Posts tonen met het label Ras en Priesterschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ras en Priesterschap. Alle posts tonen

zondag 13 september 2026

Niet naïef meer

 

Onlangs heb ik twee blikjes geopend; die gingen beide over de coronacrisis. In een van deze logjes deelde ik de volgende afbeelding:


Racisme is een pandemie

Onlangs stond in de Liahona een artikel waarin president Russell M. Nelson werd aangehaald, die het volgende zei: "Ons aller Schepper roept ieder van ons op om onze vooroordelen tegen eender welke groep van Gods kinderen aan de kant te zetten. Wie van ons een vooroordeel tegen mensen van een ander ras heeft, moet zich daarvan bekeren". 

In dit artikel: 'Wat ik van de priesterschapsrestrictie heb geleerd en hoe ik aan een christelijke cultuur kan bijdragen' wordt ook naar de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' verwezen. Een verhandeling die in 2013 door de kerk werd gepubliceerd en dat dieper ingaat op het hoe en wat van deze restrictie, met deze duidelijke woorden: "De kerk distantieert zich van de opvatting dat een zwarte huid een teken van goddelijke ongenade of vervloeking is; dat die op onrechtschapen daden in het voorsterfelijk leven wijst; dat huwelijken tussen verschillende rassen zondig zijn; en dat zwarte mensen of mensen van andere rassen of volkeren in enig opzicht inferieur zijn". Met andere woorden: "De kerk veroordeelt elke vorm van raciale en culturele vooroordelen. 

Wat ik herken, zijn deze woorden: "In het verleden hebben sommige kerkleiders en -leden speculatieve verklaringen voor de restrictie gegeven, maar geen van die theorieën komt overeen met de officiële leer van de kerk. We kunnen voor de waarheid opkomen wanneer deze ideeën opnieuw opduiken, en verouderd materiaal dat we tegenkomen, wegdoen". Wat betreft dit verouderde materiaal, het nodige heb ik hierover geschreven. Onderstaande afbeelding is voor mij daar een symbool van. 




Waar ik echter bij stil wil staan, zijn deze woorden uit dit artikel: "Genezing komt ook door mensen die zich buitengesloten voelen de hand te reiken, naar hun ervaringen te luisteren en eerlijke gesprekken te voeren over manieren waarop we beter kunnen worden". 

Bij het woord genezing kan ik niet anders dan denken aan Carol Lawrence Costly. Van haar is onderstaande uitspraak, maar die ook zei: "Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden. Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen." 




Zo geloofde ik ook dat de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' zeker een einde zou maken aan het racisme van het verleden, wat naïef gedacht bleek te zijn. En net zoals zuster Costly kwam ik ook tot de ontdekking dat "de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". 

Daarnaast, wanneer ik terugdenk aan het woord genezing, dan denk ik echter ook aan openheid en eerlijke gesprekken. Dat dit toch nog wel een (klein) probleem is. Terwijl de restrictie op het priesterschap en de tempel zeker ook gezien kan worden als een leerstellig iets. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de proclamatie over "De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus". Die als openingszin heeft: "Wij verklaren plechtig dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft". Wat alles te maken heeft met dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen de nieuwtestamentische kerk hersteld is. Wat ik samengevat heb in de HOE van de herstelling. Dat toen de kerk werd hersteld er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Maar ik denk bijvoorbeeld ook aan het verbond van Abraham.

In die zin vind ik de woorden van Joseph Smith eigenlijk best wel troostend: "Ik onderwijs ze de juiste beginselen, en zij besturen zichzelf". Dat tussen het onderwijzen van de correcte beginselen en dat wat er uiteindelijk nog in het hart en verstand leeft door de "oude ideeën van het verleden" een gat kan zitten. Dat dit een realiteit is, waaruit blijkt dat het racisme van het verleden nog steeds doorwerkt in het heden, in het besef, dat "racisme bestrijden iets is van de lange adem". Dat neemt niet weg dat het onze opdracht is dat "wanneer deze ideeën opnieuw opduiken" we voor de waarheid opkomen en blijven opkomen. 

Blikje: Diversiteit


"God schiep de rassen - maar niet het racisme.
We zijn allemaal kinderen van dezelfde Vader.
Geweld en haat hebben geen plaats in Zijn gezin." 
(Zie Handelingen 10:34)

woensdag 2 september 2026

1. Coronacrisis

 

Gistermiddag zat ik in de zon een blad van een paar jaar geleden te lezen, waarin men terugblikt op de coronacrisis. In dit tijdschrift stond een artikel met de titel "De ruimte om dingen anders te doen". Daarin werd de volgende vraag gesteld: "Wat hebben de afgelopen jaren met ons gedaan?" Toen ik vandaag voor mijn voorraadkast stond en mij afvroeg welk blikje ik zou gaan openen kon ik niet anders dan het blikje coronacrisis uit de kast halen. 

In onderstaande tekst heb ik het over de discussie van "wij dringen er bij u op aan", die toen speelde. Wat trouwens ook ter sprake komt in bovenstaand artikel, is het hebben van verschillende perspectieven en het vinden van de nuance, in dit geval het maatschappelijke debat. Ik denk dat de vragen van toen, ik heb het nu over ons als leden van de kerk, dat alhoewel we geen coronajasje meer dragen, nog steeds actueel zijn. En dan gaat het met name om deze vraag: "In hoeverre ben ik bereid om te gehoorzamen als het niet in lijn is met mijn eigen standpunt?". 

In het Flow-artikel wordt gesproken over een "open ruimte", maar ook over het pleiten voor "openheid". Het gesprek blijven voeren en de onderlinge relaties niet laten vertroebelen door verschillende standpunten". Als het gaat om openheid, maar ook om wel of niet gehoorzamen, dan kan ik dit op de een of andere manier niet loszien, maar dat komt waarschijnlijk door mijn 'gekleurde' brilletje, van wat president Dallin H. Oaks in het verleden zei over de ban op het priesterschap: "Ik had de redenen bestudeerd die toen werden gegeven. Ik kreeg over geen enkele een bevestiging dat die waar was. Als onderdeel van mijn gebedvolle studie ontdekte ik dat de Heer in het algemeen zelden redenen geeft voor de geboden en aanwijzingen die Hij aan zijn dienstknechten openbaart. Ik besloot trouw te zijn aan onze profetische leiders en te bidden dat de dag zou komen dat iedereen - zoals bij de instelling van deze beperking was beloofd - op de zegeningen van het priesterschap en de tempel aanspraak kon maken. Nu, op 8 juni 1978, was die dag aangebroken en huilde ik van vreugde."


Blikje: Coronacrisis, 22 augustus 2021

Op 12 augustus jongstleden werd door het Eerste Presidium onderstaande boodschap naar de leden van de kerk, overal ter wereld, gestuurd. Hieronder zowel de boodschap in het Engels als in het Nederlands. Voor alle duidelijkheid: de vertaling in het Nederlands is niet de officiële versie van de kerk, maar van Google Translate, wat in het licht van dit blogje wel volstaat.  


Dear Brothers and Sisters:

We find ourselves fighting a war against the ravages of COVID-19 and its variants, an unrelenting pandemic. We want to do all we can to lint the spread of the viruses. We know the diseases they cause can only be achieved by immunizing a very high percentage of the population. 

To limit exposure to these viruses, we urge the use of face masks in public meetings whenever so possible. To provide personal protection from such severe infections, we urge individuals to be vaccinated. Available vaccins have proven to be both safe and effective. 

We can win this war if everyone will follow the wise and thoughtful recommendations of medical experts and government leaders. Please know of our sincere love and great concern for al God's children. 

The First Presidency

Russel M. Nelson
Dallin H. Oaks
Henry B, Eyring


Beste broeders en zusters:

We bevinden ons in een oorlog tegen de verwoestingen van COVID-19 en zijn varianten, een niet aflatende pandemie. We willen er alles aan doen om de verspreiding van deze virussen te beperken. We weten dat bescherming tegen de ziekten die ze veroorzaken alleen kan worden bereikt door een zeer hoog percentage van de bevolking te immuniseren.

Om de blootstelling aan deze virussen te beperken, dringen erop aan het gebruik van gezichtsmaskers tijdens openbare bijeenkomsten wanneer sociale afstand niet mogelijk is. Om persoonlijke bescherming te bieden tegen dergelijke ernstige infecties, dringen we bij personen erop aan zich te laten vaccineren. Beschikbare vaccins zijn zowel veilig als effectief gebleken.

We kunnen deze oorlog winnen als iedereen de wijze en doordachte aanbevelingen van medische experts en regeringsleiders opvolgt. Weet alstublieft van onze oprechte liefde en grote zorg voor al Gods kinderen.

Het Eerste Presidium

Russell M. Nelson
Dallin H. Oaks
Henry B. Eyring 


We zijn nu een aantal dagen verder, en het is interessant om te zien hoe deze bekendmaking een eigen leven aan het leiden is. En dan gaat het met name om het woord 'urgent' of de zin 'wij dringen er bij u op aan'.

In deze tekst wordt niet gezegd "Zo spreekt de Heer" of dat wij het moeten doen. Maar de vraag is wel, als het Eerste Presidium om iets dergelijks vraagt, in hoeverre van ons gevraagd wordt om hier gehoor aan te geven. Want dat is in wezen de discussie: wat te doen met een dergelijke dringende vraag.

Vandaag bespraken we in de ZHV de toespraak 'De eeuwige levensreis van een kind van God'. Deze toespraak ging onder andere over dat wij al leefden voordat wij hier geboren werden, dat kinderen een erfdeel van God zijn, en dat een vloedgolf aan abortussen de wereld overspoelt. En ook deze toespraak 'Een gelovig oog' haakt in op dit alles. Behalve dat wordt in deze toespraak ook aandacht gegeven aan de proclamatie over het gezin, die vanochtend ook ter sprake kwam. 

Ouderling Anderson zei in zijn toespraak 'Een gelovig oog' iets interessants, wat naar mijn mening ook licht kan werpen op totaal andere onderwerpen, tenminste als je het woord proclamatie vervangt door een ander woord of zin, zoals nu met wat van het Eerste Presidium afkomstig is: "Als we van de proclamatie alleen aanvaarden wat ons aanstaat, belemmeren we ons eeuwig perspectief en hechten we te veel belang aan wat er hier en nu gebeurt". 

Ook haalt ouderling Anderson president Russell M. Nelson aan, die het volgende zei voordat hij president van de kerk werd: "Profeten zien vooruit. Zij zien de schokkende gevaren die de tegenstander op ons pad geplaatst heeft of gaat plaatsen. Profeten voorzien ook de grote mogelijkheden en voorrechten voor hen die luisteren met de bedoeling te gehoorzamen."  

Is de uiteindelijke vraag waar het om draait niet: in hoeverre ben ik bereid om gehoor te geven aan de woorden van deze wachters op de toren, ook als het in eerste instantie niet in lijn is met bijvoorbeeld mijn eigen standpunt?




 



Misschien dat dit blogje nog een vervolg krijgt. Zoals de wind waait, waait mijn jasje. Maar het bovenstaande zou voor nu niet compleet zijn als de volgende verklaring over vaccinaties van het Eerste Presidium, gepubliceerd eerder dit jaar, zou ontbreken, en waar het 'dringende verzoek' een vervolg op is.  Er is namelijk een verschil tussen blinde gehoorzaamheid aan de ene kant en blinde gehoorzaamheid aan de andere kant. "Ons is nooit gezegd dat we blinde gehoorzaamheid moeten nastreven; de leden van de kerk onderscheiden zich door intelligente gehoorzaamheid". Hierbij denk ik dan met name aan de laatste zin uit de verklaring hieronder. De boodschap in het algemeen is duidelijk. 

"In woord en daad steunt De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen al generaties lang vaccinaties. Als een prominent onderdeel van onze humanitaire inspanningen heeft de Kerk over de hele wereld levensreddende vaccins gefinancierd, gedistribueerd en toegediend. Vaccinaties hebben geholpen om verwoestende overdraagbare ziekten, zoals polio, difterie, tetanus, pokken en mazelen, te beteugelen of te elimineren. Vaccinaties die worden toegediend door bekwame professionals beschermen de gezondheid en beschermen het leven.
Toen deze pandemie zich over de wereld verspreidde, heeft de Kerk onmiddellijk bijeenkomsten geannuleerd, tempels gesloten en andere activiteiten beperkt vanwege ons verlangen om goede wereldburgers te zijn en ons deel te doen om de pandemie te bestrijden.
Nu worden COVID-19-vaccins ontwikkeld waarvoor velen hebben gewerkt, gebeden en gevast, en sommige worden verstrekt. Volgens de richtlijnen van lokale gezondheidsfunctionarissen werden vaccinaties voor het eerst aangeboden aan gezondheidswerkers, eerstehulpverleners en andere ontvangers met hoge prioriteit. Vanwege hun leeftijd verwelkomen senior kerkleiders ouder dan 70 nu de mogelijkheid om zich te laten vaccineren.
Als er passende kansen beschikbaar komen, dringt de Kerk er bij haar leden, medewerkers en zendelingen op aan goede wereldburgers te zijn en de pandemie te helpen onderdrukken door zichzelf en anderen te beschermen door middel van immunisatie. Individuen zijn verantwoordelijk om hun eigen beslissing te nemen over vaccinatie. Bij het maken van die beslissing raden we aan dat zij, waar mogelijk, overleggen met competente medische professionals over hun persoonlijke omstandigheden en behoeften."



maandag 29 juni 2026

4. Afstamming is niet bepalend


"David de koning, 
verwekte Salomo 
bij haar die de vrouw van Uria was"
Mattheus 1:6

Bathseba, die de vrouw van Uria was, is het vierde en het laatste buitenbeentje in het geslachtsregister van Jezus Christus waar ik bij stil wil staan. Of moet ik zeggen haar man? Want is hij eigenlijk niet het echte buitenbeentje in het hele verhaal? 

Toch wil ik beginnen met Bathseba, de vrouw waar koning David zijn ogen niet van kon afhouden. David ziet namelijk op een gegeven moment een vrouw, "die zich aan het wassen was; deze vrouw nu was heel knap om te zien. David stuurde een bode en liet naar deze vrouw vragen; en men zei: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet? Toen stuurde David boden en liet haar halen. Toen zij bij hem gekomen was, sliep hij met haar. Daarna keerde zij terug naar huis. De vrouw werd zwanger, daarom stuurde zij een bode en vertelde David en zei: Ik ben zwanger" (2 Samuel 11:2-5). 

Vorige week schreef ik dat ik het opnieuw over een man zou gaan hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. De man waar ik het over had is Uria de Hethiet, aan wie ik niet één maar zelfs twee labels hing. Het eerste label heeft te maken met dat hij een Hethiet wordt genoemd. De Hethieten zijn afstammelingen van Heth, die een zoon was van Kanaän, die de zoon van Cham was. Kanaän, aan wie sinds jaar en dag het misplaatste label 'vervloekte Kanaän' hangt. 

Daarnaast kunnen we de Hethieten niet loszien van deze woorden die de Heer tot Mozes sprak over het binnengaan van het land Kanaän: "Wanneer de Heere, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volkeren van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Feriezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u", (Deuterononium 7:1). Volkeren die, zoals we lezen in ditzelfde hoofdstuk, in verband gebracht kunnen worden met de woorden "totdat zij weggevaagd worden". En dan zit jij als Hethiet in het Israëlische leger van David. 

Voordat ik verderga met Uria, nog wel dit. Zoals jullie weten schrijf ik met in mijn achterhoofd, ik citeer nu president Oaks: "Dat rijkdom noch afstamming noch enig ander aangeboren voorrecht ons mag laten geloven dat wij beter zijn dan die ander." Allen zijn gelijk voor God. Vandaar ook dat "Mozes Israël waarschuwde tegen de verleiding te denken dat zij het beloofde land hadden geërfd omdat zij zo bijzonder goed geweest waren. Niet wegens uw gerechtigheid noch wegens de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar wegens hun goddeloosheid drijft de Here, uw God, deze volken voor u weg (Deut 9:4-6, 1 Ne 17:32-38)".

Nadat David van Bathseba hoort dat zij zwanger is van hem, laat hij Uria bij hem komen en "vraagt David naar de welstand van Joab, naar de welstand van het volk en naar het verloop van de strijd. Daarna zei David tegen Uria: Ga naar uw huis en was uw voeten. Toen Uria het huis van de koning uitging, werd hem een gerecht van de koning nagebracht. Maar Uria legde zich te slapen bij de ingang van de koning, bij al de manschappen van zijn heer; hij ging niet naar zijn huis" (2 Samuel 11:7-9).

Toen men later aan David vertelde dat Uria niet naar huis was gegaan en David aan Uria vroeg waarom hij dat niet gedaan had, zei Uria dit: "De ark en Israël en Juda verblijven in tenten, en mijn heer Joab en de manschappen van mijn heer hebben in het open veld hun kamp opgeslagen; zou ik dan naar mijn huis gaan om te eten en te drinken en met mijn vrouw te slapen? Zo waar u leeft en uw ziel leeft, dat zal ik niet doen! Toen zei David tegen Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen terugsturen. Zo bleef Uria die dag en de volgende dag in Jeruzalem. David nodigde hem uit, zodat hij bij hem at en dronk, en hij maakte hem dronken. Die avond vertrok hij om zich met de dienaren van zijn heer neer te leggen op zijn slaapplaats, maar naar zijn huis ging hij niet" (2 Samuel 11:11-13).

Het gevolg van deze beslissing was dat "de volgende morgen David een brief aan Joab schreef. Hij stuurde die door de hand van Uria, waarin hij schreef: Plaats Uria vooraan in de strijd waar deze het hevigst is, trek dan van achter hem terug, zodat hij getroffen wordt en sterft. Het gebeurde, toen Joab de stad verkend had, dat hij Uria opstelde op de plaats waarvan hij wist dat daar strijdbare mannen waren. Toen de mannen van de stad naar buiten kwamen en met Joab streden, vielen er van het volk, van de manschappen van David. Ook Uria, de Hethiet, stierf" (2 Samuel 11:14-17)". 

In de Ensign van een paar jaar terug stond een prachtig artikel dat ging over 'What we can learn from king David's fall'. Daarin wordt het volgende gezegd over Uria: "Toen Uria in Jeruzalem aankwam probeerde David hem er tweemaal van te overtuigen naar huis te gaan en bij zijn vrouw te zijn, zodat iedereen zou denken dat het kind van Uria was. In schril contrast met David weigerde Uria echter tijd thuis door te brengen, terwijl zijn medesoldaten in de oorlog vochten. Als er helden in dit verhaal zijn, dan is Uria de Hethiet er een van. Hoewel hij van afkomst geen Israëliet was, blijkt Uria's trouw aan de Heer uit zijn naam (in Hebreeuws: Mijn licht is Jehovah) en uit zijn daden". En wat voor een held. Een "strijdbare held", want zijn naam vind je ook terug in het lijstje van de helden van David (1 Kronieken 11:26,41). 

"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7







zondag 21 juni 2026

We zijn meer dan onze etiketten


"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7


Mijn vorige logje ging over dat afstamming niet bepalend is, en ik eindigde met bovenstaande tekst. Toen Samuel Eliab zag, dacht hij: "Deze is vast en zeker voor de Heere Zijn gezalfde". Maar de Heer zei: "Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte". Op de een af andere manier kwam Eliab waarschijnlijk over als iemand, gebaseerd op hoe hij eruitzag, die het goed zou doen als koning. “De Heer leerde aan Samuel dat Hij ons anders ziet dan dat mensen elkaar meestal zien". 

In dat opzicht zijn wij net zo menselijk als Samuel, want ook wij hebben de neiging om aan een knap uiterlijk automatisch positieve eigenschappen toe te schrijven, zoals betrouwbaarheid en eerlijkheid, wat het halo-effect wordt genoemd, wat ons denken kan belemmeren. Omgekeerd werkt het ook zo. Dus in die zin moeten we voorzichtig zijn met het labelen van iemand, gebaseerd op de eerste indruk. 

Uiteraard zijn labels niet altijd negatief. President Russell M. Nelson zei dat “labels leuk kunnen zijn".  Ze laten zien aan welke positieve zaken je waarde hecht. Maar als er een label is dat jouw belangrijkste identiteit vervangt, kunnen de gevolgen geestelijk verstikkend zijn". Met je belangrijkste identiteit bedoelt president Nelson dat je een geestkind van God bent en dat het belangrijk is dat je deze waarheid kent en begrijpt. 

Eerder dit jaar heb ik een aantal logjes geschreven die gingen over onze ware identiteit en labels. Toen was echter mijn insteek dat afstamming WEL DEGELIJK van belang was en is. Daar tegenovergesteld aan, kijkend naar de afstammingslijn van Christus, zien we dat afstamming NIET belangrijk is. Of het nu gaat om wel of niet, beiden hebben uiteindelijk ook te maken met hoe jij jezelf ziet.

"Ik geloof dat mijn hemelse Vader de volgende eigenschappen in mij ziet
die veel anderen niet zien:...."

Bovenstaande stelling, een van de vier, komt uit een seminarieles waarin de Heer het hart aanziet. Dat ik juist deze stelling eruit heb gehaald, en niet: "Als ik andere mensen voor het eerst ontmoet heb ik de neiging om vooral te kijken naar...", heeft te maken met hoe hemelse Vader jou en mij ziet. Welk label heeft Hij op een ieder van ons geplakt. En dat bovenal te blijven zien. Los van wat anderen wel of niet zien. Los van wat anderen wel of niet doen. Omdat dit, kijkend naar president Nelsons woorden, als je je ware identiteit uit het oog verliest, geestelijk verstikkende gevolgen kan hebben. Wat ik terugzie in het leven van Saul. 

Toen Saul als koning werd geroepen, zoon van een vermogend vader, en in heel Israël geen knappere man dan hij, was zijn reactie: "Ben ik niet een Benjaminiet, uit de kleinste van de stammen van Israël? En is mijn geslacht niet het geringste van al de geslachten uit de stam van Benjamin?" In dit opzicht past hij, nu we het toch over labels hebben, aan de ene kant in het halo-effect-hokje, en aan de andere kant in het vakje 'Wie ben ik dat', zoals Mozes, een groot profeet vanouds, zich dat afvroeg. Echter Saul vergat op een gegeven moment wie hij was, want dit is wat Samuel later tegen hem zegt: "Is het niet zo dat u, hoewel klein in eigen oog, hoofd van de stammen van Israël geworden bent, en dat de Heere u tot koning over Israël gezalfd heeft? Omdat u het woord van de Heere verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat u geen koning meer zult zijn. Toen zei Saul tegen Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik het bevel van de Heere en uw woorden overtreden heb, want ik was bevreesd voor het volk en heb naar hun stem geluisterd" (1 Samuel 15:17,23,24). Hij verloor uit het oog wat God in hem zag en wat zijn ware identiteit was.

"Als we onze etiketten met die van anderen vergelijken, etiketten aannemen die niet overeenkomen met onze goddelijke aard, of ons door sommige etiketten minderwaardig voelen, kunnen onze eigenwaarde en geestelijke instelling in miljoenen stukjes uiteenspatten. Het enige etiket waardoor het leven echt iets betekent, is onze goddelijke identiteit. En ik hoef dat etiket niet te verdienen. Die liefde krijg ik gratis. Ik weet dat als ik mijn best doe om volgens zijn wil te leven, en altijd besef wie ik echt ben, Hij me zal zegenen. Als al mijn andere etiketten met die ene belangrijke zijn verbonden, kan ik in al die etiketten ware vreugde, kracht en grootsheid vinden." 

Ik denk dat ik het volgende week opnieuw over een man ga hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. En zo de geschiedenis opnieuw labelde. 




maandag 15 juni 2026

3. Afstamming is niet bepalend


Opnieuw ga ik het hebben over een 'buitenbeentje'. Buitenbeentjes zijn vrouwen waarvan je niet direct zou verwachten dat ze genoemd zouden worden in de afstammingslijn van Jezus Christus, omdat hun achtergrond net even anders is. Hierbij denk ik aan Tamar en Rachab, maar ook aan Ruth de Moabitische, waar ik het vandaag over wil hebben. Die door president Thomas S. Monson een voorbeeld van de ideale vrouw wordt genoemd (zie Liahona november 2002, Voorbeelden van navolging).

Wanneer zowel de man van Naomi als beide zonen komen te overlijden, waaronder de man van Ruth, neemt Naomi de beslissing om terug te keren naar Israël. Ruth besluit met haar schoonmoeder mee te gaan naar Israël, ondanks Naomi's woorden: "Zie, je schoonzuster is teruggekeerd naar haar volk en naar haar goden. Keer ook terug, je schoonzuster achterna. Maar Ruth zei: Dring er bij mij niet langer op aan u te verlaten en terug te gaan bij u vandaan. Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten".

"Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God."
Ruth 1:15,16




Uiteindelijk trouwt Ruth met Boaz, en "hij kwam bij haar. En de Heere gaf haar dat zij zwanger werd en een zoon baarde. Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, en Isaï verwekte David" (Ruth 1:13,21,22). David, die achter de schapen werd weggeroepen, van wie "de Heere zei: Sta op, zalf hem, want deze is het" (1 Samuel 16:12). En zo werd Ruth, de Moabitische, de voormoeder van zowel koning David als van Jezus Christus. 

In Scripture Helps kunnen we het volgende lezen over Ruth: "Een centraal thema in het boek Ruth is verlossing. Ruth was een buitenlandse, kinderloos en weduwe; hierdoor leefde ze in grote armoede en zonder enige steun. Ondanks haar omstandigheden koos ze ervoor om Jehovah te volgen en deel uit te gaan maken van zijn verbondsvolk. Uiteindelijk hertrouwde Ruth, werd ze volledig als Israëlitische geaccepteerd en werd ze met kinderen gezegend. Gezien dit thema van verlossing is het belangrijk op te merken dat Jezus Christus, de Verlosser van de wereld, een directe afstammeling van Ruth was". 

De opmerking dat 'doordat Ruth ervoor koos om Jehova te volgen en dat ze daardoor deel uit ging maken van het verbondsvolk van de Heer' kan ik niet zomaar negeren. In mijn logje over Rachab ging ik in op de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten, en deelde toen als antwoord vier punten. Dit is antwoord 1: "Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheüs' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen" (Mattheus 28:19), wat, ik kan het niet anders verwoorden, later toch wel een olifant in de kamer bleek te zijn. Terwijl, of we het nu hebben over de nieuwtestamentische kerk of de nieuwtestamentische kerk hersteld, beide niet los gezien kunnen worden van het verbond van Abraham. 

"En Ik zal van u een grote natie maken en Ik zal u bovenmatig zegenen
en uw naam grootmaken onder alle natiën
en u zult een zegen zijn voor uw nakomelingen na u,
zodat zij deze bediening en dit priesterschap in hun handen
naar alle natiën zullen brengen;
en Ik zal hen zegenen door uw naam;
want allen die dit evangelie aanvaarden,
zullen naar uw naam worden genoemd 
en zullen tot uw nakomelingen worden gerekend
en zullen zich verheffen en u als hun vader prijzen;"
Abraham 2:9,10


President Russell M. Nelson zei in zijn toespraak Laat God zegevieren hierover het volgende: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor eenieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israëls beloofd heeft. Ieder van ons heeft potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw". 

Uiteindelijk gaat het erom of je Jehova wilt volgen en de gesteldheid van je hart. Dit zie je ook in wat er gebeurde rond het kiezen van een opvolger van Saul. Dat Samuel dacht, toen "hij Eliab zag: Deze is vast en zeker de Heere Zijn gezalfde. Maar de Heere zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen" (1 Samuel 16:6,7). Uiteindelijk werd het dus David, want:

"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7


vrijdag 29 mei 2026

2. Afstamming is niet bepalend


"In het geslachtsregister van Jezus Christus in het evangelie van Mattheüs worden vijf vrouwen genoemd. Zoals verwacht is Maria, de moeder van Jezus, erbij. Wellicht onverwacht bevat het geslachtsregister ook vier vrouwen die geen Israëlieten waren, banden hadden met niet-Israëlieten of een twijfelachtige reputatie hadden." Vrouwen die door mij 'buitenbeentjes' worden genoemd. 

De eerste van deze vier vrouwen is Tamar. Aan haar heb ik reeds aandacht gegeven. De tweede voormoeder die in deze geslachtslijst van Jezus wordt genoemd is Rachab. Rachab, wiens naam onlosmakelijk verbonden is met Jericho. Tamar mag dan de 'hoer' spelen, Rachab was er een. Ondanks dit verleden kunnen we over haar het volgende lezen in het Nieuwe Testament: "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen". "En is Rachab de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?" (zie HSV Hebreeën 11:30, Jakobus 2:25). Hieruit blijkt wel dat we meer zijn dan onze etiketten. Hoewel etiketten ons kracht kunnen geven, ons gevoel van identiteit kunnen bevorderen en ons de kans bieden om te groeien, hebben ze ook een gevaarlijk aspect, zeker als die etiketten niet overeenkomen met onze goddelijke aard of als sommige etiketten ons minderwaardig doen voelen". 

Vandaar ook dit commentaar op deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus: "Een ding dat we kunnen leren van Mattheüs is dat God met alle mensen kan werken en op onverwachte manieren. Het is ook een voorbeeld van het feit dat wie we worden niet wordt bepaald door de daden van onze voorouders. De vermelding van vrouwen in de familiegeschiedenis van de Heiland weerspiegelt ook de belangrijke rol die vrouwen spelen in het volbrengen van Gods werk". Woorden die ik niet los kan zien van president Russell M. Nelsons toespraak 'Een oproep aan mijn zusters', waarin hij zegt: "Wij hebben uw kracht, uw bekering, uw overtuiging, uw leidinggevende kwaliteiten, uw wijsheid en uw stem nodig. Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze door hun geloof belangrijke dingen tot stand kunnen brengen". Als er iemand is waarop die woorden ook van toepassing zijn, dan is het wel Rachab.




Behalve dat er aan Rachab het etiket hoer hangt, hangt er nog een etiket aan haar. En dat is het etiket Kanaänitische. Een boek dat sinds jaar en dag bij ons in de kast staat is die van W. Cleon Skousen 'The third thousand years'. Zo links en rechts kom ik stukjes uit dit boek tegen in mijn Schriften die ik de moeite van het opslaan waard vond. Echter, je voelt hem al aankomen, niet alles. 

Dit is niet de eerste keer dat ik citeer uit een boek, geschreven door leiders en/of leden van de kerk. In zekere zin val ik in herhaling. Zeker ook als ik kijk naar bovenstaande afbeelding. Echter kijkend naar deze opmerking "als iets wordt herhaald en herhaald, gaat het vanzelf in het collectieve geheugen zitten", dan denk ik dat ik aan de goede kant van de herhaling zit. Deze zin komt uit een publicatie die ging over "De vloek van Cham: Hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen". Tijdens één van mijn wandelingen, op het Cham-pad, heb ik stil gestaan bij deze opmerking. 

Een pad dat ik trouwens zeker ook niet los kan zien van Rachab als Kanaänitische. Omdat Kanaänieten, alhoewel ze ook gewoon inwoners van Kanaän kunnen zijn, vooral gezien worden als nakomelingen van die 'vervloekte' Cham wat je ook terug ziet in deze woorden van Cleon W. Skousen: "Het lijkt er ook op dat Rachab geen Kanaäniet was, hoewel ze in een Kanaänitische stad woonde. Dit blijkt uit het feit dat ze later trouwde met een prins van Juda, een huwelijk dat onwettig zou zijn geweest als ze van Cham afstamde. Deze conclusie wordt verder ondersteund door het feit dat zij in de afstammingslijn was waaruit de Verlosser voortkwam". 

Dit vloek-Cham-denken van Cleon Skousen staat niet op zichzelf. Het heeft te maken met het racisme van het verleden, wat je ook terug ziet in onze kerkgeschiedenis. En, ik kan dit niet genoeg benadrukken en herhalen, haaks staat op HOE de kerk is hersteld. Niet alleen dat, ook op de HOE van de leer vanaf het begin, waar ik niet de herstelling mee bedoel.   

Scripture Helps: "In het verleden hebben sommigen ten onrechte de vloek over het nageslacht van Cham in verband gebracht met de beperkingen op het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperkingen op het priesterschap en de tempel. Sommigen hebben gespeculeerd dat Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." De evangelieverhandeling ras en het priesterschap geeft ook de nodige context en gaat ook in op Kaïn en Cham. 



"En zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." Wat laat zien, het bewijs is, van hoe krachtig herhaling kan zijn. Echter, om dit te kunnen ontkrachten, moet je je er wel van bewust zijn dat het er is. Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk. Iets, wat volgens mij van alle tijden is. Dat blijkt wel uit deze woorden: "Denken jullie dat onze vaderen verkieselijker zouden zijn geweest dan zij (de Kanaänieten), indien zij rechtvaardig waren geweest? Ik zeg jullie: Neen. Zie de Heer acht alle vlees gelijk; hij die rechtvaardig is, staat bij God in de gunst" (zie 1 Nephi 17:33,34). Waar het uiteindelijk dus om gaat, terugkomend op Rachab, dat 

"het gaat om wie ze werd, een voorbeeld van geloof".

Ondanks dat, wil ik tot slot nog stil staan bij één ding en dat heeft te maken met de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten.

  1. Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheus' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen (Mattheüs 28:19).
  2. De vermelding van deze specifieke vrouwen, die elk een rol speelden in een of andere controverse in het Oude Testament, laat zien dat God in het verleden van Israël door mensen en situaties heeft gewerkt die de Joden niet hadden verwacht. Zo worden de lezers van Mattheüs voorbereid op het verhaal dat direct volgt: Maria en de maagdelijke geboorte.
  3. Het laat ons allemaal vandaag de dag zien dat persoonlijke rechtvaardigheid niet afhankelijk is van het bezitten van een perfecte afstamming, aangezien de afstamming van Jezus Christus niet perfect was.
  4. De opname van vrouwen in de stamboom van de Heiland weerspiegelt de belangrijke waarheid dat mannen en vrouwen gelijk zijn in de ogen van God.



Afbeelding Rachab: rahabs-red-rope

zondag 24 mei 2026

1. Afstamming is niet bepalend

 

Een vrouw waar ik zomaar niet aan voorbij kan reizen is Tamar. Zij hoort voor mij zeker thuis in het rijtje bijzondere vrouwen. En blijkbaar ben ik niet de enige die daar zo over denkt. Zeker als ik kijk naar Mattheüs 1 en het geslachtsregister van Jezus Christus. Vooral als je dat geslachtsregister vergelijkt met die van Lukas. In het geslachtsregister van Lukas wordt namelijk alleen maar gesproken over zonen. Al zal hij zo ook zijn redenen hebben gehad om juist deze insteek te gebruiken. 

Wat het geslachtsregister van Mattheüs nog meer bijzonder maakt, is dat de vrouwen waar hij voor kiest eigenlijk allemaal 'buitenbeentjes' zijn. De eerste vrouw die genoemd wordt is Tamar, en ik denk dat dit label zeker ook van toepassing is op haar. Vandaar dan ook deze vraag uit een les, als stof tot nadenken: "Wat kunnen wij leren van het feit dat Mattheüs deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus Christus opneemt?" Want aan de drie overige vrouwen die Mattheüs noemt, hangt ook een speciaal labeltje. Terwijl Mattheüs bijvoorbeeld ook gewoon had kunnen kiezen voor de vrouwen van Abraham, Izak en Jakob, wat hij uiteindelijk niet gedaan heeft. 

Hierbij in het kort het verhaal van Tamar, wat ik vond op Wikipedia. Zelf had ik het zo kort niet kunnen samenvatten, vandaar die keuze: "Juda trouwt met de dochter van Shua, een Kanaäniet. In Genesis hoofdstuk 38 krijgen Juda en zijn vrouw drie kinderen: Er, Onan en Shelah. Er trouwt met Tamar, maar God doodt hem omdat hij goddeloos was in Zijn ogen (Gen. 38:7). Tamar wordt volgens de gewoonte de vrouw van Onan, maar ook hij wordt gedood nadat hij weigert kinderen te verwekken voor de kinderloze weduwe en zijn oudere broer en in plaats daarvan zijn zaad verspilt. Hoewel Tamar met Shelah, de overgebleven broer, had moeten trouwen, stemde Judah daar niet mee in. Daarop misleidt Tamar Juda door zich voor te doen als prostituee en zo gemeenschap met hem te hebben. Wanneer Juda ontdekt dat Tamar zwanger is bereidt hij zich voor haar te laten doden, maar hij herroept zijn plan wanneer hij ontdekt dat hij de vader is (Gen. 38:24-26). Tamar is de moeder van een tweeling: Perez (Peretz) en Zerah (Gen. 38:27-30). De eerste is de patrilineaire voorvader van de Messias, volgens het boek van Ruth (4:18-22)." 



Het volgende komt, door mij samengevat, uit Scripture Helps: "Toen Juda zijn belofte niet nakwam om zijn jongste zoon aan Tamar uit te huwen, liet hij haar zonder echtgenoot en zonder de kans om kinderen te krijgen. Omdat ze graag kinderen wilde, nam Tamar haar toevlucht tot bedrog en speelde de hoer, om een kind met Juda te verwekken. De gebruiken van het leviraatshuwelijk zouden Juda zelfs de mogelijkheid geboden hebben om met Tamar te trouwen als zij niet met een van zijn zonen kon trouwen. Tamar wist waarschijnlijk dat haar daden ernstige gevolgen konden hebben. Toen Juda beval dat Tamar verbrand moest worden nadat hij vernam dat ze zwanger was, gebruikte Tamar de zegelring, armbanden en staf die Juda haar had gegeven, als bewijs dat hij de vader was. Juda bekent zijn zonde en verklaarde: Zij is rechtvaardiger geweest dan ik". 

In een oud lesboek wordt commentaar gegeven op wat er tussen Tamar en Juda gebeurde. Het volgende heb ik er uit gehaald: "Het is belangrijk om Juda's verdraaide waardenstelsel te benadrukken. Hij had er geen enkel probleem mee om Tamar met onvervulde beloftes naar huis te sturen, noch om een prostituee langs de weg op te pikken. Maar toen hij hoorde dat Tamar zwanger was, was hij zo woedend dat hij haar ter dood wilde laten brengen. Ten tweede laat het verhaal de afstamming van Juda zien, waaruit uiteindelijk de Messias zou voortkomen (zie Matteüs 1:3, Lukas 3:33). Een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid. Tenslotte wordt de waarheid duidelijk aangetoond dat het niet nakomen van verplichtingen vaak tot grotere problemen leidt. Had Juda zijn belofte aan Tamar trouw gehouden, dan zou de verleiding nooit hebben plaatsgevonden. Evenzo, als Juda de morele wetten had nageleefd, zou hij nooit met Tamar gezondigd hebben". 

Vooral de woorden "een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid" vind ik een zin om te onthouden. Niet alleen dat, ook om opnieuw mee aan de slag te gaan. Zeker als ik deze zin bezie in het licht van "Wij hebben Abraham als vader". "In de dagen van de Heiland waren veel Israëlieten van het verbond buitengewoon trots geworden en hadden ze zich afgewend van de leer van Jehovah. Sommigen geloofden dat het enkel afstammen van Abraham voldoende was om hen te redden. De Joden geloofden dat zij de enigen waren die rechtvaardige kinderen voor Abraham konden voortbrengen en dat alleen Abrahams letterlijke nakomelingen gered konden worden. Maar Johannes berispte hun trots en onrechtvaardigheid door te zeggen dat God uit stenen nakomelingen van Abraham kon opwekken". 

Aan de andere kant, nu we het toch hebben over afstamming, Shelah, die eigenlijk met Tamar had moeten trouwen, wordt gewoon tot de stam van Judah gerekend ondanks dat hij een Kanaänitische moeder had. En, zoals we kunnen lezen in Genesis 46, horend tot het gezin van Jakob die Israël wordt genoemd: "en zij kwamen in Egypte aan, Jakob en heel zijn nageslacht met hem. Zijn zonen en zijn kleinzonen met hem, zijn dochters, en zijn kleindochters en heel zijn nageslacht bracht hij met zich mee naar Egypte. De zonen van Juda; Er, Onan, Sela, Perez en Zerah. Er en Onan waren echter in het land Kanaän gestorven". 

In Numeri 26, vele jaren later, het volk van Israël staat aan de vooravond van het in bezit nemen van het land Kanaän, lezen we dat "de Heer tegen Mozes en tegen Eleazer, de zoon van de priester Aaron, zei: "Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, van twintig jaar oud en daarboven, naar hun families, ieder die in Israël met het leger uittrekt. De zonen van Juda waren Er en Onan, maar Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven. En dit waren de nakomelingen van Juda, ingedeeld naar hun geslachten: van Sela het geslacht van de Selanieten; van Perez het geslacht van de Perezieten; van Zerah het geslacht van de Zerahieten. Dit waren de geslachten van Judah, overeenkomstig het aantal van hen die geteld waren; zesenzeventigduizendvijfhonderd."

Interessant is trouwens, ik sta nu opnieuw stil bij Genesis 46, dat Shelah niet de enige was met een Kanaänitische moeder, die deel uitmaakte van het gezin van Jakob dat optrok naar Egypte. "De zonen van Simeon: Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul, de zoon van een Kanaänitische vrouw". En ook zijn nageslacht vinden we terug in de telling van Numeri 26: "De nakomelingen van Simeon, ingedeeld naar hun geslachten: van Saul het geslacht van de Saulieten". 

De volgende keer ga ik het hebben over Rachab. Ik vraag mij af wat zij zou vinden van het bovenstaande. Rachab is een hoer en daarnaast ook nog Kanaänitische. En ook zij is terug te vinden in een geslachtsregister. En wat voor een geslachtsregister: "uit wie geboren is Jezus, Die Christus genoemd wordt". Ik denk dat ze waarschijnlijk ook zou zeggen dat afstamming niet bepalend is. En daar kan ik mij helemaal in vinden.

"en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte,
geknechte en vrije,
man en vrouw;
en allen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33

Afbeelding stamboom: Wikipedia

vrijdag 20 maart 2026

Zoals de wind waait

 

"Want zie, dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid 
en het eeuwige leven 
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39

"Al voor de schepping van de wereld heeft God beloofd dat we bij Hem kunnen terugkeren als we zijn Zoon, Jezus Christus, volgen. Dit eeuwigdurend verbond werd eerst met Adam gesloten en in latere bedelingen hernieuwd. Het eeuwigdurend verbond, ook wel het verbond van Abraham genoemd, is de volheid van het evangelie van Jezus Christus en omvat alle verordeningen en verbonden die we nodig hebben om het heil en de verhoging te beerven (Leer en Verbonden 66:2). Het is nieuw wanneer de Heer het verbond hernieuwt of herstelt, en het is eeuwigdurend omdat het niet verandert. Het eeuwigdurend verbond is met Adam op aarde gevestigd en is in deze tijd bij monde van de profeet Joseph Smith als onderdeel van de herstelling van het evangelie in de laatste dagen door God hernieuwd." (Leer en Verbonden 1:17-23)

Leer en Verbonden 1 is de Heer zijn voorwoord op de Leer en Verbonden. Daarin kunnen we onder andere ook lezen: "En voorts, voorwaar, Ik zeg u, o bewoners van de aarde: Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees; want Ik ben geen aannemer des persoons,.." 

De Kerk is er sinds Adam, met dit verschil dat wij het evangelie nu bedienen aan beide kanten van de sluier. Mijn plan was om tot het einde van het jaar hierover te schrijven en dan deze reis af te sluiten met een soort samenvatting. Op dit moment waait er echter een wind die nog een pad heeft blootgelegd. Alleen dit pad, wat mij wel door het Oude Testament voert, is zonder een rugzakje. Ga ik dit pad volledig bewandelen, of reis ik heen en weer en doe ik tussendoor toch nog verslag van wat ik onderweg tegenkom? Mocht dat niet het geval zijn, dan is onderstaande tekst mijn conclusie. Een tekst die voor mij van alle tijden is, omdat de boodschap van het evangelie eeuwig is.

"Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus.
Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt u zich met Christus bekleed.
Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek;
daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije;
daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw;
want allen bent u één in Christus Jezus
En als u van Christus bent dan bent u Abrahams nageslacht
en overkomstig de belofte erfgenamen."
HSV Galaten 3:26-29

Voor nu, blijf reizen, het evangelie is prachtig. 


zondag 15 maart 2026

1. Het nieuw en eeuwig huwelijksverbond


Wat jullie niet weten, is dat ik een luxeprobleem heb. Ik kan namelijk zo kiezen uit een aantal onderwerpen die allemaal even interessant zijn om over te schrijven. En op de een of andere manier zijn ze allemaal verbonden met mijn rode draad, dat voor God allen gelijk zijn. Het enige waar ik tegenaanloop, is dat het 'Kom dan volg Mij' schema niet op mij wacht. Soms ga ik daar niet in mee en soms kies ik er voor dat wel te doen, zoals nu. Met in mijn achterhoofd dat wat ik 'moet' laten liggen toch wel op de een of andere manier aan bod komt, omdat alles onderling met elkaar verbonden is.

Als voorbeeld neem ik dit vers uit onze leesopdracht van twee weken geleden, die gaat over Abraham die zijn dienstknecht Eliëzer van Damascus naar Mesopotamië stuurt, naar de stad Nahor, om daar voor zijn zoon Izak een vrouw te gaan halen, met als reden 

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3

Zo op het eerste gezicht zou je misschien kunnen denken dat dit is omdat zij, de Kanaänieten, nakomelingen zijn van die vervloekte Kanaän. Een giftige theorie die nog steeds wordt doorverteld. De ware reden is echter, zoals we kunnen lezen in Scripture Helps, dat "de Kanaänieten in Abrahams tijd afgoden aanbaden en zich bezighielden met andere praktijken die in strijd waren met de aanbidding van Jehova. Als Isaak met een Kanaänitische vrouw was getrouwd, had hij het huwelijksverbond van de Heer niet kunnen aangaan, en de door de Heer beloofde zegeningen die met het Abrahamitische verbond verbonden zijn, niet kunnen ontvangen. Het Oude Testament bevat sterke waarschuwingen tegen het trouwen met mensen die andere goden aanbidden". 

Deze Kanaänieten moeten we niet verwarren met het volk van Kanaän van vóór de vloed. "Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die vóór de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam is er geen Bijbels bewijs dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Ze verschillen ook van Kanaän, de kleinzoon van Noach, en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd, en die later kwamen". Dit lijkt misschien een kleine opmerking tussendoor, maar voor mij reden genoeg om een treinkaartje te kopen naar vóór de vloed. 

Ondanks het voorbeeld van zijn ouders Izak en Rebekka, zal een van hun zonen, Esau, er toch voor kiezen om te trouwen met Kanaänitische vrouwen. "En Rebekka zeide tot Izak: "Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Hets! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Hets, gelijk deze zijn van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?" Uit deze woorden blijkt wel hoe belangrijk dit huwelijksverbond voor Rebekka was, en hoe groot haar verlangen was dat haar beide zonen eeuwige gezinnen zouden stichten, wat alleen mogelijk is door dit verbond.  

De waarschuwing uit het Oude Testament, om niet te trouwen met mensen die andere goden aanbidden, zie je ook terug in het Nieuwe Testament. De apostel Paulus zei daarover het volgende: 

"Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen"
2 Korinthiërs 6:14

"Kort gezegd ontmoedigde Paulus de heiligen om relaties aan te gaan met afgodendienaars of deel te nemen aan hun onreine praktijken". Echter, als ik kijk naar de voetnoot van dit vers, over doorwerking van het verleden gesproken, zie je dat deze sterke waarschuwingen van het Oude Testament ook op ons van toepassing zijn. "Hedendaagse profeten hebben de leer van Paulus, dat men zich niet onvoorwaardelijk moet verbinden met ongelovigen, toegepast als leidend principe bij het aangaan van relaties met anderen, waaronder de beslissing om te trouwen." 

Daarom reis ik ook terug naar de dagen van Noach van vóór de vloed. Ik wil namelijk stilstaan bij een ander gezin, het gezin van Noach, en bij de huwelijken die zij sloten. En de invloed die dit onder andere had op het wel of niet binnengaan van de ark. 

"En Noach en zijn zonen luisteren naar de Heer
en gaven gehoor,
en zij werden de zonen van God genoemd.
Mozes 8:13

Ook lezen we in ditzelfde hoofdstuk "dat Noach met God wandelde, zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth". Kun je voorstellen dat zij, Jafeth, Sem en Cham, die de zonen van God werden genoemd en met God wandelden, buiten het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond trouwden? Zeker als je kijkt naar onderstaande schriftuurtekst, waaruit blijkt hoe belangrijk dit verbond is:

"En toen de mensen zich begonnen te vermenigvuldigen op het aardoppervlak
en er hun dochters werden geboren,
zagen de mensenzonen dat die dochters mooi waren,
en zij namen zich vrouwen, ja, zoals zij verkozen.
En de Heer zei tot Noach: De dochters van uw zonen hebben zich verkocht;
want zie, mijn toorn is ontstoken tegen de mensenkinderen, 
want zij willen niet naar mijn stem luisteren."
Mozes 8:14,15

"En de Heer ordende Noach naar zijn eigen orde en gebood hem uit te gaan en zijn evangelie te verkondigen aan de mensenkinderen, ja, zoals het gegeven was aan Henoch. En het geschiedde dat Noach de mensenkinderen opriep zich te bekeren; maar zij luisterden niet naar zijn woorden; en bovendien, nadat zij hem hadden aangehoord, kwamen zij bij hem en zeiden: Zie, wij zijn de zonen van God; hebben wij niet de mensendochters tot ons genoegen? en eten en drinken wij niet en huwen wij niet en geven ten huwelijk? En onze vrouwen baren ons kinderen, en deze zijn de geweldigen, zoals de mannen van weleer, mannen van grote naam. En zij luisterden niet naar de woorden van Noach", Mozes 8:19-21. 

"En de oude wereld niet heeft gespaard,
maar Noach, den prediker der gerechtigheid,
zijn achttal bewaard heeft,
als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;"
2 Petrus 2:5

"De zonen van God waren zij die hun verbonden met God nakwamen, aandachtig naar Hem luisterden en Zijn geboden gehoorzaamden. De zonen van de mensen waren zij die hun verbonden met God braken en niet naar Hem luisterden of Hem gehoorzaamden. De kleindochters van Noach besloten met de zonen van de mensen te trouwen en gaven daarmee de kans op de zegeningen van het priesterschapsverbond van het eeuwige huwelijk op". President Joseph Fielding Smith onderwees hierover het volgende: "De dochters die geboren waren, kennelijk onder het verbond, en die de dochters waren van de zonen van God, dat wil zeggen van hen die het priesterschap bekleedden, overtraden het gebod van de Heer en trouwden buiten de Kerk. Zo sneden zij zichzelf af van de zegeningen van het priesterschap, in strijd met de leer van Noach en de wil van God". Zo sneden zij zich niet alleen af in geestelijk opzicht: we zien deze kleindochters van Noach ook niet terug in de ark, want ook zij luisterden niet naar de woorden van Noach. 

"en hij, Noach, wandelde met God,
zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth."
Mozes 8:27

Van de drie zonen van Noach wordt alleen de vrouw van Cham bij naam genoemd. In het verleden werd onderwezen dat de vrouw van Cham, Egyptus, een nakomeling was van Kain, en dat door haar, na de vloed, deze vloek van Kaïn werd doorgegeven aan het nageslacht van Cham en "zo ontsprong uit Cham aldus het ras dat de vloek in het land deed voortduren". 

In het Boek van Abraham kunnen wij hun geschiedenis lezen. De Kerk heeft hierover het volgende gezegd: "Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noachs zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid, maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Chams nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperkingen voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel".

In de voetnoot van dit commentaar kunnen we het volgende lezen over Egyptus: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kain via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag niet langer moeten worden verkondigd". 

Vandaar ook dat toen ik schreef over Hagar, ik zei dat aan het woord Egypte een gekleurd randje zat, maar ook "dat de Heer het hart aanziet. De belangstelling van je hemelse Vader hangt niet af van hoe rijk, hoe mooi, hoe gezond of hoe slim je bent". Zoals president Nelson al zei: "God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald". Nog door wie uw voorouders zijn, zoals we zullen zien in de genealogie van Jezus Christus. 

"Het huwelijk is misschien wel de belangrijkste beslissing van allemaal en heeft de meest verstrekkende gevolgen, want het gaat niet alleen om direct geluk, maar ook om eeuwige vreugde. Het beïnvloedt niet alleen de twee betrokkenen, maar ook hun families, met name hun kinderen en kleinkinderen, tot in de verste generaties". 

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3





Al het schuin geschrevene komt uit Scripture Helps