Posts tonen met het label Rassenstrijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rassenstrijd. Alle posts tonen

dinsdag 2 december 2025

3. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is


"Wij geloven dat het gerechtvaardigd is
om het evangelie tot alle volken van de aarde te prediken
en de rechtvaardigen te waarschuwen om zichzelf van het verderf van de wereld te redden;
wij geloven echter niet dat het juist is ons in te laten met lijfeigenen,
hun het evangelie te prediken of hen te dopen tegen de wil en wens van hun meester..."
LV134:12

De zin dat het niet juist is "om ons in te laten met slaven zonder toestemming van hun eigenaren" is een zin die, zoals jullie kunnen zien, mij dusdanig bezighoudt dat ik nu al voor de derde keer op rij het hier over heb. Vandaar dat ik nu al mijn tent heb opgeslagen in plaats van pas bij Officiële Verklaring 2, zoals ik in eerste instantie van plan was. 

In de Doctrine and Covenants Student Manual kunnen we het volgende lezen over dit vers, wat ik, ik wil nog weleens knippen en plakken, volledig heb overgenomen:
"In 1831 werd Missouri toegelaten tot de Verenigde Staten als slavenstaat, wat betekende dat de instelling van slavernij daar legaal was. Tijdens een conferentie over godsdienstvrijheid legde ouderling Quentin L. Cook van het Quorum der Twaalf Apostelen uit dat de heiligen in Missouri deels werden vervolgd vanwege hun anti-slavernijgeloof.
Ouderling Cook: "In Missouri in 1833 stonden onze waarden als Heiligen der Laatste Dagen in direct conflict met die van de kolonisten in Missouri, die niet tot ons geloof behoorden. Veel inwoners van Missouri beschouwden de Amerikaanse Indianen als een meedogenloze vijand en wilden hen uit het land verwijderen. Bovendien waren veel kolonisten in Missouri slavenhouders en voelden ze zich bedreigd door degenen die tegen slavernij waren. Daarentegen respecteerde onze leer de Amerikaanse Indianen en was het onze wens hen het evangelie van Jezus Christus te leren. Met betrekking tot slavernij zijn onze Schriften duidelijk dat niemand in slavernij aan een ander gebonden mag zijn. Onze relatief kleine groep vroege zwarte leden aanbad samen met witte leden. Andere kolonisten in Missouri voelden zich bedreigd toen grote aantallen Heiligen der Laatste Dagen, in navolging van de openbaringen van de Heer, naar Missouri verhuisden. Dit leidde tot immense conflicten en vervolging onder leden van de kerk". Tot zover ouderling Cook. Verder staat er: "De Kerk werd opgericht in een tijdperk van grote rassenscheiding in de Verenigde Staten. In die tijd leefden veel mensen van Afrikaanse afkomst in slavernij, en raciale verschillen en vooroordelen waren niet alleen heel gewoon, maar zelfs gebruikelijk onder witte Amerikanen. Die realiteit, hoewel vandaag de dag onbekend en verontrustend, beïnvloedde alle aspecten van het leven van mensen, inclusief hun religie. Veel christelijke kerken uit die tijd waren bijvoorbeeld langs raciale lijnen gesegregeerd. Vanaf het begin van de kerk konden mensen van elk ras en elke etniciteit zich laten dopen en als lid worden opgenomen. Tegen het einde van zijn leven verzette kerkstichter Joseph Smith zich openlijk tegen slavernij". 

Ik denk dat het bovenstaande context geeft aan mijn woorden waarmee ik mijn vorige logje eindigde, dat aan de ene kant de kerk tegen slavernij was, en aan de andere kant de onmiddellijke afschaffing ervan, waar de abolitionisten voor stonden, afwees. In de hoop, zoals we kunnen lezen in vers 12, hiermee de vrede van iedere overheid, die toestaat dat mensen in lijfeigenschap gehouden worden, te bewaren.

"noch om ons met hen te bemoeien of hen in het minst te beïnvloeden,
waardoor zij ontevreden zouden worden met hun positie in dit leven
en mensenlevens in gevaar zouden worden gebracht;
wij geloven dat een dergelijke inmenging onwettig en onjuist is,
en gevaarlijk voor de vrede van iedere overheid 
die toestaat dat mensen in lijfeigenschap worden gehouden.
LV 134:12

Vandaar dat we in Slavery and Abolition kunnen lezen dat "de Heiligen halverwege de jaren dertig van de negentiende eeuw probeerden afstand te nemen van de controverse over de slavernij". 



Natuurlijk komt er nog een deel 4 wat ook te maken heeft met ons anti-slavernijgeloof, wat ik trouwens een prachtig woord vind. Er is echter één klein zinnetje in dit instituut artikel, waar ik zeker niet aan voorbij kan gaan, en dat is deze: "Vanaf het begin van de kerk konden mensen van elk ras en elke etniciteit zich laten dopen en als lid van de kerk worden opgenomen". "Wanneer wij ons laten dopen en bevestigen als lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, gaan we deel uitmaken van de familie van Abraham". Alleen al vanwege deze opmerking, wat ik zie als leer, als theorie, kijk ik al uit naar het Oude Testament. Alleen zo ver is het nog niet. Ik sta niet voor niets met mijn tentje op het Leer-en-Verbonden-134-veldje. 

Waar ik, tot slot, vanwege de woorden "Vanaf het begin van de kerk" nog bij wil stil staan is Officiële Verklaring 2. Kan ik de woorden "uit de geschiedenis van de kerk blijkt" los zien van de woorden waar ons Leer en Verbonden jaar mee begon, dat "God zijn kinderen in alle landen van de wereld lief heeft"? Praktijk en theorie.


"In het Boek van Mormon staat dat allen voor God gelijk zijn, 
zowel zwarte en witte, 
geknechte en vrije, man en vrouw.
Uit de geschiedenis van de kerk blijkt 
dat mensen uit alle rassen en etnische groepen 
in vele landen zich hebben laten dopen en getrouw aan de kerk zijn gebleven.
In de tijd van Joseph Smith 
is een klein aantal zwarte leden van de kerk tot het priesterschap geordend."
Officiële Verklaring 2

"In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap geordend". In het boekje Let's talk about Race and Priesthood van historicus    W. Paul Reeve kunnen we het volgende lezen over deze opmerking, en over Elijah Able die één van die zwarte mannen was: “Elijah Able ontving binnen vier jaar na zijn doop het priesterschap en kreeg toegang tot alle tempelrituelen die toen beschikbaar waren. Tevens was hij een lid van het Derde Quorum van Zeventig en vervulde hij drie zendingen. Able's leven toont aan dat er geen raciale barrières waren als het gaat om ordening tot het priesterschap of tot toen bestaande tempelrituelen toen de herstelling begon. Andere zwarte mannen bekeerden zich in de eerste decennia van de herstelling maar niet allen werden tot het priesterschap geordend. Dat was echter niet uitzonderlijk. Niet alle witte mannen werden tot het priesterschap geordend. Het feit dat een paar zwarte mannen tot het priesterschap werden geordend, terwijl dat voor witte mannen niet het geval was, maakte het des opmerkelijker". 

W. Paul Reeve: “Naast de bekering van zwarte mensen in het Noorden het Zuiden, zowel vrijen als slaven, maakten leiders van de Heiligen der Laatste Dagen in hun verklaringen en daden duidelijk dat de boodschap van de herstelling inclusief was. Deze inclusieve visie werd echter niet altijd verwelkomd in een bredere Amerikaanse samenleving, die zo haar eigen problemen had rond ras, slavernij en vrijheid. In dit verband is het belangrijk te onthouden dat De Kerk van Jezus Christus werd geboren in een gespannen Amerikaanse raciale context. De Amerikaanse grondwet begon met drie belangrijke woorden 'Wij, het volk', maar de natie worstelde nog steeds met vragen wie de mensen als 'het volk' beschouwden". "En zo, al wandelend door het Soepjebos, en ik steeds meer bos begin te zien, ben ik weer daar waar ik begon, bij mijn tentje. 




dinsdag 28 oktober 2025

Woorden doen ertoe

 

Eerder deze maand schreef ik dat ik wist waar ik mijn tent de volgende keer wil gaan opslaan. Dat weten houdt niet automatisch in dat ik keurig netjes van afdeling naar afdeling, als in een stoptrein, daar naartoe afreis. Soms komt er iets voorbij waardoor ik de Leer en Verbonden gewoon even de Leer en Verbonden laat zijn. Terwijl ik aan de andere kant toch ook denk: 'Is dat wel zo?' Omdat ik nu op een punt ben aangekomen dat ik het een niet meer los kan zien van het andere, vanwege de onderlinge verwevenheid. 

Een paar weken geleden werd in onze vrouwenorganisatie de toespraak 'De verzoening van Jezus Christus brengt de ultieme redding', van ouderling Cook besproken. Zelf was ik niet aanwezig, maar ik had deze toespraak wel al gelezen. In deze toespraak gaat het over de handkargroepen Willie en Martin, waar het helemaal mis mee gaat. "Zij werden geplaagd door uithongering, blootstelling aan vrieskou en veel sterfgevallen. Berichten over de gevaarlijke situatie waarin deze groepen zich bevonden, bereikten president Brigham Young". En dit is wat hij zei: "Ga en breng de mensen die nu op de vlakten zijn hierheen". 

Dankzij al de hulp en inzet die toen werd geboden, werden zij gered en werd veel erger leed voorkomen. Het waren echter niet alleen de mannen die hun inzet toonden. Ook de vrouwen deden hun deel, wat er uiteindelijk toe leidde dat door de redding van deze handkarpioniers de ZHV, de vrouwenorganisatie van de kerk, nieuw leven werd ingeblazen. 




Terwijl ik dit zo las, zowel deze toespraak als de verhalen eromheen, vroeg ik mij af of er onder al die reddingswerkers ook iemand was die zwart was. Net zoals we nu weten dat er onder al de pioniers van toen ook zwarte pioniers waren, die zo ook hun steentje bijdroegen aan de opbouw van Gods koninkrijk op aarde. En dat bleek zo te zijn. Zijn naam was Thomas Coleman, ook wel bekend als Thomas Bankhead. 


In de database van de kerk kunnen wij onder andere het volgende over hem lezen: "Thomas, een Afro-Amerikaanse man die mogelijk tot slaaf was gemaakt, arriveerde rond 1850 in Utah, omdat zijn naam voorkomt in de volkstelling van Utah van 1850, samen met de families Bankhead. Hij was een van de reddingswerkers die in de winter van 1856 werden uitgezonden om de leden van de kerk te helpen die in Wyoming gestrand waren. Helaas werd Thomas in december 1866 vermoord en begraven in Salt Lake City.

In dit artikel van de kerk wordt vermeld dat hij werd vermoord. Toen ik verder op hem zocht kwam ik het volgende tegen in de J. Willard Mariott Library: dat het ging om een raciale lynchpartij, althans dat vermeldt het kopje: "Thomas Coleman zou in 1848 in Salt Lake City zijn aangekomen, mogelijk als slaaf van John en Nancy Crosby Bankhead, bekeerlingen tot De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen vanuit Mississippi. Het is mogelijk dat Thomas in Mississippi als Heilige der Laatste Dagen werd gedoopt rond de tijd dat slaven zich bekeerden, maar lidmaatschapsgegevens zijn niet bewaard gebleven om dat definitief vast te stellen. Een krant in Salt Lake City meldde dat hij ten tijde van zijn moord lid was van de kerk. Hij stond waarschijnlijk bekend als Thomas Bankhead in vroege documenten, maar gebruikte Coleman (soms Colburn) als zijn achternaam na de emancipatie. Hij werkte vervolgens voor Brigham Young in het Salt Lake House Hotel in het centrum van Salt Lake City. Coleman werd in 1833 geboren, waarschijnlijk in Mississippi, en stierf in Salt Lake City op ongeveer 35 jarige leeftijd". 

In dit artikel kunnen we ook lezen dat de "exacte omstandigheden rond Colemans moord een mysterie zijn". Maar de boodschap die men op zijn borst vond, was deze: "Kennisgeving voor alle n...... Wees gewaarschuwd. Laat witte vrouwen met rust". Doen de omstandigheden er verder nog toe als het artikel zegt: "in beide gevallen was het openbaar dumpen van Colemans lichaam met het bijgevoegde bord duidelijk bedoeld om rassenscheiding af te dwingen en degenen die zouden overwegen deze te overtreden, te terroriseren". 




Deze moord op Thomas Coleman heeft de gemoederen toentertijd flink beziggehouden. En ook nu, waaruit blijkt dat hij niet vergeten is, is dat het geval. Op dit moment is er een petitie om een monument te plaatsen op Capitol Hill, Salt Lake City, ter nagedachtenis van Thomas Coleman. Niet alleen dat, men wil hiermee ook laten zien dat men raciale onrechtvaardigheid veroordeelt. Degene die deze petitie is gestart laat weten "dat hij diep getroffen is door deze afschuwelijke daad van racistisch geweld". 

Ik kan hem in wat hij zegt bijna helemaal volgen, maar een dergelijke petitie ondertekenen voelt voor mij ergens toch als een Nehoriaanse olifant. Volgend jaar reis ik door het Oude Testament. Ik zal dan, door middel van de woorden van een ander, ik ben perslot van rekening een deler, niet een schrijver, waarom ik deze petitie niet kan ondertekenen. Desondanks, alhoewel ik liever stil sta bij HOE de Heer zijn kerk herstelde door middel van Joseph Smith, kan ik uiteindelijk ook niet om Brigham Young heen. Dit vanwege de restrictie op het priesterschap en de tempel, dit begon in 1852 officieel met hem, waar ik zelf 'de vruchten' van heb geplukt. 

De petitie starter heeft het er echter ook over dat president Brigham Young zei "dat de doodstraf Brighams protocol was voor gemengde huwelijken met inbegrip van hun kinderen als onderdeel van een bloedverzoening". Dat zijn woorden die niet te negeren zijn. Dit is wat president Brigham Young letterlijk heeft gezegd: Als iemand op een onbewaakt moment naar hen toe zou lopen en zou roepen: Hak mijn hoof af, om hen te verlossen en man, moeder en kinderen te doden, dan zou de zonde moeten verzoenen. Zou dit hen vervloeken of verwonden? Nee. Het zou hen goed doen, zodat ze samen met hun broederen gered kunnen worden". Dit is wat W. Paul Reeve, schrijver van het boekje Let's talk about race and priesthood, er over zegt: "Bij het doen van dergelijk uitspraken sprak Brigham Young, zoals hij soms deed, met extreme overdrijving. Hij gaf dit zelfs toe in 1948 toen hij erkende: 'Ik zeg vaak zoiets dergelijks, ik bedoel zoiets niet'. Het standpunt van Brigham Young is nooit in de wet van Utah vastgelegd, maar het heeft waarschijnlijk de houding onder Heiligen der Laatste Dagen ten aanzien van geweld, interraciale huwelijken en de status van zwarte mensen in het algemeen beïnvloed". Woorden doen ertoe. 


Mijn vader met twee van onze kinderen


In de evangelieverhandeling ras en het priesterschap lezen we het volgende over deze periode: "In 1850 creëerde het Congres van de Verenigde Staten het Territorium Utah, en de president van de Verenigde Staten benoemde Brigham Young tot gouverneur. Zuiderlingen die zich bij de kerk hadden aangesloten en met hun slaven naar Utah waren verhuisd, vragen zich af wat de wettelijke status van slavernij in het Territorium was. In januari en februari gaf Brigham Young twee toespraken in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten". Het gevolg van die toespraken in 1852 was niet alleen uitsluiting van het priesterschap voor de mannen, maar men kon ook niet naar de tempel, zowel de mannen als de vrouwen, om hun begiftiging te ontvangen en daar eeuwige verbonden sluiten. Ook had het tot gevolg dat "in de loop der jaren kerkleiders en -leden speculeerden over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". Theorieën waar ik mee ben grootgebracht, die door de kerk zijn teruggedraaid omdat "geen van deze verklaringen tegenwoordig worden aanvaard als officiële leer van de kerk", en waar ik nu voor bijna het derde jaar op rij over schrijf.

Wat goed is om ook te weten, nu we het toch hebben over 1852, dat, zoals we kunnen lezen in de evangelieverhandeling, "deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer, Abel, vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens gebrek aan respect voor zijn vader". Volgend jaar reis ik door het Oude Testament. Ik denk dat dit zeker iets is waar ik stil bij wil staan. 

Waar de petitie starter het ook over heeft is "dat uit talrijke onderzoeken blijkt dat raciale onrechtvaardigheden uit het verleden nog steeds doorwerken in onze samenleving". De kerk kun je ook beschouwen als een soort samenleving, en gezien door die bril, uit eigen ervaring, kan ik alleen maar beamen dat, om wat voor reden dan ook, het voor sommigen onder ons niet mee valt om deze oude denkbeelden van het verleden los te laten. Niet alleen dat, het ook onder ogen zien dat we kunnen spreken van een periode van voor Brigham Young en een periode erna. Een ander punt, wat ook thuishoort in dit rijtje, is dat "de ware kerk wordt geleid door onvolmaakte mensen" en dat God houdt van diversiteit.  

Iemand die aanwezig was, toen zwarte mensen van Afrikaanse afkomst, door middel van openbaring, het priesterschap terug ontvingen, was Bruce R. McConkie. Hij heeft iets over Brigham Young gezegd, maar die lijn kan ik ook doortrekken naar ras en het priesterschap: "Sommige profeten - ik zeg het met respect - weten meer en hebben meer inspiratie dan anderen. Dus als Brigham Young, een van de grootste profeten, iets over Adam zei dat niet in overeenstemming is met wat er in het Boek van Mozes en in hoofdstuk 78 staat, dan prevaleert de Schrift. Dit is een van de redenen waarom we onze geschriften de Standaardwerken noemen. Ze vormen de maatstaf voor oordeel en de meetlat waaraan alle leer en opvattingen worden gewogen, en het maakt geen greintje verschil welke opvattingen erbij betrokken zijn. De Schrift heeft altijd voorrang". Het woord van de Heer is inderdaad de ultieme redding. Dit is wat de Heer er over zegt in het voorwoord op de Leer en Verbonden:

"Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees,
want Ik ben geen aannemer des persoons,
LV 1:34,35


donderdag 18 september 2025

1. Politieke meetlat



Vorige week deelde ik de verkeerde link bij de woorden "in dit artikel van de kerk lezen we dat toen Brigham Young de beperking uitlegde, hij een wijdverbreid maar onjuist idee vertolkte dat God mensen van zwarte Afrikaanse afkomst had vervloekt". Ondertussen heb ik dit gecorrigeerd. Tevens heb ik dat logje aangevuld met de opmerking dat de kerk zijn medewerking heeft verleend aan een nieuwe digitale database, The Abominable Slavery, die ontwikkeld is door W. Paul Reeve, tevens in samenwerking met de J. Willard Marriott Library. Het kan zijn dat ik in de toekomst opnieuw aandacht wil geven aan deze debatten, omdat tijdens deze debatten Brigham Young voor het eerst publiekelijk verklaarde dat mensen van zwarte Afrikaanse afkomst niet langer tot priester gewijd konden worden. 

In de verzen 76-80 van Leer en Verbonden 101 kunnen we lezen "dat de Heer de grondwet van de Verenigde Staten tot stand heeft gebracht". In een van deze verzen kunnen we ook lezen: "dat het niet juist is dat enig mens andermans slaaf is". Op dit moment ben ik echter net even meer geïnteresseerd in grondwetten, dus deze duidelijke uitspraak over hoe de Heer denkt over slavernij, laat ik voor nu ook even liggen. 

Vorige week keek ik naar een pittig interview dat Eva Jinek had met NSC'er Nicolien van Vroonhoven. Aan Van Vroonhoven werd de vraag gesteld hoe ze nu terugkijkt op de afgelopen periode en hun samenwerking met de PVV. In dit gesprek kwamen woorden voorbij als "ondemocratisch" en "niet staatsrechtelijk". Woorden die sloegen op de PVV, "terwijl de NSC toch streefde naar goed bestuur en herstel van vertrouwen?" Eén ding is zeker: men worstelt met de PVV,  haar wel of niet democratisch zijn, en dat zal de komende verkiezingen niet anders zijn. 

En daaroverheen, ook vorige week, de aanslag op Charlie Kirk. Opnieuw werd er gesproken over de grondwet, en nu dan meer specifiek over de vrijheid van meningsuiting. De aanslag op Kirk is een trieste bevestiging dat de VS steeds meer in de greep is van politiek geweld. Dit is wat premier Schoof erover zei: "Niemand verdient het om vermoord te worden, en zeker niet om politieke opvattingen. De democratie in Nederland, in het Westen, in Amerika, staat en leeft bij de vrijheid van meningsuiting. Tevens zei Schoof dat "hij de polarisatie ziet groeien". 

Als ergens de polarisatie is toegenomen, dan is het toch zeker ook in ons kabinet. Vanochtend las ik nog dit daarover: "Door intern geruzie is het kabinet als een luchtballon uit elkaar geklapt. Samenwerken wordt nog een hele toer: de polarisatie is doorgedrongen tot de politiek. Of vice versa: politici wakkeren het vuur aan op straat". 



Wat betreft dat vuur aanwakkeren, ik kwam een artikel tegen waarin gezegd werd "dat donkere persoonlijkheden van politici de politieke verdeeldheid versterken". Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Eén van de onderzoekers zegt dit erover: "We weten inmiddels dat kiezers geneigd zijn signalen over te nemen van politici met wie ze zich verbonden voelen en de boodschappen van politici waar ze het niet mee eens zijn te negeren. Het zijn dus juist onze eigen politici die ons bozer maken, vijandiger doen denken over anderen en bijdragen aan affectieve polarisatie. En dat kan grote gevolgen hebben". Onder andere, zoals we kunnen lezen in dit artikel, voor de democratie. Misschien is een politieke meetlat niet zo'n gek idee. Aan de andere kant, dat leert de geschiedenis ons ook "Elk volk krijgt de leiders die het verdient". Dus in die zin kun je deze meetlat uiteindelijk toch meer zien als een water-naar-de-zee-dragende-meetlat. 

Tijdens de algemene conferentie van april 2021gaf ouderling Dallin H. Oaks een toespraak die als titel meekreeg "De goddelijk geïnspireerde Amerikaanse grondwet verdedigen" waarin hij zegt dat "deze grondwet tenminste vijf beginselen omvat. Deze beginselen verhinderen de autocratische ambities die in diverse landen de democratie aangetast hebben". En dat deze grondwet "als voorbeeld voor grondwetten in veel andere landen heeft gefungeerd". We zijn ondertussen een paar jaar verder, en als je ziet wat er allemaal om je heen gebeurd kan ik mij er iets bij voorstellen dat hij het heeft over "de grondwet verdedigen".  

In deze toespraak zegt ouderling Oaks onder andere dit: "Soms vergt het van kiezers dat ze kandidaten of politieke partijen of platforms steunen die ook standpunten hebben die ze niet goedkeuren. Dat is één van de redenen waarom we onze leden leren dat ze elkaar niet om politieke kwesties moeten veroordelen. We zouden nooit moeten stellen dat een trouwe heilige der laatste dagen niet tot een bepaalde partij mag behoren of op een bepaalde kandidaat mag stemmen. We onderwijzen in de juiste beginselen en laten onze leden vrij om te kiezen wat hun prioriteiten zijn, en hoe ze die beginselen toepassen op de kwesties waar we van tijd tot tijd mee geconfronteerd worden". Zijn opmerking, in deze toespraak, dat het "vanzelfsprekend is dat slavernij verkeerd is" kon ik natuurlijk ook niet negeren. Zeker in het licht van "dat het niet juist is dat enig mens andermans slaaf is". 

In een andere toespraak zegt ouderling Oaks het volgende, en ik denk dat dit zeker een goede raad is voor de tijd waarin wij nu leven: "Ons standpunt en onze communicatie over controversiële onderwerpen hoeven niet polemisch te zijn. We moeten verstandig zijn als we ons standpunt innemen, het uitleggen en invloed proberen uit te oefenen. We sporen iedereen aan om de gulden regel van de Heiland in praktijk te brengen: Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo. Als ons standpunt wordt afgewezen, dienen we het teleurstellende resultaat minzaam te aanvaarden en hoffelijk met onze tegenstander om te gaan. In ieder geval dienen we iedereen vriendelijk te behandelen en elk soort vervolging af te wijzen, waaronder vervolging vanwege ras, afkomst, godsdienstige of agnostische overtuiging, en seksuele geaardheid". 

"overeenkomstig de wetten en grondwet van het volk,
die Ik tot stand heb laten brengen,
en die moeten worden gehandhaaft omwille 
van de rechten en bescherming van alle vlees,
overeenkomstig rechtvaardige en heilige beginselen;
LV 101:77

zondag 11 mei 2025

4. Bruggen van raciaal begrip

 

In 2020, tijdens de algemene conferentie van oktober, zei president Russell M. Nelson het volgende in zijn toespraak Laat God zegevieren: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israëls beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald". 

Deze woorden zijn op zichzelf al duidelijk genoeg. Maar als je weet dat de kerk in 2018 samen met de NAACP een gezamenlijke oproep heeft gedaan voor meer beleefdheid, raciale en etnische harmonie en wederzijds respect, dan geeft dat een extra lading aan deze woorden. Zeker ook als je weet dat het niet bij woorden is gebleven. 




De kerk en de NAACP hebben, zoals president Nelson zelf zei, een bewogen verleden achter de rug. Wat bijzonder aan deze samenwerking is dat zij dit verleden achter zich hebben kunnen laten. Dusdanig zelfs dat het er uiteindelijk ook toe leidde dat Derrick Johnson, president van de NAACP, tijdens een zondagse eredienst, de kerkleden vanaf de kansel toesprak. Wie had dat ooit gedacht? Over de waarheid van implicaties gesproken. 


Tijdens de avondmaalsdienst

maandag 28 april 2025

1. Bruggen van raciaal begrip


Zoals jullie weten heb ik een schaduwuitstapje gemaakt. Daarnaast en/of daardoor ben ik in de weer met de ja's en nee's in mijn leven. Voor ik verderga met mijn reis door de Leer en Verbonden toch nog een klein dingetje wat ik tegenkwam over ja en nee. Ik las dat het uiteindelijk makkelijker is om nee tegen iets te zeggen dan ja, omdat uit ja het doen voortvloeit. Doen betekent een investering van tijd en energie en de vraag of je dat waard is. Zoals jullie hieronder kunnen zien, is mijn antwoord daarop nog steeds volmondig JA. 

Een aantal jaren terug gaf president Russell M. Nelson een toespraak die de titel Bruggen bouwen kreeg. In deze toespraak zegt hij het volgende: "Verschillen in cultuur, taal, geslacht, ras en nationaliteit vallen uiteindelijk in het niet als gelovigen zich op het verbondspad begeven en tot onze geliefde Verlosser komen. Uiteindelijk beseffen we dat we alleen door een begrip van het ware vaderschap van God het ware broederschap van mannen en het ware zusterschap van vrouwen volledig kunnen waarderen. Dat begrip wekt het vurig verlangen in ons op om bruggen te bouwen die samenwerking in de hand werken in plaats van muren die buiten sluiten". 

Dit waren niet zomaar wat papieren woorden die president Nelson toen uitte. Integendeel. Twee jaar geleden ontving president Nelson nog de Gandhi-King-Mandela-vredesprijs van het Morehouse College voor het bouwen van bruggen van raciaal begrip. In onderstaand filmpje deelt hij zijn gevoelens over deze prijs.



In dit filmpje heeft president Nelson het onder andere over dat in de uitnodigingsbrief gesproken wordt over Joseph Smith en zijn kandidaatstelling voor het Amerikaans presidentschap. President Nelson gaat hierop in door te zeggen dat dit in 1844 was, het jaar echter dat Joseph Smith een martelaarsdood stierf. Ook zei president Nelson dat wij de visie van Joseph Smith eren. En dan zegt president Nelson dit: "Vandaag beseffen wij ten diepste dat geen enkele man of vrouw in slavernij gehouden moet zijn". Prachtig dat hij dat zo duidelijk zegt. Het Boek van Mormon is ook duidelijk wat dit betreft. Echter, dit jaar bestuderen wij de Leer en Verbonden. Dus door die bril zal ik later in het jaar zeker stilstaan bij wat daarin gezegd wordt over slavernij. Al dan niet aan de hand van wat Joseph Smith en Brigham Young hierover gezegd hebben. 

Echter, waar ik nu bij stil wil staan, is wat president Nelson vijf jaar geleden zei tijdens de NAACP Convention. Tijdens die toespraak (Nederlandse eigen vertaling toegevoegd) sprak president Nelson "over het belang van om arm in arm en schouder aan schouder elkaar overal te verheffen. En als we dat doen, zal de wereld nooit meer hetzelfde zijn". Ook in dit geval bleef het niet alleen bij woorden. Het leidde tot een brug van samenwerking waar ik het een volgende keer over wil hebben. 

President Nelson en eerwaarde Brown

zaterdag 17 oktober 2015

Wij, gewone mensen...

Zomaar een opname.
Genomen in het slavernijmuseum Kura Hulanda. 
Deze afbeelding valt in het niet bij het staan daar in het museum bij een replica van een slavenschip. 



Uiteraard staat dit museum stil bij meer 'zaken' dan de slavernij.
Maar voor mij heeft het weergeven van deze periode de meeste indruk op mij gemaakt.
Dat wij mensen tot een zo grote ontmenselijking in staat zijn.
Want dat is wat dit museum met je doet, je betrekt het op jezelf.
Dat bleek ook wel uit de reacties ter plaatse.
Iemand zei met afschuw: "Dat wij Hollanders hiertoe in staat waren".
Alleen helaas, niet alleen de Hollanders.
Toen niet, daarvoor niet, en nu ook niet.

donderdag 17 september 2015

De intocht van...


Nee, ik heb het niet over de intocht van Sinterklaas, de discussie over Piet, en alles wat daarmee samenhangt.
Er is nu een andere intocht gaande.
Je zou denken dat men na alles wat men heeft meegemaakt, blij zou zijn om te schuilen bij elkaar.
Nou vergeet het maar.
Dat blijkt wel uit onze krant van vandaag; die spreekt over verkrachtingen en bendeoorlogen in het grootste azc van Duitsland.




'Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten hoe
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar naar toe
Hoe ver moet je gaan
 Veiligheidsraadvergaderingslanden, ontbladeringslanden, toeristenstranden
Hoe ver moet je gaan 
Vluchten kan niet meer
 Schuilen alleen nog wel, schuilen bij elkaar.'
 
Althans, toch maar niet doen, want 'dit gebeurt als mannen en vrouwen dicht op elkaar zitten'. 'Je kunt een mens uit de oorlog halen, maar de vraag is in hoeverre de oorlog uit een mens'.
 


Tekst lied: Frans Halsema
Foto: AD.nl

donderdag 16 oktober 2014

Waar is mijn brilletje toch gebleven...?!

Ik was eigenlijk niet van plan om opnieuw aandacht te schenken aan Sinterklaas en Piet.
Omdat ik dat reeds eerder gedaan heb.
Dus bij deze doe ik dat ook niet, tenminste, dat was de bedoeling

Op pagina 12 en 13 van onze krant stond paginagroot een artikel over Zwarte Piet, met als slotzin: "dat de discussie nog wel 10 jaar kan slepen".
Op pagina 14 werd ik geconfronteerd met een grote foto waarop vrouwen met kinderen staan.
Een deel van de tekst onder de foto zegt het volgende:
"In woord en gebaar maken Joodse bezoeksters van de Tempelberg en Palestijnse vrouwen elkaar duidelijk dat de ander hier niets te zoeken heeft".

In mijn blogje van toen over Piet haalde ik Glenn Helberg aan.
Als je zegt Sinterklaas, dan zeg je ook Zwarte Piet.
Als ik denk aan de discussie rond Piet, dan denk ik aan hem en zijn open brief.

Glenn Helberg begint zijn open brief onder andere met te vertellen dat hij "ooit een droom had en dat hij hoopte dat op een dag de verschillen die er waren, opzij gezet konden worden, en zo al samenwerkend de gemeenschap op een hoger plan gezet zou kunnen worden".
Hij zegt in dat stukje ook dat hij "toen op dat moment onvoldoende besefte dat er ook iets was als een menselijk gebrek en dat de menselijke natuur alom aanwezig is".  

De reden van zijn brief was dat hij het risico op disfunctionele gezinnen wil verminderen.
Want daar vindt de reproductie plaats.
Over reproductie gesproken.
Is het Sinterklaasfeest niet het kinderfeest bij uitstek?
Wordt het misschien niet de hoogste tijd dat wij als volwassenen een stap terugdoen, en het invullen daarvan overlaten aan de kinderen, tenminste aan zij die nog blank - of moet ik zeggen: nog niet gekleurd door het wereldbeeld van ons als ouders en volwassenen - hierin staan.
Want kijkend naar de kleintjes zijn zij het niet die denken in kleur. 






Afbeelding: http://www.allebedrijvenonline.nl/

woensdag 16 juli 2014

De Zonnebloem...






"In De Zonnebloem beschrijft Wiesenthal hoe hij als joodse gevangene in contact komt met een stervende SS'er die hem vertelt over zijn activiteiten bij de vernietiging van de joden in Oost-Europa. Aan het eind van zijn biecht vraagt hij Wiesenthal om vergeving. Deze weigert dit, omdat hij zich niet in staat acht, mede uit naam van de miljoenen omgekomen joden, een soort collectieve vergiffenis te schenken. Maar de vraag (die het slot van dit boek vormt) of deze beslissing juist was, blijft Wiesenthal bezighouden.'' 

Het is aan dit boek waar ik vanochtend aan moest denken, toen ik de krant las. 
Het boek waarin de stervende SS'er onder andere vertelt hoe hij samen met de anderen de joden een huis in dreven, de voordeur sloot en dat daarna handgranaten naar binnen werden gegooid. Zij die trachten te ontsnappen aan deze vuurzee werden opgewacht door een machinegeweer.

Het enige verschil met toen is dat het nu niet gaat om joden, maar Nigerianen, en dat de daders geen nazi's zijn, maar leden van Boko Haram, een terreurorganisatie die strijd voert voor een islamitische staat in het noorden en oosten van Nigeria. 
Want ook zij maken zich schuldig aan allerlei gruwelijkheden, onder andere zoals beschreven door Simon Wiesenthal, door de deuren van een jongensslaapzaal te vergrendelen en in brand te steken, waarbij 59 jongens omkwamen.  

Aan het eind van zijn boek zegt Wiesenthal: "Ik ken de levensgeschiedenis van vele nazi-moordenaars vrij nauwkeurig - geen van hen werd als moordenaar geboren. Ze waren vroeger allemaal boeren, ambachtslieden of ambtenaren, zoals je dagelijks op straat tegenkomt. In hun jeugd hebben ze godsdienstonderwijs gehad, geen van allen komt uit een misdadigersmilieu. En toch zijn het moordenaars geworden, moordenaars uit overtuiging"

Uit alles blijkt, keer op keer, toen en nu, dat wij mensen in staat zijn om ongelooflijke dingen te doen. Zowel ten goede als ten kwade. Nee, er is niets nieuws onder de zon. Vanaf het begin is het niet anders geweest. Dit alles kun je toch echter ook niet lossen van jezelf. En je eigen gewandel door het leven en toch ook de vraag: wat als ik onder druk kom te staan?



Bron: Krant AD 
Samenvatting boek: Achterkant D Zonnebloem 
Afbeelding boek: Bol.com

maandag 26 november 2012

??????????

De vraagtekens staan voor 'vul-zelf-naar-in'.
Kan even geen titel voor dit bericht bedenken.
Amper thuis, en mijn hoofd is alweer vol.
Ik heb meer dan genoeg foto's van Curaçao die ik nog zou kunnen laten zien.
Sinterklaas is weer in het land.
Kerst heeft ondertussen ook alweer een voet tussen de deur gezet.
Maar ik denk dat ik toch maar even ga voor Curaçao.
En dan niet de foto's, die verwerk ik heus nog wel ergens op mijn blog, maar waarschijnlijk dan niet in het rijtje vakantiefoto's.
Ik zeg dat nu wel, maar houd me ten goede: mijn jasje waait zoals de wind waait, in tegenstelling tot Curaçao, waar de wind overheersend uit het oosten komt.
Dan kan ik zo tegelijkertijd Sinterklaas, of beter gezegd, Zwarte Piet, meenemen in dit bericht. 

Vorig jaar rond deze tijd was er een discussie gaande met als thema: "Zwarte Piet is racisme".
Nu ben ik niet van plan, al doe ik het ongemerkt toch, om daar opnieuw aandacht aan te geven, alhoewel deze discussie nog lang niet is uitgewoed.
Dat blijkt onder andere wel uit de berichtgeving.
En sommigen spreken, in dit licht gezien, dan ook van een traditie.
De discussie rond 'Zwarte Piet is racisme' als een jaarlijks terugkerend gebeuren, dat hand in hand gaat met de komst van Sinterklaas.

Nu gaat het mij in dit bericht niet om deze discussie, al moet ik wel eerlijk bekennen dat ik Sinterklaas niet meer los kan zien van deze discussie, en vraag ik me af in hoeverre deze discussie zijn invloed niet alleen zal doen gelden op het Sinterklaas feest, maar ook op de onderlinge verhoudingen.
Nee, het gaat mij in dit bericht om de open brief die Glenn Helberg heeft geschreven aan de politici van Curacao.
Stukken uit deze open brief had ik op Curaçao al gelezen in de 'Independiente', een in het Nederlands geschreven krant. Gelukkig stond deze open brief in zijn geheel ook op internet.
Misschien denken jullie: wat heeft Helberg nu met 'Zwarte Piet is racisme' te maken.
Maar hij heeft ooit daarover het volgende gezegd: "We hebben vijf kleuren in de wereld: bruin, wit, geel, zwart en rood. Maak van alle werelddelen een Piet. Het is leuk om kinderen op te voeden met verschillende kleuren. Dan kan Sinterklaas een feest voor iedereen worden".



Tula museum.


Tijdens mijn bezoek aan Curaçao kon ik ook niet om het slavernijverleden heen.
In de eerste plaats door mijn eigen familiegeschiedenis.
Ik ben, zoals jullie, weten bezig met mijn genealogie.
En ik zie nog de naam van een van mijn voorouders met als notitie: gewezen slaaf, naam van zijn eigenaar gekregen.



Slavernij museum Kura Hulanda

Maar ook door onze bezoeken aan verschillende musea, alwaar je geconfronteerd wordt met de verschrikkingen van de slavernij, in het besef wat de één de ander kan aandoen.
En nog aan kan doen, al dan niet geschaard onder de noemer racisme.

Glenn Helberg wil om die reden ook dat wij, en ik spreek van wij, omdat dat ook geldt voor ons aan deze kant van de wereld, onze eigen geschiedenis kennen, zodat wij niet in herhaling vallen.
Maar bovenal, en daar gaat het hem met name om, wat geven wij door aan onze kinderen.
Dat blijkt wel uit het volgende:

"Dat we de sporen van het koloniale verleden in ons meedragen, is een feit. Maar dat wil niet zeggen dat we dit tot expressie moeten laten komen. Datgene wat we voeden, komt tot expressie. Voeden we gelijkwaardigheid, wezenlijk respect voor de ander en respect voor jezelf, dan zal dat tot expressie komen. Voed je identificatie met minderwaardigheid, slachtofferschap en achterdocht, dan komt dat tot expressie. We zijn mensen met talenten en mogelijkheden. Dat is wat we moeten voeden. Als ik het over het slavernijverleden heb, is het om bewustzijn te creëren over systemen waarin de mens ontmenselijkt wordt vanwege persoonlijk en financieel gewin. Creëer verantwoordelijke gezinnen, gezinnen die begrijpen hoe je kinderen stimuleert. Als je dat doet, zullen we zien hoe snel slavernij en koloniaal verleden slechts iets is om bestudeerd te worden".

Met andere woorden, als ik het goed begrijp, het gezin als hoeksteen van de maatschappij.
Maar is dat niet juist het probleem?
Hoeveel mensen geloven heden ten dage nog werkelijk in het gezin? 
Het gezin als een plek waar kinderen worden opgevoed met gelijkwaardigheid, wezenlijk respect voor de ander en respect voor jezelf?




Een Kunukuhuis of slavenhuisje

maandag 8 oktober 2012

Omdat iemand op de kruising had gestaan


Binnenkort ga ik voor een aantal weken naar Curaçao.
In de eerste plaats ga ik op familiebezoek.
Mijn vader woont daar, en het is met name hem die ik ga bezoeken.
Maar ook mijn zus, die onlangs met man en kind daar naar toe is geëmigreerd, woont op dit zonnige eiland, even voor Venezuela.
Zo'n dertig jaar geleden ben ik daar voor het laatst geweest, en ik ben benieuwd hoe het voelt om daar opnieuw te zijn.

Vorige week schreef ik mijn vader nog een e-mail met de volgende woorden:
'Lekker hoor een staatsgreep op Curaçao.
Maar we moeten er niet al te veel van denken wordt hier gezegd want dat zou slecht zijn voor het toerisme.' 
Nu ben ik geen toerist in de gebruikelijk zin van het woord.
Althans zo voelt het voor mij niet.
Want behalve dat ik mijn familie daar zal gaan bezoeken, zijn we, mijn vader en ik, ook bezig met onze persoonlijke geschiedenis,
Een persoonlijke geschiedenis, zoals velen, met een slavernijverleden, met wortels, die uiteindelijk zullen teruggaan tot in Afrika, en waarin Nederland een belangrijke rol heeft gespeeld.
En om die reden, neem ik aan, als ik de berichtgeving mag geloven, zijn er nog steeds mensen op Curaçao die argwaan koesteren jegens Nederland, sommigen daarvan zelfs met haat gevoelens.
En vooral het woord haat, vind ik heftig.
Haat betekent dat je een gevoel van vijandschap hebt jegens iets of iemand.
Maar haat betekent ook dat je niet open en positief kunt zijn. Het betekent koesteren van, wat uiteindelijk alleen maar negativiteit tot gevolg zal hebben, zowel voor je omgeving, als uiteindelijk voor jezelf.

Toen ik dat las, het soort gevoelens wat nog leeft onder een (klein) gedeelte van de bevolking, moest ik weer denken aan de discussie die hier in Nederland wordt gevoerd, als het gaat om de vraag of 'Zwarte Piet racisme is'.
Wat hier nog steeds een 'hot item' is.

In deze discussie gaat het natuurlijk niet alleen om Zwarte Piet, maar uiteindelijk ook om de verhouding tussen wit en zwart.
Dat blijkt onder andere wel uit het volgende wat je kunt terug vinden op hun blog:
'Binnen de dominante (populaire) cultuur is het vanzelfsprekend om zwarte mensen in specifieke rollen te zien. Het is zo natuurlijk geworden om zwart met dienstbaarheid te associëren dat men daar vaak bij voorbaat vanuit gaat. Een universitaire docent bijvoorbeeld was uitgenodigd als spreker op een conferentie  Toen zij een mannelijke collega tegemoet trad om zich voor te stellen, gaf hij haar prompt zijn jas er van uit gaande dat ze wel de garderobejuffrouw moest zijn. Een zwarte advocaat wordt in de rechtszaal geregeld aangezien voor de koffiejuffrouw en haar witte cliënt voor de advocaat.'

Natuurlijk kun je dit opvatten als een zwart/wit gegeven.
Maar aan de andere kant, mijn eerste gedachte was, en dat zegt natuurlijk iets over mij, dat het zo in een   man/vrouw issue paste.
En dat vele vrouwen met mij, dit zullen beamen.
Dus met andere woorden, de bril die je draagt, kleurt je omgeving.

Maar terug komend op zwart/wit, er zijn ook tegengeluiden.
Nu gaat het in dit tegengeluid niet over dat 'Zwarte Piet racisme is', maar over herstelbetalingen.
Maar in de kern gaat het volgens mij om het zelfde, en dat is opnieuw de verhouding tussen wit en zwart en dat wat in het verleden is voorgevallen.

In dit tegengeluid wordt het volgende gezegd:
'Wij moeten elkaar in de ogen kijken en eerlijk zeggen waar het op staat.
Stop blaming the white man en leer verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven en daden.'

Degene die dit artikel heeft geschreven, haalt dan een toespraak aan van Bill Cosby
met het advies om dit artikel te lezen, waarin Bill Cosby onder andere het volgende zegt.
' You got to tell me that if there was parenting -- help me -- if there was parenting...'
Zo kom ik op mijn opschrift boven aan dit bericht van mij: 'Omdat iemand op de kruising had gestaan'.

Stop blaming wie of wat dat ook.
Want of het nu gaat om zwart/wit issues, man/vrouw verhoudingen, de Turken of Marokkanen. 
De grote vraag is uiteindelijk: 'Door wat voor een gevoelens laten ik me leiden?' en 'Wat geef ik daarvan door aan de volgende generatie?' 

Bill Cosby had het over het laten lachen van Jezus.
Was het niet juist Jezus die zei: 'Heb je naaste lief als jezelf!'
Maar misschien ligt daar het probleem:

'In de duistere hoeken van ons aller leven ligt zij op de loer.
Het is een vuur dat degenen die het ontsteekt verteert.'

Zolang wij dat vuur in onszelf niet kunnen bedwingen, om wat voor reden dan ook, en de schuldvraag elders neerleggen, hebben wij weinig reden tot het koesteren van hoop.




Alles, o God, maar geen haat
Ik heb het gekend in mijn dagen,
En het beste, dat het doet, is de ziel met littekens ontsieren
En het hart wegvreten.
De mens moet meer dan haat hebben
Als de jaren voorbijgaan
En er nog lente is en sterren blijven
En slechts de mens de dageraad ontkent.
God, ik heb slechts één gebed,
Voordat het door wolken omfloerste einde komt.
Ik heb zo genoeg van de haat en van het verlies, dat zij brengt,
Laat mij mijn broeders vriend zijn.






Foto: andredegen.nl
Gedicht: anoniem.
Uitspraak?

dinsdag 3 januari 2012

Het dagboek van mijn vijand

Zo aan het begin van dit nieuwe jaar stelde ik mezelf de vraag, waarom houd ik eigenlijk een blog bij. Er gaat best veel tijd in zitten, daarnaast ben ik niet echt een schrijfster.
Ook voel ik niet de behoefte om doorlopend over mijn persoonlijk leven te schrijven, al krijg je ongemerkt toch zo een beeld van mijn leven.
Misschien ligt het antwoord in het feit dat ik mappen prachtig materiaal heb liggen, en dat het zonde is om daar geen gebruik van te maken. Materiaal waar ik van geniet en waar ik mijn energie uit haal.
Waarvan ik denk, jammer dat het hier zo in de kast ligt.  
Ik heb me voorgenomen me dit jaar meer te richten, of te fungeren als ''doorgeefluik". En dingen uit deze mappen met jullie te delen.
Om die reden heb ik een verhaal, geschreven door Stephen G. Biddulph, dat ik met jullie wil delen.
Het komt uit ‘de Ster’, de voorloper van de ‘Liahona’. Helaas staat het niet op internet, althans ik heb het niet terug kunnen vinden.
De reden dat ik aan dit verhaal moest denken komt omdat een doel, pas een doel is, als het op geschreven is. En een dagboek is onder andere een geschikte manier om je doelen in op te schrijven en zo je vooruitgang te meten. En toen ik aan mijn dagboek dacht, in het licht van het stellen van doelen, toen dwaalden mijn gedachten af naar dit verhaal.  



Het dagboek van mijn vijand.
Hoe vreemd het ook mag lijken, het was tijdens de oorlog in Vietnam dat ik het grote geheim ontdekte van een vredig, gelukkig leven. Ik had twee maanden voortdurend aan gevechtshandelingen deelgenomen, en die ervaring had zijn tol geëist van mijn lichamelijke en geestelijke kracht. Post van thuis werd maar zelden bezorgd aan het front; evenmin werden er avondmaalsdiensten gehouden of andere zondagsdiensten die mijn geest zouden verkwikken. Mijn eigen gebeden vormden mijn enige krachtbron. Ik voelde me eenzaam en geïsoleerd. Stukje bij beetje begonnen de dagelijkse, zware inspanningen van de gevechten en de voortdurende aanblik van de dood me af te matten en mijn hart te verharden. Ik bemerkte dat ik haast werd als de Nephitische strijders - dorstig naar het bloed van de vijand. Op 9 juli 1972, na een hele dag marcheren, sloeg mijn bataljon zijn bivak op in een klein, verlaten gehucht dat nog maar kort tevoren was aangevallen. De hutten lagen nog te smeulen in de laatste stralen van het zonlicht. In een naburig veld vonden we het lichaam een een jonge Vietnamese soldaat. Terwijl we zijn kleding doorzochten naar geheime informatie, wierp ik een koele blik op deze  vijand. Op de gesneuvelde soldaat werden papieren gevonden; deze werden naar de commandant gebracht. Mijn belangstelling werd gewekt toen ik hoorde dat de papieren geen geheime informatie bevatten, maar dat het een dagboek was. Ik verwonderde me er over dat deze vijandige soldaat de tijd had genomen om een dagboek bij te houden, en ik vroeg me af wat de laatste gedachten waren geweest die hij aan het papier had toevertrouwd. Die avond kreeg ik een globale vertaling van het dagboek in mijn bezit. Ik las hem bij het flakkerende licht van het vuurtje waarop ik kookte. 'Ik weet niet waar we zijn', las ik. Onze officieren zeggen dat we dapper strijden tegen Amerikaanse imperialisten die ons vaderland zijn binnen gedrongen. We vechten dapper, maar we worden slecht bevoorraad. Ik ben eenzaam. Ik  mis mijn gezin, ver hier vandaan. Ik vraag me af wat ze op het moment doen. Ik mis mijn huis, en ik zou weer terug willen zijn in de bergen en door de bossen willen lopen. Ik wilde dat ik de bloemen, de vogels en de dieren van thuis weer kon zien.'
Ik staarde naar het stuk papier, verbaasd over deze woorden. Dit waren niet de woorden van een vijand. Dit waren de woorden van een verwante geest! Zijn volk en dat van mij hadden elkaar als tegenstanders ontmoet, elkaar dreigend aankijkend over een schijnbaar niet te overbruggen kloof van culturele, etnische en politieke verschillen. Maar we waren niet werkelijk vijanden van geest. Onder andere omstandigheden hadden we broers kunnen zijn. Plotseling begreep ik dat het niet in Vietnam was, dat de werkelijke oorlog plaatsvond, en dat mijn kameraden en ik niet de werkelijke strijders waren. De werkelijke oorlog werd allereerst in de hemel gevoerd door Lucifer. Op aarde was niet het Noordvietnamese volk de werkelijk vijand, noch enig ander volk, maar de onzichtbare strijdmacht van het kwaad, die een oorlog van onwetendheid en geestelijke gevangenschap voert tegen heel de mensheid. De werkelijk strijders voeren strijd onder de banier van Jezus Christus. Deze strijders doden of vernietigen niet, maar genezen juist, en bieden leven - eeuwig leven - door de verdiensten van Jezus Christus en door een kennis van zijn herstelde evangelie. Die dag in Vietnam kwam ik erachter, terwijl ik bij het vuur zat, dat geluk en vrede voortvloeien uit de wetenschap dat de waarde van een menselijke ziel groot is, ongeacht ras, geloof of politieke opvattingen, en dat wij allemaal kinderen zijn van onze Vader in de hemel. Dat te weten betekent alle mensen liefhebben, zelfs hen die de vijand lijken te zijn. 

Foto: photl.com













vrijdag 26 augustus 2011

Geen rust

Net terug van vakantie en nu al geen rust?
Heb ik dan die artikelen niet gelezen die gaan over hoe je je vakantiegevoel kunt vasthouden?
Natuurlijk heb ik deze artikelen gelezen, of moet ik zeggen door gebladderd, want ja, ik heb geen rust.
Maar met geen rust bedoel ik om het één wel te doen en het ander niet te doen.
Ik heb maar 24 uur in een dag, om die reden kan ik niet alles doen, en zal ik prioriteiten moeten stellen.
Ik heb geprobeerd om wekelijks iets op mijn blog te zetten, de vakantieperiode uitgezonderd, maar dat zal er nu niet meer van komen. 
Ik heb gewoon even niet de rust om dat te doen.
Omdat ik andere prioriteiten heb.
Eén van de dingen waar ik mijn aandacht de komende tijd naar wil laten uitgaan, is mijn genealogie. 
En dan gaat het mij niet alleen om de namen van mijn voorouders, maar ook om hun persoonlijke geschiedenis.
Het probleem is dat ik namelijk een 'witte' en een 'zwarte' kant heb. 
En met name van deze laatste kant weet ik weinig of niets.
Niet alleen als het gaat om hun namen, maar ook om hun persoonlijke geschiedenis. 
Een geschiedenis die ook nauw verbonden is met de slavernij.
Dus goed beschouwd ga ik weer op reis.
Voorlopig door middel van de computer en al het ander materiaal dat er toe doet, maar uiteindelijk ook over mijn eigen landsgrenzen heen.  
Ben benieuwd hoe ver ik, dat kun je in meerder opzichten beschouwen, zal komen.



De Maas, Baarlo

dinsdag 3 mei 2011

Pauze

Alweer even geleden dat ik iets op mijn blog heb gezet.
Zegt dat iets over mij en mijn blog?
Ik denk het wel.
Het is niet zo dat ik stil heb gezeten, integendeel.
De afgelopen periode veel gedaan, gelezen (desondanks groeit het stapeltje ongelezen boeken) en gedacht.
En een blog bijhouden kost nu eenmaal tijd.
Maar aan de andere kant, het zou niet eerlijk zijn om tijd, als excuus te gebruiken.


Passend in het licht van deze dagen:




Wij die in de concentratiekampen hebben gezeten,
kunnen ons de mensen herinneren die anderen getroost hebben,
die hun laatste stuk brood weggegeven hebben.
Het waren er wel niet veel die dat deden,
maar hun opofferingsgezindheid bewijst duidelijk dat je een mens alles kunt afnemen,
maar één ding niet:
de vrijheid die hij in laatste instantie nog altijd heeft,
namelijk om in elke omstandigheid zelf zijn houding te bepalen en zijn eigen weg te gaan. 
Viktor E. Frankl.


Foto: photl.com