Oliver Cowdery geschreven, aangezien hij over veel van de onderwerpen die erin aan bod kwam in recente hoofdartikelen in de krant had geschreven. Hoewel Joseph Smith in Michigan Territory was toen deze verklaring aan de kerk werd gepresenteerd, aanvaardde hij deze en verwees hij later in zijn toespraken en geschriften 
ernaar". 

In een artikel, BYUstudies, gaat men ook in op bovenstaande gebeurtenissen. Uiteraard wordt Leer en Verbonden 101:77-79 aangehaald. Wat ik echter interessant vind zijn de woorden dat "de kerk een pragmatisch standpunt in nam". "Pragmatisch betekent praktisch, doelgericht en nuttig, en richt zich op wat werkt in de praktijk in plaats van op strikte theorieën of idealen". 
De kerk was aan de ene kant tegen slavernij en aan de andere kant werd onmiddellijke afschaffing ervan, waar de abolitionisten voor stonden, afgewezen. In de hoop, zoals we kunnen lezen in vers 12, hiermee "de vrede van iedere overheid die toestaat dat mensen in lijfeigenschap worden gehouden" te bewaren. 


Afbeelding: Pixabay

dinsdag 18 november 2025

2. De HOE van de herstelling


"De Kirtlandtempel is van uitzonderlijk belang
in de herstelling van het evangelie van Jezus Christus. "
Russell M. Nelson

Graag kijk ik vooruit, maar hoe ik het ook draai of keer, ik kan niet om het verleden heen. Zeker als het gaat om HOE de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith heeft hersteld, waarbij er geen onderscheid werd gemaakt tussen zwart en wit. Een voorbeeld van dit door elkaar heen lopen van heden en verleden heeft te maken met deze tekst uit de Leer en Verbonden:
"en om de hoogste te verwerven, 
moet een mens tot deze orde van het priesterschap toetreden
(namelijk het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond);
LV 131:2

"Ieder mens is een geliefde zoon of dochter van hemelse Ouders. Het heilsplan van onze hemelse Vader maakt het ieder mogelijk om het eeuwige leven te ontvangen, ofwel het leven dat God leidt. Als onderdeel van zijn plan stelde de Vader het nieuw en eeuwigdurend verbond in, zodat zijn zoons en dochters in zijn tegenwoordigheid kunnen terugkeren en het eeuwige leven beërven. Dit verbond omvat de volheid van het evangelie van Jezus Christus, met inbegrip van alle verordeningen en verbonden die voor het heil van het mensdom noodzakelijk zijn, die vanouds gegeven zijn en in deze laatste dagen op aarde zijn hersteld". Omdat dit verbond in de laatste bedeling is hersteld, is het nieuw, en omdat het de ganse eeuwigheid omspant, is het eeuwigdurend". De woorden nieuw en eeuwigdurend slaan ook op het celestiale huwelijk. Dit huwelijk is op zich zelf al een nieuw en eeuwigdurend verbond en het is tevens een onderdeel van het nieuw en eeuwigdurend verbond. 


Tijdens mijn reis door deze afdeling kwam ik de volgende opmerking tegen "dat de uitleg die in vers 2 tussen haakjes staat door ouderling Orson Pratt, onder leiding van president Brigham Young, toegevoegd werd, toen deze afdeling in de Leer en Verbonden werd opgenomen". Ook zei president Brigham Young: "Alle heiligen der laatste dagen treden toe tot het nieuw en eeuwigdurend verbond wanneer zij tot deze kerk toetreden". 

Alhoewel president Brigham Young zei dat alle heiligen der laatste dagen die zich laten dopen en daardoor toetreden tot het nieuw en eeuwigdurend verbond, verklaarde hij vervolgens wel in 1852 officieel dat zwarte mannen van Afrikaanse niet langer tot priester geordend konden worden. Hieruit vloeide voort dat, zowel de mannen als de vrouwen, uitgesloten werden van het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond. Dit duurde tot 1978. Daarna gingen we terug naar de situatie van vòòr 1852; door de profeet Joseph Smith heeft de Heer de leer hersteld dat huwelijks- en gezinsrelaties eeuwig kunnen zijn". 

"Op grond van priesterschapssleutels 
hebben wij het gezag om alle zegeningen die God aan Abraham beloofde 
aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen."
President Russell M. Nelson 


Iemand die dit heel goed begreep was Jane Elizabeth Manning James, een getrouw zwart lid die regelmatig contact opnam met haar kerkleiders en toestemming vroeg om haar tempelbegiftiging te ontvangen en verzegeld te worden aan haar dierbaren, want God had immers beloofd alle volken der aarde door Abraham te zegenen. President Russell M. Nelson haalt president Young aan in zijn toespraak Children of the Covenant. Hij gaat in op wat Jane Manning als argument gebruikt. Hij heeft zijn toespraak gebaseerd op deze tekst uit het Boek van Mormon: 

"U bent van het huis van Israël;
u bent van het verbond dat de Vader met uw vaderen heeft gesloten toen Hij tot Abraham zei:
En in uw nageslacht zullen alle geslachten van de aarde worden gezegend. 
De Vader heeft Mij eerst voor u doen opstaan
en Mij gezonden om u te zegenen 
door eenieder van u af te wenden van zijn ongerechtigheden;
en wel omdat u kinderen van het verbond bent -
3 Nephi 20:24-26

In deze toespraak heeft president Nelson het over het verbond van Abraham en de zegeningen die bij dit verbond horen. Ook zegt hij, "precies zoals beloofd, dat de Meester verscheen in de laatste dagen om het verbond met Abraham te vernieuwen". En dan zegt hij dit: "Wij zijn ook kinderen van het verbond. Wij hebben, net als zij vanouds, het heilige priesterschap en het eeuwige evangelie ontvangen. Abraham, Isaak en Jakob zijn onze voorouders. Wij zijn van Israël. Wij hebben recht op het evangelie, de zegeningen van het priesterschap en het eeuwige leven. De volken der aarde zullen gezegend worden door onze inspanningen en door de arbeid van ons nageslacht. Het letterlijke zaad van Abraham en zij die door adoptie in zijn familie worden verzameld, ontvangen deze beloofde zegeningen - gebaseerd op aanvaarding van de Heer en gehoorzaamheid aan zijn geboden. De profeet Elia kwam om kennis te planten over deze beloften die aan de vaderen waren gedaan".

"Zie, Ik zal u het priesterschap openbaren, 
door de hand van de profeet Elia,
voordat de grote en geduchte dag van de Heer komt.
LV 2:1

President Nelson: "Bij de doop verbinden wij ons ertoe de Heer te dienen en zijn geboden te onderhouden. Wanneer we deelnemen aan het avondmaal, hernieuwen we verbonden. We ontvangen het verbond van het priesterschap en de bekronende zegeningen van de begiftiging, en de verbonden die uniek zijn voor de heilige tempel. Het nieuwe en eeuwige verbond van het evangelie stelt ons in staat om in aanmerking te komen voor een huwelijk in de tempel en gezegend te worden om in de eerste opstanding tevoorschijn te komen en tronen, koninkrijken, prinsdommen en machten, heerschappijen en alle hoogten en diepten beërven...tot onze verhoging en verheerlijking in alle dingen, LV 132." 

"Zie, Ik zal u het priesterschap openbaren,
door de hand van de profeet Elia,
voordat de grote en geduchte dag van de Heer komt."
Geschiedenis van Joseph Smith 1:38

maandag 20 oktober 2025

Allen zijn gelijk voor God


Mijn verblijf op het Kirtlandtempelveldje kan ik niet meer loszien van deze woorden van president Russell M. Nelson:

- De vergadering van Israël is bewijs dat God al zijn kinderen liefheeft.
- Het evangelie van Abraham is aanvullend bewijs dat God al zijn kinderen liefheeft. Hij 
  nodigt allen uit om tot Hem te komen - zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; 
  allen zijn voor God gelijk. 
- De verzegelbevoegdheid is allesovertreffend bewijs dat God al zijn kinderen waar ook  
  liefheeft en wil dat iedereen ervoor kiest om bij Hem terug te keren. 

Natuurlijk gaan deze woorden van een hedendaagse profeet niet alleen over de Kirtland-tempel en Leer en Verbonden 110. Het zegt ons ook iets over de zending van de kerk. Niet alleen dat, het laat ons ook zien en bevestigt het voorwoord van de Heer op de Leer en Verbonden, waarin staat dat God "wil dat alle mensen zullen weten dat de Heer gewillig is deze dingen bekend te maken aan alle vlees, want Hij is geen aannemer des persoons" (Leer en Verbonden 1:34,35).

"God heeft Zijn kinderen in alle landen van de wereld lief"
Proclamatie over de herstelling

In zijn toespraak 'Laat God zegevieren', zegt president Nelson het volgende over dat allen uitgenodigd zijn om tot Hem te komen: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor eenieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israëls beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm". 

Dat betekent onder andere,  als we het toch hebben over enorme implicaties, dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde, wat we terugzien in theorie en praktijk, er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Dat toen zwarte mensen van Afrikaanse afkomst het priesterschap in 1978 ontvingen, zij dus terugkregen wat zij al bezaten. Wat ik de HOE van de herstelling noem. 

Vandaar dat president Nelson in deze toespraak ook nog zegt: "dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat, is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van huidskleur. Het bedroeft mij zeer dat onze broeders en zusters over de hele wereld door racisme en vooroordeel zo veel ellende te verduren hebben. Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding of handeling die door vooroordeel wordt ingegeven". 




Een boodschap over racisme en eenheid in Jezus Christus



"God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere.’ Deze heilige waarheid, verkondigd door oude Schriften en levende profeten, nodigt ons uit om te heroverwegen hoe we elkaar en onszelf zien.

In het Boek van Mormon lezen we: ‘...allen zijn voor God gelijk’ (2 Nephi 26:33). Deze verklaring overstijgt grenzen, culturen en generaties. Ze herinnert ons eraan dat in de ogen van onze hemelse Vader elk van zijn kinderen oneindige en gelijke waarde heeft.

De Heiland kijkt verder dan ras, status en taal. Hij ziet het hart aan. Als zijn discipelen worden we uitgenodigd zijn voorbeeld te volgen – om ieder individu met goddelijk respect, mededogen en waardigheid te behandelen.

Nu is het tijd om persoonlijke vooroordelen en institutionele vooringenomenheid achter ons te laten. Nu is het tijd om vreedzaam te wandelen, met liefde jegens God en jegens de hele mensheid, vrij van racisme en vooroordelen.

Mogen we leren elkaar te zien zoals Hij dat doet: als eeuwige broeders en zusters, kinderen van een liefhebbende Vader, verenigd in goddelijke identiteit, heilig doel en eeuwige bestemming".

maandag 6 oktober 2025

1. Het Kirtlandtempelveldje



"...en Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig;
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33


Zo tussendoor liet ik jullie al weten dat ik op weg was naar de Kirtlandtempel en dat ik daar mijn tent wou opslaan. Ik ben gearriveerd bij Leer en Verbonden 109 en 110, afdelingen die gaan over de Kirtlandtempel. Ik weet nog niet hoeveel stukjes ik zal schrijven over deze afdelingen; voor nu heb ik in ieder geval twee nachten geboekt. Vandaag is dag één.

Mocht je het nog niet weten: ik ben hier met een speciale reden. Ik schrijf namelijk over HOE de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith heeft hersteld, dat "allen gelijk zijn voor God". En dat het daardoor niet anders kan zijn dat je dit terugziet in de theorie, in de leer van de Schriften. Vandaag wil ik echter ook stilstaan bij HOE dat in de praktijk eruitzag. 




Het Kirtlandtempelveldje:

Zo tussendoor liet ik jullie al weten dat ik op weg was naar de Kirtland tempel en dat ik daar mijn tent wou opslaan. Ik ben gearriveerd bij Leer en Verbonden 109 en 110, afdelingen die gaan over de Kirtland tempel. Ik weet nog niet hoeveel stukjes ik zal schrijven over deze afdelingen, voor nu heb ik in ieder geval twee nachten geboekt. Vandaag is dag één.

Mocht je het nog niet weten ik ben hier met een speciale reden. Ik schrijf namelijk over HOE de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith heeft hersteld, dat "allen gelijk zijn voor God". En dat het daardoor niet anders zo kan zijn dat je dit terug ziet in de theorie, in de leer van de Schriften. Vandaag wil ik echter ook stilstaan bij HOE dat in de praktijk er uit zag. 





Ook hij gaf gehoor aan de roep om het evangelie te delen met zijn naaste, wat hem naar New York en Canada bracht. Dat Elijah Able daar in de tempel aanwezig was, laat zien "dat allen gelijk zijn voor God". Wat niet alleen de praktijk van de HOE van de herstelling laat zien, maar ook de theorie van de HOE van het herstelde evangelie. Dit is wat de Heer er zelf over zegt in het voorwoord op de Leer en Verbonden: 


"want Ik ben geen aannemer des persoons, 
de stem van de Heer is gericht tot de einden der aarde, 
opdat allen die willen horen, mogen horen;
Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees"
LV 1:11,34,35


"Deze dingen bekend te maken aan alle vlees" heeft alles te maken met zendingswerk en de zending van de kerk, maar ook met de tempel. Dit is wat president Russell M. Nelson erover zei: "Iedere tempel is een symbool van ons geloof in God en een bewijs van ons geloof in een leven na de dood. De tempel is het doel van iedere activiteit, iedere les en iedere stap voorwaarts in de kerk. Al ons werk voor de verkondiging van het evangelie, de vervolmaking van de heiligen en de verlossing van de doden leidt naar de tempel. De tempelverordeningen zijn uitermate belangrijk. Zonder deze verordeningen kunnen we niet in Gods heerlijkheid terugkeren". 

In zijn toespraak 'Verordeningen en verbonden' zegt ouderling Neuenschwander ook iets over de zending van de kerk en in het verlengde daarvan de tempel: "Zowel oude als moderne geschriften getuigen van de fundamentele leer dat Jezus Christus en zijn zoenoffer centraal staan in het heilsplan. Voor een Heilige der Laatste Dagen heeft de leer van verlossing, alleen in en door de naam van Jezus Christus, en de zending van de kerk om iedereen uit te nodigen tot Hem te komen, betrekking op allen die op deze aarde hebben geleefd of ooit zullen leven. Deze leer is van nature inclusief en sluit niemand uit of stelt vrij. Op de vraag hoe de kerk deze zending, om iedereen uit te nodigen tot Christus, vervult, antwoorden we allemaal snel: door het evangelie te verkondigen, de heiligen te vervolmaken en de doden te verlossen". In zijn toespraak gaat hij verder in waarom hij vindt dat we allemaal te snel zijn in ons antwoord als ons die vraag wordt gesteld.

Deze uitspraak van ouderling Neuenschwander en president Nelson over de zending van de kerk kan ik niet loszien van afdeling 110, waar ik in deel 2, mijn tweede dag op het Kirtlandtempelveldje, op terug wil komen. Voor nu wil ik het bij twee delen houden, maar jullie weten: zo de wind waait. Dat is de reden ook dat ik nog twee uitspraken deel uit de toespraak van ouderling Neuenschwander, waar ik dus voor nu niet verder op in wil gaan, maar die wel zo mooi zijn dat ik er niet zomaar aan voorbij kon lopen.

Ouderling Neuenschwander:
 - "Heilige verordeningen en het goddelijke gezag om ze te bedienen, zijn niet begonnen met de herstelling van het evangelie en de oprichting van de hedendaagse kerk in 1830. De heilige verordeningen van het evangelie, als vereisten voor verlossing en verhoging, werden ingesteld vóór de grondlegging der wereld. Ze zijn altijd een onveranderlijk onderdeel van het evangelie geweest."
- "De profeet Joseph Smith leerde: Verordeningen die vóór de grondlegging der wereld in de hemelen zijn ingesteld in het priesterschap, voor de redding van de mens, mogen niet worden gewijzigd of veranderd. Allen moeten op dezelfde beginselen worden gered." 

"Want zie, dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen"
Mozes 1:39

zondag 7 september 2025

2. Onschuldig voor God


Ouderling Quentin L. Cook: "Uit het Boek van Mormon blijkt duidelijk dat allen uitgenodigd worden om deel te hebben aan de goedheid van de Heer. Allen zijn voor God gelijk. Alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten". Dit, dat God geen aannemer des persoons is, is mijn rode draad waar ik van alles aan ophang. Voordat ik verder reis naar de andere afdelingen, wil ik toch nog even opnieuw stilstaan bij onderstaand vers. 

"Iedere mensengeest was in het begin onschuldig; 
en omdat God de mens van de val heeft verlost,
zijn de mensen, in hun kinderlijke staat,
wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God".
LV 93:38

Ouderling Boyd K. Packer heeft een prachtige toespraak gegeven die als titel mee kreeg: 'Little children'. Hij is degene die het woord onschuldig schuin weergeeft. Daarnaast is hij degene die deze tekst uit de Leer en Verbonden naast Moroni 8 legt. Over dit hoofdstuk uit het Boek van Mormon zegt hij: "Lees de hele brief. Het is ware leer". In deze brief kunnen we onder andere het volgende lezen: 

"Kleine kinderen zijn levend in Christus, ja, vanaf de grondlegging van de wereld;
zo niet, dan is God een partijdig God, en ook een veranderlijk God
en een aannemer des persoons".
Moroni 8:12


"In 1842 werden de Geloofsartikelen geschreven door de profeet Joseph Smith naar aanleiding van een verzoek van John Wentworth, een krantenredacteur uit Chicago, die informatie wilde over de geschiedenis en geloofsovertuigingen van de kerk. De Geloofsartikelen werden geschreven onder inspiratie van God. Ze bevatten directe en eenvoudige verklaringen van een aantal leerstellingen en beginselen van onze religie". In deze Geloofsartikelen kunnen we onder andere lezen dat:
"Wij geloven dat de mens zal worden gestraft
voor zijn eigen zonden
en niet voor Adams overtreding" 
Geloofsartikel 2

Want dat is ook wat we in deze brief van Mormon aan zijn zoon Moroni kunnen lezen, dat "de vervloeking van Adam van hen is weggenomen in Mij". Vandaar dat Geloofsartikel 3 dit zegt:

"Wij geloven dat door de verzoening van Christus 
de gehele mensheid kan worden gered
door gehoorzaamheid 
aan de wetten en verordeningen van het evangelie"
Geloofsartikel 3

Mormon schreef ook aan zijn zoon Moroni dat "de Heer aan hem had geopenbaard dat in Hem, Jezus Christus, de wet van de besnijdenis was weggedaan". Zoals zij in de dagen van Mormon en Moroni streden over of kinderen wel of niet gedoopt moesten worden, zo liepen de emoties in de nieuwtestamentische kerk hoog op bij de vraag of niet-Joden, wanneer zij lid werden van de kerk, nu wel of niet besneden moesten worden. De eindconclusie van deze discussie was: 

"Mij heeft God doen zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen.
Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is,
maar onder elk volk wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig is.
Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen,
die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen?"

In zijn toespraak 'De Leer van Christus' gaat ouderling D. Todd Christofferson in op wat er toen gebeurde in de nieuwtestamentische kerk. "Door deze ervaring en openbaring aan Petrus veranderde de Heer de gewoonte in de kerk en openbaarde een vollediger leerstellig begrip aan zijn discipelen. En zo strekte de evangelieverkondiging zich uit tot de gehele mensheid". 

President Russell M. Nelson zei hierover dat als "wij ons laten dopen en bevestigen als lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, wij deel gaan uitmaken van de familie van Abraham. Wij hebben het recht om het evangelie, de zegeningen van het priesterschap en het eeuwige leven te ontvangen. Wij zijn kinderen van het verbond". Iemand die dat heel goed begreep, was Jane Elizabeth James Manning. Daarnaast denk ik dat je dit ook niet los kunt zien van dat wij de nieuwtestamentische kerk hersteld zijn. 

"Begin 1883 had Jane Elizabeth Manning James president John Taylor toestemming gevraagd voor haar begiftiging. President Taylor besprak de kwestie met haar, maar hij vond dat de tijd nog niet rijp was voor zwarte heiligen om de hogere verordeningen van de tempel te ontvangen. Hij had de kwestie enkele jaren eerder opnieuw bekeken toen een andere zwarte heilige, Elijah Able, vroeg om zijn tempelverordeningen te ontvangen. Hoewel zijn onderzoek bevestigde dat Elijah in de jaren 1830 het Melchizedekse priesterschap had ontvangen, besloten president Taylor en andere kerkleiders desondanks Elijah's verzoek af te wijzen op grond van zijn ras. Bijna twee jaar na het gesprek met president Taylor had Jane hem opnieuw gesmeekt: Ik besef mijn ras en huidskleur en kan mijn begiftiging niet verwachten, verklaarde ze destijds. Toch merkte ze op dat God had beloofd al Abrahams nakomelingen te zegenen. Aangezien dit de volheid van alle bedelingen is, vroeg ze: is er dan geen zegen voor mij?"

"Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven". Hoe pijnlijk dit ook voor haar moet zijn geweest: "Jane behield haar hele leven haar identiteit, zowel als zwarte als mormoon, en behield haar gevoel van eigenwaarde en waardigheid. De moeilijkheden van het leven veranderden nooit Jane's openlijke toewijding aan het evangelie". 

In zijn toespraak, tot slot, heeft ouderling Christofferson het erover dat er in de herstelde Kerk van Jezus Christus volgens dezelfde patronen wordt gewerkt als toen in de nieuwtestamentische kerk. Om vervolgens dit te zeggen: "Tegelijkertijd moeten we bedenken dat niet iedere uitspraak door een kerkleider, vroeger en nu, noodzakelijkerwijs leerstellig is. We gaan er in de kerk vanuit dat een enkele uitspraak van een leider vaak een persoonlijke, weliswaar goed doordachte mening vertegenwoordigt, die niet als officieel beleid voor de hele kerk bedoeld is. De profeet Joseph Smith leerde dat een profeet alleen een profeet is wanneer hij als zodanig optreedt."

"en uw naam
zal in eervolle herinnering
aan het nageslacht worden doorgegeven"


maandag 1 september 2025

1. Onschuldig voor God

 

Ik ben op weg naar de Kirtlandtempel en ik weet nu al dat ik daar mijn tent wil opslaan. Maar voordat ik daar halt kan houden, zijn er toch nog een aantal bezienswaardigheden, verzen en/of aanvullingen uit de afdelingen die ik passeer, waar ik niet omheen kan. Zoals bijvoorbeeld de opmerking dat Leer en Verbonden 93 "afweek van de traditionele christelijke ideeën over de aard van de mensheid en verrassende nieuwe perspectieven op ons voorsterfelijk verleden, ons toekomstig potentieel en onze relatie met God opende. Deze flitsen van inzicht in de dingen zoals ze werkelijk zijn, herstelden een oud begrip van de relatie tussen God en Zijn kinderen en verkleinden de gapende kloof tussen Schepper en schepping die Heiligen der Laatste Dagen hadden geërfd van de christelijke traditie".  

De evangelieverhandeling 'Ras en Priesterschap', alles wat ik hieruit citeer staat schuin geschreven, zegt dit over het denken van die tijd: "De kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, toen rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij blanke Amerikanen. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is hersteld in een cultuur van rassenconflicten waarbij blanken enorm werden bevoorrecht." 

Wat ik hier tegenover wil zetten, is deze opmerking: "Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid tussen zwart en wit", wat te maken heeft met HOE de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith heeft hersteld. "Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". En hun aanwezigheid in de Kirtlandtempel, waar ik naar op weg ben, ook niet. Al kan ik, als het gaat om je ogen sluiten voor, natuurlijk niet negeren dat er in de kerk een bepaalde periode was, van 1852 tot 1978, dat er een restrictie lag op zwarte mensen van Afrikaanse afkomst, met alle gevolgen van dien. "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen". Een manier van denken die in ieder geval zeker haaks staat op deze tekst uit Leer en Verbonden 93:

"Iedere mensengeest was in het begin onschuldig; 
en omdat God de mens van de val heeft verlost,
zijn de mensen, in hun kinderlijke staat,
wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God."
LV 93:38 

Liever reis ik met de HOE-bril, maar soms ontkom ik gewoon niet aan het feit dat het een bepaalde periode in de kerk anders was. "In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk". 

Waar ik ook niet aan kan ontkomen, is deze opmerking: "Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader. De vloek van Kaïn werd vaak gebruikt als argument voor de beperking op het priesterschap en de tempel. Rond de eeuwwisseling vond een andere verklaring ingang: er werd gezegd dat zwarten in de voorsterfelijke strijd tegen Lucifer niet geheel kloekmoedig waren geweest en dat ze daarom werden uitgesloten van de zegeningen van het priesterschap en de tempel". 

Op dit moment wil ik niet verder ingaan op deze twee vloeken, die van Kaïn en die van Cham. Volgend jaar reis ik door het Oude Testament. Ik verwacht dat er dan nog genoeg gelegenheden zullen zijn om terug te komen op deze twee vloeken. Liever geef ik mijn aandacht aan die andere vloek, de vloek van Adam en de woorden "wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God", want daar hebben we het over. "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarten of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". 

Onschuldig voor God



In onze les van vorige week, die gaat over afdeling 93, kunnen we het volgende lezen: "De profeet Joseph Smith heeft gezegd dat als de mens het karakter van God niet kan begrijpen, hij zichzelf niet kan begrijpen. Kijk, terwijl je LV 93 bestudeert, niet alleen naar wat je over de Heiland leert, maar ook over jezelf". Wat ik heb geleerd is "dat ik eerst en vooral een kind van God ben", dat Hij "geen aannemer des persoons is", en dat Hij niet is als de man die twaalf zonen heeft "en tot de één zegt: Wees gekleed in feestkledij en neem hier plaats; en tot de ander: Wees gekleed in lompen en neem daar plaats - en zijn zonen aanschouwt en zegt: Ik ben rechtvaardig", LV 38:26. Dergelijk gedrag ligt niet in de aard van God. 

Ouderling Quentin L. Cook: "De leer, beginselen, offeranden en gebruiken die de Heer door Joseph Smith, de profeet van de herstelling, heeft gevestigd, zijn werkelijk van fundamenteel belang. Er zijn geen vereisten wat betreft ras, geslacht of etniciteit. Uit het Boek van Mormon blijkt duidelijk dat allen worden uitgenodigd om deel te hebben aan de goedheid van de Heer: zwarte en witte (ik schrijf nu bewust geen blank), geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk. Alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten".

"God heeft Zijn kinderen in alle landen van de wereld lief"
Proclamatie van de herstelling


woensdag 27 augustus 2025

2. Alle wegen leiden naar...de tempel

Trede 2:

In ons Leer en Verbonden 'Kom dan en volg Mij'-lesboek, afdeling 84, kunnen wij het volgende lezen: "Sinds de herstelling van het priesterschap in 1829 zijn de heiligen van toen door de heilige macht van de Heer gezegend. Ze zijn door priesterschapsgezag gedoopt, bevestigd en geroepen om te dienen, en dat is nog steeds zo. Maar toegang tot priesterschapsmacht is niet hetzelfde als een volledig begrip ervan. Er was nog meer dat God zijn heiligen wilde laten begrijpen - met name de zijnde herstelling van tempelverordeningen". 

Zoals jullie weten, ben ik op reis. In een eerder logje schreef ik dat ik nu een gebied doorkruis  dat steeds ruwer en onbekender aan het worden is. Een gebied dat voor mij ook als nieuw aanvoelt, omdat ik mij eigenlijk nooit direct bezig heb gehouden met de woorden dat "de openbaring over het priesterschap uit 1832, die nu in Leer en Verbonden 84 staat, de heiligen een bredere kijk op het priesterschap gaf". Al reizend hoop ik echter steeds meer vertrouwd te raken met mijn omgeving, en wie weet komt er een dag dat ik een ander antwoord geef als deze vraag voorbij komt: 

"Wat komt er bij je op als je aan het woord priesterschap denkt?"
'Kom dan en Volg Mij', afd. 84: Ik heb toegang tot Gods priesterschapsmacht - en zegeningen

Voor nu denk ik bij een dergelijke vraag automatisch aan ras en het priesterschap. Is dat erg? Nee, absoluut niet. Integendeel. Al was het alleen maar, ondanks dat ik nu bijna voor het derde jaar op reis ben met dit onderwerp, dat ik meer inzicht gekregen heb in HOE de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith heeft hersteld, het priesterschap, en in het verlengde daarvan de tempel. En dat ik ondertussen het een, deze onderwerpen, niet meer los kan zien van het ander, van ras en het priesterschap. 

Net zoals ik de uitspraak van president Howard W. Hunter "dat al onze inspanningen om het evangelie te verkondigen, de heiligen te vervolmaken en de doden te verlossen, leiden naar de heilige tempel" hier niet meer los van kan zien. Wat president Hunter ook zei in deze toespraak, en waar ik de vorige keer geen aandacht aan heb gegeven, was dit: "Het evangelie dat door de Heiligen der Laatste Dagen aan de wereld wordt verkondigd, is het evangelie van Jezus Christus zoals dat in deze bedeling op aarde is hersteld en bestemd voor de verlossing van de hele mensheid. De Heer Zelf heeft geopenbaard wat essentieel is voor de redding en verhoging van Zijn kinderen". 

Waar ik echter voor nu bij stil wil staan, is "De cruciale rol van het priesterschap in de herstelling". In dit artikel zegt ouderling Gary E. Stevenson onder andere dit: "Er zijn in de geschiedenis maar weinig gebeurtenissen die kunnen tippen aan het belang van wat er in het voorjaar van 1829 heeft plaatsgevonden. De vertaling van het Boek van Mormon was al een wonder, maar er verschenen ook spoedig engelen die priesterschapsgezag aan Joseph en Oliver verleenden. In deze tijd van openbaringen rondom de vertaling en de herstelling werd Josephs blik verruimd en werd de weg gebaand voor de formele oprichting van de kerk een jaar later". 

In dit artikel lezen we onder andere ook dat "de herrezen Johannes zijn handen op het hoofd legde van Joseph en Oliver en ze het Aaronisch priesterschap verleende. Ze kregen de belofte dat hun te zijner tijd meer priesterschapsgezag zou worden verleend". Ook kunnen we in dit artikel lezen over het bezoek van Petrus, Jakobus en Johannes, die het Melchizedekse priesterschap herstelden. 

Ouderling Stevenson: "Joseph en Oliver ontvingen niet alleen het Melchizedekse priesterschap van Petrus, Jakobus en Johannes, maar werden ook geordend om apostel en bijzondere getuige van de Heer te zijn. Zij kregen eveneens de nodige sleutels om de bedeling van de volheid der tijden in te luiden. Daarmee hadden ze het gezag om alle priesterschapsverordeningen te verrichten, waaronder het verlenen van de gave van de Heilige Geest. Daarnaast ontvingen ze de sleutels van alle geestelijke zegeningen van de kerk, die noodzakelijk waren om de kerk in april 1830 op te richten. In 1836 droegen nog enkele hemelse boodschappers priesterschapsleutels in verband met de vergadering van Israël en tempelwerk over". En niet te vergeten, Elias, die de bedeling van het evangelie van Abraham overdroeg.

Tot slot nog één uitspraak uit dit artikel van ouderling Stevenson: Priesterschapsverordeningen staan centraal in het werk van de Heer om de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen. De doop en bevestiging, de begiftiging en de verzegeling voor tijd en eeuwigheid zijn essentieel voor ons heil. 

"dat een kroniek bevat van een gevallen volk,
en de volheid van het evangelie van Jezus Christus
voor de andere volken en ook voor de Joden;"
LV 20:7-11