Blikje: Diversiteit
Blikje: Diversiteit
Gistermiddag zat ik in de zon een blad van een paar jaar geleden te lezen, waarin men terugblikt op de coronacrisis. In dit tijdschrift stond een artikel met de titel "De ruimte om dingen anders te doen". Daarin werd de volgende vraag gesteld: "Wat hebben de afgelopen jaren met ons gedaan?" Toen ik vandaag voor mijn voorraadkast stond en mij afvroeg welk blikje ik zou gaan openen kon ik niet anders dan het blikje coronacrisis uit de kast halen.
In onderstaande tekst heb ik het over de discussie van "wij dringen er bij u op aan", die toen speelde. Wat trouwens ook ter sprake komt in bovenstaand artikel, is het hebben van verschillende perspectieven en het vinden van de nuance, in dit geval het maatschappelijke debat. Ik denk dat de vragen van toen, ik heb het nu over ons als leden van de kerk, dat alhoewel we geen coronajasje meer dragen, nog steeds actueel zijn. En dan gaat het met name om deze vraag: "In hoeverre ben ik bereid om te gehoorzamen als het niet in lijn is met mijn eigen standpunt?".In het Flow-artikel wordt gesproken over een "open ruimte", maar ook over het pleiten voor "openheid". Het gesprek blijven voeren en de onderlinge relaties niet laten vertroebelen door verschillende standpunten". Als het gaat om openheid, maar ook om wel of niet gehoorzamen, dan kan ik dit op de een of andere manier niet loszien, maar dat komt waarschijnlijk door mijn 'gekleurde' brilletje, van wat president Dallin H. Oaks in het verleden zei over de ban op het priesterschap: "Ik had de redenen bestudeerd die toen werden gegeven. Ik kreeg over geen enkele een bevestiging dat die waar was. Als onderdeel van mijn gebedvolle studie ontdekte ik dat de Heer in het algemeen zelden redenen geeft voor de geboden en aanwijzingen die Hij aan zijn dienstknechten openbaart. Ik besloot trouw te zijn aan onze profetische leiders en te bidden dat de dag zou komen dat iedereen - zoals bij de instelling van deze beperking was beloofd - op de zegeningen van het priesterschap en de tempel aanspraak kon maken. Nu, op 8 juni 1978, was die dag aangebroken en huilde ik van vreugde."
Blikje: Coronacrisis, 22 augustus 2021
Op 12 augustus jongstleden werd door het Eerste Presidium onderstaande boodschap naar de leden van de kerk, overal ter wereld, gestuurd. Hieronder zowel de boodschap in het Engels als in het Nederlands. Voor alle duidelijkheid: de vertaling in het Nederlands is niet de officiële versie van de kerk, maar van Google Translate, wat in het licht van dit blogje wel volstaat.
Dear Brothers and Sisters:
We find ourselves fighting a war against the ravages of COVID-19 and its variants, an unrelenting pandemic. We want to do all we can to lint the spread of the viruses. We know the diseases they cause can only be achieved by immunizing a very high percentage of the population.
To limit exposure to these viruses, we urge the use of face masks in public meetings whenever so possible. To provide personal protection from such severe infections, we urge individuals to be vaccinated. Available vaccins have proven to be both safe and effective.
We can win this war if everyone will follow the wise and thoughtful recommendations of medical experts and government leaders. Please know of our sincere love and great concern for al God's children.
"Je weet pas wie je bent, als je weet waar je vandaan komt". Deze uitspraak hing aan de muur van Het Noordbrabants Museum, waar wij naar de tentoonstelling 'Ketahanan: verhalen van veerkracht', zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking was gemaakt met de Molukse gemeenschap, die "opgebouwd was rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst".
Nu heb ik zelf geen Molukse achtergrond, maar ik herkende mij in de verhalen die zij daar in het museum vertelden. Vooral in de woorden dat het verleden doorwerkt in het heden. Minister-president Jetten verwoordde het zo toen hij afgelopen zondag zijn excuses aanbood: "De beladen geschiedenis van toen en is er nu nog altijd voelbaar".
Dit AD-artikel eindigt met de woorden: "De excuses zijn zondag gemaakt door minister-president Jetten. De Molukse geschiedenis bekender maken en onderdeel laten zijn van de Nederlandse geschiedenis is een essentieel vervolg". Met andere woorden: "Excuses zijn geen punt, maar een komma".
"Excuses zijn geen punt, maar een komma" zijn woorden die uit de mond kwamen van premier Rutte toen hij "namens de Nederlandse staat excuses aanbood voor het slavernijverleden. Dat de Nederlandse overheid eeuwenlang slavernij mogelijk heeft gemaakt, heeft gestimuleerd, in stand heeft gehouden en ervan heeft geprofiteerd. We delen niet alleen het verleden, ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt."
Ook zei hij, mij om het even of het nu gaat om het slavernijverleden, of om de Molukse gemeenschap, of zelfs als het gaat om kerkgeschiedenis, dit: "Dat proces vraagt tijd en we kunnen het werk alleen in gezamenlijkheid doen". Is dat niet een rode draad? Mijn vorige logje eindigde ik met onder andere deze woorden van Michael A. Goodman: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben". Kijkend naar mijzelf vind ik respect al meer dan voldoende. Misschien is respect ook wel een mooi onderwerp voor ......
Afgelopen zondag hadden wij in onze wijk twee gastsprekers. Een zendings-echtpaar dat verantwoordelijk is voor de vastlegging van de geschiedenis van de kerk in Nederland en België. In deze toespraken hadden zij het onder andere over dat de geschiedenissen die zij vastleggen iets zeggen over wie wij zijn als gemeenschap, en dat wij door deze verhalen de hand van de Heer kunnen zien. Hij is voor onze ogen geschiedenis aan het schrijven, tenminste als wij ogen hebben om te zien. En dat het belangrijk is dat wij deze verhalen met elkaar delen en blijven delen. De serie Saints, "een verhalende geschiedschrijving die verhalen bevat over getrouwe heiligen der laatste dagen uit het verleden", werd als voorbeeld aangehaald. Daarnaast hoorde ik in deze toespraken het belang van gedenken en welk verslag wij over onszelf achterlaten. Wat mij echter het meest trof was deze opmerking,
"Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis."
Al luisterend naar deze toespraken over het belang van vastleggen, van zowel de geschiedenis van de kerk als die van jezelf, en dat de Schriften een prachtig voorbeeld hiervan zijn, moest ik tevens denken aan mijn eigen ervaringen. Aan 'vertel je verhaal'. Echter, dit delen bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Vanuit 'dat niet eenvoudig zijn' ben ik daarover gaan schrijven, en later, zonder vooropgezet plan, werd het een reisverslag door de Schriften. Waarbij ik, hoe je het ook wendt of keert, onze gezamenlijke kerkelijke geschiedenis niet kon en kan negeren.
"In het geslachtsregister van Jezus Christus in het evangelie van Mattheüs worden vijf vrouwen genoemd. Zoals verwacht is Maria, de moeder van Jezus, erbij. Wellicht onverwacht bevat het geslachtsregister ook vier vrouwen die geen Israëlieten waren, banden hadden met niet-Israëlieten of een twijfelachtige reputatie hadden." Vrouwen die door mij 'buitenbeentjes' worden genoemd.
De eerste van deze vier vrouwen is Tamar. Aan haar heb ik reeds aandacht gegeven. De tweede voormoeder die in deze geslachtslijst van Jezus wordt genoemd is Rachab. Rachab, wiens naam onlosmakelijk verbonden is met Jericho. Tamar mag dan de 'hoer' spelen, Rachab was er een. Ondanks dit verleden kunnen we over haar het volgende lezen in het Nieuwe Testament: "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen". "En is Rachab de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?" (zie HSV Hebreeën 11:30, Jakobus 2:25). Hieruit blijkt wel dat we meer zijn dan onze etiketten. Hoewel etiketten ons kracht kunnen geven, ons gevoel van identiteit kunnen bevorderen en ons de kans bieden om te groeien, hebben ze ook een gevaarlijk aspect, zeker als die etiketten niet overeenkomen met onze goddelijke aard of als sommige etiketten ons minderwaardig doen voelen".
Vandaar ook dit commentaar op deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus: "Een ding dat we kunnen leren van Mattheüs is dat God met alle mensen kan werken en op onverwachte manieren. Het is ook een voorbeeld van het feit dat wie we worden niet wordt bepaald door de daden van onze voorouders. De vermelding van vrouwen in de familiegeschiedenis van de Heiland weerspiegelt ook de belangrijke rol die vrouwen spelen in het volbrengen van Gods werk". Woorden die ik niet los kan zien van president Russell M. Nelsons toespraak 'Een oproep aan mijn zusters', waarin hij zegt: "Wij hebben uw kracht, uw bekering, uw overtuiging, uw leidinggevende kwaliteiten, uw wijsheid en uw stem nodig. Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze door hun geloof belangrijke dingen tot stand kunnen brengen". Als er iemand is waarop die woorden ook van toepassing zijn, dan is het wel Rachab.
Behalve dat er aan Rachab het etiket hoer hangt, hangt er nog een etiket aan haar. En dat is het etiket Kanaänitische. Een boek dat sinds jaar en dag bij ons in de kast staat is die van W. Cleon Skousen 'The third thousand years'. Zo links en rechts kom ik stukjes uit dit boek tegen in mijn Schriften die ik de moeite van het opslaan waard vond. Echter, je voelt hem al aankomen, niet alles.
Dit is niet de eerste keer dat ik citeer uit een boek, geschreven door leiders en/of leden van de kerk. In zekere zin val ik in herhaling. Zeker ook als ik kijk naar bovenstaande afbeelding. Echter kijkend naar deze opmerking "als iets wordt herhaald en herhaald, gaat het vanzelf in het collectieve geheugen zitten", dan denk ik dat ik aan de goede kant van de herhaling zit. Deze zin komt uit een publicatie die ging over "De vloek van Cham: Hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen". Tijdens één van mijn wandelingen, op het Cham-pad, heb ik stil gestaan bij deze opmerking.
Een pad dat ik trouwens zeker ook niet los kan zien van Rachab als Kanaänitische. Omdat Kanaänieten, alhoewel ze ook gewoon inwoners van Kanaän kunnen zijn, vooral gezien worden als nakomelingen van die 'vervloekte' Cham wat je ook terug ziet in deze woorden van Cleon W. Skousen: "Het lijkt er ook op dat Rachab geen Kanaäniet was, hoewel ze in een Kanaänitische stad woonde. Dit blijkt uit het feit dat ze later trouwde met een prins van Juda, een huwelijk dat onwettig zou zijn geweest als ze van Cham afstamde. Deze conclusie wordt verder ondersteund door het feit dat zij in de afstammingslijn was waaruit de Verlosser voortkwam".
Dit vloek-Cham-denken van Cleon Skousen staat niet op zichzelf. Het heeft te maken met het racisme van het verleden, wat je ook terug ziet in onze kerkgeschiedenis. En, ik kan dit niet genoeg benadrukken en herhalen, haaks staat op HOE de kerk is hersteld. Niet alleen dat, ook op de HOE van de leer vanaf het begin, waar ik niet de herstelling mee bedoel.
Scripture Helps: "In het verleden hebben sommigen ten onrechte de vloek over het nageslacht van Cham in verband gebracht met de beperkingen op het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperkingen op het priesterschap en de tempel. Sommigen hebben gespeculeerd dat Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." De evangelieverhandeling ras en het priesterschap geeft ook de nodige context en gaat ook in op Kaïn en Cham.
"het gaat om wie ze werd, een voorbeeld van geloof".
Ondanks dat, wil ik tot slot nog stil staan bij één ding en dat heeft te maken met de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten.
Afbeelding Rachab: rahabs-red-rope
Een vrouw waar ik zomaar niet aan voorbij kan reizen is Tamar. Zij hoort voor mij zeker thuis in het rijtje bijzondere vrouwen. En blijkbaar ben ik niet de enige die daar zo over denkt. Zeker als ik kijk naar Mattheüs 1 en het geslachtsregister van Jezus Christus. Vooral als je dat geslachtsregister vergelijkt met die van Lukas. In het geslachtsregister van Lukas wordt namelijk alleen maar gesproken over zonen. Al zal hij zo ook zijn redenen hebben gehad om juist deze insteek te gebruiken.
Wat het geslachtsregister van Mattheüs nog meer bijzonder maakt, is dat de vrouwen waar hij voor kiest eigenlijk allemaal 'buitenbeentjes' zijn. De eerste vrouw die genoemd wordt is Tamar, en ik denk dat dit label zeker ook van toepassing is op haar. Vandaar dan ook deze vraag uit een les, als stof tot nadenken: "Wat kunnen wij leren van het feit dat Mattheüs deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus Christus opneemt?" Want aan de drie overige vrouwen die Mattheüs noemt, hangt ook een speciaal labeltje. Terwijl Mattheüs bijvoorbeeld ook gewoon had kunnen kiezen voor de vrouwen van Abraham, Izak en Jakob, wat hij uiteindelijk niet gedaan heeft.
Hierbij in het kort het verhaal van Tamar, wat ik vond op Wikipedia. Zelf had ik het zo kort niet kunnen samenvatten, vandaar die keuze: "Juda trouwt met de dochter van Shua, een Kanaäniet. In Genesis hoofdstuk 38 krijgen Juda en zijn vrouw drie kinderen: Er, Onan en Shelah. Er trouwt met Tamar, maar God doodt hem omdat hij goddeloos was in Zijn ogen (Gen. 38:7). Tamar wordt volgens de gewoonte de vrouw van Onan, maar ook hij wordt gedood nadat hij weigert kinderen te verwekken voor de kinderloze weduwe en zijn oudere broer en in plaats daarvan zijn zaad verspilt. Hoewel Tamar met Shelah, de overgebleven broer, had moeten trouwen, stemde Judah daar niet mee in. Daarop misleidt Tamar Juda door zich voor te doen als prostituee en zo gemeenschap met hem te hebben. Wanneer Juda ontdekt dat Tamar zwanger is bereidt hij zich voor haar te laten doden, maar hij herroept zijn plan wanneer hij ontdekt dat hij de vader is (Gen. 38:24-26). Tamar is de moeder van een tweeling: Perez (Peretz) en Zerah (Gen. 38:27-30). De eerste is de patrilineaire voorvader van de Messias, volgens het boek van Ruth (4:18-22)."
Ondanks bovenstaand commentaar kan ik de bordjes langs de weg met de tekst 'Het verleden werkt door' niet negeren. Cham, de jongste zoon van Noach, is daar helaas een 'prachtig' voorbeeld van. Twee jaar geleden, in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij, heeft het Nederlands Dagblad onderzoek gedaan naar Cham en zijn vloek: De vloek van Cham: hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen. Ik denk dat de titel van dit artikel voor zichzelf spreekt.
Uiteraard wordt er in dit artikel van het Nederlands Dagblad aandacht gegeven aan bepaalde teksten uit de Bijbel die eeuwenlang gebruikt zijn om de slavernij te rechtvaardigen. Daarnaast werd er gesproken of we nu wel of niet aandacht aan de vloek van Cham moeten geven. Ook werd in dit artikel gesproken, als je toch deze geschiedenis wil bespreken, of het misschien zinvol is deze bijbels te voorzien van extra uitleg in plaats van het te negeren, wat ik ook terugzie in mijn Gospel Library App. (Engelse taal)
In het artikel wordt ook gezegd hoe iets in iemands hoofd kan gaan zitten, zeker als dit keer op keer maar herhaald wordt. In die zin, denk ik, algemeen gesproken, moeten wij ook als het ware onthoofden, en kunnen we de boodschap, tegengesteld aan de vloek van Cham, niet vaak genoeg herhalen. Want laten we wel wezen, ook wij, kijkend naar onze eigen kerkgeschiedenis, kunnen niet heen om het feit hoe kerkleiders en -leden beïnvloed zijn geweest door deze "giftige theorie", met alle gevolgen van dien.
Vandaar ook dat in de evangelieverhandeling ras en het priesterschap het volgende hierover gezegd wordt, wat ik niet los kan zien van de restrictie: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader".
Ik deel opnieuw, ondertussen voor de derde keer, bovenstaande afbeelding. Dit is mijn manier van herhalen. Zie het tevens maar als een waarschuwingsbord op het Cham-pad. Let op, stap niet in de valkuil van het verleden. Een valkuil die te maken heeft met Kaïn, Cham en zijn vrouw Egyptus en uiteraard de vloeken van Kaïn en Cham. In Abraham hoofdstuk 1 wordt niet alleen gesproken over De dochters van Onitah, drie opmerkelijke jonge vrouwen, rechtstreeks uit de lendenen van Cham, maar ook over twee andere nakomelingen van Cham. De Farao die de eerste regering van Egypte vestigde en de Farao uit de dagen van Abraham.
Onlangs waren wij in Het Noordbrabants Museum, waar wij onder andere naar de tentoonstelling Ketahanan 'verhalen van veerkracht' zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking met de Molukse gemeenschap is gemaakt en die "opgebouwd is rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst".
"Toen de profeet Joseph Smith voor het eerst over Henoch en zijn stad van heiligheid hoorde, inspireerde dat hem. Dit was het begin van zijn levenslange streven om Zion op te bouwen. Mozes 7 kan je inspireren om daar nu mee verder te gaan". Echter, je voelt hem al aankomen. Ondanks dat ik ook stilsta bij Mozes 7, volg ik toch net een even ander pad.
Dit pad begint, ik grijp nu terug op onze Kom dan volg Mij les, met de vraag: "Wat deden mensen om rechtschapenheid te bevorderen? Hier zijn enkele andere bronnen die je kunt gebruiken om ideeën en inspiratie op te doen. Kies er een of meer uit om te bestuderen en schrijf dan op waartoe je je geïnspireerd voelt om Zion op te bouwen". In dit bronnenrijtje stond een toespraak van ouderling Ulisses Soares, broeders en zusters in Christus. Een toespraak die voor mij, om verschillende redenen, niet zomaar een toespraak is. Deze toespraak heb ik zelf ooit gegeven en je vindt hem tevens terug op mijn blog. Ondanks dat ga ik opnieuw stilstaan bij deze toespraak, alleen nu gezien door de ogen van het kopje "Ik kan Zion helpen opbouwen".
In bovenstaande video wordt onder andere gezegd dat racisme niet in harmonie is met het evangelie. Uiteraard kan ik niet voorbijgaan aan een dergelijke zinvolle opmerking. Er was echter iets anders wat mij raakte in al hetgeen er gezegd werd en dat was dit: "De etnische en culturele diversiteit is hier zeer groot. Soms maken we dingen mee die pijnlijk of beledigend kunnen zijn. Ik denk dat we juist op die momenten moeten proberen elkaar te onderwijzen, te bereiken, uit te nodigen en tot begrip te komen". In die paar zinnen zit mijn antwoord waarom ik gedurende vier jaar door de Schriften reis met een specifiek rugzakje en jullie daar deelgenoot van maak. Uiteindelijk komt het in de basis neer op onderwijs. "Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken (vooroordelen, onwetendheid en institutionele structuren) te herkennen en aan te pakken". In de hoop dat dit leidt tot het inzicht dat we als kerk een raciaal verleden hebben en dat dit heeft geleid tot allerlei speculaties. Daarnaast is daar de vraag in hoeverre dit verleden van vóór 1978 nog doorwerkt in het heden van de kerk, net zoals het slavernijverleden nog steeds doorwerkt in de maatschappij. In die zin denk ik dat we zeker kunnen spreken van een overlap tussen kerk en maatschappij.
Over die maatschappij zei ouderling Soares het volgende: "Zoals de profeten hebben voorzegd leven wij in zware tijden vóór de wederkomst van de Heiland. De wereld is gepolariseerd door sterke verdeeldheid, die door raciale politieke en sociaal-economische scheidslijnen wordt geaccentueerd. Dergelijke verdeeldheid beïnvloedt soms onze opvattingen en daden ten opzichte van onze naasten. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat mensen de manier van denken, doen en spreken van andere culturen, rassen en etnische groepen als minderwaardig bestempelen. Ze houden er vooringenomen, foute en sarcastische denkbeelden op na, die tot uiting komen in minachting, onverschilligheid, respectloosheid en zelfs vooroordelen. Zulk gedrag vloeit voort uit hoogmoed, arrogantie, afgunst en jaloezie - kenmerken van een vleselijke aard, de tegenpolen van christelijke eigenschappen. Dit gedrag is ongepast voor mensen die ernaar streven om zijn ware discipelen te worden. In feite, beste broeders en zusters, is er in een gemeenschap van heiligen geen plaats voor vooroordelen, in gedachte en daad."
Ouderling Soares heeft het in die laatste zin over "in gedachte". Net zoals ik een stukje geschreven heb over de vloek van Kain wil ik dat ook doen met Cham. In een artikel dat ging over de vloek van Cham werd dit gezegd: "Wel bevestigt de conclusie dat de Cham-theologie nog altijd in de hoofden van mensen zit". Deze theorieën omtrent Kaïn en Cham kan ik niet loszien van Mozes 7, waar ik op terugkom in deel 2. Misschien daarom wel dat ouderling Soares het niet alleen heeft over het hart, maar ook over het verstand: "Laten we ons hart en verstand afstemmen op de kennis en het getuigenis dat we allen gelijk zijn voor God, dat we allemaal met hetzelfde eeuwige potentieel en erfgoed zijn begiftigd". Vandaar dat ik die les van toen afsloot met de woorden