Posts tonen met het label Racisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Racisme. Alle posts tonen

zondag 13 september 2026

Niet naïef meer

 

Onlangs heb ik twee blikjes geopend; die gingen beide over de coronacrisis. In een van deze logjes deelde ik de volgende afbeelding:


Racisme is een pandemie

Onlangs stond in de Liahona een artikel waarin president Russell M. Nelson werd aangehaald, die het volgende zei: "Ons aller Schepper roept ieder van ons op om onze vooroordelen tegen eender welke groep van Gods kinderen aan de kant te zetten. Wie van ons een vooroordeel tegen mensen van een ander ras heeft, moet zich daarvan bekeren". 

In dit artikel: 'Wat ik van de priesterschapsrestrictie heb geleerd en hoe ik aan een christelijke cultuur kan bijdragen' wordt ook naar de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' verwezen. Een verhandeling die in 2013 door de kerk werd gepubliceerd en dat dieper ingaat op het hoe en wat van deze restrictie, met deze duidelijke woorden: "De kerk distantieert zich van de opvatting dat een zwarte huid een teken van goddelijke ongenade of vervloeking is; dat die op onrechtschapen daden in het voorsterfelijk leven wijst; dat huwelijken tussen verschillende rassen zondig zijn; en dat zwarte mensen of mensen van andere rassen of volkeren in enig opzicht inferieur zijn". Met andere woorden: "De kerk veroordeelt elke vorm van raciale en culturele vooroordelen. 

Wat ik herken, zijn deze woorden: "In het verleden hebben sommige kerkleiders en -leden speculatieve verklaringen voor de restrictie gegeven, maar geen van die theorieën komt overeen met de officiële leer van de kerk. We kunnen voor de waarheid opkomen wanneer deze ideeën opnieuw opduiken, en verouderd materiaal dat we tegenkomen, wegdoen". Wat betreft dit verouderde materiaal, het nodige heb ik hierover geschreven. Onderstaande afbeelding is voor mij daar een symbool van. 




Waar ik echter bij stil wil staan, zijn deze woorden uit dit artikel: "Genezing komt ook door mensen die zich buitengesloten voelen de hand te reiken, naar hun ervaringen te luisteren en eerlijke gesprekken te voeren over manieren waarop we beter kunnen worden". 

Bij het woord genezing kan ik niet anders dan denken aan Carol Lawrence Costly. Van haar is onderstaande uitspraak, maar die ook zei: "Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden. Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen." 




Zo geloofde ik ook dat de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' zeker een einde zou maken aan het racisme van het verleden, wat naïef gedacht bleek te zijn. En net zoals zuster Costly kwam ik ook tot de ontdekking dat "de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". 

Daarnaast, wanneer ik terugdenk aan het woord genezing, dan denk ik echter ook aan openheid en eerlijke gesprekken. Dat dit toch nog wel een (klein) probleem is. Terwijl de restrictie op het priesterschap en de tempel zeker ook gezien kan worden als een leerstellig iets. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de proclamatie over "De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus". Die als openingszin heeft: "Wij verklaren plechtig dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft". Wat alles te maken heeft met dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen de nieuwtestamentische kerk hersteld is. Wat ik samengevat heb in de HOE van de herstelling. Dat toen de kerk werd hersteld er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Maar ik denk bijvoorbeeld ook aan het verbond van Abraham.

In die zin vind ik de woorden van Joseph Smith eigenlijk best wel troostend: "Ik onderwijs ze de juiste beginselen, en zij besturen zichzelf". Dat tussen het onderwijzen van de correcte beginselen en dat wat er uiteindelijk nog in het hart en verstand leeft door de "oude ideeën van het verleden" een gat kan zitten. Dat dit een realiteit is, waaruit blijkt dat het racisme van het verleden nog steeds doorwerkt in het heden, in het besef, dat "racisme bestrijden iets is van de lange adem". Dat neemt niet weg dat het onze opdracht is dat "wanneer deze ideeën opnieuw opduiken" we voor de waarheid opkomen en blijven opkomen. 

Blikje: Diversiteit


"God schiep de rassen - maar niet het racisme.
We zijn allemaal kinderen van dezelfde Vader.
Geweld en haat hebben geen plaats in Zijn gezin." 
(Zie Handelingen 10:34)

zondag 6 september 2026

2. Coronacrisis


Terugblik

In mijn voorraadkast stond nog een blikje dat met de coronacrisis te maken had. Gelukkig ligt deze periode ondertussen alweer een aantal jaren achter ons, maar de gevolgen ervan zijn nog steeds, al dan niet direct zichtbaar, voelbaar. Zowel voor individuen als voor de Nederlandse samenleving in zijn geheel. Vandaar, wat betreft het laatste: er vinden sinds mei van dit jaar openbare verhoren plaats die allen te maken hebben met de coronacrisis. Deze week, donderdag 10 september, vindt het laatste openbare pandemieverhoor plaats.

Echter, jullie voelen hem al aankomen, er is iets anders wat mij bezighoudt. Wat indirect met de coronacrisis te maken heeft, vanwege een vraag die een journalist stelde: "In hoeverre zullen de leden van de kerk, met al die stemmen om hen heen, zich laten leiden door haar leiders?". 

In mijn vorige logje sprongen de woorden "wij dringen erop aan" eruit. Een zin die echter in dit stukje gemakkelijk over het hoofd gezien kon worden, was deze, die ik nu wel heb benadrukt: "Individuen zijn verantwoordelijk om hun eigen beslissing te nemen over vaccinatie". 

In het verleden werd ook Joseph Smith een vraag gesteld: "Hoe bestuurt u zo'n groot en divers volk als de Heiligen der Laatste Dagen?" En dit was zijn antwoord: 

"Ik leer hun de juiste beginselen
en zij besturen zichzelf."
Joseph Smith

De kerk onderwees: "Wij dringen erop aan", wat ik zie als een onderwijzend beginsel. Tegelijkertijd werd er gezegd: "Individuen zijn verantwoordelijk om hun eigen beslissingen te nemen over vaccinatie". Wat ik zie als het "zij besturen zichzelf"-gedeelte. De uiteindelijke keuze ligt bij de persoon zelf. 

Jaren geleden gaf ouderling Dallin H. Oaks, nu president Oaks, een toespraak die de titel 'Alternate voices' kreeg. In deze toespraak geeft president Oaks aan dat het de verantwoordelijkheid is van de Kerk om aan te geven wat de stem is van de Kerk en wat niet. Tegelijkertijd zegt hij: "De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen probeert haar leden niet af te schermen van andere stemmen. Haar aanpak, zoals geadviseerd door de profeet Joseph Smith, is om de juiste beginselen te onderwijzen en haar leden vervolgens de vrijheid te geven om zichzelf te leiden door middel van persoonlijke keuzes". 

Uiteindelijk, terugkijkend, denk ik dat het probleem niet zozeer het vaccineren was, want dit was en is uiteindelijk een persoonlijke beslissing van de leden zelf. Maar dat de profeet, in het verlengde ervan, de Kerk in het algemeen, dit onderwees. Daarbij gebruikmakend van de woorden: "de Kerk dringt aan". Echter, is dit niet wat profeten uiteindelijk doen?


Blikje: 17 februari 2021

"Het is niet waar je naar kijkt wat ertoe doet,
het gaat erom wat je ziet."
Henry David Thoureau




We kunnen niet om het coronavirus heen. Het heeft ons dagelijks leven op allerlei manieren veranderd en sommigen diep geraakt. Soms heel dichtbij, direct, zichtbaar. Maar bepaalde gevolgen van wat deze periode met ons allen heeft gedaan, zullen we pas terugzien in de loop van de tijd. Maar dat het ons beïnvloedt en zal beïnvloeden, op wat voor manier dan ook, dat is zeker. 

Daarom kan ik me aan de ene kant voorstellen dat het misschien lastig is dat ik juist bovenstaande afbeelding heb gebruikt, omdat we nog steeds in een coronapandemie zitten waar we voorlopig nog niet uit zijn. Maar deze afbeelding heeft alles te maken met kijken en zien. Het is niet waar je naar kijkt wat ertoe doet. Nee, het gaat om wat je ziet. En dan bedoel ik de laag eronder, die ook alles te maken heeft met de crisis waarin we ons nu bevinden. 

Mijn oog werd namelijk vanochtend getrokken naar de volgende zin: 'Extreemrechts wint terrein door corona'. “In eerste instantie”, ik citeer nu een aantal zinnen uit dit artikel, “legde vreemdelingenhaat het af tegen het virus. Maar ondertussen is de situatie zo dat de samenvloeiing van ideeën tijdens demonstraties tegen coronabeperkingen QAnon-aanhangers, antivaxxers en extreemrechts zij aan zij staan. Er kan een sprongetje worden gemaakt van aan Covid-19 gelinkt antisemitisme naar groot antisemitisme. Niet nu, maar als de pandemie voorbij is, en de economische gevolgen zichtbaar worden.”

In dit artikel wordt ook melding gemaakt van “een peiling onder 12.000 inwoners van acht grote Europese landen. Uit dit onderzoek blijkt dat een 'verontrustend’ aantal mensen negatieve gevoelens koestert tegen minderheden.”

Dit is een realiteit waar we onze ogen niet voor kunnen sluiten. Ieder land heeft zo zijn eigen problematiek op dit gebied. Maar wat we zien in de wereld, zien we helaas ook terug in de kerk. Ik denk dat we ons allemaal nog wel de toespraak van president Dallin H. Oaks herinneren, waarin hij het volgende zegt: “Helaas sluipen in dat opzicht zelfs politieke uitspraken en onvriendelijke toespelingen in onze kerkbijeenkomsten. In een democratisch bestel zullen er altijd verschillende meningen zijn over voorgestelde kandidaten en beleidszaken.”

De kerk is politiek neutraal. Maar, opnieuw ouderling Oaks: “Als volgelingen van Christus moeten we de boosheid en haat laten varen waarmee over onze politieke keuzes wordt geredetwist, of die in allerlei situaties worden gehekeld.”

In het licht van wat er speelt, niet alleen in de wereld, maar ook in de kerk, van kijken en wat je wilt zien, moest ik denken aan een vraag van een journalist. Zijn vraag, ik denk dat het wel past in het bovenstaande, was deze: 

“In hoeverre zullen de leden van de kerk, 
met al die stemmen om hen heen, 
zich laten leiden door haar leiders.”

Wij zijn die leden. Ik ben dat lid. In hoeverre is datgene wat zij zeggen een leidraad in mijn leven?


Artikel AD: Geert Langendorff
Afbeelding: bycommonconsent.com

vrijdag 6 maart 2026

Het Cham-pad

 

"En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard.
En hij dronk van dien wijn, en werd dronken, 
en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.
En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vader naaktheid,
en hij gaf het zijner broederen daarbuiten te kennen.
Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen,
en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders;
en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, 
zodat zij de naaktheid huns vaders niets zagen.
En Noach ontwaakte van zijn wijn; 
en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.
En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!
Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem;
en Kanaän zij hem een knecht!
Genesis 9:20-27


In Scriptures Helps kunnen we de volgende uitleg lezen over bovenstaande tekst: 
"De Schrift geeft geen duidelijk verklaring 
-waarom Ham's zoon Kanaän vervloekt werd vanwege de overtreding van zijn vader tegen Noach. 
- Het is ook niet duidelijk wat Hams overtreding precies inhield, maar het lijkt erop dat hij zijn vader niet respecteerde of misschien iets heiligs onteerde. 
- Omdat we niet alle relevante details van het verhaal kennen, weten we niet precies wat er gebeurde of wat de betekenis ervan was. 
- Door Kanaän te vervloeken verklaarde Noach dat Kanaän een dienaar van Sem en Jafeth zou zijn. 
- Joseph Smiths geïnspireerde vertaling van de Bijbel voegt daaraan toe dat een sluier van duisternis Kanaän zou bedekken, zodat hij onder alle mensen bekend zou zijn. De betekenis van deze sluier van duisternis is onduidelijk. 
- Sommigen hebben de vloek van Kanaän ten onrechte gebruikt om slavernij en discriminatie te rechtvaardigen, met name jegens mensen van Afrikaanse afkomst. De Heer heeft geleerd: Het is niet juist dat iemand een ander tot slaaf maakt. 
- Bovendien leert het Boek van Mormon dat de Heer iedereen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan Zijn goedheid, want allen zijn gelijk voor God"


Ondanks bovenstaand commentaar kan ik de bordjes langs de weg met de tekst 'Het verleden werkt door' niet negeren. Cham, de jongste zoon van Noach, is daar helaas een 'prachtig' voorbeeld van. Twee jaar geleden, in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij, heeft het Nederlands Dagblad onderzoek gedaan naar Cham en zijn vloek: De vloek van Cham: hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen. Ik denk dat de titel van dit artikel voor zichzelf spreekt. 

Uiteraard wordt er in dit artikel van het Nederlands Dagblad aandacht gegeven aan bepaalde teksten uit de Bijbel die eeuwenlang gebruikt zijn om de slavernij te rechtvaardigen. Daarnaast werd er gesproken of we nu wel of niet aandacht aan de vloek van Cham moeten geven. Ook werd in dit artikel gesproken, als je toch deze geschiedenis wil bespreken, of het misschien zinvol is deze bijbels te voorzien van extra uitleg in plaats van het te negeren, wat ik ook terugzie in mijn Gospel Library App. (Engelse taal)

In het artikel wordt ook gezegd hoe iets in iemands hoofd kan gaan zitten, zeker als dit keer op keer maar herhaald wordt. In die zin, denk ik, algemeen gesproken, moeten wij ook als het ware onthoofden, en kunnen we de boodschap, tegengesteld aan de vloek van Cham, niet vaak genoeg herhalen. Want laten we wel wezen, ook wij, kijkend naar onze eigen kerkgeschiedenis, kunnen niet heen om het feit hoe kerkleiders en -leden beïnvloed zijn geweest door deze "giftige theorie", met alle gevolgen van dien. 

Vandaar ook dat in de evangelieverhandeling ras en het priesterschap het volgende hierover gezegd wordt, wat ik niet los kan zien van de restrictie: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader". 


Ik deel opnieuw, ondertussen voor de derde keer, bovenstaande afbeelding. Dit is mijn manier van herhalen. Zie het tevens maar als een waarschuwingsbord op het Cham-pad. Let op, stap niet in de valkuil van het verleden. Een valkuil die te maken heeft met Kaïn, Cham en zijn vrouw Egyptus en uiteraard de vloeken van Kaïn en Cham. In Abraham hoofdstuk 1 wordt niet alleen gesproken over De dochters van Onitah, drie opmerkelijke jonge vrouwen, rechtstreeks uit de lendenen van Cham, maar ook over twee andere nakomelingen van Cham. De Farao die de eerste regering van Egypte vestigde en de Farao uit de dagen van Abraham. 

Scripture Helps, Abraham 1:
"Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noach's zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Cham's nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperking voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel". 

Scripture Helps, Abraham 1:
In de voetnoot van ditzelfde stuk kunnen we lezen: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd".  


De reden dat ik deze groep heb afgeplakt is dat het mij er niet om gaat wie wat heeft gezegd, maar dat het gezegd wordt. In dit artikel geeft iemand als reactie "dat Hager wist waarom Ismaël niet het priesterschap kon krijgen, omdat zijn moeder, Hagar, een nakomeling was van Kaïn. Deze vloek van Kaïn werd namelijk via Egyptus, die getrouwd was met Noach's zoon Cham, doorgegeven aan zijn nageslacht". Dit is voor mij slechts een voorbeeld van hoe het racisme van het verleden doorwerkt in het heden. Ook bij ons in de kerk. 

Wat betreft de dienstbaarheid van zwarten, vanaf het begin van de herstelling heeft de Heer onderwezen dat "het niet juist is dat iemand een ander tot slaaf maakt", LV 101:79. Daarnaast, omdat "vooroordelen diepgeworteld zijn", is het belangrijk om te onthouden, "dat de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde, dat een zwarte huid een teken is van goddelijke ongunst of vervloeking, of dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven en/of dat zwarten of mensen van andere rassen of volkeren ondergeschikt zijn, heeft verworpen". 

Het is mij om het even wat voor huidskleur iemand heeft uit het pleisterdoosje "omdat onze status voor God niet door onze huidskleur wordt bepaald". "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk.
 

zondag 15 februari 2026

1. Gods koninkrijk is een 'melting pot'


" en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33



"Toen de profeet Joseph Smith voor het eerst over Henoch en zijn stad van heiligheid hoorde, inspireerde dat hem. Dit was het begin van zijn levenslange streven om Zion op te bouwen. Mozes 7 kan je inspireren om daar nu mee verder te gaan". Echter, je voelt hem al aankomen. Ondanks dat ik ook stilsta bij Mozes 7, volg ik toch net een even ander pad. 

Dit pad begint, ik grijp nu terug op onze Kom dan volg Mij les, met de vraag: "Wat deden mensen om rechtschapenheid te bevorderen? Hier zijn enkele andere bronnen die je kunt gebruiken om ideeën en inspiratie op te doen. Kies er een of meer uit om te bestuderen en schrijf dan op waartoe je je geïnspireerd voelt om Zion op te bouwen". In dit bronnenrijtje stond een toespraak van ouderling Ulisses Soares, broeders en zusters in Christus. Een toespraak die voor mij, om verschillende redenen, niet zomaar een toespraak is. Deze toespraak heb ik zelf ooit gegeven en je vindt hem tevens terug op mijn blog. Ondanks dat ga ik opnieuw stilstaan bij deze toespraak, alleen nu gezien door de ogen van het kopje "Ik kan Zion helpen opbouwen". 

In bovenstaande video wordt onder andere gezegd dat racisme niet in harmonie is met het evangelie. Uiteraard kan ik niet voorbijgaan aan een dergelijke zinvolle opmerking. Er was echter iets anders wat mij raakte in al hetgeen er gezegd werd en dat was dit: "De etnische en culturele diversiteit is hier zeer groot. Soms maken we dingen mee die pijnlijk of beledigend kunnen zijn. Ik denk dat we juist op die momenten moeten proberen elkaar te onderwijzen, te bereiken, uit te nodigen en tot begrip te komen". In die paar zinnen zit mijn antwoord waarom ik gedurende vier jaar door de Schriften reis met een specifiek rugzakje en jullie daar deelgenoot van maak. Uiteindelijk komt het in de basis neer op onderwijs. "Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken (vooroordelen, onwetendheid en institutionele structuren) te herkennen en aan te pakken". In de hoop dat dit leidt tot het inzicht dat we als kerk een raciaal verleden hebben en dat dit heeft geleid tot allerlei speculaties. Daarnaast is daar de vraag in hoeverre dit verleden van vóór 1978 nog doorwerkt in het heden van de kerk, net zoals het slavernijverleden nog steeds doorwerkt in de maatschappij. In die zin denk ik dat we zeker kunnen spreken van een overlap tussen kerk en maatschappij. 

Over die maatschappij zei ouderling Soares het volgende: "Zoals de profeten hebben voorzegd leven wij in zware tijden vóór de wederkomst van de Heiland. De wereld is gepolariseerd door sterke verdeeldheid, die door raciale politieke en sociaal-economische scheidslijnen wordt geaccentueerd. Dergelijke verdeeldheid beïnvloedt soms onze opvattingen en daden ten opzichte van onze naasten. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat mensen de manier van denken, doen en spreken van andere culturen, rassen en etnische groepen als minderwaardig bestempelen. Ze houden er vooringenomen, foute en sarcastische denkbeelden op na, die tot uiting komen in minachting, onverschilligheid, respectloosheid en zelfs vooroordelen. Zulk gedrag vloeit voort uit hoogmoed, arrogantie, afgunst en jaloezie - kenmerken van een vleselijke aard, de tegenpolen van christelijke eigenschappen. Dit gedrag is ongepast voor mensen die ernaar streven om zijn ware discipelen te worden. In feite, beste broeders en zusters, is er in een gemeenschap van heiligen geen plaats voor vooroordelen, in gedachte en daad." 

Ouderling Soares heeft het in die laatste zin over "in gedachte". Net zoals ik een stukje geschreven heb over de vloek van Kain wil ik dat ook doen met Cham. In een artikel dat ging over de vloek van Cham werd dit gezegd: "Wel bevestigt de conclusie dat de Cham-theologie nog altijd in de hoofden van mensen zit". Deze theorieën omtrent Kaïn en Cham kan ik niet loszien van Mozes 7, waar ik op terugkom in deel 2. Misschien daarom wel dat ouderling Soares het niet alleen heeft over het hart, maar ook over het verstand: "Laten we ons hart en verstand afstemmen op de kennis en het getuigenis dat we allen gelijk zijn voor God, dat we allemaal met hetzelfde eeuwige potentieel en erfgoed zijn begiftigd". Vandaar dat ik die les van toen afsloot met de woorden

Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid 
tussen zwart en wit

In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap kunnen we lezen dat toen "de kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij blanke Amerikanen". Echter, toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde, werd er geen onderscheid gemaakt tussen wit en zwart. Allen waren gelijk voor God. 

Ouderling Ahmad Corbitt heeft iets interessants gezegd over deze periode van toen de kerk werd hersteld: "In een staaltje van goddelijke ironie bracht de Heer dit raciaal verenigde boek voort in een land dat destijds raciaal verdeeld was, geteisterd door de slavernij van Afrikanen en de diaspora en mishandeling van de inheemse Amerikanen. Maar Hij bracht het ook voort in een land dat gezegend was met godsdienstvrijheid en constitutioneel zelfbestuur. In Zijn voorzienigheid heeft Hij in de loop der tijd Zijn kinderen, die van deze vrijheden genieten, doen opstaan en geïnspireerd om manieren te creëren waarop anderen deze vrijheden ook kunnen ontvangen, zowel binnen de Verenigde Staten als wereldwijd, zodat Zijn verenigde evangelie door iedereen genoten kan worden". 

" en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33


Iguaçúwatervallen - Brazilië


Gods koninkrijk is een melting pot

"Metaforisch gesproken is dit fenomenale watervallencomplex
een weerspiegeling van Gods gezin op aarde,
want we hebben dezelfde geestelijke oorsprong en essentie,
afkomstig van ons goddelijk erfgoed en verwantschap.
Maar ieder van ons stroomt door verschillende culturen, volken en nationaliteiten..."
Ouderling Ulisses Soares


Afbeelding: Pixabay

maandag 26 januari 2026

Speculaties rond de vloek van Kaïn

 

"En de HEERE zette een teken op Kaïn,
zodat niemand die hem zou vinden, 
hem zou slaan."
Genesis 4:15

De afgelopen weken heb ik een aantal logjes geschreven over onze ware identiteit en labels. In mijn laatste berichtje over dit onderwerp haalde ik de evangelieverhandeling ras en priesterschap aan, waarin we het volgende kunnen lezen: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarten of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden."

De afgelopen periode heb ik ook een aantal logjes geschreven die gingen over of je racisme kunt bestrijden zonder bewustwording. Het antwoord daarop was dat het vrijwel onmogelijk is en ik ben het, zeker kijkend naar wat er in het verleden onderwezen is en hoe dat doorwerkt in het heden, daar meer eens. En of dit nu wel of niet uit onwetendheid gebeurt, het is een vorm van racisme, dat we, net zoals onze kerkleiders, behoren te veroordelen.  

In de evangelieverhandeling Ras en Priesterschap kunnen we onder andere lezen dat president Brigham Young "in januari en februari twee toespraken gaf in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten. Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstammen van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. De vloek van Kaïn werd vaak gebruikt als argument voor de beperking op het priesterschap en de tempel. Rond de eeuwwisseling vond een andere verklaring ingang: er werd gezegd dat zwarten in de voorsterfelijke strijd tegen Lucifer niet geheel kloekmoedig waren geweest, en dat ze daarom werden uitgesloten van de zegeningen van het priesterschap en de tempel”.

In Race and The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints kun je het volgende lezen over het bovenstaande: "Brigham Youngs verklaring voor de beperking was gebaseerd op destijds gangbare ideeën die zwarte mensen identificeerden als afstammelingen van de Bijbelse figuren Kain en Cham. De Kerk heeft deze rechtvaardiging voor de beperking sindsdien verworpen, evenals latere rechtvaardigingen die suggereerden dat de beperking haar oorsprong vond in het leven vóór de aarde". Aan Cham wil ik nog geen aandacht geven. Misschien later. Voor nu wil ik stilstaan bij de vloek van Kaïn. Niet zoals het beschreven staat in Genesis 4, maar aan de hand van Mozes 5.

Vloek van Kaïn
36: En nu zult u vervloekt zijn wat de aardbodem betreft, die zijn mond heeft geopend om het bloed van uw broer te ontvangen uit uw hand.
37: Wanneer u de grond bebouwt, zal deze u voortaan niet zijn kracht geven. Een vluchteling en een zwerver zult u zijn op de aarde.
38: En Kaïn zei tot de Heer: Satan heeft mij verzocht wegens de kudden van mijn broer. Ook was ik verbolgen; want zijn offer hebt U aangenomen en het mijne niet; mijn straf is groter dan ik dragen kan.
39: Zie, U hebt mij heden verdreven voor het aangezicht van de Heer, en voor uw aangezicht zal ik verborgen zijn; en ik zal een vluchteling en een zwerver op de aarde zijn; en het zal geschieden dat wie mij aantreft mij zal doden, wegens mijn ongerechtigheden, want deze dingen zijn niet verborgen voor de Heer.
Teken van Kaïn
40: En Ik, de Heer, zei tot Hem: Wie u ook doodt, op hem zal zevenvoudig wraak genomen worden. En ik, de Heer, stelde een teken aan Kaïn, opdat niemand die hem aantrof hem zou doden.

Dit is wat we in Scripture Helps kunnen vinden over bovenstaande verzen: “God vervloekte Kaïn omdat hij zijn broer had vermoord. De vloek van Kaïn hield in dat er geen gewassen meer op de grond zouden groeien, dat hij als een voortvluchtige zou rondzwerven en dat hij van de aanwezigheid van de Heer zou worden gescheiden. God plaatste ook een 'teken' op Kaïn, een teken voor anderen om geen wraak te nemen en hem niet te doden. Het is onduidelijk wat Kaïns teken precies inhield, hoewel er veel over gespeculeerd is. Recent onderzoek wijst uit dat het Hebreeuwse woord voor teken 'normaal gesproken niet verbonden is aan fysieke verschijningsvormen of kenmerken'. In plaats van een fysiek teken verwijst het Hebreeuws naar daden die Kaïn tot een 'gemarkeerde man' maakten, wat betekent dat de mensen wisten wie hij was en dat ze hem met rust moesten laten en God zijn straf moesten laten voltrekken. We moeten vermijden dat we speculeren over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was. De Kerk verwerpt en veroordeelt raciale en culturele vooroordelen in welke vorm dan ook. President Russell M. Nelson leerde: "Ik verzeker u dat uw positie voor God niet wordt bepaald door de kleur van uw huid. Gunst of ongunst bij God hangt af van uw toewijding aan God en Zijn geboden, en niet van de kleur van uw huid." Wat mij met name opviel aan het bovenstaande stuk, was het gebruik van het woord speculeren. Een woord dat je ook kunt tegenkomen in de evangelieverhandeling. "In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". 

In het verleden heb ik ook een aantal stukjes geschreven over het onderscheid maken tussen de vloek en het teken onder de titel De bril die je draagt. Alleen toen betrof het de Lamanieten, een volk uit het Boek van Mormon. Ik vergeleek toen de kleur van de huid met geld. Geld is op zich neutraal, tot je het uitgeeft. Dan verliest geld zijn neutraliteit. Daarom tot slot nog deze vraag en tevens het antwoord daarop, die ik niet los kan zien van dit onderwerp: "Wat is het standpunt van de kerk ten aanzien van witte suprematie?" Er zijn sommigen binnen de verschillende pro-witte en witte suprematistische gemeenschappen die beweren dat de Kerk neutraal staat tegenover hun standpunten of deze zelfs steunt. Niets is minder waar. In het Nieuwe Testament zei Jezus: U zult de HEER, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en grootste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naasten liefhebben als uzelf (Mattheüs 22:37-39). Het Boek van Mormon leert dat allen gelijk zijn voor God (2 Nephi 26:33). Witte suprematistische opvattingen zijn moreel verkeerd en zondig, en wij veroordelen ze. Kerkleden die een witte cultuur of een agenda van witte suprematie promoten of nastreven, zijn niet in overeenstemming met de leer van de Kerk."

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33


Kaïn vermoordt Abel




maandag 19 januari 2026

4. Onze ware identiteit en labels


"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid." 
President Spencer W. Kimball


Tijdens de algemene conferentie van 2020 zei ouderling Quentin L. Cook het volgende: "Laten we onszelf op dit keerpunt van tweehonderd jaar kerkgeschiedenis vast voornemen om rechtschapen te leven en eensgezinder te zijn dan ooit tevoren. Met ons geheel inclusieve leer kunnen wij een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren". 

Tijdens dezelfde conferentie zei president Dallin H. Oaks dit: "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaarde grieven gehad. In een aangrijpende persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen."

En ook president Russell M. Nelson sprak tijdens deze conferentie: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israël beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat, is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van uw huidskleur. Het bedroeft mij zeer dat onze zwarte broeders en zusters over de hele wereld door racisme en vooroordeel zo veel ellende te verduren hebben. Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding of handeling die door vooroordeel wordt ingegeven. Ik smeek u om respect voor al Gods kinderen te bevorderen". 

"Zwarte Heiligen der Laatste Dagen noemden deze verklaring van president Nelson historisch". Over historisch gesproken, ik vond dat ook van de evangelieverklaring Ras en het priesterschap. Ondanks dat ik amen kan zeggen op al het bovenstaande, ervaar ik een maar-gevoel. De opdracht is racisme uitbannen, heden en verleden. Kunnen we dit echter uitbannen zonder bewustwording? Hoe ziet dat er in de praktijk dan uit? Kijkend naar wat Theresa A. Dear van het NAACP zei, die door president Oaks werd geciteerd, viel mij het woord zwijgzaamheid op. Was ik zelf jaren niet zwijgzaam geweest over mijn eigen ervaringen, zelfs als de openbaring op het priesterschap werd besproken? Echter, die zwijgzaamheid doorbreken bleek in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn en ik liep tegen dingen aan zoals 'profeten maken geen fouten'. 

De kerk heeft een artikel geschreven over de rol van profeten. Dit artikel gaat ook in op de feilbaarheid van profeten. Interessant is trouwens ook deze opmerking over unanimiteit: "De leer wordt verklaard en uitgelegd door de president van de kerk, waarbij het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf hem ondersteunen. Zij handelen unaniem, volgens het patroon in Leer en Verbonden 107:27-31". Gelukkig, ondanks alles, is mijn moeder niet weggerend. Waar ik het echter over wil hebben, is wat te doen met sommige boeken van de kerk. Boeken hebben geen mond. Ze staan stil in de kast, mij om het even in welke kast, maar ze spreken wel degelijk.

Het is geweldig, behalve dan...


behalve dan de minder leuke stukjes.
Met wat voor films en muziek voed jij je geest?


Op bovenstaande poster heeft men het over films en muziek, maar hoe zit het met sommige kerkboeken? Boeken die geweldig zijn... op de racistische stukjes na dan. 



Wie van de oudere generatie, en daar reken ik mijzelf ook toe, is niet grootgebracht met deze boeken van Joseph Fielding Smith? En dat Shawn Crank zegt dat hij altijd quotes ziet van deze boeken, daar heeft hij helemaal gelijk in. Tijdens de afgelopen oktoberconferentie citeerde president Oaks nog uit deel 1 (zie voetnoot 6) door president Joseph Fielding Smith te citeren. 


Deze boeken zijn nog steeds te verkrijgen, en zoals je in de beschrijving kunt lezen, een 'must have' voor Heiligen der Laatste Dagen. En ook bij ons in de kerkmediatheek staan ze nog volop. Alleen, je voelt hem al aankomen, ik zie tevens het insect. Het insect van racisme. 

De Leer tot Zaligmaking, deel 1:
- blz. 63: "Er is een reden waarom de ene mens wordt geboren met een zwarte huid en met andere nadelen, terwijl de ander wordt geboren met een blanke huid en grote voordelen. Deze reden is dat wij, voordat wij hier kwamen, reeds bestonden en in mindere of meerdere mate gehoorzaam waren aan de wetten die ons daar werden gegeven. Zij die daar in alle opzichten getrouw waren, ontvingen grotere zegeningen hier, en zij die niet standvastig waren, ontvangen minder."
- blz. 67: "Bij de oorlog in de hemelen was geen sprake van neutrale partijen. Allen hebben partij gekozen, hetzij voor Christus, hetzij voor Satan. Ieder had daar beschikking over zijn vrije wil, en de mensen ontvangen hier beloningen op grond van wat zij daar hebben gedaan, net als zij in het hiernamaals beloningen zullen ontvangen voor de in het lichaam verrichte daden. De negers zullen, dat is duidelijk, de beloning ontvangen die zij verdienen."
- blz. 139: "Tubal-Kaïn was de vader van alle smeden, lang voor de zondvloed kwam. Toch hebben in het midden van de negentiende eeuw, toen Speke Grant, Livingstone en anderen de ontdekkingsreizen maakten naar de binnenlanden van Afrika, de afstammelingen van Kaïn aangetroffen die nog als wilden in het 'stenen tijdperk' leefden. Columbus zag in 1492 dat het 'stenen tijdperk' nog lang niet voorbij was. Zo troffen pioniers in 1847 in Utah vergelijkbare toestanden in de dalen van onze bergen aan". Dit is slechts een klein gedeelte van pagina 139.  

Leer tot Zaligmaking, deel 2:
- blz. 56: De enige zielen die ter wereld komen en aan beperkingen onderhevig zijn, zijn de negers. Zij kunnen het priesterschap niet dragen; maar negers mogen wel worden gedoopt, en we hebben in de kerk veel negers. Met welk recht of om welke reden zullen wij daarom onschuldige kinderen het recht ontzeggen het celestiale koninkrijk binnen te gaan, of ze nu zwart, bruin of geel zijn, als die kinderen, in alle onschuld en zonder zonden, jong sterven? Als een neger het celestiale koninkrijk kan verwerven door zich te laten dopen, en de Chinezen en de Japanners of welk ras dan ook, zou het dan consequent zijn kinderen het recht te ontzeggen dit rijk binnen te gaan alleen omdat zij onder ongunstige omstandigheden werden geboren?

Leer tot Zaligmaking, deel 3:
- blz. 148: Een van het bloed van Kaïn mag, als hij zich werkelijk bekeert, gedoopt en lid van de kerk worden en een patriarchale zegen ontvangen. Sommige negers die lid van de kerk zijn, hebben een patriarchale zegen ontvangen. 

In de mediatheek van de kerk stond nog een boekje van Joseph Fielding Smith. Ik neem daar ook maar gelijk een aantal uitspraken uit mee. 

De weg naar volmaking:
- blz. 50: Dat de neger bijvoorbeeld beperkingen zijn opgelegd wegens hun houding in de geestenwereld zal door weinigen worden betwijfeld. Het zou niet rechtvaardig zijn als hun de macht van het Priesterschap zou worden onthouden, indien dat niet een straf zou zijn voor enige daad of daden vóór hun geboorte begaan. Toch komen zij, gelijk alle andere geesten die in deze wereld werden geboren, onschuldig voor God, voor zover het hun sterfelijk bestaan betreft. Hier kunnen zij onder bepaalde beperkingen hun tweede staat volbrengen. Indien zij in deze staat trouw blijken te zijn, zal onze eeuwige Vader, Die rechtvaardig en waar is, het ongetwijfeld dienovereenkomstig belonen en zullen zij enige zegeningen tot verhoging ontvangen.
- blz 53: Is het niet redelijk te geloven dat de Here de uitverkoren geesten voor de beste klasse naties zou uitkiezen? En is het niet redelijk te geloven dat minder waardige geesten voor een minder begunstigd geslacht worden bestemd? Is dat niet in hoge mate de verklaring van de rassen in al hun verscheidenheid van kleur en intelligentie die wij in de wereld aantreffen? 
- blz. 100; Niet alleen dat Kain moest lijden, maar door zijn goddeloosheid werd hij de vader van een minderwaardig ras. Een vloek werd over hem uitgesproken en die vloek heeft zich over zijn nakomelingschap voortgezet zolang de tijd duurt. Miljoenen zijn met de vloek van een zwarte huid in de wereld gekomen en werden het voorrecht van het priesterschap en de volledige zegeningen van het Evangelie onthouden. Deze zijn de afstammelingen van Kaïn. Bovendien heeft men hen van het begin afgescheiden gehouden van de rest van het mensdom. Henoch zag de mensen van Kanaän, de afstammelingen van Kaïn, en hij zegt: .... er kwam een zwarte kleur op alle kinderen van Kanaän, dat zij onder alle mensen werden veracht... En Henoch ging voort het ganse volk tot bekering te roepen, behalve het volk van Kanaän  (Mozes 7:8,12). Billijkheidshalve moet worden gezegd dat er onder de nakomelingen van Kaïn velen zijn geweest die rechtschapen waren en in deze tweede staat zo goed mogelijk leefden volgens het licht dat zij hadden. Laten wij bidden dat de Here hen wegens hun onkreukbaarheid zal zegenen met enige zegeningen van verhoging, indien niet de volheid. Maar wat een contrast! 

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Want in dit boekje, De weg naar volmaking, wordt ook stilgestaan bij woorden van president Brigham Young, bij Cham, Egyptus en het volk van Kanaän (zie Mozes 7). Wil ik hiermee zeggen, vanwege de insecten, dat deze boeken in het water gegooid kunnen worden of dat de naam van de Brigham Young universiteit veranderd moet worden? Nee. Maar het geeft wel aan waarom ik ervoor gekozen heb om vier jaar door de Schriften te reizen aan de hand van de standaardwerken. Juist omdat ik zelf opnieuw mijn Schriften moest leren lezen, los van deze teksten van het verleden. Een proces dat nog steeds gaande is. Dit is ook waarom ik bijvoorbeeld soms zo de nadruk leg op de HOE van de herstelling. Dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk herstelde, er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Dit veranderde na de dood van Joseph Smith. Of het verbond van Abraham, omdat in het oude gedachtengoed zwarte mensen van Afrikaanse afkomst hiervan uitgesloten waren, wat vaak ook doorwerkte in hun patriarchale zegens. Daarnaast, vergeet niet dat er veel exemplaren van deze boeken zijn verkocht en evenveel leden van de kerk hierdoor zijn beïnvloed, zoals Brad Wilcox, die zich verontschuldigde voor een onjuiste uitspraak over zwarte mensen en het priesterschap. Wat een voorbeeld is van hoe woorden uit het verleden doorwerken in het heden. 

Tot slot nog twee dingen. Allereerst dit. In het verleden heb ik een stukje geschreven dat ik de titel Stof heb gegeven. Dat logje gaat over Bruce R. McConkie, die president Joseph Fielding Smith aanhaalt, die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand heeft gezegd. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft, is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden". 

En ten tweede de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' die ik, zoals ik al zei, als historisch heb ervaren. Daarin staat namelijk het volgende: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarte of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden. De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk". 

"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid."
President Spencer W. Kimball



maandag 5 januari 2026

1. Onze ware identiteit en labels


"Want zie,
dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39


Als ik opnieuw alleen voor de HOE van de herstelling zou gaan, dan zou ik zeker als jaarthema kiezen: "Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid". Er zijn echter nog meer onderwerpen die mij aanspreken, die de afgelopen jaren een beetje ondergesneeuwd zijn geraakt, waar ik, zeker nu ik door het Oude Testament reis, ook aandacht aan wil geven. Daarom, met een zeker spoor van pijn in mijn hart, laat ik deze zin los, ondanks dat alles terug te leiden is naar het Plan van Zaligheid, waar Christus het middelpunt van is. "Heilige verordeningen en de goddelijke autoriteit om ze te bedienen, zijn niet ontstaan met de herstelling van het evangelie en de stichting van de moderne kerk in 1830. 

Dat wil echter niet zeggen dat ik gedurende mijn reis door het Oude Testament geen aandacht zal geven aan de woorden "dit is mijn werk en mijn heerlijkheid". Al was het alleen maar vanwege de vragen "Wat is Gods werk, en welke rol spelen wij daarin?" en "Wie zijn wij?" of 


"Ben ik een eend of een zwaan?"




Vragen die alles te maken hebben met deze opmerking: "Als kind van God heb ik een goddelijke bestemming", wat ook een terugkerend thema is in het Oude Testament. Over jezelf zien als een eend of een zwaan zei president Russell M. Nelson het volgende. "Hoe je denkt over wie je werkelijk bent, is van invloed op bijna elke beslissing die je ooit neemt". 





Omdat uit dit denken je handelen voortvloeit, is de Heer er alles aan gelegen om jou te doen beseffen dat je een zwaan bent. Vandaar dat president Nelson zei dat "als de Heer tot je zou spreken, Hij ervoor zou zorgen dat je je ware identiteit zou begrijpen". Daarom is het zo belangrijk dat je "de waarheid kent over wie je bent". 

In deze toespraak over 'kiezen voor de eeuwigheid' heeft president Nelson het ook over labeling. "De tegenstander is gek op labels, omdat ze verdeeldheid scheppen en beperkend werken op hoe wij over onszelf en elkaar denken." Ik zou nu al mijn tent kunnen opslaan en voor een paar dagen stil kunnen staan bij 'hoe we over onszelf denken' en 'hoe wij over elkaar denken', wat onder andere blijkt uit het verhaal van het lelijke eendje. "Het is verdrietig als we labels meer in ere houden dan we elkaar in ere houden”. 

Labeling, zoals dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk bestaan, "kan uitlopen op vooroordelen en vijandigheden", al is dit juist niet waar ik bij stil wil staan. En toch ook wel weer, maar dan gezien door deze woorde: "Als de Heer tot je zou spreken zou Hij ervoor zorgen dat je je ware identiteit zou begrijpen". President Nelsons woorden "Als de Heer tot je zou spreken” zijn voor mij niet zomaar wat loze woorden. Zeker kijkend naar wat de Heer tot mij zegt over "mijn ware identiteit" door middel van mijn patriarchale zegen. Daarnaast leerde ik door mijn zegen dat een zwarte huid die op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk bestaan zou wijzen, waar ik mee grootgebracht ben, een fabel is. 
. 
Toen ik de Liahona van deze maand opensloeg, zag ik de naam Ahmed S. Corbitt staan. Meerdere keren heb ik op mijn blog al naar hem verwezen. Dit vanwege zijn essay en zijn bijdrage aan het boekje Stay Thou Nearby, waardoor een aantal dingen die hij zegt in dit artikel niet nieuw voor mij waren, zoals de woorden die betrekking hebben op hoe we ervoor kunnen zorgen dat we geen kritische houding jegens profeten en apostelen ontwikkelen: "Veroordeel mij niet wegens mijn onvolmaaktheid, zei Moroni, noch mijn vader wegens zijn onvolmaaktheid, noch hen die vóór hem hebben geschreven; maar dank liever God dat Hij u onze onvolmaaktheden heeft onthuld, opdat u zult leren wijzer te zijn dan wij geweest zijn, (Mormon 9:31)". 

Ouderling Corbitt zegt echter ook iets in dit artikel waarvan ik kan getuigen dat het zo is: "Naarmate ons geloof in Christus en ons vertrouwen in God toenemen, kijken we vooruit met een oog vol geloof en zien we dat hun beloften worden vervuld". Wat in mijn patriarchale zegen stond, en waar ik toen geen woorden voor had, werd jaren later bevestigd door deze woorden uit de 'evangelieverhandeling ras en het priesterschap': "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: …een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven". "Geloof is richtinggevend" en dat is een patriarchale zegen ook. Geen moment echter had ik, zeker als grijs zwanenkuiken die ik toen was, voor mijzelf bedacht dat er ooit een dag zou komen dat ik gedurende vier jaar zou schrijven over onrechtschapen handelingen in het voorbestaan, ras en het priesterschap en de HOE van de herstelling.

Tot slot, opnieuw president Nelson: "Er zijn uiteraard labels die voor jou misschien heel belangrijk zijn. Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Je hoort me niet zeggen dat andere aanduidingen en labels geen gewicht hebben. Ik zeg alleen dat geen enkele aanduiding de plaats kan innemen van of voorrang kan krijgen boven deze drie blijvende aanduidingen: kind van God, verbondskind en discipel van Jezus Christus. Elk label dat niet verenigbaar is met die drie basisaanduidingen zal uiteindelijk als een zeepbel uit elkaar spatten. Andere labels zullen in de loop der tijd op een teleurstelling uitdraaien, omdat ze niet de macht hebben om je dichter bij het eeuwige leven in het celestiale koninkrijk van God te brengen. Wereldse aanduidingen zullen je nooit helder inzicht geven in wie je uiteindelijk kunt worden. Ze zullen nooit je goddelijke DNA of onbeperkte goddelijke potentieel bevestigen". Omdat het niet in overeenstemming is met 

"Want zie,
dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39