Posts tonen met het label Darius Gray. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Darius Gray. Alle posts tonen

vrijdag 9 januari 2026

2. Onze ware identiteit en labels

 

De onlangs overleden ouderling Jeffrey R. Holland zei ooit dit in een toespraak: "Het begin van een nieuw jaar is traditioneel het moment om de balans op te maken van ons leven en te kijken waar we naartoe gaan, afgemeten aan waar we vandaan komen. Ik wil het niet met je hebben over goede voornemens, want je hebt er maar vijf gemaakt en er al vier verbroken. (Die laatste geef ik nog een week)". 

Deze toespraak van ouderling Holland vind ik geweldig om verschillende redenen. Eén daarvan is wat hij zegt over die doelen die aan het begin van het jaar gesteld worden. Dat betekent niet dat ouderling Holland zegt dat je ze niet moet stellen. "Ik wil het met je hebben over het verleden en de toekomst, niet zozeer in termen van nieuwjaarsvoornemens op zich, maar meer met het oog op elke periode van overgang en verandering in je leven - en die momenten komen vrijwel elke dag voor". 

Een andere reden is deze: "Een van de doelen van de geschiedenis is ons levenslessen te leren". Hij haalt dan George Santayana aan: "Wie het verleden niet kan herinneren, is gedoemd het te herhalen". Een uitspraak die ik al eerder op mijn blog gedeeld heb. 




In het lesmateriaal van deze week las ik het volgende: "Hoewel we niet alles weten over de schepping van de wereld, is het interessant om te zien wat God over de schepping heeft geopenbaard. Wat leert God je daarover? Waarom wil Hij dat je die dingen weet? Denk over deze verhalen na en overweeg wat je hierdoor over onze hemelse Vader, Jezus Christus, de wereld en jezelf te weten komt". 

Ondanks dat ik ook vooruit wil kijken, ontkom ik ook niet aan terugkijken. Omdat dit soms voor mij de enige manier is om iets uit te leggen en tevens verklaart waarom ik opnieuw mijn Schriften moest leren lezen. Vandaar ook dat mijn reisticket gekoppeld is aan het 'Kom dan volg Mij' lesschema, dat door de standaardwerken gaat. 


"En God zeide: Laat ons mensen maken, 
naar Ons beeld,
naar Onze gelijkenis;"
Genesis 1:26

Ik weet niet meer op welk moment ik precies besloot door de Schriften te reizen met een speciaal treinkaartje, maar ik weet wel dat onderstaande video van de kerk, die ik vier jaar geleden, aan het begin van het Oude Testament jaar deelde, de eerste stap in die richting is geweest. Degene die je ziet in deze video is Darius Gray, die aan de basis stond van de Genesis Groep. De Genesisldgroup werd "in 1971 georganiseerd onder leiding van leden van het Quorum van de Twaalf Apostelen om zwarte zusters en broeders te ondersteunen en te sterken". Ik schreef toen: dat ik nog een heleboel meer zou kunnen zeggen, maar ik denk voor nu dat dit voldoende is. Ongetwijfeld, mezelf kennende, zal dit onderwerp zeker vaker, of het nu links of rechts is, voorbij komen. Dat het zo vaak zou zijn, had ik van tevoren niet bedacht. "Het kan verkeren". 



Diversiteit is goed


Net zoals ik van tevoren niet bedacht had dat ik terug zou komen op onze ware identiteit en labels. En dat ik nog een keer de afbeelding van vorig jaar zou gaan gebruiken, maar nu dan met een andere tekst: Ik ben een kind van God. En dat ik daarover zou schrijven in combinatie met diversiteit is goed. Ouderling John C. Pingree jr. heeft een toespraak gegeven die dit alles samenbrengt: Onze goddelijke identiteit beïnvloedt onze verbondenheid en ons wordingsproces.  

De titel zie ik als een samenvatting van deze woorden: "Het is belangrijk om op te merken dat er een verschil is tussen erbij horen en verbondenheid. René Brown, een Amerikaanse onderzoekshoogleraar en auteur, heeft gezegd: "Erbij horen en verbonden zijn is niet hetzelfde. Sterker nog, erbij horen is een van de grootste hindernissen voor verbondenheid. Erbij horen draait om een situatie inschatten en worden wie we moeten zijn om geaccepteerd te worden. Maar om verbonden te zijn, hoeven we niet te veranderen wie we zijn; we moeten juist zijn wie we zijn. Onze goddelijke identiteit kennen is van essentieel belang voor zinvolle verbondenheid; anders besteden we tijd en moeite aan onszelf veranderen, omdat we geaccepteerd willen worden op plaatsen die onze eeuwige aard geen recht doen of er niet mee in overeenstemming zijn. Bovendien kan onze keuze om erbij te horen tot veranderingen in onze waarden en gedrag leiden als we ons aan de normen van de groep aanpassen. Na verloop van tijd kan onze keuze waar we bij willen horen beïnvloeden wie we worden". 

Wat ook te maken heeft met diversiteit: "Als we onze goddelijke afkomst in gedachten houden, brengt onze diversiteit ons meer schoonheid en rijkdom. Ondanks onze verschillen zien we onszelf als broeders en zusters. We respecteren elkaar en leren van elkaar. We streven ernaar anderen steun te bieden om verbondenheid te voelen, vooral als hun eigenschappen en ervaringen van de onze verschillen. We zijn God dankbaar voor de verscheidenheid in zijn scheppingen". 

Ouderling Pingree: "We woonden in het voorsterfelijk leven allemaal bij God. Wij zijn naar zijn beeld geschapen. Hij heeft een plan ontworpen waarmee we zoals Hij kunnen worden. Zijn plan van geluk houdt in dat we op aarde een stoffelijk lichaam krijgen, kennis opdoen en uiteindelijk naar ons hemelse huis terugkeren om in eeuwige vreugde bij Hem te wonen. God heeft geopenbaard: Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen. Het is haast onvoorstelbaar, maar wij zijn zijn werk en heerlijkheid! Dat zegt iets over onze enorme waarde voor Hem". 




Vandaar dat ouderling Quentin L. Cook zei dat "met onze geheel inclusieve leer kunnen we een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren. Allen zijn uitgenodigd om aan zijn goedheid deel te hebben; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; en Hij is de heidenen indachtig en allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken". 

"En God schiep den mens naar Zijn beeld;
naar het beeld van God schiep Hij hem,
man en vrouw schiep Hij ze.
En God zag al wat Hij gemaakt had, 
en ziet, het was zeer goed. 
Genesis 1:27,31

woensdag 9 april 2025

Geestelijke schatten 3


Van tevoren had ik niet bedacht dat in de week dat ik begon met Leer en Verbonden 25 dit pad zich zou splitsen in drie wegen. Het priesterschaps-gezag-pad en het priesterschaps-macht-pad  ben ik intussen geweest. En dan nu het Emma-pad, gezien door mijn ras-en-het-priesterschap-bril. De naam van dit pad verwijst naar Emma Smith, de vrouw van Joseph Smith. Het was Emma aan wie deze openbaring was gericht. Over deze openbaring heeft president Nelson het volgende gezegd: "Ik kan u wél vertellen dat u, als u een beroep op Gods macht wil doen, hetzelfde moet doen als wat de Heer aan Emma en ieder van u geboden heeft. Daarom vraag ik u om afdeling 25 van de Leer en Verbonden onder gebed te bestuderen en te ontdekken wat de Heilige Geest u duidelijk maakt". 

In het verleden ben ik ook bezig geweest met deze afdeling. Misschien dat ik daar nog een blikje over deel. Alleen dit jaar, wat alles te maken heeft met mijn jaarthema, kies ik dus voor een iets andere benadering. Ik denk dat het allereerste vers uit deze afdeling daar een goed voorbeeld van is.

"Luister naar de stem van de Heer, uw God, terwijl ik tot u spreek, mijn dochter;
want voorwaar, Ik zeg u dat allen die mijn evangelie aanvaarden,
zonen en dochters in mijn koninkrijk zijn.
LV 25:1

In dit vers zegt de Heer dat allen die zijn evangelie aanvaarden zijn zonen en dochters zijn. Keer op keer blijkt uit de Schriften dat God geen aannemer des persoons is, al blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat men met betrekking tot ras en het priesterschap er in een bepaalde periode anders over dacht. 

Wisten jullie dat Jane Elizabeth Manning James een tijdgenoot was van Emma? En dat Jane zelfs een tijdje deel heeft uitgemaakt van het huishouden van de familie Smith? En dat op een gegeven moment er een dusdanige relatie tussen Emma en Jane Elizabeth Manning James ontstond dat Emma aan Jane vroeg of ze door een priesterschapsverzegeling als kind in de familie Smith geadopteerd wilde worden? En dat dit door Jane werd afgeslagen, omdat ze niet begreep wat dit inhield? Dat deze afwijzing niet iets zegt over haar relatie met de Smith familie en haar geloof in de profeet Joseph Smith?

Op een gegeven moment moet Jane echter wel hebben begrepen wat dit inhield en was het haar verlangen om naar de tempel te gaan. Echter, zoals we in evangelieverhandeling ras en het priesterschap kunnen lezen, werd ze net als anderen van haar ras daarvan uitgesloten.  Desondanks liet ze zich door deze kennis niet weerhouden en vroeg ze bij herhaling toch om deze zegeningen. "Tussen 1884 en 1904 nam Jane af en toe contact op met kerkleiders - John Taylor, Wilford Woodruff, Zina D.H. Young en Joseph F. Smith - en vroeg toestemming om haar tempelbegiftiging te ontvangen en verzegeld te worden. Destijds werd zwarte heiligen der laatste dagen, zowel mannen als vrouwen, niet toegestaan om aan de meeste tempelverordeningen deel te nemen. In 1888 gaf ringpresident Angus M. Cannon Jane toestemming om de doop voor haar overleden kinderen te laten verrichten. Uniek was dat de kerkleiders haar uiteindelijk in 1894 toestemming gaven om zich middels een plaatsvervangster als dienstmeid aan het gezin van Joseph Smith te laten verzegelen. Hoewel ze tijdens haar leven geen tempelbegiftiging ontving of aan eigen familie verzegeld werd, zijn deze verordeningen in 1979 voor haar verricht". Hoe waar zijn de woorden dat in "Jane's verdere leven racisme altijd een obstakel is gebleken".  

Ouderling M. Russell Ballard zei over Jane Elizabeth Manning James dat "zij een zeer opmerkelijke discipel was die het bepaald niet makkelijk had en tot haar dood in 1908 een trouw lid van de kerk was". Hoe opmerkelijk zij was, blijkt voor mij uit deze woorden die ze in 1884 schreef aan president Taylor, en die ik uit het boekje 'Let's talk about Race and Priesthood' van W. Paul Reeve heb gehaald: "Ik ben mij bewust van mijn ras en kleur en ik realiseer me dat ik niet kan verwachten mijn begiftiging te ontvangen net als anderen die wit zijn. God beloofde Abraham dat in zijn zaad alle naties van de aarde gezegend zouden zijn en omdat dit de volheid van alle bedelingen is, is er geen zegen voor mij?" Ik vind deze woorden gewoonweg hartverscheurend, maar het zegt ook iets over haar inzicht. 

In deze afdeling, Leer en Verbonden 25, wordt Emma Smith een uitverkoren vrouw genoemd. In mijn ogen is Jane Elizabeth Manning James dat ook. Ondanks alle obstakels in haar leven heeft zij het evangelie nooit losgelaten. "Tegen het einde van haar leven, hoewel ze bijna blind en verlamd was door een val, zei ze: Ik wil hier zeggen dat mijn geloof in het evangelie van Jezus Christus, zoals verkondigd door De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, vandaag de dag nog steeds even sterk is, nee, zo mogelijk nog sterker dan op de dag dat ik voor het eerst werd gedoopt". (Ensign august 1979). 

Daarnaast, nog één ding om te onderstrepen hoe bijzonder ze was, en waar ik het helemaal nog niet over heb gehad, is dat Jane gezegend was met verschillende gaven van de geest. Geestelijke gaven die ook ons deel kunnen zijn. Waarvan president Nelson in een andere toespraak zei dat hij hoopte dat wij, de vrouwen, maar in mijn ogen geldt dit evenzeer voor de mannen, met geheel ons hart om geestelijke gaven zouden bidden. Niet alleen dat, maar ook om het benodigde inzicht, en dat we ze meer dan ooit zouden ontwikkelen, gebruiken en ze uit zouden breiden.

P.S.
In De geschiedenis van de kerk in evenwicht zegt ouderling Steven E. Snow dit: "Zoek informatiebronnen door erkende, gerespecteerde historici, of het nu kerkleden zijn of niet. W. Paul Reeve is een gerespecteerde historicus die tevens lid is van de kerk. En wat kan ik zeggen over Darius A. Gray? Voor mij is hij niet los te zien van God houdt van diversiteit. 
 




donderdag 10 augustus 2023

Nog bezig met mijn blogplankje

 

Dat ik mijn blogplankje, een verzameling onderwerpen die eventueel geschikt zijn om iets mee te doen op mijn blog, nog niet achter me laat, heeft alles te maken met onze zondagsschool leesopdracht van deze week. Althans, met de zin van het inleidende stukje: "Tegen de tijd dat Paulus zijn zendbrief aan de Romeinse kerkleden (een heterogene groep Joden en niet-Joden) schreef, was de Kerk van Jezus Christus al veel meer dan een handjevol gelovigen uit Galilea." Ik moest even googelen om goed te begrijpen wat er nu precies bedoeld wordt met "heterogene groep". Ik kwam de volgende uitleg tegen: "Heterogene groepen zijn groepen waarin leerlingen voor bepaalde kenmerken van elkaar verschillen. Bij heterogene groepen wil je dat de leerlingen elkaar versterken, ondersteunen, uitdagen, enz. In heterogene groepen wordt de diversiteit dus ingezet als meerwaarde." In de uitleg over heterogene groepen gebruikt men het woord leerlingen. Zijn wij dat in wezen ook niet allemaal? Leerlingen van Jezus Christus? Men heeft het ook over diversiteit. Diversiteit die wordt ingezet als meerwaarde. 

Wanneer ik het woord diversiteit hoor, dan kan ik niet anders dan denken aan Darius Gray en "Diversity is good". Maar ook aan de woorden van ouderling Dieter F. Uchtdorf: "Hoewel de verzoening bedoeld is om meer op Christus te lijken, is zij niet bedoeld om ons allemaal hetzelfde te maken. Soms verwarren we verschillen in karakter met zonde. We kunnen zelfs ten onrechte denken dat iemand die anders is dan wij God niet behaagt. Deze manier van denken brengt sommigen ertoe te geloven dat de kerk ieder lid in dezelfde vorm wil gieten - dat we allemaal op elkaar moeten lijken, dat we allemaal hetzelfde moeten voelen, denken en doen. Dat zou in tegenspraak zijn met het karakter van God. Het is ook in tegenspraak met het oogmerk en doel van de Kerk van Jezus Christus, die de keuzevrijheid van ieder van Gods kinderen erkent en beschermt - met alle verstrekkende gevolgen daarvan".



Waren in het Nieuwe Testament niet de Joden die de niet-Joden in hun Procrustusbedje wilden stoppen door te verwachten dat de heidenen zich lieten besnijden? Maardaar gaat de les van deze week ook over:"dat de besnijdenis niet langer als teken van Gods verbond met zijn volk wordt vereist". Maar het leidde in het verleden wel tot "tegengestelde opvattingen, waardoor een raad van kerkleiders in Jeruzalem over de kwestie moest beslissen".

Terwijl ik dit neerschrijf, moet ik ergens toch ook denken aan Charles Beltjens en zijn gedicht over de condor, en vraag ik me af in hoeverre hij zichzelf uiteindelijk herkende in zijn eigen gedicht. Hij was succesvol met zijn gedichten, maar eenmaal terug thuis in Sittard, werd hij niet her- en erkend als zodanig. Integendeel. Hij werd gezien als een zonderling die door kinderen werd nageroepen. Hieronder een aantal regels uit zijn gedicht over de condor. 

In een verschrikkelijke schreeuw verheft hij zich
Alsof hij probeert het plafond te verbrijzelen
Zijn hoofd stoot zich aan het onbuigzame hekwerk
En, een lange rochel uitstotend, valt hij op de grond
Als een gevallen engel met trillende vleugels,
Lag de colossale vogel geluidloos;
Soms weer rechtkomend op zijn trillende benen,
Grient hij droevig bij het zien van de hemel.

De Joden uit Paulus' tijd hebben geprobeerd hem op allerlei mogelijke manieren te kortwieken. Desondanks bleef hij vliegen. Is dat niet de les die wij van Paulus kunnen leren? Ook wij, ondanks alles, zijn geroepen om te vliegen. 

Afbeelding: Pixabay, Gedicht Charles Beltjens, Uitleg heterogene groep: kenniscentrumpotential.be


woensdag 5 juli 2023

3. Hoe is het in Gods naam mogelijk dat...


Afgelopen zondag hadden manlief en ik het erover of we misschien een kerk in Dordrecht zouden gaan bezoeken. Normaal kerken we in Rotterdam, maar die zondag zouden de kerken in Dordrecht stil staan bij Keti Koti. Dat ik dit overwoog had alles te maken met het feit dat ik nieuwsgierig was naar wat er vanaf de kansel zou worden gezegd over de rol van kerken en het slavernijverleden. In hoeverre dit ook van invloed zou zijn op hoe ze hun Bijbel zouden gaan lezen. Maar bovenal hoe ze dit 'met elkaar in gesprek gaan' zouden aanpakken. 

Tijdens de Keti Koti herdenking van afgelopen vrijdag zei de artistiek directeur van het Dordrechts museum het volgende: "Als je een steen op de weg laat liggen, struikelen je kinderen erover". Uiteindelijk zijn we toch naar onze eigen kerk gegaan. Keti Koti kwam bij ons in de kerk ter sprake, doordat ik het ter sprake bracht. Voor mij voelde het alsof ik, door te spreken over Keti Koti in mijn eigen kerk, en dat ook nog vanaf de kansel, daarmee een stap over de drempel zette. Dat wat mijn moeder niet kon en kan, het oprapen van de steen waarop geschreven stond 'ras en priesterschap', deed ik, de volgende generatie, nu uiteindelijk wel. Dit blogje is een vervolg op die stap in de hoop dat mijn kinderen en kleinkinderen niet zullen struikelen over dingen die niet behoorden te zijn zoals ze waren. 

Deze week staat onze zondagsschoolles in het teken van Handelingen 1-5. Zomaar wat willekeurige zinnen uit de tekst van deze week: "De kerk die de Zoon van God gesticht had, was nu in Petrus' handen. De taak om 'al de volken' te onderwijzen lag bij hem. Dit was en bleef de kerk van de Heiland en Hij leidde die nog steeds".

De kerk van Jezus Christus van de eerste dagen, die van het Nieuwe Testament, waar we de komende tijd over zullen gaan spreken: wat voor kerk was dat? Was dit ook een kerk die zwarte mensen van Afrikaanse afkomst uitsloot? Als dat zo is. dan begrijp ik dat er een openbaring moest komen, en dat ze tot 1978 moesten wachten op het priesterschap. Dan is er inderdaad sprake van de timing van God, waar ik al eerder over heb geschreven. Of speelt er iets anders? Want het is namelijk zo dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen claimt de Kerk van Jezus Christus uit het Nieuwe Testament te zijn, die in deze 'moderne tijd' is hersteld. Een kerk, zoals we in Galaten kunnen lezen, dat "daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt één in Christus Jezus. Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloften erfgenamen".

In de Leer en Verbonden, een van de standaardwerken van mijn kerk, staat in de officiële verklaring 2 onder andere het volgende: "In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden tot het priesterschap geordend". Met andere woorden, toen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werd hersteld, werd deze hersteld in het geloof dat God geen aannemer des persoon is. Ook zwarte mensen waren dragers van het priesterschap. "Ook", zo gaat de verklaring verder, "blijkt uit de geschiedenis van de kerk, dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik". Er wordt niet over een openbaring gesproken. 

In 'Ras en priesterschap', een evangelieverhandeling van de kerk, kunnen we lezen: "In de eerste twee decennia na de oprichting van de kerk werden enkele zwarte mannen tot het priesterschap geordend. Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde. Tot Brigham Young in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden. In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk." Ook kunnen we in deze verklaring lezen "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen". Met andere woorden racisme vierde hoogtij. 

Toen de kerk werd hersteld, hadden zwarte mannen van Afrikaanse afkomst het priesterschap. Vanaf Brigham Young tot 1978 was dat niet het geval, "omdat de kerkleiders meenden dat er behoefte was aan een openbaring van God om het beleid te wijzigen." Toen deze openbaring in 1978 kwam, kregen zwarte mannen het recht op het priesterschap, wat ze al hadden gehad in de dagen van Joseph Smith, toen de kerk werd hersteld. Sommige mensen noemen dit een 'restauratie'. Een herstelling binnen de herstelling, zogezegd. Ik zie het ook als een terugontvangen waar ze recht op hadden. Met de openbaring over het priesterschap werd "beperkt begrip", zoals Bruce R. McConkie dat noemde, uitgewist. 

Als het gaat om de kerk nu, dan is de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' duidelijk: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarte mensen of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden".

Het probleem is echter dat bepaald gedachtegoed zich niet zomaar laat wissen. Dat bleek wel uit de uitspraken van Randy Bott, gedaan tijdens de campagne van Mitt Romney. De kerk gaf toen de volgende verklaring: "Het standpunt van de kerk is duidelijk: wij geloven dat alle mensen Gods kinderen zijn en gelijk zijn in zijn ogen en in de kerk. Wij tolereren geen enkele vorm van racisme. Een tijdlang was er in de kerk een beperking op het priesterschap voor mannelijke leden van Afrikaanse afkomst. Het is niet precies bekend waarom, hoe of wanneer deze beperking in de kerk begon, maar wat wel duidelijk is, is dat het tientallen jaren geleden is geëindigd. Sommigen hebben geprobeerd de reden voor deze beperking uit te leggen, maar deze pogingen moeten worden gezien als speculatie en mening, niet als doctrine. De kerk is niet gebonden aan speculatie of meningen die met beperkt begrip worden gegeven. We veroordelen racisme, inclusief alle vormen van racisme uit het verleden door individuen, zowel binnen als buiten de kerk. 

Om die reden heeft de kerk een paar jaar geleden een artikel gepubliceerd dat gaat over het genezen van de wonden van racisme. Dit artikel is geschreven door Darius Gray. Hij zei hierover het volgende: "Raciaal ongevoelige opmerkingen en houdingen met betrekking tot gekleurde personen zijn niet allemaal verdwenen. Erkennen dat deze problemen nog steeds bestaan, is de eerste stap op weg naar genezing." Daar ligt volgens mij het probleem. Want om het probleem te erkennen, moet je wel eerst zien dat er een probleem is,  

Afgelopen zondag werd ik door iemand aangesproken naar aanleiding van wat ik gezegd had. Ze, we zijn leeftijdsgenoten, had nog nooit van de verklaring "Ras en priesterschap" gehoord, en zij was niet de enige. Wat onderwijzen deze leden over de openbaring op het priesterschap?  Hierbij denk ik aan Randy Bott, notabene een professor religie, die jarenlang kon onderwijzen wat hij onderwees, tot hij door de mand viel. Kijkend naar de andere kerken, werd het volgens mij pas echt een onderwerp toen de immigrantenkerken zeiden: "Zullen we het nog even hebben over het verleden?" Daarom vertel ik mijn verhaal. Want ik weet, ook door eigen ervaring onlangs in de kerk, en het maakt mij echt niet uit welke tag er aanhangt, of het nu racisme, discriminatie, diversiteit of gewoon onwetendheid is, dat het wel degelijk een onderwerp is dat aandacht verdient. Het "Erkennen dat deze problemen nog steeds bestaan, is de eerste stap naar genezing". Het woord genezing kan ik niet los zien van Mpho Tutu dat "De reis van genezing begint met het vertellen van je verhaal." Ik ben nu bezig mijn verhaal te vertellen, net als velen met mij. De geschiedenis van het slavernijverleden, haar doorwerking in de maatschappij, in de kerken, en ook in de kerk van mij, laat zien dat het nodig is. Onze ogen hiervoor sluiten brengt ons niet verder, zeker niet als wij straks ook met palmtakken willen zwaaien (zie de tekst onder het filmpje). 






"Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon,
uit alle naties, stammen, volken en talen,
stond vóor de troon en vóór het Lam,
bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand."
Openbaring 7:2

maandag 26 juni 2023

Er zijn meer verhalen te vertellen

 

Afgelopen zaterdag zijn manlief en ik naar de tentoonstelling "Koloniaal verleden Dordrecht" geweest. Ik kom nog terug op dit bezoek van ons aan het Augustijnenhof. 

Eerst wil ik nog aandacht geven aan iets anders en dat heeft alles te maken met mijn blogje "Mijn reis begint ook met een verhaal". Ik schrijf daarin over mijn kerk en haar verleden. Want hoe kan ik iets schrijven over het onderzoek van de Protestantse kerken zonder stil te staan bij het verleden van mijn eigen kerk? 

Mocht je misschien lid zijn van een andere kerk, en denken dat je je handen in onschuld kunt wassen (afgelopen week behandelden wij in de zondagsschool "de laatste aardse uren van de Heiland"), ook de Rooms-Katholieke Kerk Nederland heeft een verklaring afgegeven over slavernij, waarin ze zeggen "dat ook katholieken medemensen tot slaaf hebben gemaakt en deelnamen aan de slavenhandel of zelf tot slaaf zijn gemaakt en dat dit haaks staat op de christelijke boodschap, dat mensen broeders en zusters zijn omdat ze allemaal geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis". Men erkent "het onvoorstelbare leed dat de slavernij tot gevolg had en ook de gevolgen die nu nog doorwerken". In de maatschappij zeker, maar misschien ook nog wel in de kerken nu. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de vloek van Cham, de zoon van Noach. 

Maar dit, het bovenstaande, is eigenlijk helemaal niet waar ik het over wil hebben, al is dit wel een soort voortborduren op dit verleden van mijn kerk. Je kunt je afvragen of er überhaupt zwarte mensen waren die in die periode de behoefte voelden om lid te worden van 'zo'n kerk'. In een van mijn blogjes heb ik al aandacht gegeven aan Jane Elizabeth Manning James, een zwarte pioniersvrouw die vorig jaar geëerd werd met een eigen standbeeld, en Darius Gray, die aan de basis stond van de Genesis Group. Behalve hun verhaal en mijn verhaal zijn er meer verhalen te vertellen, bijzondere verhalen zelfs, en het kan zo maar zijn dat ik de komende tijd er een aantal uitlicht. Eén ervan heb ik al op het oog, wordt vervolgd dus. 



zondag 27 november 2022

God is geen aannemer des persoons


"Onder leiding van het Eerste presidium richtten de ouderlingen Gordon B. Hinckley, Thomas S. Monson en Boyd K. Packer in oktober 1971 de Genesis Groep op als een afhankelijke tak van de kerk. Deze stap was een reactie op een verzoek van drie zwarte Heiligen der Laatste Dagen - Ruffin Bridgeforth, Darius Gray en Eugene Orr - om beter te voorzien in de behoeften van Afro-Amerikaanse Heiligen der Laatste Dagen in Utah." De Genesis Groep was in het verleden een gemeente, maar dan zonder priesterschap, omdat het priesterschap pas in 1978 aan zwarte mensen werd verleend. Tegenwoordig is de Genesis Groep een activiteitengroep met meerdere ringen. Vorig jaar oktober werd uitgebreid stilgestaan bij deze oprichting in 1971. 





Tijdens de algemene conferentie van april 2021 zei ouderling M. Russell Ballard onder andere het volgende: "Omdat wij Gods geestkinderen zijn, heeft ieder een goddelijke oorsprong, goddelijke eigenschappen en een goddelijk potentieel. Ieder van ons is 'een dierbare zoon of dochter van hemelse Ouders'. Dat is onze identiteit. Dat zijn wij werkelijk! Onze geestelijke identiteit wordt versterkt als we onze vele sterfelijke identiteiten begrijpen, waarin ons etnische, culturele of nationale erfgoed. Dat besef van onze geestelijke en culturele identiteit, liefde en het gevoel erbij te horen, kan hoop in en liefde voor Jezus Christus opwekken."

Davis Stovall, president van de Genesis Group, zei, na bovenstaande uitspraak van president Ballard te hebben aangehaald, het volgende: "Is dat niet de waarheid. De reden waarom we doen wat we doen, waarom we vieren zoals we vieren, de reden waarom cultuur zo belangrijk voor ons is. Omdat het een onderdeel is van onze spirituele identiteit. En daar gaat Genesis over. We vieren onze spirituele identiteit, die onze culturele identiteit is".

De toespraak van elder Ballard gaat erover dat we allemaal het gevoel willen hebben van 'erbij horen'. Ouderling Dieter F. Uchtdorf zei hierover: "Uw achtergrond of opvoeding mag dan verschillen van wat u onder de heiligen der laatste dagen aantreft, maar dat zou weleens een zegen kunnen zijn. De diversiteit onder mensen en volken wereldwijd is de kracht van deze kerk".

Wanneer ik het woord diversiteit hoor, kan ik niet om dit onderstaande filmpje van de kerk heen. Degene die hier aan het woord is, is Darius Gray. Een van de drie mannen die aan de basis stond van de Genesis Groep, waarvan hij ook een aantal jaren de president was. Tevens is hij mede-auteur van de trilogie Standing on the Promises. Ook was hij betrokken bij de ontwikkeling van de evangelieverhandeling van de kerk over 'Ras en het priesterschap'. 



Diversiteit is goed


zaterdag 12 november 2022

Jane Elizabeth Manning James

 


Van de zomer, voor mijn verjaardag, heb ik drie boeken gekregen van onze zoon en zijn vrouw. 'One more river to cross' is het eerste deel en op de omslag staat een afbeelding van Jane Elizabeth Manning James. Ik moet nog aan dit boek beginnen, maar dat wil niet zeggen dat ik onbekend ben met al de personen die in dit boek worden beschreven. Sommigen ken ik van naam, zoals Elijah Abel. En sommigen omdat ze op mij een onuitwisbare indruk hebben gemaakt, zoals Jane Elizabeth Manning James.

Jane Elizabeth Manning James liet zich "in de winter van 1842-1843 met een aantal familieleden dopen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Jane en anderen in haar gezin wilden zich al spoedig bij de heiligen in Nauvoo voegen, dus ze reisden van Connecticut naar New York, vanwaar ze per stoomboot en per trekschuit verder wilden reizen. Maar ze werden vanwege hun ras niet op de boot toegelaten, dus ze moesten de resterende 1300 kilometer te voet afleggen."  

Zelf zei Jane onder andere het volgende over deze voetreis: "We liepen totdat onze schoenen versleten waren, en onze voeten werden pijnlijk en barsten open en bloedden totdat je de hele afdruk van onze voeten met bloed op de grond kon zien. We stopten en verenigden ons in gebed tot de Heer. We vroegen God de Eeuwige Vader om onze voeten te genezen en onze gebeden werden verhoord en onze voeten werden onmiddellijk genezen".

Ouderling M. Russell Ballard zei het volgende over haar in een toespraak: "Een van de eerste heiligen die in Utah aankwam, was Jane Manning James. Zij was de dochter van een vrijgemaakte slaaf, een bekeerlinge tot de herstelde kerk en een zeer opmerkelijk discipel die het bepaald niet makkelijk heeft gehad. Zuster James bleef tot haar dood in 1908 een trouw lid van de kerk. Net als zoveel andere heiligen der laatste dagen bouwde zuster James niet alleen met bloed, zweet en tranen Zion op. Ze streefde ook naar de zegeningen van de Heer door zo goed mogelijk de evangeliebeginselen na te leven en zich vast te houden aan haar geloof in Jezus Christus - de grote Genezer voor allen die Hem oprecht zoeken".

Jane heeft het inderdaad niet gemakkelijk gehad. Heel haar verdere leven heeft racisme een rol in haar leven gespeeld. In Saints, een uitgave van de kerk kunnen we daarover het volgende lezen: "Net als andere groepen christenen in die tijd beschouwden veel blanke heiligen zwarte mensen, echter ten onrechte, als minderwaardig, omdat ze geloofden dat een zwarte huid het resultaat was van Gods vloek op de bijbelse figuren Kain en Cham. Sommigen waren zelfs begonnen het valse idee te onderwijzen dat een zwarte huid het bewijs was van iemands onrechtvaardige daden in het voorsterfelijk leven". Een leer waar ik ook mee ben grootgebracht. Maar voor nu, wat betreft Jane Elizabeth Manning James: wie had kunnen bedenken, zij zelf zeker niet, dat zij ooit geëerd zou worden met een eigen monument?

zaterdag 12 februari 2022

Een gekleurd randje

De laatste keer dat ik op dit blog heb geschreven, is alweer een paar maanden geleden. Dit 'een paar maanden geleden' blijkt toch wel een terugkerend thema te zijn. Maar misschien dat daar nu verandering in komt. De afgelopen vier jaar heb ik bijna wekelijks geschreven voor het blog van onze vrouwenorganisatie binnen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Aan het schrijven op dat blog is nu een einde gekomen. Dus wie weet komt dit mijn eigen blog ten goede.

Een van de laatste onderwerpen waar ik op het andere blog aandacht aan heb gegeven, dit vanuit ons vrouwzijn, is het onderwerp diversiteit. In dezelfde periode spraken wij in de zondagsschool over 'In het begin schiep God de hemel en de aarde', en heb ik toen het volgende filmpje, dat van de kerk is, gedeeld:



'Diversiteit is goed'



Ondertussen ben ik, in meerdere opzichten, ingehaald door de actualiteit en heeft diversiteit voor mij een gekleurd randje gekregen. Hierbij hoef ik alleen maar te denken aan een van onze jongemannenleiders die deze week zijn excuses aanbood over een uitspraak die hij had gedaan over zwarte mensen en het priesterschap. 

In dit artikel van DeseretNews is ook een link naar LDS blacks, scholars church's essay on priesthood. In het artikel 'LDS Blacks' vertelt Darius Gray dat hij lid geworden is van de kerk in 1964, en dat hij dacht dat er een grapje werd gemaakt toen hem werd gezegd dat zwarte mensen het priesterschap niet konden krijgen. Darius Gray is ook degene die aan het woord is in het filmpje 'God houdt van diversiteit'.

In het krantenartikel van DeseretNews wordt ook verwezen naar een evangelieverhandeling die de Kerk geschreven heeft over Ras en Priesterschap. Hieronder een aantal punten uit deze evangelieverhandeling die ik zelf belangrijk vind:

  • Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mensen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde.
  • In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor de beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk.
  • Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had 'vervloekt' met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader.
  • Rond de eeuwwisseling werd gezegd dat zwarten in de voorsterfelijke strijd tegen Lucifer niet geheel kloekmoedig waren geweest en dat ze daarom werden uitgesloten van de zegeningen van het priesterschap en de tempel.
  • Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijke leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarten of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden.
Er is nog één punt dat in het bovenstaande rijtje ontbreekt, en dat is deze: "Allen zijn voor God gelijk". En dan wordt er een verwijzing gemaakt naar het Boek van Mormon, waarin gezegd wordt: "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; en Hij is de heidenen indachtig; en allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken". (2 Nephi 26:33) Ik zou nog een heleboel meer kunnen zeggen, maar ik denk voor nu dat dit voldoende is. Ongetwijfeld, mezelf kennende, zal dit onderwerp zeker vaker, of het nu links of rechts is, voorbij komen.