Posts tonen met het label Allen voor God gelijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Allen voor God gelijk. Alle posts tonen

zondag 11 oktober 2026

2. Fairness for all

 




Voordat je denkt: wat heeft bovenstaande plak-en-knipgebeuren nu met 'Fairness for all' te maken? Dan kan ik je nu al vertellen: alles. Al is dit natuurlijk wel afhankelijk van waar precies je oog opvalt. Tenminste, laat ik het anders zeggen: er zit een rode draad in verwerkt. Dit keer is die rode draad, 'Fairness for all', mijn kapstok, waar ik allerlei hangers, onderwerpen, aan kan ophangen. Zolang ik die rode draad zie, ben ik op de goede weg, ongeacht het aantal zijstraten dat ik eventueel onderweg kan tegenkomen. 

Van de zomer had ik een Zomerboek cadeau gekregen waarin een 'zomer notebook' zat. Manlief, hij had eerst wel zo zijn bedenkingen, en ik zijn hiermee aan de slag gegaan. Om de beurt nemen wij een uitstapjesdag voor onze rekening en beschrijven wij in het kort, aan de hand van tekst, foto's en/of plaatjes, wat wij die dag hebben gedaan. Officieel is de opdracht "One sketch a day", daarvoor moet je echter niet bij ons zijn. 

Wij zijn op de dag van de afbeelding naar Madurodam geweest en hebben daar "de Eerste Vrije Statenvergadering van 1572" bijgewoond. "Wat zij toen besloten, zorgt ervoor dat wij nu in vrijheid kunnen leven". Deze show van vijf minuten eindigt met deze woorden op de muur geprojecteerd:

"Vrij:
. Om te denken
. Om te geloven
. Om te zijn wie je bent."

Eerder zei men het zo in deze voorstelling: "Waar je kunt denken wat je wilt, waar je kunt geloven wat je wilt en kunt zijn wie je bent. Wat ik niet los kan zien van 'Fairness for all'. 



Dat ik aandacht geef aan 'Fairness for all' heeft te maken met de toespraak 'Levend in Christus' van president Dallin H. Oaks, die wij onlangs in onze vrouwenorganisatie, de ZHV, bespraken.  Hij zei namelijk het volgende: "Als volgelingen van Christus moeten we ernaar streven om vreedzaam en liefdevol met andere kinderen van God samen te leven die niet onze waarden delen en niet de verbondsverplichtingen hebben die wij op ons genomen hebben. In een democratisch bestel moeten we streven naar billijkheid voor iedereen". Mijn 'Fairness for All'-rode draad. 

Ik werk met verschillende rode draden om het overzicht te bewaren. Maar mijn hoofdthema is en blijft: dat 'Allen gelijk zijn voor God'. President Oaks begon zijn toespraak namelijk met te spreken over de opstanding. Een pijler van ons geloof, die "tot allen zal komen, zowel jong als oud, zowel geknechten als vrijen, zowel man als vrouw, zowel goddelozen als rechtvaardigen". Waarbij ik tegelijkertijd er achteraan dacht: "zwarte en witte".  

Vorige week, tijdens de algemene conferentie, gaf president Oaks een toespraak met als titel 'The Gospel of Jesus Christ Is For All'. Ik wacht op de Nederlandse vertaling van deze toespraak, en dan kom ik erop terug. Deze toespraak is namelijk voor mij ook een zijstraat. Die ik voor nu maar de ALL-zijstraat noem, want het woord 'all' is wat mij opviel toen ik naar deze toespraak luisterde. Misschien moet ik nog een keer gaan luisteren en de 'all's' turven. "Zijn genade, ik citeer nu president Oaks, is er voor iedereen. Het Boek van Mormon leert dat onze Heiland allen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid;

en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
Hij is de heidenen indachtig;
en alleen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken".

Tot slot nog dit, wat ik ook zie als een zijstraat, een hanger: Dordrecht mag dan de stad zijn waar de Eerste Vrije Statenvergadering plaatsvond, "het begrip vrijheid gold in 1572 alleen voor een bepaalde groep in Europa en strookte niet met de latere slavernij en koloniale onderdrukking". In de tentoonstelling 'Verweven Verleden', die binnenkort te zien is in het Hof van Nederland, wordt stilgestaan bij dit koloniale verleden van Dordrecht. En zo ga ik van het 'Hof van Nederland' in het klein naar 'Hof van Nederland' in het groot. 



zondag 27 september 2026

1. Fairness for all

 

Komend weekend is het weer algemene conferentie. En voor mij, toen president Russell M. Nelson nog leefde, was het dan ook soepjestijd. Het voelt vreemd aan dat dit niet meer zo is, terwijl in mijn hoofd die twee, al is het slechts in naam, nog steeds verbonden met elkaar zijn. Net zoiets als: "Zeg je A, dan zeg je ook B". 

Net voor de algemene conferentie van oktober 2025 overleed president Nelson. Tijdens deze conferentie werd president Dallin H. Oaks nog voorgesteld als president van het Quorum der Twaalf Apostelen. Om vervolgens een aantal dagen later, op 14 oktober, te worden gesteund als de achttiende President van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. 

De algemene conferentie van april dit jaar was dus zijn eerste conferentie als President van de kerk. Tijdens deze conferentie sprak president Oaks drie keer. Hij was zowel de eerste spreker als de laatste. Ook gaf hij een toespraak: 'Levend in Christus', die deze week op onze leeslijst stond en waar wij vanochtend aandacht aan hebben gegeven. 

Bij deze toespraak wil ik alsnog stilstaan. Omdat hij het in deze toespraak heeft over "dat de opstanding een pijler van ons geloof is. Welnu, die herstelling zal tot allen komen, zowel jong als oud, zowel geknechten als vrijen, zowel man als vrouw, zowel goddelozen als rechtvaardigen". Waarbij ik tegelijkertijd erachteraan denk: zwarte en witte. In wezen, al betreft het zo op het eerste gezicht een ander onderwerp, is het voor mij toch hetzelfde jasje, en tevens ook zo president Oaks. Daarom kom ik nog op deze toespraak terug.

Wat ik echter nu wil doen, is een blikje openen, met de algemene conferentie in het vooruitzicht. 


Blikje: Nog een paar dagen








zondag 20 september 2026

2. Uiteindelijk is ieder lid een leerkracht

 

Vandaag bespraken we in onze vrouwenorganisatie, de ZustersHulpVereniging, de toespraak 'Dankzij Jezus Christus' van ouderling Dale G. Renlund. In deze toespraak zegt hij iets wat mij in het bijzonder trof, en dat zijn deze woorden:

"Hij, en alleen Hij,
kan rekening houden met elke factor die ons vormt;
onze genetica, intellectuele vermogens, tradities, ervaringen, mentale en emotionele toestand,
en alle andere omstandigheden die beïnvloeden wie we zijn.
Hij, en alleen Hij,
zal ons uiteindelijk oordelen 
naar onze werken,
naar het verlangen van ons hart." 

Aan de ene kant kan ik bovenstaande opmerking niet los zien van deze opmerking uit mijn vorige logje 'Uiteindelijk is iedereen een leerkracht': "Leidinggevenden en leerkrachten zorgen ervoor dat de Heiland centraal staat in bespreking en dat die leden, ik dus, helpt om hun verbondsrelatie met Hem te verdiepen". En waarin ik ook verwijs naar de toespraak van ouderling Renlund: "Als we ons richten op de Heiland, zijn oneindige verzoening en wat Hij voor ons heeft gedaan, zal dat ons vreugde en helderheid geven, hoeveel andere zorgen wij ook hebben". 

Uiteindelijk gaat het niet, gelukkig maar, zeker nu we door de wijzigingen in het zondagochtendprogramma geconfronteerd worden met twee verschillende soorten leesopdrachten, niet om 'kwantiteit maar om kwaliteit'. Hierbij denk ik aan deze opmerking van ouderling Jeffrey R. Holland, die het volgende zei over schriftstudie: "Met betrekking tot het evangelie bedoel ik met leren niet alleen het verwerven van kennis. Dat is maar een deel van het verhaal. Ik bedoel er ook niet meer dat we passief naar een hoorcollege luisteren of feiten memoriseren. Met leren bedoel ik groei en verandering, inzichten die tot verbetering leiden, en kennis van de waarheid, wat ons op zijn beurt dichter bij God van alle waarheid brengt". 

Wat, volgens mij, juist alles te maken heeft met de veranderingen die onlangs hebben plaatsgevonden. Met als een van de redenen: "Om leden te helpen zich meer op de leringen van Jezus Christus te concentreren". Met in mijn achterhoofd, ik denk nu aan de uitspraak van ouderling Renlund, ook rekening houdend met factoren zoals iemands "intellectuele vermogens, mentale en emotionele gezondheid".  

Hierbij denk ik onder andere ook aan dat sommige Bijbelvertalingen gewoon moeilijk zijn te lezen. "Als de woorden van de Heiland begrijpelijker worden, wordt het ook eenvoudiger om ze te voelen en na te leven. Hoe beter we de Schriften begrijpen, hoe duidelijker we Jezus Christus kunnen zien. We kunnen allemaal baat hebben bij de vertalingen die onze christelijke broeders en zusters maken om onze studie en ons geloof als discipelen van Christus te verdiepen. We hopen dat iedereen zich welkom en gerespecteerd voelt, ongeacht de vertaling waartoe ze zich aangetrokken voelen en die ze besluiten te gebruiken. Het belangrijkste is hoe de Schriften tot onze geest spreken en ons dichter tot God brengen terwijl we elke dag lezen". 

Dit alles heeft voor mij uiteindelijk ook te maken met thuisgericht en kerkondersteund. Wat ik niet los kan zien van de vraag: "Hoe kunnen we het evangelie in zijn eenvoudige zuiverheid en de verordeningen met hun eeuwige werking aan al Gods kinderen brengen?" En dat president Russell M. Nelson toen zei: "Als heiligen der laatste dagen zijn we eraan gewend geraakt om 'kerk' te zien als iets wat in onze kerkgebouwen gebeurt en dat wordt gesteund door wat er thuis gebeurt. We moeten dat patroon bijstellen. Het is tijd voor een thuisgerichte kerk, gedragen door het kerkleven in onze wijk- en ringgebouwen". Wat, dat kan ik ook niet ontkennen, ook te maken heeft met het feit dat niet iedereen in de gelegenheid is om in een kerk te vergaderen. Nu of in de nabije toekomst. Dat doet echter niet af aan het doel dat was en is: "diepe en blijvende bekering tot onze hemelse Vader en de Heer Jezus Christus".





zondag 12 juli 2026

Kom dan en volg Mij


Hieronder vind je mijn toespraak, hier en daar met een kleine aanpassing, zoals ik die vanochtend in de kerk heb gegeven. 








Kom dan en volg Mij


Maart jongstleden maakte de kerk bekend dat er in september het een en ander zou gaan veranderen wat betreft onze zondagse vergaderingen. Dit werd gevolgd door verschillende nieuwsberichten. Op Churchnews verscheen een artikel over deze veranderingen, waarin onder andere verwezen werd naar de algemene conferentie van oktober 2018


Voordat ik daar echter naartoe ga, wil ik jullie eerst meenemen naar januari 2018. Voor mij is uiteindelijk alles een groot samengesteld geheel. Er verscheen toen in de Liahona een artikel met als ondertitel 'Meer kracht in de vergaderingen van de Melchizedekse priesterschap en de ZHV'. 


In dit artikel werd het volgende gezegd: “De afgelopen maanden, let wel maanden, hebben de leiders van de kerk samen besproken hoe we de zondagse vergaderingen van de Melchizedekse priesterschap en de zustershulpvereniging kunnen verbeteren. Het resultaat daarvan is het nieuwe leerplan 'Kom dan en volg Mij - voor de Melchizedekse priesterschap en de zustershulpvereniging'. Men zei toen ook dat we meer gebruik zouden gaan maken van de algemene conferentietoespraken. 


Het voorwoord in dit artikel is van ouderling Russell M. Ballard. In dit voorwoord zegt hij onder andere dit: “Naarmate we doeltreffender met elkaar overleggen, zal God ons zegenen met meer openbaring, inzicht en macht om zijn werk tot stand te brengen”.


Als - overleggen  / dan - de zegening 

Het woord overleggen kan ik niet loszien van de veranderingen die in 2018 plaatsvonden, maar ook niet van september. 


Aan het eind van het jaar zei ouderling Jeffrey R. Holland dit, en hij bevestigt daarmee de woorden van ouderling Ballard: “We zijn de bijeenkomsten van de ZHV en het MP-quorum anders gaan bekijken, met meer nadruk op gezamenlijk overleg om het werk van de Heer te volbrengen”. De redactie schreef toen dit als noot: "In dit artikel dat ouderling Holland voor de Liahona schreef, legt hij uit welke krachtige beginselen van bekering aan de basis van 'Kom dan en volg Mij' liggen, het nieuwe leerplan van de kerk".


Ouderling Holland schreef toen onder andere ook dit: “Ik hoop dat we zien dat het om meer gaat dan een gewijzigd beleid, nieuwe programma’s en herziene handboeken. Welke wijzigingen Hij ook aanbrengt in een organisatie of een lesschema of een leerplan, wat Hij echt hoopt te veranderen is u en mij. Hij wil ons hart veranderen en onze toekomst verbeteren. Soms noemen we dat proces eeuwige vooruitgang. Soms noemen we het tot inkeer komen. Soms noemen we het gewoon bekering. Hoe we het ook noemen, het houdt in dat we iets leren".


Leren en bekering gaan hand in hand. 


Dit is wat Kom dan en volg Mij, voor personen en gezinnen er zelf over zegt: “Oprechte bekering is het doel van al het leren en onderwijzen in het evangelie. We streven ernaar om meer op Jezus Christus te lijken. Als we dus het evangelie bestuderen, proberen we niet alleen nieuwe kennis op te doen; we verlangen een nieuwe schepping te worden. We vertrouwen daarbij op onze hemelse Vader en Jezus Christus, dat Zij ons helpen ons hart, onze opvattingen, onze daden, ja, onze aard te veranderen. Voor ware bekering is de invloed van de Heilige Geest essentieel.”


Tijdens de algemene conferentie van oktober 2018 zei president Nelson in zijn openingswoord dat "de aanvallen van de tegenstander op het geloof, op ons, en onze gezinnen exponentieel toenemen. Om geestelijk te overleven, hebben wij eigen strategieën en proactieve plannen nodig. Daarom willen wij nu organisatorische aanpassingen doorvoeren die onze leden en hun gezin versterken”.


Tevens vertelde president Nelson dat de "kerkleiders al jaren aan een geïntegreerd leerplan werkten, Kom dan en volg Mij, om gezinnen en personen te versterken met een thuisgericht en kerkgesteund plan, zodat:

  • meer begrip van de kerkleer,
  • een groter geloof 
  • en een diepere persoonlijke aanbidding worden bereikt." 


Elder Bednar: “We kunnen niet simpelweg naar de kerk gaan, meedoen aan programma’s en verwachten dat we daarmee alle spiritualiteit en bescherming zullen ontvangen, waardoor we weerstand kunnen bieden op de dag van het kwaad.”


Dit is wat het Eerste Presidium erover zegt in het nieuwe materiaal: “Als de leden samen naar de kerk gaan, leren en dienen, zullen ze vreugde ondervinden, sterker worden, en de zegeningen van de Heer in hun leven en thuis voelen.” 


Thuis heeft in de eerste plaats te maken met thuisgericht. Met het leerplan en Kom dan en volg Mij. Ik denk bovenal ook met dat we zelf de Schriften lezen. 


President Nelson zei het zo in zijn openingswoord tijdens de algemene conferentie van 2018: “Wij zijn zelf verantwoordelijk voor onze eigen geestelijke groei.”


Wat een half jaar later nog eens door ouderling Bednar werd bevestigd tijdens de algemene conferentie van april 2019: “Ieder lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is zelf verantwoordelijk om de leringen van de Heer te bestuderen en na te leven. We moeten niet verwachten dat de kerk als organisatie ons alles leert of vertelt wat we moeten weten en doen om toegewijde discipelen te worden en kloekmoedig tot het einde toe te volharden. Nee ,we zijn zelf verantwoordelijk om te leren wat we moeten leren, te leven zoals we moeten leven en te worden wie de Meester wil dat we worden.”


“Het mooie van dit leerplan is dat alle andere leden dat net zo doen. En daardoor kun je, wanneer je bijeenkomt, de evangeliewaarheden en -beginselen bespreken die jou tot verandering hebben aangezet, en de anderen kunnen hetzelfde doen. Daardoor kom je samen om het ultieme doel van iedereen na te streven: als Jezus Christus te worden.”


“Naarmate u de Schriften thuis vaker bestudeert, zult u ook meer inzicht en geestelijk begrip ontvangen. En als u met anderen erover praat, wat ik zie als overleg, zullen u en die anderen gezegend worden”. "U creëert geen inspirerende muziek als anderen niet over hun eigen inzichten en inspiratie vertellen". 


Ik herhaal die zin nog eens: "U creëert geen inspirerende muziek als anderen niet over hun eigen inzichten en inspiratie vertellen". 


Het gaat dus om welke evangeliewaarheden en -beginselen jou tot verandering hebben aangezet. Dat is wat je meeneemt naar de kerk, wat volgens mij alles te maken heeft met een betere ik. Een uitspraak die ik geleend heb van een betere ik, een beter huwelijk, wat weer te maken heeft met je eigen geestelijke en emotionele groei. Waarom dan toch dat kijken naar die ander?

“We kunnen pas één van hart en één van zin worden en zijn als een ieder persoonlijk de Heiland in het middelpunt van zijn leven plaatst”. 


Als - dan 


Ik moet hierbij ook denken aan wat president Dallon H. Oaks twee jaar geleden zei tijdens de oktoberconferentie over 'Kom dan en volg Mij': “Dit jaar zijn miljoenen geïnspireerd door het evangelie-studieplan dat gebaseerd is op de uitnodiging van de Heiland: 'Kom dan en volg Mij'. 

Christus volgen is geen oppervlakkige of gelegenheidsbezigheid. Het vergt voortdurende inzet en is een levenswijze die we altijd en overal moeten nastreven. Zijn leringen en voorbeeld bepalen het pad dat elke discipel van Jezus Christus moet volgen. En iedereen wordt uitgenodigd om dit pad te volgen, want Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. En "allen zijn gelijk voor God". Als volgelingen van Christus spreken en getuigen wij van Jezus Christus, ons volmaakte Voorbeeld. Dus laten we Hem volgen en twist vermijden.” 


Allen zijn gelijk heeft voor mij alles te maken met zwart en wit en HOE de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde. 


Beseffen we echter ook dat de woorden "allen zijn gelijk" ook alles te maken hebben met 'Kom dan en volg Mij' wat betreft het kerkondersteunende gedeelte.


In de Leer en Verbonden (88:122)  lezen we het volgende over dit 'allen zijn gelijk' in het licht van 'Kom dan en volg Mij': “Wijs onder u een leraar aan, en laten niet allen tegelijkertijd spreken, maar laat één tegelijk spreken en laten allen luisteren naar wat hij zegt, opdat wanneer allen gesproken hebben, allen door allen opgebouwd zullen zijn, en opdat een ieder een gelijke gelegenheid zal hebben”. 


“Dan komen we op een unieke manier samen.” “Dan wordt er inspirerende muziek gecreëerd”.


"Het is daarbij niet erg als iemand niet aan deze bespreking wil deelnemen. Aanwezigheid en het verlangen om het woord van God te horen is ook een uitdrukking van geloof”.  


Dit alles heeft niets te maken met, ik citeer nu ouderling Jeffrey R. Holland: “met de vlotheid van de les, het vullen van de tijd, het aantal complimentjes voor de leerkracht, of zelfs het aantal aanwezigen in de les. Hij zei ook dat de nadruk niet mag liggen op het handboek, of het bord, de beste discussievragen of de schikking van de stoelen”, waarvan het kerkmateriaal zei dat, indien mogelijk, een kringopstelling ervoor kan zorgen dat er goed overleg is en er open discussie kan ontstaan”. Uiteindelijk zijn het bord en die andere dingen middelen.


"Het gaat, ik citeer nog steeds ouderling Holland, ook niet alleen om kennis. Het gaat er niet om dat we "de namen van de twaalf stammen van Israël kennen, of de gelijkenis van de olijfbomen kunnen schematiseren, hoewel dat ook nuttig kan zijn". Waar het om gaat, zei ouderling Holland, wat ik zie als het doel achter al deze middelen, “is wat er in ons leven gebeurt. Leren leidt tot groei en verandering, inzichten die tot verbetering leiden en kennis van de waarheid, wat ons op zijn beurt dichter bij de God van alle waarheid brengt. Als we daartoe bereid zijn, zei ouderling Holland, dan zal God ons leiden naar plekken die we nooit dachten te kunnen bereiken, en die zelfs onze stoutste dromen overstijgen”.


Vandaar dat er gesproken wordt over macht in leerplan. 


Als we dat gevoel, die ervaring, die kracht van thuis meenemen naar de kerk, dan kan daar zelfs nog een kracht bovenop komen. Dit is wat zuster Camille N. Johnson zei over de komende veranderingen in september: “Er ontstaat extra kracht wanneer we wekelijks samenkomen om te overleggen, te leren en elkaar te steunen. Wanneer we in zijn naam samenkomen, is de Geest aanwezig om ons te onderwijzen, worden getuigenissen versterkt en verheffen we elkaar in ons discipelschap. Dit wekelijks moment van verbondenheid helpt om dichter tot de Heiland en tot elkaar te komen. We vinden vreugde in het gezamenlijk bewandelen van het verbondspad.”


Tot slot, naast het bestuderen van de Schriften worden we ook aangespoord onze ingevingen op te schrijven, die leerstellige pareltjes worden genoemd, wat voor mij alles te maken heeft met macht in het leerplan. 


Toen ik hoorde dat ik ziek werd, heb ik mij teruggetrokken en mij overgegeven aan de Schriften en Kom dan en volg Mij. Van mijn dagboek en mijn inspiratieboekje heb ik één boekje gemaakt. Mijn allereerste boekje heb ik mijn kankerboekje genoemd. Al schrijvende ging ik van uitslag naar uitslag en van behandeling naar behandeling. Dit is mijn verslag van de eerste twee maanden. Lichamelijk hoop ik dit nooit meer mee te maken, maar wat een parelreis is dit geweest. 


Het enige wat de Heer wil is ons zegenen op onze levensreis. Het enige waar het om draait, is de vraag of we ons door Hem willen laten zegenen door te doen wat Hij van ons vraagt.


Thuisgericht - kerkondersteunend




Afbeelding: churchofjesuschrist.org

maandag 29 juni 2026

4. Afstamming is niet bepalend


"David de koning, 
verwekte Salomo 
bij haar die de vrouw van Uria was"
Mattheus 1:6

Bathseba, die de vrouw van Uria was, is het vierde en het laatste buitenbeentje in het geslachtsregister van Jezus Christus waar ik bij stil wil staan. Of moet ik zeggen haar man? Want is hij eigenlijk niet het echte buitenbeentje in het hele verhaal? 

Toch wil ik beginnen met Bathseba, de vrouw waar koning David zijn ogen niet van kon afhouden. David ziet namelijk op een gegeven moment een vrouw, "die zich aan het wassen was; deze vrouw nu was heel knap om te zien. David stuurde een bode en liet naar deze vrouw vragen; en men zei: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet? Toen stuurde David boden en liet haar halen. Toen zij bij hem gekomen was, sliep hij met haar. Daarna keerde zij terug naar huis. De vrouw werd zwanger, daarom stuurde zij een bode en vertelde David en zei: Ik ben zwanger" (2 Samuel 11:2-5). 

Vorige week schreef ik dat ik het opnieuw over een man zou gaan hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. De man waar ik het over had is Uria de Hethiet, aan wie ik niet één maar zelfs twee labels hing. Het eerste label heeft te maken met dat hij een Hethiet wordt genoemd. De Hethieten zijn afstammelingen van Heth, die een zoon was van Kanaän, die de zoon van Cham was. Kanaän, aan wie sinds jaar en dag het misplaatste label 'vervloekte Kanaän' hangt. 

Daarnaast kunnen we de Hethieten niet loszien van deze woorden die de Heer tot Mozes sprak over het binnengaan van het land Kanaän: "Wanneer de Heere, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volkeren van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Feriezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u", (Deuterononium 7:1). Volkeren die, zoals we lezen in ditzelfde hoofdstuk, in verband gebracht kunnen worden met de woorden "totdat zij weggevaagd worden". En dan zit jij als Hethiet in het Israëlische leger van David. 

Voordat ik verderga met Uria, nog wel dit. Zoals jullie weten schrijf ik met in mijn achterhoofd, ik citeer nu president Oaks: "Dat rijkdom noch afstamming noch enig ander aangeboren voorrecht ons mag laten geloven dat wij beter zijn dan die ander." Allen zijn gelijk voor God. Vandaar ook dat "Mozes Israël waarschuwde tegen de verleiding te denken dat zij het beloofde land hadden geërfd omdat zij zo bijzonder goed geweest waren. Niet wegens uw gerechtigheid noch wegens de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar wegens hun goddeloosheid drijft de Here, uw God, deze volken voor u weg (Deut 9:4-6, 1 Ne 17:32-38)".

Nadat David van Bathseba hoort dat zij zwanger is van hem, laat hij Uria bij hem komen en "vraagt David naar de welstand van Joab, naar de welstand van het volk en naar het verloop van de strijd. Daarna zei David tegen Uria: Ga naar uw huis en was uw voeten. Toen Uria het huis van de koning uitging, werd hem een gerecht van de koning nagebracht. Maar Uria legde zich te slapen bij de ingang van de koning, bij al de manschappen van zijn heer; hij ging niet naar zijn huis" (2 Samuel 11:7-9).

Toen men later aan David vertelde dat Uria niet naar huis was gegaan en David aan Uria vroeg waarom hij dat niet gedaan had, zei Uria dit: "De ark en Israël en Juda verblijven in tenten, en mijn heer Joab en de manschappen van mijn heer hebben in het open veld hun kamp opgeslagen; zou ik dan naar mijn huis gaan om te eten en te drinken en met mijn vrouw te slapen? Zo waar u leeft en uw ziel leeft, dat zal ik niet doen! Toen zei David tegen Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen terugsturen. Zo bleef Uria die dag en de volgende dag in Jeruzalem. David nodigde hem uit, zodat hij bij hem at en dronk, en hij maakte hem dronken. Die avond vertrok hij om zich met de dienaren van zijn heer neer te leggen op zijn slaapplaats, maar naar zijn huis ging hij niet" (2 Samuel 11:11-13).

Het gevolg van deze beslissing was dat "de volgende morgen David een brief aan Joab schreef. Hij stuurde die door de hand van Uria, waarin hij schreef: Plaats Uria vooraan in de strijd waar deze het hevigst is, trek dan van achter hem terug, zodat hij getroffen wordt en sterft. Het gebeurde, toen Joab de stad verkend had, dat hij Uria opstelde op de plaats waarvan hij wist dat daar strijdbare mannen waren. Toen de mannen van de stad naar buiten kwamen en met Joab streden, vielen er van het volk, van de manschappen van David. Ook Uria, de Hethiet, stierf" (2 Samuel 11:14-17)". 

In de Ensign van een paar jaar terug stond een prachtig artikel dat ging over 'What we can learn from king David's fall'. Daarin wordt het volgende gezegd over Uria: "Toen Uria in Jeruzalem aankwam probeerde David hem er tweemaal van te overtuigen naar huis te gaan en bij zijn vrouw te zijn, zodat iedereen zou denken dat het kind van Uria was. In schril contrast met David weigerde Uria echter tijd thuis door te brengen, terwijl zijn medesoldaten in de oorlog vochten. Als er helden in dit verhaal zijn, dan is Uria de Hethiet er een van. Hoewel hij van afkomst geen Israëliet was, blijkt Uria's trouw aan de Heer uit zijn naam (in Hebreeuws: Mijn licht is Jehovah) en uit zijn daden". En wat voor een held. Een "strijdbare held", want zijn naam vind je ook terug in het lijstje van de helden van David (1 Kronieken 11:26,41). 

"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7







maandag 15 juni 2026

3. Afstamming is niet bepalend


Opnieuw ga ik het hebben over een 'buitenbeentje'. Buitenbeentjes zijn vrouwen waarvan je niet direct zou verwachten dat ze genoemd zouden worden in de afstammingslijn van Jezus Christus, omdat hun achtergrond net even anders is. Hierbij denk ik aan Tamar en Rachab, maar ook aan Ruth de Moabitische, waar ik het vandaag over wil hebben. Die door president Thomas S. Monson een voorbeeld van de ideale vrouw wordt genoemd (zie Liahona november 2002, Voorbeelden van navolging).

Wanneer zowel de man van Naomi als beide zonen komen te overlijden, waaronder de man van Ruth, neemt Naomi de beslissing om terug te keren naar Israël. Ruth besluit met haar schoonmoeder mee te gaan naar Israël, ondanks Naomi's woorden: "Zie, je schoonzuster is teruggekeerd naar haar volk en naar haar goden. Keer ook terug, je schoonzuster achterna. Maar Ruth zei: Dring er bij mij niet langer op aan u te verlaten en terug te gaan bij u vandaan. Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten".

"Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God."
Ruth 1:15,16




Uiteindelijk trouwt Ruth met Boaz, en "hij kwam bij haar. En de Heere gaf haar dat zij zwanger werd en een zoon baarde. Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, en Isaï verwekte David" (Ruth 1:13,21,22). David, die achter de schapen werd weggeroepen, van wie "de Heere zei: Sta op, zalf hem, want deze is het" (1 Samuel 16:12). En zo werd Ruth, de Moabitische, de voormoeder van zowel koning David als van Jezus Christus. 

In Scripture Helps kunnen we het volgende lezen over Ruth: "Een centraal thema in het boek Ruth is verlossing. Ruth was een buitenlandse, kinderloos en weduwe; hierdoor leefde ze in grote armoede en zonder enige steun. Ondanks haar omstandigheden koos ze ervoor om Jehovah te volgen en deel uit te gaan maken van zijn verbondsvolk. Uiteindelijk hertrouwde Ruth, werd ze volledig als Israëlitische geaccepteerd en werd ze met kinderen gezegend. Gezien dit thema van verlossing is het belangrijk op te merken dat Jezus Christus, de Verlosser van de wereld, een directe afstammeling van Ruth was". 

De opmerking dat 'doordat Ruth ervoor koos om Jehova te volgen en dat ze daardoor deel uit ging maken van het verbondsvolk van de Heer' kan ik niet zomaar negeren. In mijn logje over Rachab ging ik in op de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten, en deelde toen als antwoord vier punten. Dit is antwoord 1: "Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheüs' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen" (Mattheus 28:19), wat, ik kan het niet anders verwoorden, later toch wel een olifant in de kamer bleek te zijn. Terwijl, of we het nu hebben over de nieuwtestamentische kerk of de nieuwtestamentische kerk hersteld, beide niet los gezien kunnen worden van het verbond van Abraham. 

"En Ik zal van u een grote natie maken en Ik zal u bovenmatig zegenen
en uw naam grootmaken onder alle natiën
en u zult een zegen zijn voor uw nakomelingen na u,
zodat zij deze bediening en dit priesterschap in hun handen
naar alle natiën zullen brengen;
en Ik zal hen zegenen door uw naam;
want allen die dit evangelie aanvaarden,
zullen naar uw naam worden genoemd 
en zullen tot uw nakomelingen worden gerekend
en zullen zich verheffen en u als hun vader prijzen;"
Abraham 2:9,10


President Russell M. Nelson zei in zijn toespraak Laat God zegevieren hierover het volgende: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor eenieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israëls beloofd heeft. Ieder van ons heeft potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw". 

Uiteindelijk gaat het erom of je Jehova wilt volgen en de gesteldheid van je hart. Dit zie je ook in wat er gebeurde rond het kiezen van een opvolger van Saul. Dat Samuel dacht, toen "hij Eliab zag: Deze is vast en zeker de Heere Zijn gezalfde. Maar de Heere zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen" (1 Samuel 16:6,7). Uiteindelijk werd het dus David, want:

"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7