donderdag 19 februari 2026
2. Gods koninkrijk is een 'melting pot'
maandag 19 januari 2026
4. Onze ware identiteit en labels
Het is geweldig, behalve dan...
maandag 15 december 2025
2. Racisme, heden of verleden
Eigenlijk komt het erop neer dat ik opnieuw mijn tent heb opgeslagen, maar nu bij de uitspraak: "de kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". Dat wil niet zeggen dat ik mijn reis door de Leer en Verbonden al heb afgerond. Integendeel, want waar ik het over wil gaan hebben, heeft te maken met deze twee zinnen uit de Officiële Verklaring 2: "Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De kerkverslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik".
maandag 8 december 2025
5. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is
donderdag 13 november 2025
1: De HOE van de herstelling
Tijdens de afgelopen oktober conferentie zijn er vele prachtige toespraken gegeven, maar eentje die zeker niet mag ontbreken op mijn blog is die van ouderling Peter M. Johnson De kracht van bediening aan die ene. In deze toespraak vertelt hij dat hij 19 jaar was toen hij lid werd van de kerk en dat hij een jaar later een voltijdzending aanvaardde. Hij wist echter niet veel over de geschiedenis van de kerk toen hij aan zijn zending begon.
Ouderling Johnson: "Ik kwam er tijdens mijn zending al snel achter dat er een periode was geweest dat zwarte mensen van Afrikaanse afkomst niet alle zegeningen van aanbidding in het huis des Heren konden ontvangen. Toen ik dit hoorde, was ik boos, in de war, vol twijfel en angst. Die gevoelens werden zo sterk dat ik een tijdlang niet in staat was de invloed van de Heilige Geest te herkennen". Wat hem door deze periode heen hield waren de woorden van zijn collega die zei dat hij van hem hield. Daarna, zoals hij zelf zegt "vatte hij moed om in de naam van Jezus Christus tot mijn hemelse Vader te bidden" en las hij een tekst waarin gezegd werd: "Heb Ik u daarover geen vrede in uw gemoed geschonken? Welk groter getuigenis kunt u hebben dan van God? Toen ik dat las, wist ik het weer".
Toen mijn moeder lid werd van de kerk in de jaren zestig, wist zij niet dat haar kinderen ook uitgesloten waren van de zegeningen van de tempel, en mijn broer ook van het priesterschap. Daar kwam ze pas na een jaar lidmaatschap achter toen ze iets zei over dat ze hoopte dat haar zoon ooit in de toekomst op zending kon gaan. Zij heeft weken gehuild, maar uiteindelijk was haar conclusie dat Joseph Smith een profeet van God was en het Boek van Mormon het woord van God. Hoe pijnlijk deze ervaringen ook waren, zowel van ouderling Johnson als die van mijn moeder, beiden werden geleid door hun getuigenis. Ik zelf vond het bijzonder om dit verhaal, vanwege de herkenbaarheid, te horen vanaf de kansel tijdens de algemene conferentie. Toch was dit niet de eerste keer dat ouderling Johnson dit verhaal deelde. Hij had dit al eerder, uitgebreider, gedaan tijdens een andere gelegenheid.
Ouderling Johnson staat wat dit betreft niet alleen in het delen van zijn verhaal. Andere algemene autoriteiten hebben ook hun gevoelens gedeeld over hoe zij zijn omgegaan met deze restrictie periode, zoals Tracy Y. Browning, Ahmed Corbitt, Edward Dube en Carol Lawrence-Costly. Zij hebben zelfs hun ervaringen gebundeld in een boek Stay Thou Nearby. Zou je tegen hen ook zeggen dat ze het verleden moeten laten rusten? Hieruit blijkt wel hoe belangrijk het is dat je je verhaal kunt vertellen. Al blijkt dat in de praktijk niet altijd zo eenvoudig te zijn. Ik denk hierbij aan zuster Browning's woorden "dat ze zich soms door zondagse bijeenkomsten heen heeft geworsteld waar ideeën, houdingen en leringen over ras en/of het priesterschap en de tempelbeperkingen, waar de kerk en haar leiders al lang afstand van hadden genomen, werden gedeeld".
Kijkend naar wat de kerk en haar leiders al lang hebben los gelaten, en de aanpassingen die vervolgens zijn gedaan in de inleidende kopjes van onze Schriften, zijn we er nog niet als het gaat om vooroordelen, ondanks de oproep van onze leiders om racisme uit te bannen en haar boodschap "dat God het ene ras niet meer lief heeft dan het andere. Dat zijn leer in dit opzicht helder is. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen".
De kerk zelf beseft heel goed dat het adresseren van racisme, "een proces van de lange adem is en dat racisme nog steeds kan voorkomen onder haar leden". Wat, ik geef het toe, soms het nodige vraagt van mijn zelfbeheersing als het gaat om dit onderwerp. Al probeer ik in mijn achterhoofd te houden dat "een vraag de ene persoon van streek kan maken, en dat een ander er juist energie door krijgt", zoals ik. En soms ben ik gewoon van streek.
Race and The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints
- Brigham Youngs uitleg voor de beperking was gebaseerd op destijds gangbare ideeën die zwarte mensen identificeerden als afstammelingen van de Bijbelse figuren Kain en Cham. De Kerk heeft sindsdien deze rechtvaardiging voor de beperking verworpen, evenals latere rechtvaardigingen die suggereerden dat deze in het vooraards leven ontstond.
- Er is geen gedocumenteerde openbaring met betrekking tot de oorsprong van de priesterschaps- en tempelbeperking. Kerkpresidenten na Brigham Young handhaafden de beperking ondanks toenemende maatschappelijke druk, omdat ze vonden dat ze een openbaring van God nodig hadden om er een einde aan te maken.
- Kerkleiders raden tegenwoordig af om te speculeren over de oorsprong van de beperking. President Dallin H. Oaks heeft bijvoorbeeld gezegd: Als we ons bezighouden met wat niet is geopenbaard of met eerdere verklaringen van mensen die met een beperkt begrip te werk gingen kan dat alleen maar tot speculatie en frustratie leiden...Laten we allen vooruitkijken in de eenheid van ons geloof en vertrouwen op de belofte van de Heer dat 'Hij allen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw' (2 Nephi 26:33).
Een tijdje terug heb ik een stukje geschreven over "Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen". Eén van de nevendoelen van het bijhouden van verslagen is juist "om ernaar te streven te getuigen van de fundamentele waarheden van de herstelling en die te verdedigen". Een prachtig voorbeeld van het ontkennen van onze gezamenlijke geschiedenis vind ik nog steeds de Nehoriaanse olifant. Omdat men in deze video voorbij gaat aan het het feit dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde er geen onderscheid werd gemaakt tussen zwart en wit, omdat allen gelijk zijn voor God.
Wanneer ik het heb over de HOE van de herstelling dan heb ik het over de fundamentele waarheid van de herstelling. Vooruitkijken, waar president Oaks het over heeft, heeft voor mij, gedeeltelijk, ook te maken met terugkijken. Omdat het ontvangen van het priesterschap en de zegeningen van de tempel voor zowel de mannen als de vrouwen in 1978, alles te maken heeft met terugontvangen van wat men na de herstelling al had, en in HOE de Heer zijn kerk herstelde door middel van Joseph Smith. Niet alleen dat, "God heeft zijn kerk om een heel eenvoudige reden hersteld, omdat Hij van al zijn kinderen houdt en wil dat ze vreugde in dit leven hebben en bij Hem terugkeren". Vandaar dat ik er voor gekozen heb om gedurende vier jaar door de standaardwerken van de kerk te reizen. De uiteindelijke ware schoonheid van het evangelie van Jezus Christus zit hem inderdaad in het vooruitkijken. Ik moet ineens aan onze zoon denken die zei 'op naar de sterren en daar voorbij'. Misschien vanwege mijn vorig blogje.
donderdag 29 mei 2025
2. Het belang van verslagen
In hetzelfde artikel zegt ouderling Jensen ook nog dit: "De relatie tussen kerk- en familiegeschiedenis is het ook waard om eens naar te kijken. Het bestuderen van de een zal meestal leiden tot het bestuderen van de ander. Veel van de mooiste verhalen van de kerk staan in individuele en familiegeschiedenissen en maken deel uit van ons persoonlijke en familie-erfgoed". Ik kan ervan getuigen dat het bestuderen van de een inderdaad leidt tot het bestuderen van de ander. Zo is het bij mij ook gegaan. Echter, hoe zit het met mijn verhaal? Hoe zit het met mijn kerk- en familiegeschiedenis? En in hoeverre kan ik dit loskoppelen van ons gezamenlijk erfdeel?
Ik werd namelijk niet zo gek lang geleden geconfronteerd met de woorden dat ik deze periode moest laten rusten, en vooral niet achterom moest kijken. Maar hoe kan ik dit, wat een onderdeel is van mijn eigen verhaal en mijn kerk- en familiegeschiedenis, laten rusten? Was juist een van de nevendoelen van het bijhouden van verslagen niet om "ernaar te streven te getuigen van de fundamentele waarheden van de herstelling, en die te verdedigen?" Hoe kan je werkelijk getuigen van de herstelling als je niet op de hoogte bent van HOE de kerk is hersteld? Kun je spreken van een gezamenlijk erfdeel als je dit gezamenlijke verleden moet vergeten? En hoe zit het met de doorwerking van het verleden in het heden, waar ik onlangs nog een voorbeeld van heb gegeven?
Iemand die het belang van het vertellen van verhalen prachtig verwoordt is voor mij W. Paul Reeve. Dit heeft hij er onder andere over gezegd:
- De verhalen die we vertellen, vooral die welke de eerdere beperkingen blijven rechtvaardigen, zijn belangrijk, omdat ze, Reeve citeert nu president Gordon B. Hinckley, arrogant veronderstellen dat een witte man in aanmerking kwam voor het priesterschap, terwijl hij die een rechtschapen leven leidt, maar een andere huidskleur heeft, daar niet voor in aanmerking kwam.
- De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, want huidskleur is geen vloek, en is dat ook nooit geweest. Als we anders beweren, houden we witte suprematie in stand.
- De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat we racisme in stand houden wanneer we een valse raciale geschiedenis in stand houden.
- De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat bewijs ertoe doet. In plaats van suggereren dat de raciale tempelbeperkingen vanaf het begin van kracht waren. Dat is argumenteren tegen onweerlegbaar bewijs van het tegendeel.
- De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat beweren dat de raciale priesterschaps- en tempelbeperking begon met een openbaring simpelweg onjuist is.
Toen ik voor het eerst mijn verhaal deelde, nu twee jaar geleden, schreef ik dat ik hoopte dat ik nog een heleboel pagina's aan mijn verhaal zou kunnen toevoegen. En schreef ik dat ik aan het begin stond van deze reis. Ondertussen, wat ik ook zie als een onderdeel van mijn verhaal, heb ik het Nieuwe Testament en het Boek van Mormon bezocht. Dit jaar reis ik door de Leer en Verbonden. En zo, ongemerkt, voeg ik niet alleen steeds meer pagina's toe aan mijn eigen verhaal, maar is het ondertussen ook een verslag op zich geworden.
zondag 25 mei 2025
1. Het belang van verslagen
Mijn reis door de Leer en Verbonden brengt mij op heel bijzondere plekken, zoals onlangs met Leer en Verbonden 47. Deze afdeling gaat over John Whitmer die gevraagd wordt om Oliver Cowdery als kerkhistoricus en -griffier te vervangen. In een les die ging over dit hoofdstuk werd deze vraag gesteld: "Waarom is het volgens u belangrijk dat iemand de geschiedenis van de kerk schrijft?" Deze vraag maakte dat ik moest denken aan het belang van verslagen, maar ook aan mijn blog. Had ik wat ik nu schrijf over ras en het priesterschap ooit kunnen schrijven zonder deze verslagen? Zonder deze kennis van het verleden?
In het verleden heb ik een stukje geschreven over de openbaring op het priesterschap en laat ik zien hoe deze openbaring eerst - wat ik nu het blaadje noem - in onze Schriften stond en hoe hij nu in onze Schriften staat - de wortel. Ik wil niet afdoen aan de vreugde en de dankbaarheid van het blaadje.
Wat ik probeer te doen is te laten zien hoe belangrijk verslagen zijn. Want, als die verslagen er niet zouden zijn geweest, zouden wij dan hebben geweten HOE de Heer zijn kerk heeft hersteld? Want het is in de opschrift van de wortel-openbaring dat wij lezen "In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap geordend".
Een prachtig voorbeeld van zo'n zwarte priesterschapdrager uit de dagen van Joseph Smith is Elijah Able die in 1836 tot het Melchizedekse priesterschap werd geordend. In een artikel van de kerk over Elijah Able staat deze opmerking: "Begin twintigste eeuw raakte Able's status als zwarte priesterschapsdrager grotendeels in vergetelheid. Historici herontdekten later het verhaal van Able's ordening tot het priesterschap, zijn geloof in het herstelde evangelie en zijn werk als vroege zendeling".
Als historici Able's verhaal niet hadden herontdekt, of degenen uit het verleden deze verslagen niet hadden bijgehouden, hadden wij dan geweten wat we nu weten? Dit heeft Marlin K. Jensen, voormalig kerkhistoricus en -griffier erover gezegd: "De kerkhistoricus en -griffier kan een gezaghebbende stem laten horen in historische aangelegenheden. Er zijn altijd historische vraagstukken en soms zelfs historische strijdpunten. Het is nuttig om iemand te hebben tot wie men zich kan wenden voor een betrouwbaar antwoord".
Ook zegt Jensen dat "het primaire doel van de kerkgeschiedenis is de kerkleden te helpen om hun geloof in Jezus Christus te sterken en zich aan hun heilige verbonden te houden". Is het niet bijzonder dat Jensen het belang van verslagen combineert met het sterken van geloof in Jezus Christus? "Bij het bereiken van dat doel, ik citeer opnieuw Jensen, laten we ons leiden door drie voornaamste overwegingen". Ik denk niet dat ik aandacht zal geven aan deze drie punten. En als ik één zou moeten kiezen dan deze: "Ten eerste streven we ernaar te getuigen van de fundamentele waarheden van de herstelling, en die te verdedigen". Hij stelt echter ook een vraag, en die vraag kan ik absoluut niet links laten liggen. Dus dat wordt mijn volgende stopplaats. Ik hoop jullie daar te zien.












