Posts tonen met het label Vrouw en Priesterschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vrouw en Priesterschap. Alle posts tonen

woensdag 3 juni 2026

Gelijkwaardigheid man en vrouw

 

Mijn vorige logje ging over Rachab, een voormoeder van Jezus, dat ik eindigde met deze woorden: "De opname van vrouwen in de stamboom van de Heiland weerspiegelt de belangrijke waarheid dat mannen en vrouwen gelijk zijn in de ogen van God." Een prachtig voorbeeld hiervan, zeker als het gaat om leiding te krijgen of te ontvangen in je persoonlijk leven, vind ik wat er gebeurde met de moeder van Simson. 

"En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach.
Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
Toen verscheen er een Engel van de Heere aan deze vrouw, en zei tegen haar:
Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. 
U zult echter zwanger worden en een zoon baren."
Richteren 13:2,3 

Na het bezoek van de Engel vertelt de moeder van Simson aan haar man wat haar is overkomen. Hij moet haar hebben geloofd, want vervolgens lezen wij: "Daarop bad Manoach vurig tot de Heere" met de vraag of de Engel opnieuw langs kon komen. "En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was". Waarop zij snel haar man haalt met de woorden: "Zie, de Man die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen. Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna". 

Uiteindelijk "stijgt de Engel in de vlam van het altaar omhoog en zei Manoach tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker sterven, want wij hebben God gezien". Maar zijn vrouw zei tegen hem, wat voor mij ook iets zegt over wat voor vrouw zij is: "Als het de Heere behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen, en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen". Zij, Simsons moeder, plaatst de gebeurtenissen gelijk in een ander perspectief. 'Waarom zou God ons doden, na alles wat Hij aan ons heeft bekendgemaakt?'

Ik kan nu niet anders denken dan aan Helemans' tweeduizend jonge zonen. "Hoewel zij nog nooit hadden gevochten, vreesden zij de dood niet; en zij hechtten meer belang aan de vrijheid van hun vaders dan aan hun eigen leven; ja, hun moeders hadden hun geleerd dat als zij niet twijfelden God hen zou bevrijden. En zij gaven de woorden van hun moeders voor mij weer en zeiden: Wij twijfelen er niet aan dat onze moeders het wisten". Wat als Simson gehoor had gegeven aan dit weten van zowel zijn moeder als vader? Gehoor had gegeven aan deze woorden, voorafgaande aan zijn geboorte, die de Engel sprak tot zijn ouders: "en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen". Helaas slaagde Simson er niet in om "zijn goddelijke roeping te vervullen vanwege zelfzuchtige keuzes". 

Tijdens een algemene vrouwenbijeenkomst gaf president Russell M. Nelson een toespraak waarin hij zei dat hij "ons vrouwen graag wilde laten inzien dat de herstelling van het priesterschap net zo belangrijk is voor ons als vrouw, als voor een man. Omdat het Melchizedeks priesterschap hersteld is, hebben zowel vrouwen als mannen die hun verbonden nakomen, toegang tot alle geestelijke zegeningen van de kerk. De hemel staat evenzeer open voor een vrouw die door haar priesterschapsverbonden met Gods macht begiftigd is, als voor een man die het priesterschap draagt. Zusters, u hebt het recht om vrijelijk een beroep op de macht van de Heiland te doen om uw gezin en andere dierbaren te helpen. Ik loof mannen die het vermogen van hun vrouw respecteren om openbaring te ontvangen en hen als gelijkwaardige partner in hun huwelijk te koesteren". 

Ik denk dat de vader van Simson zo'n soort man was. Die, misschien wel hedendaags gedacht,  zich door de gebeurtenissen rond de aankondiging van zijn kind, zich niet minder man voelde. Wat ik ook terugzie in zijn gebed. In zijn gebed heeft hij het namelijk over "naar ons" en "ons leren" wat wij met het jongetje moeten doen. Hij had namelijk ook kunnen vragen of de Engel aan hem kon verschijnen, daar de Engel al eerder aan zijn vrouw verschenen was. Toen de Engel echter opnieuw aan zijn vrouw verscheen, "stond hij op en ging zijn vrouw achterna". Hij had ook kunnen blijven zitten met de woorden: 'dat zijn vrouwenzaken'. 

Een zwangerschap is nooit alleen een vrouwenzaak en het opvoeden van kinderen ook niet. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, wat ik ook terugzie in deze woorden, wanneer Simson voor een vrouw kiest buiten het verbond: "Maar zijn vader zei tegen hem, evenals zijn moeder: Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw..." (Richteren 14:3). Deze tekst laat zien dat Manoach en zijn vrouw één waren in hun onderwijs aan hun zoon. En dat ze, of dat nu in een gezamenlijk gesprek was, of los van elkaar, bevestigden wat zij, als ouders, geloofden en waarin zij hun zoon hadden onderwezen. Simson wist wie hij was. Dat blijkt wel uit deze woorden toen hij zijn hart uitstortte bij Delila, de vrouw die hij niet kon weerstaan: "Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben als nazireeër aan God gewijd van mijn moedersbuik af".

Een aantal jaren terug stond er in de Liahona een artikel met de titel Dochters van God met zijn priesterschapsmacht verbinden. In dit artikel wordt president M. Russell Ballard aangehaald, die het volgende zei: "Allen die heilige verbonden met de Heer hebben gesloten en die deze verbonden eren, hebben het recht om persoonlijke openbaring te ontvangen, om door de bediening van engelen gezegend te worden", zoals we zagen bij de ouders van Simson, "om met God te communiceren, om de volheid van het evangelie te ontvangen, en samen met Jezus Christus erfgenaam te worden van alles wat de Vader heeft". Man en vrouw. 
 
In dit artikel wordt ook ouderling L. Tom Perry aangehaald die het volgende zei tot de broeders, over de gelijkwaardigheid van man en vrouw: "Broeders, vergeet niet dat in uw rol als leider thuis, uw vrouw uw partner is. Vanaf het begin heeft God tegen de mens gezegd dat het huwelijk een eenheid van man en vrouw is. Daarom is er geen directeur en adjunct-directeur in het gezin. Een echtpaar werkt voortdurend samen aan het welzijn van hun gezin. Ze zijn verenigd in woord en daad als ze het gezin leiden en besturen. Ze staan op gelijke voet. Ze plannen en organiseren samen, en unaniem, de aangelegenheden van het gezin." 

Wat betreft leiderschap in de kerk, "dat hiërarchisch georganiseerd is, terwijl het gezin patriarchaal is" kunnen we in dit artikel ook nog het volgende lezen: "De voorbije jaren hebben ervaren leden van het Quorum der Twaalf Apostelen uitdrukkelijk over de rol van de vrouw in de kerk gesproken. Luisteren we wel aandachtig naar die toespraken? We besteden terecht veel aandacht aan de woorden van hen die we als profeten, zieners en openbaarders steunen. Zij bezitten de sleutels van het koninkrijk, en de Heer geeft via hen leiding aan zijn werk. Daarnaast zijn vrouwelijke kerkleiders aangesteld en hebben zij het priesterschapsgezag ontvangen om zowel mannen als vrouwen van de kerk toe te spreken. We moeten ook aan hun woorden gehoor geven en luisteren naar de raad die God ons via hen geeft."

Tot slot nog deze woorden van president M. Russell Ballard uit dit artikel: "Elke priesterschapsleider die de vrouwelijke leidinggevenden niet volledig en met zijn volle respect bij het werk betrekt, respecteert de sleutels die hij heeft gekregen niet, en maakt ze niet groot. Zijn macht en invloed zullen beperkt zijn totdat hij de wegen van de Heer leert." 




maandag 2 februari 2026

Man en Vrouw



Toen ik nog door het Boek van Mormon reisde, heb ik de woorden "allen zijn voor God gelijk" gebruikt als mijn jaarthema, hoofdzakelijk gezien door de bril van "zwarte en witte". Dit jaar, op mijn ticket staat het Oude Testament, reis ik zonder een bepaald thema. Of ik nu wel of niet gebruikmaak van een thema, onderstaande tekst uit het Boek van Mormon is mijn rode draad, waar ik niet alleen allerlei onderwerpen aan kan ophangen, maar ook schriftuurteksten.


Afgelopen week kwam Mozes 6 voorbij, waar ik eigenlijk niet bij stil wilde staan. Echter, in dit hoofdstuk kwam ik een aantal verzen tegen waar ik niet zomaar aan voorbij kan lopen. Hierin kunnen we lezen dat Adam aan de Heer vraagt "Waarom is het zo dat de mensen zich moeten bekeren en worden gedoopt in water? En de Heer zei tot Adam: Zie, Ik heb u uw overtreding in de hof van Eden vergeven". En dan wordt er dit gezegd: 

"Hierdoor is het gezegde alom onder het volk gekomen 
dat de Zoon van God verzoening heeft gedaan voor de oorspronkelijke schuld,
waardoor de zonden van de ouders niet op het hoofd van de kinderen kunnen neerkomen,
want zij zijn rein vanaf de grondlegging van de wereld."
Mozes 6:54

In de dagen van Mormon had men zelfs een woordenstrijd over dit onderwerp. Moroni kreeg toen de opdracht van zijn vader Mormon mee om dit te onderwijzen: "...dat kleine kinderen levend zijn in Christus, ja, vanaf de grondlegging van de wereld; zo niet, dan is God een partijdig God, en ook een veranderlijk God en een aannemer des persoons; want hoeveel kleine kinderen zijn er niet zonder de doop gestorven!" (Moroni 8). 

De Leer en Verbonden bevestigt dit:"Maar zie, Ik zeg u dat kleine kinderen vanaf de grondlegging van de wereld door mijn Eniggeborene zijn verlost" (Leer en Verbonden 29:46). "Iedere mensengeest was in het begin onschuldig en omdat God de mens van de val heeft verlost, zijn de mensen, in hun kinderlijke staat, wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God" (Leer en Verbonden 93:38). Vandaar dat we in de Geloofsartikelen kunnen lezen dat wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding" (vers 2), dus ook niet voor de 'overtreding' van Kaïn. En ons wordt gevraagd niet te speculeren "over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan op hem van toepassing was. 

Nu heb ik weer stil gestaan bij Kaïn, maar waar ik eigenlijk bij wil stilstaan is mijn rode-draadtekst uit het Boek van Mormon:

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33 

Deze allen-zijn-gelijk-voor-God tekst uit het Boek van Mormon, gaat niet alleen over "zwart en wit". In deze tekst wordt ook gesproken over "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt...man en vrouw; allen zijn voor God gelijk". 

President Spencer W. Kimball zei het volgende over deze gelijkheid: "De Schriften en de profeten hebben ons duidelijk geleerd dat er bij God, die wat rechtvaardigheid betreft volmaakt is, geen aanneming des persoons is (Handelingen 10:34). We waren als zijn geestkinderen volledig gelijkwaardig. We zijn ook gelijkwaardig als ontvangers van Gods volmaakte liefde. Wijlen ouderling John A. Widtsoe heeft geschreven: De plaats van de vrouw in de kerk is naast de man, niet vóór hem en niet achter hem. In de kerk zijn man en vrouw volledig gelijkwaardig. Het evangelie is door de Heer voor zowel de man als de vrouw ingesteld". Een jaar eerder, in 1978, het jaar dat president Kimball de openbaring op het priesterschap ontving, zei hij dit: "Wij willen niet dat onze LDS-vrouwen stille of beperkte partners zijn...Wees een actieve en volwaardige partner."

President Dallin H. Oaks: "In de gezinsproclamatie staat dat de vader in het gezin presideert. Hij en zijn vrouw hebben afzonderlijke taken, maar zij hebben de plicht om elkaar als gelijkwaardige partners met deze heilige taken te helpen. Een aantal jaren voor de gezinsproclamatie gaf president Spencer W. Kimball deze geïnspireerde uitleg: Als we het over het huwelijk als een partnerschap hebben, laten we het dan hebben over een volledig partnerschap. We willen niet dat onze zusters in die eeuwige opdracht een stille of beperkt aansprakelijke partner zijn. Wees alstublieft een bijdragende en volledige partner."

Zo tussendoor, naast zwarte en witte, wil ik dus ook aandacht geven aan man en vrouw. Soms als één geheel, soms los van elkaar. Al gaat mijn voorkeur in de eerste plaats uit naar de vrouw. Misschien zelfs gezien door de bril van vrouw en het priesterschap. In de Liahona kwam ik een vraag tegen die daarmee te maken heeft: "Hoe kunnen we de band tussen vrouwen en de macht van het priesterschap beter begrijpen...". Er worden verschillende antwoorden gegeven. Onder andere dit: "Ten eerste kunnen we nederig proberen de waarheden te begrijpen die met het priesterschap verband houden, en in het bijzonder de recente leringen van kerkleiders". Dit pad van de waarheden van het priesterschap begrijpen aan de hand van wat recente kerkleiders erover hebben gezegd, ben ik aan het bewandelen. Uiteraard probeer ik dit jaar zoveel mogelijk door de bril van het Oude Testament te kijken. En voor de rest, zoals de wind waait.... 

" In de ogen van God zijn
zijn vrouwen en mannen gelijkwaardig,
hoewel zij verschillende rollen vervullen,
hetzij in de kerk, hetzij in het gezin."



maandag 29 september 2025

Bomensoepje 107


Eén zo'n onderwerp, waar ik het vorige week over had, dat met maar in de wachtrij blijft staan, heeft te maken, is de opmerking van president Russell M. Nelson, gericht tot de vrouwen in de kerk: "Ik smeek u alles wat u over priesterschapsmacht kunt vinden onder gebed te bestuderen. U kunt bijvoorbeeld beginnen met Leer en Verbonden 84 en 107. Die afdelingen zullen u naar andere teksten leiden." 

Tot nu toe heb ik nog geen gehoor gegeven aan deze oproep om als vrouw specifiek bezig te zijn met priesterschapsmacht, omdat ik bezig ben met priesterschap en ras. Dat wil echter niet zeggen dat ik volledig aan zijn woorden voorbijga. Hierbij denk ik aan president Nelsons toespraak: 'Een oproep aan mijn zusters'. Dit betekent ook niet dat ik niet met deze afdelingen bezig ben geweest. Afdeling 84 heeft mij dusdanig beziggehouden dat ik er zelfs drie stukjes over geschreven heb. Minder is meer, Priesterschap en zo en Alle wegen leiden naar de tempel. 

Ik zou ook zomaar meerdere stukjes kunnen schrijven over afdeling 107. Vanuit mijn vrouwzijn had ik kunnen schrijven dat "we bij priesterschap soms al te gauw denken aan de mannen in de kerk". Of, daar in deze afdeling gesproken wordt over het Melchizedekse priesterschap, in hoeverre je dit priesterschap los kunt zien van het "plan van zaligheid, de volheid van het priesterschap en in het verlengde daarvan de tempel". Maar ik heb er voor gekozen om dit niet te doen, al komt dit mijn wachtrij niet ten goede, maar soms is minder meer. Ik ben namelijk op weg naar de Kirtlandtempel. Daarnaast is het binnenkort weer soepjestijd. Althans, ik dacht dat ik aan de hand van president Nelsons woorden weer een eigen thuisgemaakt soepje kon maken, maar gisteren is president Nelson in zijn slaap overleden. Om die reden zal ik alleen nog een samenvatting geven van zijn woorden van april en dat zal dan tevens mijn laatste soepje zijn. Soepje en president Nelson kan ik nu eenmaal niet los van elkaar zien. 

Wanneer ik een soepjesgevoel heb, dat ik door de bomen het bos niet meer zie, wat ik nu ervaar bij Leer en Verbonden 107, dan moet ik even een stapje terugdoen; alles loslaten, zoals bijvoorbeeld de opmerking van president Nelson "dat teksten u naar andere teksten zullen leiden" en teruggaan naar de basis. Om die reden deel ik alleen maar een aantal teksten met jullie uit afdeling 107. Wel met in mijn achterhoofd, we zijn tenslotte de nieuwtestamentische kerk hersteld, deze opmerking van president Nelson: "Voorafgaand aan zijn kruisiging heeft de Heer Jezus Christus zijn kerk hersteld. Zij had apostelen, profeten, zeventigers, leraren enzovoort. En de Meester zond zijn discipelen uit onder alle volken om zijn evangelie te prediken." 

"De twaalf reizende raadsleden zijn geroepen om de twaalf apostelen te zijn,
of de bijzondere getuigen van de naam van Christus in de gehele wereld"
LV 107:23
 
"Ook de Zeventig zijn geroepen om het evangelie te prediken
en om bijzondere getuigen te zijn voor de andere volken 
en in de gehele wereld"
LV 107:25

"De Twaalf vormen een reizende presiderende hoge raad,
om in de naam van de Heer te officiëren,
om de kerk op te bouwen 
en al haar aangelegenheden onder alle natiën te regelen,
ten eerste ten behoeve van de andere volken,
en ten tweede ten behoeve van de Joden"
LV 107:33

"De Zeventig moeten handelen in de naam van de Heer,
bij het opbouwen van de kerk
en het regelen van al haar aangelegenheden onder alle natiën,
en wel ten eerste ten behoeve van de andere volken,
en dan ten behoeve van de Joden"
LV 107:34

"waarbij de Twaalf, die de sleutels dragen, 
worden uitgezonden om de deur te openen 
door de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus,
en wel ten eerste ten behoeve van de andere volken,
en dan ten behoeve van de Joden"
Lv 107:35

"Het is de plicht van de reizende hoge raad,
wanneer zij hulp nodig hebben bij het voldoen aan de verschillende verzoeken 
om het evangelie te prediken en te bedienen,
een beroep te doen op de Zeventig"
LV 107:38




donderdag 7 augustus 2025

Priesterschap en zo

 

Ik vind Leer en Verbonden 84 een fascinerende afdeling. Laat dit nu net een van de afdelingen zijn waarvan president Nelson tegen ons vrouwen zei dat als wij meer over priesterschapsmacht willen leren, deze afdeling een mooi punt van vertrek is. Het probleem is echter dat ik ervoor gekozen heb mij eerst bezig te houden met priesterschap en zo, en dat dit mij dusdanig in beslag genomen heeft, dat ik niet anders kan dan deze rit uit te zitten. 

Vorige week liet ik jullie een foto zien die slechts een klein gedeelte van deze prachtige omgeving had gevangen. Desondanks was er op deze foto genoeg te zien, en daar gaf ik toen, zonder verslag, een paar voorbeelden van. Terwijl ik doorliep na het maken van de foto, besefte ik dat er toch nog iets ontbrak op deze foto wat er eigenlijk wel op had horen te staan, en dat heeft te maken met Elijah Able en priesterschap en meer. 

Elijah Able, als drager van het Melchizedekse priesterschap, was een van degenen die gehoor gaf aan de woorden "Welnu, ga heen in de gehele wereld", vers 62. Meermalen vervulde hij een zending voor de Heer. Ik denk aan hem bij deze tekst: "En eenieder die uitgaat en dit evangelie van het koninkrijk predikt, en in alle dingen getrouw blijft, zal niet vermoeid van geest zijn", vers 80. Dit niet vermoeid van geest zijn, blijkt voor mij onder andere uit dat Elijah ondanks alles, want uiteindelijk zoals W. Paul Reeve het omschrijft, "werden de bekronende rituelen van zijn geloof hem onthouden", zijn gehele leven getrouw bleef.

 "Want wie ook getrouw zijn zodat zij deze twee priesterschappen, 
waarvan Ik heb gesproken, verkrijgen 
en hun roeping grootmaken, 
worden door de Geest geheiligd ter vernieuwing van hun lichaam. 
Zij worden de zonen van Mozes en van Aaron en het nageslacht van Abraham, 
en de kerk en het koninkrijk, en de uitverkoren van God. 
En ook: Allen die dit priesterschap ontvangen, ontvangen Mij, zegt de Heer"
LV 84:33-35

Wat trouwens ook interessant is, alhoewel dit een niet door mij gekozen pad is, kom ik, weliswaar via een omweg, toch ook uit bij en meer, wat in dit stukje staat voor priesterschapsmacht en vrouwen. Dit is wat president Nelson daarover zegt: "Elke vrouw of man die met God verbonden sluit en die verbonden nakomt, en die waardig aan priesterschapsverordeningen deelneemt, heeft rechtstreeks toegang tot de macht van God".  



Afbeelding Pixabay
Quote: W. Paul Reeve, Let's talk about Race and Priesthood, blz. 77

woensdag 9 april 2025

Geestelijke schatten 3


Van tevoren had ik niet bedacht dat in de week dat ik begon met Leer en Verbonden 25 dit pad zich zou splitsen in drie wegen. Het priesterschaps-gezag-pad en het priesterschaps-macht-pad  ben ik intussen geweest. En dan nu het Emma-pad, gezien door mijn ras-en-het-priesterschap-bril. De naam van dit pad verwijst naar Emma Smith, de vrouw van Joseph Smith. Het was Emma aan wie deze openbaring was gericht. Over deze openbaring heeft president Nelson het volgende gezegd: "Ik kan u wél vertellen dat u, als u een beroep op Gods macht wil doen, hetzelfde moet doen als wat de Heer aan Emma en ieder van u geboden heeft. Daarom vraag ik u om afdeling 25 van de Leer en Verbonden onder gebed te bestuderen en te ontdekken wat de Heilige Geest u duidelijk maakt". 

In het verleden ben ik ook bezig geweest met deze afdeling. Misschien dat ik daar nog een blikje over deel. Alleen dit jaar, wat alles te maken heeft met mijn jaarthema, kies ik dus voor een iets andere benadering. Ik denk dat het allereerste vers uit deze afdeling daar een goed voorbeeld van is.

"Luister naar de stem van de Heer, uw God, terwijl ik tot u spreek, mijn dochter;
want voorwaar, Ik zeg u dat allen die mijn evangelie aanvaarden,
zonen en dochters in mijn koninkrijk zijn.
LV 25:1

In dit vers zegt de Heer dat allen die zijn evangelie aanvaarden zijn zonen en dochters zijn. Keer op keer blijkt uit de Schriften dat God geen aannemer des persoons is, al blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat men met betrekking tot ras en het priesterschap er in een bepaalde periode anders over dacht. 

Wisten jullie dat Jane Elizabeth Manning James een tijdgenoot was van Emma? En dat Jane zelfs een tijdje deel heeft uitgemaakt van het huishouden van de familie Smith? En dat op een gegeven moment er een dusdanige relatie tussen Emma en Jane Elizabeth Manning James ontstond dat Emma aan Jane vroeg of ze door een priesterschapsverzegeling als kind in de familie Smith geadopteerd wilde worden? En dat dit door Jane werd afgeslagen, omdat ze niet begreep wat dit inhield? Dat deze afwijzing niet iets zegt over haar relatie met de Smith familie en haar geloof in de profeet Joseph Smith?

Op een gegeven moment moet Jane echter wel hebben begrepen wat dit inhield en was het haar verlangen om naar de tempel te gaan. Echter, zoals we in evangelieverhandeling ras en het priesterschap kunnen lezen, werd ze net als anderen van haar ras daarvan uitgesloten.  Desondanks liet ze zich door deze kennis niet weerhouden en vroeg ze bij herhaling toch om deze zegeningen. "Tussen 1884 en 1904 nam Jane af en toe contact op met kerkleiders - John Taylor, Wilford Woodruff, Zina D.H. Young en Joseph F. Smith - en vroeg toestemming om haar tempelbegiftiging te ontvangen en verzegeld te worden. Destijds werd zwarte heiligen der laatste dagen, zowel mannen als vrouwen, niet toegestaan om aan de meeste tempelverordeningen deel te nemen. In 1888 gaf ringpresident Angus M. Cannon Jane toestemming om de doop voor haar overleden kinderen te laten verrichten. Uniek was dat de kerkleiders haar uiteindelijk in 1894 toestemming gaven om zich middels een plaatsvervangster als dienstmeid aan het gezin van Joseph Smith te laten verzegelen. Hoewel ze tijdens haar leven geen tempelbegiftiging ontving of aan eigen familie verzegeld werd, zijn deze verordeningen in 1979 voor haar verricht". Hoe waar zijn de woorden dat in "Jane's verdere leven racisme altijd een obstakel is gebleken".  

Ouderling M. Russell Ballard zei over Jane Elizabeth Manning James dat "zij een zeer opmerkelijke discipel was die het bepaald niet makkelijk had en tot haar dood in 1908 een trouw lid van de kerk was". Hoe opmerkelijk zij was, blijkt voor mij uit deze woorden die ze in 1884 schreef aan president Taylor, en die ik uit het boekje 'Let's talk about Race and Priesthood' van W. Paul Reeve heb gehaald: "Ik ben mij bewust van mijn ras en kleur en ik realiseer me dat ik niet kan verwachten mijn begiftiging te ontvangen net als anderen die wit zijn. God beloofde Abraham dat in zijn zaad alle naties van de aarde gezegend zouden zijn en omdat dit de volheid van alle bedelingen is, is er geen zegen voor mij?" Ik vind deze woorden gewoonweg hartverscheurend, maar het zegt ook iets over haar inzicht. 

In deze afdeling, Leer en Verbonden 25, wordt Emma Smith een uitverkoren vrouw genoemd. In mijn ogen is Jane Elizabeth Manning James dat ook. Ondanks alle obstakels in haar leven heeft zij het evangelie nooit losgelaten. "Tegen het einde van haar leven, hoewel ze bijna blind en verlamd was door een val, zei ze: Ik wil hier zeggen dat mijn geloof in het evangelie van Jezus Christus, zoals verkondigd door De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, vandaag de dag nog steeds even sterk is, nee, zo mogelijk nog sterker dan op de dag dat ik voor het eerst werd gedoopt". (Ensign august 1979). 

Daarnaast, nog één ding om te onderstrepen hoe bijzonder ze was, en waar ik het helemaal nog niet over heb gehad, is dat Jane gezegend was met verschillende gaven van de geest. Geestelijke gaven die ook ons deel kunnen zijn. Waarvan president Nelson in een andere toespraak zei dat hij hoopte dat wij, de vrouwen, maar in mijn ogen geldt dit evenzeer voor de mannen, met geheel ons hart om geestelijke gaven zouden bidden. Niet alleen dat, maar ook om het benodigde inzicht, en dat we ze meer dan ooit zouden ontwikkelen, gebruiken en ze uit zouden breiden.

P.S.
In De geschiedenis van de kerk in evenwicht zegt ouderling Steven E. Snow dit: "Zoek informatiebronnen door erkende, gerespecteerde historici, of het nu kerkleden zijn of niet. W. Paul Reeve is een gerespecteerde historicus die tevens lid is van de kerk. En wat kan ik zeggen over Darius A. Gray? Voor mij is hij niet los te zien van God houdt van diversiteit. 
 




dinsdag 1 april 2025

Geestelijke schatten 2


"En voorwaar, voorwaar,
Ik zeg u dat dit mijn stem is tot allen.
Amen."
LV 25:16





Het priesterschaps-macht-pad

De toespraak 'Geestelijke schatten' is voor mij een echte soepjestoespraak. Soepje is ontstaan uit mijn gevoel dat ik door de toespraken die president Nelson gaf door de bomen het bos niet meer zag, nadat hij president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werd. In het verleden heb ik om die reden overzichtjes gemaakt, ook van deze toespraak, om het enigszins overzichtelijk te houden. Behapbaar, zogezegd. Maar nu ik opnieuw bezig ben met deze toespraak, besef ik hoe groot deze toespraak is en dat hij veel meer aandacht verdient dan ik eraan kan geven. Misschien is het een idee dat wanneer ik klaar ben met mijn ras-en-priesterschaps-rondreis, ik er alsnog eens rustig voor ga zitten. Op dit moment reis ik echter licht, om die reden houd ik het bij één hapje, vandaar dat ik alleen deze zin eruit licht: "Ik smeek u om alles wat u over priesterschapsmacht kunt vinden onder gebed te bestuderen". Vanwege mijn rondreis ben ik daar nog niet aan toegekomen, maar juist door die rondreis, met in mijn achterhoofd president Nelson's smeekbede, heb ik wel een aantal notities gemaakt van wat ik onderweg zag aan priesterschapsmacht. Hieronder vind je een paar van die notities. 

-"Een man kan de gordijnen opendoen en het warme zonlicht in de kamer laten, maar die man bezit de zon niet, noch het licht of de warmte ervan. De zegeningen van het priesterschap zijn veel groter dan degene die gevraagd is om de gave te bedienen". 
- "Soms denken we bij de macht van het priesterschap al te gauw aan de mannen in de kerk. Het priesterschap is de macht en het gezag van God, gegeven tot zegen en heil van allen - mannen, vrouwen en kinderen". 
- "De herstelling van het priesterschap is net zo belangrijk voor u als vrouw, als voor een man. 
Omdat het Melchizedeks-priesterschap hersteld is, hebben zowel vrouwen als mannen die hun verbonden nakomen toegang tot alle geestelijke zegeningen van de kerk. Elke vrouw of man die met God verbonden sluit en die verbonden nakomt en die waardig aan priesterschapverordeningen deelneemt, heeft rechtstreeks toegang tot de macht van God. De hemel staat evenzeer open voor een vrouw die door haar priesterschapsverbonden met Gods macht begiftigd is, als voor een man die het priesterschaap draagt."
- "Zowel mannen als vrouwen spelen een belangrijke rol in Gods werk, en zowel mannen als vrouwen kunnen een beroep op zijn macht doen om zijn werk te verwezenlijken."
- "Alle vrouwen dienen zichzelf als essentiële deelnemers van het werk van het priesterschap te beschouwen. Vrouwen van deze kerk zijn presidentes, raadgeefsters, leraressen, leden van raden, zusters en moeders, en het koninkrijk van God kan niet functioneren tenzij wij ons verheffen en onze plichten in geloof vervullen."
- "Wie priesterschapssleutels hebben, maken het voor allen die getrouw onder hun leiding werkzaam zijn letterlijk mogelijk om priesterschapsgezag uit te oefenen en toegang tot priesterschapsmacht te hebben."
- "We zijn het niet gewend om van vrouwen te zeggen dat zij het priesterschapsgezag in hun kerkroepingen dragen, maar welk ander gezag zou het kunnen zijn?"

En dit zijn slechts nog maar een paar notities. In theorie is alles in de smeekbede van de president voor mij al groot in opdracht. En dan is daar nog de praktijk, het tot leven brengen van deze kennis. Ik denk hierbij, tot slot, aan deze opmerking van president Nelson: "Veel vrouwen weten niet welke zegeningen binnen hun bereik liggen, en maken daarom niet ten volle gebruik van het geestelijke feestmaal dat voor hen beschikbaar is. Ook bij mannen zorgt het onderwerp vaak voor onduidelijkheid. Hoe kunnen we de band tussen vrouwen en de macht van het priesterschap beter begrijpen, en hen helpen om naar voren te treden, hun rechtmatige en nodige plaats bij hen thuis, in hun gemeenschap en in het koninkrijk van God in te nemen - meer dan ze ooit gedaan hebben?" 


maandag 24 maart 2025

Geestelijk schatten 1


"En voorwaar, voorwaar,
Ik zeg u dat dit mijn stem is tot allen.
Amen."
LV 25:16

In de KomdanvolgMij-opdracht die onder andere gaat over Leer en Verbonden 25 wordt verwezen naar de toespraak 'Geestelijk schatten' van president Nelson. Alhoewel ik in het verleden al aandacht gegeven heb aan deze toespraak, wil ik dit alsnog gaan doen, alleen nu vanuit de gedachte "dit is mijn stem tot allen". Vorige week schreef ik nog dat deze openbaring van de Heer aan Emma Smith gezien kan worden als een soort leidraad voor alle vrouwen, maar daar kom ik nu op terug. Door het woord soort te gebruiken, ondermijn ik in wezen het belang van deze openbaring. Daarnaast vraag ik mij nu af in hoeverre deze afdeling in combinatie met de toespraak geestelijke schatten alleen een leidraad is voor de vrouwen, alhoewel deze toespraak gegeven is tijdens een zustersconferentie. Slaat het woord "mijn stem tot allen" in wezen niet op ons allen? Zowel op de vrouwen als op de mannen? 

In zijn toespraak 'Geestelijke schatten' zegt president Nelson: "dat alles wat in dat gebied plaatsvond, verregaande gevolgen heeft voor u". Het gebied waar president Nelson het over heeft, is Harmony, Pennsylvania. "Daar bij Harmony verscheen Johannes de Doper aan Joseph Smith en herstelde het Aäronisch-priesterschap. Daar ook verschenen de apostelen Petrus, Jakobus en Johannes en herstelden ze het Melchizedekse-priesterschap". En dan zegt president Nelson dit: "Ik wil u erg graag laten inzien dat de herstelling van het priesterschap net zo belangrijk is voor u als vrouw als voor een man. Omdat het Melchizedeks-priesterschap hersteld is, hebben zowel vrouwen als mannen die hun verbonden nakomen, toegang tot alle geestelijke zegeningen van de kerk".

In dit stukje wordt gesproken over twee verschillende dingen. Aan de ene kant werden daar in Harmony sleutels hersteld, waardoor het priesterschap terug op aarde was om de kerk te besturen. Het priesterschap is het gezag waardoor God zijn volk bestuurt en zegent. Met aan de andere kant priesterschapsmacht. Zowel mannen als vrouwen die hun verbonden nakomen, hebben toegang tot deze macht. Dat maakt dat ik nu op een splitsing sta. Ik zie meerdere paden, onder andere het pad van het priesterschapsgezag en het pad van de priesterschapsmacht. Daarnaast zie ik het pad van Emma, maar dan gezien door de bril van ras en het priesterschap. Dit is het pad waar ik voor gekomen ben, en wat een onderdeel is van mijn reisschema. Maar ik weet nu al dat ik als ik nu geen tijd uittrek voor die andere twee paden, ik daar spijt van zal krijgen. Met in mijn achterhoofd de smeekbede van president Nelson om "alles wat u over priesterschapmacht kunt vinden onder gebed te bestuderen". Terwijl ik daar dus op de splitsing sta, weet ik wat ik moet doen en dat is mijn plannen wijzigen. "Het leven is wat je gebeurt, terwijl je plannen aan het maken bent voor iets anders". Ik besluit dat ik in ieder geval deze drie paden ga bezichtigen, te beginnen met het pad van het gezag. 




Het priesterschaps-gezag-pad

Wat is priesterschap? Want hoe kun je dit pad bewandelen als je niet weet wat het is? In de Gids bij de Schriften wordt het priesterschap zo omschreven: "Het gezag en de macht die God aan de mens geeft om in alle dingen voor het heil van de mensen te handelen". En dit wordt er over gezag gezegd: "De toestemming verleend aan mensen op aarde die worden geroepen of geordend om te handelen voor en in de naam van God de Vader of Jezus Christus bij het verrichten van Gods werk". Misschien eenvoudiger gezegd: "Het priesterschap is het gezag en de macht die God aan mannen op aarde heeft verleend om namens Hem te handelen. Als het priesterschapsgezag correct wordt uitgeoefend, doen priesterschapsdragers wat Hij zou doen". 

"Het begrip dat we verlangen", zei ouderling Oaks, en verlangen we allemaal niet naar meer begrip wat betreft het priesterschap, "begint met begrip van de sleutels van het priesterschap. De priesterschapssleutels zijn het gezag dat God aan priesterschapsdragers geeft om het gebruik van zijn priesterschap op aarde te reguleren en te besturen". Hij haalt dan ouderling Ballard aan, die het zo zei: "Wie priesterschapsleutels hebben, maken het voor alle die getrouw onder hun leiding werkzaam zijn letterlijk mogelijk om priesterschapsgezag uit te oefenen en toegang tot priesterschapsmacht te hebben". 

In deze toespraak heeft ouderling Oaks het ook over de beperkende zin van priesterschapsgezag en de uitbreidende zin van het priesterschap. "Priesterschapsleutels zijn bedoeld om de uitoefening van het priesterschapsgezag te reguleren, zowel in uitbreidende zin als in beperkende zin. In uitbreidende zin door het priesterschapsgezag en de daaruit voortvloeiende zegeningen aan alle kinderen van God beschikbaar te stellen." Wanneer ik het woord "alle" lees, dat alle daaruit voortvloeiende zegeningen aan alle kinderen van God beschikbaar zijn gesteld, dan denk ik dus aan iedereen, alles tussen zwart en wit, en aan HOE de Heer zijn kerk heeft hersteld. Dat in de dagen van Joseph Smith zowel witte als zwarte broeders dragers van dit priesterschap konden zijn. 

Er is echter nog iets in deze toespraak, niet iets waar ik mee bezig ben: "De beperking die van Godswege op de uitoefening van priesterschapsleutels is geplaatst, maakt een essentieel verschil tussen beslissingen over kerkelijke bestuurszaken en beslissingen die het priesterschap betreffen. Het Eerste Presidium en de Raad van het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen, die de kerk presideren, zijn gemachtigd om vele beslissingen te nemen die invloed op het beleid en de procedures van de kerk hebben - zaken zoals de locatie van kerkgebouwen en de minimum zendingsleeftijd. Maar zelfs al dragen en gebruiken deze presiderende autoriteiten alle sleutels die in deze bedeling aan de mens zijn gedelegeerd, dan nog staat het hen niet vrij om het van Godswege verordende patroon te wijzigen dat alleen mannen een ambt in het priesterschap kunnen dragen". 

President Nelson zei dit over het feit dat de mannen de dragers van het priesterschap zijn: "Vanaf het begin is het priesterschap alleen aan mannen verleend, die via de afstamming van de vaderen komt", wat ik trouwens een opmerking vind om te onthouden. En ook ouderling Oaks staat hier nog even bij stil in zijn toespraak door te zeggen dat "hoewel de zusters niet het priesterschap dragen, omdat het niet aan hen wordt verleend, dat niet wil zeggen dat de Heer hun geen gezag heeft gegeven". En te bedenken dat "de mannen niet het priesterschap zijn". Mannen dragen het priesterschap, met de heilige plicht om het te gebruiken tot zegen van alle kinderen van God". 

Tot slot, als afsluiting van dit pad, maar wat tevens gezien kan worden als inleiding op het priesterschaps-macht-pad, deze woorden van Boyd K. Packer: "We hebben het goed gedaan wat betreft de verspreiding van het gezag van het priesterschap. Wij hebben het priesterschapsgezag bijna overal gevestigd. Wij hebben wereldwijd quorums met ouderlingen en hogepriesters. Maar de verspreiding van het gezag van het priesterschap ligt, denk ik, ver voor op de verspreiding van de macht van het priesterschap. Het priesterschap heeft niet de kracht die het zou moeten hebben en niet zal hebben totdat de macht van het priesterschap naar behoren stevig in de gezinnen is verankerd". Ook zei hij: "Het priesterschap zal aan macht inboeten als de zusters worden genegeerd". Misschien juist daarom de oproep van president Nelson aan de zusters, om niet te gaan zitten wachten, maar "naar voren te treden". 


Uitspraak: Het leven is wat je gebeurt...John Lennon.
Afbeelding: Pixabay

dinsdag 18 maart 2025

De Leer en Verbonden 22 collage

 

Je hebt soms van die dagen dat er van alles op je evangeliebordje ligt. Een toespraak die gaat over hoop. Een leesopdracht die onder andere Leer en Verbonden 25 behandelt, die gericht is aan Emma, de vrouw van Joseph Smith, waardoor deze openbaring gezien wordt als een soort leidraad voor vrouwen. Daarnaast, nog een paar weken, is het weer tijd voor de Algemene conferentie en dat betekent voor mij soepjestijd. Elk halfjaar geef ik hier aandacht aan en dat wil ik dit jaar ook weer doen. En dan nog Leer en Verbonden 22, onderdeel van mijn leesopdracht van vorige week, die ervoor zorgt dat ik op dit moment niet verder kan reizen en de reden dat ik Leer en Verbonden 25 en Emma in de wachtrij heb gezet. Ter compensatie heb ik een toespraak, 'Een oproep aan mijn zusters', van president Nelson die ik al eerder op mijn blog heb verwerkt. Sommigen hebben dit 'blikje' al geopend, voor anderen is deze benadering nieuw. Hoe het ook zij, deze toespraak blijft de moeite van het lezen waard. En dan natuurlijk het onderwerp 'ras en het priesterschap' wat mij van het ene onderwerp naar het andere onderwerp doet gaan en, door de grootte van die steen op mijn pad, gezorgd heeft voor enige stagnatie. 

"U allen die door de doop één met Christus bent geworden...
En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham,
erfgenamen volgens de belofte."
Galaten 3





In zijn voorwoord, afdeling 1:22, had de Heer het al over het eeuwigdurend verbond. En ook in afdeling 22 wordt er gesproken over het nieuw en eeuwigdurend verbond, maar dan in combinatie met de doop. Deze twee, het nieuw en eeuwigdurend en de doop, heb ik als uitgangspunt genomen. Uiteraard besef ik dat dit gevolgd behoort te worden door de doop met de Geest om de doop compleet te maken, maar voor waar ik heen wil is dat nu niet van belang. Het gaat mij om het verband tussen de doop en de volheid van het evangelie, nieuw en eeuwigdurend verbond en het verbond van Abraham in het licht van ras en priesterschap. Dit gaat verder dan "je hebt nu het priesterschap en kunt naar de tempel". Zie wat ik deel maar als een soort collage. Jullie mogen meelezen, maar omdat het voor mijzelf is, ontbreken de verwijzingen. Ik ga ervan uit dat ik vroeg of laat, tijdens mijn reis door de Leer en Verbonden, deze uitspraken opnieuw passeer en dan zal ik erop terugkomen met de bijbehorende linken. 

- Door de doop betuigen wij dat wij bereid zijn om de naam van Christus op ons te nemen.
- Door de doop laten wij zien dat wij Zijn evangelie aanvaarden en worden wij tot de 
  nakomelingen van Abraham gerekend, waardoor wij recht hebben op het priesterschap. Het 
  nieuw en eeuwigdurend verbond en het verbond van Abraham zijn in feite hetzelfde. Dit 
  nieuw en eeuwigdurend verbond omvat de volheid van het evangelie van Jezus Christus, met 
  inbegrip van alle verordeningen en verbonden die voor het heil van het mensdom 
  noodzakelijk zijn. Het nieuw en eeuwigdurend verbond is het totaal van alle 
  evangelieverbonden en -verplichtingen die vanouds zijn gegeven, en in deze laatste dagen op 
  aarde is hersteld. Elk verbond dat we sluiten maakt deel uit van het nieuw en 
  eeuwigdurend verbond. Daaronder vallen de doop, het Melchizedekse-priesterschap voor 
  mannen en de tempelbegiftiging en verzegeling (het eeuwige huwelijk). De herstelling van 
  dit verbond, het verbond van Abraham, was de herstelling van het evangelie in de laatste 
  dagen. 
- Door de doop wordt men lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste  
  Dagen, de herstelde nieuwtestamentische kerk van Christus, die de volheid van het evangelie  
  bevat, wat je terugziet in de proclamatie over de herstelling. Als de Heer in het algemeen 
  van het nieuw en eeuwigdurend verbond spreekt, heeft Hij het over de volheid van het 
  evangelie. 
- Door de doop, die de poort is, en de aanvaarding van het evangelie, begeven wij ons op het 
  verbondspad en wordt men gerekend tot het verbondsvolk van God, waardoor wij mede-
  erfgenamen worden van alles wat God de trouwe kinderen Israëls heeft beloofd. De grootste 
  van alle zegeningen en gaven van God is het eeuwige leven, ofwel het leven dat God leidt. 

Ik ben blij dat ik aandacht heb gegeven aan het opruimen van deze steen, waardoor ik, door het inzicht, beter toegerust ben om mijn reis te vervolgen. Ik hoop jullie te zien bij mijn volgende stop. 

woensdag 9 oktober 2024

Blikje: Een oproep aan mijn zusters

 

De periode na de algemene conferentie is voor mij een tijd van wachten op de vertaling. Zodra de vertaling van president Russell M. Nelsons toespraak binnen is, maak ik een samenvatting en deel ik hem als mijn eigen huisgemaakt soepje hier op mijn blog. Voor nu wil ik er vast één ingrediënt uithalen en dat is dat president Nelson sprak over het belang dat wij ons voorbereiden op de wederkomst van Jezus Christus. 



"U bent onze cruciale partner in deze eindtijd.
Elke vrouw die waardig aan priesterschapsverordeningen deelneemt,
heeft rechtstreeks toegang tot de macht van God."
Russell M. Nelson

Mijn rode draad voor nu en de komende tijd is zoals jullie weten: "God is geen aannemer des persoon", "Allen zijn voor Hem gelijk". Er is echter nog een onderwerp dat mijn interesse heeft en dat is mijn rol, onze rol, als vrouw in deze laatste dagen. Hierbij denk ik aan de toespraak van presidente Emily Belle Freeman 'Leef naar je voorrechten', die zij gaf tijdens deze algemene conferentie. Deze toespraak van haar kan ik niet loszien van de rol van vrouwen, bepaalde toespraken van president Nelson en de wederkomst. Voor mij komen deze drie punten samen in het blikje 

"Een oproep aan mijn zusters."

De naam van dit blikje heb ik geleend van een toespraak van president Nelson. Dit was namelijk de titel van een toespraak die hij gaf tijdens de algemene conferentie van oktober 2015. Onderstaande uitspraken komen uit deze toespraak:

Wij hebben vrouwen nodig die georganiseerd zijn en vrouwen die kunnen organiseren.
Wij hebben vrouwen met leidinggevende kwaliteiten nodig die kunnen plannen, leiden en besturen, vrouwen die kunnen onderwijzen, vrouwen die zich kunnen uitspreken.
Wij hebben vrouwen met de gave van onderscheid nodig die zien welke kant de wereld opgaat en doorzien welke trends, hoe populair ook, oppervlakkig of gevaarlijk zijn.
Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze door hun geloof belangrijke dingen tot stand brengen en die moedige verdedigsters van deugdzaamheid en gezinnen zijn in een wereld die ziek is van zonde.
Wij hebben vrouwen nodig die zich toewijden aan het begeleiden van Gods kinderen op het verbondspad naar de verhoging.
Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze persoonlijke openbaring ontvangen, die de kracht en vrede van de tempelbegiftiging begrijpen.
Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze de machten van de hemel aanroepen om kinderen en gezinnen te beschermen en te sterken.
Wij hebben vrouwen nodig die onverschrokken onderwijzen.
Wij hebben uw stem en inbreng nodig in onze wijk- en ringraden.
Wij hebben de inbreng van iedere getrouwde zuster nodig als een bijdragende en volledige partner, terwijl u eensgezind met uw man uw gezin bestuurt.
Wij hebben uw kracht nodig!
Wij hebben vrouwen met een fundamenteel begrip van de leer van Christus nodig, die met dat begrip een generatie zullen opvoeden en onderwijzen die de zonde kan weerstaan. 
Wij hebben vrouwen nodig die misleiding in al haar vormen kunnen herkennen.
Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe te putten uit de macht die God beschikbaar stelt aan wie hun verbonden nakomen, en die hun geloof met zelfvertrouwen en naastenliefde verwoorden.
Wij hebben vrouwen met de moed en visie van onze moeder Eva nodig.
Wij weten dat het hoogtepunt van de hele schepping de schepping van de vrouw was.


Afbeelding: Freepik

woensdag 8 november 2023

3. God kent het einde vanaf het begin


Mijn stukje van afgelopen donderdag, Now you know, zag ik zelf als een afrondend stukje wat betreft 'Kerk en slavernij' en 'Ras en het priesterschap' in samenhang met het Nieuwe Testament. Niet dat we al klaar zijn met het Nieuwe Testament, maar ik vond dat ik mijn punt tot zover wel gemaakt had. Tot ik deze afbeelding zag.


Abraham, Vader van de gelovigen

Deze afbeelding komt namelijk voor in onze leesopdracht van deze week. Twee weken geleden had ik een logje op mijn blog geplaatst met als titel God weet het einde vanaf het begin, en ja, je raadt het al, ik had gebruik gemaakt van bovenstaande afbeelding. Dit stukje bleek enige tijd in concept te hebben gestaan en ik weet nu waarom ik daarmee aan de slag ben geweest. Dat logje was namelijk een voorbereiding op dit logje, wat ik toen als vervolg had moeten schrijven, maar wat niet gebeurd is doordat het in concept stond en door mij was vergeten. 

Het stukje waar het om gaat is dit: "De herstelling van dit verbond (het verbond van Abraham) was de herstelling van het evangelie in de laatste dagen, want daardoor worden alle volken van de aarde gezegend". Ik stel dan twee vragen: Wat zijn de zegeningen die voortvloeien uit dit verbond? Is een van deze zegeningen niet het priesterschap? 

In deel 1, God kent het einde vanaf het begin, ga ik in op dit verbond van Abraham. Dit deel, drie dus, gaat in op het priesterschap. Daarnaast, ik word zo nog een heel goede vliegenvanger, want ik sla weer twee vliegen in één klap, geef ik zo gehoor aan president Nelsons smeekbede aan de vrouwen: "Ik smeek u om alles wat u over priesterschapsmacht kunt vinden onder gebed te bestuderen. U kunt bijvoorbeeld beginnen met Leer en Verbonden 84 en 107".

Is een van deze zegeningen niet het priesterschap?

In ons KomdanenvolgMij-lesboek van de Leer en Verbonden kunnen we onder andere het volgende lezen: "De goddelijke instructies in afdeling 107 draaien om veel meer dan alleen de instelling van priesterschapsambten en -quorums. In deze afdeling verteltde Heer ons dat er in de oudheid, 'in de dagen van Adam', een priesterschapsorde "werd ingesteld: (vers 41). Van het begin af aan was het de bedoeling dat Gods kinderen - ook ú - de verlossende verordeningen van het evangelie zouden ontvangen en 'alle geestelijke zegeningen van de kerk - het voorrecht te hebben om de verborgenheden van het koninkrijk van de hemel te ontvangen en de hemelen voor zich geopend te hebben (de verzen 18-19)". Afdeling 107 is een van de afdelingen waar president Nelson het over heeft om mee te beginnen. 

Van het begin af aan was het de bedoeling van God. Ik zelf ben bezig met de geschiedenis van het priesterschap en zou jullie in dit proces mee kunnen nemen door erover te schrijven op mijn blog. Ik kies ervoor op dit moment dit niet te doen. Komend jaar bestuderen we het Boek van Mormon; het jaar daarop de Leer en Verbonden en niet te vergeten de Parel van Grote Waarde. Stof genoeg, met meer dan genoeg gelegenheden. Al is er een ding dat ik nog wel kwijt wil in het licht van "vanaf het begin was het Gods bedoeling" en het priesterschap. 

Vanaf het begin af aan was het Gods bedoeling dat het volk van Israël, ik heb het nu over de dagen van Mozes, het priesterschap ontving. In Exodus 19:6 lezen wij: "En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult". Hierbij twee uitspraken uit de GidsbijdeSchriften:
- Aaronisch priesterschap: "Vroeger, onder de wet van Mozes, waren er hogepriesters, priesters en Levieten. Omdat het oude Israel tegen God was opgestaan, werden Mozes en het heilige priesterschap van hen weggenomen. Alleen het lagere priesterschap bleef over. Zij hadden geweigerd zich te laten heiligen en het Mechizedekse priesterschap en de verordeningen te ontvangen (LV 84:23-26). Leer en Verbond 84 is de andere afdeling waar president Nelson het over heeft om mee te beginnen. 
- Melchizedeks priesterschap: "Toen de kinderen van Israël niet naar de voorrechten en verbonden van het Melchizedeks priesterschap leefden, nam de Heer de hogere wet weg en verving die door een lager priesterschap en een lagere wet (LV 84:23-26), die het Aäronisch priesterschap en de wet van Mozes werden genoemd. Toen Jezus op aarde kwam, bracht Hij het Melchizedeks priesterschap terug voor de Joden en begon de kerk onder hen op te bouwen." Over deze nieuwtestamentische kerk heb ik de afgelopen tijd meer dan genoeg  geschreven. 

Ik denk dat ik ondertussen, bijna, niet meer hoef uit te leggen waarom ik juist deze tekst uit Exodus aanhaal. Sommigen onder ons gebruikten deze tekst als verklaring waarom zwarte mannen, net als de overigen van het volk van Israël, het priesterschap nog niet hadden. Dat zij, net als de overigen van het volk van Israël vanouds, op hun beurt moesten wachten. Men vergeet echter dat toen de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith herstelde, er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Daarnaast gaan de-op-je-beurt-wachten-denkers voorbij aan het feit dat het volk van Israel zichzelf, door zijn ongehoorzaamheid, buitensloot. Als er iets is dat dat duidelijk maakt, dan zijn het wel de Schriften.