donderdag 11 december 2025
1. Racisme, heden of verleden
maandag 18 november 2024
Wit hart
zondag 29 september 2024
2. Vooroordelen
Dit logje heeft niet voor niets de titel 'Vooroordeel 2' gekregen. Ik vind het belangrijk dat je, voordat je het onderstaande leest, eerst 'Vooroordeel 1' leest. Ik geloof namelijk dat allen voor God gelijk zijn. Dat Hij kijkt voorbij kleur, en in het verlengde daarvan niet denkt in termen van ras. En dat Hij niemand verwerpt die tot Hem komt. Dit vraagt een andere houding van lezen, van kijken. Het vraagt een andere bril en daaraan wennen kan soms de nodige tijd vragen.
In zijn toespraak 'Alle mensen overal', die gaat over het Boek van Mormon, heeft ouderling Oaks het erover dat "in het Boek van Mormon steeds wordt herhaald dat het evangelie van Jezus Christus universeel is in zijn belofte en uitwerking - dat die zich uitstrekken tot allen die ooit op aarde hebben geleefd". In deze toespraak zegt ouderling Oaks ook iets over het lezen door een andere bril: "Wat men leert, is afhankelijk van de lezer. Wat we uit het boek halen - met name uit gewijde tekst - is vooral afhankelijk van onze houding als we erin lezen; zijn we verlangend en bereid om te leren en ons af te stemmen op het licht en de communicatie van de Geest van de Heer." Wat president Oaks met name geleerd heeft toen hij het Boek van Mormon las, was "hoeveel liefde God heeft voor al zijn kinderen in alle landen. En dat Zijn macht en goedheid en barmhartigheid zich uitstrekt over al de bewoners der aarde (1 Ne 1:14)". Hier, in deze tekst, is Lehi aan het woord, onder andere de vader van Laman en Nephi, de stamvaders van de Lamanieten en Nephieten. Wat ik interessant vind aan dit vers is dat al gelijk in hoofdstuk 1 van het Boek van Mormon het punt gemaakt wordt dat Gods macht, goedheid en barmhartigheid zich uitstrekt over al de inwoners der aarde. Volgend jaar bespreken we de Leer en Verbonden, en daar wordt deze gedachte, weliswaar in iets andere woorden, ook in hoofdstuk 1 gemaakt. "En voorts, voorwaar, Ik zeg u, o bewoners van de aarde: Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees; want Ik ben geen aannemer des persoons, en wil dat allen zullen weten dat de dag spoedig komt".
Het Boek van Mormon is net als de Bijbel een boek vol met menselijke verhalen. Het gaat over mensen die wandelen met God en boven zichzelf uitstijgen. Het laat echter ook een andere kant zien. Mensen die zich overgeven aan hun menselijke zwakheden en bijvoorbeeld op zoek zijn naar macht ten koste van de ander, zo hun vooroordelen hebben en vaak geen prijs stellen op het woord van God. Terwijl het enige verlangen van de Heer is dat zij zich "bekeren en tot Hem terugkeren". Wat de Heer dan doet in situaties dat men zich van Hem afkeert, hij zendt profeten om hen tot Hem te laten terugkeren.
Dit is geen nieuw thema, alleen dit keer zendt de Heer een Lamaniet, Samuel, naar de Nephieten, "die nog steeds in grote goddeloosheid verbleven, terwijl de Lamanieten nauwgezet de geboden van God onderhielden". Deze Samuel beseft heel goed dat hij een Lamaniet is en dat zijn afkomst een rol speelt bij zijn toehoorders. Dit blijkt onder andere wel uit zijn woorden: "En nu, omdat ik een Lamaniet ben". Terwijl, als je de geschiedenis van het Boek van Mormon kent, ze dezelfde gemeenschappelijke voorouder hebben, namelijk Lehi, waardoor ze in wezen broeders zijn, wat in dit verhaal geen enkele rol van betekenis speelt. Integendeel. Wat ze echter vergeten is dat "het evangelie van Jezus Christus alle mensen de mogelijkheid biedt om te veranderen. In een groot deel van het Boek van Mormon waren de daden van de Lamanieten slecht geweest, maar de prediking van de Nephieten leidde ertoe dat het merendeel van hen het evangelie ontving en een grote verandering van hart ervoer. Hier in het boek Helaman (zie de hoofdstukken 13 tot en met 15) is die duidelijke omkering van rollen te zien: een volk dat ooit was onderwezen, werd de leraar". In hun toorn, vanwege zijn woorden, maar ook vanwege het feit dat hij een Lamaniet is (hoe durft hij hun de les te lezen), gaat een deel van het volk van de Nephieten zelfs zo ver dat ze hem met "stenen en pijlen proberen te raken".
Door het hele Boek van Mormon zie je deze omkering, wat uiteindelijk niets te maken heeft met afstamming, noch met de kleur van je huid, maar alles met de gesteldheid van je hart. Dat blijkt wel uit deze woorden van Samuel: "U weet zelf, want u bent er getuige van geweest dat zovelen van hen (hij heeft het hier over de Lamanieten) als er tot de kennis van de waarheid worden gebracht......er ertoe worden gebracht de heilige Schriften te geloven, ja, de profetieën van de heilige profeten, die zijn opgeschreven, hetgeen hen tot geloof in de Heer voert, en tot bekering, welk geloof en welke bekering hun een verandering van hart brengt. Daarom zeg ik u: Het zal voor hen beter zijn dan voor u, tenzij u zich bekeert. Want zie, indien aan hen de machtige werken waren getoond die aan u zijn getoond, ja, aan hen die in ongeloof zijn verkommerd wegens de overleveringen van hun vaderen, dan kunt u voor zichzelf zien dat zij nooit wederom in ongeloof zouden zijn verkommerd."
Zoals ik al zei, deze boodschap die Samuel brengt is niet nieuw. Honderden jaren eerder waarschuwde een andere profeet, Jacob, de Nephieten al met deze woorden: "Wee, wee u die niet rein van hart bent, die heden vuil bent voor het aangezicht van God; want tenzij u zich bekeert, wordt het land omwille van u vervloekt". En geeft Jacob de Nephieten de raad dat ze "daarentegen aan hun eigen vuilheid moeten denken in het besef dat de vuilheid van de Lamanieten aan hun vaderen te wijten is".
Raad Jacob aan de Nephieten: Jacob 3. Omkering van rollen: Inleiding Het Boek van Mormon cursistenboek, hoofdstuk 38.
zondag 22 september 2024
1. Vooroordelen
"God schiep de rassen, maar niet de discriminatie." Een uitspaak die ik volgens mij zelf al een keer eerder heb gebruikt op mijn blog, maar dan in het licht van discriminatie. Als het gaat om het eerste deel van deze uitspraak, dan geef ik liever God zelf het woord: "Want zie, dit is mijn werk en mijn heerlijkheid; de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen." We hebben dus allemaal dezelfde Vader. Eén God heeft ons allemaal gemaakt. De vraag is alleen of wij dat ook werkelijk geloven? Dat wij allemaal Gods kinderen zijn en dat Hij ze niet sorteert op kleur en afkomst, daar Hij zelfs van stenen Abrahams kinderen kan verwekken. God houdt van diversiteit. Om die reden maakt hij geen onderscheid tussen zwart en wit, en alle andere kleuren die daar dan nog tussenin mogen zitten. Dat ras uiteindelijk niet meer is dan een "een sociaal construct, een zelfgecreëerd beeld, waar geen enkele wetenschappelijke basis voor is." Het probleem is echter, dat heeft de geschiedenis ons laten zien, dat het niet zo eenvoudig is om deze "rassenwaanbril" af te zetten en een nieuwe aan te schaffen.
Bekeken door die rassenwaanbril kan ik me zo voorstellen dat er mensen zijn die het Boek van Mormon lezen en teksten tegenkomen die ze zo op het eerste gezicht als racistisch ervaren. Hierbij denk ik aan deze tekst uit onze leesopdracht van afgelopen week: "En het geschiedde dat die Lamanieten die zich met de Nephieten hadden verenigd, onder de Nephieten werden gerekend; en hun vervloeking werd van hun weggenomen, en hun huid werd wit (aangepast overgenomen), zoals die van de Nephieten (3 Nephi 2:14,15)". Zelf heb ik geen witte huid; desondanks ervaar ik deze teksten niet als racistisch, omdat ik deze tekst en andere soortgelijke teksten in de Schriften door mijn kleurenblindbril anders ben gaan leren lezen. Dat dan wel weer. Wat inhoudt dat je het oude denken moet loslaten. De afgelopen tijd heb ik daar al het een en ander over geschreven en ik ben van plan dat de komende tijd te blijven doen. Dit stukje heet niet voor niets 'Vooroordeel 1', alleen nu, wat alles te maken heeft met onze leesopdracht van de afgelopen tijd, met specifieke aandacht voor die "vervloekte" Lamanieten. Waarvan Samuel de Lamaniet er een was.
maandag 20 mei 2024
En ze verlieten gezamenlijk de kantine

AD Drechtsteden
Ik weet het, deze afbeelding verdient geen schoonheidsprijs, maar door het zo op deze manier te doen kan ik jullie snel en eenvoudig laten zien dat de struikelsteentjes weer terug zijn. Een diefstal die veel heeft losgemaakt.
Onlangs had Mark Rutte een "overleg met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap en diverse maatschappelijke organisaties". Hij zei onder andere dit na deze vergadering: "Iedereen mag demonstreren of kritiek hebben op de staat Israël. Maar wat niet kan is demonstraties kapen om te rellen, met bakstenen gooien, struikelsteentjes uit de grond wrikken en voor miljoenen euro's schade aanrichten aan universiteitsgebouwen."
De struikelstenen liggen door heel Europa, als een "herinnering aan de verdrijving, deportatie en vernietiging van Joden, Roma en Sinti, politiek vervolgden, homoseksuelen, Jehova's Getuigen en de slachtoffers van euthanasie tijdens de nazi-dictatuur." Maar ook voor verzetsmensen en gehandicapten. Wat niet kan, zoals Rutte al zei, is struikelsteentjes uit de grond wrikken. In Dordrecht zijn ze op een bankje teruggevonden. Helaas, dat laat de praktijk ook zien, dat wat in Dordrecht gebeurd is, geen uitzondering is. Of ze worden gestolen, of men probeert op de één of andere manier schade toe te brengen aan de stenen. En, dat las ik ook, soms houdt men een onthulling gewoon stil, om de kans op antisemitische incidenten te voorkomen. Daar word ik stil van.
vrijdag 16 februari 2024
3. De bril die je draagt
Mijn twee vorige stukjes gingen over de vloek en het teken en het onderscheid tussen deze twee. Belangrijkste conclusie was en is dat de kleur van de huid, of die nu zwart, rood of een andere kleur heeft, losstaat van een vloek of goddelijke goedkeuring. Het is een gegeven, neutraal dus. Net zoals sommige mensen wit zijn. "Allen zijn voor God gelijk".
Die twee stukjes, bril 1 en bril 2, gingen echter niet alleen over het onderscheid tussen die twee (teken en vloek), maar ook over de doorwerking ervan in onze schriften. En dan heb ik het niet over de tekst op zich, maar over de inleidende tekst. Bovenstaande afbeelding heeft echter alles te maken met de tekst zelf. Daar het precies past tussen de bril stukjes - aanpassingen in de schriften - neem ik alvast een voorproefje op onze leesopdracht van volgende maand.
In de ene Boek van Mormon-uitgave wordt namelijk gesproken over een "wit en aangenaam volk" en in de andere uitgave over een "rein en aangenaam volk". Ik wil het nu niet hebben over wit en puur, en daar tegenover zwart, maar alleen over het verschil in tekst. Hoe kan dit verschillen? Want in het licht van interpretatie is dit een niet te negeren verschil.
Ik kwam een artikel tegen (zie punt 3 in artikel) dat ingaat op deze verandering van tekst in onze schriften. Niet alleen dat, het gaat ook in op het onderscheid tussen de vloek en het teken. En tussendoor wordt er nog een opmerking gemaakt dat het "correcter is om 'white' steeds coherent door 'wit' te vertalen (voor de huidskleur kent het Engels geen onderscheid tussen 'wit' en 'blank' - daar bestaat enkel 'white')". Daar heb ik ook al iets over gezegd. In wezen sla ik met dit artikel dus drie vliegen in één klap.
De schrijver zegt bijna aan het eind van dat artikel het volgende: "Ook al kunnen we nu de passages over huidskleur in het Boek van Mormon beter cultureel en taalkundig plaatsen, toch is het onmiskenbaar dat vroegere interpretaties van die passages vormen van racisme onder kerkleden hebben gevoed. Het idee dat God een waardeoordeel aan huidskleur hechtte, specifiek voor zwarten, vond ingang ten tijde van Brigham Young in het midden van de negentiende eeuw. Het was deel van een wijdverbreid racisme in de Verenigde Staten. Meer dan honderd jaar lang zou het de beperking op het priesterschap aan zwarten bepalen. Het is een beschamend deel van onze kerkgeschiedenis." Ik kan hier alleen maar amen op zeggen.
maandag 12 februari 2024
1. De bril die je draagt
Dat ik onderstaande afbeelding toon, heeft alles te maken met dat ik een paar weken geleden de vraag kreeg wat ik van deze afbeelding vond. Deze afbeelding riep oude herinneringen op en deed me terugdenken aan de tijd dat ik zelf onze kinderen onderwees aan de hand van dit plaatsjes Boek van Mormon. Het is dus niet zomaar een afbeelding.
Er is echter nog een reden dat dit niet zomaar een afbeelding is en dat heeft alles te maken met de woorden "zij hadden een donkere huid". Nu gaat dit stukje niet over zwarte mensen, maar over Lamanieten, die we beschouwen als Native Americans, die ook wel roodhuiden worden genoemd. Al worden ze nergens in het Boek van Mormon zo genoemd.
De kleur van je huid is te vergelijken met geld. Geld op zich is neutraal. Pas als je het gaat uitgeven, verliest geld zijn neutraliteit. De kleur van je huid is ook neutraal. Wij zijn allemaal die pleisters in dat doosje. Wij zijn allen gelijk voor God. Probleem is echter dat de kleur van iemands huid, door de kijk van de omgeving erop, de waarde is gaan bepalen van iemand als mens.
Deze week staat onze zondagschoolleesopdracht onder andere in het teken van 2 Nephi 5. In dit hoofdstuk komen we het volgende vers tegen: "Omdat zij niet naar uw woorden willen luisteren, zullen zij van de tegenwoordigheid van de Heer worden afgesneden. En wegens hun ongerechtigheid had Hij hen doen treffen met de vervloeking, ja, een zware vervloeking. Want zie, zij hadden hun hart tegen Hem verstokt, zodat het als een keisteen was geworden; welnu, omdat zij wit waren en buitengewoon schoon en bekoorlijk, deed de Here God een donkere huid op hen komen, opdat zij niet aantrekkelijk zouden zijn voor mijn volk."
Daar hebben we weer het woord wit in combinatie met schoon en bekoorlijk, met tegenover zich de woorden donkere huid en het niet aantrekkelijk zijn. Zo op het eerste gezicht is dit best wel een behoorlijk racistische tekst. Het is wel te begrijpen dat er mensen zijn die het Boek van Mormon racistisch vinden. Alleen de vraag waar het hier om draait, is of wij deze tekst, en ook andere teksten uit het Boek van Mormon, wel moeten lezen met onze ogen van nu. We weten wat die ogen gedaan hebben met de Bijbel. Dat ze werd gebruikt als een rechtvaardiging voor slavernij. Door dat te doen werd de Bijbel als het ware misbruikt. Doen wij in wezen niet hetzelfde door het Boek van Mormon racistisch te noemen en dus in wezen God ook?
In de Bijbel lezen wij dat er "bij God geen aanneming des persoons is, en dat elk volk wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig is". Dit gaat evenzeer op voor het Boek van Mormon, want "hij die rechtvaardig is, staat bij God in de gunst", 1 Nephi 17:35
- "In de tijd van Nephi hield de vloek op de Lamanieten in dat ze 'wegens hun ongerechtigheid van de tegenwoordigheid van de Heer afgesneden werden, 2 Nephi 5:20-21. Dit hield in dat de Geest van de Heer zich van hen terugtrok. Toen de Lamanieten zich bekeerden en het evangelie van Jezus Christus aannamen, volgde 'de vervloeking van God hen niet meer, Alma 23:18."
- "In het Boek van Mormon staat bovendien dat de Lamanieten na afscheiding van de Nephieten als teken een donkere huid kregen. We weten niet precies wat dat teken inhield en wat de zichtbare gevolgen ervan waren. Maar aanvankelijk onderscheidde het de Lamanieten van de Nephieten. Toen de Nephieten en de Lamanieten later allebei een periode van goddeloosheid en rechtschapenheid doormaakten, deed het teken niet meer ter zake."
- "Profeten in onze tijd bevestigen dat een donkere huid geen teken van goddelijke afkeuring of een vloek is. President Russell M. Nelson heeft verklaard: "Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat, is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van uw huidskleur."
- "Zoals Nephi heeft gezegd, de Heer 'verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk, 2 Nephi 26:33." Tot zo ver het lesboek.
De boodschap is dat de kleur van de huid, of die nu zwart, rood of een andere kleur heeft, los staat van een vloek of goddelijke afkeuring. Het is een gegeven, neutraal dus, net zoals sommige mensen wit zijn. Of, om bij mijn thema van dit jaar te blijven, 'allen zijn voor God gelijk'.
vrijdag 5 januari 2024
De chaos krijgt vorm
Heel eerlijk gezegd had ik niet gedacht dat de chaos in mijn hoofd zo snel vorm zou krijgen. Misschien moet ik hierna toch maar even een sabbat inplannen, want ik zit nu voor de derde dag deze week achter mijn computer, terwijl ik op papier dit niet zo gepland had. Ik ben nu al de mist ingegaan, terwijl het nieuwe jaar nog geen week oud is. Men zegt wel dat voor je aan de slag gaat met doelen voor het nieuwe jaar, het goed is om terug te kijken naar het afgelopen jaar. In dat licht gezien had ik eigenlijk al kunnen weten dat zoals de wind waait...
Vooruitkijken is dus ook terugkijken. Daar je het een niet los kunt zien van het ander, wil ik dit jaar beginnen met een tekst uit het Boek van Mormon die vaak wordt aangehaald als het gaat om 'ras en het priesterschap', waar ik met name vorig jaar over heb geschreven.
zaterdag 8 juli 2023
Worstelen met de geschiedenis van ras en het priesterschap
zondag 2 juli 2023
1. Hoe is het in Gods naam mogelijk dat...
De zin "Hoe is het in Gods naam mogelijk dat...", uitgesproken tijdens de eerste Keti Koti-herdenkinghier in Dordrecht, laat mij niet meer los. Op mijn blogjesplank liggen zeker nog wel een paar onderwerpen waar ik mee aan de slag kan en wil gaan, maar die zin krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Misschien wel, omdat mijn kerk zo'n belangrijk onderdeel in mijn leven is.
Ik hoorde ooit iemand zeggen, of ik heb het ergens gelezen, die zei: "Ik voel de pijn van de slavernij nog dagelijks". Ik vond dit in eerste instantie onwerkelijk aanvoelen, maar nu ik mijzelf steeds meer begeef op het pad van de geschiedenis van de slavernij, begin ik beetje bij beetje beter te begrijpen wat zij bedoelde.
Eerder schreef ik al dat ik met twee verschillende benen in de geschiedenis van de slavernij sta. Dus ik herhaal mezelf misschien in zekere zin, en uiteindelijk ook weer niet. Want ieder blogje op zich staat uiteindelijk, los van de herhaling, toch ook weer op zichzelf. Wat ik wil zeggen is dat, voordat ik verder kan gaan met dat zwarte been, het witte been toch opnieuw om aandacht schreeuwt. En wel op een dusdanige manier dat ik dat been eerst de gelegenheid moet geven om haar gedachten te uiten, want ja, die zin "Hoe is het in Gods naam mogelijk dat" valt niet te negeren.
De eerste herhaling is elder Brad Wilcox. Ik heb al eerder over hem geschreven, dus jullie weten hoe ik ook over deze gebeurtenis denk, maar zoals ik al zei, elk blogje staat ook weer op zichzelf. Ik wil door dit blogje laten zien dat hetgeen hij gezegd heeft, en waar hij excuses voor heeft gemaakt, niet op zichzelf staat. En dat dit denken door te trekken is naar een groter geheel.
Brad Wilcox, "een jongemannen leider in de Kerk en een professor in oude geschriften aan de Brigham Young University in Provo, Utah", zei dit: "Misschien stellen we de verkeerde vraag. Misschien moeten we ons in plaats van te zeggen waarom de zwarten moesten wachten tot 1978, vragen: 'Waarom moeten de witten en andere rassen wachten tot 1829? Duizend, achterhonderd, negenentwintig jaar wachtten ze. Waarom moesten de heidenen wachten tot na de Joden? En waarom moest iedereen in het huis van Israël, behalve de stam Levi, wachten tot..."
Ik kwam een blog tegen van een zuster waarvan ik de bewoording niet los kan zien van wat Wilcox zei. Met dit verschil dat zij dit schreef na 1978, maar voor 2013 toen de evangelieverhandeling over 'Ras en priesterschap' werd gepubliceerd. Wat zij schreef was dit: "Vragen om over na te denken: Hoe komt het volgens u dat door de geschiedenis heen niet al Gods volk het priesterschap heeft kunnen dragen? In het Oude Testament waren bijvoorbeeld alleen de Levieten in staat om het vast te houden en te bedienen. In het Nieuwe Testament mochten de heidenen het eerst niet hebben en zelfs in onze moderne tijd is het pas de laatste 30 jaar dat alle mannen, ongeacht hun ras, het priesterschap kunnen dragen. Waarom denk je dat dit is?" Zij rept met geen woord over het feit dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst in de beginperiode van de kerk wel het priesterschap droegen. Het kan zo maar zijn dat zij het niet wist, wat begrijpelijk is. En zoals ik al eerder schreef, ik twijfel niet aan de intenties van Brad Wilcox, maar aan de andere kant "Hoe is het in Gods naam mogelijk dat...".
Sommigen", volgens het DeseretNews artikel "waren teleurgesteld dat broeder Wilcox niet opmerkte dat zwarte kerkleden tijdens de eerste twee decennia van de kerkgeschiedenis het priesterschap bekleedden", waar hij overigens zijn excuses voor heeft aangeboden. Ik vind het woord teleurgesteld best wel een zacht woord. Het dekt niet de lading, want juist het feit dat zwarte mannen in de beginperiode van de Kerk het priesterschap droegen, vind ik van essentieel belang.
zaterdag 17 juni 2023
Mijn reis begint ook met een verhaal
Een tijdje terug werd mij, tijdens een fietstochtje met leden van de kerk, de vraag gesteld of ik ooit te maken had gehad met discriminatie. Voor ik het in de gaten had, zei ik: "Ja, in de kerk". Dat was een verrassend antwoord, dat zij en zeker ik ook niet zag aankomen.
In de loop der jaren heb ik de nodige blogjes geschreven over allerlei onderwerpen, zowel op dit blog als op andere blogs, terwijl ik niet eens een schrijfster ben, eerder een deler van. In mijn hoofd weet ik wat ik wil zeggen, maar het op papier krijgen is toch van een geheel andere orde. Zeker als het onderwerp, zoals nu, heel dicht bij je eigen hart ligt, en waar je in kleine kring tot nu toe wel over hebt gesproken, maar niet direct in het openbaar, zoals nu op mijn blog en in het verlengde daarvan, de kerk.
Dit blogje heeft als titel "Mijn reis begint ook met een verhaal". Het is een variatie op "De reis begint met het vertellen van je verhaal" en kan niet los gezien worden van Mpho Tutu en de lezing van haar die ik onlangs heb bijgewoond. Tijdens deze lezing vertelde ze dat je verhaal vertellen een onderdeel is, eigenlijk de eerste stap, naar genezing. Ook kan die zin van mij niet los gezien worden van een andere lezing die ik heb bijgewoond: 'Slavernij en de kerk, waar hebben we het nu eigenlijk over?' In hoeverre ik genezing nodig heb, weet ik niet, maar wel werd ik mij er meer en meer van bewust dat hierover praten, net als in de maatschappij, ook in de kerk, nog niet zo eenvoudig was en is. En dat er zeker van een wit perspectief gesproken kan worden.
Mijn verhaal begint bij mijn ouders. Door mijn vader heb ik een link met een verleden van slavernij. De komende tijd zal aan dit verleden van slavernij, dit gebeurt trouwens nu ook al volop in de media, zeer zeker nog meer aandacht worden gegeven vanwege het Herdenkingsjaar Slavernij. Dus voor nu kan ik, wat betreft die kant van mijn familie, kort zijn. Echter, via mijn moeder, die wit is en eeuwenlang stevig geworteld is in Friese bodem, heb ik ook een link met het slavernijverleden en het denken van die tijd. Wij werden namelijk in de jaren zestig lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, in een periode dat zwarte mensen van Afrikaanse afkomst niet naar de tempel konden gaan en mannen niet het priesterschap konden krijgen. Wij, als gezin, werden geconfronteerd met deze restrictie, en ik ben grootgebracht met de denkbeelden die hieraan ten grondslag lagen en/of eruit voortvloeiden.
President Jeffrey R. Holland zei hierover: "Hoe goedbedoeld de verklaringen ook waren, ik denk dat ze bijna allemaal ondeugdelijk en/of fout zijn. We weten gewoon niet waarom dat gebruik bestond". Met gebruik wordt de beperking op het priesterschap en de tempel bedoeld. Maar ondertussen ben ik wel opgegroeid met deze verklaringen. Als kind heb ik dit in eerste instantie niet zo gevoeld. Dit gevoel kwam pas later. Nog weer later begon ik te beseffen hoe doordrenkt mijn denken eigenlijk was door dit verleden. Wie zei ook alweer dat slavernij, ik heb het nu over haar gedachtengoed, iets is van een ver verleden? Zo voelde het voor mij absoluut niet, want ik moest opnieuw mijn weg vinden in mijn Schriften, ze te leren lezen los van de oude context.
In wezen zit ik nog steeds in dat proces. En ik ben niet de enige. Hierbij denk ik bijvoorbeeld alleen maar aan Brad Wilcox, die vorig jaar nog zijn excuses aanbood wat betreft dit onderwerp. Het feit dat dit kon gebeuren, zegt wel iets, al heb ik zelf geen moment getwijfeld aan zijn goede intenties. Uit eigen ervaring weet ik dat het niet meevalt om de bril van het witte perspectief af te zetten. Ook in de kerk.
Door mijn ouders sta ik met twee voeten in de slavernij. Het 'witte' voetje bepaalde voor een groot deel mijn leven. Het 'zwarte' voetje maakt, zorgt ervoor, gezien mijn gebrek aan kennis, dat ik aan het begin sta van mijn reis. Maar nu al, ondanks het feit dat ik nog maar een beginneling ben, is mijn wereld al groter en rijker geworden. Ik hoop nog een heleboel pagina's aan mijn verhaal te kunnen toevoegen.
zaterdag 12 november 2022
Jane Elizabeth Manning James
Van de zomer, voor mijn verjaardag, heb ik drie boeken gekregen van onze zoon en zijn vrouw. 'One more river to cross' is het eerste deel en op de omslag staat een afbeelding van Jane Elizabeth Manning James. Ik moet nog aan dit boek beginnen, maar dat wil niet zeggen dat ik onbekend ben met al de personen die in dit boek worden beschreven. Sommigen ken ik van naam, zoals Elijah Abel. En sommigen omdat ze op mij een onuitwisbare indruk hebben gemaakt, zoals Jane Elizabeth Manning James.
Jane Elizabeth Manning James liet zich "in de winter van 1842-1843 met een aantal familieleden dopen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Jane en anderen in haar gezin wilden zich al spoedig bij de heiligen in Nauvoo voegen, dus ze reisden van Connecticut naar New York, vanwaar ze per stoomboot en per trekschuit verder wilden reizen. Maar ze werden vanwege hun ras niet op de boot toegelaten, dus ze moesten de resterende 1300 kilometer te voet afleggen."
Zelf zei Jane onder andere het volgende over deze voetreis: "We liepen totdat onze schoenen versleten waren, en onze voeten werden pijnlijk en barsten open en bloedden totdat je de hele afdruk van onze voeten met bloed op de grond kon zien. We stopten en verenigden ons in gebed tot de Heer. We vroegen God de Eeuwige Vader om onze voeten te genezen en onze gebeden werden verhoord en onze voeten werden onmiddellijk genezen".
Ouderling M. Russell Ballard zei het volgende over haar in een toespraak: "Een van de eerste heiligen die in Utah aankwam, was Jane Manning James. Zij was de dochter van een vrijgemaakte slaaf, een bekeerlinge tot de herstelde kerk en een zeer opmerkelijk discipel die het bepaald niet makkelijk heeft gehad. Zuster James bleef tot haar dood in 1908 een trouw lid van de kerk. Net als zoveel andere heiligen der laatste dagen bouwde zuster James niet alleen met bloed, zweet en tranen Zion op. Ze streefde ook naar de zegeningen van de Heer door zo goed mogelijk de evangeliebeginselen na te leven en zich vast te houden aan haar geloof in Jezus Christus - de grote Genezer voor allen die Hem oprecht zoeken".
Jane heeft het inderdaad niet gemakkelijk gehad. Heel haar verdere leven heeft racisme een rol in haar leven gespeeld. In Saints, een uitgave van de kerk kunnen we daarover het volgende lezen: "Net als andere groepen christenen in die tijd beschouwden veel blanke heiligen zwarte mensen, echter ten onrechte, als minderwaardig, omdat ze geloofden dat een zwarte huid het resultaat was van Gods vloek op de bijbelse figuren Kain en Cham. Sommigen waren zelfs begonnen het valse idee te onderwijzen dat een zwarte huid het bewijs was van iemands onrechtvaardige daden in het voorsterfelijk leven". Een leer waar ik ook mee ben grootgebracht. Maar voor nu, wat betreft Jane Elizabeth Manning James: wie had kunnen bedenken, zij zelf zeker niet, dat zij ooit geëerd zou worden met een eigen monument?
zondag 22 augustus 2021
Denk niet wit, denk niet zwart
De laatste keer dat ik iets op dit blog geschreven heb, was 24 juni. Het is nu 22 augustus, dus dat betekent dat het bijna alweer twee maanden geleden is dat ik iets geschreven heb. Waar blijft de tijd? Niet dat ik stil heb gezeten. En nog even terugkomend op tijd... ik ben jarig geweest en heb opnieuw besloten dat ik dit jaar 38 jaar ben geworden. Wat is leeftijd per slot van rekening? Is leeftijd uiteindelijk niet meer dan een getal?
Natuurlijk ben ik niet blind, en ben ik me er heus wel van bewust dat ik ouder aan het worden ben. En anders laat de omgeving mij dat soms wel weten door te zeggen dat ik er nog goed uitzie.Voor mijn leeftijd. Maar ook al is mijn geboortejaar uiteindelijk maar een getal in mijn paspoort, ik sta in zekere zin aan de verkeerde kant van het leven. Vraag het maar aan een oudere die op zoek is naar een baan. Woorden als te duur, versleten en niet flexibel zijn zo een paar woorden die ik tegenkwam. Vooroordelen dus.
Nu gaat dit blogje niet over mijn leeftijd, maar wel over vooroordelen. Ik wilde dat ik kon zeggen dat ik een onbevooroordeeld mens ben. Het is prettig om dat van jezelf te denken, maar de praktijk laat toch iets anders zien. Misschien juist ook omdat we ons er vaak niet eens van bewust zijn dat we aan het oordelen zijn. En als je je ergens niet van bewust bent dat je het doet, is het ook erg moeilijk om er iets aan te doen.
Onlangs was er een documentaire op tv die als titel had 'De school die kleur bekent'. "In deze documentaire, onder leiding van leraren en professoren, leren Engelse schoolkinderen vooroordelen rondom huidskleur te ontdekken en uit te roeien". Dat men zich richt op deze groep heeft alles te maken met leeftijd. Zij zijn als het ware nog te kneden. Desondanks hoop ik en blijf ik hopen, misschien tegen wil en dank, dat wij ouderen ook nog te kneden zijn.
Ik heb één aflevering gezien en ik vond het heftig en confronterend tegelijkertijd. Ik had te doen met een aantal van deze kinderen en wat het opriep, niet alleen bij hen, maar ook bij hun ouders en de leerkrachten. Niet alleen dat, maar ook bij mij als kijker.
De klas in deze documentaire wordt namelijk gesplitst in twee groepen. Aan de ene kant de kinderen die wit zijn, en aan de andere kant al de kinderen die dat niet zijn, ongeacht wat voor achtergrond ze hebben. In deze klas zit een meisje dat een zwarte vader en een witte moeder heeft en de enige met een gemixte achtergrond is, die nu moet kiezen met welke groep ze mee gaat. Gaat ze mee met de witte groep of gaat ze mee met de zwarte groep? Begrijpelijk vind ik haar keus, maar ook haar dilemma. Want hoe kun je kiezen tussen wit of zwart en daardoor tussen de ene ouder en de andere ouder?
woensdag 14 april 2021
Zwarte Piet
Het is nog geen december, gelukkig. Want dat zou onder andere betekenen dat het jaar bijna ten einde is. Ik heb soms toch al het gevoel dat de tijd door mijn vingers glipt. Ikzelf vind december een heerlijke maand, maar niet iedereen ervaart dat zo.
December kun je namelijk ook niet los zien van 5 december, de verjaardag van de goedheiligman en alles daaromheen. Zoals de kleur van de Pieten en de discussie die dat op gang heeft gebracht. Maar ook de demonstraties, de rellen en het geweld dat hieruit voortvloeide.
Iets wat in eerste instantie werd beschouwd als een 'leuk kinderfeest' is dat allang niet meer. Op de een of andere manier zijn we niet in staat om over onze eigen schaduw heen te stappen en het een feest te laten zijn waar alle kinderen zich prettig bij voelen. Wanneer kinderen geboren worden, zijn zij naar mijn idee kleurenblind. Zij denken niet in wit en zwart. Is het niet de hand van de wieg die uiteindelijk bepaalt door wat voor bril de kinderen naar de buitenwereld kijken?
Gisteren kwam ik in de krant een artikel tegen met de volgende kop: Toezichtsraad: Zwarte Piet is raciaal stereotype en wordt terecht geweerd van Facebook en Instagram. In dit artikel wordt onder andere gezegd "dat voor 'veel Nederlanders' zonder racistische motieven Zwarte Piet een symbool is van een culturele traditie, maar dat de figuur zelf een discriminerend stereotype is. De raad vindt dat het laten staan van dit soort beelden beledigt en bijdraagt aan een onveilige omgeving voor zwarte mensen".
Dit was gisteren niet het enige artikel van deze krant. Er was nog een artikel met de kop: Facebook Hooggerechtshof: hij moest mede bepalen of Zwarte Piet een racistische karikatuur is. Alleen kan ik hiervan geen link delen. In dit artikel werd opnieuw gezegd "We zeggen niet: de traditie zelf is racistisch of dat de gebruiker die deze video op Facebook zette die had. Maar het tonen van de figuur Zwarte Piet is in strijd met het beleid van Facebook".
Uit het artikel blijkt ook dat het zelfs voor de raad niet eenvoudig was om tot een oordeel te komen. Zelf zeggen ze hierover: 'Het is geen makkelijke beslissing geweest; ik heb leden van de raad zien wisselen van standpunt. Nogmaals: juist omdat Facebook er ook wil zijn voor de stem van elke minderheid dan ook. Maar uiteindelijk vinden we Zwarte Piet schadelijk".
In dit artikel wordt op een gegeven moment de volgende vraag gesteld: "Hoe maakt u het onderscheid tussen iets dat kwetst en iets dat schadelijk is?" En dan wordt er dit antwoord gegeven: "Jullie Kinderombudsman constateert dat elk jaar in december zwarte kinderen worden gepest en gediscrimineerd, en sommige bang zijn om naar school te gaan vanwege Zwarte Piet. We lazen over gevallen van geweld, verbaal of fysiek, tegen mensen die vreedzaam protesteren tegen Zwarte Piet. Hiervoor is bewijs, dat we zwaarder hebben laten wegen dan het argument dat het een onschuldige traditie is".
"Elk jaar in december worden zwarte kinderen gepest en gediscrimineerd, en sommigen zijn bang om naar school te gaan vanwege Zwarte Piet". Het is met name deze zin die er voor mij uitspringt. In hoeverre kun je spreken van een 'leuk kinderfeest' als dit het geval is? Uiteindelijk moet de discussie niet gaan over de kleur van Piet, maar hoe zorgen we er met elkaar voor dat alle kinderen met plezier uitkijken naar deze tijd van het jaar? Wanneer dat het geval is, wanneer we in staat zijn om dat voor ogen te houden, en kinderen dat daadwerkelijk ook zo ervaren, dan doet de kleur van Piet er volgens mij uiteindelijk ook niet meer toe.
Artikelen Volkskrant: Pieter Sabel, 13 april 2021, afbeelding: Volkskrant




.jpeg)












