Posts tonen met het label Vertel je verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vertel je verhaal. Alle posts tonen

maandag 13 juli 2026

We zijn meer dan onze 'etiketten'

 

Vorige week waren manlief en ik in het Nationaal Onderwijsmuseum. Ze hebben standaard een vaste collectie met daarnaast wisselende tentoonstellingen. Dit keer stond de tentoonstelling in het teken van Marit Törnqvist - Verborgen verhalen. 

Over het naar Dordrecht halen van deze tentoonstelling schreef het Nationaal Onderwijsmuseum het volgende: "Voor het Onderwijsmuseum sluit het werk van Törnqvist nauw aan bij de kern van de collectie en missie. Haar beelden en verhalen laten zien hoe kinderen via boeken grip krijgen op hun gevoelens, hun omgeving en belangrijke vragen in het leven. Daarmee raken haar werken direct aan thema's als taalvaardigheid, verbeeldingskracht en persoonsvorming binnen het onderwijs". 



Of je nu jong bent of iets ouder, zoals ik ben, de behoefte om je verhaal te vertellen is niet aan leeftijd gebonden. Vandaar ook dat het Onderwijsmuseum dit erover zegt: "Aan de hand van meer dan 100 originele tekeningen van haar hand, veelal begeleid door tekstfragmenten uit haar boeken, nodigt Marit Tornqvist in Verborgen Verhalen kinderen en volwassenen uit naar de werelden waarin zij alledaagse gebeurtenissen, grote levensvragen en oneindige fantasie moeiteloos met elkaar verbindt". 

Echter, wat mij trof was wat er in de tekst bij bovenstaande tekening werd gezegd over de kinderen: "Haar boeken laten kinderen al veertig jaar hun emoties verkennen rondom complexe thema's als liefde, verlies en identiteit. Marit Törnqvist gelooft dat veel kinderen, net als zijzelf, rondlopen met verborgen verhalen en dat zij de kans moeten krijgen die te vertellen". Hopelijk is dat niet een heel ander verhaal, omdat een luisterend oor ontbreekt. 

En dan was er nog iets wat mij stil deed staan. Dit keer uit de vaste collectie. Misschien wel omdat we aan het eind van het schooljaar zitten, en ik kleinkinderen heb die examens hebben gedaan, een cito-test, en/of met een schoolrapport zijn thuisgekomen. Meten is weten, maar... Daarom vond ik deze brief van deze directeur aan 'zijn' kinderen zo bijzonder. We zijn uiteindelijk meer dan onze 'etiketten'.



Hier de tekst van bovenstaande brief:

De afgelopen dagen hebben jullie weer hard gewerkt aan de CITO-toetsen. Wij zijn heel trots op de manier waarop jullie weer je best hebben gedaan om die toetsen zo goed mogelijk te maken. 

Toch zijn we bezorgd dat deze toetsen niet tonen wat elk van jullie speciaal en uniek maakt. Want de mensen die deze toetsen maken en het resultaat erbij geven kennen jullie niet. Niet op de manier waarop de meesters en juffen jullie kennen en zeker niet zoals ze je thuis kennen. 

Ze weten niet dat je al meer talen kent, of op een muziekinstrument speelt, dat je kan dansen of mooie kunstwerken maakt. Ze weten niet dat je vrienden op je kunnen rekenen als ze je nodig hebben of dat jouw vrolijke lach een sombere dag helpt verdwijnen. Ze weten niet dat je gedichten of liedjes maakt of dat je meedoet aan sport. Ook niet dat je je afvraagt wat de toekomst je zal brengen of dat je soms zorgt voor je broertje of zusje na schooltijd. Ook weten ze niet dat je reizen hebt gemaakt naar mooie plaatsen, dat je een mooi verhaal kunt vertellen, of dat je het fijn vindt om tijd door te brengen bij speciale familieleden en vrienden. Ze weten niet dat je betrouwbaar bent, lief, aardig, zorgzaam en attent en dat je elke dag weer probeert goed je best te doen. De resultaten van de CITO-toets zeggen jou en ons wel iets, maar zeker niet alles!

Onze scholen houden bij het schooladvies wel rekening met toetsresultaten, maar hebben een veel completer beeld van je dan alleen maar die getallen.

Dus kijk tevreden naar je resultaten en wees er trots op, maar onthoud vooral dat er heel veel manieren zijn om slim en een goed mens te zijn. 

donderdag 25 juni 2026

Vertel je verhaal



"Je weet pas wie je bent, als je weet waar je vandaan komt". Deze uitspraak hing aan de muur van Het Noordbrabants Museum, waar wij naar de tentoonstelling 'Ketahanan: verhalen van veerkracht', zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking was gemaakt met de Molukse gemeenschap, die "opgebouwd was rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst".

Nu heb ik zelf geen Molukse achtergrond, maar ik herkende mij in de verhalen die zij daar in het museum vertelden. Vooral in de woorden dat het verleden doorwerkt in het heden. Minister-president Jetten verwoordde het zo toen hij afgelopen zondag zijn excuses aanbood: "De beladen geschiedenis van toen en is er nu nog altijd voelbaar". 

Dit AD-artikel eindigt met de woorden: "De excuses zijn zondag gemaakt door minister-president Jetten. De Molukse geschiedenis bekender maken en onderdeel laten zijn van de Nederlandse geschiedenis is een essentieel vervolg". Met andere woorden: "Excuses zijn geen punt, maar een komma". 

"Excuses zijn geen punt, maar een komma" zijn woorden die uit de mond kwamen van premier Rutte toen hij "namens de Nederlandse staat excuses aanbood voor het slavernijverleden. Dat de Nederlandse overheid eeuwenlang slavernij mogelijk heeft gemaakt, heeft gestimuleerd, in stand heeft gehouden en ervan heeft geprofiteerd. We delen niet alleen het verleden, ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt."

Ook zei hij, mij om het even of het nu gaat om het slavernijverleden, of om de Molukse gemeenschap, of zelfs als het gaat om kerkgeschiedenis, dit: "Dat proces vraagt tijd en we kunnen het werk alleen in gezamenlijkheid doen". Is dat niet een rode draad? Mijn vorige logje eindigde ik met onder andere deze woorden van Michael A. Goodman: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben". Kijkend naar mijzelf vind ik respect al meer dan voldoende. Misschien is respect ook wel een mooi onderwerp voor ......


dinsdag 23 juni 2026

1. Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis.

 

Afgelopen zondag hadden wij in onze wijk twee gastsprekers. Een zendings-echtpaar dat verantwoordelijk is voor de vastlegging van de geschiedenis van de kerk in Nederland en België. In deze toespraken hadden zij het onder andere over dat de geschiedenissen die zij vastleggen iets zeggen over wie wij zijn als gemeenschap, en dat wij door deze verhalen de hand van de Heer kunnen zien. Hij is voor onze ogen geschiedenis aan het schrijven, tenminste als wij ogen hebben om te zien. En dat het belangrijk is dat wij deze verhalen met elkaar delen en blijven delen. De serie Saints, "een verhalende geschiedschrijving die verhalen bevat over getrouwe heiligen der laatste dagen uit het verleden", werd als voorbeeld aangehaald. Daarnaast hoorde ik in deze toespraken het belang van gedenken en welk verslag wij over onszelf achterlaten. Wat mij echter het meest trof was deze opmerking,

"Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis." 

Al luisterend naar deze toespraken over het belang van vastleggen, van zowel de geschiedenis van de kerk als die van jezelf, en dat de Schriften een prachtig voorbeeld hiervan zijn, moest ik tevens denken aan mijn eigen ervaringen. Aan 'vertel je verhaal'. Echter, dit delen bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Vanuit 'dat niet eenvoudig zijn' ben ik daarover gaan schrijven, en later, zonder vooropgezet plan, werd het een reisverslag door de Schriften. Waarbij ik, hoe je het ook wendt of keert, onze gezamenlijke kerkelijke geschiedenis niet kon en kan negeren. 

"Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen,
of we nu nieuwe leden zijn
of deel uitmaken van generaties in de kerk?"

Hoe wordt die kerkgeschiedenis een erfdeel van ons allen, ook als die geschiedenis niet helemaal is of was wat je ervan dacht? Het ongemak van feilbaarheid en onfeilbaarheid, en de vragen die daaruit kunnen voortvloeien. Ik denk dat mijn logje Leer en beleid  daar een voorbeeld van is, waarin ik naar twee toespraken van president Dieter F. Uchtdorf verwijs. 

In deze toespraken heeft president Uchtdorf het erover dat het voorgekomen is "dat leden en leiders gewoonweg vergissingen hebben begaan. Er zijn wellicht dingen gezegd of gedaan die niet in overeenstemming waren met onze waarden, beginselen of leer. Ik veronderstel dat de kerk alleen volmaakt zou zijn als zij wordt geleid door volmaakte mensen. Maar Hij werkt door ons - zijn onvolmaakte kinderen - en onvolmaakte mensen begaan vergissingen." 

Ook zei president Uchtdorf: "Het is normaal om vragen te hebben - het eikeltje van een oprechte vraag is vaak ontsproten en uitgegroeid tot een grote eikenboom van begrip. Er zijn weinig leden in de kerk die nooit eens met een ernstige of gevoelige vraag hebben gezeten. Een van de doelen van de kerk is het geloofszaad aan te kweken en te verzorgen - zelfs in de soms zanderige grond van twijfel en onzekerheid."

Ik kwam een interessante toespraak tegen die gaat over twijfels en vragen, waarin ook de opmerking gemaakt werd dat onze "kerkgeschiedenis veel complexer blijkt te zijn dan het eenvoudige verhaal in de zondagsschool. Kerkleiders, zowel vroeger als nu, blijken inderdaad mensen van vlees en bloed te zijn". In deel 2 ga ik verder in op deze toespraak van Michael A. Goodman die hij gaf aan de BYU. Echter voor nu sta ik stil bij zijn verwijzing naar een toespraak van president M. Russell Ballard.

President Ballard: "Ik wil er zeker van zijn dat mijn boodschap goed overkomt en dat u dit belangrijke punt begrijpt. Er is absoluut niets mis met het stellen van vragen of het onderzoeken van onze geschiedenis, leer en gebruiken. De herstelling begon toen Joseph Smith antwoorden zocht op zijn oprechte vragen. Ouders, leiders van jongemannen en jongevrouwen, leerkrachten in de kerk - waaronder docenten van seminarie, instituut en religieus onderwijs aan de BYU - bisschoppen en presidentes van de Zusterhulpverenigingen en ringpresidenten: als iemand met een vraag of zorg naar u toe komt, doe die vraag dan niet af en zeg niet dat diegene zich er geen zorgen over hoeft te maken. Trek de toewijding van die persoon aan de Heer of zijn werk niet in twijfel. Help die persoon in plaats daarvan antwoorden op zijn of haar vragen te vinden. We hebben verhalen gehoord over mensen die oprechte vragen stelden over onze geschiedenis, leer of praktijken, maar werden behandeld alsof ze geen geloof hadden. Dat is niet de manier van de Heer. Zoals Petrus zei: Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u vraagt naar de hoop die in u is. We moeten beter omgaan met oprechte vragen. Hoewel we misschien niet elke vraag over de kosmos of over onze geschiedenis, praktijken of leer een antwoord hebben, kunnen we wel veel antwoorden geven aan oprechte mensen."

Tot slot de reactie, eigenlijk is het meer een boodschap, van Micheal A. Goodman op deze toespraak van president Ballard: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben. We moeten het goede in hen zien en hun inzichten en integriteit waarderen, ook al zijn we het misschien niet altijd eens met hun conclusies. Dat is niet erg. Zij zijn het misschien ook niet altijd eens met onze conclusies, maar toch hopen we dat ook zij ons liefhebben, waarderen en respecteren."  








zondag 24 mei 2026

1. Afstamming is niet bepalend

 

Een vrouw waar ik zomaar niet aan voorbij kan reizen is Tamar. Zij hoort voor mij zeker thuis in het rijtje bijzondere vrouwen. En blijkbaar ben ik niet de enige die daar zo over denkt. Zeker als ik kijk naar Mattheüs 1 en het geslachtsregister van Jezus Christus. Vooral als je dat geslachtsregister vergelijkt met die van Lukas. In het geslachtsregister van Lukas wordt namelijk alleen maar gesproken over zonen. Al zal hij zo ook zijn redenen hebben gehad om juist deze insteek te gebruiken. 

Wat het geslachtsregister van Mattheüs nog meer bijzonder maakt, is dat de vrouwen waar hij voor kiest eigenlijk allemaal 'buitenbeentjes' zijn. De eerste vrouw die genoemd wordt is Tamar, en ik denk dat dit label zeker ook van toepassing is op haar. Vandaar dan ook deze vraag uit een les, als stof tot nadenken: "Wat kunnen wij leren van het feit dat Mattheüs deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus Christus opneemt?" Want aan de drie overige vrouwen die Mattheüs noemt, hangt ook een speciaal labeltje. Terwijl Mattheüs bijvoorbeeld ook gewoon had kunnen kiezen voor de vrouwen van Abraham, Izak en Jakob, wat hij uiteindelijk niet gedaan heeft. 

Hierbij in het kort het verhaal van Tamar, wat ik vond op Wikipedia. Zelf had ik het zo kort niet kunnen samenvatten, vandaar die keuze: "Juda trouwt met de dochter van Shua, een Kanaäniet. In Genesis hoofdstuk 38 krijgen Juda en zijn vrouw drie kinderen: Er, Onan en Shelah. Er trouwt met Tamar, maar God doodt hem omdat hij goddeloos was in Zijn ogen (Gen. 38:7). Tamar wordt volgens de gewoonte de vrouw van Onan, maar ook hij wordt gedood nadat hij weigert kinderen te verwekken voor de kinderloze weduwe en zijn oudere broer en in plaats daarvan zijn zaad verspilt. Hoewel Tamar met Shelah, de overgebleven broer, had moeten trouwen, stemde Judah daar niet mee in. Daarop misleidt Tamar Juda door zich voor te doen als prostituee en zo gemeenschap met hem te hebben. Wanneer Juda ontdekt dat Tamar zwanger is bereidt hij zich voor haar te laten doden, maar hij herroept zijn plan wanneer hij ontdekt dat hij de vader is (Gen. 38:24-26). Tamar is de moeder van een tweeling: Perez (Peretz) en Zerah (Gen. 38:27-30). De eerste is de patrilineaire voorvader van de Messias, volgens het boek van Ruth (4:18-22)." 



Het volgende komt, door mij samengevat, uit Scripture Helps: "Toen Juda zijn belofte niet nakwam om zijn jongste zoon aan Tamar uit te huwen, liet hij haar zonder echtgenoot en zonder de kans om kinderen te krijgen. Omdat ze graag kinderen wilde, nam Tamar haar toevlucht tot bedrog en speelde de hoer, om een kind met Juda te verwekken. De gebruiken van het leviraatshuwelijk zouden Juda zelfs de mogelijkheid geboden hebben om met Tamar te trouwen als zij niet met een van zijn zonen kon trouwen. Tamar wist waarschijnlijk dat haar daden ernstige gevolgen konden hebben. Toen Juda beval dat Tamar verbrand moest worden nadat hij vernam dat ze zwanger was, gebruikte Tamar de zegelring, armbanden en staf die Juda haar had gegeven, als bewijs dat hij de vader was. Juda bekent zijn zonde en verklaarde: Zij is rechtvaardiger geweest dan ik". 

In een oud lesboek wordt commentaar gegeven op wat er tussen Tamar en Juda gebeurde. Het volgende heb ik er uit gehaald: "Het is belangrijk om Juda's verdraaide waardenstelsel te benadrukken. Hij had er geen enkel probleem mee om Tamar met onvervulde beloftes naar huis te sturen, noch om een prostituee langs de weg op te pikken. Maar toen hij hoorde dat Tamar zwanger was, was hij zo woedend dat hij haar ter dood wilde laten brengen. Ten tweede laat het verhaal de afstamming van Juda zien, waaruit uiteindelijk de Messias zou voortkomen (zie Matteüs 1:3, Lukas 3:33). Een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid. Tenslotte wordt de waarheid duidelijk aangetoond dat het niet nakomen van verplichtingen vaak tot grotere problemen leidt. Had Juda zijn belofte aan Tamar trouw gehouden, dan zou de verleiding nooit hebben plaatsgevonden. Evenzo, als Juda de morele wetten had nageleefd, zou hij nooit met Tamar gezondigd hebben". 

Vooral de woorden "een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid" vind ik een zin om te onthouden. Niet alleen dat, ook om opnieuw mee aan de slag te gaan. Zeker als ik deze zin bezie in het licht van "Wij hebben Abraham als vader". "In de dagen van de Heiland waren veel Israëlieten van het verbond buitengewoon trots geworden en hadden ze zich afgewend van de leer van Jehovah. Sommigen geloofden dat het enkel afstammen van Abraham voldoende was om hen te redden. De Joden geloofden dat zij de enigen waren die rechtvaardige kinderen voor Abraham konden voortbrengen en dat alleen Abrahams letterlijke nakomelingen gered konden worden. Maar Johannes berispte hun trots en onrechtvaardigheid door te zeggen dat God uit stenen nakomelingen van Abraham kon opwekken". 

Aan de andere kant, nu we het toch hebben over afstamming, Shelah, die eigenlijk met Tamar had moeten trouwen, wordt gewoon tot de stam van Judah gerekend ondanks dat hij een Kanaänitische moeder had. En, zoals we kunnen lezen in Genesis 46, horend tot het gezin van Jakob die Israël wordt genoemd: "en zij kwamen in Egypte aan, Jakob en heel zijn nageslacht met hem. Zijn zonen en zijn kleinzonen met hem, zijn dochters, en zijn kleindochters en heel zijn nageslacht bracht hij met zich mee naar Egypte. De zonen van Juda; Er, Onan, Sela, Perez en Zerah. Er en Onan waren echter in het land Kanaän gestorven". 

In Numeri 26, vele jaren later, het volk van Israël staat aan de vooravond van het in bezit nemen van het land Kanaän, lezen we dat "de Heer tegen Mozes en tegen Eleazer, de zoon van de priester Aaron, zei: "Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, van twintig jaar oud en daarboven, naar hun families, ieder die in Israël met het leger uittrekt. De zonen van Juda waren Er en Onan, maar Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven. En dit waren de nakomelingen van Juda, ingedeeld naar hun geslachten: van Sela het geslacht van de Selanieten; van Perez het geslacht van de Perezieten; van Zerah het geslacht van de Zerahieten. Dit waren de geslachten van Judah, overeenkomstig het aantal van hen die geteld waren; zesenzeventigduizendvijfhonderd."

Interessant is trouwens, ik sta nu opnieuw stil bij Genesis 46, dat Shelah niet de enige was met een Kanaänitische moeder, die deel uitmaakte van het gezin van Jakob dat optrok naar Egypte. "De zonen van Simeon: Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul, de zoon van een Kanaänitische vrouw". En ook zijn nageslacht vinden we terug in de telling van Numeri 26: "De nakomelingen van Simeon, ingedeeld naar hun geslachten: van Saul het geslacht van de Saulieten". 

De volgende keer ga ik het hebben over Rachab. Ik vraag mij af wat zij zou vinden van het bovenstaande. Rachab is een hoer en daarnaast ook nog Kanaänitische. En ook zij is terug te vinden in een geslachtsregister. En wat voor een geslachtsregister: "uit wie geboren is Jezus, Die Christus genoemd wordt". Ik denk dat ze waarschijnlijk ook zou zeggen dat afstamming niet bepalend is. En daar kan ik mij helemaal in vinden.

"en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte,
geknechte en vrije,
man en vrouw;
en allen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33

Afbeelding stamboom: Wikipedia

zondag 17 mei 2026

Waarom wij niet?

 

Het Oude Testament is nog steeds mijn basis van reizen. En op de achtergrond speelt nog steeds dat er nog een aantal ras-en-het-priesterschap-plaatsen zijn die ik wil bezoeken. Echter, vandaar mijn vrij-reizen-abonnement, wil ik ook aandacht geven aan onderwerpen die bijvoorbeeld meer met mijn vrouw-zijn te maken hebben, zoals de dochteren van Zelafead. 

"Toen kwamen de dochters van Zelafead, ...Machla, Nog, Hogla, Milka en Tirza.
Zij gingen staan voor Mozes en voor Eleazar, de priester, 
en voor de leiders en heel de gemeenschap, 
bij de ingang van de tent van ontmoeting, met het verzoek;
Onze vader is gestorven in de woestijn, ...hij is om zijn eigen zonde gestorven.
Hij had echter geen zonen. 
Waarom zou de naam van onze vader 
uit het midden van zijn geslacht worden weggenomen,
alleen maar omdat hij geen zoon had?
Geef ons bezit te midden van de broers van onze vader."
HSV Numeri 27:1-4

Ik vind wat hier beschreven wordt om verschillende redenen geweldig. In gedachten zie ik deze vrouwen, deze vijf zussen, staan. Niet alleen voor Mozes en Eleazar, nee, voor de gehele gemeente. Van tevoren hadden deze zussen met elkaar overlegd. Ze weten wat ze willen zeggen en wat hun verzoek is. Echter, weten wat je wil zeggen, en het dan ook uiteindelijk naar voren brengen, het uitvoeren, dat kan soms een heel ander verhaal zijn. 

Dit is wat Scripture Helps zegt over wat een reden zou kunnen zijn om toch maar niet je mond open te doen. "Het Oude Testament geeft ook een inkijkje in de grote uitdagingen waar vrouwen in de oudheid mee te maken kregen, waar ze vaak werden onderdrukt, misbruikt en op andere manieren slecht werden behandeld. Gewoonten en gebruiken die in de meest moderne samenlevingen onrechtvaardig of problematisch lijken, werden gevormd door de culturele normen van die tijd." 

"De priester van Midian had zeven dochters. Zij kwamen om water te putten 
en vulden de drinkbakken om het kleinvee van hun vader te drinken te geven. 
Toen kwamen de herders en joegen hen weg, 
maar Mozes stond op,
verloste hen en gaf hun kudden te drinken."
Exodus 2:16-17

Ik denk dat vrouwen in deze tijd ook voor grote uitdagingen staan. Wij mogen dan heden ten dage geen water putten, echter intimidatie op straat is bij ons ook geen vreemd verschijnsel. Orange the World is de campagne van de Verenigde Naties tegen geweld tegen vrouwen. Op de vraag: "Wat zou er moeten gebeuren om geweld tegen vrouwen te bestrijden? Welke cultuuromslag is nodig om geweld tegen vrouwen te bestrijden?" wordt er onder andere dit gezegd: "De aanpak van geweld tegen vrouwen bestaat traditioneel vooral uit het aanspreken van vrouwen. Aan meisjes wordt nog altijd vaak aangeraden om niet te provocatieve kleding te dragen, niet alleen in het donker te lopen of te fietsen, niet dronken te worden, een verkrachtingsfluitje bij zich te dragen of weerbaarheidstrainingen te volgen. Het bizarre daarvan is dat daarmee niet alleen het probleem, maar ook de oplossing op het bordje van vrouwen wordt geschoven. Vrouwen en meisjes moeten voorkomen dat ze verkracht worden, in plaats van dat mannen en jongens ervoor zorgen dat zij geen dader worden. We moeten investeren in mannen en jongens, door hen op vroege leeftijd duidelijk te maken wat geweld tegen vrouwen teweegbrengt en hoe zij kunnen voorkomen dader te worden, en door hen te betrekken als belangrijke medestanders om het denigreren en objectiveren van vrouwen uit te bannen en andere mannen aan te spreken die zich daar schuldig aan maken. We moeten mannen en jongens betrekken, en dan niet (alleen) als potentiële daders, maar vooral ook als potentiële medestanders, om er samen voor te zorgen dat geen man of jongen geweld tegen vrouwen en meisjes acceptabel vindt, laat staan stoer of cool". Mozes stond op, en als medestander van deze vrouwen, joeg hij, notabene in zijn eentje, de herders weg. 

Ook in zijn leiderschap liet hij zien, zoals nu met deze zussen, dat hij verder ging dan de culturele norm van zijn tijd, die in hun voorstel afweken van wat in die tijd gebruikelijk was. Ze werden door Mozes niet alleen gezien, maar ook gehoord. Want "Mozes bracht hun rechtszaak voor het aangezicht van de Heer". En dit is het antwoord van de Heer: "De dochters van Zelafead hebben gelijk; u moet inderdaad een eigen erfelijk bezit geven, te midden van de broers van hun vader, en u moet het erfelijk bezit van hun vader op hen doen overgaan. En tegen de Israëlieten moet u zeggen: Wanneer iemand sterft en geen zoon heeft, dan moet u zijn erfelijk bezit op zijn dochter doen overgaan." 

In onderstaande video gaat Camille Fronk Olsen verder in op deze verzen uit de Bijbel, waardoor je nog meer waardering krijgt voor dit verhaal. Ergens in deze video zegt professor Olsen het volgende: "In plaats van naar anderen te kijken die misschien ouder en meer gerespecteerd waren in het kamp voor een oplossing, zeiden zij: Waarom wij niet? Zij handelden zelfstandig en lieten niet met zich handelen." 

En zo "hebben deze vijf vrouwen, duizenden jaren later, nog steeds invloed op de wereld". En ben ik, zo reizend door de Schrift, ongemerkt toch ook weer terug bij Zijn is zien. Om van hieruit verder te reizen naar die andere vrouw die ook besloot de touwtjes in handen te nemen. 


maandag 2 maart 2026

Het vertellen van je verhaal

 


Onlangs waren wij in Het Noordbrabants Museum, waar wij onder andere naar de tentoonstelling Ketahanan 'verhalen van veerkracht' zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking met de Molukse gemeenschap is gemaakt en die "opgebouwd is rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst". 



"Deze tweedelige collage van Eva Ririhena toont haar twee grootmoeders. 
Dora van moederskant en Johanna van vaderskant. 
Hiermee laat ze zien dat haar identiteit bestaat uit twee helften, 
twee achtergronden, van twee kanten van de wereld. 
Tegelijkertijd blijven deze vrouwen voor altijd verbonden via haar."


Ik kon mijzelf herkennen in bovenstaande collage, maar ook in de thema's die aan bod kwamen. En zeker ook in de opmerking dat het verleden doorwerkt in het heden. Alhoewel ik daar in een ander jasje stond, zijn dit ook onderwerpen die deel uitmaken van mijn verhaal. Wat mij, ik reis nog steeds door de Schriften, mij brengt bij de vloek van Cham, die  eeuwenlang gebruikt is voor het rechtvaardigen van slavernij. 

Voordat ik echter het Cham-pad op ga, wil ik eerst stil staan bij iets anders. Onlangs heb ik weer een uitnodiging van het ziekenhuis gehad, voor een controleafspraak. Volgende maand is het vier jaar geleden dat ik de diagnose kanker kreeg. Er staat dus weer een onderzoek voor de deur. Het kan zijn dat ik daar op een later moment nog op terugkom. 

In de periode dat ik mijn diagnose kreeg, bestudeerden wij ook het Oude Testament en ben ik met kanker in mijn rugzakje, al schrijvend op reis geweest met het volk van Israël. Toen dit traject was afgerond,  heeft die ervaring mij aangezet om al schrijvend te blijven reizen. Echter, ergens tijdens die reis veranderde steeds meer de inhoud van mijn rugzakje en besloot ik op een gegeven moment dat het tijd was om over te stappen op een andere trein. Niet alleen dat, ik besloot ook deze ervaringen niet voor mijzelf te houden, maar verslag te doen van wat ik zoal onderweg tegen kwam. En zo reisde ik van het Oude Testament naar het Nieuwe Testament. Daarna bezocht ik het Boek van Mormon en vorig jaar de Leer en Verbonden. En dan nu terug bij het Oude Testament, waar het in wezen allemaal mee begon. 

Terugkijkend op mijn reis door de Schriften tot nu toe kan ik zeggen dat ik ondertussen het nodige heb geschreven. Een reis die uiteindelijk begon met God houdt van diversiteit. Daarna was alles grotendeels afhankelijk van waar ik was op dat moment. Onlangs in onze eigen wijk nog, die bestaat uit 19 verschillende nationaliteiten, waaronder leden uit Curaçao, Brazilië, Peru, Roemenië, Dominicaanse Republiek, India, Italië, Nigeria, Schotland en Wit-Rusland, om een paar landen als voorbeelden te noemen, sprak onze bisschop nog over eenheid en het belang van diversiteit. Ondanks de aandacht voor dit onderwerp binnen de kerk is dit voor mij geen reden om mijn reis te beëindigen, hoe aantrekkelijk dit soms ook lijkt. Er zijn nog te veel Oude Testament-plaatsen die ik wil bezoeken en waar ik verslag van wil doen. 

Daarnaast heb ik nog niet ervaren hoe het is om door het Oude Testament te reizen met in mijn rugzakje dat "allen gelijk zijn voor God". Kanker heeft daar toentertijd een stokje voor gestoken. Daarop terugkomend, mensen denken dat als je 'klaar' bent met je behandelingen, dat dan de vlag uit kan. Alleen je bent er dan nog niet. De fase erna heeft zo ook zijn eigen uitdagingen. Ga je overleven, herleven of voortleven? 

Kijkend naar de openbaring op het priesterschap, toen ging min of meer wel de vlag uit, en gaf ouderling Bruce R. McConkie na deze gebeurtenissen een toespraak waarin hij zei: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Echter, zo eenvoudig bleek dit vergeten niet te zijn, waardoor de vlag toch iets minder fier wapperde. 

Over deze fase na het opheffen van de restrictie zei Carol Lawrence-Costly, voormalig raadgeefster in het algemeen jongevrouwenpresidium, het volgende: "Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen. Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". Wat ik zie als de doorwerking, of een bijwerking, van het racisme uit het verleden in het heden.

En zo zag ik meer overeenkomsten tussen mijn beide rugzakjes. Behandeld worden voor kanker is niet alleen een lichamelijk proces; het beïnvloedt je leven op tal van andere manieren. En zo is de restrictieperiode ook gelinkt aan allerlei andere onderwerpen. Bijvoorbeeld aan het voorbestaan, het eeuwige huwelijk, de vloek van Kaïn en Cham en niet te vergeten het verbond van Abraham, waar we het nu over hebben. Of het opslaan van mijn tent bij de Kirtlandtempel wat daarmee te maken heeft, en de woorden van president Russell M. Nelson: "Op grond van priesterschapssleutels hebben wij het gezag om alle zegeningen die God aan Abraham beloofde aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen. Tempelwerk maakt deze uitzonderlijke zegeningen aan al Gods kinderen beschikbaar, waar of wanneer ze ook leefden of leven. Laten we ons verheugen dat priesterschapsleutels weer op aarde zijn!" 

Wat voor mij ook vervat zit in deze ene zin, wat te maken heeft met de HOE van de herstelling:
Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid 
tussen zwart en wit

Wat een variatie is op "Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid tussen Samaritanen en Joden", afkomstig uit een toespraak van ouderling Ulisses Soares. 

In één van de voetnoten van deze toespraak van ouderling Soares verwijst hij naar een toespraak van Martin Luther King jr.: Facing the Challenge of a New Age, de uitdaging van een nieuw tijdperk aangaan. Sommige mensen maken onderscheid tussen hun leven voor en na de kanker. Zover ben ik nog niet, omdat ik nog in remissie zit. Daarnaast, wat ik ook zie als iets behorend bij deze fase, is het vertellen van mijn verhaal en mijn uiteindelijke beslissing om dit te doen aan de hand van de Schriften. 

In Facing the Challenge of a New Age zegt Martin Luther King namelijk iets wat ik herkende: "De grote tragedie van fysieke slavernij was dat het leidde tot verlamming van mentale slavernij. Zolang de zwarte man deze onderdanige houding behield en de hem toegewezen plaats accepteerde, heerste er een soort raciale vrede. Maar het was een ongemakkelijke vrede waarin de zwarte man gedwongen werd geduldig beledigingen, onrecht en uitbuiting te verdragen. Het was een negatieve vrede. Ware vrede is niet slechts de afwezigheid van een negatieve kracht - spanning, verwarring of oorlog; het is de aanwezigheid van een positieve kracht - rechtvaardigheid, goede wil en broederschap. En zo was de vrede die op dat moment tussen de rassen bestond een negatieve vrede, verstoken van elke positieve en blijvende kwaliteit. Zijn religie openbaarde hem dat God al zijn kinderen liefheeft, en dat ieder mens, van een zwarte tot een witte, van belang is op Gods klavier... Met dit nieuwe zelfrespect en hernieuwde gevoel van waardigheid bij de zwarte bevolking werd de negatieve vrede in het Zuiden snel ondermijnd." Wat mij doet denken aan Rood is de kleur van...

Onlangs bespraken wij in onze vrouwenorganisatie opnieuw een toespraak van ouderling Soares, die als titel had: Met de deugd van zelfbeheersing getooid. Zoals wij de toespraak in onze vrouwenorganisatie bespraken, stond het woord zelfreflectie centraal. Zelfreflectie, maar dan gezien door de ogen van kanker, heeft ook te maken met dat je naar binnen kijkt, naar wat wel of niet goed gaat en hoe daarmee om te gaan. Vaak heeft men het dan ook over verschillende fases die je doorloopt. Over de laatste fase, heroriëntatie en aanpassen aan nieuwe situatie, werd dit gezegd: "Veel mensen ervaren deze 2.0-versie van zichzelf als beter dan wie ze waren voor ze ziek waren. Je hebt sinds de diagnose een lange weg afgelegd met veel dips en uitdagingen. Maar meestal hervind je jezelf. Of kom je er sterker uit". Dat is een bemoedigende uitkomst. Alleen het bezig zijn met die 2.0-versie van mijzelf voelt gek genoeg, omdat ik nog druk bezig ben met dit rugzakje, toch als een ander rugzakje, als een andere reis.   

In  de toespraak 'Met de deugd van zelfbeheersing getooid' werd ook Martin Luther King jr. aangehaald, alleen nu niet als voetnoot: "De ultieme maatstaf voor iemands karakter is niet waar hij staat in tijden van voorspoed en comfort, maar waar hij staat in tijden van tegenspoed en controverse". Als er iemand werd geconfronteerd met tegenspoed en controverse, was het Martin Luther King jr. wel. "Martin Luther Kings filosofie van niet-gewelddadig verzet leidde bij talrijke gelegenheden tot zijn arrestatie. In totaal is hij 29 keer opgepakt. King werd gehaat door aanhangers van de rassenscheiding in de zuidelijke staten. Er werd een aanslag op zijn woonhuis gepleegd en hij en andere zwarte leiders werden op beschuldiging van samenzwering veroordeeld. Hij werd in de borst gestoken, meermaals geslagen, en bijna dagelijks met de dood bedreigd". Ondanks dit alles bleef hij trouw aan zijn principes en bleef hij zich vasthouden aan zijn droom. 

In die zin, zeker kijkend naar deze toespraak van ouderling Soares, vind ik Martin Luther King jr. een voorbeeld van iemand die met de deugd van zelfbeheersing getooid was. Zeker als ik kijk naar hem door deze woorden: "Hoewel we ernaar streven zachtmoedig te zijn en twist te vermijden, betekent dat niet dat we moeten marchanderen met onze toewijding aan de waarheden die we begrijpen. We moeten ons standpunt of onze waarden niet opgeven. Het evangelie van Jezus Christus en de verbonden die we gesloten hebben, maken ons tot voorvechters in de eeuwige strijd tussen waarheid en dwaling. In die strijd is er geen tussenweg". 

Als vader had Martin Luther King jr. een wens. Dat zijn vier kinderen zouden opgroeien in een wereld waar ze niet zouden worden beoordeeld op de kleur van hun huid, maar op wie ze waren als persoon. Getuigt zijn verhaal niet juist ook van goed voorouderschap?




maandag 19 januari 2026

4. Onze ware identiteit en labels


"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid." 
President Spencer W. Kimball


Tijdens de algemene conferentie van 2020 zei ouderling Quentin L. Cook het volgende: "Laten we onszelf op dit keerpunt van tweehonderd jaar kerkgeschiedenis vast voornemen om rechtschapen te leven en eensgezinder te zijn dan ooit tevoren. Met ons geheel inclusieve leer kunnen wij een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren". 

Tijdens dezelfde conferentie zei president Dallin H. Oaks dit: "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaarde grieven gehad. In een aangrijpende persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen."

En ook president Russell M. Nelson sprak tijdens deze conferentie: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israël beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat, is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van uw huidskleur. Het bedroeft mij zeer dat onze zwarte broeders en zusters over de hele wereld door racisme en vooroordeel zo veel ellende te verduren hebben. Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding of handeling die door vooroordeel wordt ingegeven. Ik smeek u om respect voor al Gods kinderen te bevorderen". 

"Zwarte Heiligen der Laatste Dagen noemden deze verklaring van president Nelson historisch". Over historisch gesproken, ik vond dat ook van de evangelieverklaring Ras en het priesterschap. Ondanks dat ik amen kan zeggen op al het bovenstaande, ervaar ik een maar-gevoel. De opdracht is racisme uitbannen, heden en verleden. Kunnen we dit echter uitbannen zonder bewustwording? Hoe ziet dat er in de praktijk dan uit? Kijkend naar wat Theresa A. Dear van het NAACP zei, die door president Oaks werd geciteerd, viel mij het woord zwijgzaamheid op. Was ik zelf jaren niet zwijgzaam geweest over mijn eigen ervaringen, zelfs als de openbaring op het priesterschap werd besproken? Echter, die zwijgzaamheid doorbreken bleek in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn en ik liep tegen dingen aan zoals 'profeten maken geen fouten'. 

De kerk heeft een artikel geschreven over de rol van profeten. Dit artikel gaat ook in op de feilbaarheid van profeten. Interessant is trouwens ook deze opmerking over unanimiteit: "De leer wordt verklaard en uitgelegd door de president van de kerk, waarbij het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf hem ondersteunen. Zij handelen unaniem, volgens het patroon in Leer en Verbonden 107:27-31". Gelukkig, ondanks alles, is mijn moeder niet weggerend. Waar ik het echter over wil hebben, is wat te doen met sommige boeken van de kerk. Boeken hebben geen mond. Ze staan stil in de kast, mij om het even in welke kast, maar ze spreken wel degelijk.

Het is geweldig, behalve dan...


behalve dan de minder leuke stukjes.
Met wat voor films en muziek voed jij je geest?


Op bovenstaande poster heeft men het over films en muziek, maar hoe zit het met sommige kerkboeken? Boeken die geweldig zijn... op de racistische stukjes na dan. 



Wie van de oudere generatie, en daar reken ik mijzelf ook toe, is niet grootgebracht met deze boeken van Joseph Fielding Smith? En dat Shawn Crank zegt dat hij altijd quotes ziet van deze boeken, daar heeft hij helemaal gelijk in. Tijdens de afgelopen oktoberconferentie citeerde president Oaks nog uit deel 1 (zie voetnoot 6) door president Joseph Fielding Smith te citeren. 


Deze boeken zijn nog steeds te verkrijgen, en zoals je in de beschrijving kunt lezen, een 'must have' voor Heiligen der Laatste Dagen. En ook bij ons in de kerkmediatheek staan ze nog volop. Alleen, je voelt hem al aankomen, ik zie tevens het insect. Het insect van racisme. 

De Leer tot Zaligmaking, deel 1:
- blz. 63: "Er is een reden waarom de ene mens wordt geboren met een zwarte huid en met andere nadelen, terwijl de ander wordt geboren met een blanke huid en grote voordelen. Deze reden is dat wij, voordat wij hier kwamen, reeds bestonden en in mindere of meerdere mate gehoorzaam waren aan de wetten die ons daar werden gegeven. Zij die daar in alle opzichten getrouw waren, ontvingen grotere zegeningen hier, en zij die niet standvastig waren, ontvangen minder."
- blz. 67: "Bij de oorlog in de hemelen was geen sprake van neutrale partijen. Allen hebben partij gekozen, hetzij voor Christus, hetzij voor Satan. Ieder had daar beschikking over zijn vrije wil, en de mensen ontvangen hier beloningen op grond van wat zij daar hebben gedaan, net als zij in het hiernamaals beloningen zullen ontvangen voor de in het lichaam verrichte daden. De negers zullen, dat is duidelijk, de beloning ontvangen die zij verdienen."
- blz. 139: "Tubal-Kaïn was de vader van alle smeden, lang voor de zondvloed kwam. Toch hebben in het midden van de negentiende eeuw, toen Speke Grant, Livingstone en anderen de ontdekkingsreizen maakten naar de binnenlanden van Afrika, de afstammelingen van Kaïn aangetroffen die nog als wilden in het 'stenen tijdperk' leefden. Columbus zag in 1492 dat het 'stenen tijdperk' nog lang niet voorbij was. Zo troffen pioniers in 1847 in Utah vergelijkbare toestanden in de dalen van onze bergen aan". Dit is slechts een klein gedeelte van pagina 139.  

Leer tot Zaligmaking, deel 2:
- blz. 56: De enige zielen die ter wereld komen en aan beperkingen onderhevig zijn, zijn de negers. Zij kunnen het priesterschap niet dragen; maar negers mogen wel worden gedoopt, en we hebben in de kerk veel negers. Met welk recht of om welke reden zullen wij daarom onschuldige kinderen het recht ontzeggen het celestiale koninkrijk binnen te gaan, of ze nu zwart, bruin of geel zijn, als die kinderen, in alle onschuld en zonder zonden, jong sterven? Als een neger het celestiale koninkrijk kan verwerven door zich te laten dopen, en de Chinezen en de Japanners of welk ras dan ook, zou het dan consequent zijn kinderen het recht te ontzeggen dit rijk binnen te gaan alleen omdat zij onder ongunstige omstandigheden werden geboren?

Leer tot Zaligmaking, deel 3:
- blz. 148: Een van het bloed van Kaïn mag, als hij zich werkelijk bekeert, gedoopt en lid van de kerk worden en een patriarchale zegen ontvangen. Sommige negers die lid van de kerk zijn, hebben een patriarchale zegen ontvangen. 

In de mediatheek van de kerk stond nog een boekje van Joseph Fielding Smith. Ik neem daar ook maar gelijk een aantal uitspraken uit mee. 

De weg naar volmaking:
- blz. 50: Dat de neger bijvoorbeeld beperkingen zijn opgelegd wegens hun houding in de geestenwereld zal door weinigen worden betwijfeld. Het zou niet rechtvaardig zijn als hun de macht van het Priesterschap zou worden onthouden, indien dat niet een straf zou zijn voor enige daad of daden vóór hun geboorte begaan. Toch komen zij, gelijk alle andere geesten die in deze wereld werden geboren, onschuldig voor God, voor zover het hun sterfelijk bestaan betreft. Hier kunnen zij onder bepaalde beperkingen hun tweede staat volbrengen. Indien zij in deze staat trouw blijken te zijn, zal onze eeuwige Vader, Die rechtvaardig en waar is, het ongetwijfeld dienovereenkomstig belonen en zullen zij enige zegeningen tot verhoging ontvangen.
- blz 53: Is het niet redelijk te geloven dat de Here de uitverkoren geesten voor de beste klasse naties zou uitkiezen? En is het niet redelijk te geloven dat minder waardige geesten voor een minder begunstigd geslacht worden bestemd? Is dat niet in hoge mate de verklaring van de rassen in al hun verscheidenheid van kleur en intelligentie die wij in de wereld aantreffen? 
- blz. 100; Niet alleen dat Kain moest lijden, maar door zijn goddeloosheid werd hij de vader van een minderwaardig ras. Een vloek werd over hem uitgesproken en die vloek heeft zich over zijn nakomelingschap voortgezet zolang de tijd duurt. Miljoenen zijn met de vloek van een zwarte huid in de wereld gekomen en werden het voorrecht van het priesterschap en de volledige zegeningen van het Evangelie onthouden. Deze zijn de afstammelingen van Kaïn. Bovendien heeft men hen van het begin afgescheiden gehouden van de rest van het mensdom. Henoch zag de mensen van Kanaän, de afstammelingen van Kaïn, en hij zegt: .... er kwam een zwarte kleur op alle kinderen van Kanaän, dat zij onder alle mensen werden veracht... En Henoch ging voort het ganse volk tot bekering te roepen, behalve het volk van Kanaän  (Mozes 7:8,12). Billijkheidshalve moet worden gezegd dat er onder de nakomelingen van Kaïn velen zijn geweest die rechtschapen waren en in deze tweede staat zo goed mogelijk leefden volgens het licht dat zij hadden. Laten wij bidden dat de Here hen wegens hun onkreukbaarheid zal zegenen met enige zegeningen van verhoging, indien niet de volheid. Maar wat een contrast! 

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Want in dit boekje, De weg naar volmaking, wordt ook stilgestaan bij woorden van president Brigham Young, bij Cham, Egyptus en het volk van Kanaän (zie Mozes 7). Wil ik hiermee zeggen, vanwege de insecten, dat deze boeken in het water gegooid kunnen worden of dat de naam van de Brigham Young universiteit veranderd moet worden? Nee. Maar het geeft wel aan waarom ik ervoor gekozen heb om vier jaar door de Schriften te reizen aan de hand van de standaardwerken. Juist omdat ik zelf opnieuw mijn Schriften moest leren lezen, los van deze teksten van het verleden. Een proces dat nog steeds gaande is. Dit is ook waarom ik bijvoorbeeld soms zo de nadruk leg op de HOE van de herstelling. Dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk herstelde, er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Dit veranderde na de dood van Joseph Smith. Of het verbond van Abraham, omdat in het oude gedachtengoed zwarte mensen van Afrikaanse afkomst hiervan uitgesloten waren, wat vaak ook doorwerkte in hun patriarchale zegens. Daarnaast, vergeet niet dat er veel exemplaren van deze boeken zijn verkocht en evenveel leden van de kerk hierdoor zijn beïnvloed, zoals Brad Wilcox, die zich verontschuldigde voor een onjuiste uitspraak over zwarte mensen en het priesterschap. Wat een voorbeeld is van hoe woorden uit het verleden doorwerken in het heden. 

Tot slot nog twee dingen. Allereerst dit. In het verleden heb ik een stukje geschreven dat ik de titel Stof heb gegeven. Dat logje gaat over Bruce R. McConkie, die president Joseph Fielding Smith aanhaalt, die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand heeft gezegd. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft, is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden". 

En ten tweede de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' die ik, zoals ik al zei, als historisch heb ervaren. Daarin staat namelijk het volgende: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarte of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden. De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk". 

"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid."
President Spencer W. Kimball



maandag 5 januari 2026

1. Onze ware identiteit en labels


"Want zie,
dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39


Als ik opnieuw alleen voor de HOE van de herstelling zou gaan, dan zou ik zeker als jaarthema kiezen: "Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid". Er zijn echter nog meer onderwerpen die mij aanspreken, die de afgelopen jaren een beetje ondergesneeuwd zijn geraakt, waar ik, zeker nu ik door het Oude Testament reis, ook aandacht aan wil geven. Daarom, met een zeker spoor van pijn in mijn hart, laat ik deze zin los, ondanks dat alles terug te leiden is naar het Plan van Zaligheid, waar Christus het middelpunt van is. "Heilige verordeningen en de goddelijke autoriteit om ze te bedienen, zijn niet ontstaan met de herstelling van het evangelie en de stichting van de moderne kerk in 1830. 

Dat wil echter niet zeggen dat ik gedurende mijn reis door het Oude Testament geen aandacht zal geven aan de woorden "dit is mijn werk en mijn heerlijkheid". Al was het alleen maar vanwege de vragen "Wat is Gods werk, en welke rol spelen wij daarin?" en "Wie zijn wij?" of 


"Ben ik een eend of een zwaan?"




Vragen die alles te maken hebben met deze opmerking: "Als kind van God heb ik een goddelijke bestemming", wat ook een terugkerend thema is in het Oude Testament. Over jezelf zien als een eend of een zwaan zei president Russell M. Nelson het volgende. "Hoe je denkt over wie je werkelijk bent, is van invloed op bijna elke beslissing die je ooit neemt". 





Omdat uit dit denken je handelen voortvloeit, is de Heer er alles aan gelegen om jou te doen beseffen dat je een zwaan bent. Vandaar dat president Nelson zei dat "als de Heer tot je zou spreken, Hij ervoor zou zorgen dat je je ware identiteit zou begrijpen". Daarom is het zo belangrijk dat je "de waarheid kent over wie je bent". 

In deze toespraak over 'kiezen voor de eeuwigheid' heeft president Nelson het ook over labeling. "De tegenstander is gek op labels, omdat ze verdeeldheid scheppen en beperkend werken op hoe wij over onszelf en elkaar denken." Ik zou nu al mijn tent kunnen opslaan en voor een paar dagen stil kunnen staan bij 'hoe we over onszelf denken' en 'hoe wij over elkaar denken', wat onder andere blijkt uit het verhaal van het lelijke eendje. "Het is verdrietig als we labels meer in ere houden dan we elkaar in ere houden”. 

Labeling, zoals dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk bestaan, "kan uitlopen op vooroordelen en vijandigheden", al is dit juist niet waar ik bij stil wil staan. En toch ook wel weer, maar dan gezien door deze woorde: "Als de Heer tot je zou spreken zou Hij ervoor zorgen dat je je ware identiteit zou begrijpen". President Nelsons woorden "Als de Heer tot je zou spreken” zijn voor mij niet zomaar wat loze woorden. Zeker kijkend naar wat de Heer tot mij zegt over "mijn ware identiteit" door middel van mijn patriarchale zegen. Daarnaast leerde ik door mijn zegen dat een zwarte huid die op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk bestaan zou wijzen, waar ik mee grootgebracht ben, een fabel is. 
. 
Toen ik de Liahona van deze maand opensloeg, zag ik de naam Ahmed S. Corbitt staan. Meerdere keren heb ik op mijn blog al naar hem verwezen. Dit vanwege zijn essay en zijn bijdrage aan het boekje Stay Thou Nearby, waardoor een aantal dingen die hij zegt in dit artikel niet nieuw voor mij waren, zoals de woorden die betrekking hebben op hoe we ervoor kunnen zorgen dat we geen kritische houding jegens profeten en apostelen ontwikkelen: "Veroordeel mij niet wegens mijn onvolmaaktheid, zei Moroni, noch mijn vader wegens zijn onvolmaaktheid, noch hen die vóór hem hebben geschreven; maar dank liever God dat Hij u onze onvolmaaktheden heeft onthuld, opdat u zult leren wijzer te zijn dan wij geweest zijn, (Mormon 9:31)". 

Ouderling Corbitt zegt echter ook iets in dit artikel waarvan ik kan getuigen dat het zo is: "Naarmate ons geloof in Christus en ons vertrouwen in God toenemen, kijken we vooruit met een oog vol geloof en zien we dat hun beloften worden vervuld". Wat in mijn patriarchale zegen stond, en waar ik toen geen woorden voor had, werd jaren later bevestigd door deze woorden uit de 'evangelieverhandeling ras en het priesterschap': "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: …een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven". "Geloof is richtinggevend" en dat is een patriarchale zegen ook. Geen moment echter had ik, zeker als grijs zwanenkuiken die ik toen was, voor mijzelf bedacht dat er ooit een dag zou komen dat ik gedurende vier jaar zou schrijven over onrechtschapen handelingen in het voorbestaan, ras en het priesterschap en de HOE van de herstelling.

Tot slot, opnieuw president Nelson: "Er zijn uiteraard labels die voor jou misschien heel belangrijk zijn. Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Je hoort me niet zeggen dat andere aanduidingen en labels geen gewicht hebben. Ik zeg alleen dat geen enkele aanduiding de plaats kan innemen van of voorrang kan krijgen boven deze drie blijvende aanduidingen: kind van God, verbondskind en discipel van Jezus Christus. Elk label dat niet verenigbaar is met die drie basisaanduidingen zal uiteindelijk als een zeepbel uit elkaar spatten. Andere labels zullen in de loop der tijd op een teleurstelling uitdraaien, omdat ze niet de macht hebben om je dichter bij het eeuwige leven in het celestiale koninkrijk van God te brengen. Wereldse aanduidingen zullen je nooit helder inzicht geven in wie je uiteindelijk kunt worden. Ze zullen nooit je goddelijke DNA of onbeperkte goddelijke potentieel bevestigen". Omdat het niet in overeenstemming is met 

"Want zie,
dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39




donderdag 18 december 2025

4. Racisme, heden of verleden


"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het heden."



Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk. Maar wat betekent racisme nu precies? Als ik dat google, zie ik door de bomen het bos niet meer. Als er iets is wat ik zo tegen het einde van het jaar wil vermijden, is het dat wel. Daarom heb ik het omgedraaid, omdat ik de vraag over racisme makkelijker kan beantwoorden door te zeggen wat racisme niet is. Daarnaast bewandel ik hiermee het kerkelijke pad. 

Ik denk dat je in de eerste alinea van de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' heel duidelijk kunt lezen wat racisme niet is. Een verhandeling die voor mij een bron van inspiratie is: "De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen omarmt de hele mensheid, zowel volgens haar theologie als in de praktijk. Volgens de Schriftuur en de leringen van de kerk heeft God al zijn kinderen lief en is eeuwig heil voor iedereen mogelijk. God heeft alle rassen en etnische groepen geschapen en beschouwt ze als gelijkwaardig. In het Boek van Mormon wordt het zo verwoord: "Allen zijn voor God gelijk". 
 
"Allen zijn voor God gelijk."

In Race and The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints lezen we onder andere nog dit: "Ras is een concept dat mensen categoriseert op basis van hun huidskleur of andere fysieke kenmerken. Helaas wordt ras vaak gebruikt om mishandeling te rechtvaardigen of om te suggereren dat de ene groep beter is dan de andere. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen leert dat iedereen een gelijk kind van God is, ongeacht ras, etniciteit, achtergrond, huidskleur of nationaliteit. Het Boek van Mormon leert: "Allen zijn gelijk voor God. God heeft al zijn kinderen lief. We zijn gelijk in zijn ogen".  

"We zijn gelijk in zijn ogen."

Ondanks dat "Allen gelijk zijn voor God", lees ik vervolgens ook in de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap', die over racisme gaat, dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het priesterschap werden geordend en dat zij en de vrouwen niet mochten deelnemen aan de tempelbegiftiging of aan verzegelverordeningen. Ik lees over slavernij, rassenscheiding en vooroordelen. Dat zwarten geen tempelhuwelijk konden sluiten. Daaroverheen lees ik dat in de loop der jaren door kerkleiders en -leden gespeculeerd werd over deze redenen van beperkingen. En dat deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. 

“Op 8 juni 1978 werd een openbaring ontvangen die de restrictie tot het priesterschap herriep en tevens dat de zegeningen van de tempel beschikbaar werden gesteld voor alle waardige heiligen der laatste dagen, zowel mannen als vrouwen. Deze afdeling staat in de kerk bekend als de openbaring over het priesterschap, en is een historisch keerpunt" (evangelieverhandeling Ras en het priesterschap). Dit was voor velen een dag van vreugde; het veegde echter uiteindelijk alleen de blaadjes schoon. 

Deze maand werd in ons 'Kom dan volg Mij'-lesboek aandacht gegeven aan Officiële Verklaring 2. In de inleidende tekst werd dit gezegd: "Maar eeuwige waarheid verandert niet, hoewel ons begrip ervan wél verandert. En soms werpt openbaring meer licht op waarheid". De waarheid is dat "God geen aannemer des persoons is". Woorden die mij zo terugbrengen  naar de nieuwtestamentische kerk. Niet alleen dat, ook naar de proclamatie over de herstelling en de eerste zin uit dit woordmonument, wat mijn rode draad, mijn thema, van dit jaar was: 




In deze les over Officiële Verklaring 2, wordt ook verwezen naar Ahmad Corbitt's 'A Personal Essay on Race and the Priesthood'. Aan ouderling Corbitt's essay, dat uit vier delen bestaat, heb ik in het verleden al de nodige aandacht gegeven, dus ik zal dat niet opnieuw doen. Waar ik wel bij stil wil staan, is dat ouderling Corbitt zijn ervaringen ook nog gebundeld heeft in een boekje 'Stay Thou Nearby', samen met drie andere zwarte algemene autoriteiten, waaronder Tracy Y. Browning en ouderling Edward Dube. Vertel je verhaal ten voeten uit. 
Wanneer je het hebt over het veroordelen van het racisme in het heden of verleden, dan kun je je ogen niet sluiten voor het feit, wat met bewustzijn te maken heeft, dat het racisme van het verleden doorwerkt in het heden. Dat is in de maatschappij zo, en helaas in de kerk is het soms ook niet anders, omdat wij die maatschappij zijn, maar dan in het klein. 

Paul Reeve, onder andere de schrijver van het boekje 'Let's talk about Race and priesthood', geeft dit als antwoord: "Hoe kunnen Heiligen der Laatste Dagen in de 21ste eeuw gehoor geven aan de oproep van president Nelson om overal het voortouw te nemen in het opgeven van vooroordelen? President Nelson pleitte ervoor om respect voor al Gods kinderen te bevorderen. Hoe beantwoorden we zijn oproep als we niet in staat zijn te herkennen hoe vooroordelen eruitzien en wat ze zijn? Hoe kunnen we racisme uitroeien als we niet bereid zijn de wortels ervan te onderzoeken?" 

 Carol Lawrence-Costly, zij vertelde ook haar verhaal in Stay Thou Nearby, en ik denk dat haar woorden heel goed weergeven wat ik bedoel met alleen de blaadjes werden schoongeveegd: "Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen. Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". 


Carol Lawrence-Costly



Ik deel deze gevoelens van Carol Lawrence-Costly, zeker als het gaat om de woorden dat "vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". Mijn vorig logje ging over dat de kerkleiders in deze tijd elke vorm van racisme veroordelen. Over dit verleden zei Paul Reeve: "Mensen hoeven ons niet op ons woord te geloven, maar ze kunnen het bewijsmateriaal inzien en de toespraken in hun geheel lezen". Uit dit geheel van toespraken over het verleden heb ik onderstaand stukje geknipt.

Verleden

"De Afrikaan heeft het recht de eerste beginselen van het evangelie te ontvangen; 
deze vrijheid wordt al deze dienaren aangeboden.
Ze genieten de vrijheid om zich te laten dopen tot vergeving van zonden 
en om de heilige Geest te ontvangen door handoplegging;
zij genieten het voorrecht nederig te leven voor de Heer, hun grote Meester,
om zo voortdurend de geest van de Heer te genieten.
Kortom, voor zover het de gewone gemakken van leven, 
verlossing, licht, waarheid en genot betreft, 
heeft de zwarte Afrikaan precies hetzelfde voorrecht als de witte man.
Maar 
ze kunnen niet in het priesterschap delen;
ze kunnen de heerschappij niet verdragen;
ze kunnen nergens heersen totdat de vloek van hen is verwijderd;
zij zijn een dienaar van dienaren."

Heden

Mijn laatste stukje van dit jaar wil ik afsluiten met de Nehoriaanse olifant, die geen nieuwe verschijning op mijn blog is. Ik blijk iets te hebben met olifanten, want dit is niet de eerste olifant op mijn blog. Nehoriaanse verwijst naar Nehor, een man uit het Boek van Mormon, die door zijn vleierijen allerlei mensen voor zich weet te winnen, wat de man in onderstaande video uiteindelijk ook doet. Deze video bevestigt niet alleen "de gangbare raciale ideeën van de minderwaardigheid van sommige rassen in het verleden (evangelieverhandeling Ras en het priesterschap)", het legt ook bloot, ondanks de grote, prachtige, huizige strik, hoe dit doorwerkt in het heden, en wordt zo, hierdoor, een raciaal verleden in stand gehouden. Daarnaast kun je volgens mij deze video ook scharen onder de woorden: "In de loop der jaren zijn er allerlei theorieën aangevoerd om de beperking te rechtvaardigen". Ouderling Jeffrey R. Holland van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft beklemtoond dat de theorieën waarmee men de beperkingen probeerde te verklaren folklore zijn, die in geen geval in stand mogen worden gehouden". 

Ik kan nu niet anders denken aan Paul Reeve's woorden: "Het raciale probleem van het mormonisme is een witheidsprobleem". Tevens moest ik denken aan de woorden van Green Flake. Hij was een van de zwarte pioniers die een standbeeld kreeg, en die op zijn eigen grafsteen kerfde: "In het huis van mijn Vader zijn vele woningen", nu we het dan toch hebben over huizen en perspectief. En ja, je hoeft mij ook niet op mijn woord te geloven. Kijk en vergelijk zelf maar.