Posts tonen met het label Nieuw en Eeuwigdurend verbond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuw en Eeuwigdurend verbond. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2026

2. Afstamming is niet bepalend


"In het geslachtsregister van Jezus Christus in het evangelie van Mattheüs worden vijf vrouwen genoemd. Zoals verwacht is Maria, de moeder van Jezus, erbij. Wellicht onverwacht bevat het geslachtsregister ook vier vrouwen die geen Israëlieten waren, banden hadden met niet-Israëlieten of een twijfelachtige reputatie hadden." Vrouwen die door mij 'buitenbeentjes' worden genoemd. 

De eerste van deze vier vrouwen is Tamar. Aan haar heb ik reeds aandacht gegeven. De tweede voormoeder die in deze geslachtslijst van Jezus wordt genoemd is Rachab. Rachab, wiens naam onlosmakelijk verbonden is met Jericho. Tamar mag dan de 'hoer' spelen, Rachab was er een. Ondanks dit verleden kunnen we over haar het volgende lezen in het Nieuwe Testament: "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen". "En is Rachab de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?" (zie HSV Hebreeën 11:30, Jakobus 2:25). Hieruit blijkt wel dat we meer zijn dan onze etiketten. Hoewel etiketten ons kracht kunnen geven, ons gevoel van identiteit kunnen bevorderen en ons de kans bieden om te groeien, hebben ze ook een gevaarlijk aspect, zeker als die etiketten niet overeenkomen met onze goddelijke aard of als sommige etiketten ons minderwaardig doen voelen". 

Vandaar ook dit commentaar op deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus: "Een ding dat we kunnen leren van Mattheüs is dat God met alle mensen kan werken en op onverwachte manieren. Het is ook een voorbeeld van het feit dat wie we worden niet wordt bepaald door de daden van onze voorouders. De vermelding van vrouwen in de familiegeschiedenis van de Heiland weerspiegelt ook de belangrijke rol die vrouwen spelen in het volbrengen van Gods werk". Woorden die ik niet los kan zien van president Russell M. Nelsons toespraak 'Een oproep aan mijn zusters', waarin hij zegt: "Wij hebben uw kracht, uw bekering, uw overtuiging, uw leidinggevende kwaliteiten, uw wijsheid en uw stem nodig. Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze door hun geloof belangrijke dingen tot stand kunnen brengen". Als er iemand is waarop die woorden ook van toepassing zijn, dan is het wel Rachab.




Behalve dat er aan Rachab het etiket hoer hangt, hangt er nog een etiket aan haar. En dat is het etiket Kanaänitische. Een boek dat sinds jaar en dag bij ons in de kast staat is die van W. Cleon Skousen 'The third thousand years'. Zo links en rechts kom ik stukjes uit dit boek tegen in mijn Schriften die ik de moeite van het opslaan waard vond. Echter, je voelt hem al aankomen, niet alles. 

Dit is niet de eerste keer dat ik citeer uit een boek, geschreven door leiders en/of leden van de kerk. In zekere zin val ik in herhaling. Zeker ook als ik kijk naar bovenstaande afbeelding. Echter kijkend naar deze opmerking "als iets wordt herhaald en herhaald, gaat het vanzelf in het collectieve geheugen zitten", dan denk ik dat ik aan de goede kant van de herhaling zit. Deze zin komt uit een publicatie die ging over "De vloek van Cham: Hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen". Tijdens één van mijn wandelingen, op het Cham-pad, heb ik stil gestaan bij deze opmerking. 

Een pad dat ik trouwens zeker ook niet los kan zien van Rachab als Kanaänitische. Omdat Kanaänieten, alhoewel ze ook gewoon inwoners van Kanaän kunnen zijn, vooral gezien worden als nakomelingen van die 'vervloekte' Cham wat je ook terug ziet in deze woorden van Cleon W. Skousen: "Het lijkt er ook op dat Rachab geen Kanaäniet was, hoewel ze in een Kanaänitische stad woonde. Dit blijkt uit het feit dat ze later trouwde met een prins van Juda, een huwelijk dat onwettig zou zijn geweest als ze van Cham afstamde. Deze conclusie wordt verder ondersteund door het feit dat zij in de afstammingslijn was waaruit de Verlosser voortkwam". 

Dit vloek-Cham-denken van Cleon Skousen staat niet op zichzelf. Het heeft te maken met het racisme van het verleden, wat je ook terug ziet in onze kerkgeschiedenis. En, ik kan dit niet genoeg benadrukken en herhalen, haaks staat op HOE de kerk is hersteld. Niet alleen dat, ook op de HOE van de leer vanaf het begin, waar ik niet de herstelling mee bedoel.   

Scripture Helps: "In het verleden hebben sommigen ten onrechte de vloek over het nageslacht van Cham in verband gebracht met de beperkingen op het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperkingen op het priesterschap en de tempel. Sommigen hebben gespeculeerd dat Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." De evangelieverhandeling ras en het priesterschap geeft ook de nodige context en gaat ook in op Kaïn en Cham. 



"En zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." Wat laat zien, het bewijs is, van hoe krachtig herhaling kan zijn. Echter, om dit te kunnen ontkrachten, moet je je er wel van bewust zijn dat het er is. Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk. Iets, wat volgens mij van alle tijden is. Dat blijkt wel uit deze woorden: "Denken jullie dat onze vaderen verkieselijker zouden zijn geweest dan zij (de Kanaänieten), indien zij rechtvaardig waren geweest? Ik zeg jullie: Neen. Zie de Heer acht alle vlees gelijk; hij die rechtvaardig is, staat bij God in de gunst" (zie 1 Nephi 17:33,34). Waar het uiteindelijk dus om gaat, terugkomend op Rachab, dat 

"het gaat om wie ze werd, een voorbeeld van geloof".

Ondanks dat, wil ik tot slot nog stil staan bij één ding en dat heeft te maken met de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten.

  1. Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheus' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen (Mattheüs 28:19).
  2. De vermelding van deze specifieke vrouwen, die elk een rol speelden in een of andere controverse in het Oude Testament, laat zien dat God in het verleden van Israël door mensen en situaties heeft gewerkt die de Joden niet hadden verwacht. Zo worden de lezers van Mattheüs voorbereid op het verhaal dat direct volgt: Maria en de maagdelijke geboorte.
  3. Het laat ons allemaal vandaag de dag zien dat persoonlijke rechtvaardigheid niet afhankelijk is van het bezitten van een perfecte afstamming, aangezien de afstamming van Jezus Christus niet perfect was.
  4. De opname van vrouwen in de stamboom van de Heiland weerspiegelt de belangrijke waarheid dat mannen en vrouwen gelijk zijn in de ogen van God.



Afbeelding Rachab: rahabs-red-rope

zondag 24 mei 2026

1. Afstamming is niet bepalend

 

Een vrouw waar ik zomaar niet aan voorbij kan reizen is Tamar. Zij hoort voor mij zeker thuis in het rijtje bijzondere vrouwen. En blijkbaar ben ik niet de enige die daar zo over denkt. Zeker als ik kijk naar Mattheüs 1 en het geslachtsregister van Jezus Christus. Vooral als je dat geslachtsregister vergelijkt met die van Lukas. In het geslachtsregister van Lukas wordt namelijk alleen maar gesproken over zonen. Al zal hij zo ook zijn redenen hebben gehad om juist deze insteek te gebruiken. 

Wat het geslachtsregister van Mattheüs nog meer bijzonder maakt, is dat de vrouwen waar hij voor kiest eigenlijk allemaal 'buitenbeentjes' zijn. De eerste vrouw die genoemd wordt is Tamar, en ik denk dat dit label zeker ook van toepassing is op haar. Vandaar dan ook deze vraag uit een les, als stof tot nadenken: "Wat kunnen wij leren van het feit dat Mattheüs deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus Christus opneemt?" Want aan de drie overige vrouwen die Mattheüs noemt, hangt ook een speciaal labeltje. Terwijl Mattheüs bijvoorbeeld ook gewoon had kunnen kiezen voor de vrouwen van Abraham, Izak en Jakob, wat hij uiteindelijk niet gedaan heeft. 

Hierbij in het kort het verhaal van Tamar, wat ik vond op Wikipedia. Zelf had ik het zo kort niet kunnen samenvatten, vandaar die keuze: "Juda trouwt met de dochter van Shua, een Kanaäniet. In Genesis hoofdstuk 38 krijgen Juda en zijn vrouw drie kinderen: Er, Onan en Shelah. Er trouwt met Tamar, maar God doodt hem omdat hij goddeloos was in Zijn ogen (Gen. 38:7). Tamar wordt volgens de gewoonte de vrouw van Onan, maar ook hij wordt gedood nadat hij weigert kinderen te verwekken voor de kinderloze weduwe en zijn oudere broer en in plaats daarvan zijn zaad verspilt. Hoewel Tamar met Shelah, de overgebleven broer, had moeten trouwen, stemde Judah daar niet mee in. Daarop misleidt Tamar Juda door zich voor te doen als prostituee en zo gemeenschap met hem te hebben. Wanneer Juda ontdekt dat Tamar zwanger is bereidt hij zich voor haar te laten doden, maar hij herroept zijn plan wanneer hij ontdekt dat hij de vader is (Gen. 38:24-26). Tamar is de moeder van een tweeling: Perez (Peretz) en Zerah (Gen. 38:27-30). De eerste is de patrilineaire voorvader van de Messias, volgens het boek van Ruth (4:18-22)." 



Het volgende komt, door mij samengevat, uit Scripture Helps: "Toen Juda zijn belofte niet nakwam om zijn jongste zoon aan Tamar uit te huwen, liet hij haar zonder echtgenoot en zonder de kans om kinderen te krijgen. Omdat ze graag kinderen wilde, nam Tamar haar toevlucht tot bedrog en speelde de hoer, om een kind met Juda te verwekken. De gebruiken van het leviraatshuwelijk zouden Juda zelfs de mogelijkheid geboden hebben om met Tamar te trouwen als zij niet met een van zijn zonen kon trouwen. Tamar wist waarschijnlijk dat haar daden ernstige gevolgen konden hebben. Toen Juda beval dat Tamar verbrand moest worden nadat hij vernam dat ze zwanger was, gebruikte Tamar de zegelring, armbanden en staf die Juda haar had gegeven, als bewijs dat hij de vader was. Juda bekent zijn zonde en verklaarde: Zij is rechtvaardiger geweest dan ik". 

In een oud lesboek wordt commentaar gegeven op wat er tussen Tamar en Juda gebeurde. Het volgende heb ik er uit gehaald: "Het is belangrijk om Juda's verdraaide waardenstelsel te benadrukken. Hij had er geen enkel probleem mee om Tamar met onvervulde beloftes naar huis te sturen, noch om een prostituee langs de weg op te pikken. Maar toen hij hoorde dat Tamar zwanger was, was hij zo woedend dat hij haar ter dood wilde laten brengen. Ten tweede laat het verhaal de afstamming van Juda zien, waaruit uiteindelijk de Messias zou voortkomen (zie Matteüs 1:3, Lukas 3:33). Een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid. Tenslotte wordt de waarheid duidelijk aangetoond dat het niet nakomen van verplichtingen vaak tot grotere problemen leidt. Had Juda zijn belofte aan Tamar trouw gehouden, dan zou de verleiding nooit hebben plaatsgevonden. Evenzo, als Juda de morele wetten had nageleefd, zou hij nooit met Tamar gezondigd hebben". 

Vooral de woorden "een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid" vind ik een zin om te onthouden. Niet alleen dat, ook om opnieuw mee aan de slag te gaan. Zeker als ik deze zin bezie in het licht van "Wij hebben Abraham als vader". "In de dagen van de Heiland waren veel Israëlieten van het verbond buitengewoon trots geworden en hadden ze zich afgewend van de leer van Jehovah. Sommigen geloofden dat het enkel afstammen van Abraham voldoende was om hen te redden. De Joden geloofden dat zij de enigen waren die rechtvaardige kinderen voor Abraham konden voortbrengen en dat alleen Abrahams letterlijke nakomelingen gered konden worden. Maar Johannes berispte hun trots en onrechtvaardigheid door te zeggen dat God uit stenen nakomelingen van Abraham kon opwekken". 

Aan de andere kant, nu we het toch hebben over afstamming, Shelah, die eigenlijk met Tamar had moeten trouwen, wordt gewoon tot de stam van Judah gerekend ondanks dat hij een Kanaänitische moeder had. En, zoals we kunnen lezen in Genesis 46, horend tot het gezin van Jakob die Israël wordt genoemd: "en zij kwamen in Egypte aan, Jakob en heel zijn nageslacht met hem. Zijn zonen en zijn kleinzonen met hem, zijn dochters, en zijn kleindochters en heel zijn nageslacht bracht hij met zich mee naar Egypte. De zonen van Juda; Er, Onan, Sela, Perez en Zerah. Er en Onan waren echter in het land Kanaän gestorven". 

In Numeri 26, vele jaren later, het volk van Israël staat aan de vooravond van het in bezit nemen van het land Kanaän, lezen we dat "de Heer tegen Mozes en tegen Eleazer, de zoon van de priester Aaron, zei: "Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, van twintig jaar oud en daarboven, naar hun families, ieder die in Israël met het leger uittrekt. De zonen van Juda waren Er en Onan, maar Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven. En dit waren de nakomelingen van Juda, ingedeeld naar hun geslachten: van Sela het geslacht van de Selanieten; van Perez het geslacht van de Perezieten; van Zerah het geslacht van de Zerahieten. Dit waren de geslachten van Judah, overeenkomstig het aantal van hen die geteld waren; zesenzeventigduizendvijfhonderd."

Interessant is trouwens, ik sta nu opnieuw stil bij Genesis 46, dat Shelah niet de enige was met een Kanaänitische moeder, die deel uitmaakte van het gezin van Jakob dat optrok naar Egypte. "De zonen van Simeon: Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul, de zoon van een Kanaänitische vrouw". En ook zijn nageslacht vinden we terug in de telling van Numeri 26: "De nakomelingen van Simeon, ingedeeld naar hun geslachten: van Saul het geslacht van de Saulieten". 

De volgende keer ga ik het hebben over Rachab. Ik vraag mij af wat zij zou vinden van het bovenstaande. Rachab is een hoer en daarnaast ook nog Kanaänitische. En ook zij is terug te vinden in een geslachtsregister. En wat voor een geslachtsregister: "uit wie geboren is Jezus, Die Christus genoemd wordt". Ik denk dat ze waarschijnlijk ook zou zeggen dat afstamming niet bepalend is. En daar kan ik mij helemaal in vinden.

"en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte,
geknechte en vrije,
man en vrouw;
en allen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33

Afbeelding stamboom: Wikipedia

zondag 15 maart 2026

1. Het nieuw en eeuwig huwelijksverbond


Wat jullie niet weten, is dat ik een luxeprobleem heb. Ik kan namelijk zo kiezen uit een aantal onderwerpen die allemaal even interessant zijn om over te schrijven. En op de een of andere manier zijn ze allemaal verbonden met mijn rode draad, dat voor God allen gelijk zijn. Het enige waar ik tegenaanloop, is dat het 'Kom dan volg Mij' schema niet op mij wacht. Soms ga ik daar niet in mee en soms kies ik er voor dat wel te doen, zoals nu. Met in mijn achterhoofd dat wat ik 'moet' laten liggen toch wel op de een of andere manier aan bod komt, omdat alles onderling met elkaar verbonden is.

Als voorbeeld neem ik dit vers uit onze leesopdracht van twee weken geleden, die gaat over Abraham die zijn dienstknecht Eliëzer van Damascus naar Mesopotamië stuurt, naar de stad Nahor, om daar voor zijn zoon Izak een vrouw te gaan halen, met als reden 

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3

Zo op het eerste gezicht zou je misschien kunnen denken dat dit is omdat zij, de Kanaänieten, nakomelingen zijn van die vervloekte Kanaän. Een giftige theorie die nog steeds wordt doorverteld. De ware reden is echter, zoals we kunnen lezen in Scripture Helps, dat "de Kanaänieten in Abrahams tijd afgoden aanbaden en zich bezighielden met andere praktijken die in strijd waren met de aanbidding van Jehova. Als Isaak met een Kanaänitische vrouw was getrouwd, had hij het huwelijksverbond van de Heer niet kunnen aangaan, en de door de Heer beloofde zegeningen die met het Abrahamitische verbond verbonden zijn, niet kunnen ontvangen. Het Oude Testament bevat sterke waarschuwingen tegen het trouwen met mensen die andere goden aanbidden". 

Deze Kanaänieten moeten we niet verwarren met het volk van Kanaän van vóór de vloed. "Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die vóór de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam is er geen Bijbels bewijs dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Ze verschillen ook van Kanaän, de kleinzoon van Noach, en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd, en die later kwamen". Dit lijkt misschien een kleine opmerking tussendoor, maar voor mij reden genoeg om een treinkaartje te kopen naar vóór de vloed. 

Ondanks het voorbeeld van zijn ouders Izak en Rebekka, zal een van hun zonen, Esau, er toch voor kiezen om te trouwen met Kanaänitische vrouwen. "En Rebekka zeide tot Izak: "Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Hets! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Hets, gelijk deze zijn van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?" Uit deze woorden blijkt wel hoe belangrijk dit huwelijksverbond voor Rebekka was, en hoe groot haar verlangen was dat haar beide zonen eeuwige gezinnen zouden stichten, wat alleen mogelijk is door dit verbond.  

De waarschuwing uit het Oude Testament, om niet te trouwen met mensen die andere goden aanbidden, zie je ook terug in het Nieuwe Testament. De apostel Paulus zei daarover het volgende: 

"Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen"
2 Korinthiërs 6:14

"Kort gezegd ontmoedigde Paulus de heiligen om relaties aan te gaan met afgodendienaars of deel te nemen aan hun onreine praktijken". Echter, als ik kijk naar de voetnoot van dit vers, over doorwerking van het verleden gesproken, zie je dat deze sterke waarschuwingen van het Oude Testament ook op ons van toepassing zijn. "Hedendaagse profeten hebben de leer van Paulus, dat men zich niet onvoorwaardelijk moet verbinden met ongelovigen, toegepast als leidend principe bij het aangaan van relaties met anderen, waaronder de beslissing om te trouwen." 

Daarom reis ik ook terug naar de dagen van Noach van vóór de vloed. Ik wil namelijk stilstaan bij een ander gezin, het gezin van Noach, en bij de huwelijken die zij sloten. En de invloed die dit onder andere had op het wel of niet binnengaan van de ark. 

"En Noach en zijn zonen luisteren naar de Heer
en gaven gehoor,
en zij werden de zonen van God genoemd.
Mozes 8:13

Ook lezen we in ditzelfde hoofdstuk "dat Noach met God wandelde, zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth". Kun je voorstellen dat zij, Jafeth, Sem en Cham, die de zonen van God werden genoemd en met God wandelden, buiten het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond trouwden? Zeker als je kijkt naar onderstaande schriftuurtekst, waaruit blijkt hoe belangrijk dit verbond is:

"En toen de mensen zich begonnen te vermenigvuldigen op het aardoppervlak
en er hun dochters werden geboren,
zagen de mensenzonen dat die dochters mooi waren,
en zij namen zich vrouwen, ja, zoals zij verkozen.
En de Heer zei tot Noach: De dochters van uw zonen hebben zich verkocht;
want zie, mijn toorn is ontstoken tegen de mensenkinderen, 
want zij willen niet naar mijn stem luisteren."
Mozes 8:14,15

"En de Heer ordende Noach naar zijn eigen orde en gebood hem uit te gaan en zijn evangelie te verkondigen aan de mensenkinderen, ja, zoals het gegeven was aan Henoch. En het geschiedde dat Noach de mensenkinderen opriep zich te bekeren; maar zij luisterden niet naar zijn woorden; en bovendien, nadat zij hem hadden aangehoord, kwamen zij bij hem en zeiden: Zie, wij zijn de zonen van God; hebben wij niet de mensendochters tot ons genoegen? en eten en drinken wij niet en huwen wij niet en geven ten huwelijk? En onze vrouwen baren ons kinderen, en deze zijn de geweldigen, zoals de mannen van weleer, mannen van grote naam. En zij luisterden niet naar de woorden van Noach", Mozes 8:19-21. 

"En de oude wereld niet heeft gespaard,
maar Noach, den prediker der gerechtigheid,
zijn achttal bewaard heeft,
als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;"
2 Petrus 2:5

"De zonen van God waren zij die hun verbonden met God nakwamen, aandachtig naar Hem luisterden en Zijn geboden gehoorzaamden. De zonen van de mensen waren zij die hun verbonden met God braken en niet naar Hem luisterden of Hem gehoorzaamden. De kleindochters van Noach besloten met de zonen van de mensen te trouwen en gaven daarmee de kans op de zegeningen van het priesterschapsverbond van het eeuwige huwelijk op". President Joseph Fielding Smith onderwees hierover het volgende: "De dochters die geboren waren, kennelijk onder het verbond, en die de dochters waren van de zonen van God, dat wil zeggen van hen die het priesterschap bekleedden, overtraden het gebod van de Heer en trouwden buiten de Kerk. Zo sneden zij zichzelf af van de zegeningen van het priesterschap, in strijd met de leer van Noach en de wil van God". Zo sneden zij zich niet alleen af in geestelijk opzicht: we zien deze kleindochters van Noach ook niet terug in de ark, want ook zij luisterden niet naar de woorden van Noach. 

"en hij, Noach, wandelde met God,
zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth."
Mozes 8:27

Van de drie zonen van Noach wordt alleen de vrouw van Cham bij naam genoemd. In het verleden werd onderwezen dat de vrouw van Cham, Egyptus, een nakomeling was van Kain, en dat door haar, na de vloed, deze vloek van Kaïn werd doorgegeven aan het nageslacht van Cham en "zo ontsprong uit Cham aldus het ras dat de vloek in het land deed voortduren". 

In het Boek van Abraham kunnen wij hun geschiedenis lezen. De Kerk heeft hierover het volgende gezegd: "Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noachs zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid, maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Chams nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperkingen voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel".

In de voetnoot van dit commentaar kunnen we het volgende lezen over Egyptus: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kain via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag niet langer moeten worden verkondigd". 

Vandaar ook dat toen ik schreef over Hagar, ik zei dat aan het woord Egypte een gekleurd randje zat, maar ook "dat de Heer het hart aanziet. De belangstelling van je hemelse Vader hangt niet af van hoe rijk, hoe mooi, hoe gezond of hoe slim je bent". Zoals president Nelson al zei: "God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald". Nog door wie uw voorouders zijn, zoals we zullen zien in de genealogie van Jezus Christus. 

"Het huwelijk is misschien wel de belangrijkste beslissing van allemaal en heeft de meest verstrekkende gevolgen, want het gaat niet alleen om direct geluk, maar ook om eeuwige vreugde. Het beïnvloedt niet alleen de twee betrokkenen, maar ook hun families, met name hun kinderen en kleinkinderen, tot in de verste generaties". 

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3





Al het schuin geschrevene komt uit Scripture Helps

woensdag 11 maart 2026

1. Hagar


"Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
man en vrouw
allen zijn voor God gelijk"
2 Nephi 26:33

In het verleden heb ik volop gebruikgemaakt van de evangelieverhandeling ras en het priesterschap. Ik heb er ondertussen een nieuw schriftuurlijk vriendje bij, Scripture Helps. Ik heb daar eerder ook al uit geciteerd, maar vandaag zal ik dat rijkelijk doen. Alles wat schuin geschreven staat, komt hieruit. 

Ongemerkt in het kader van 'man en vrouw' wordt mijn persoonlijke lijstje van personen waar ik bij stil wil staan steeds langer. Terwijl ik eigenlijk nog niet eens zo lang onderweg ben. Ondertussen heb ik stilgestaan bij Ada en Zilla, de twee vrouwen van Lamech. Bij de drie dochters van de Egyptische priester Onitah en Egyptus, de vrouw van Cham. En vandaag bij Hagar, de Egyptische slavin van Sarai, die door haar aan Abraham werd gegeven. 

Allereerst wil ik beginnen met een toespraak van president Russell M. Nelson, die het volgende zei over Hagar en Sara: "Het Oude Testament is niet enkel Schriftuur; het is ook een geschiedenisboek. U herinnert zich waarschijnlijk het huwelijk van Sarai en Abraham. Omdat zij kinderloos waren, gaf Sarai aan Abraham haar slavin Hagar als vrouw, overeenkomstig de aanwijzingen van de Heer".

"Ondanks de beloften van de Heer aan Abraham dat hij een groot nageslacht zou krijgen, kon Saraï na vele jaren huwelijk nog steeds geen kinderen krijgen. Door Hagar aan Abraham te geven als tweede vrouw, hoopte Saraï Abraham in staat te stellen kinderen te krijgen en de beloften van de Heer te vervullen. Uit latere openbaringen begrijpen we dat dit een gebod van God was dat Abraham en Saraï gehoorzaamden. Het Boek van Mormon leert dat het huwelijk tussen één man en één vrouw Gods geldende huwelijkswet is. God heeft echter soms het meervoudig huwelijk als uitzondering geboden. Een van de redenen die God voor het meervoudig huwelijk heeft gegeven, is zaad voor Hem te verwekken". 

Het interessante is dat het Hagar is, de slavin van Sara, die die rol vervult. Een Egyptische. Want laten we wel wezen, aan het woord Egypte zit toch een gekleurd randje vanwege Egyptus en de vloek van Cham. Aan dat wat verboden is. "Uit de openbaring van de laatste dagen begrijpen we dat dit een gebod van God was dat Abraham en Sara gehoorzaamden." 

"Toen Hagar ontdekte dat ze zwanger was, werd Sara veracht in Hagars ogen. Dit impliceert dat Hagar een gebrek aan respect of zelfs minachting voor Sara toonde. Toen de spanningen opliepen, herinnerde Abraham Sara eraan dat zij gezag had over Hagar binnen het huishouden en dat Sara kon ingrijpen om het conflict binnen hun gezin op te lossen. Sarah ging vervolgens hardhandig te werk tegen Hagar, waardoor Hagar vluchtte". Deze vlucht leidde tot

Hagars eerste ontmoeting met een engel

"Een engel van de Heer trof haar in de woestijn...
Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen? Vroeg Hij.
Ik ben gevlucht van Sarai, mijn meesteres, antwoordde ze.
Ga naar je meesteres terug, zei de engel van de Heer, en wees haar weer gehoorzaam.
Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn.
Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. 
Die moet je Ismaël noemen."
Genesis 16:7-11

Hoewel Hagar als surrogaat voor Sara optrad, openbaarde de Heer aan haar hoe Ismaël zou heten, samen met de belofte dat haar nageslacht vermenigvuldigd zou worden. Hagar is een van de weinige vrouwen in de Schrift die een goddelijke aankondiging van de geboorte van haar eigen kind ontving. Alleen Hagar en Maria kregen te horen hoe ze hun zonen moesten noemen.

"Toen riep zij de Heer, die tot haar had gesproken, zo aan:
U bent een God van het zien.
Want, zei ze, heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?"
Genesis 16:13

"De interacties tussen Abraham, Sara en Hagar kunnen ons eraan herinneren dat we allemaal behoefte hebben aan genade, barmhartigheid en verlossing door Jezus Christus. Ondanks hun omstandigheden en onvolmaaktheid hielden Abraham, Sara en Hagar van de Heer en werden ze rijkelijk door Hem gezegend.  Hagar besluit om terug te keren naar Abraham, en Sara stelde haar in staat haar eigen verbondsbeloften met betrekking tot haar nageslacht te ontvangen". 

"En Hagar baarde Abram een zoon;
En Abram noemde den naam des zoons, 
die Hagar gebaard had, Ismael.
En Abram was zes en tachtig jaren oud,
toen Hagar Ismaël baarde."
Genesis 16:15,16

Hagar wist hierdoor dat de Heer over haar waakte. Desondanks wil dat nog niet zeggen dat het voor Hagar makkelijk moet zijn geweest. Zeker met deze woorden van de engel in haar oren: "en verneder u onder haar handen". Toch weerhield het haar niet en gaf zij gehoor aan de  woorden van de engel: "Keer weder tot uw vrouw".

Wanneer Abram 99 jaar oud is krijgt hij van de Heer te horen dat Sara een zoon zal baren. En 

"Abraham zeide tot God:
Och, dat Ismaël mocht leven voor uw aangezicht!
En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren,
en gij zult zijn naam noemen Izak;
En Ik zal mijn verbond met hem oprichten"
Genesis 17:18,19

President Nelson: "Abraham hield van Ismaël, maar hij was niet het kind dat het verbond zou doorgeven. Abraham hield zowel van Ismaël als van Izak. God beloofde Abraham dat Ismaël de voorvader van een talrijk en groot volk zou worden. Tegelijkertijd liet God er geen twijfel over bestaan dat het eeuwigdurend verbond met Izak zou worden voortgezet". 

"En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord;
zie, Ik heb hem gezegend,
en zal hem vruchtbaar maken, 
en hem gans zeer vermenigvuldigen;
twaalf vorsten zal hij gewinnen,
en Ik zal hem tot een groot volk stellen;
maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten,"
Genesis 17:20,21

Een jaar nadat God dit tegen Abraham heeft gezegd, krijgen Abraham en Sara inderdaad een zoon die zij Izak noemen. Dan komt de dag dat "Abraham een grote maaltijd maakt, omdat Izak gespeend werd. En Sara zag den zoon van Hagar, de Egyptische, dien zij Abraham gebaard had, spottende. En zij zeide tot Abraham: Drijf deze dienstmaagd en haar zoon uit; want de zoon van deze dienstmaagd zal met mijn zoon, met Izak, niet erven. En dit woord was zeer kwaad in Abrahams ogen, ter oorzake van zijn zoon". Maar God zei tegen Abraham:

"Laat het niet kwaad zijn in uw ogen,
over den jongen,
en over uw dienstmaagd;
al wat Sara tot u zal zeggen, hoor naar haar stem;
want in Izak zal uw zaad genoemd worden.
Doch Ik zal ook den zoon dezer dienstmaagd tot een volk stellen,
omdat hij uw zaad is."
Genesis 21:12,13




Hagar's tweede ontmoeting met een engel

Opnieuw, jaren later, nu vanwege Ismaël, bevindt Hagar zich opnieuw in de woestijn. Hagar en haar zoon zijn verdwaald en uiteindelijk zonder water. Hagar heeft haar zoon, hij moet ondertussen een jaar of veertien zijn, onder een struik achtergelaten omdat ze er niet tegen kon dat ze hem zou zien sterven en barst in tranen uit. "En God hoorde de stem van den jongen; en de Engel Gods riep Hagar toe uit den hemel, en zeide tot haar:

"Wat is u, Hagar? Vrees niet; 
want God heeft naar des jongens stem gehoord, 
ter plaatse waar hij is.
Sta op, hef den jongen op, en houd hem vast met uw hand;
want ik zal hem tot een groot volk stellen.
En God opende haar ogen, dat zij een waterput zag;
en zij ging, en vulde de fles met water, en gaf den jongen te drinken;
En God was met den jongen;"
Genesis 21:17-19

Het Oude Testament beschrijft omgang met Zijn verbondsvolk en de mensen met wie zij in contact kwamen. Onder die verhalen bevinden zich die van vrouwen die een groot geloof in God hadden, en een opmerkelijke kracht toonden. Het Oude Testament geeft ook een inkijkje in de grote uitdagingen waar vrouwen in de oudheid mee te maken kregen, waar ze vaak onderdrukt, misbruikt en op andere manieren slecht werden behandeld. Gewoonten en gebruiken die in de meeste moderne samenlevingen onrechtvaardig en problematisch lijken, werden gevormd door de culturele normen van die tijd. Door de uitdagingen te erkennen waar vrouwen in de tijd van het Oude Testament vaak mee te maken kregen, kunnen we hun geloof nog meer waarderen. Toen Hagar bijvoorbeeld naar de woestijn vluchtte, gaf de Heer haar inzicht in wie ze was, waardoor ze verklaarde dat de Heer een God is die mensen in hun lijden ziet. 

"Je staat er op deze reis niet alleen voor.
Je vader in de hemel kent je.
Zelfs als niemand anders je hoort, dan hoort Hij je wel.
De belangstelling van je hemelse Vader hangt niet af van 
hoe rijk, hoe mooi, hoe gezond of hoe slim je bent.
Hij ziet je niet zoals de wereld je ziet.
Hij ziet wie je echt bent.
Hij ziet je hart aan."


"De Heer weet wie je echt bent. Je staat er op deze reis niet alleen voor." Dit alles is terug te zien in het verhaal van Hagar, die zelf niet anders dan dit kan bevestigen. Dit blijkt wel uit haar woorden: "U bent een God van het zien", waardoor ze tot het inzicht kwam wie ze was. Een dochter van hemelse Vader. 

Ondanks dat kan ik niet zomaar verder reizen. Omdat haar naam ook voorkomt in zowel het Nieuwe Testament, hierin wordt opnieuw over haar gesproken als de niet-vrije, als in de Leer en Verbonden, waar men het heeft over concubine's. Daarnaast is daar mijn rode draad allen zijn gelijk voor God. Waar plaats ik Hagar de slavin, de niet-vrije, een dochter van hemelse Vader, in deze zin. En dan heb ik nog deze opmerking dat de Heer niemand verwerpt die tot hem komt, man en vrouw. Dat niemand verworpen wordt blijkt wel uit Hagar's verhaal. Maar waar plaats ik Ismaël in het geheel, als zijnde zaad van Abraham? En dan is er nog Ketura, die eigenlijk ook niet mag ontbreken in dit verhaal. Met wie Abraham zes zonen kreeg, waaronder Midian. 

Ik heb nog geen route uitgestippeld, maar vroeg of laat, afhankelijk van hoe de wind waait, ga ik zeker nog een keer stil staan bij Hagar en haar zoon Ismaël. Dat weet ik dan wel weer. Bij Ketura waarschijnlijk wanneer Mozes Egypte ontvlucht. 



maandag 29 december 2025

Ik ga weer op reis


Deze week, nog net op de grens van het oude jaar, dat in het teken stond van de Leer en Verbonden en mijn jaarthema 'God heeft zijn kinderen in alle landen van de wereld lief', heb ik al de overstap gemaakt naar het Oude Testament. In het inleidende materiaal van deze week op dit gedeelte van de Bijbel worden verschillende studietips gegeven, die allemaal de moeite van het lezen waard zijn. Zelf wil ik met name stilstaan bij deze tip: 

"Door het Oude Testament
kan ik mijn verbondsrelatie met God
beter begrijpen." 

"Het Oude Testament gaat over God, die ons door een verbond tot zijn 'persoonlijk eigendom' wil maken. Daarom is leren over verbonden een goede manier om je voor te bereiden op het lezen van het Oude Testament - in het bijzonder het eeuwigdurend verbond dat God aan profeten vanouds, zoals Abraham, Izak, Jakob en hun nageslacht, aanbood". In hoeverre dit tot uiting komt op mijn blog weet ik nog niet. Ik reis namelijk ook nog met een speciaal ticket door de Schriften en de bestemming was en is "Allen zijn gelijk voor God", mijn rode draad, waar ik allerlei onderwerpen aan op kan hangen, en misschien zelfs, net zoals vorig jaar, een thema. 

Als tip verwijst men ook naar de toespraak 'Het eeuwigdurend verbond' van president Russell M. Nelson, waar ik het volgende uit heb gehaald:
- "Wanneer we het evangelie aanvaarden en ons laten dopen, nemen we de heilige naam van Jezus Christus op ons. De doop is de poort waardoor wij mede-erfgenamen worden van de beloften die de Heer gegeven heeft aan Abraham, Izak en Jakob en hun nageslacht."
- "Het nieuw en eeuwigdurend verbond en het verbond van Abraham zijn in feite hetzelfde. Het zijn twee manieren om het verbond te omschrijven dat God op verschillende momenten met mannen en vrouwen heeft gesloten."
- "Daarom werd dit eeuwigdurend verbond hersteld als onderdeel van de grote herstelling van de volheid van het evangelie."
- "Net als Adam betraden u en ik het verbondspad na de doop. In de tempel betreden we het pad nog verder. De zegeningen van het verbond van Abraham ontvangt men in de heilige tempel."
- "Het verbond van Abraham kan worden vervuld dankzij de verzoening van onze Heiland, de Heer Jezus Christus. Jezus Christus is het middelpunt van het verbond van Abraham."
- "Allen die het evangelie aanvaarden, worden het nageslacht van Abraham. Zo worden we door geboorte of adoptie erfgenaam van het verbond."
- "Bij de inwijding van de Kirtlandtempel in 1836 is, op aanwijzing van de Heer, Elia verschenen. Waarom? Om de kinderen tot de vaders terug te brengen. Ook Elias verscheen. Waarom? Om de bedeling van het evangelie van Abraham over te dragen aan Joseph Smith en Oliver Cowdery, en te vertellen dat in ons en in onze nakomelingen alle geslachten na ons gezegend zouden zijn."

Het is niet de eerste keer dat ik op mijn blog heb geschreven over het verbond van Abraham. Elke keer weer als ik dergelijke woorden lees, ben ik onder de indruk. En nu gaan wij hem, Abraham, door het Oude Testament, als het ware 'echt' ontmoeten. Al bekruipt mij soms ook een gevoel van "hoe is het - in Gods naam - mogelijk?", wat ik onder andere niet los kan zien van de Nehoriaanse olifant, die tevens ook volledig voorbijgaat aan het Abrahamitische verbond. Een olifant die niet alleen een symbool van hedendaags racisme is, maar daardoor tevens toch ook een vertegenwoordiger van het racisme uit het verleden is geworden. Racisme dat door onze hedendaagse leiders, of het nu gaat om het heden of verleden, wordt veroordeeld. Daarom begrijp ik ook zo goed de woorden van Carol Lawrence-Costly, die zei: "dat vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden".  

Ondanks dit verleden en heden wil ik graag gehoor geven aan de woorden van Bruce R. McConkie, die zei: "Vergeet alles wat Brigham Young en anderen hebben gezegd". Heel graag zelfs. En wil ik ook graag met Ahmed Corbitt vooruitkijken. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig te zijn, zoals ik de afgelopen jaren heb mogen ervaren. Als het gaat om deze gebeurtenissen, terugkijkend, terwijl ik sta op de grens van een nieuw jaar, dan denk ik, samenvattend en benoemend, onwetendheid wat betreft HOE de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith zonder aanzien des persoons heeft hersteld, wel gezien kan worden als een rode draad in dit geheel. Kennen jullie de evangelieverhandeling 'ras en het priesterschap'? Die was voor mij een bron van inspiratie en is dat nog steeds.

De inleiding van deze week is voor mij een voorbereiding op mijn reis door het Oude Testament. Ik ben mij nu nog aan het oriënteren. Waar ik zeker naartoe wil gaan, is Verbonden. Naast het bezoeken van Verbonden, zal ik dit jaar waarschijnlijk ook opnieuw stilstaan bij de HOE van de herstelling. Dan is er ook nog een andere plek die ik zeker wil gaan bezoeken. Een plaats die ik de vorige keer maar half heb gezien, maar die zeker niet mag ontbreken op mijn Oude Testament-reis. En, tenslotte, mijn zitten in de woestijn met het volk van Israël, nu bijna vier jaar geleden.

Wat in ieder geval zeker is, is dat ik de Kom-dan-volg-Mij-Oude-Testament-route neem, maar niet op een dusdanige manier dat ik nergens mijn tent kan opslaan. Ik houd niet van een te strak reisschema. Ik denk, kijkend naar mijn route en wat er op mijn lijstje staat aan bezichtigingen, dat ik grotendeels wel klaar ben voor dit avontuur. Voor de rest laat ik mij leiden door het moment. Uiteraard deel ik mijn ervaringen van wat ik zoal onderweg tegenkom hier op mijn blog. 

"HOE meer we de Bijbel lezen en bestuderen, 
HOE beter we de leerstellige fundering 
van het herstelde evangelie van Jezus Christus begrijpen". 

maandag 10 november 2025

2. De gehele mensheid


Meestal heb ik van die dagen dat er van alles in mijn hoofd zit. Zoals nu dat ik een deel 2 wil schrijven over de gehele mensheid naar aanleiding van Leer en Verbonden 124. Het probleem is namelijk dat het voor mij vaak heel moeilijk is om ergens rechtstreeks naartoe te gaan. Ik zie onderweg iets leuks, plan het in, of haal er van alles bij, zodat je je afvraagt waar dit heen gaat. Vandaag is zo'n typische dag dat ik niet anders kan dan om het een en ander er bij te halen. Dus ik grijp terugop, en ga verder in op, Leer en Verbond 124. 





Leer en Verbonden 22 Collage
We behandelden toen Leer en Verbonden 22. In deze afdeling werd onder andere gesproken over het nieuw en eeuwigdurend verbond. Ik haalde toen een tekst aan uit Galaten 3, waarin gesproken wordt dat als wij ons laten dopen, wij Christus toebehoren. Niet alleen dat, dan zijn wij ook nakomelingen van Abraham en erfgenamen van de belofte. Ik geef dan een soort doopoverzichtje van hoe belangrijk de doop is en een aantal voorbeelden van wat daar allemaal uit voortvloeit. Het verbond van Abraham en het nieuw en eeuwigdurend verbond zijn in wezen hetzelfde. Het omvat de volheid van het evangelie van Jezus Christus, met inbegrip van alle verordeningen en verbonden die voor het heil van het mensdom noodzakelijk zijn. Vandaar dat ik toen gekozen heb voor het woord collage. 

Ik ben blijkbaar nog steeds bezig met Galaten 3, alleen heb ik het dan over een Afslag 20.1, Afslag 20.2 en er is ook, zoals jullie kunnen zien, een Afslag 20.3. Dit betreft allemaal Leer en Verbonden 20. Mijn man volgt mij vaak in mijn niet-rechtstreeks uitjes, maar of hij altijd begrijpt waar ik mee bezig ben, is wat anders. Dus als jullie mij niet helemaal volgen, weet dan dat je in goed gezelschap bent. Belangrijk om te onthouden is deze uitspraak: "De volheid van het evangelie is in alle tijdperken gepredikt toen Gods kinderen voorbereid waren om het te ontvangen. In de laatste dagen, of de bedeling van de volheid der tijden, is het evangelie hersteld door de profeet Joseph Smith". 


Leer en Verbonden 124

"...Nadat u voldoende tijd hebt gehad om voor Mij een huis te bouwen
 waarin de verordeningen van het dopen voor de doden thuishoort 
en waarvoor het van vóór de grondlegging van de wereld ingesteld is....
opdat die verordeningen konden worden geopenbaard 
die verborgen waren geweest van voor de wereld was."
LV 124:33,38

"In de Schriften staat dat God zijn volk van oudsher geboden heeft om in tempels te aanbidden. Toen de Heer zijn kerk door middel van de profeet Joseph Smith herstelde, gaf Hij opdracht om weer tempels te bouwen. De aanwezigheid van tempels op aarde geeft aan dat God ons liefheeft. Alles in de tempel getuigt ervan dat God onze Vader is, en dat Jezus Christus zijn Zoon en de Heiland van de wereld is." Vandaar ook dat president Russell M. Nelson zei dat wij "op grond van priesterschapssleutels het gezag hebben om alle zegeningen die God aan Abraham beloofde aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen. Tempelwerk maakt deze uitzonderlijke zegeningen aan al Gods kinderen beschikbaar, waar of wanneer ze ook leefden of leven". 

Ouderling Hales: "De heilsverordeningen van de tempel zijn van onmisbaar belang - en staan zelfs centraal - in het eeuwige plan van geluk. De Kirtlandtempel was de eerste tempel in onze tijd. Deze tempel speelde een belangrijke rol in de herstelling van de priesterschapsleutels. De Heiland verscheen in zijn heerlijkheid en aanvaardde de Kirtlandtempel als zijn huis. Mozes, Elias en Elia verschenen ook om hun priesterschapsleutels over te dragen. Elia bracht de sleutels van het verzegelingsgezag terug, zoals Maleachi beloofd had, opdat wij de volle zegeningen van de tempel konden ontvangen. De tempelverordeningen brengen ons tot onze Heiland en leiden tot de grootste zegeningen die wij dankzij de verzoening van Jezus Christus kunnen krijgen".

In Afslag 20:3 haal ik ook een uitspraak aan van ouderling Neuenschwander. Hieronder vind je deze uitspraak, met dit verschil dat het nu komt uit een lesboek van de kerk met een verwijzing naar Leer en Verbonden 124:3: Verbonden, verordeningen en tempels in het heilsplan: "Ouderling Dennis B. Neuenschwander heeft het belang van de verordeningen die verband houden met de verbonden des heils onderwezen: Heilige verordeningen en de goddelijke autoriteit om ze te bedienen begonnen niet met de herstelling van het evangelie en de oprichting van de hedendaagse kerk in 1830. De heilige verordeningen van het evangelie als vereisten voor verlossing en verhoging werden ingesteld voor de grondlegging van de wereld (LV 124:33). Ze zijn altijd een onveranderlijk onderdeel van het evangelie geweest. De profeet Joseph Smith leerde: Verordeningen die vóór de grondlegging der wereld in de hemelen zijn ingesteld, in het priesterschap, mogen niet worden gewijzigd of veranderd. Allen moeten op dezelfde beginselen worden gered". 

Omdat ik het heb over de gehele mensheid, kan ik niet heen om deze uitspraak van ouderling Neuenschwander die uit zijn toespraak komt: "We zijn ons er allemaal van bewust dat de zending van de Kerk is 'om de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen' door alle mensen uit te nodigen tot Christus te komen en in Hem vervolmaakt te worden. Een van de belangrijkste leringen die de Heiland vlak voor zijn arrestatie aan de apostelen gaf, is deze, die in Johannes staat opgetekend: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij'. Deze zelfde leer werd door koning Benjamin onderwezen met de volgende woorden: 'Er zal geen andere naam worden gegeven, noch enige andere weg of middel waardoor de verlossing tot de mensenkinderen kan komen, dan alleen in en door de naam van Christus, de Almachtige Heer. Deze en vele andere geschriften, zowel oude als moderne, getuigen van de fundamentele leer dat Jezus Christus en zijn zoenoffer centraal staan in het heilsplan. Voor een heilige der laatste dagen hebben de leer en verlossing alleen in en door de naam van Jezus Christus en de zending van de kerk om iedereen uit te nodigen tot Hem te komen, betrekking op allen die op deze aarde hebben geleefd of ooit zullen leven. Deze leer is van nature inclusief en sluit niemand uit of stelt niemand vrij." 

President Russell M. Nelson heeft vorig jaar tijdens de algemene aprilconferentie een prachtige toespraak gegeven over de Kirtland-tempel. Uiteraard heb ik daar toen een eigen soepje van gemaakt. Niet alleen dat, ik heb zelfs voor een paar dagen mijn tent opgeslagen bij deze tempel. Uit deze toespraak komt onderstaande uitspraak, die ingaat op die van nature aanwezige inclusiviteit en dat niemand wordt uitgesloten. 

"Op grond van priesterschapsleutels hebben wij het gezag
om alle zegeningen 
die God beloofde aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen.
Tempelwerk maakt deze uitzonderlijke zegeningen
aan al Gods kinderen beschikbaar,
waar of wanneer ze ook leefden of leven."
Russell M. Nelson 


Afbeelding tempel: klik op de link onder de afbeelding. 

dinsdag 18 maart 2025

De Leer en Verbonden 22 collage

 

Je hebt soms van die dagen dat er van alles op je evangeliebordje ligt. Een toespraak die gaat over hoop. Een leesopdracht die onder andere Leer en Verbonden 25 behandelt, die gericht is aan Emma, de vrouw van Joseph Smith, waardoor deze openbaring gezien wordt als een soort leidraad voor vrouwen. Daarnaast, nog een paar weken, is het weer tijd voor de Algemene conferentie en dat betekent voor mij soepjestijd. Elk halfjaar geef ik hier aandacht aan en dat wil ik dit jaar ook weer doen. En dan nog Leer en Verbonden 22, onderdeel van mijn leesopdracht van vorige week, die ervoor zorgt dat ik op dit moment niet verder kan reizen en de reden dat ik Leer en Verbonden 25 en Emma in de wachtrij heb gezet. Ter compensatie heb ik een toespraak, 'Een oproep aan mijn zusters', van president Nelson die ik al eerder op mijn blog heb verwerkt. Sommigen hebben dit 'blikje' al geopend, voor anderen is deze benadering nieuw. Hoe het ook zij, deze toespraak blijft de moeite van het lezen waard. En dan natuurlijk het onderwerp 'ras en het priesterschap' wat mij van het ene onderwerp naar het andere onderwerp doet gaan en, door de grootte van die steen op mijn pad, gezorgd heeft voor enige stagnatie. 

"U allen die door de doop één met Christus bent geworden...
En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham,
erfgenamen volgens de belofte."
Galaten 3





In zijn voorwoord, afdeling 1:22, had de Heer het al over het eeuwigdurend verbond. En ook in afdeling 22 wordt er gesproken over het nieuw en eeuwigdurend verbond, maar dan in combinatie met de doop. Deze twee, het nieuw en eeuwigdurend en de doop, heb ik als uitgangspunt genomen. Uiteraard besef ik dat dit gevolgd behoort te worden door de doop met de Geest om de doop compleet te maken, maar voor waar ik heen wil is dat nu niet van belang. Het gaat mij om het verband tussen de doop en de volheid van het evangelie, nieuw en eeuwigdurend verbond en het verbond van Abraham in het licht van ras en priesterschap. Dit gaat verder dan "je hebt nu het priesterschap en kunt naar de tempel". Zie wat ik deel maar als een soort collage. Jullie mogen meelezen, maar omdat het voor mijzelf is, ontbreken de verwijzingen. Ik ga ervan uit dat ik vroeg of laat, tijdens mijn reis door de Leer en Verbonden, deze uitspraken opnieuw passeer en dan zal ik erop terugkomen met de bijbehorende linken. 

- Door de doop betuigen wij dat wij bereid zijn om de naam van Christus op ons te nemen.
- Door de doop laten wij zien dat wij Zijn evangelie aanvaarden en worden wij tot de 
  nakomelingen van Abraham gerekend, waardoor wij recht hebben op het priesterschap. Het 
  nieuw en eeuwigdurend verbond en het verbond van Abraham zijn in feite hetzelfde. Dit 
  nieuw en eeuwigdurend verbond omvat de volheid van het evangelie van Jezus Christus, met 
  inbegrip van alle verordeningen en verbonden die voor het heil van het mensdom 
  noodzakelijk zijn. Het nieuw en eeuwigdurend verbond is het totaal van alle 
  evangelieverbonden en -verplichtingen die vanouds zijn gegeven, en in deze laatste dagen op 
  aarde is hersteld. Elk verbond dat we sluiten maakt deel uit van het nieuw en 
  eeuwigdurend verbond. Daaronder vallen de doop, het Melchizedekse-priesterschap voor 
  mannen en de tempelbegiftiging en verzegeling (het eeuwige huwelijk). De herstelling van 
  dit verbond, het verbond van Abraham, was de herstelling van het evangelie in de laatste 
  dagen. 
- Door de doop wordt men lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste  
  Dagen, de herstelde nieuwtestamentische kerk van Christus, die de volheid van het evangelie  
  bevat, wat je terugziet in de proclamatie over de herstelling. Als de Heer in het algemeen 
  van het nieuw en eeuwigdurend verbond spreekt, heeft Hij het over de volheid van het 
  evangelie. 
- Door de doop, die de poort is, en de aanvaarding van het evangelie, begeven wij ons op het 
  verbondspad en wordt men gerekend tot het verbondsvolk van God, waardoor wij mede-
  erfgenamen worden van alles wat God de trouwe kinderen Israëls heeft beloofd. De grootste 
  van alle zegeningen en gaven van God is het eeuwige leven, ofwel het leven dat God leidt. 

Ik ben blij dat ik aandacht heb gegeven aan het opruimen van deze steen, waardoor ik, door het inzicht, beter toegerust ben om mijn reis te vervolgen. Ik hoop jullie te zien bij mijn volgende stop. 

donderdag 13 maart 2025

Afslag 20.3

Jezus heeft zijn kerk hersteld

Het is, denk ik, ondertussen niet nieuw voor jullie dat ik dit jaar door de Leer en Verbonden reis. De afgelopen 2 jaren was ik ook al op reis door de Schriften. Tijdens een van die reizen, ik nam toen de A 20.1 en ook nog de A 20.2, kruiste ik tot twee keer afdeling 20 van de Leer en Verbonden. Ondanks dat ik daar al eerder ben geweest, kan ik niet om deze afslag heen, daar het een 'verplicht' onderdeel is van mijn reistour.


Ik ben echter niet van plan al deze onderdelen te gaan bezoeken. Integendeel. Ik heb besloten het rustig aan te doen en mij slechts te concentreren op één tekst uit het Nieuwe Testament met tussendoor hedendaagse evangeliedingetjes:

"...door dit geloof bent u allen kinderen van God, in Christus Jezus.
U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.
Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen -
u bent allen één in Christus Jezus.
En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham,
erfgenamen volgens de belofte."
Galaten 3:26-29

Van Leer en Verbonden 2 zegt men dat "het begin en het einde van het evangelie in die afdeling beschreven staat". Dat gevoel heb ik met dit vers in Galaten. Voor mij zit in dit vers als het ware het hele evangelie, het hele plan van verlossing. In die zin lijkt dit vers uit Galaten ook op het Boek van Mormon, dat de volheid van het evangelie bevat, wat door de Heer in deze afdeling 20 bevestigd wordt. Wat niet wil zeggen, ik haal nu president Benson aan: "dat het iedere leerstelling bevat die ooit geopenbaard is. Het betekent eerder dat wij in het Boek van Mormon alle leerstellingen vinden die nodig zijn voor ons eeuwig heil". 

Met de boodschap, te lezen in afdeling 20, dat de in het Boek van Mormon beschreven volheid voor de "andere volken en ook voor de Joden" is. Daarmee "bewijzende dat de heilige Schriften waar zijn" en dat "Hij daardoor aantoont dat Hij dezelfde God is, gisteren, heden en voor eeuwig". Wat onder andere blijkt uit dat de Heer Zijn Kerk heeft hersteld zonder aanzien des persoons. Dus toen de zwarte mensen van Afrikaanse afkomst in 1978 het priesterschap kregen, ontvingen ze terug wat ze al tijdens de herstelling hadden gekregen, wat je trouwens, zijstraatje, ook niet los kunt zien van het verbond van Abraham. Vandaar dat ik dit vers uit Galaten zie als het hele evangelie, zeker als je het woord heel vertaalt naar volheid. En zo brengt dit nieuwtestamentische vers mij naar het nu, naar de proclamatie over de herstelling, die gaat over "de herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus". 

De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus

Topics and Questions: Gospel, Fulness of the: 
"Het evangelie is het plan van geluk van onze hemelse Vader. De centrale leer van het evangelie is de verzoening van Jezus Christus. De profeet Joseph Smith zei: "De eerste beginselen en verordeningen van het evangelie zijn: ten eerste, geloof in de Heer Jezus Christus; ten tweede, bekering; ten derde, doop door onderdompeling voor de vergeving van zonden; ten vierde, oplegging van handen voor de gave van de Heilige Geest. In zijn volheid omvat het evangelie alle leer, beginselen, wetten, verordeningen en verbonden die nodig zijn om verhoogd te worden in het celestiale koninkrijk. De Heiland heeft beloofd dat als we volharden tot het einde en getrouw het evangelie naleven, Hij ons onschuldig zal houden voor de Vader bij het Laatste Oordeel. De volheid van het evangelie is in alle tijdperken gepredikt toen Gods kinderen voorbereid waren om het te ontvangen". In de laatste dagen, of de bedeling van de volheid der tijden, is het evangelie hersteld door de profeet Joseph Smith.

President Nelson: 
Het eeuwigdurend verbond: "Ik heb vaak gesproken over het belang van het verbond van Abraham en de vergadering van Israël. Wanneer we het evangelie aanvaarden en ons laten dopen, nemen we de heilige naam van Jezus Christus op ons. De doop is de poort waardoor wij mede-erfgenamen worden van de beloften die de Heer gegeven heeft aan Abraham, Izak en Jakob, en aan hun nageslacht." 
Verbonden: "Door deze hernieuwing hebben wij, zoals zij van weleer, het heilige priesterschap en het eeuwige leven. We bezitten het recht om de volheid van het evangelie te ontvangen, de zegeningen van het priesterschap te genieten en ons waardig te maken voor Gods grootste zegen: het eeuwige leven. Sommigen onder ons zijn letterlijk nakomelingen van Abraham, anderen gaan deel uitmaken van zijn familie door adoptie. De Heer maakt geen onderscheid. We ontvangen deze beloofde zegeningen allemaal als we tot de Heer komen en zijn geboden onderhouden."

Tot slot nog deze opmerking die ik tijdens mijn reis tegenkwam: "Heilige verordeningen en de goddelijke autoriteit om ze te bedienen, begonnen niet met de herstelling van het evangelie en de oprichting van de hedendaagse kerk in 1830. De heilige verordeningen van het evangelie als vereisten voor verlossing en verhoging werden ingesteld voor de grondlegging van de wereld. Ze zijn altijd een onveranderlijk onderdeel van het evangelie geweest. De profeet Joseph Smith leerde: Verordeningen die vóór de grondlegging der wereld in de hemelen zijn ingesteld, in het priesterschap, voor de verlossing van de mens, mogen niet worden gewijzigd of veranderd. Allen moeten op dezelfde beginselen worden gered."