Posts tonen met het label Ras en Kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ras en Kerk. Alle posts tonen

zondag 15 februari 2026

1. Gods koninkrijk is een 'melting pot'


" en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33



"Toen de profeet Joseph Smith voor het eerst over Henoch en zijn stad van heiligheid hoorde, inspireerde dat hem. Dit was het begin van zijn levenslange streven om Zion op te bouwen. Mozes 7 kan je inspireren om daar nu mee verder te gaan". Echter, je voelt hem al aankomen. Ondanks dat ik ook stilsta bij Mozes 7, volg ik toch net een even ander pad. 

Dit pad begint, ik grijp nu terug op onze Kom dan volg Mij les, met de vraag: "Wat deden mensen om rechtschapenheid te bevorderen? Hier zijn enkele andere bronnen die je kunt gebruiken om ideeën en inspiratie op te doen. Kies er een of meer uit om te bestuderen en schrijf dan op waartoe je je geïnspireerd voelt om Zion op te bouwen". In dit bronnenrijtje stond een toespraak van ouderling Ulisses Soares, broeders en zusters in Christus. Een toespraak die voor mij, om verschillende redenen, niet zomaar een toespraak is. Deze toespraak heb ik zelf ooit gegeven en je vindt hem tevens terug op mijn blog. Ondanks dat ga ik opnieuw stilstaan bij deze toespraak, alleen nu gezien door de ogen van het kopje "Ik kan Zion helpen opbouwen". 

In bovenstaande video wordt onder andere gezegd dat racisme niet in harmonie is met het evangelie. Uiteraard kan ik niet voorbijgaan aan een dergelijke zinvolle opmerking. Er was echter iets anders wat mij raakte in al hetgeen er gezegd werd en dat was dit: "De etnische en culturele diversiteit is hier zeer groot. Soms maken we dingen mee die pijnlijk of beledigend kunnen zijn. Ik denk dat we juist op die momenten moeten proberen elkaar te onderwijzen, te bereiken, uit te nodigen en tot begrip te komen"In die paar zinnen zit mijn antwoord waarom ik gedurende vier jaar door de Schriften reis met een specifiek rugzakje en jullie daar deelgenoot van maak. Uiteindelijk komt het in de basis neer op onderwijs. "Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken (vooroordelen, onwetendheid en institutionele structuren) te herkennen en aan te pakken". In de hoop dat dit leidt tot het inzicht dat we als kerk een raciaal verleden hebben en dat dit heeft geleid tot allerlei speculaties. Daarnaast is daar de vraag in hoeverre dit verleden van vóór 1978 nog doorwerkt in het heden van de kerk, net zoals het slavernijverleden nog steeds doorwerkt in de maatschappij. In die zin denk ik dat we zeker kunnen spreken van een overlap tussen kerk en maatschappij. 

Over die maatschappij zei ouderling Soares het volgende: "Zoals de profeten hebben voorzegd leven wij in zware tijden vóór de wederkomst van de Heiland. De wereld is gepolariseerd door sterke verdeeldheid, die door raciale politieke en sociaal-economische scheidslijnen wordt geaccentueerd. Dergelijke verdeeldheid beïnvloedt soms onze opvattingen en daden ten opzichte van onze naasten. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat mensen de manier van denken, doen en spreken van andere culturen, rassen en etnische groepen als minderwaardig bestempelen. Ze houden er vooringenomen, foute en sarcastische denkbeelden op na, die tot uiting komen in minachting, onverschilligheid, respectloosheid en zelfs vooroordelen. Zulk gedrag vloeit voort uit hoogmoed, arrogantie, afgunst en jaloezie - kenmerken van een vleselijke aard, de tegenpolen van christelijke eigenschappen. Dit gedrag is ongepast voor mensen die ernaar streven om zijn ware discipelen te worden. In feite, beste broeders en zusters, is er in een gemeenschap van heiligen geen plaats voor vooroordelen, in gedachte en daad." 

Ouderling Soares heeft het in die laatste zin over "in gedachte". Net zoals ik een stukje geschreven heb over de vloek van Kain wil ik dat ook doen met Cham. In een artikel dat ging over de vloek van Cham werd dit gezegd: "Wel bevestigt de conclusie dat de Cham-theologie nog altijd in de hoofden van mensen zit". Deze theorieën omtrent Kaïn en Cham kan ik niet loszien van Mozes 7, waar ik op terugkom in deel 2. Misschien daarom wel dat ouderling Soares het niet alleen heeft over het hart, maar ook over het verstand: "Laten we ons hart en verstand afstemmen op de kennis en het getuigenis dat we allen gelijk zijn voor God, dat we allemaal met hetzelfde eeuwige potentieel en erfgoed zijn begiftigd". Vandaar dat ik die les van toen afsloot met de woorden

Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid 
tussen zwart en wit

In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap kunnen we lezen dat toen "de kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij blanke Amerikanen". Echter, toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde, werd er geen onderscheid gemaakt tussen wit en zwart. Allen waren gelijk voor God. 

Ouderling Ahmad Corbitt heeft iets interessants gezegd over deze periode van toen de kerk werd hersteld: "In een staaltje van goddelijke ironie bracht de Heer dit raciaal verenigde boek voort in een land dat destijds raciaal verdeeld was, geteisterd door de slavernij van Afrikanen en de diaspora en mishandeling van de inheemse Amerikanen. Maar Hij bracht het ook voort in een land dat gezegend was met godsdienstvrijheid en constitutioneel zelfbestuur. In Zijn voorzienigheid heeft Hij in de loop der tijd Zijn kinderen, die van deze vrijheden genieten, doen opstaan en geïnspireerd om manieren te creëren waarop anderen deze vrijheden ook kunnen ontvangen, zowel binnen de Verenigde Staten als wereldwijd, zodat Zijn verenigde evangelie door iedereen genoten kan worden". 

" en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33


Iguaçúwatervallen - Brazilië


Gods koninkrijk is een melting pot

"Metaforisch gesproken is dit fenomenale watervallencomplex
een weerspiegeling van Gods gezin op aarde,
want we hebben dezelfde geestelijke oorsprong en essentie,
afkomstig van ons goddelijk erfgoed en verwantschap.
Maar ieder van ons stroomt door verschillende culturen, volken en nationaliteiten..."
Ouderling Ulisses Soares


Afbeelding: Pixabay

maandag 26 januari 2026

Speculaties rond de vloek van Kaïn

 

"En de HEERE zette een teken op Kaïn,
zodat niemand die hem zou vinden, 
hem zou slaan."
Genesis 4:15

De afgelopen weken heb ik een aantal logjes geschreven over onze ware identiteit en labels. In mijn laatste berichtje over dit onderwerp haalde ik de evangelieverhandeling ras en priesterschap aan, waarin we het volgende kunnen lezen: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarten of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden."

De afgelopen periode heb ik ook een aantal logjes geschreven die gingen over of je racisme kunt bestrijden zonder bewustwording. Het antwoord daarop was dat het vrijwel onmogelijk is en ik ben het, zeker kijkend naar wat er in het verleden onderwezen is en hoe dat doorwerkt in het heden, daar meer eens. En of dit nu wel of niet uit onwetendheid gebeurt, het is een vorm van racisme, dat we, net zoals onze kerkleiders, behoren te veroordelen.  

In de evangelieverhandeling Ras en Priesterschap kunnen we onder andere lezen dat president Brigham Young "in januari en februari twee toespraken gaf in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten. Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstammen van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. De vloek van Kaïn werd vaak gebruikt als argument voor de beperking op het priesterschap en de tempel. Rond de eeuwwisseling vond een andere verklaring ingang: er werd gezegd dat zwarten in de voorsterfelijke strijd tegen Lucifer niet geheel kloekmoedig waren geweest, en dat ze daarom werden uitgesloten van de zegeningen van het priesterschap en de tempel”.

In Race and The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints kun je het volgende lezen over het bovenstaande: "Brigham Youngs verklaring voor de beperking was gebaseerd op destijds gangbare ideeën die zwarte mensen identificeerden als afstammelingen van de Bijbelse figuren Kain en Cham. De Kerk heeft deze rechtvaardiging voor de beperking sindsdien verworpen, evenals latere rechtvaardigingen die suggereerden dat de beperking haar oorsprong vond in het leven vóór de aarde". Aan Cham wil ik nog geen aandacht geven. Misschien later. Voor nu wil ik stilstaan bij de vloek van Kaïn. Niet zoals het beschreven staat in Genesis 4, maar aan de hand van Mozes 5.

Vloek van Kaïn
36: En nu zult u vervloekt zijn wat de aardbodem betreft, die zijn mond heeft geopend om het bloed van uw broer te ontvangen uit uw hand.
37: Wanneer u de grond bebouwt, zal deze u voortaan niet zijn kracht geven. Een vluchteling en een zwerver zult u zijn op de aarde.
38: En Kaïn zei tot de Heer: Satan heeft mij verzocht wegens de kudden van mijn broer. Ook was ik verbolgen; want zijn offer hebt U aangenomen en het mijne niet; mijn straf is groter dan ik dragen kan.
39: Zie, U hebt mij heden verdreven voor het aangezicht van de Heer, en voor uw aangezicht zal ik verborgen zijn; en ik zal een vluchteling en een zwerver op de aarde zijn; en het zal geschieden dat wie mij aantreft mij zal doden, wegens mijn ongerechtigheden, want deze dingen zijn niet verborgen voor de Heer.
Teken van Kaïn
40: En Ik, de Heer, zei tot Hem: Wie u ook doodt, op hem zal zevenvoudig wraak genomen worden. En ik, de Heer, stelde een teken aan Kaïn, opdat niemand die hem aantrof hem zou doden.

Dit is wat we in Scripture Helps kunnen vinden over bovenstaande verzen: “God vervloekte Kaïn omdat hij zijn broer had vermoord. De vloek van Kaïn hield in dat er geen gewassen meer op de grond zouden groeien, dat hij als een voortvluchtige zou rondzwerven en dat hij van de aanwezigheid van de Heer zou worden gescheiden. God plaatste ook een 'teken' op Kaïn, een teken voor anderen om geen wraak te nemen en hem niet te doden. Het is onduidelijk wat Kaïns teken precies inhield, hoewel er veel over gespeculeerd is. Recent onderzoek wijst uit dat het Hebreeuwse woord voor teken 'normaal gesproken niet verbonden is aan fysieke verschijningsvormen of kenmerken'. In plaats van een fysiek teken verwijst het Hebreeuws naar daden die Kaïn tot een 'gemarkeerde man' maakten, wat betekent dat de mensen wisten wie hij was en dat ze hem met rust moesten laten en God zijn straf moesten laten voltrekken. We moeten vermijden dat we speculeren over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was. De Kerk verwerpt en veroordeelt raciale en culturele vooroordelen in welke vorm dan ook. President Russell M. Nelson leerde: "Ik verzeker u dat uw positie voor God niet wordt bepaald door de kleur van uw huid. Gunst of ongunst bij God hangt af van uw toewijding aan God en Zijn geboden, en niet van de kleur van uw huid." Wat mij met name opviel aan het bovenstaande stuk, was het gebruik van het woord speculeren. Een woord dat je ook kunt tegenkomen in de evangelieverhandeling. "In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". 

In het verleden heb ik ook een aantal stukjes geschreven over het onderscheid maken tussen de vloek en het teken onder de titel De bril die je draagt. Alleen toen betrof het de Lamanieten, een volk uit het Boek van Mormon. Ik vergeleek toen de kleur van de huid met geld. Geld is op zich neutraal, tot je het uitgeeft. Dan verliest geld zijn neutraliteit. Daarom tot slot nog deze vraag en tevens het antwoord daarop, die ik niet los kan zien van dit onderwerp: "Wat is het standpunt van de kerk ten aanzien van witte suprematie?" Er zijn sommigen binnen de verschillende pro-witte en witte suprematistische gemeenschappen die beweren dat de Kerk neutraal staat tegenover hun standpunten of deze zelfs steunt. Niets is minder waar. In het Nieuwe Testament zei Jezus: U zult de HEER, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en grootste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naasten liefhebben als uzelf (Mattheüs 22:37-39). Het Boek van Mormon leert dat allen gelijk zijn voor God (2 Nephi 26:33). Witte suprematistische opvattingen zijn moreel verkeerd en zondig, en wij veroordelen ze. Kerkleden die een witte cultuur of een agenda van witte suprematie promoten of nastreven, zijn niet in overeenstemming met de leer van de Kerk."

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33


Kaïn vermoordt Abel




donderdag 18 december 2025

4. Racisme, heden of verleden


"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het heden."



Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk. Maar wat betekent racisme nu precies? Als ik dat google, zie ik door de bomen het bos niet meer. Als er iets is wat ik zo tegen het einde van het jaar wil vermijden, is het dat wel. Daarom heb ik het omgedraaid, omdat ik de vraag over racisme makkelijker kan beantwoorden door te zeggen wat racisme niet is. Daarnaast bewandel ik hiermee het kerkelijke pad. 

Ik denk dat je in de eerste alinea van de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' heel duidelijk kunt lezen wat racisme niet is. Een verhandeling die voor mij een bron van inspiratie is: "De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen omarmt de hele mensheid, zowel volgens haar theologie als in de praktijk. Volgens de Schriftuur en de leringen van de kerk heeft God al zijn kinderen lief en is eeuwig heil voor iedereen mogelijk. God heeft alle rassen en etnische groepen geschapen en beschouwt ze als gelijkwaardig. In het Boek van Mormon wordt het zo verwoord: "Allen zijn voor God gelijk". 
 
"Allen zijn voor God gelijk."

In Race and The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints lezen we onder andere nog dit: "Ras is een concept dat mensen categoriseert op basis van hun huidskleur of andere fysieke kenmerken. Helaas wordt ras vaak gebruikt om mishandeling te rechtvaardigen of om te suggereren dat de ene groep beter is dan de andere. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen leert dat iedereen een gelijk kind van God is, ongeacht ras, etniciteit, achtergrond, huidskleur of nationaliteit. Het Boek van Mormon leert: "Allen zijn gelijk voor God. God heeft al zijn kinderen lief. We zijn gelijk in zijn ogen".  

"We zijn gelijk in zijn ogen."

Ondanks dat "Allen gelijk zijn voor God", lees ik vervolgens ook in de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap', die over racisme gaat, dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het priesterschap werden geordend en dat zij en de vrouwen niet mochten deelnemen aan de tempelbegiftiging of aan verzegelverordeningen. Ik lees over slavernij, rassenscheiding en vooroordelen. Dat zwarten geen tempelhuwelijk konden sluiten. Daaroverheen lees ik dat in de loop der jaren door kerkleiders en -leden gespeculeerd werd over deze redenen van beperkingen. En dat deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. 

“Op 8 juni 1978 werd een openbaring ontvangen die de restrictie tot het priesterschap herriep en tevens dat de zegeningen van de tempel beschikbaar werden gesteld voor alle waardige heiligen der laatste dagen, zowel mannen als vrouwen. Deze afdeling staat in de kerk bekend als de openbaring over het priesterschap, en is een historisch keerpunt" (evangelieverhandeling Ras en het priesterschap). Dit was voor velen een dag van vreugde; het veegde echter uiteindelijk alleen de blaadjes schoon

Deze maand werd in ons 'Kom dan volg Mij'-lesboek aandacht gegeven aan Officiële Verklaring 2. In de inleidende tekst werd dit gezegd: "Maar eeuwige waarheid verandert niet, hoewel ons begrip ervan wél verandert. En soms werpt openbaring meer licht op waarheid". De waarheid is dat "God geen aannemer des persoons is". Woorden die mij zo terugbrengen  naar de nieuwtestamentische kerk. Niet alleen dat, ook naar de proclamatie over de herstelling en de eerste zin uit dit woordmonument, wat mijn rode draad, mijn thema, van dit jaar was: 




In deze les over Officiële Verklaring 2, wordt ook verwezen naar Ahmad Corbitt's 'A Personal Essay on Race and the Priesthood'. Aan ouderling Corbitt's essay, dat uit vier delen bestaat, heb ik in het verleden al de nodige aandacht gegeven, dus ik zal dat niet opnieuw doen. Waar ik wel bij stil wil staan, is dat ouderling Corbitt zijn ervaringen ook nog gebundeld heeft in een boekje 'Stay Thou Nearby', samen met drie andere zwarte algemene autoriteiten, waaronder Tracy Y. Browning en ouderling Edward DubeVertel je verhaal ten voeten uit. 
Wanneer je het hebt over het veroordelen van het racisme in het heden of verleden, dan kun je je ogen niet sluiten voor het feit, wat met bewustzijn te maken heeft, dat het racisme van het verleden doorwerkt in het heden. Dat is in de maatschappij zo, en helaas in de kerk is het soms ook niet anders, omdat wij die maatschappij zijn, maar dan in het klein. 

Paul Reeve, onder andere de schrijver van het boekje 'Let's talk about Race and priesthood', geeft dit als antwoord: "Hoe kunnen Heiligen der Laatste Dagen in de 21ste eeuw gehoor geven aan de oproep van president Nelson om overal het voortouw te nemen in het opgeven van vooroordelen? President Nelson pleitte ervoor om respect voor al Gods kinderen te bevorderen. Hoe beantwoorden we zijn oproep als we niet in staat zijn te herkennen hoe vooroordelen eruitzien en wat ze zijn? Hoe kunnen we racisme uitroeien als we niet bereid zijn de wortels ervan te onderzoeken?" 

 Carol Lawrence-Costly, zij vertelde ook haar verhaal in Stay Thou Nearby, en ik denk dat haar woorden heel goed weergeven wat ik bedoel met alleen de blaadjes werden schoongeveegd: "Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen. Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". 


Carol Lawrence-Costly



Ik deel deze gevoelens van Carol Lawrence-Costly, zeker als het gaat om de woorden dat "vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". Mijn vorig logje ging over dat de kerkleiders in deze tijd elke vorm van racisme veroordelen. Over dit verleden zei Paul Reeve: "Mensen hoeven ons niet op ons woord te geloven, maar ze kunnen het bewijsmateriaal inzien en de toespraken in hun geheel lezen". Uit dit geheel van toespraken over het verleden heb ik onderstaand stukje geknipt.

Verleden

"De Afrikaan heeft het recht de eerste beginselen van het evangelie te ontvangen; 
deze vrijheid wordt al deze dienaren aangeboden.
Ze genieten de vrijheid om zich te laten dopen tot vergeving van zonden 
en om de heilige Geest te ontvangen door handoplegging;
zij genieten het voorrecht nederig te leven voor de Heer, hun grote Meester,
om zo voortdurend de geest van de Heer te genieten.
Kortom, voor zover het de gewone gemakken van leven, 
verlossing, licht, waarheid en genot betreft, 
heeft de zwarte Afrikaan precies hetzelfde voorrecht als de witte man.
Maar 
ze kunnen niet in het priesterschap delen;
ze kunnen de heerschappij niet verdragen;
ze kunnen nergens heersen totdat de vloek van hen is verwijderd;
zij zijn een dienaar van dienaren."

Heden

Mijn laatste stukje van dit jaar wil ik afsluiten met de Nehoriaanse olifant, die geen nieuwe verschijning op mijn blog is. Ik blijk iets te hebben met olifanten, want dit is niet de eerste olifant op mijn blog. Nehoriaanse verwijst naar Nehor, een man uit het Boek van Mormon, die door zijn vleierijen allerlei mensen voor zich weet te winnen, wat de man in onderstaande video uiteindelijk ook doet. Deze video bevestigt niet alleen "de gangbare raciale ideeën van de minderwaardigheid van sommige rassen in het verleden (evangelieverhandeling Ras en het priesterschap)", het legt ook bloot, ondanks de grote, prachtige, huizige strik, hoe dit doorwerkt in het heden, en wordt zo, hierdoor, een raciaal verleden in stand gehouden. Daarnaast kun je volgens mij deze video ook scharen onder de woorden: "In de loop der jaren zijn er allerlei theorieën aangevoerd om de beperking te rechtvaardigen". Ouderling Jeffrey R. Holland van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft beklemtoond dat de theorieën waarmee men de beperkingen probeerde te verklaren folklore zijn, die in geen geval in stand mogen worden gehouden". 

Ik kan nu niet anders denken aan Paul Reeve's woorden: "Het raciale probleem van het mormonisme is een witheidsprobleem". Tevens moest ik denken aan de woorden van Green Flake. Hij was een van de zwarte pioniers die een standbeeld kreeg, en die op zijn eigen grafsteen kerfde: "In het huis van mijn Vader zijn vele woningen", nu we het dan toch hebben over huizen en perspectief. En ja, je hoeft mij ook niet op mijn woord te geloven. Kijk en vergelijk zelf maar. 




maandag 15 december 2025

2. Racisme, heden of verleden

 

"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het heden of verleden."


Eigenlijk komt het erop neer dat ik opnieuw mijn tent heb opgeslagen, maar nu bij de uitspraak: "de kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". Dat wil niet zeggen dat ik mijn reis door de Leer en Verbonden al heb afgerond. Integendeel, want waar ik het over wil gaan hebben, heeft te maken met deze twee zinnen uit de Officiële Verklaring 2: "Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De kerkverslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik"



In mijn deel 1 over racisme in heden en verleden heb ik stilgestaan bij de woorden in bovenstaande afbeelding. Opnieuw geef ik aandacht aan deze woorden, alleen dit keer gezien door een meer kerkelijke bril, wat onder andere blijkt uit dit voorbeeld: "Vaak denken we dat het gevolg van bekering louter de reiniging van zonde is, maar dat is een onvolledige kijk op de zaak. Iemand die zondigt is als een boom die gemakkelijk buigt in de wind. Op een winderige en regenachtige dag buigt de boom zo ver door dat de bladeren de grond raken en besmeurd worden met modder, ofwel met zonde. Als we ons richten op de reiniging van de bladeren, zal de zwakheid in de boom, waardoor die doorboog en de bladeren bevuilde, blijven bestaan. Zo zal iemand die slechts spijt heeft van de zonde, weer zondigen bij de volgende sterke wind. Pas als de boom sterker is geworden, zal herhaling tot het verleden behoren". 

Bovenstaand voorbeeld komt uit een toespraak van, toen nog, ouderling Dallin H. Oaks. Voordat ik uitleg geef waarom ik dit voorbeeld gebruik, wil ik eerst teruggaan naar een andere toespraak van ouderling Oaks die hij tijdens de algemene conferentie van oktober 2020 gaf. Deze toespraak is trouwens ook interessant om te lezen in verband met Leer en Verbonden 134, de afdeling die gaat over wetten en overheden. "De grondwet en andere wetten sporen niet aan tot revolutie of anarchie. We moeten allemaal - politie, demonstranten, voorstanders en toeschouwers - de limieten van onze rechten begrijpen, en het belang van onze plichten om binnen de bestaande wetsgrenzen te blijven". 

In deze toespraak, en dat is de reden dat ik hem aanhaal, heeft president Oaks het ook over racisme in het heden en verleden. Ouderling Oaks: "Dit land zou beter in staat moeten zijn om racisme uit te roeien, niet alleen tegen zwarte Amerikanen, die het meest zichtbaar waren in de recente protesten, maar ook tegen latino's, Aziaten en andere groepen. Dit land kent geen gelukkig verleden wat racisme betreft, en we moeten ons beteren". 

Bij dit ongelukkige verleden, de stam, daar wil ik uiteindelijk bij stilstaan. Voorafgaand, ik citeer nog steeds uit deze toespraak, zegt de president ook nog "dat alle mensen geliefde kinderen van God zijn". "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaard gaande grieven gehad. In een aangrijpend persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen"



In het AI-overzicht wordt gezegd dat racisme bestrijden vrijwel onmogelijk is zonder bewustwording, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken te herkennen en aan te pakken. Tevens wordt er gezegd "je kunt racisme niet bestrijden met alleen symptoombestrijding". Voor mij is symptoombestrijding "als we ons richten op de reiniging van de bladeren, zal de zwakheid in de boom, waardoor die doorboog en de bladeren bevuilde, blijven bestaan". Interessant vind ik dat als het gaat om oorzaken herkennen onder andere onwetendheid als voorbeeld wordt gegeven. Wat eigenlijk heel logisch is. Want door onwetenheid kunnen we onbedoeld iets raciaals in stand houden. En zo werkt deze onwetendheid in het raciale verleden door in het heden. Echter, als we ons richten op de stam, wat inhoudt dat je terug gaat naar het verleden, en die onwetendheid doorbreekt, de boom zo sterker wordt dat herhaling ervan tot het verleden zal gaan behoren. Vandaar ook dat racisme en bewustwording hand in hand gaan.




Het opschrift van Officiële Verklaring 2 vind ik zelf een prachtig voorbeeld van bewustwording, en daardoor ook van hoe belangrijk deze stam is. Het heeft zelfs geleid tot aanpassingen in de Schriften. Ik heb hier al eerder over geschreven. In dit logje heb ik het over wortels en blaadjes, maar het komt op hetzelfde neer. Ik schreef toen, en dit geeft al aan hoe belangrijk het doorbreken van onwetendheid is, "dat begin twintigste eeuw Able's status als zwarte priesterschapsdrager grotendeels in vergetelheid raakte. Historici herontdekten later het verhaal van Able's ordening tot het priesterschap, zijn geloof in het herstelde evangelie en zijn werk als vroege zendeling". Vandaar die aanpassing in onze Schriften, en dat was niet de enige verandering. In deze periode (2013) kwam de kerk ook met de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap, ondertussen meer dan tien jaar geleden, en, ik spreek uit eigen ervaring, niet iedereen was, en misschien nu nog steeds niet, hiervan op de hoogte. 



Hieruit blijkt ook het belang van verslagen. In dit logje over het belang van verslagen citeer ik ouderling Marlin K. Jensen, voormalig kerkhistoricus en -griffier van de kerk die zegt "Iemand heeft eens gezegd dat een volk niet grootser kan zijn dan zijn verhalen". Natuurlijk denk ik bij deze woorden ook aan Mpho Tutu van Furth die zei dat de reis begint met het vertellen van je verhaal, het Zuid-Afrikaanse pad, maar ook aan mijn eigen verhaal. Of gaat deze opmerking van ouderling Jensen alleen maar op voor witte verhalen? Ik ga niet verder in op dit logje. Wel wil ik opnieuw deze woorden herhalen, waar ik mijn logje van toen mee eindigde: 

"Het is moeilijk,
zo niet onmogelijk,
om te onthouden wie je bent,
totdat je weet wie je bent."
Kyle S. McKay, kerkhistoricus en -griffier

maandag 8 december 2025

5. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is


"En nu verlang ik dat deze ongelijkheid niet meer voorkomt in dit land,
in het bijzonder onder dit, mijn volk;
ik verlang juist dat dit land een land van vrijheid is,
en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten..."
Mos 29:32

Hier spreekt een koning en geestelijk leider zijn verlangen uit over hoe hij hoopt dat het land een land van vrijheid zal zijn, en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten. De reactie van het volk is dit: "Daarom lieten zij hun verlangen naar een koning varen en begonnen er buitengewoon naar te verlangen dat eenieder in het gehele land gelijke kansen zou hebben; ja, en eenieder verklaarde zich bereid de verantwoording op zich te nemen voor zijn eigen zonden". 

"overeenkomstig de wetten en grondwet van het volk,
die ik tot stand heb laten brengen, en die moeten worden gehandhaafd
omwille van de rechten en bescherming van alle vlees,
opdat eenieder op de dag van het oordeel
rekenschap verschuldigd zal zijn van zijn eigen zonden.
Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is."
LV 101:76-79

Dit is niet de eerste keer dat ik het heb over koning Mosiah in relatie tot Leer en Verbonden 134 en slavernij. Ik zei toen ook dat ik daar toch nog een vraagteken bij zette. In bovenstaand vers wordt gesproken over wetten en de grondwet en dat de Heer hier zegt dat hij die tot stand heeft gebracht, wat je ook terugziet in de Onafhankelijkheidsverklaring. "De Onafhankelijkheidsverklaring bevestigde het geloof en vertrouwen van de Founding Fathers in God met de volgende woorden: Wij houden deze waarheden voor vanzelfsprekend; dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat zij door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk". 

Het kan dan wel zo zijn dat alle mensen gelijk geschapen waren, dat betekende niet automatisch dat ze daarmee raciaal gelijk waren. In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap lezen we daarover het volgende: "In 1790 verklaarde het Congres van de Verenigde Staten dat alleen vrije blanken burgerrechten genoten. In 1857 verklaarde het Amerikaanse hooggerechtshof dat zwarten geen rechten bezaten die de witte diende te respecteren. Zo'n dertig jaar nadat de burgeroorlog een einde maakte aan slavernij, besliste het hooggerechtshof van de Verenigde Staten dat gescheiden maar gelijkwaardige faciliteiten voor zwarten en witten grondwettelijk waren. Deze beslissing leidde tot heel wat rassenscheiding, tot het hof ze in 1954 herriep. Pas in 1967 werden wetten tegen gemengde huwelijken door het gerechtshof herroepen".

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' lezen we: "dat de kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, toen rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij witte Amerikanen. Deze denkwijze lijkt nu vreemd en verontrustend, maar toen werden alle aspecten van het leven, met inbegrip van religie, hierdoor beïnvloed". 

"Mildred Loving, een zwarte vrouw, en Richard Loving, een witte man, trouwden toen er in Amerika in een aantal staten nog sprake was van een verbod op raciaal gemengd huwelijk. Het leverde Richard een jaar gevangenisstraf op in de staat Virginia, en verbanning. De Lovings lieten het er niet bij zitten dat ze met hun gezin niet in de staat van hun keuze konden wonen, ver weg van familie en vrienden. Gesteund door Robert Kennedy spanden ze een proces aan bij het Supreme Court tegen de staat Virginia. Op 12 juni 1967 kwam de verlossende uitspraak van het Hoogggerechtshof, waarin interraciale huwelijksverboden in Amerika ongrondwettig werden verklaard". 

'Race mixing' was niet alleen een ding in de maatschappij, het speelde ook een rol in de kerk. Vandaar dat we in de evangelieverhandeling Ras en priesterschap kunnen lezen dat "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig". 

Mijn ouders


Jaren '50


Wat betreft de opmerking: "alle aspecten van het leven, met inbegrip van religie, werden hierdoor beïnvloed. Ook het leven van ons gezin, wij werden lid van de kerk in de restrictieperiode, is door deze raciale ongelijkheid, al dan niet subtiel, beïnvloed. Al dacht men in de tijd dat mijn ouders trouwden bij een gemengd huwelijk eerder aan een huwelijk met een andersgelovige. Als het wel ging om ras of etniciteit, werd dit als sociaal minder gezien. In de kerk werd dit echter als zondig gezien, zoals we dat in de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen lezen. Manlief en ik zijn getrouwd na de openbaring op het priesterschap. Op ons huwelijk lag geen beperking, maar we zijn beiden wel met dit gedachtegoed grootgebracht. En ook dit is een onderdeel van 'Vertel je verhaal'. Voor stellen van voor de restrictie periode tijd, nog even los van de restrictie in het algemeen, lag het allemaal net even anders zoals blijkt uit het verhaal van Marcus, de zoon van de eerste algemene zwarte autoriteit in de kerk (zie Ensign, May 1990, Elder Helvécio Martines of the Seventy): die verloofd was met een kerklid die geen zwarte Afrikaanse voorouders had: "Hoewel ze er tevreden mee was te vertrouwen op de belofte dat alle zegeningen ooit voor alle leden beschikbaar zouden zijn, was het vooruitzicht om geen tempelhuwelijk te hebben pijnlijk". 

Deze week staat onze leesopdracht in het teken van Officiële Verklaring 2. In deze les kunnen we lezen: "Eeuwige waarheid verandert niet, hoewel ons begrip ervan wel verandert. En soms werpt openbaring meer licht op waarheid". Dit doet mij denken aan de woorden van ouderling Bruce R. McConkie die hij zei na de openbaring op het priesterschap: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wat president Brigham Young, president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Gelukkig, en daarom leg ik zo de nadruk op de HOE van de herstelling, kwam daarover nog meer kennis die bijna vergeten was, wat leidde tot aanpassingen in opschriften en voetnoten van onze Schriften. 

Een andere reden waarom ik het belangrijk vind om mijn verhaal te delen, is wat president Nelson zei, tijdens de algemene vrouwenbijeenkomst van oktober 2019 in zijn toespraak Geestelijke schatten, tegen de zusters: "Ik smeek u om alles wat u over priesterschapsmacht kunt vinden onder gebed te bestuderen. U kunt bijvoorbeeld beginnen met Leer en Verbonden 84 en 107. Die afdelingen zullen u naar andere teksten leiden. De Schriften en leringen van hedendaagse profeten, zieners en openbaarders staan vol van die leerstellingen". Hoe kan ik een dergelijke uitdaging aangaan, en dan ras negeren? Ouderling Packer heeft trouwens ook een toespraak gegeven over het priesterschap (Ensign, July 1989, A tribute to Women). Hij is echter niet zo bescheiden geweest als president Nelson. En waar president Nelson het heeft over twee afdelingen uit de Leer en Verbonden, heeft ouderling Packer het over zes afdelingen.  

Zoals ik al eerder zei in dit logje: je mag dan wel gelijk geschapen zijn, dat betekent nog niet dat je daarmee raciaal gelijk bent. Hieruit blijkt wel, ik ben nog steeds in de weer met Leer en Verbonden 134, dat niet iedereen hetzelfde dacht over de grondwet "waarvan de Heer gezegd heeft dat deze behoort aan de gehele mensheid (LV 98:5) en gehandhaafd moet worden voor de rechten en bescherming van alle vlees, overeenkomstig rechtvaardige en heilige beginselen (LV 101:77)". Ik denk dat deze woorden ook opgaan voor de Leer en Verbonden. "Omdat de Leer en Verbonden belangrijke beginselen en procedures betreffende het bestuur van de kerk onderwijst, vormt het de constitutionele basis van de kerk in de laatste dagen". Zelf geef ik de voorkeur aan deze woorden: "Het begin en het einde van het evangelie staat in afdeling 2 van de Leer en Verbonden beschreven. Het is de sluitsteen van die prachtige boog van het evangelie. Als die steen zwak zou worden en eruit zou vallen, dan zou het gehele bouwsel van het evangelie in allemaal losse blokken uit elkaar vallen". Daarin zie ik ook een parallel met de Founding Fathers, met dit verschil dat het nu gaat om de Fathers en de aan hen gedane beloften.

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen we ook lezen dat "tegen het einde van zijn leven de stichter van de kerk, Joseph Smith, zich openlijk tegen slavernij verzette". In het artikel Joseph Smith: Campaign for President of the United States kunnen we  niet alleen lezen waarom Joseph Smith zich kandidaat stelde, we lezen hierin ook over zijn plannen wat betreft de afschaffing van de slavernij. "De afschaffing van de slavernij was een ander belangrijk onderdeel van zijn platform. Hij schreef in General Smith's views: De onafhankelijkheidsverklaring beschouwt deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn; die door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten; dat hiertoe behoren het recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk; maar tegelijkertijd worden zo'n twee of drie miljoen mensen levenslang als slaaf vastgehouden, omdat hun geest bedekt is met een donkerdere huid. In plaats van simpelweg op te roepen tot de afschaffing van de slavernij, zou Joseph Smiths platform het Congres ertoe aanzetten iedereen een redelijke prijs voor zijn slaven te betalen uit de overtollige inkomsten die voortvloeiden uit de verkoop van openbare gronden en uit de inhouding van loon van Congresleden. Om zo, met deze inkomsten, "de vrijheid van tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen te kopen". 

Of dit mijn laatste logje is over slavernij, kan ik nog geen antwoord geven. Er is daar natuurlijk nog de opmerking van Brigham Young dat hij zegt dat hij gelooft in slavernij en de opmerking in de evangelieverhandeling "dat president Brigham Young in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend kunnen worden. Misschien dat er toch nog een deel 6 komt.

Toen ik een passende afbeelding zocht voor dit logje, kwam ik er een van Paul Reeve tegen met de woorden: "Het raciale probleem van het mormonisme is een witheidsprobleem". In eerste instantie vond ik het best wel een confronterende uitspraak. Echter, denkend aan de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap, en wat daar in staat, vind ik die uitspraak van Paul Reeve helemaal niet zo gek. Neem nu deze opmerking: "De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". Wat wordt er bedoeld met racisme uit het verleden? Heeft men het hier alleen over de maatschappij of ook over de kerk? Kunnen we wat er in 1852 en daarna gebeurde afdoen als racisme? Omdat, zoals we ook kunnen lezen in deze evangelieverhandeling, deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Ideeën die eerder waren gebruikt om de legalisatie van zwarte 'herendienst' in het Territorium Utah te propageren". Is racisme uiteindelijk niet dat je discrimineert op basis van herkomst, zoals die Afrikaan? Of die nakomelingen van Kaïn of Cham door God vervloekt zijn met een donkere huid? Denkbeelden waarover we ook kunnen lezen in deze verhandeling. Of er wel of niet een deel zes komt over slavernij, dat doet er niet toe. Eén ding is zeker: ik ben nog niet uitgeschreven. 

Uitspraak betreffende afdeling 2: Doctrine and Covenants Student Manuel, Section 2

vrijdag 5 december 2025

4. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is

 

Tijdens mijn wandeling door het Soepjesbos kwam ik een opmerking tegen die, zeker gezien het feit dat ik steeds terugkom op vers 12 van Leer en Verbonden 134, niet mag ontbreken in hetgeen wat ik er tot nu toe over heb geschreven. 

Earthly Governments and Laws: "Hoewel de kerk leert dat slavernij verkeerd is en in strijd met de fundamentele rechten van een individu, leerde de profeet Joseph Smith dat wanneer slavernij door een overheid wordt getolereerd, het niet de positie van de kerk is om te proberen die gevestigde orde omver te werpen: 'Het behoort de plicht van een ouderling te zijn, wanneer hij een huis binnenkomt, de heer des huizes te groeten, en als hij zijn toestemming krijgt mag hij prediken tot allen die in dat huis zijn; maar als hij zijn toestemming niet krijgt, mag hij niet naar zijn slaven of bedienden gaan maar laat de verantwoordelijkheid op het hoofd van de heer des huizes rusten, en de gevolgen daarvan, en de schuld van dat huis rust niet langer op hem. Maar als de heer des huizes toestemming geeft, mag de ouderling prediken tot zijn gezin, zijn vrouw, zijn kinderen en zijn bedienden, zijn dienstknechten, zijn dienstmaagden en zijn slaven' (Geschiedenis van de Kerk, 2:263). In 1834, toen deze verklaring werd geschreven, werden de heiligen in Missouri er door hun vijanden vaak van beschuldigd de slavernij te willen afschaffen. Omdat Missouri als slavenstaat tot de Unie toetrad, zette deze vraag de inwoners van Missouri op scherp en droeg ongetwijfeld bij aan de geest van vervolging en geweld tegen de heiligen. Leer en Verbonden 134:12 was een antwoord op deze beschuldigingen".   


Ik vond meerdere dingen interessant, zoals jullie kunnen zien aan bovenstaande afbeelding, al  wil ik hier verder niet bij stilstaan. Waar ik wel bij stil wil staan, is de opmerking dat de kerk leert "dat slavernij verkeerd is en in strijd met de fundamentele rechten van de mens". Gaat daar in wezen Leer en Verbonden 134 niet over? En kun je deze afdeling los zien van Leer en Verbonden 101?

"En voorts zeg Ik tot u, hen die door hun vijanden zijn verdreven: 
Het is mijn wil dat zij blijven aandringen op schadeloosstelling en verlossing,
uit de handen van hen die als regeerder zijn gesteld en met gezag over u bekleed zijn -
overeenkomstig de wetten en de grondwet van het volk, 
die Ik tot stand heb laten brengen, en die moeten worden gehandhaafd 
omwille van de rechten en bescherming van alle vlees,
overeenkomstig rechtvaardige en heilige beginselen;
opdat eenieder in leer en beginsel met betrekking tot de toekomst 
zal handelen volgens de morele keuzevrijheid die Ik hem heb gegeven,
opdat eenieder op de dag van het oordeel 
rekenschap verschuldigd zal zijn van zijn eigen zonden.
Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is." 
LV 101:76-79

Over deze fundamentele rechten heeft Joseph Smith het volgende gezegd: "Als het is aangetoond dat ik bereid was te sterven voor een 'mormoon', durf ik voor de hemel te verklaren dat ik net zo bereid ben te sterven bij de verdediging van de rechten van een presbyteriaan, een baptist of een goed mens van welke denominatie dan ook; want hetzelfde principe dat de rechten van de heiligen der laatste dagen zou vertrappen, zou ook de rechten van de rooms-katholieken vertrappen, of van welke andere denominatie die impopulair en te zwak is om zichzelf te verdedigen. Het is de liefde voor vrijheid die mijn ziel inspireert - burgerlijke en godsdienstvrijheid voor de hele mensheid". 

In deel 3 had ik iets aangehaald dat uit de Doctrine and Covenants Student Manual kwam, wat ik zo heb overgenomen. In deze tekst wordt ouderling Quentin L. Cook aangehaald; woorden die komen uit zijn toespraak Religious Freedom and Fairness. Dat wat na ouderling Cook gezegd wordt, komt uit de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap'. Bij deze verhandeling zal ik ook opnieuw stilstaan, maar dan specifiek door de slavernijbril. 

In deze toespraak vertelt ouderling Cook dat hij een student rechten was aan de Stanford University toen de Civil Rights Act van 1964 werd aangenomen en Dr. Martin Luther King  Jr. een held was in de ogen van hem en zijn klasgenoten. Ook vertelt hij in deze toespraak dat hij enkele preken van Dr. King van voor 1960 had herlezen. Ouderling Cook haalt dan specifiek één preek aan die hem bijzonder relevant lijkt voor onze tijd. En zoals jullie in mijn vorige logje konden lezen, heeft hij het ook over de vervolgingen van de heiligen. Alleen dit is wat hij zegt voordat hij ingaat op die vervolgingen van de heiligen: "Voordat ik dat doe, wil ik ondubbelzinnig instemmen met wat Dr. Eugene Rivers en Dr. Kenneth Johnson schreven: De ervaring van zwarte Amerikanen als gevolg van slavernij is uniek en zonder analogie in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Terwijl andere groepen discriminatie en ontberingen hebben ervaren, is geen van hun ervaringen te vergelijken met de fysieke en culturele wreedheid van slavernij. Laat ik nogmaals zeggen dat ik de beproevingen van de heiligen der laatste dagen niet vergelijk met de afschuwelijke slavernijervaring van Afro-Amerikanen. Maar het stelt ons wel in staat om godsdienstvrijheid vanuit een enigszins vergelijkbare invalshoek te bekijken. Vervolging leerde de vroege heiligen der laatste dagen hoe belangrijk het is om godsdienstvrijheid te beschermen en de waardigheid van ieder individu in zijn eigen keuzes te behouden."

In deze toespraak heeft hij het ook over de profeet Joseph Smith: "Een paar maanden voordat hij in 1844 door een menigte werd vermoord, leerde onze profeet Joseph Smith dat morele keuzevrijheid essentieel was voor ieder individu: "God kan een mens niet redden of verdoemen alleen op basis van het principe dat ieder mens handelt, kiest en aanbidt voor zichzelf; vandaar het belang om elke geest van onverdraagzaamheid en intolerantie jegens iemands religieuze gevoelens, die geest die de aarde met bloed heeft doordrenkt, van ons af te stoten. In dezelfde preek verbond Joseph Smith het belang van godsdienstvrijheid met de waarde van elke menselijke ziel. De eerste wet van alles wat heilig is, zo leerde hij, was het onvervreemdbare recht van de mens om te denken zoals hij wil, en te aanbidden zoals hij wil. Als zodanig waren die grote en verheven principes van gelijke rechten en universele vrijheid voor alle mensen onmisbaar". 

In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap kunnen we lezen dat "tegen het einde van zijn leven kerkstichter Joseph Smith zich openlijk verzette tegen slavernij". Ouderling Cook zegt dit erover: "Correspondentie met de leidende presidentskandidaten van zijn tijd overtuigde Joseph Smith ervan dat er niet genoeg prioriteit werd gegeven aan godsdienstvrijheid en andere belangrijke vrijheden. Tegen het einde van zijn leven in 1844 lanceerde Joseph Smith zijn eigen presidentiële campagne op een platform dat oproepen omvatte tot godsdienstvrijheid voor iedereen, niet alleen voor mormonen; voor de vrijlating en rehabilitatie van talloze mannen die gevangen zaten vanwege schulden en kleine vergrijpen; en voor de emancipatie van slaven". 




dinsdag 28 oktober 2025

Woorden doen ertoe

 

Eerder deze maand schreef ik dat ik wist waar ik mijn tent de volgende keer wil gaan opslaan. Dat weten houdt niet automatisch in dat ik keurig netjes van afdeling naar afdeling, als in een stoptrein, daar naartoe afreis. Soms komt er iets voorbij waardoor ik de Leer en Verbonden gewoon even de Leer en Verbonden laat zijn. Terwijl ik aan de andere kant toch ook denk: 'Is dat wel zo?' Omdat ik nu op een punt ben aangekomen dat ik het een niet meer los kan zien van het andere, vanwege de onderlinge verwevenheid. 

Een paar weken geleden werd in onze vrouwenorganisatie de toespraak 'De verzoening van Jezus Christus brengt de ultieme redding', van ouderling Cook besproken. Zelf was ik niet aanwezig, maar ik had deze toespraak wel al gelezen. In deze toespraak gaat het over de handkargroepen Willie en Martin, waar het helemaal mis mee gaat. "Zij werden geplaagd door uithongering, blootstelling aan vrieskou en veel sterfgevallen. Berichten over de gevaarlijke situatie waarin deze groepen zich bevonden, bereikten president Brigham Young". En dit is wat hij zei: "Ga en breng de mensen die nu op de vlakten zijn hierheen". 

Dankzij al de hulp en inzet die toen werd geboden, werden zij gered en werd veel erger leed voorkomen. Het waren echter niet alleen de mannen die hun inzet toonden. Ook de vrouwen deden hun deel, wat er uiteindelijk toe leidde dat door de redding van deze handkarpioniers de ZHV, de vrouwenorganisatie van de kerk, nieuw leven werd ingeblazen. 




Terwijl ik dit zo las, zowel deze toespraak als de verhalen eromheen, vroeg ik mij af of er onder al die reddingswerkers ook iemand was die zwart was. Net zoals we nu weten dat er onder al de pioniers van toen ook zwarte pioniers waren, die zo ook hun steentje bijdroegen aan de opbouw van Gods koninkrijk op aarde. En dat bleek zo te zijn. Zijn naam was Thomas Coleman, ook wel bekend als Thomas Bankhead. 


In de database van de kerk kunnen wij onder andere het volgende over hem lezen: "Thomas, een Afro-Amerikaanse man die mogelijk tot slaaf was gemaakt, arriveerde rond 1850 in Utah, omdat zijn naam voorkomt in de volkstelling van Utah van 1850, samen met de families Bankhead. Hij was een van de reddingswerkers die in de winter van 1856 werden uitgezonden om de leden van de kerk te helpen die in Wyoming gestrand waren. Helaas werd Thomas in december 1866 vermoord en begraven in Salt Lake City.

In dit artikel van de kerk wordt vermeld dat hij werd vermoord. Toen ik verder op hem zocht kwam ik het volgende tegen in de J. Willard Mariott Library: dat het ging om een raciale lynchpartij, althans dat vermeldt het kopje: "Thomas Coleman zou in 1848 in Salt Lake City zijn aangekomen, mogelijk als slaaf van John en Nancy Crosby Bankhead, bekeerlingen tot De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen vanuit Mississippi. Het is mogelijk dat Thomas in Mississippi als Heilige der Laatste Dagen werd gedoopt rond de tijd dat slaven zich bekeerden, maar lidmaatschapsgegevens zijn niet bewaard gebleven om dat definitief vast te stellen. Een krant in Salt Lake City meldde dat hij ten tijde van zijn moord lid was van de kerk. Hij stond waarschijnlijk bekend als Thomas Bankhead in vroege documenten, maar gebruikte Coleman (soms Colburn) als zijn achternaam na de emancipatie. Hij werkte vervolgens voor Brigham Young in het Salt Lake House Hotel in het centrum van Salt Lake City. Coleman werd in 1833 geboren, waarschijnlijk in Mississippi, en stierf in Salt Lake City op ongeveer 35 jarige leeftijd". 

In dit artikel kunnen we ook lezen dat de "exacte omstandigheden rond Colemans moord een mysterie zijn". Maar de boodschap die men op zijn borst vond, was deze: "Kennisgeving voor alle n...... Wees gewaarschuwd. Laat witte vrouwen met rust". Doen de omstandigheden er verder nog toe als het artikel zegt: "in beide gevallen was het openbaar dumpen van Colemans lichaam met het bijgevoegde bord duidelijk bedoeld om rassenscheiding af te dwingen en degenen die zouden overwegen deze te overtreden, te terroriseren". 




Deze moord op Thomas Coleman heeft de gemoederen toentertijd flink beziggehouden. En ook nu, waaruit blijkt dat hij niet vergeten is, is dat het geval. Op dit moment is er een petitie om een monument te plaatsen op Capitol Hill, Salt Lake City, ter nagedachtenis van Thomas Coleman. Niet alleen dat, men wil hiermee ook laten zien dat men raciale onrechtvaardigheid veroordeelt. Degene die deze petitie is gestart laat weten "dat hij diep getroffen is door deze afschuwelijke daad van racistisch geweld". 

Ik kan hem in wat hij zegt bijna helemaal volgen, maar een dergelijke petitie ondertekenen voelt voor mij ergens toch als een Nehoriaanse olifant. Volgend jaar reis ik door het Oude Testament. Ik zal dan, door middel van de woorden van een ander, ik ben perslot van rekening een deler, niet een schrijver, waarom ik deze petitie niet kan ondertekenen. Desondanks, alhoewel ik liever stil sta bij HOE de Heer zijn kerk herstelde door middel van Joseph Smith, kan ik uiteindelijk ook niet om Brigham Young heen. Dit vanwege de restrictie op het priesterschap en de tempel, dit begon in 1852 officieel met hem, waar ik zelf 'de vruchten' van heb geplukt. 

De petitie starter heeft het er echter ook over dat president Brigham Young zei "dat de doodstraf Brighams protocol was voor gemengde huwelijken met inbegrip van hun kinderen als onderdeel van een bloedverzoening". Dat zijn woorden die niet te negeren zijn. Dit is wat president Brigham Young letterlijk heeft gezegd: Als iemand op een onbewaakt moment naar hen toe zou lopen en zou roepen: Hak mijn hoof af, om hen te verlossen en man, moeder en kinderen te doden, dan zou de zonde moeten verzoenen. Zou dit hen vervloeken of verwonden? Nee. Het zou hen goed doen, zodat ze samen met hun broederen gered kunnen worden". Dit is wat W. Paul Reeve, schrijver van het boekje Let's talk about race and priesthood, er over zegt: "Bij het doen van dergelijk uitspraken sprak Brigham Young, zoals hij soms deed, met extreme overdrijving. Hij gaf dit zelfs toe in 1948 toen hij erkende: 'Ik zeg vaak zoiets dergelijks, ik bedoel zoiets niet'. Het standpunt van Brigham Young is nooit in de wet van Utah vastgelegd, maar het heeft waarschijnlijk de houding onder Heiligen der Laatste Dagen ten aanzien van geweld, interraciale huwelijken en de status van zwarte mensen in het algemeen beïnvloed". Woorden doen ertoe. 


Mijn vader met twee van onze kinderen


In de evangelieverhandeling ras en het priesterschap lezen we het volgende over deze periode: "In 1850 creëerde het Congres van de Verenigde Staten het Territorium Utah, en de president van de Verenigde Staten benoemde Brigham Young tot gouverneur. Zuiderlingen die zich bij de kerk hadden aangesloten en met hun slaven naar Utah waren verhuisd, vragen zich af wat de wettelijke status van slavernij in het Territorium was. In januari en februari gaf Brigham Young twee toespraken in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten". Het gevolg van die toespraken in 1852 was niet alleen uitsluiting van het priesterschap voor de mannen, maar men kon ook niet naar de tempel, zowel de mannen als de vrouwen, om hun begiftiging te ontvangen en daar eeuwige verbonden sluiten. Ook had het tot gevolg dat "in de loop der jaren kerkleiders en -leden speculeerden over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". Theorieën waar ik mee ben grootgebracht, die door de kerk zijn teruggedraaid omdat "geen van deze verklaringen tegenwoordig worden aanvaard als officiële leer van de kerk", en waar ik nu voor bijna het derde jaar op rij over schrijf.

Wat goed is om ook te weten, nu we het toch hebben over 1852, dat, zoals we kunnen lezen in de evangelieverhandeling, "deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer, Abel, vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens gebrek aan respect voor zijn vader". Volgend jaar reis ik door het Oude Testament. Ik denk dat dit zeker iets is waar ik stil bij wil staan. 

Waar de petitie starter het ook over heeft is "dat uit talrijke onderzoeken blijkt dat raciale onrechtvaardigheden uit het verleden nog steeds doorwerken in onze samenleving". De kerk kun je ook beschouwen als een soort samenleving, en gezien door die bril, uit eigen ervaring, kan ik alleen maar beamen dat, om wat voor reden dan ook, het voor sommigen onder ons niet mee valt om deze oude denkbeelden van het verleden los te laten. Niet alleen dat, het ook onder ogen zien dat we kunnen spreken van een periode van voor Brigham Young en een periode erna. Een ander punt, wat ook thuishoort in dit rijtje, is dat "de ware kerk wordt geleid door onvolmaakte mensen" en dat God houdt van diversiteit.  

Iemand die aanwezig was, toen zwarte mensen van Afrikaanse afkomst, door middel van openbaring, het priesterschap terug ontvingen, was Bruce R. McConkie. Hij heeft iets over Brigham Young gezegd, maar die lijn kan ik ook doortrekken naar ras en het priesterschap: "Sommige profeten - ik zeg het met respect - weten meer en hebben meer inspiratie dan anderen. Dus als Brigham Young, een van de grootste profeten, iets over Adam zei dat niet in overeenstemming is met wat er in het Boek van Mozes en in hoofdstuk 78 staat, dan prevaleert de Schrift. Dit is een van de redenen waarom we onze geschriften de Standaardwerken noemen. Ze vormen de maatstaf voor oordeel en de meetlat waaraan alle leer en opvattingen worden gewogen, en het maakt geen greintje verschil welke opvattingen erbij betrokken zijn. De Schrift heeft altijd voorrang". Het woord van de Heer is inderdaad de ultieme redding. Dit is wat de Heer er over zegt in het voorwoord op de Leer en Verbonden:

"Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees,
want Ik ben geen aannemer des persoons,
LV 1:34,35