Posts tonen met het label Familie geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Familie geschiedenis. Alle posts tonen

dinsdag 23 juni 2026

1. Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis.

 

Afgelopen zondag hadden wij in onze wijk twee gastsprekers. Een zendings-echtpaar dat verantwoordelijk is voor de vastlegging van de geschiedenis van de kerk in Nederland en België. In deze toespraken hadden zij het onder andere over dat de geschiedenissen die zij vastleggen iets zeggen over wie wij zijn als gemeenschap, en dat wij door deze verhalen de hand van de Heer kunnen zien. Hij is voor onze ogen geschiedenis aan het schrijven, tenminste als wij ogen hebben om te zien. En dat het belangrijk is dat wij deze verhalen met elkaar delen en blijven delen. De serie Saints, "een verhalende geschiedschrijving die verhalen bevat over getrouwe heiligen der laatste dagen uit het verleden", werd als voorbeeld aangehaald. Daarnaast hoorde ik in deze toespraken het belang van gedenken en welk verslag wij over onszelf achterlaten. Wat mij echter het meest trof was deze opmerking,

"Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis." 

Al luisterend naar deze toespraken over het belang van vastleggen, van zowel de geschiedenis van de kerk als die van jezelf, en dat de Schriften een prachtig voorbeeld hiervan zijn, moest ik tevens denken aan mijn eigen ervaringen. Aan 'vertel je verhaal'. Echter, dit delen bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Vanuit 'dat niet eenvoudig zijn' ben ik daarover gaan schrijven, en later, zonder vooropgezet plan, werd het een reisverslag door de Schriften. Waarbij ik, hoe je het ook wendt of keert, onze gezamenlijke kerkelijke geschiedenis niet kon en kan negeren. 

"Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen,
of we nu nieuwe leden zijn
of deel uitmaken van generaties in de kerk?"

Hoe wordt die kerkgeschiedenis een erfdeel van ons allen, ook als die geschiedenis niet helemaal is of was wat je ervan dacht? Het ongemak van feilbaarheid en onfeilbaarheid, en de vragen die daaruit kunnen voortvloeien. Ik denk dat mijn logje Leer en beleid  daar een voorbeeld van is, waarin ik naar twee toespraken van president Dieter F. Uchtdorf verwijs. 

In deze toespraken heeft president Uchtdorf het erover dat het voorgekomen is "dat leden en leiders gewoonweg vergissingen hebben begaan. Er zijn wellicht dingen gezegd of gedaan die niet in overeenstemming waren met onze waarden, beginselen of leer. Ik veronderstel dat de kerk alleen volmaakt zou zijn als zij wordt geleid door volmaakte mensen. Maar Hij werkt door ons - zijn onvolmaakte kinderen - en onvolmaakte mensen begaan vergissingen." 

Ook zei president Uchtdorf: "Het is normaal om vragen te hebben - het eikeltje van een oprechte vraag is vaak ontsproten en uitgegroeid tot een grote eikenboom van begrip. Er zijn weinig leden in de kerk die nooit eens met een ernstige of gevoelige vraag hebben gezeten. Een van de doelen van de kerk is het geloofszaad aan te kweken en te verzorgen - zelfs in de soms zanderige grond van twijfel en onzekerheid."

Ik kwam een interessante toespraak tegen die gaat over twijfels en vragen, waarin ook de opmerking gemaakt werd dat onze "kerkgeschiedenis veel complexer blijkt te zijn dan het eenvoudige verhaal in de zondagsschool. Kerkleiders, zowel vroeger als nu, blijken inderdaad mensen van vlees en bloed te zijn". In deel 2 ga ik verder in op deze toespraak van Michael A. Goodman die hij gaf aan de BYU. Echter voor nu sta ik stil bij zijn verwijzing naar een toespraak van president M. Russell Ballard.

President Ballard: "Ik wil er zeker van zijn dat mijn boodschap goed overkomt en dat u dit belangrijke punt begrijpt. Er is absoluut niets mis met het stellen van vragen of het onderzoeken van onze geschiedenis, leer en gebruiken. De herstelling begon toen Joseph Smith antwoorden zocht op zijn oprechte vragen. Ouders, leiders van jongemannen en jongevrouwen, leerkrachten in de kerk - waaronder docenten van seminarie, instituut en religieus onderwijs aan de BYU - bisschoppen en presidentes van de Zusterhulpverenigingen en ringpresidenten: als iemand met een vraag of zorg naar u toe komt, doe die vraag dan niet af en zeg niet dat diegene zich er geen zorgen over hoeft te maken. Trek de toewijding van die persoon aan de Heer of zijn werk niet in twijfel. Help die persoon in plaats daarvan antwoorden op zijn of haar vragen te vinden. We hebben verhalen gehoord over mensen die oprechte vragen stelden over onze geschiedenis, leer of praktijken, maar werden behandeld alsof ze geen geloof hadden. Dat is niet de manier van de Heer. Zoals Petrus zei: Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u vraagt naar de hoop die in u is. We moeten beter omgaan met oprechte vragen. Hoewel we misschien niet elke vraag over de kosmos of over onze geschiedenis, praktijken of leer een antwoord hebben, kunnen we wel veel antwoorden geven aan oprechte mensen."

Tot slot de reactie, eigenlijk is het meer een boodschap, van Micheal A. Goodman op deze toespraak van president Ballard: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben. We moeten het goede in hen zien en hun inzichten en integriteit waarderen, ook al zijn we het misschien niet altijd eens met hun conclusies. Dat is niet erg. Zij zijn het misschien ook niet altijd eens met onze conclusies, maar toch hopen we dat ook zij ons liefhebben, waarderen en respecteren."  








maandag 15 december 2025

2. Racisme, heden of verleden

 

"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het heden of verleden."


Eigenlijk komt het erop neer dat ik opnieuw mijn tent heb opgeslagen, maar nu bij de uitspraak: "de kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". Dat wil niet zeggen dat ik mijn reis door de Leer en Verbonden al heb afgerond. Integendeel, want waar ik het over wil gaan hebben, heeft te maken met deze twee zinnen uit de Officiële Verklaring 2: "Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De kerkverslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik". 



In mijn deel 1 over racisme in heden en verleden heb ik stilgestaan bij de woorden in bovenstaande afbeelding. Opnieuw geef ik aandacht aan deze woorden, alleen dit keer gezien door een meer kerkelijke bril, wat onder andere blijkt uit dit voorbeeld: "Vaak denken we dat het gevolg van bekering louter de reiniging van zonde is, maar dat is een onvolledige kijk op de zaak. Iemand die zondigt is als een boom die gemakkelijk buigt in de wind. Op een winderige en regenachtige dag buigt de boom zo ver door dat de bladeren de grond raken en besmeurd worden met modder, ofwel met zonde. Als we ons richten op de reiniging van de bladeren, zal de zwakheid in de boom, waardoor die doorboog en de bladeren bevuilde, blijven bestaan. Zo zal iemand die slechts spijt heeft van de zonde, weer zondigen bij de volgende sterke wind. Pas als de boom sterker is geworden, zal herhaling tot het verleden behoren". 

Bovenstaand voorbeeld komt uit een toespraak van, toen nog, ouderling Dallin H. Oaks. Voordat ik uitleg geef waarom ik dit voorbeeld gebruik, wil ik eerst teruggaan naar een andere toespraak van ouderling Oaks die hij tijdens de algemene conferentie van oktober 2020 gaf. Deze toespraak is trouwens ook interessant om te lezen in verband met Leer en Verbonden 134, de afdeling die gaat over wetten en overheden. "De grondwet en andere wetten sporen niet aan tot revolutie of anarchie. We moeten allemaal - politie, demonstranten, voorstanders en toeschouwers - de limieten van onze rechten begrijpen, en het belang van onze plichten om binnen de bestaande wetsgrenzen te blijven". 

In deze toespraak, en dat is de reden dat ik hem aanhaal, heeft president Oaks het ook over racisme in het heden en verleden. Ouderling Oaks: "Dit land zou beter in staat moeten zijn om racisme uit te roeien, niet alleen tegen zwarte Amerikanen, die het meest zichtbaar waren in de recente protesten, maar ook tegen latino's, Aziaten en andere groepen. Dit land kent geen gelukkig verleden wat racisme betreft, en we moeten ons beteren". 

Bij dit ongelukkige verleden, de stam, daar wil ik uiteindelijk bij stilstaan. Voorafgaand, ik citeer nog steeds uit deze toespraak, zegt de president ook nog "dat alle mensen geliefde kinderen van God zijn". "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaard gaande grieven gehad. In een aangrijpend persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen". 



In het AI-overzicht wordt gezegd dat racisme bestrijden vrijwel onmogelijk is zonder bewustwording, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken te herkennen en aan te pakken. Tevens wordt er gezegd "je kunt racisme niet bestrijden met alleen symptoombestrijding". Voor mij is symptoombestrijding "als we ons richten op de reiniging van de bladeren, zal de zwakheid in de boom, waardoor die doorboog en de bladeren bevuilde, blijven bestaan". Interessant vind ik dat als het gaat om oorzaken herkennen onder andere onwetendheid als voorbeeld wordt gegeven. Wat eigenlijk heel logisch is. Want door onwetenheid kunnen we onbedoeld iets raciaals in stand houden. En zo werkt deze onwetendheid in het raciale verleden door in het heden. Echter, als we ons richten op de stam, wat inhoudt dat je terug gaat naar het verleden, en die onwetendheid doorbreekt, de boom zo sterker wordt dat herhaling ervan tot het verleden zal gaan behoren. Vandaar ook dat racisme en bewustwording hand in hand gaan.




Het opschrift van Officiële Verklaring 2 vind ik zelf een prachtig voorbeeld van bewustwording, en daardoor ook van hoe belangrijk deze stam is. Het heeft zelfs geleid tot aanpassingen in de Schriften. Ik heb hier al eerder over geschreven. In dit logje heb ik het over wortels en blaadjes, maar het komt op hetzelfde neer. Ik schreef toen, en dit geeft al aan hoe belangrijk het doorbreken van onwetendheid is, "dat begin twintigste eeuw Able's status als zwarte priesterschapsdrager grotendeels in vergetelheid raakte. Historici herontdekten later het verhaal van Able's ordening tot het priesterschap, zijn geloof in het herstelde evangelie en zijn werk als vroege zendeling". Vandaar die aanpassing in onze Schriften, en dat was niet de enige verandering. In deze periode (2013) kwam de kerk ook met de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap, ondertussen meer dan tien jaar geleden, en, ik spreek uit eigen ervaring, niet iedereen was, en misschien nu nog steeds niet, hiervan op de hoogte. 



Hieruit blijkt ook het belang van verslagen. In dit logje over het belang van verslagen citeer ik ouderling Marlin K. Jensen, voormalig kerkhistoricus en -griffier van de kerk die zegt "Iemand heeft eens gezegd dat een volk niet grootser kan zijn dan zijn verhalen". Natuurlijk denk ik bij deze woorden ook aan Mpho Tutu van Furth die zei dat de reis begint met het vertellen van je verhaal, het Zuid-Afrikaanse pad, maar ook aan mijn eigen verhaal. Of gaat deze opmerking van ouderling Jensen alleen maar op voor witte verhalen? Ik ga niet verder in op dit logje. Wel wil ik opnieuw deze woorden herhalen, waar ik mijn logje van toen mee eindigde: 

"Het is moeilijk,
zo niet onmogelijk,
om te onthouden wie je bent,
totdat je weet wie je bent."
Kyle S. McKay, kerkhistoricus en -griffier

donderdag 29 mei 2025

2. Het belang van verslagen


"Ziet, er zal onder u een verslag worden bijgehouden."
Leer en Verbonden 21:1

Dit stukje kan eigenlijk niet los gelezen worden van deel één, die ook als thema het belang van verslagen heeft. Omdat ik denk dat het achtergrond geeft aan waarom ik, opnieuw, stilsta bij  afdeling 47 van de Leer en Verbonden. Daarnaast ga ik ook weer in op het artikel van voormalig kerkhistoricus en -griffier Marlin K. Jensen. Dit is vanwege de door mij niet te negeren onderstaande vraag, die ik als uitgangspunt heb gebruikt voor dit deel. 

"Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen,
of we nu nieuwe leden zijn
of deel uitmaken van generaties in de kerk?"
Marlin K. Jensen

Ouderling Jensen: "Iemand heeft eens gezegd dat een volk niet grootser kan zijn dan zijn verhalen. De kerkgeschiedenis begint met het boeiende relaas van Joseph Smith en zijn zoektocht naar de ware kerk. Als we Josephs relaas geloven, maken wij deel uit van een groot aantal gelovigen die hun leven veranderen door het herstelde evangelie aan te nemen. Deze ervaring wordt een uiterst belangrijk onderdeel van ons gezamenlijke kerkelijke erfgoed". Ik ben ook onderdeel van dit gezamenlijke erfgoed. Ik geloof ook in Joseph Smiths zijn relaas. Ik maak ook deel uit van die groep gelovigen. En ja, mijn leven is ook veranderd door het herstelde evangelie. Desondanks ervaar ik een maar, en dat komt door de woorden "dat een volk niet grootser kan zijn dan zijn verhalen". 

In hetzelfde artikel zegt ouderling Jensen ook nog dit: "De relatie tussen kerk- en familiegeschiedenis is het ook waard om eens naar te kijken. Het bestuderen van de een zal meestal leiden tot het bestuderen van de ander. Veel van de mooiste verhalen van de kerk staan in individuele en familiegeschiedenissen en maken deel uit van ons persoonlijke en familie-erfgoed". Ik kan ervan getuigen dat het bestuderen van de een inderdaad leidt tot het bestuderen van de ander. Zo is het bij mij ook gegaan. Echter, hoe zit het met mijn verhaal? Hoe zit het met mijn kerk- en familiegeschiedenis? En in hoeverre kan ik dit loskoppelen van ons gezamenlijk erfdeel?

Ik werd namelijk niet zo gek lang geleden geconfronteerd met de woorden dat ik deze periode moest laten rusten, en vooral niet achterom moest kijken. Maar hoe kan ik dit, wat een onderdeel is van mijn eigen verhaal en mijn kerk- en familiegeschiedenis, laten rusten? Was juist een van de nevendoelen van het bijhouden van verslagen niet om "ernaar te streven te getuigen van de fundamentele waarheden van de herstelling, en die te verdedigen?" Hoe kan je werkelijk getuigen van de herstelling als je niet op de hoogte bent van HOE de kerk is hersteld? Kun je spreken van een gezamenlijk erfdeel als je dit gezamenlijke verleden moet vergeten? En hoe zit het met de doorwerking van het verleden in het heden, waar ik onlangs nog een voorbeeld van heb gegeven?

Iemand die het belang van het vertellen van verhalen prachtig verwoordt is voor mij W. Paul Reeve. Dit heeft hij er onder andere over gezegd: 

  • De verhalen die we vertellen, vooral die welke de eerdere beperkingen blijven rechtvaardigen, zijn belangrijk, omdat ze, Reeve citeert nu president Gordon B. Hinckley, arrogant veronderstellen dat een witte man in aanmerking kwam voor het priesterschap, terwijl hij die een rechtschapen leven leidt, maar een andere huidskleur heeft, daar niet voor in aanmerking kwam.
  • De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, want huidskleur is geen vloek, en is dat ook nooit geweest. Als we anders beweren, houden we witte suprematie in stand. 
  • De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat we racisme in stand houden wanneer we een valse raciale geschiedenis in stand houden. 
  • De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat bewijs ertoe doet. In plaats van  suggereren dat de raciale tempelbeperkingen vanaf het begin van kracht waren. Dat is argumenteren tegen onweerlegbaar bewijs van het tegendeel. 
  • De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat beweren dat de raciale priesterschaps- en tempelbeperking begon met een openbaring simpelweg onjuist is.

Toen ik voor het eerst mijn verhaal deelde, nu twee jaar geleden, schreef ik dat ik hoopte dat ik nog een heleboel pagina's aan mijn verhaal zou kunnen toevoegen. En schreef ik dat ik aan het begin stond van deze reis. Ondertussen, wat ik ook zie als een onderdeel van mijn verhaal, heb ik het Nieuwe Testament en het Boek van Mormon bezocht. Dit jaar reis ik door de Leer en Verbonden. En zo, ongemerkt, voeg ik niet alleen steeds meer pagina's toe aan mijn eigen verhaal, maar is het ondertussen ook een verslag op zich geworden. 

"Het is moeilijk, zo niet onmogelijk,
om te onthouden wie je bent,
totdat je weet wie je bent".





zondag 7 juli 2024

Verhalen zijn er om te delen

 

De afgelopen dagen waren er in Dordrecht, de stad waar ik woon, allerlei activiteiten die in het teken stonden van Keti Koti. Zoals jullie weten zijn we naar de Herdenkingsdienst Slavernijverleden geweest. Daarnaast zijn we ook nog naar het Keti Koti-festival in het Weizigtpark geweest. Een andere activiteit die ook op het programma stond, was deze:



De reden dat ik naar deze lezing ben gegaan was dat het om een "autobiografische generatieroman ging die zich over bijna honderd jaar uitstrekt". Zelf ben ik ook nieuwsgierig naar mijn roots. Daarnaast gaat het boek, 'Ik ben jullie meester', onder andere over zijn vader, die vanuit Paramaribo naar Nederland vertrekt. Mijn vader vertrok in de jaren vijftig vanuit Curaçao naar Nederland om hier een opleiding tot leerkracht te volgen. Met dit verschil dat mijn vader na het afronden van zijn opleiding terug moest naar Curaçao en hier, in Nederland, uiteindelijk nooit voor de klas heeft gestaan. De aanleiding van het boek is echter dat het achtjarige zoontje van Spalburg "rot op naar je eigen land" naar zijn hoofd geslingerd krijgt, en dat Jeffrey dan tot de wrange conclusie komt: "ons bestaan hier wordt nog altijd in twijfel getrokken". Wat iets zegt over onze samenleving. 

Ondanks dat ik geen binding heb met Suriname, hing ik, en volgens mij ook de rest van de aanwezigen, aan zijn lippen. Er was geen tijd op dat moment. Het was niet alleen een genoegen om naar hem te luisteren, ook raakte hij ons door zijn geschreven woorden. Zowel door wat hij voorlas uit zijn boek "Ik ben jullie meester", als door het essay dat hij met ons deelde: "Soms moet je terug om vooruit te komen". 

Ergens in dit essay zegt Spalburg dit: "Ik moest hem ons familieverhaal wel vertellen en hem mee terugnemen naar hoe alles zo gekomen is. Ik moest mijn stem wel gebruiken en uiteenzetten waarom hij het volste recht heeft om met zijn Surinaamse wortels in dit land te wonen. Het moest. Uit lijfsbehoud. Ik kon niet anders. Ik kijk ook liever naar de toekomst dan het verleden, maar soms moet het. Soms moet je terug om vooruit te komen. En in dat licht heb je toch je antwoord. Ik moet, het is een gegeven. Het is mijn realiteit waar ik niet aan ontkom."

Dat ik uiteindelijk mijn verhaal verteld heb, was iets waar ik ook niet aan kon ontkomen. Daarom, denkend aan Spalburg's woorden, die ik aangepast citeer, gebruik ik mijn stem. Uit lijfsbehoud. Ik kan niet anders. Ook ik kijk liever naar de toekomst, maar de praktijk van alledag, zowel binnen als buiten de kerk, heeft mij ingehaald. Hierbij denk ik onder andere aan, de kerk, de Nehoriaanse olifant maar ook aan de woorden van ouderling Paul V. Johnson dat "we geneigd zijn om vast te houden aan achterhaalde feiten en verklaringen. We zouden er veel beter aan doen de huidige standpunten van de kerk bij te houden". Dit is mijn realiteit waar ik niet aan ontkom. 

maandag 10 juli 2023

1. Toch was het herstelde evangelie voor iedereen bedoeld


Dit blogje lijkt in eerste instantie alle kanten op te gaan, maar ik denk dat uiteindelijk wel duidelijk wordt wat ik wil zeggen. 

In een van mijn vorige blogjes heb ik het gehad over restauratie. Toen in 1978 de restricties werden opgeheven, en zwarte mannen van Afrikaanse afkomst het priesterschap mochten ontvangen en alles wat daarmee samenhing, zag ik als een herstelling binnen de herstelling. Ze kregen terug wat ze oorspronkelijk al hadden toen de kerk door middel van Joseph Smith werd hersteld. 

Tijdens de algemene conferentie van april 2020 werd er door president Nelson een proclamatie voorgelezen over "De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus". De eerste zin van deze proclamatie is deze: "Wij verklaren dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft." Verderop in deze proclamatie staat het volgende, en dat vind ik interessant voor waar ik naartoe wil: "Wij verklaren dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, die op 6 april 1830 is opgericht, de herstelde nieuwtestamentische kerk van Christus is".




In een van de tijdschriften van de kerk wordt het zo uitgelegd: "Een restauratie is het terugbrengen van iets naar zijn oorspronkelijke staat. Het is geen reformatie, die iets bestaands verandert om iets nieuws te creëren. Als je bijvoorbeeld een oud huis wil restaureren, dan zou je het herbouwen met dezelfde lay-out die het oorspronkelijk had. U wilt misschien een nieuwe open haard plaatsen, maar dan verandert u het huis in plaats van het te restaureren. Het evangelie van Jezus Christus moest hersteld worden, omdat het tijdens de Grote Afval verloren was gegaan. De mensen hadden eeuwenlang zonder de ware kerk geleefd. Dus herstelde de Heer zijn kerk en evangelie door middel van Joseph Smith, precies zoals oude profeten hadden geprofeteerd".

In 'Ras en priesterschap', een evangelieverhandeling van de kerk, lezen we dat "in de eerste twee decennia na de oprichting van de kerk enkele zwarte mannen tot het priesterschap werden geordend. Eén van deze mannen, Elijah Abel, nam ook deel aan tempeldiensten in Kirtland (Ohio) en liet zich later plaatsvervangend dopen voor zijn overleden verwanten in Nauvoo (Illinois). Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". 

De evangelieverhandeling' Ras en priesterschap' begint, net als de proclamatie (De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus). die president Russell M. Nelson voorlas, met dezelfde boodschap, namelijk dat "De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen omarmt de hele mensheid, zowel volgens haar theologie als in de praktijk. Volgens de Schriftuur en de leringen van de kerk heeft God al zijn kinderen lief en is eeuwigheid voor iedereen mogelijk. God heeft alle rassen en etnische groepen geschapen en beschouwt ze als gelijkwaardig. In het Boek van Mormon wordt het zo verwoord: Allen zijn voor God gelijk".



Elijah Able

In 'Onderwerpen uit de kerkgeschiedenis' wordt dit onder andere over Elijah Able gezegd en vooral de eerste zin vind ik interessant: "Toch was het herstelde evangelie voor iedereen bedoeld, 'zwart en wit, gebonden en vrij (2 Nephi 26:33).  September 1832 doopte een wit kerklid, genaamd Ezekiel Roberts, Elijah Able in Ohio. In 1836 werd Elijah door Ambrose Palmer tot het Melchizedekse priesterschap geordend, gewassen en gezalfd in de Kirtland-tempel. Ontving hij zijn patriarchale zegen uit de handen van Joseph Smith sr., en werd door Zebedee Coltrin tot zeventiger geordend. In 1838 begon Able aan een zending in New York en Canada. In 1847 trouwde hij met Mary Ann Adams, die ook van gemengd ras was. Samen kreeg het paar vier kinderen. In 1853 migreerde de familie Able naar Utah. Gedurende de volgende drie decennia werkte hij aan de Salt Lake-tempel en vervulde hij nog een zending in Ohio. In 1852, een jaar voordat de Ables in Utah aankwamen, kondigde Brigham Young publiekelijk een beleid aan om zwarte mannen het priesterschap te onthouden. Able behield zijn priesterschapsambt en status, maar toen hij president Young om toestemming vroeg om zijn tempelbegiftiging te ontvangen en aan Mary Ann verzegeld te worden, werd het verzoek afgewezen. In 1879 werd een tweede verzoek van Able afgewezen door president John Taylor. Able bleef trouw tot aan zijn overlijden op 25 december 1884".

Dat president John Taylor het verzoek van Able weigerde, heeft alles te maken met, zoals we in de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen lezen, "omdat in januari en februari 1852 president Brigham Young twee toespraken had gegeven in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten. Na de dood van Brigham Young lieten opeenvolgende presidenten van de kerk de tempelbegiftiging en het tempelhuwelijk voor zwarten niet toe. Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van rassen".

Uit alles wat er in die periode is gebeurd zijn lessen te leren, zoals dat, "er geen betrouwbaar bewijs is dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". De kerk werd door de Heer door middel van Joseph Smith hersteld met "dat allen voor God gelijk zijn". 

Maar hieruit is nog een les te leren. Gisteren, tijdens de vergadering van onze vrouwenorganisatie, bespraken we de toespraak "Tempelwerk en familiegeschiedenis: één en hetzelfde werk". Tijdens de bespreking kwam ook 'De tempel en uw geestelijk fundament' ter sprake. Hieronder het filmpje dat uit deze toespraak komt. In deze toespraak vraagt president Nelson aan ons hoe vast ons fundament is. De reden dat hij dit vraagt is deze: "Dit zijn echt de laatste dagen. Als u en ik de komende gevaren en spanningen moeten doorstaan, dan is het van groot belang dat ieder van ons een vast geestelijk fundament heeft, gebouwd op de rotssteen van onze Verlosser, Jezus Christus. En dan zegt president Nelson dit: "En wanneer er ook maar enige opschudding in uw leven is, bevindt de veiligste plek in geestelijk opzicht zich binnen uw tempelverbonden".

Elijah Able, die jarenlang heeft meegewerkt aan de bouw van de Salt Lake-tempel, mocht uiteindelijk niet binnen gaan om daar verbonden te sluiten met zijn vrouw Mary Ann Adams. Ik kan me haast niet anders voorstellen dan dat dit een soort aardbeving in zijn leven moet zijn geweest. Desondanks bleef hij tot het einde van zijn leven een getrouw lid van de kerk. Dit zegt volgens mij alles over zijn geestelijk fundament en op wie het gebouwd was. Wat een krachtig voorbeeld. 





Afbeeldingen: De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

woensdag 28 juni 2023

Verborgen verleden


Zoals jullie weten, zijn manlief en ik afgelopen zaterdag naar de tentoonstelling 'Koloniaal verleden Dordrecht' in het Augustijnenhof geweest. Daar een aantal foto's gemaakt. De eerste foto die ik met jullie wil delen is die van de Plantage Mariënbosch. 




En dat heeft alles te maken met dit stukje tekst: "Na de afschaffing van de slavernij kwamen er 269 contractarbeiders uit India en 242 uit Java naar plantage Mariënbosch. Deze komst ging vaak gepaard met misleiding. Er werd een ideaalbeeld geschetst van hoge lonen, een vrije woning, medische zorg, recht op gratis terugkeer en nabijheid van werk. De verre reis werd vaak niet benoemd. De praktijk was zware arbeid verrichten onder erbarmelijke omstandigheden, onregelmatig uitbetalen van loon, slechte medische zorg en slechte huisvesting."

Het verhaal gaat namelijk dat één van mijn voormoeders van Java kwam. Het kan dus zomaar zijn dat zij ook als contractarbeidster geronseld is. Denk dat dit woord de lading wel dekt. Al weet ik natuurlijk niet met zekerheid dat het in haar geval ook zo is gegaan, maar ik ga daar wel van uit. En, zo gaat het verhaal verder, dat zij niet terecht kwam op de Antillen of in Suriname, maar op een plantage in Brits-Guiana, wat toen een kolonie van Engeland was. 

De Volkskrant had een serie die ging over "Ons koloniale verleden in vijftig voorwerpen". Een van de voorwerpen die ze bespraken was de katlies, het kapmes, maar het ging ook over contractarbeid. In dit artikel wordt onder andere het volgende gezegd over contractarbeiders: "Dat ze eind 19de en begin 20ste eeuw uit Brits-Indië naar Suriname kwamen om op de plantages te werken. Dat tussen 1873 en 1916 34.300 contractarbeiders uit Brits-Indië naar Suriname vertrokken. En dat in de 17de en begin 18de eeuw deze arbeiders hun nut als werkvolk op rubber-, suiker- en theeplantages in Azië en in koloniën als Réunion, Mauritius en Brits-Guyana al hadden bewezen". En dan wordt er dit gezegd (hierbij denk ik aan mijn voormoeder): "Vooral voor vrouwen, en met name voor weduwen, woog het ontsnappen aan de onderdrukkende kastenmaatschappij zwaar". Maar, zo valt te lezen in dit artikel: "Er was weinig reden tot romantisering. Vrouwen werden zowel door de werkgevers als in de eigen gemeenschap geregeld minachtend behandeld".

Een paar jaar geleden heb ik een DNA test gedaan. Uit de test bleek dat ik 2% Zuid-Aziatisch ben, en ik moest denken aan de verhalen die gingen over mijn voormoeder, alleen dan nu met een ander land als uitkomst. Ik denk, gezien waar mijn voormoeder uiteindelijk terechtkwam, een plantage, het uiteindelijk niet zo veel uitmaakte of ze nu van Java of van India kwam, gezien de verhalen over plantages en contractarbeiders. Verhalen die steeds meer en meer aan hun verborgenheid worden onttrokken en in de openbaarheid worden gebracht.  




maandag 14 november 2022

Leer van het verleden


In mijn vorige blogje, over Jane Elizabeth Manning James, schreef ik iets over knippen en plakken. Ik mag dan een blog hebben, stukjes schrijven, maar eigenlijk ben ik in wezen een 'knipper en plakker'. Het zijn de geknipte en geplakte stukjes die het verhaal vertellen. Ik verbind ze slechts met een opmerking hier en daar. Zoals mijn opmerking dat de tijd waarin wij nu leven, mijn tijd, niet los gezien kan worden van hun tijd, haar tijd. Een tijd van racisme, maar ook een tijd waarin slavernij gemeengoed was. Misschien denk je nu: "Lang geleden en wat heeft dat met jou te maken?" Uiteindelijk meer dan je denkt, en ook meer dan ik zelf had gedacht. 

Volgend jaar is een herdenkingsjaar dat in het teken staat van ons slavernijverleden. Er zal volop stilgestaan worden bij deze pijnlijke geschiedenis. Ik citeer: "Het slavernijverleden is een zeer pijnlijk, maar belangrijk en tot voor kort onderbelicht onderdeel van onze geschiedenis als koninkrijk. Het is een verleden dat de maatschappij zoals we die nu kennen heeft gevormd en is daarom een geschiedenis van ons allemaal. Het is een verleden dat nog steeds doorwerkt, effecten heeft in het heden waar mensen ook nu in hun dagelijks leven nog last van ondervinden, bijvoorbeeld in de vorm van discriminatie en racisme. Er is daarom behoefte aan erkenning van dit verleden".

Vooral die laatste zin vind ik interessant: "er is daarom behoefte aan erkenning van dit verleden". Via mijn zwarte vader heb ik een link met dit verleden van slavernij. Maar via mijn witte moeder heb ik ook een link met dit verleden. Want naast dat er het komende jaar veel aandacht zal zijn voor het slavernijverleden, is er ook aandacht voor een ander verleden, namelijk de rol van de kerken in dit slavernijverleden. 



Men is namelijk gestart met een groot onderzoek naar een met slavernij besmet kerkelijk verleden. In dit artikel wordt onder andere het volgende gezegd: "Lange tijd zijn slavenhandel en slavernij met de Bijbel in de hand goedgepraat". In dit artikel spreekt men erover dat de Protestantse Kerk Nederland de banden aanhaalt met de migrantenkerken. "Zij legden de vraag op tafel: zullen we het ook nog even over het verleden hebben? Dit deel van de geschiedenis is een van de vragen die volgens hen niet onder ogen gezien wordt, en dus nog in de weg zit".

"Zullen we het ook nog even over het verleden hebben?" Ja. Want erkenning van dit verleden is kunnen praten in de kerk, nu. En dan heb ik het ook over mijn kerk. 


Afbeelding: Pixabay

zondag 27 maart 2016

Zondag...



'Na deze woorden keerde zij zich om en zag Jezus staan,
maar zij wist niet, dat het Jezus was.
Jezus zeide tot haar:
Vrouw, waarom weent gij?
Wie zoekt gij?
Zij meende, dat het de hovenier was, en zeide tot Hem:
Heer, als gij Hem weggedragen hebt,
zeg mij dan, waar gij Hem hebt neergelegd
en ik zal Hem wegnemen.
Jezus zeide tot haar:
Maria!
Zij keerde zich om en zeide tot Hem in het Hebreeuws:
Rabboeni,
dat wil zeggen: Meester!
Jezus zeide tot haar:
Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader;
maar ga naar mijn broeders en zeg hun:
Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, 
naar mijn God en uw God.'
Johannes 20:14-17
Afbeelding: www.lds.org


maandag 8 oktober 2012

Omdat iemand op de kruising had gestaan


Binnenkort ga ik voor een aantal weken naar Curaçao.
In de eerste plaats ga ik op familiebezoek.
Mijn vader woont daar, en het is met name hem die ik ga bezoeken.
Maar ook mijn zus, die onlangs met man en kind daar naar toe is geëmigreerd, woont op dit zonnige eiland, even voor Venezuela.
Zo'n dertig jaar geleden ben ik daar voor het laatst geweest, en ik ben benieuwd hoe het voelt om daar opnieuw te zijn.

Vorige week schreef ik mijn vader nog een e-mail met de volgende woorden:
'Lekker hoor een staatsgreep op Curaçao.
Maar we moeten er niet al te veel van denken wordt hier gezegd want dat zou slecht zijn voor het toerisme.' 
Nu ben ik geen toerist in de gebruikelijk zin van het woord.
Althans zo voelt het voor mij niet.
Want behalve dat ik mijn familie daar zal gaan bezoeken, zijn we, mijn vader en ik, ook bezig met onze persoonlijke geschiedenis,
Een persoonlijke geschiedenis, zoals velen, met een slavernijverleden, met wortels, die uiteindelijk zullen teruggaan tot in Afrika, en waarin Nederland een belangrijke rol heeft gespeeld.
En om die reden, neem ik aan, als ik de berichtgeving mag geloven, zijn er nog steeds mensen op Curaçao die argwaan koesteren jegens Nederland, sommigen daarvan zelfs met haat gevoelens.
En vooral het woord haat, vind ik heftig.
Haat betekent dat je een gevoel van vijandschap hebt jegens iets of iemand.
Maar haat betekent ook dat je niet open en positief kunt zijn. Het betekent koesteren van, wat uiteindelijk alleen maar negativiteit tot gevolg zal hebben, zowel voor je omgeving, als uiteindelijk voor jezelf.

Toen ik dat las, het soort gevoelens wat nog leeft onder een (klein) gedeelte van de bevolking, moest ik weer denken aan de discussie die hier in Nederland wordt gevoerd, als het gaat om de vraag of 'Zwarte Piet racisme is'.
Wat hier nog steeds een 'hot item' is.

In deze discussie gaat het natuurlijk niet alleen om Zwarte Piet, maar uiteindelijk ook om de verhouding tussen wit en zwart.
Dat blijkt onder andere wel uit het volgende wat je kunt terug vinden op hun blog:
'Binnen de dominante (populaire) cultuur is het vanzelfsprekend om zwarte mensen in specifieke rollen te zien. Het is zo natuurlijk geworden om zwart met dienstbaarheid te associëren dat men daar vaak bij voorbaat vanuit gaat. Een universitaire docent bijvoorbeeld was uitgenodigd als spreker op een conferentie  Toen zij een mannelijke collega tegemoet trad om zich voor te stellen, gaf hij haar prompt zijn jas er van uit gaande dat ze wel de garderobejuffrouw moest zijn. Een zwarte advocaat wordt in de rechtszaal geregeld aangezien voor de koffiejuffrouw en haar witte cliënt voor de advocaat.'

Natuurlijk kun je dit opvatten als een zwart/wit gegeven.
Maar aan de andere kant, mijn eerste gedachte was, en dat zegt natuurlijk iets over mij, dat het zo in een   man/vrouw issue paste.
En dat vele vrouwen met mij, dit zullen beamen.
Dus met andere woorden, de bril die je draagt, kleurt je omgeving.

Maar terug komend op zwart/wit, er zijn ook tegengeluiden.
Nu gaat het in dit tegengeluid niet over dat 'Zwarte Piet racisme is', maar over herstelbetalingen.
Maar in de kern gaat het volgens mij om het zelfde, en dat is opnieuw de verhouding tussen wit en zwart en dat wat in het verleden is voorgevallen.

In dit tegengeluid wordt het volgende gezegd:
'Wij moeten elkaar in de ogen kijken en eerlijk zeggen waar het op staat.
Stop blaming the white man en leer verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven en daden.'

Degene die dit artikel heeft geschreven, haalt dan een toespraak aan van Bill Cosby
met het advies om dit artikel te lezen, waarin Bill Cosby onder andere het volgende zegt.
' You got to tell me that if there was parenting -- help me -- if there was parenting...'
Zo kom ik op mijn opschrift boven aan dit bericht van mij: 'Omdat iemand op de kruising had gestaan'.

Stop blaming wie of wat dat ook.
Want of het nu gaat om zwart/wit issues, man/vrouw verhoudingen, de Turken of Marokkanen. 
De grote vraag is uiteindelijk: 'Door wat voor een gevoelens laten ik me leiden?' en 'Wat geef ik daarvan door aan de volgende generatie?' 

Bill Cosby had het over het laten lachen van Jezus.
Was het niet juist Jezus die zei: 'Heb je naaste lief als jezelf!'
Maar misschien ligt daar het probleem:

'In de duistere hoeken van ons aller leven ligt zij op de loer.
Het is een vuur dat degenen die het ontsteekt verteert.'

Zolang wij dat vuur in onszelf niet kunnen bedwingen, om wat voor reden dan ook, en de schuldvraag elders neerleggen, hebben wij weinig reden tot het koesteren van hoop.




Alles, o God, maar geen haat
Ik heb het gekend in mijn dagen,
En het beste, dat het doet, is de ziel met littekens ontsieren
En het hart wegvreten.
De mens moet meer dan haat hebben
Als de jaren voorbijgaan
En er nog lente is en sterren blijven
En slechts de mens de dageraad ontkent.
God, ik heb slechts één gebed,
Voordat het door wolken omfloerste einde komt.
Ik heb zo genoeg van de haat en van het verlies, dat zij brengt,
Laat mij mijn broeders vriend zijn.






Foto: andredegen.nl
Gedicht: anoniem.
Uitspraak?

vrijdag 26 augustus 2011

Geen rust

Net terug van vakantie en nu al geen rust?
Heb ik dan die artikelen niet gelezen die gaan over hoe je je vakantiegevoel kunt vasthouden?
Natuurlijk heb ik deze artikelen gelezen, of moet ik zeggen door gebladderd, want ja, ik heb geen rust.
Maar met geen rust bedoel ik om het één wel te doen en het ander niet te doen.
Ik heb maar 24 uur in een dag, om die reden kan ik niet alles doen, en zal ik prioriteiten moeten stellen.
Ik heb geprobeerd om wekelijks iets op mijn blog te zetten, de vakantieperiode uitgezonderd, maar dat zal er nu niet meer van komen. 
Ik heb gewoon even niet de rust om dat te doen.
Omdat ik andere prioriteiten heb.
Eén van de dingen waar ik mijn aandacht de komende tijd naar wil laten uitgaan, is mijn genealogie. 
En dan gaat het mij niet alleen om de namen van mijn voorouders, maar ook om hun persoonlijke geschiedenis.
Het probleem is dat ik namelijk een 'witte' en een 'zwarte' kant heb. 
En met name van deze laatste kant weet ik weinig of niets.
Niet alleen als het gaat om hun namen, maar ook om hun persoonlijke geschiedenis. 
Een geschiedenis die ook nauw verbonden is met de slavernij.
Dus goed beschouwd ga ik weer op reis.
Voorlopig door middel van de computer en al het ander materiaal dat er toe doet, maar uiteindelijk ook over mijn eigen landsgrenzen heen.  
Ben benieuwd hoe ver ik, dat kun je in meerder opzichten beschouwen, zal komen.



De Maas, Baarlo