Posts tonen met het label Aanpassingen Schriften. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aanpassingen Schriften. Alle posts tonen

donderdag 19 februari 2026

2. Gods koninkrijk is een 'melting pot'






Wanneer deze afbeelding nieuw voor je is, ga dan terug naar.... 'Onze ware identiteit en labels'. Het lijkt bijna net een bordspel. Ga direct naar de gevangenis, ga niet langs start. Wanneer je in de gevangenis zit, word je in je doen en laten beperkt, meestal als gevolg van je eigen gedrag. Toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van de profeet Joseph Smith herstelde, werd er geen onderscheid gemaakt tussen "zwarte en witte, allen waren gelijk voor God". "Echter, vanaf het midden van de negentiende eeuw tot 1978 werden zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het priesterschap geordend en mochten zwarte mannen en vrouwen niet deelnemen aan de tempelbegiftiging of aan verzegelverordeningen". In dit opzicht werden zij in hun doen en laten beperkt, met dit verschil dat zij geen schuld droegen aan deze beperking. Het probleem is echter dat in die periode, zowel door kerkleiders als -leden, het nodige is onderwezen dat door de kerk nu is verworpen en dat zij "in deze tijd elke vorm van racisme in het heden of verleden veroordelen".

Mozes 7 is een uitgelezen kans om opnieuw uit een van die boeken uit het verleden te citeren. Echter, dan sta ik opnieuw stil bij dit insect van racisme uit het verleden. Aan de andere kant, kan dit insect van racisme ook niet volledig door mij genegeerd worden, vanwege de doorwerking in het heden, wat ik niet los kan zien van stilstaan bij de wortels. De wortels hebben voor mijn gevoel echter ook te maken met context. Want waar plaats ik de restrictie in het plan van zaligheid, in het verbond van Abraham, in de herstelling van de nieuwtestamentische kerk, in wat vóórdat de wereld er was? Wat veel verder gaat dan de openbaring op het priesterschap in 1978, die in wezen alleen de blaadjes schoonveegde. Waarschijnlijk onnodig om te zeggen, maar ik doe het toch: ik ben nog niet klaar met dit ijsje. 

Voor nu wil ik echter stilstaan bij deze laatste alinea uit de evangelieverhandeling ras en het priesterschap: "De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in een vers uit het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk." Hebben "de voorwaarden die God eraan heeft verbonden" uiteindelijk ook niet te maken met de context waar ik het in voorgaande alinea over heb?

Ondertussen denk ik dat deze tekst uit het Boek van Mormon misschien wel de meest geciteerde tekst op mijn blog is. Naast natuurlijk de evangelieverhandeling ras en het priesterschap. Wie alleen zijn Schriften in het Nederlands leest, heeft misschien Scripture Helps, wat een nieuwe studiehulp is, gemist. Ik heb al eerder hieruit geciteerd. Dat was toen ik een logje had geschreven met de titel Speculaties rond de vloek van Kaïn.  Onderstaande twee voorbeelden komen ook uit deze studiehulp. En ja, opnieuw gaat het over Kaïn, wat natuurlijk niet zonder reden is. 

Wat weten we over de kinderen van Kanaän en hun vloek?
Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die voor de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam, is er geen Bijbels bewijs dat suggereert dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Evenmin is er bewijs dat ze verbonden zijn met de rechtvaardige bewoners van het land Kenan, genoemd naar de overgrootvader van Henoch. Ze verschillen ook van Noachs kleinzoon Kanaän en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd en die later kwamen. Henoch profeteerde dat de kinderen van Kanaän vervloekt zouden worden met onvruchtbaar land, blijkbaar omdat ze de inwoners van Shum hadden uitgeroeid. Het verslag vermeldt vervolgens dat duisternis over de kinderen van Kanaän kwam en dat ze veracht werden onder alle volken. Wat duisternis in dit vers betekent, is onduidelijk. Sommigen hebben aangenomen dat duisternis verwijst naar een donkere huidskleur, maar er is niets in de tekst dat deze interpretatie rechtvaardigt. 

Wat betekent het dat het nageslacht van Kaïn zwart was?
Net als bij de beschrijving van de duisternis die over het volk van Kanaän kwam in Mozes 7:8, is de betekenis zwart in vers 22 onduidelijk. Een beschrijving van Kaïns nakomelingen, die eerder in het boek van Mozes te vinden is, vermeldt dat God hen niet diende, omdat hun werken in het duister waren en zij de geboden van God niet hielden. Nadat Kaïn een onheilig verbond met Satan had gesloten en zijn broer Abel had gedood, sprak de Heer een vloek over Kaïn uit. De vloek van Kaïn hield in dat de grond geen gewassen voor hem zou voortbrengen, dat hij als een vluchteling zou rondzwerven en dat hij van Gods aanwezigheid zou worden afgescheiden. De Heer plaatste ook een ongespecificeerd teken op Kaïn om te voorkomen dat anderen wraak op hem zouden nemen. Er is geen enkele aanwijzing in de Schrift dat Kaïns teken werd doorgegeven aan zijn nakomelingen. We moeten speculeren over de aard of het uiterlijk van het merkteken dat op Kaïn werd geplaatst, of over de vraag of de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was, vermijden.

Bovenstaande teksten uit de studiehulp hebben allemaal op de een of andere manier te maken met een teken of een vloek. In het verleden heb ik een aantal stukjes geschreven over aanpassingen in de Schriften. Mozes 7 vers 8 en vers 22 zijn ook voorbeelden van aanpassingen in voetnoten van de Schriften. Beide verzen, wat in het verleden niet zo was, verwijzen nu naar 2 Nephi 26:33. Dit lijkt misschien een kleinigheid, maar geloof me, dat is het niet. Zeker als je ze leest in de context van de Officiële Verklaring 2: "In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap geordend. Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst". Door deze aanpassing werd duidelijk gemaakt dat de restrictie er niet was vanaf het begin van de herstelling van de kerk. Pas na de dood van Joseph Smith, tot 1978. 

Tot slot nog deze woorden van president Dallin H. Oaks uit zijn toespraak 'Alle mensen overal': "Hij nodigt allen uit. We begrijpen man en vrouw. We begrijpen ook zwart en wit, wat alle rassen betekent. Maar hoe zit het met slaaf en vrije? Tenslotte is een slaaf ook iemand die gevangen is door de beperkingen van andere onjuiste denkbeelden. De profeet Joseph Smith heeft gezegd dat wij de gevangenen bevrijden". Is onderwijzen over de vloek van Kaïn en Cham, dat een verkeerd denkbeeld is, in wezen ook niet een vorm van bevrijden, maar nu van verkeerde gedachten? Blijkt hieruit niet opnieuw het belang van onderwijs? Vervolgens eindigt president Oaks dit stukje met deze woorden:

"Onze Heiland
nodigt allen uit om tot Hem te komen
en deel te hebben aan zijn goedheid,
Hij verwerpt niemand die tot Hem komt
en allen zijn voor God gelijk"
2 Nephi 26:33


maandag 19 januari 2026

4. Onze ware identiteit en labels


"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid." 
President Spencer W. Kimball


Tijdens de algemene conferentie van 2020 zei ouderling Quentin L. Cook het volgende: "Laten we onszelf op dit keerpunt van tweehonderd jaar kerkgeschiedenis vast voornemen om rechtschapen te leven en eensgezinder te zijn dan ooit tevoren. Met ons geheel inclusieve leer kunnen wij een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren". 

Tijdens dezelfde conferentie zei president Dallin H. Oaks dit: "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaarde grieven gehad. In een aangrijpende persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen."

En ook president Russell M. Nelson sprak tijdens deze conferentie: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israël beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat, is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van uw huidskleur. Het bedroeft mij zeer dat onze zwarte broeders en zusters over de hele wereld door racisme en vooroordeel zo veel ellende te verduren hebben. Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding of handeling die door vooroordeel wordt ingegeven. Ik smeek u om respect voor al Gods kinderen te bevorderen". 

"Zwarte Heiligen der Laatste Dagen noemden deze verklaring van president Nelson historisch". Over historisch gesproken, ik vond dat ook van de evangelieverklaring Ras en het priesterschap. Ondanks dat ik amen kan zeggen op al het bovenstaande, ervaar ik een maar-gevoel. De opdracht is racisme uitbannen, heden en verleden. Kunnen we dit echter uitbannen zonder bewustwording? Hoe ziet dat er in de praktijk dan uit? Kijkend naar wat Theresa A. Dear van het NAACP zei, die door president Oaks werd geciteerd, viel mij het woord zwijgzaamheid op. Was ik zelf jaren niet zwijgzaam geweest over mijn eigen ervaringen, zelfs als de openbaring op het priesterschap werd besproken? Echter, die zwijgzaamheid doorbreken bleek in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn en ik liep tegen dingen aan zoals 'profeten maken geen fouten'. 

De kerk heeft een artikel geschreven over de rol van profeten. Dit artikel gaat ook in op de feilbaarheid van profeten. Interessant is trouwens ook deze opmerking over unanimiteit: "De leer wordt verklaard en uitgelegd door de president van de kerk, waarbij het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf hem ondersteunen. Zij handelen unaniem, volgens het patroon in Leer en Verbonden 107:27-31". Gelukkig, ondanks alles, is mijn moeder niet weggerend. Waar ik het echter over wil hebben, is wat te doen met sommige boeken van de kerk. Boeken hebben geen mond. Ze staan stil in de kast, mij om het even in welke kast, maar ze spreken wel degelijk.

Het is geweldig, behalve dan...


behalve dan de minder leuke stukjes.
Met wat voor films en muziek voed jij je geest?


Op bovenstaande poster heeft men het over films en muziek, maar hoe zit het met sommige kerkboeken? Boeken die geweldig zijn... op de racistische stukjes na dan. 



Wie van de oudere generatie, en daar reken ik mijzelf ook toe, is niet grootgebracht met deze boeken van Joseph Fielding Smith? En dat Shawn Crank zegt dat hij altijd quotes ziet van deze boeken, daar heeft hij helemaal gelijk in. Tijdens de afgelopen oktoberconferentie citeerde president Oaks nog uit deel 1 (zie voetnoot 6) door president Joseph Fielding Smith te citeren. 


Deze boeken zijn nog steeds te verkrijgen, en zoals je in de beschrijving kunt lezen, een 'must have' voor Heiligen der Laatste Dagen. En ook bij ons in de kerkmediatheek staan ze nog volop. Alleen, je voelt hem al aankomen, ik zie tevens het insect. Het insect van racisme. 

De Leer tot Zaligmaking, deel 1:
- blz. 63: "Er is een reden waarom de ene mens wordt geboren met een zwarte huid en met andere nadelen, terwijl de ander wordt geboren met een blanke huid en grote voordelen. Deze reden is dat wij, voordat wij hier kwamen, reeds bestonden en in mindere of meerdere mate gehoorzaam waren aan de wetten die ons daar werden gegeven. Zij die daar in alle opzichten getrouw waren, ontvingen grotere zegeningen hier, en zij die niet standvastig waren, ontvangen minder."
- blz. 67: "Bij de oorlog in de hemelen was geen sprake van neutrale partijen. Allen hebben partij gekozen, hetzij voor Christus, hetzij voor Satan. Ieder had daar beschikking over zijn vrije wil, en de mensen ontvangen hier beloningen op grond van wat zij daar hebben gedaan, net als zij in het hiernamaals beloningen zullen ontvangen voor de in het lichaam verrichte daden. De negers zullen, dat is duidelijk, de beloning ontvangen die zij verdienen."
- blz. 139: "Tubal-Kaïn was de vader van alle smeden, lang voor de zondvloed kwam. Toch hebben in het midden van de negentiende eeuw, toen Speke Grant, Livingstone en anderen de ontdekkingsreizen maakten naar de binnenlanden van Afrika, de afstammelingen van Kaïn aangetroffen die nog als wilden in het 'stenen tijdperk' leefden. Columbus zag in 1492 dat het 'stenen tijdperk' nog lang niet voorbij was. Zo troffen pioniers in 1847 in Utah vergelijkbare toestanden in de dalen van onze bergen aan". Dit is slechts een klein gedeelte van pagina 139.  

Leer tot Zaligmaking, deel 2:
- blz. 56: De enige zielen die ter wereld komen en aan beperkingen onderhevig zijn, zijn de negers. Zij kunnen het priesterschap niet dragen; maar negers mogen wel worden gedoopt, en we hebben in de kerk veel negers. Met welk recht of om welke reden zullen wij daarom onschuldige kinderen het recht ontzeggen het celestiale koninkrijk binnen te gaan, of ze nu zwart, bruin of geel zijn, als die kinderen, in alle onschuld en zonder zonden, jong sterven? Als een neger het celestiale koninkrijk kan verwerven door zich te laten dopen, en de Chinezen en de Japanners of welk ras dan ook, zou het dan consequent zijn kinderen het recht te ontzeggen dit rijk binnen te gaan alleen omdat zij onder ongunstige omstandigheden werden geboren?

Leer tot Zaligmaking, deel 3:
- blz. 148: Een van het bloed van Kaïn mag, als hij zich werkelijk bekeert, gedoopt en lid van de kerk worden en een patriarchale zegen ontvangen. Sommige negers die lid van de kerk zijn, hebben een patriarchale zegen ontvangen. 

In de mediatheek van de kerk stond nog een boekje van Joseph Fielding Smith. Ik neem daar ook maar gelijk een aantal uitspraken uit mee. 

De weg naar volmaking:
- blz. 50: Dat de neger bijvoorbeeld beperkingen zijn opgelegd wegens hun houding in de geestenwereld zal door weinigen worden betwijfeld. Het zou niet rechtvaardig zijn als hun de macht van het Priesterschap zou worden onthouden, indien dat niet een straf zou zijn voor enige daad of daden vóór hun geboorte begaan. Toch komen zij, gelijk alle andere geesten die in deze wereld werden geboren, onschuldig voor God, voor zover het hun sterfelijk bestaan betreft. Hier kunnen zij onder bepaalde beperkingen hun tweede staat volbrengen. Indien zij in deze staat trouw blijken te zijn, zal onze eeuwige Vader, Die rechtvaardig en waar is, het ongetwijfeld dienovereenkomstig belonen en zullen zij enige zegeningen tot verhoging ontvangen.
- blz 53: Is het niet redelijk te geloven dat de Here de uitverkoren geesten voor de beste klasse naties zou uitkiezen? En is het niet redelijk te geloven dat minder waardige geesten voor een minder begunstigd geslacht worden bestemd? Is dat niet in hoge mate de verklaring van de rassen in al hun verscheidenheid van kleur en intelligentie die wij in de wereld aantreffen? 
- blz. 100; Niet alleen dat Kain moest lijden, maar door zijn goddeloosheid werd hij de vader van een minderwaardig ras. Een vloek werd over hem uitgesproken en die vloek heeft zich over zijn nakomelingschap voortgezet zolang de tijd duurt. Miljoenen zijn met de vloek van een zwarte huid in de wereld gekomen en werden het voorrecht van het priesterschap en de volledige zegeningen van het Evangelie onthouden. Deze zijn de afstammelingen van Kaïn. Bovendien heeft men hen van het begin afgescheiden gehouden van de rest van het mensdom. Henoch zag de mensen van Kanaän, de afstammelingen van Kaïn, en hij zegt: .... er kwam een zwarte kleur op alle kinderen van Kanaän, dat zij onder alle mensen werden veracht... En Henoch ging voort het ganse volk tot bekering te roepen, behalve het volk van Kanaän  (Mozes 7:8,12). Billijkheidshalve moet worden gezegd dat er onder de nakomelingen van Kaïn velen zijn geweest die rechtschapen waren en in deze tweede staat zo goed mogelijk leefden volgens het licht dat zij hadden. Laten wij bidden dat de Here hen wegens hun onkreukbaarheid zal zegenen met enige zegeningen van verhoging, indien niet de volheid. Maar wat een contrast! 

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Want in dit boekje, De weg naar volmaking, wordt ook stilgestaan bij woorden van president Brigham Young, bij Cham, Egyptus en het volk van Kanaän (zie Mozes 7). Wil ik hiermee zeggen, vanwege de insecten, dat deze boeken in het water gegooid kunnen worden of dat de naam van de Brigham Young universiteit veranderd moet worden? Nee. Maar het geeft wel aan waarom ik ervoor gekozen heb om vier jaar door de Schriften te reizen aan de hand van de standaardwerken. Juist omdat ik zelf opnieuw mijn Schriften moest leren lezen, los van deze teksten van het verleden. Een proces dat nog steeds gaande is. Dit is ook waarom ik bijvoorbeeld soms zo de nadruk leg op de HOE van de herstelling. Dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk herstelde, er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Dit veranderde na de dood van Joseph Smith. Of het verbond van Abraham, omdat in het oude gedachtengoed zwarte mensen van Afrikaanse afkomst hiervan uitgesloten waren, wat vaak ook doorwerkte in hun patriarchale zegens. Daarnaast, vergeet niet dat er veel exemplaren van deze boeken zijn verkocht en evenveel leden van de kerk hierdoor zijn beïnvloed, zoals Brad Wilcox, die zich verontschuldigde voor een onjuiste uitspraak over zwarte mensen en het priesterschap. Wat een voorbeeld is van hoe woorden uit het verleden doorwerken in het heden. 

Tot slot nog twee dingen. Allereerst dit. In het verleden heb ik een stukje geschreven dat ik de titel Stof heb gegeven. Dat logje gaat over Bruce R. McConkie, die president Joseph Fielding Smith aanhaalt, die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand heeft gezegd. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft, is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden". 

En ten tweede de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' die ik, zoals ik al zei, als historisch heb ervaren. Daarin staat namelijk het volgende: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarte of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden. De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk". 

"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid."
President Spencer W. Kimball



maandag 15 december 2025

2. Racisme, heden of verleden

 

"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het heden of verleden."


Eigenlijk komt het erop neer dat ik opnieuw mijn tent heb opgeslagen, maar nu bij de uitspraak: "de kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". Dat wil niet zeggen dat ik mijn reis door de Leer en Verbonden al heb afgerond. Integendeel, want waar ik het over wil gaan hebben, heeft te maken met deze twee zinnen uit de Officiële Verklaring 2: "Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De kerkverslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik". 



In mijn deel 1 over racisme in heden en verleden heb ik stilgestaan bij de woorden in bovenstaande afbeelding. Opnieuw geef ik aandacht aan deze woorden, alleen dit keer gezien door een meer kerkelijke bril, wat onder andere blijkt uit dit voorbeeld: "Vaak denken we dat het gevolg van bekering louter de reiniging van zonde is, maar dat is een onvolledige kijk op de zaak. Iemand die zondigt is als een boom die gemakkelijk buigt in de wind. Op een winderige en regenachtige dag buigt de boom zo ver door dat de bladeren de grond raken en besmeurd worden met modder, ofwel met zonde. Als we ons richten op de reiniging van de bladeren, zal de zwakheid in de boom, waardoor die doorboog en de bladeren bevuilde, blijven bestaan. Zo zal iemand die slechts spijt heeft van de zonde, weer zondigen bij de volgende sterke wind. Pas als de boom sterker is geworden, zal herhaling tot het verleden behoren". 

Bovenstaand voorbeeld komt uit een toespraak van, toen nog, ouderling Dallin H. Oaks. Voordat ik uitleg geef waarom ik dit voorbeeld gebruik, wil ik eerst teruggaan naar een andere toespraak van ouderling Oaks die hij tijdens de algemene conferentie van oktober 2020 gaf. Deze toespraak is trouwens ook interessant om te lezen in verband met Leer en Verbonden 134, de afdeling die gaat over wetten en overheden. "De grondwet en andere wetten sporen niet aan tot revolutie of anarchie. We moeten allemaal - politie, demonstranten, voorstanders en toeschouwers - de limieten van onze rechten begrijpen, en het belang van onze plichten om binnen de bestaande wetsgrenzen te blijven". 

In deze toespraak, en dat is de reden dat ik hem aanhaal, heeft president Oaks het ook over racisme in het heden en verleden. Ouderling Oaks: "Dit land zou beter in staat moeten zijn om racisme uit te roeien, niet alleen tegen zwarte Amerikanen, die het meest zichtbaar waren in de recente protesten, maar ook tegen latino's, Aziaten en andere groepen. Dit land kent geen gelukkig verleden wat racisme betreft, en we moeten ons beteren". 

Bij dit ongelukkige verleden, de stam, daar wil ik uiteindelijk bij stilstaan. Voorafgaand, ik citeer nog steeds uit deze toespraak, zegt de president ook nog "dat alle mensen geliefde kinderen van God zijn". "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaard gaande grieven gehad. In een aangrijpend persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen". 



In het AI-overzicht wordt gezegd dat racisme bestrijden vrijwel onmogelijk is zonder bewustwording, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken te herkennen en aan te pakken. Tevens wordt er gezegd "je kunt racisme niet bestrijden met alleen symptoombestrijding". Voor mij is symptoombestrijding "als we ons richten op de reiniging van de bladeren, zal de zwakheid in de boom, waardoor die doorboog en de bladeren bevuilde, blijven bestaan". Interessant vind ik dat als het gaat om oorzaken herkennen onder andere onwetendheid als voorbeeld wordt gegeven. Wat eigenlijk heel logisch is. Want door onwetenheid kunnen we onbedoeld iets raciaals in stand houden. En zo werkt deze onwetendheid in het raciale verleden door in het heden. Echter, als we ons richten op de stam, wat inhoudt dat je terug gaat naar het verleden, en die onwetendheid doorbreekt, de boom zo sterker wordt dat herhaling ervan tot het verleden zal gaan behoren. Vandaar ook dat racisme en bewustwording hand in hand gaan.




Het opschrift van Officiële Verklaring 2 vind ik zelf een prachtig voorbeeld van bewustwording, en daardoor ook van hoe belangrijk deze stam is. Het heeft zelfs geleid tot aanpassingen in de Schriften. Ik heb hier al eerder over geschreven. In dit logje heb ik het over wortels en blaadjes, maar het komt op hetzelfde neer. Ik schreef toen, en dit geeft al aan hoe belangrijk het doorbreken van onwetendheid is, "dat begin twintigste eeuw Able's status als zwarte priesterschapsdrager grotendeels in vergetelheid raakte. Historici herontdekten later het verhaal van Able's ordening tot het priesterschap, zijn geloof in het herstelde evangelie en zijn werk als vroege zendeling". Vandaar die aanpassing in onze Schriften, en dat was niet de enige verandering. In deze periode (2013) kwam de kerk ook met de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap, ondertussen meer dan tien jaar geleden, en, ik spreek uit eigen ervaring, niet iedereen was, en misschien nu nog steeds niet, hiervan op de hoogte. 



Hieruit blijkt ook het belang van verslagen. In dit logje over het belang van verslagen citeer ik ouderling Marlin K. Jensen, voormalig kerkhistoricus en -griffier van de kerk die zegt "Iemand heeft eens gezegd dat een volk niet grootser kan zijn dan zijn verhalen". Natuurlijk denk ik bij deze woorden ook aan Mpho Tutu van Furth die zei dat de reis begint met het vertellen van je verhaal, het Zuid-Afrikaanse pad, maar ook aan mijn eigen verhaal. Of gaat deze opmerking van ouderling Jensen alleen maar op voor witte verhalen? Ik ga niet verder in op dit logje. Wel wil ik opnieuw deze woorden herhalen, waar ik mijn logje van toen mee eindigde: 

"Het is moeilijk,
zo niet onmogelijk,
om te onthouden wie je bent,
totdat je weet wie je bent."
Kyle S. McKay, kerkhistoricus en -griffier

maandag 8 december 2025

5. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is


"En nu verlang ik dat deze ongelijkheid niet meer voorkomt in dit land,
in het bijzonder onder dit, mijn volk;
ik verlang juist dat dit land een land van vrijheid is,
en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten..."
Mos 29:32

Hier spreekt een koning en geestelijk leider zijn verlangen uit over hoe hij hoopt dat het land een land van vrijheid zal zijn, en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten. De reactie van het volk is dit: "Daarom lieten zij hun verlangen naar een koning varen en begonnen er buitengewoon naar te verlangen dat eenieder in het gehele land gelijke kansen zou hebben; ja, en eenieder verklaarde zich bereid de verantwoording op zich te nemen voor zijn eigen zonden". 

"overeenkomstig de wetten en grondwet van het volk,
die ik tot stand heb laten brengen, en die moeten worden gehandhaafd
omwille van de rechten en bescherming van alle vlees,
opdat eenieder op de dag van het oordeel
rekenschap verschuldigd zal zijn van zijn eigen zonden.
Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is."
LV 101:76-79

Dit is niet de eerste keer dat ik het heb over koning Mosiah in relatie tot Leer en Verbonden 134 en slavernij. Ik zei toen ook dat ik daar toch nog een vraagteken bij zette. In bovenstaand vers wordt gesproken over wetten en de grondwet en dat de Heer hier zegt dat hij die tot stand heeft gebracht, wat je ook terugziet in de Onafhankelijkheidsverklaring. "De Onafhankelijkheidsverklaring bevestigde het geloof en vertrouwen van de Founding Fathers in God met de volgende woorden: Wij houden deze waarheden voor vanzelfsprekend; dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat zij door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk". 

Het kan dan wel zo zijn dat alle mensen gelijk geschapen waren, dat betekende niet automatisch dat ze daarmee raciaal gelijk waren. In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap lezen we daarover het volgende: "In 1790 verklaarde het Congres van de Verenigde Staten dat alleen vrije blanken burgerrechten genoten. In 1857 verklaarde het Amerikaanse hooggerechtshof dat zwarten geen rechten bezaten die de witte diende te respecteren. Zo'n dertig jaar nadat de burgeroorlog een einde maakte aan slavernij, besliste het hooggerechtshof van de Verenigde Staten dat gescheiden maar gelijkwaardige faciliteiten voor zwarten en witten grondwettelijk waren. Deze beslissing leidde tot heel wat rassenscheiding, tot het hof ze in 1954 herriep. Pas in 1967 werden wetten tegen gemengde huwelijken door het gerechtshof herroepen".

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' lezen we: "dat de kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, toen rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij witte Amerikanen. Deze denkwijze lijkt nu vreemd en verontrustend, maar toen werden alle aspecten van het leven, met inbegrip van religie, hierdoor beïnvloed". 

"Mildred Loving, een zwarte vrouw, en Richard Loving, een witte man, trouwden toen er in Amerika in een aantal staten nog sprake was van een verbod op raciaal gemengd huwelijk. Het leverde Richard een jaar gevangenisstraf op in de staat Virginia, en verbanning. De Lovings lieten het er niet bij zitten dat ze met hun gezin niet in de staat van hun keuze konden wonen, ver weg van familie en vrienden. Gesteund door Robert Kennedy spanden ze een proces aan bij het Supreme Court tegen de staat Virginia. Op 12 juni 1967 kwam de verlossende uitspraak van het Hoogggerechtshof, waarin interraciale huwelijksverboden in Amerika ongrondwettig werden verklaard". 

'Race mixing' was niet alleen een ding in de maatschappij, het speelde ook een rol in de kerk. Vandaar dat we in de evangelieverhandeling Ras en priesterschap kunnen lezen dat "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig". 

Mijn ouders


Jaren '50


Wat betreft de opmerking: "alle aspecten van het leven, met inbegrip van religie, werden hierdoor beïnvloed. Ook het leven van ons gezin, wij werden lid van de kerk in de restrictieperiode, is door deze raciale ongelijkheid, al dan niet subtiel, beïnvloed. Al dacht men in de tijd dat mijn ouders trouwden bij een gemengd huwelijk eerder aan een huwelijk met een andersgelovige. Als het wel ging om ras of etniciteit, werd dit als sociaal minder gezien. In de kerk werd dit echter als zondig gezien, zoals we dat in de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen lezen. Manlief en ik zijn getrouwd na de openbaring op het priesterschap. Op ons huwelijk lag geen beperking, maar we zijn beiden wel met dit gedachtegoed grootgebracht. En ook dit is een onderdeel van 'Vertel je verhaal'. Voor stellen van voor de restrictie periode tijd, nog even los van de restrictie in het algemeen, lag het allemaal net even anders zoals blijkt uit het verhaal van Marcus, de zoon van de eerste algemene zwarte autoriteit in de kerk (zie Ensign, May 1990, Elder Helvécio Martines of the Seventy): die verloofd was met een kerklid die geen zwarte Afrikaanse voorouders had: "Hoewel ze er tevreden mee was te vertrouwen op de belofte dat alle zegeningen ooit voor alle leden beschikbaar zouden zijn, was het vooruitzicht om geen tempelhuwelijk te hebben pijnlijk". 

Deze week staat onze leesopdracht in het teken van Officiële Verklaring 2. In deze les kunnen we lezen: "Eeuwige waarheid verandert niet, hoewel ons begrip ervan wel verandert. En soms werpt openbaring meer licht op waarheid". Dit doet mij denken aan de woorden van ouderling Bruce R. McConkie die hij zei na de openbaring op het priesterschap: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wat president Brigham Young, president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Gelukkig, en daarom leg ik zo de nadruk op de HOE van de herstelling, kwam daarover nog meer kennis die bijna vergeten was, wat leidde tot aanpassingen in opschriften en voetnoten van onze Schriften. 

Een andere reden waarom ik het belangrijk vind om mijn verhaal te delen, is wat president Nelson zei, tijdens de algemene vrouwenbijeenkomst van oktober 2019 in zijn toespraak Geestelijke schatten, tegen de zusters: "Ik smeek u om alles wat u over priesterschapsmacht kunt vinden onder gebed te bestuderen. U kunt bijvoorbeeld beginnen met Leer en Verbonden 84 en 107. Die afdelingen zullen u naar andere teksten leiden. De Schriften en leringen van hedendaagse profeten, zieners en openbaarders staan vol van die leerstellingen". Hoe kan ik een dergelijke uitdaging aangaan, en dan ras negeren? Ouderling Packer heeft trouwens ook een toespraak gegeven over het priesterschap (Ensign, July 1989, A tribute to Women). Hij is echter niet zo bescheiden geweest als president Nelson. En waar president Nelson het heeft over twee afdelingen uit de Leer en Verbonden, heeft ouderling Packer het over zes afdelingen.  

Zoals ik al eerder zei in dit logje: je mag dan wel gelijk geschapen zijn, dat betekent nog niet dat je daarmee raciaal gelijk bent. Hieruit blijkt wel, ik ben nog steeds in de weer met Leer en Verbonden 134, dat niet iedereen hetzelfde dacht over de grondwet "waarvan de Heer gezegd heeft dat deze behoort aan de gehele mensheid (LV 98:5) en gehandhaafd moet worden voor de rechten en bescherming van alle vlees, overeenkomstig rechtvaardige en heilige beginselen (LV 101:77)". Ik denk dat deze woorden ook opgaan voor de Leer en Verbonden. "Omdat de Leer en Verbonden belangrijke beginselen en procedures betreffende het bestuur van de kerk onderwijst, vormt het de constitutionele basis van de kerk in de laatste dagen". Zelf geef ik de voorkeur aan deze woorden: "Het begin en het einde van het evangelie staat in afdeling 2 van de Leer en Verbonden beschreven. Het is de sluitsteen van die prachtige boog van het evangelie. Als die steen zwak zou worden en eruit zou vallen, dan zou het gehele bouwsel van het evangelie in allemaal losse blokken uit elkaar vallen". Daarin zie ik ook een parallel met de Founding Fathers, met dit verschil dat het nu gaat om de Fathers en de aan hen gedane beloften.

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen we ook lezen dat "tegen het einde van zijn leven de stichter van de kerk, Joseph Smith, zich openlijk tegen slavernij verzette". In het artikel Joseph Smith: Campaign for President of the United States kunnen we  niet alleen lezen waarom Joseph Smith zich kandidaat stelde, we lezen hierin ook over zijn plannen wat betreft de afschaffing van de slavernij. "De afschaffing van de slavernij was een ander belangrijk onderdeel van zijn platform. Hij schreef in General Smith's views: De onafhankelijkheidsverklaring beschouwt deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn; die door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten; dat hiertoe behoren het recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk; maar tegelijkertijd worden zo'n twee of drie miljoen mensen levenslang als slaaf vastgehouden, omdat hun geest bedekt is met een donkerdere huid. In plaats van simpelweg op te roepen tot de afschaffing van de slavernij, zou Joseph Smiths platform het Congres ertoe aanzetten iedereen een redelijke prijs voor zijn slaven te betalen uit de overtollige inkomsten die voortvloeiden uit de verkoop van openbare gronden en uit de inhouding van loon van Congresleden. Om zo, met deze inkomsten, "de vrijheid van tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen te kopen". 

Of dit mijn laatste logje is over slavernij, kan ik nog geen antwoord geven. Er is daar natuurlijk nog de opmerking van Brigham Young dat hij zegt dat hij gelooft in slavernij en de opmerking in de evangelieverhandeling "dat president Brigham Young in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend kunnen worden. Misschien dat er toch nog een deel 6 komt.

Toen ik een passende afbeelding zocht voor dit logje, kwam ik er een van Paul Reeve tegen met de woorden: "Het raciale probleem van het mormonisme is een witheidsprobleem". In eerste instantie vond ik het best wel een confronterende uitspraak. Echter, denkend aan de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap, en wat daar in staat, vind ik die uitspraak van Paul Reeve helemaal niet zo gek. Neem nu deze opmerking: "De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". Wat wordt er bedoeld met racisme uit het verleden? Heeft men het hier alleen over de maatschappij of ook over de kerk? Kunnen we wat er in 1852 en daarna gebeurde afdoen als racisme? Omdat, zoals we ook kunnen lezen in deze evangelieverhandeling, deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Ideeën die eerder waren gebruikt om de legalisatie van zwarte 'herendienst' in het Territorium Utah te propageren". Is racisme uiteindelijk niet dat je discrimineert op basis van herkomst, zoals die Afrikaan? Of die nakomelingen van Kaïn of Cham door God vervloekt zijn met een donkere huid? Denkbeelden waarover we ook kunnen lezen in deze verhandeling. Of er wel of niet een deel zes komt over slavernij, dat doet er niet toe. Eén ding is zeker: ik ben nog niet uitgeschreven. 

Uitspraak betreffende afdeling 2: Doctrine and Covenants Student Manuel, Section 2

donderdag 13 november 2025

1: De HOE van de herstelling

 

Tijdens de afgelopen oktober conferentie zijn er vele prachtige toespraken gegeven, maar eentje die zeker niet mag ontbreken op mijn blog is die van ouderling Peter M. Johnson De kracht van bediening aan die ene. In deze toespraak vertelt hij dat hij 19 jaar was toen hij lid werd van de kerk en dat hij een jaar later een voltijdzending aanvaardde. Hij wist echter niet veel over de geschiedenis van de kerk toen hij aan zijn zending begon.

Ouderling Johnson: "Ik kwam er tijdens mijn zending al snel achter dat er een periode was geweest dat zwarte mensen van Afrikaanse afkomst niet alle zegeningen van aanbidding in het huis des Heren konden ontvangen. Toen ik dit hoorde, was ik boos, in de war, vol twijfel en angst. Die gevoelens werden zo sterk dat ik een tijdlang niet in staat was de invloed van de Heilige Geest te herkennen". Wat hem door deze periode heen hield waren de woorden van zijn collega die zei dat hij van hem hield. Daarna, zoals hij zelf zegt "vatte hij moed om in de naam van Jezus Christus tot mijn hemelse Vader te bidden" en las hij een tekst waarin gezegd werd: "Heb Ik u daarover geen vrede in uw gemoed geschonken? Welk groter getuigenis kunt u hebben dan van God? Toen ik dat las, wist ik het weer".

Toen mijn moeder lid werd van de kerk in de jaren zestig, wist zij niet dat haar kinderen ook uitgesloten waren van de zegeningen van de tempel, en mijn broer ook van het priesterschap. Daar kwam ze pas na een jaar lidmaatschap achter toen ze iets zei over dat ze hoopte dat haar zoon ooit in de toekomst op zending kon gaan. Zij heeft weken gehuild, maar uiteindelijk was haar conclusie dat Joseph Smith een profeet van God was en het Boek van Mormon het woord van God. Hoe pijnlijk deze ervaringen ook waren, zowel van ouderling Johnson als die van mijn moeder, beiden werden geleid door hun getuigenis. Ik zelf vond het bijzonder om dit verhaal, vanwege de herkenbaarheid, te horen vanaf de kansel tijdens de algemene conferentie. Toch was dit niet de eerste keer dat ouderling Johnson dit verhaal deelde. Hij had dit al eerder, uitgebreider, gedaan tijdens een andere gelegenheid. 

Ouderling Johnson staat wat dit betreft niet alleen in het delen van zijn verhaal. Andere algemene autoriteiten hebben ook hun gevoelens gedeeld over hoe zij zijn omgegaan met deze restrictie periode, zoals Tracy Y. Browning, Ahmed Corbitt, Edward Dube en Carol Lawrence-Costly. Zij hebben zelfs hun ervaringen gebundeld in een boek Stay Thou Nearby. Zou je tegen hen ook zeggen dat ze het verleden moeten laten rusten? Hieruit blijkt wel hoe belangrijk het is dat je je verhaal kunt vertellen. Al blijkt dat in de praktijk niet altijd zo eenvoudig te zijn. Ik denk hierbij aan zuster Browning's woorden "dat ze zich soms door zondagse bijeenkomsten heen heeft geworsteld waar ideeën, houdingen en leringen over ras en/of het priesterschap en de tempelbeperkingen, waar de kerk en haar leiders al lang afstand van hadden genomen, werden gedeeld". 

Kijkend naar wat de kerk en haar leiders al lang hebben los gelaten, en de aanpassingen die vervolgens zijn gedaan in de inleidende kopjes van onze Schriften, zijn we er nog niet als het gaat om vooroordelen, ondanks de oproep van onze leiders om racisme uit te bannen en haar boodschap "dat God het ene ras niet meer lief heeft dan het andere. Dat zijn leer in dit opzicht helder is. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen". 

De kerk zelf beseft heel goed dat het adresseren van racisme, "een proces van de lange adem is en dat racisme nog steeds kan voorkomen onder haar leden". Wat, ik geef het toe, soms het nodige vraagt van mijn zelfbeheersing als het gaat om dit onderwerp. Al probeer ik in mijn achterhoofd te houden dat "een vraag de ene persoon van streek kan maken, en dat een ander er juist energie door krijgt", zoals ik. En soms ben ik gewoon van streek. 


Race and The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints


Een artikel waar ik nog geen aandacht aan heb gegeven, is Race and The Church of Jesus Christ of Later-day Saints. In dit artikel worden een aantal vragen gesteld die de kerk tegelijkertijd ook beantwoord. Daar ik door de Leer en Verbonden reis en volgende maand  onze 'Kom dan en volg Mij' leesopdracht Officiële Verklaring 2 voorbij komt, wil ik stil staan bij een aantal vragen uit dit artikel:

"Wat weten we over de oorsprong
van de priesterschaps- en tempelrestrictie?"

In het antwoord wordt onder andere gesproken over Elijah Able en dat Brigham Young zich in 1847 nog instemmend uitsprak over de bediening van het priesterschap door Q. Walker Lewis, een zwarte ouderling. We kunnen echter ook lezen dat Brigham Young vijf jaar later, tijdens de wetgevende vergadering van het territorium Utah, aankondigde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet meer tot het priesterschap geordend konden worden en dat daardoor mannen en vrouwen ook niet meer konden deelnamen aan begiftigings- en verzegelingsverordeningen in de tempel. En dan wordt er dit gezegd:

- Brigham Youngs uitleg voor de beperking was gebaseerd op destijds gangbare ideeën die zwarte mensen identificeerden als afstammelingen van de Bijbelse figuren Kain en Cham. De Kerk heeft sindsdien deze rechtvaardiging voor de beperking verworpen, evenals latere rechtvaardigingen die suggereerden dat deze in het vooraards leven ontstond.

- Er is geen gedocumenteerde openbaring met betrekking tot de oorsprong van de priesterschaps- en tempelbeperking. Kerkpresidenten na Brigham Young handhaafden de beperking ondanks toenemende maatschappelijke druk, omdat ze vonden dat ze een openbaring van God nodig hadden om er een einde aan te maken.

- Kerkleiders raden tegenwoordig af om te speculeren over de oorsprong van de beperking. President Dallin H. Oaks heeft bijvoorbeeld gezegd: Als we ons bezighouden met wat niet is geopenbaard of met eerdere verklaringen van mensen die met een beperkt begrip te werk gingen kan dat alleen maar tot speculatie en frustratie leiden...Laten we allen vooruitkijken in de eenheid van ons geloof en vertrouwen op de belofte van de Heer dat 'Hij allen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw' (2 Nephi 26:33).

"Wat heeft de Kerk gezegd over eerdere theorieën
die probeerden de redenen voor de priesterschaps- en
tempelbeperkingen te verklaren?"

Interessant vind ik dat president Oaks het in zijn opmerking heeft over een beperkt begrip. Ouderling Bruce R. McConkie zei dit namelijk ook in een toespraak, na de openbaring op het priesterschap: "Vergeet alles wat ik heb gezegd, of wat Brigham Young, president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen." Deze uitspraak van Bruce R. Mc.Conkie kun je ook teruglezen in dit vraag-en-antwoord artikel van de kerk. 

"Wat leren hedendaagse kerkleiders over racisme"

"God houdt niet meer van het ene ras dan van het andere, en levende profeten en apostelen nodigen iedereen met raciale vooroordelen uit tot bekering. De Schriften leren herhaaldelijk dat God alle mensen liefheeft en niet de ene persoon of groep boven de andere bevooroordeelt vanwege hun uiterlijk, nationale afkomst of sociale status. Hedendaagse profeten hebben duidelijk gemaakt dat heiligen met anderen moeten samenwerken om raciale vooroordelen uit te bannen. Ik roep onze leden overal op om het voortouw te nemen in het afzweren van houdingen en daden die door vooroordelen worden gekenmerkt, aldus president Nelson. Evenzo riep president Dallin H. Oaks de leden van de kerk op om racisme uit te roeien." In dit stukje deelt zuster Tracy Browning haar gevoelens en geeft ouderling Peter M. Johnson raad. Hij zegt onder andere dat God houdt van diversiteit. Deze opmerking van dat God houdt van diversiteit staat aan de basis van mijn reis door de Schriften wat ik nu al bijna voor het derde jaar op rij doe.

Uiteindelijk komen er in dit vraag-en-antwoord-artikel 13 vragen voorbij. Het wordt wel een heel lang stuk als ik nu zou ingaan op al die dertien vragen. Misschien volgt er nog een deel twee. Mocht dat niet het geval zijn, dan wil ik niet zomaar verder reizen zonder aandacht te geven aan wat W. Paul Reeve heeft gezegd, wat in wezen mijn antwoord is op de laatste vraag. Dit komt uit het boekje Let's talk about race and priesthood. W. Paul Reeve: "Hoe kunnen we racisme uitroeien als we niet bereid zijn de wortels ervan te onderzoeken? De geschiedenis kan ons helpen van het verleden te leren om een respectvollere toekomst te creëren. Het is, naar mijn mening, veel winstgevender om van onze collectieve geschiedenis te leren in plaats van deze te verdedigen of te ontkennen". 

Een tijdje terug heb ik een stukje geschreven over "Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen". Eén van de nevendoelen van het bijhouden van verslagen is juist "om ernaar te streven te getuigen van de fundamentele waarheden van de herstelling en die te verdedigen". Een prachtig voorbeeld van het ontkennen van onze gezamenlijke geschiedenis  vind ik nog steeds de Nehoriaanse olifant. Omdat men in deze video voorbij gaat aan het het feit dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde er geen onderscheid werd gemaakt tussen zwart en wit, omdat allen gelijk zijn voor God. 

Wanneer ik het heb over de HOE van de herstelling dan heb ik het over de fundamentele waarheid van de herstelling. Vooruitkijken, waar president Oaks het over heeft, heeft voor mij, gedeeltelijk, ook te maken met terugkijken. Omdat het ontvangen van het priesterschap en de zegeningen van de tempel voor zowel de mannen als de vrouwen in 1978, alles te maken heeft met terugontvangen van wat men na de herstelling al had, en in HOE de Heer zijn kerk herstelde door middel van Joseph Smith. Niet alleen dat, "God heeft zijn kerk om een heel eenvoudige reden hersteld, omdat Hij van al zijn kinderen houdt en wil dat ze vreugde in dit leven hebben en bij Hem terugkeren". Vandaar dat ik er voor gekozen heb om gedurende vier jaar door de standaardwerken van de kerk te reizen. De uiteindelijke ware schoonheid van het evangelie van Jezus Christus zit hem inderdaad in het vooruitkijken. Ik moet ineens aan onze zoon denken die zei 'op naar de sterren en daar voorbij'. Misschien vanwege mijn vorig blogje. 

donderdag 29 mei 2025

2. Het belang van verslagen


"Ziet, er zal onder u een verslag worden bijgehouden."
Leer en Verbonden 21:1

Dit stukje kan eigenlijk niet los gelezen worden van deel één, die ook als thema het belang van verslagen heeft. Omdat ik denk dat het achtergrond geeft aan waarom ik, opnieuw, stilsta bij  afdeling 47 van de Leer en Verbonden. Daarnaast ga ik ook weer in op het artikel van voormalig kerkhistoricus en -griffier Marlin K. Jensen. Dit is vanwege de door mij niet te negeren onderstaande vraag, die ik als uitgangspunt heb gebruikt voor dit deel. 

"Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen,
of we nu nieuwe leden zijn
of deel uitmaken van generaties in de kerk?"
Marlin K. Jensen

Ouderling Jensen: "Iemand heeft eens gezegd dat een volk niet grootser kan zijn dan zijn verhalen. De kerkgeschiedenis begint met het boeiende relaas van Joseph Smith en zijn zoektocht naar de ware kerk. Als we Josephs relaas geloven, maken wij deel uit van een groot aantal gelovigen die hun leven veranderen door het herstelde evangelie aan te nemen. Deze ervaring wordt een uiterst belangrijk onderdeel van ons gezamenlijke kerkelijke erfgoed". Ik ben ook onderdeel van dit gezamenlijke erfgoed. Ik geloof ook in Joseph Smiths zijn relaas. Ik maak ook deel uit van die groep gelovigen. En ja, mijn leven is ook veranderd door het herstelde evangelie. Desondanks ervaar ik een maar, en dat komt door de woorden "dat een volk niet grootser kan zijn dan zijn verhalen". 

In hetzelfde artikel zegt ouderling Jensen ook nog dit: "De relatie tussen kerk- en familiegeschiedenis is het ook waard om eens naar te kijken. Het bestuderen van de een zal meestal leiden tot het bestuderen van de ander. Veel van de mooiste verhalen van de kerk staan in individuele en familiegeschiedenissen en maken deel uit van ons persoonlijke en familie-erfgoed". Ik kan ervan getuigen dat het bestuderen van de een inderdaad leidt tot het bestuderen van de ander. Zo is het bij mij ook gegaan. Echter, hoe zit het met mijn verhaal? Hoe zit het met mijn kerk- en familiegeschiedenis? En in hoeverre kan ik dit loskoppelen van ons gezamenlijk erfdeel?

Ik werd namelijk niet zo gek lang geleden geconfronteerd met de woorden dat ik deze periode moest laten rusten, en vooral niet achterom moest kijken. Maar hoe kan ik dit, wat een onderdeel is van mijn eigen verhaal en mijn kerk- en familiegeschiedenis, laten rusten? Was juist een van de nevendoelen van het bijhouden van verslagen niet om "ernaar te streven te getuigen van de fundamentele waarheden van de herstelling, en die te verdedigen?" Hoe kan je werkelijk getuigen van de herstelling als je niet op de hoogte bent van HOE de kerk is hersteld? Kun je spreken van een gezamenlijk erfdeel als je dit gezamenlijke verleden moet vergeten? En hoe zit het met de doorwerking van het verleden in het heden, waar ik onlangs nog een voorbeeld van heb gegeven?

Iemand die het belang van het vertellen van verhalen prachtig verwoordt is voor mij W. Paul Reeve. Dit heeft hij er onder andere over gezegd: 

  • De verhalen die we vertellen, vooral die welke de eerdere beperkingen blijven rechtvaardigen, zijn belangrijk, omdat ze, Reeve citeert nu president Gordon B. Hinckley, arrogant veronderstellen dat een witte man in aanmerking kwam voor het priesterschap, terwijl hij die een rechtschapen leven leidt, maar een andere huidskleur heeft, daar niet voor in aanmerking kwam.
  • De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, want huidskleur is geen vloek, en is dat ook nooit geweest. Als we anders beweren, houden we witte suprematie in stand. 
  • De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat we racisme in stand houden wanneer we een valse raciale geschiedenis in stand houden. 
  • De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat bewijs ertoe doet. In plaats van  suggereren dat de raciale tempelbeperkingen vanaf het begin van kracht waren. Dat is argumenteren tegen onweerlegbaar bewijs van het tegendeel. 
  • De verhalen die we vertellen zijn belangrijk, omdat beweren dat de raciale priesterschaps- en tempelbeperking begon met een openbaring simpelweg onjuist is.

Toen ik voor het eerst mijn verhaal deelde, nu twee jaar geleden, schreef ik dat ik hoopte dat ik nog een heleboel pagina's aan mijn verhaal zou kunnen toevoegen. En schreef ik dat ik aan het begin stond van deze reis. Ondertussen, wat ik ook zie als een onderdeel van mijn verhaal, heb ik het Nieuwe Testament en het Boek van Mormon bezocht. Dit jaar reis ik door de Leer en Verbonden. En zo, ongemerkt, voeg ik niet alleen steeds meer pagina's toe aan mijn eigen verhaal, maar is het ondertussen ook een verslag op zich geworden. 

"Het is moeilijk, zo niet onmogelijk,
om te onthouden wie je bent,
totdat je weet wie je bent".





zondag 25 mei 2025

1. Het belang van verslagen


"Ziet, er zal onder u een verslag worden bijgehouden."
Leer en Verbonden 21:1

Mijn reis door de Leer en Verbonden brengt mij op heel bijzondere plekken, zoals onlangs met Leer en Verbonden 47. Deze afdeling gaat over John Whitmer die gevraagd wordt om Oliver Cowdery als kerkhistoricus en -griffier te vervangen. In een les die ging over dit hoofdstuk werd deze vraag gesteld: "Waarom is het volgens u belangrijk dat iemand de geschiedenis van de kerk schrijft?" Deze vraag maakte dat ik moest denken aan het belang van verslagen, maar ook aan mijn blog. Had ik wat ik nu schrijf over ras en het priesterschap ooit kunnen schrijven zonder deze verslagen? Zonder deze kennis van het verleden? 

In het verleden heb ik een stukje geschreven over de openbaring op het priesterschap en laat ik zien hoe deze openbaring eerst - wat ik nu het blaadje noem - in onze Schriften stond en hoe hij nu in onze Schriften staat - de wortel. Ik wil niet afdoen aan de vreugde en de dankbaarheid van het blaadje. 

Blaadje

Wat ik probeer te doen is te laten zien hoe belangrijk verslagen zijn. Want, als die verslagen er niet zouden zijn geweest, zouden wij dan hebben geweten HOE de Heer zijn kerk heeft hersteld? Want het is in de opschrift van de wortel-openbaring dat wij lezen "In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap geordend". 

Wortel

Een prachtig voorbeeld van zo'n zwarte priesterschapdrager uit de dagen van Joseph Smith is Elijah Able die in 1836 tot het Melchizedekse priesterschap werd geordend. In een artikel van de kerk over Elijah Able staat deze opmerking: "Begin twintigste eeuw raakte Able's status als zwarte priesterschapsdrager grotendeels in vergetelheid. Historici herontdekten later het verhaal van Able's ordening tot het priesterschap, zijn geloof in het herstelde evangelie en zijn werk als vroege zendeling". 

Als historici Able's verhaal niet hadden herontdekt, of degenen uit het verleden deze verslagen niet hadden bijgehouden, hadden wij dan geweten wat we nu weten? Dit heeft Marlin K. Jensen, voormalig kerkhistoricus en -griffier erover gezegd: "De kerkhistoricus en -griffier kan een gezaghebbende stem laten horen in historische aangelegenheden. Er zijn altijd historische vraagstukken en soms zelfs historische strijdpunten. Het is nuttig om iemand te hebben tot wie men zich kan wenden voor een betrouwbaar antwoord". 

Ook zegt Jensen dat "het primaire doel van de kerkgeschiedenis is de kerkleden te helpen om hun geloof in Jezus Christus te sterken en zich aan hun heilige verbonden te houden". Is het niet bijzonder dat Jensen het belang van verslagen combineert met het sterken van geloof in Jezus Christus? "Bij het bereiken van dat doel, ik citeer opnieuw Jensen, laten we ons leiden door drie voornaamste overwegingen". Ik denk niet dat ik aandacht zal geven aan deze drie punten. En als ik één zou moeten kiezen dan deze: "Ten eerste streven we ernaar te getuigen van de fundamentele waarheden van de herstelling, en die te verdedigen". Hij stelt echter ook een vraag, en die vraag kan ik absoluut niet links laten liggen. Dus dat wordt mijn volgende stopplaats. Ik hoop jullie daar te zien. 


Foto: Pixabay