Vandaag bespraken we in onze vrouwenorganisatie, de ZustersHulpVereniging, de toespraak 'Dankzij Jezus Christus' van ouderling Dale G. Renlund. In deze toespraak zegt hij iets wat mij in het bijzonder trof, en dat zijn deze woorden:
Vandaag bespraken we in onze vrouwenorganisatie, de ZustersHulpVereniging, de toespraak 'Dankzij Jezus Christus' van ouderling Dale G. Renlund. In deze toespraak zegt hij iets wat mij in het bijzonder trof, en dat zijn deze woorden:
De afgelopen periode heb ik, meen ik, wekelijks iets op mijn blog geschreven. Soms, dat kwam ook voor, zelfs meer stukjes in een week. Er waren echter ook periodes dat ik nauwelijks iets schreef. Op dit moment hang ik, als het gaat om het schrijven op mijn blog, ergens tussen dit alles in. Niet direct zichtbaar voor jullie, maar wel voelbaar voor mijzelf. Daarom open ik vandaag opnieuw een enigszins aangepast blikje, wat gaat over kijken en zien. Wat voor mij uiteindelijk ook te maken heeft met diversiteit. Diversiteit in discipelschap.
Waarom juist dit blikje? Misschien wel omdat ik zelf niet alleen bezig ben met kijken en zien, maar ook met wat ik hoor. Kijkend door de bril van mijn eigen vrouw zijn, naar Christus en zijn eigenschappen. Tegelijkertijd meenemend deze opmerking die ik onderweg tegenkwam: "Een nauwkeurige bestudering van de evangelieteksten onthult dat Jezus een emotioneel complexe persoon was, en helemaal niet het eendimensionale 'aardige man'-personage dat onze cultuur helaas zo vaak van hem heeft gemaakt." En deze opmerking:
In 2020, tijdens de algemene conferentie van oktober, zei president Russell M. Nelson het volgende in zijn toespraak Laat God zegevieren: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israëls beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald".
Deze woorden zijn op zichzelf al duidelijk genoeg. Maar als je weet dat de kerk in 2018 samen met de NAACP een gezamenlijke oproep heeft gedaan voor meer beleefdheid, raciale en etnische harmonie en wederzijds respect, dan geeft dat een extra lading aan deze woorden. Zeker ook als je weet dat het niet bij woorden is gebleven.
De kerk en de NAACP hebben, zoals president Nelson zelf zei, een bewogen verleden achter de rug. Wat bijzonder aan deze samenwerking is dat zij dit verleden achter zich hebben kunnen laten. Dusdanig zelfs dat het er uiteindelijk ook toe leidde dat Derrick Johnson, president van de NAACP, tijdens een zondagse eredienst, de kerkleden vanaf de kansel toesprak. Wie had dat ooit gedacht? Over de waarheid van implicaties gesproken.
Vorige week eindelijk weer eens een blikje geopend. Dit beviel me zo goed dat ik besloten heb nog een blikje te openen. Dit blikje haakt in op die van vorige week door zijn onderwerp als het gaat om je voor te bereiden op de wederkomst en jouw rol in dit geheel.
Blikje: Nu is de tijd om ons voor te bereiden.
Met nu wordt vandaag bedoeld. "Vandaag is de tijd om ons voor te bereiden God te ontmoeten. Morgen kan het te laat zijn". Dit heeft uiteindelijk alles te maken met de gelijkenis van de tien maagden. De dwaze maagden vonden uiteindelijk een gesloten deur. Ze hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. Zou het komen doordat er geen deadline was? Dat ze dachten dat ze nog genoeg tijd hadden?
Dit logje heeft niet voor niets de titel 'Vooroordeel 2' gekregen. Ik vind het belangrijk dat je, voordat je het onderstaande leest, eerst 'Vooroordeel 1' leest. Ik geloof namelijk dat allen voor God gelijk zijn. Dat Hij kijkt voorbij kleur, en in het verlengde daarvan niet denkt in termen van ras. En dat Hij niemand verwerpt die tot Hem komt. Dit vraagt een andere houding van lezen, van kijken. Het vraagt een andere bril en daaraan wennen kan soms de nodige tijd vragen.
In zijn toespraak 'Alle mensen overal', die gaat over het Boek van Mormon, heeft ouderling Oaks het erover dat "in het Boek van Mormon steeds wordt herhaald dat het evangelie van Jezus Christus universeel is in zijn belofte en uitwerking - dat die zich uitstrekken tot allen die ooit op aarde hebben geleefd". In deze toespraak zegt ouderling Oaks ook iets over het lezen door een andere bril: "Wat men leert, is afhankelijk van de lezer. Wat we uit het boek halen - met name uit gewijde tekst - is vooral afhankelijk van onze houding als we erin lezen; zijn we verlangend en bereid om te leren en ons af te stemmen op het licht en de communicatie van de Geest van de Heer." Wat president Oaks met name geleerd heeft toen hij het Boek van Mormon las, was "hoeveel liefde God heeft voor al zijn kinderen in alle landen. En dat Zijn macht en goedheid en barmhartigheid zich uitstrekt over al de bewoners der aarde (1 Ne 1:14)". Hier, in deze tekst, is Lehi aan het woord, onder andere de vader van Laman en Nephi, de stamvaders van de Lamanieten en Nephieten. Wat ik interessant vind aan dit vers is dat al gelijk in hoofdstuk 1 van het Boek van Mormon het punt gemaakt wordt dat Gods macht, goedheid en barmhartigheid zich uitstrekt over al de inwoners der aarde. Volgend jaar bespreken we de Leer en Verbonden, en daar wordt deze gedachte, weliswaar in iets andere woorden, ook in hoofdstuk 1 gemaakt. "En voorts, voorwaar, Ik zeg u, o bewoners van de aarde: Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees; want Ik ben geen aannemer des persoons, en wil dat allen zullen weten dat de dag spoedig komt".
Het Boek van Mormon is net als de Bijbel een boek vol met menselijke verhalen. Het gaat over mensen die wandelen met God en boven zichzelf uitstijgen. Het laat echter ook een andere kant zien. Mensen die zich overgeven aan hun menselijke zwakheden en bijvoorbeeld op zoek zijn naar macht ten koste van de ander, zo hun vooroordelen hebben en vaak geen prijs stellen op het woord van God. Terwijl het enige verlangen van de Heer is dat zij zich "bekeren en tot Hem terugkeren". Wat de Heer dan doet in situaties dat men zich van Hem afkeert, hij zendt profeten om hen tot Hem te laten terugkeren.
Dit is geen nieuw thema, alleen dit keer zendt de Heer een Lamaniet, Samuel, naar de Nephieten, "die nog steeds in grote goddeloosheid verbleven, terwijl de Lamanieten nauwgezet de geboden van God onderhielden". Deze Samuel beseft heel goed dat hij een Lamaniet is en dat zijn afkomst een rol speelt bij zijn toehoorders. Dit blijkt onder andere wel uit zijn woorden: "En nu, omdat ik een Lamaniet ben". Terwijl, als je de geschiedenis van het Boek van Mormon kent, ze dezelfde gemeenschappelijke voorouder hebben, namelijk Lehi, waardoor ze in wezen broeders zijn, wat in dit verhaal geen enkele rol van betekenis speelt. Integendeel. Wat ze echter vergeten is dat "het evangelie van Jezus Christus alle mensen de mogelijkheid biedt om te veranderen. In een groot deel van het Boek van Mormon waren de daden van de Lamanieten slecht geweest, maar de prediking van de Nephieten leidde ertoe dat het merendeel van hen het evangelie ontving en een grote verandering van hart ervoer. Hier in het boek Helaman (zie de hoofdstukken 13 tot en met 15) is die duidelijke omkering van rollen te zien: een volk dat ooit was onderwezen, werd de leraar". In hun toorn, vanwege zijn woorden, maar ook vanwege het feit dat hij een Lamaniet is (hoe durft hij hun de les te lezen), gaat een deel van het volk van de Nephieten zelfs zo ver dat ze hem met "stenen en pijlen proberen te raken".
Door het hele Boek van Mormon zie je deze omkering, wat uiteindelijk niets te maken heeft met afstamming, noch met de kleur van je huid, maar alles met de gesteldheid van je hart. Dat blijkt wel uit deze woorden van Samuel: "U weet zelf, want u bent er getuige van geweest dat zovelen van hen (hij heeft het hier over de Lamanieten) als er tot de kennis van de waarheid worden gebracht......er ertoe worden gebracht de heilige Schriften te geloven, ja, de profetieën van de heilige profeten, die zijn opgeschreven, hetgeen hen tot geloof in de Heer voert, en tot bekering, welk geloof en welke bekering hun een verandering van hart brengt. Daarom zeg ik u: Het zal voor hen beter zijn dan voor u, tenzij u zich bekeert. Want zie, indien aan hen de machtige werken waren getoond die aan u zijn getoond, ja, aan hen die in ongeloof zijn verkommerd wegens de overleveringen van hun vaderen, dan kunt u voor zichzelf zien dat zij nooit wederom in ongeloof zouden zijn verkommerd."
Zoals ik al zei, deze boodschap die Samuel brengt is niet nieuw. Honderden jaren eerder waarschuwde een andere profeet, Jacob, de Nephieten al met deze woorden: "Wee, wee u die niet rein van hart bent, die heden vuil bent voor het aangezicht van God; want tenzij u zich bekeert, wordt het land omwille van u vervloekt". En geeft Jacob de Nephieten de raad dat ze "daarentegen aan hun eigen vuilheid moeten denken in het besef dat de vuilheid van de Lamanieten aan hun vaderen te wijten is".
Raad Jacob aan de Nephieten: Jacob 3. Omkering van rollen: Inleiding Het Boek van Mormon cursistenboek, hoofdstuk 38.
In mijn planning stond het verhaal van Ahmad S. Corbitt, maar hij moet toch nog even wachten. Onlangs bespraken we namelijk in onze vrouwenorganisatie een toespraak die ging over het belang van vertrouwen op de Heer. In mijn voorbereidingen kwam ik een uitspraak tegen van ouderling Richard S. Scott die dit over vertrouwen zei: "Vertrouwen betekent gewillig gehoorzamen zonder vanaf het begin het einde te kennen". In het licht van 'Vertel je verhaal' kan ik niet heen om het verhaal van familie Martins.
De familie Martins, van Afrikaanse afkomst, liet zich in 1972 dopen. In de periode voor zijn doop vroeg Helvicio naar de rol van zwarte mensen in onze kerk in die tijd. De Martins kregen te horen dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst uitgesloten waren van ordening in het priesterschap. Desondanks weerhield hen dat niet om lid van de kerk te worden. Ouderling Helvicio zei er zelf dit over: "We hadden de waarheid gevonden en niets kon ons ervan weerhouden ernaar te leven. Wanneer de Geest je vertelt dat het evangelie waar is, hoe kun je dat dan ontkennen?"
Op een gegeven moment kreeg hun oudste zoon, Marcus, zijn patriarchalezegen waarin gezegd werd dat hij het evangelie zou prediken. Hoewel de priesterschapsrestrictie Marcus er in die tijd van weerhield om een voltijdszending te vervullen, openden zijn ouders een zendingsspaarrekening. Na de openbaring op het priesterschap, die de priesterschapsrestrictie ophief, was Marcus het eerste kerklid van Afrikaanse afkomst dat op zending ging. "Vertrouwen betekent gewillig gehoorzamen zonder vanaf het begin het einde te kennen".
In 1975 werd er aangekondigd dat er een tempel gebouwd zou worden in São Paulo, Brazilië . "Heiligen in heel Latijns-Amerika waren dolblij met de aankondiging. Destijds werd van de leden verwacht dat ze een derde van de kosten van een nieuwe tempel zouden opbrengen. Omdat zovelen zo weinig hadden, brachten de leden buitengewone offers om geld in te zamelen." Zuster Martins verkocht haar sieraden. Broeder Martins was actief als lid van het publiciteitscomité voor de tempel. De familie Martins bracht deze offers, hoewel ze ervan uitgingen dat ze zelf niet in de gelegenheid zouden zijn om de verordeningen van de tempel te ontvangen.
En zij waren niet de enigen die dergelijke offers brachten, zoals we kunnen lezen in de verhandeling van 'Ras en het priesterschap': "Naarmate de constructie van de tempel vorderde, werden de kerkelijke autoriteiten geconfronteerd met getrouwe zwarte en halfbloedmormonen die financieel of anderzijds hadden bijgedragen tot de bouw van de tempel, een heiligdom dat ze na de voltooiing niet mochten betreden. Naast deze offers werden de leiders van de kerk geraakt door de bekering van duizenden Nigerianen en Ghanezen in de jaren zestig en zeventig". Kerkleiders ontvingen een stortvloed van brieven van ongedoopte bekeerlingen in Nigeria en Ghana. "Vertrouwen betekent gewillig gehoorzamen zonder vanaf het begin het einde te kennen."
Na de openbaring op het priesterschap was dit de reactie van familie Martins: "Ik kon mijn emoties niet meer bedwingen. Rudá en ik gingen naar onze slaapkamer en knielden neer om te bidden. We huilden en dankten onze Vader in de hemel voor een gebeurtenis waar we alleen maar van gedroomd hadden. De dag was werkelijk aangebroken, en nog wel in onze aardse proeftijd." Helvécio werd plaatselijk priesterschapsleider en werd uiteindelijk als lid van het Tweede Quorum der Zeventig geroepen. Helvécio was de eerste zwarte Afrikaan die werd geroepen als algemeen autoriteit van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
Marcus Martins zei later over deze gebeurtenissen dat "de openbaring uit 1978 niet alleen gaat over zwarten die het priesterschap ontvangen, maar eerder over een bevestiging van Bijbelse principes dat iedereen gelijk is voor God". De openbaring bevestigt opnieuw - nu we president Nelson zien met het thema 'Wees één' - dat wat deze eenheid tot stand brengt, de erkenning is dat we allemaal gelijk zijn. We kunnen niet één zijn als we onszelf als verschillend beschouwen - racistisch, taalkundig, etnisch, economisch of wat dan ook. Nee, we moeten ons als gelijken zien, zonen en dochters van God."
"Een bevestiging van Bijbelse principes." Iets wat ons allemaal aangaat. En zo loopt het ene verhaal over in het andere verhaal.
Dat ik voor het cijfer drie heb gekozen als titel, heeft te maken met dat dit staat voor de kerk, in drie verschillende periodes op de lijn van tijd. Met als gemeenschappelijke deler, ondanks een tijdsverschil van eeuwen, dat "God iedereen uitnodigt om tot Hem te komen". En niet te vergeten het woord proclamatie.
Voordat ik deze proclamatie met jullie deel, wil ik nog even terugkomen op het laatste stukje van de video over de herstelling van de kerk. Bijna aan het eind wordt dit gezegd: "Leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen geloven dat God zijn kerk om een heel eenvoudige reden heeft hersteld: Hij houdt van al zijn kinderen en wil dat ze vreugde in dit leven hebben en bij Hem terugkeren." Het is ook niet voor niets dat de proclamatie, die gaat over de derde kerk op mijn tijdlijn, begint met woorden van dezelfde strekking:
Ik moet nu denken aan een les uit het verleden die ik gegeven heb en waar ik ook hier op dit blog over geschreven heb, dat Jezus vastgeroeste tradities van vijandigheid doorbrak. Tussen de Joden en de Samaritanen, tussen de Nephieten en de Lamanieten, en tussen wit en zwart. Ik gebruikte toen een andere insteek, maar in wezen komt het op hetzelfde neer. De reden is nu en was toen niet meer of minder dan dat God van al zijn kinderen houdt, en dat Hij geen aannemer des persoons is. Probleem zit hem echter in dat willen zien, wat verder gaat dan kijken met je ogen.
Nee, ik ben geen serie aan het schrijven over reizende beelden, al lijkt het er bijna wel op als je kijkt naar mijn laatste drie berichtjes. Desondanks heb ik mijn titel de naam 'geen gesneden beeld' gegeven. Tegen het oude volk van Israël zei God dit: "Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken".
Desondanks, kunnen we door middel van de Schriften wel een beeld van Hem verkrijgen, en dit beeld laat zien dat God een onveranderlijke God is: "de wereld bewijzende dat de heilige Schriften waar zijn, en dat God inderdaad mensen inspireert en hen tot zijn heilige werk roept, zowel in deze tijd en dit geslacht als in de geslachten vanouds; waardoor Hij aantoont dat Hij dezelfde God is, gisteren, heden en voor eeuwig". Wat Hij tegen het ene volk zegt kan niet anders zijn dan wat Hij tegen het andere volk zegt. Zeker als het gaat om Zijn kerk, wat voor mij blijkbaar een terugkerend thema is. Een olifantje, zo gezegd. Met dit verschil dat ik nu pas zijn tranen zie.
Ik mag dan mijn jaarthema 'Allen zijn gelijk voor God' hebben losgelaten, echter dat wil niet zeggen dat ik daar zo af en toe niet op zal terugkomen, zoals nu. Dat heeft alles te maken met onze leesopdracht van afgelopen week en de drie woordjes 'gelijkheid', 'kerk' en 'proclamatie'. Maar ook alles met drie verschillende tijdsperioden in de geschiedenis van de wereld als het gaat om de kerk van Jezus Christus. Al werd deze kerk, ik heb het nu over de kerk in het Boek van Mormon, voordat Christus in Amerika verscheen, "de kerk van God, ofwel de kerk van Christus werd genoemd". Ik kon namelijk wat ik over deze kerk las in de eerste drie verzen, nog even en er staat een drie op mijn voorhoofd, van Mosiah 27 niet loszien van andere gebeurtenissen in de Schriften vanwege het gemeenschappelijke wat zij in zich meedragen. De conclusie van deze drie verzen is:
Er was dus een kerk, er heerste oneindigheid en om het probleem op te lossen ging er "een oproep uit door het gehele omliggende land". Dit zie je ook terug in het Nieuwe Testament. Er was een kerk waarin "een heftige woordenstrijd ontstond", met als uiteindelijke conclusie:
Komende zondag is het weer mijn beurt om 'les' te geven. Het eerste wat je leest in de toespraak die we gaan bespreken, is dit: "Het evangelie is geen wondermiddel om moeilijkheden en problemen te voorkomen, maar een manier om ons geloof te vergroten en ermee om te leren gaan". Ik ben niet van plan deze toespraak hier op mijn blog te gaan bespreken. Er is echter wel één ding uit deze toespraak dat past bij mijn reis hier op het blog.
Dit heeft alles te maken met Bartimeüs, een blinde man die langs de weg zat te bedelen. Die, toen hij vroeg waarom het zo druk was en hoorde dat het vanwege Jezus de Nazarener was, begon te roepen: "Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij! En velen bestraften hem opdat hij zwijgen zou. Maar hij riep des te meer".
Toen ik nog op station Henoch stond had ik het ook al even over Bartimeüs. Dat wandelen ook kan betekenen dat men zichzelf op een bepaalde manier leidt. En dat was wat Bartimeüs deed. Hij liet zich door de mensen uit de menigte niet het zwijgen opleggen. Integendeel: "hij riep des te meer. Iedereen zei dat hij stil moest zijn, maar hij riep des te meer omdat hij wist wie Jezus echt was. Hij negeerde de stemmen en schreeuwde nog luider. Hij handelde in plaats van met zich te laten handelen. Hij wendde zijn geloof aan om zijn beperkingen te overstijgen". Om uiteindelijk, door zijn eigen volhardend gedrag, deze woorden te mogen horen: "Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En meteen werd hij ziende."
Zoals jullie weten is lezen voor mij op reis gaan. Of het nu om boeken, tijdschriften of om de Schriften gaat soms weet ik niet meer waar het een begint en waar het ander eindigt, zoals nu met Bartimeüs en het woordje nee. Bartimeüs zei nee tegen de stemmen van de menigte en dat maakte het verschil.
Antje Balters, schrijfster van het boek 'De moed om nee te zeggen' zei het volgende over deze situatie: "Jezus vraagt aan de mensen waarom ze tot Hem komen en wat zij willen, ook wanneer Hij zelf al lang ziet wat ze nodig hebben. Aan de ene kant respecteert Hij hen daarmee als zelfstandige personen en overschrijdt Hij hun persoonlijkheidsgrenzen niet. Aan de andere kant nodigt Hij hen uit om erover na te denken wat nu eigenlijk hun wens is en wat ze nu werkelijk nodig hebben. Daarmee stelt Hij ook indirect de vraag naar hun identiteit. Ze moeten zichzelf onderzoeken en leren kennen. Het is nog steeds een taboe zichzelf als persoon belangrijk te vinden en serieus te nemen, met andere woorden oog voor zichzelf te hebben. Hier geldt net zo goed: wanneer we de opdracht in de Bijbel om in alles zo te worden als Jezus, dan moeten we ook onszelf in beeld krijgen. In elk geval niet alleen als doelwit van harde zelfkritiek en met verbeteringsvoorstellen, maar we moeten zo naar onszelf kijken als Christus naar ons kijkt: liefdevol, meevoelend, barmhartig, bezorgd om ons welzijn, ja zelfs enthousiast. Daar is niets verwerpelijks aan en ook niets egoïstisch; het is zelfs heilzaam, vooropgesteld dat Jezus het middelpunt blijft op wie het denken, doen en voelen gericht is. Als geliefde zoons en dochters mogen, ja moeten wij liefdevol tegenover onszelf staan, omdat we alleen dan ook onze naaste liefdevol kunnen aanzien."
Gevoelsmatig reis ik, door het woordje nee, als het ware mijzelf achterna. Met dit verschil dat mijn nee, kwestie van energie, een verandering heeft ondergaan. Het is nu veel méér een NEE, wat ik niet los kan zien van, en daar heeft Balters het ook over, de vraag naar identiteit. Jezelf onderzoeken, leren kennen en serieus nemen. Al reizend hoop ik daar meer inzicht in te krijgen. Onderwijl
genietend van het uitzicht
Foto is gemaakt door één van onze kleinkinderen 😍
Afbeelding: Pixabay