Posts tonen met het label Zwarte huid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zwarte huid. Alle posts tonen

vrijdag 6 maart 2026

Het Cham-pad

 

"En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard.
En hij dronk van dien wijn, en werd dronken, 
en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.
En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vader naaktheid,
en hij gaf het zijner broederen daarbuiten te kennen.
Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen,
en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders;
en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, 
zodat zij de naaktheid huns vaders niets zagen.
En Noach ontwaakte van zijn wijn; 
en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.
En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!
Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem;
en Kanaän zij hem een knecht!
Genesis 9:20-27


In Scriptures Helps kunnen we de volgende uitleg lezen over bovenstaande tekst: 
"De Schrift geeft geen duidelijk verklaring 
-waarom Ham's zoon Kanaän vervloekt werd vanwege de overtreding van zijn vader tegen Noach. 
- Het is ook niet duidelijk wat Hams overtreding precies inhield, maar het lijkt erop dat hij zijn vader niet respecteerde of misschien iets heiligs onteerde. 
- Omdat we niet alle relevante details van het verhaal kennen, weten we niet precies wat er gebeurde of wat de betekenis ervan was. 
- Door Kanaän te vervloeken verklaarde Noach dat Kanaän een dienaar van Sem en Jafeth zou zijn. 
- Joseph Smiths geïnspireerde vertaling van de Bijbel voegt daaraan toe dat een sluier van duisternis Kanaän zou bedekken, zodat hij onder alle mensen bekend zou zijn. De betekenis van deze sluier van duisternis is onduidelijk. 
- Sommigen hebben de vloek van Kanaän ten onrechte gebruikt om slavernij en discriminatie te rechtvaardigen, met name jegens mensen van Afrikaanse afkomst. De Heer heeft geleerd: Het is niet juist dat iemand een ander tot slaaf maakt. 
- Bovendien leert het Boek van Mormon dat de Heer iedereen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan Zijn goedheid, want allen zijn gelijk voor God"


Ondanks bovenstaand commentaar kan ik de bordjes langs de weg met de tekst 'Het verleden werkt door' niet negeren. Cham, de jongste zoon van Noach, is daar helaas een 'prachtig' voorbeeld van. Twee jaar geleden, in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij, heeft het Nederlands Dagblad onderzoek gedaan naar Cham en zijn vloek: De vloek van Cham: hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen. Ik denk dat de titel van dit artikel voor zichzelf spreekt. 

Uiteraard wordt er in dit artikel van het Nederlands Dagblad aandacht gegeven aan bepaalde teksten uit de Bijbel die eeuwenlang gebruikt zijn om de slavernij te rechtvaardigen. Daarnaast werd er gesproken of we nu wel of niet aandacht aan de vloek van Cham moeten geven. Ook werd in dit artikel gesproken, als je toch deze geschiedenis wil bespreken, of het misschien zinvol is deze bijbels te voorzien van extra uitleg in plaats van het te negeren, wat ik ook terugzie in mijn Gospel Library App. (Engelse taal)

In het artikel wordt ook gezegd hoe iets in iemands hoofd kan gaan zitten, zeker als dit keer op keer maar herhaald wordt. In die zin, denk ik, algemeen gesproken, moeten wij ook als het ware onthoofden, en kunnen we de boodschap, tegengesteld aan de vloek van Cham, niet vaak genoeg herhalen. Want laten we wel wezen, ook wij, kijkend naar onze eigen kerkgeschiedenis, kunnen niet heen om het feit hoe kerkleiders en -leden beïnvloed zijn geweest door deze "giftige theorie", met alle gevolgen van dien. 

Vandaar ook dat in de evangelieverhandeling ras en het priesterschap het volgende hierover gezegd wordt, wat ik niet los kan zien van de restrictie: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader". 


Ik deel opnieuw, ondertussen voor de derde keer, bovenstaande afbeelding. Dit is mijn manier van herhalen. Zie het tevens maar als een waarschuwingsbord op het Cham-pad. Let op, stap niet in de valkuil van het verleden. Een valkuil die te maken heeft met Kaïn, Cham en zijn vrouw Egyptus en uiteraard de vloeken van Kaïn en Cham. In Abraham hoofdstuk 1 wordt niet alleen gesproken over De dochters van Onitah, drie opmerkelijke jonge vrouwen, rechtstreeks uit de lendenen van Cham, maar ook over twee andere nakomelingen van Cham. De Farao die de eerste regering van Egypte vestigde en de Farao uit de dagen van Abraham. 

Scripture Helps, Abraham 1:
"Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noach's zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Cham's nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperking voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel". 

Scripture Helps, Abraham 1:
In de voetnoot van ditzelfde stuk kunnen we lezen: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd".  


De reden dat ik deze groep heb afgeplakt is dat het mij er niet om gaat wie wat heeft gezegd, maar dat het gezegd wordt. In dit artikel geeft iemand als reactie "dat Hager wist waarom Ismaël niet het priesterschap kon krijgen, omdat zijn moeder, Hagar, een nakomeling was van Kaïn. Deze vloek van Kaïn werd namelijk via Egyptus, die getrouwd was met Noach's zoon Cham, doorgegeven aan zijn nageslacht". Dit is voor mij slechts een voorbeeld van hoe het racisme van het verleden doorwerkt in het heden. Ook bij ons in de kerk. 

Wat betreft de dienstbaarheid van zwarten, vanaf het begin van de herstelling heeft de Heer onderwezen dat "het niet juist is dat iemand een ander tot slaaf maakt", LV 101:79. Daarnaast, omdat "vooroordelen diepgeworteld zijn", is het belangrijk om te onthouden, "dat de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde, dat een zwarte huid een teken is van goddelijke ongunst of vervloeking, of dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven en/of dat zwarten of mensen van andere rassen of volkeren ondergeschikt zijn, heeft verworpen". 

Het is mij om het even wat voor huidskleur iemand heeft uit het pleisterdoosje "omdat onze status voor God niet door onze huidskleur wordt bepaald". "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk.
 

donderdag 19 februari 2026

2. Gods koninkrijk is een 'melting pot'






Wanneer deze afbeelding nieuw voor je is, ga dan terug naar.... 'Onze ware identiteit en labels'. Het lijkt bijna net een bordspel. Ga direct naar de gevangenis, ga niet langs start. Wanneer je in de gevangenis zit, word je in je doen en laten beperkt, meestal als gevolg van je eigen gedrag. Toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van de profeet Joseph Smith herstelde, werd er geen onderscheid gemaakt tussen "zwarte en witte, allen waren gelijk voor God". "Echter, vanaf het midden van de negentiende eeuw tot 1978 werden zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het priesterschap geordend en mochten zwarte mannen en vrouwen niet deelnemen aan de tempelbegiftiging of aan verzegelverordeningen". In dit opzicht werden zij in hun doen en laten beperkt, met dit verschil dat zij geen schuld droegen aan deze beperking. Het probleem is echter dat in die periode, zowel door kerkleiders als -leden, het nodige is onderwezen dat door de kerk nu is verworpen en dat zij "in deze tijd elke vorm van racisme in het heden of verleden veroordelen".

Mozes 7 is een uitgelezen kans om opnieuw uit een van die boeken uit het verleden te citeren. Echter, dan sta ik opnieuw stil bij dit insect van racisme uit het verleden. Aan de andere kant, kan dit insect van racisme ook niet volledig door mij genegeerd worden, vanwege de doorwerking in het heden, wat ik niet los kan zien van stilstaan bij de wortels. De wortels hebben voor mijn gevoel echter ook te maken met context. Want waar plaats ik de restrictie in het plan van zaligheid, in het verbond van Abraham, in de herstelling van de nieuwtestamentische kerk, in wat vóórdat de wereld er was? Wat veel verder gaat dan de openbaring op het priesterschap in 1978, die in wezen alleen de blaadjes schoonveegde. Waarschijnlijk onnodig om te zeggen, maar ik doe het toch: ik ben nog niet klaar met dit ijsje. 

Voor nu wil ik echter stilstaan bij deze laatste alinea uit de evangelieverhandeling ras en het priesterschap: "De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in een vers uit het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk." Hebben "de voorwaarden die God eraan heeft verbonden" uiteindelijk ook niet te maken met de context waar ik het in voorgaande alinea over heb?

Ondertussen denk ik dat deze tekst uit het Boek van Mormon misschien wel de meest geciteerde tekst op mijn blog is. Naast natuurlijk de evangelieverhandeling ras en het priesterschap. Wie alleen zijn Schriften in het Nederlands leest, heeft misschien Scripture Helps, wat een nieuwe studiehulp is, gemist. Ik heb al eerder hieruit geciteerd. Dat was toen ik een logje had geschreven met de titel Speculaties rond de vloek van Kaïn.  Onderstaande twee voorbeelden komen ook uit deze studiehulp. En ja, opnieuw gaat het over Kaïn, wat natuurlijk niet zonder reden is. 

Wat weten we over de kinderen van Kanaän en hun vloek?
Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die voor de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam, is er geen Bijbels bewijs dat suggereert dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Evenmin is er bewijs dat ze verbonden zijn met de rechtvaardige bewoners van het land Kenan, genoemd naar de overgrootvader van Henoch. Ze verschillen ook van Noachs kleinzoon Kanaän en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd en die later kwamen. Henoch profeteerde dat de kinderen van Kanaän vervloekt zouden worden met onvruchtbaar land, blijkbaar omdat ze de inwoners van Shum hadden uitgeroeid. Het verslag vermeldt vervolgens dat duisternis over de kinderen van Kanaän kwam en dat ze veracht werden onder alle volken. Wat duisternis in dit vers betekent, is onduidelijk. Sommigen hebben aangenomen dat duisternis verwijst naar een donkere huidskleur, maar er is niets in de tekst dat deze interpretatie rechtvaardigt. 

Wat betekent het dat het nageslacht van Kaïn zwart was?
Net als bij de beschrijving van de duisternis die over het volk van Kanaän kwam in Mozes 7:8, is de betekenis zwart in vers 22 onduidelijk. Een beschrijving van Kaïns nakomelingen, die eerder in het boek van Mozes te vinden is, vermeldt dat God hen niet diende, omdat hun werken in het duister waren en zij de geboden van God niet hielden. Nadat Kaïn een onheilig verbond met Satan had gesloten en zijn broer Abel had gedood, sprak de Heer een vloek over Kaïn uit. De vloek van Kaïn hield in dat de grond geen gewassen voor hem zou voortbrengen, dat hij als een vluchteling zou rondzwerven en dat hij van Gods aanwezigheid zou worden afgescheiden. De Heer plaatste ook een ongespecificeerd teken op Kaïn om te voorkomen dat anderen wraak op hem zouden nemen. Er is geen enkele aanwijzing in de Schrift dat Kaïns teken werd doorgegeven aan zijn nakomelingen. We moeten speculeren over de aard of het uiterlijk van het merkteken dat op Kaïn werd geplaatst, of over de vraag of de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was, vermijden.

Bovenstaande teksten uit de studiehulp hebben allemaal op de een of andere manier te maken met een teken of een vloek. In het verleden heb ik een aantal stukjes geschreven over aanpassingen in de Schriften. Mozes 7 vers 8 en vers 22 zijn ook voorbeelden van aanpassingen in voetnoten van de Schriften. Beide verzen, wat in het verleden niet zo was, verwijzen nu naar 2 Nephi 26:33. Dit lijkt misschien een kleinigheid, maar geloof me, dat is het niet. Zeker als je ze leest in de context van de Officiële Verklaring 2: "In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap geordend. Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst". Door deze aanpassing werd duidelijk gemaakt dat de restrictie er niet was vanaf het begin van de herstelling van de kerk. Pas na de dood van Joseph Smith, tot 1978. 

Tot slot nog deze woorden van president Dallin H. Oaks uit zijn toespraak 'Alle mensen overal': "Hij nodigt allen uit. We begrijpen man en vrouw. We begrijpen ook zwart en wit, wat alle rassen betekent. Maar hoe zit het met slaaf en vrije? Tenslotte is een slaaf ook iemand die gevangen is door de beperkingen van andere onjuiste denkbeelden. De profeet Joseph Smith heeft gezegd dat wij de gevangenen bevrijden". Is onderwijzen over de vloek van Kaïn en Cham, dat een verkeerd denkbeeld is, in wezen ook niet een vorm van bevrijden, maar nu van verkeerde gedachten? Blijkt hieruit niet opnieuw het belang van onderwijs? Vervolgens eindigt president Oaks dit stukje met deze woorden:

"Onze Heiland
nodigt allen uit om tot Hem te komen
en deel te hebben aan zijn goedheid,
Hij verwerpt niemand die tot Hem komt
en allen zijn voor God gelijk"
2 Nephi 26:33


maandag 5 januari 2026

1. Onze ware identiteit en labels


"Want zie,
dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39


Als ik opnieuw alleen voor de HOE van de herstelling zou gaan, dan zou ik zeker als jaarthema kiezen: "Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid". Er zijn echter nog meer onderwerpen die mij aanspreken, die de afgelopen jaren een beetje ondergesneeuwd zijn geraakt, waar ik, zeker nu ik door het Oude Testament reis, ook aandacht aan wil geven. Daarom, met een zeker spoor van pijn in mijn hart, laat ik deze zin los, ondanks dat alles terug te leiden is naar het Plan van Zaligheid, waar Christus het middelpunt van is. "Heilige verordeningen en de goddelijke autoriteit om ze te bedienen, zijn niet ontstaan met de herstelling van het evangelie en de stichting van de moderne kerk in 1830. 

Dat wil echter niet zeggen dat ik gedurende mijn reis door het Oude Testament geen aandacht zal geven aan de woorden "dit is mijn werk en mijn heerlijkheid". Al was het alleen maar vanwege de vragen "Wat is Gods werk, en welke rol spelen wij daarin?" en "Wie zijn wij?" of 


"Ben ik een eend of een zwaan?"




Vragen die alles te maken hebben met deze opmerking: "Als kind van God heb ik een goddelijke bestemming", wat ook een terugkerend thema is in het Oude Testament. Over jezelf zien als een eend of een zwaan zei president Russell M. Nelson het volgende. "Hoe je denkt over wie je werkelijk bent, is van invloed op bijna elke beslissing die je ooit neemt". 





Omdat uit dit denken je handelen voortvloeit, is de Heer er alles aan gelegen om jou te doen beseffen dat je een zwaan bent. Vandaar dat president Nelson zei dat "als de Heer tot je zou spreken, Hij ervoor zou zorgen dat je je ware identiteit zou begrijpen". Daarom is het zo belangrijk dat je "de waarheid kent over wie je bent". 

In deze toespraak over 'kiezen voor de eeuwigheid' heeft president Nelson het ook over labeling. "De tegenstander is gek op labels, omdat ze verdeeldheid scheppen en beperkend werken op hoe wij over onszelf en elkaar denken." Ik zou nu al mijn tent kunnen opslaan en voor een paar dagen stil kunnen staan bij 'hoe we over onszelf denken' en 'hoe wij over elkaar denken', wat onder andere blijkt uit het verhaal van het lelijke eendje. "Het is verdrietig als we labels meer in ere houden dan we elkaar in ere houden”. 

Labeling, zoals dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk bestaan, "kan uitlopen op vooroordelen en vijandigheden", al is dit juist niet waar ik bij stil wil staan. En toch ook wel weer, maar dan gezien door deze woorde: "Als de Heer tot je zou spreken zou Hij ervoor zorgen dat je je ware identiteit zou begrijpen". President Nelsons woorden "Als de Heer tot je zou spreken” zijn voor mij niet zomaar wat loze woorden. Zeker kijkend naar wat de Heer tot mij zegt over "mijn ware identiteit" door middel van mijn patriarchale zegen. Daarnaast leerde ik door mijn zegen dat een zwarte huid die op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk bestaan zou wijzen, waar ik mee grootgebracht ben, een fabel is. 
. 
Toen ik de Liahona van deze maand opensloeg, zag ik de naam Ahmed S. Corbitt staan. Meerdere keren heb ik op mijn blog al naar hem verwezen. Dit vanwege zijn essay en zijn bijdrage aan het boekje Stay Thou Nearby, waardoor een aantal dingen die hij zegt in dit artikel niet nieuw voor mij waren, zoals de woorden die betrekking hebben op hoe we ervoor kunnen zorgen dat we geen kritische houding jegens profeten en apostelen ontwikkelen: "Veroordeel mij niet wegens mijn onvolmaaktheid, zei Moroni, noch mijn vader wegens zijn onvolmaaktheid, noch hen die vóór hem hebben geschreven; maar dank liever God dat Hij u onze onvolmaaktheden heeft onthuld, opdat u zult leren wijzer te zijn dan wij geweest zijn, (Mormon 9:31)". 

Ouderling Corbitt zegt echter ook iets in dit artikel waarvan ik kan getuigen dat het zo is: "Naarmate ons geloof in Christus en ons vertrouwen in God toenemen, kijken we vooruit met een oog vol geloof en zien we dat hun beloften worden vervuld". Wat in mijn patriarchale zegen stond, en waar ik toen geen woorden voor had, werd jaren later bevestigd door deze woorden uit de 'evangelieverhandeling ras en het priesterschap': "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: …een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven". "Geloof is richtinggevend" en dat is een patriarchale zegen ook. Geen moment echter had ik, zeker als grijs zwanenkuiken die ik toen was, voor mijzelf bedacht dat er ooit een dag zou komen dat ik gedurende vier jaar zou schrijven over onrechtschapen handelingen in het voorbestaan, ras en het priesterschap en de HOE van de herstelling.

Tot slot, opnieuw president Nelson: "Er zijn uiteraard labels die voor jou misschien heel belangrijk zijn. Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Je hoort me niet zeggen dat andere aanduidingen en labels geen gewicht hebben. Ik zeg alleen dat geen enkele aanduiding de plaats kan innemen van of voorrang kan krijgen boven deze drie blijvende aanduidingen: kind van God, verbondskind en discipel van Jezus Christus. Elk label dat niet verenigbaar is met die drie basisaanduidingen zal uiteindelijk als een zeepbel uit elkaar spatten. Andere labels zullen in de loop der tijd op een teleurstelling uitdraaien, omdat ze niet de macht hebben om je dichter bij het eeuwige leven in het celestiale koninkrijk van God te brengen. Wereldse aanduidingen zullen je nooit helder inzicht geven in wie je uiteindelijk kunt worden. Ze zullen nooit je goddelijke DNA of onbeperkte goddelijke potentieel bevestigen". Omdat het niet in overeenstemming is met 

"Want zie,
dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39




maandag 18 november 2024

Wit hart

 

"Roep de Vader krachtig aan in de naam van Jezus
om op die grote en laatste dag misschien
vlekkeloos, rein, mooi en wit te worden bevonden,
daar u bent gereinigd door het bloed van het Lam."
Mormon 9:6


Dit vers kwam ik onlangs tegen toen ik bezig was met mijn leesopdracht van die week. Niets nieuws onder de zon dat ik juist deze tekst eruit vis voor mijn blog, omdat ik dit vers niet los kan zien van mijn rode draad "dat allen gelijk zijn voor God". Het gaat dus weer over rein, mooi en wit en daarnaast het gereinigd worden door het bloed van het Lam, waar ik het onlangs nog over heb gehad. Wat alles te maken heeft met zuiver zijn en zuiverheid, een gesteldheid die alles te maken heeft met je hart.




Dat ik weer terugkom op dit onderwerp, het hart en de kleur van je huid, heeft alles te maken met dat ik aan dit vers een toespraak heb gekoppeld die daar namelijk over gaat. Vandaar. En ja, ook dit onderwerp is niet nieuw. Hiermee wil ik alleen maar aangeven dat ik nu in herhaling val. Echter, dat heb ik ondertussen wel geleerd: dat wanneer dingen worden herhaald, je moet gaan opletten. 

De toespraak waar ik het over heb heeft als titel 'Vlekkeloos voor de Heer staan'. In deze toespraak heeft ouderling Clate W. Mask het uiteraard over witgewassen zijn en worden. Hij heeft het echter ook over: "Let niet op zijn voorkomen noch op mijn rijzige gestalte: de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Here ziet het hart aan". (1 Samuel 16:7) En dan zegt hij dit: "De Nephieten keken naar het uiterlijk van de Lamanieten, want Jakob zei: "Daarom geef ik u een gebod, dat het woord van God is, dat gij hen niet wegens de donkerheid van hun huid zult smaden". Een zeer duidelijke tekst uit het Boek van Mormon, die voor mij als boekdelen spreekt, en zo diende als voer waarmee ik mijn blog tot nu kon vullen. 

Behalve dat zegt ouderling Mask ook nog dit: "Onze Vader kent zijn kinderen over de hele wereld en heeft hen lief, van Boston tot Okinawa, van San Antonio tot Spanje, van Italië tot Costa Rica. In Ghana (dit was tijdens het inwijdingsgebed van de Accratempel in Ghana) heeft president Gordon B. Hinckley de Heer bedankt voor de broederschap onder hen, dat huidskleur nog geboorteland ons als uw zoons en dochters kan afzonderen. Wij nodigen mannen en vrouwen overal uit om, ongeacht hun taal of cultuur tot Christus te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij zendt niemand heen die tot Hem komt, hetzij zwarte of blanke (ik lees wit, vertaald vanuit het Engels (white)) en allen zijn gelijk voor God. Wij zijn in verschillende kleuren, vormen, maten en omstandigheden op aarde gekomen. We hoeven niet rijk, lang, slank, geniaal of mooi te zijn om in het koninkrijk van God verlost te worden - alleen rein. We moeten de Heer Jezus Christus gehoorzamen en zijn geboden onderhouden. En daar kunnen we allemaal voor kiezen, ongeacht waar we wonen of hoe we er uitzien."

Volgend jaar bespreken wij de Leer en Verbonden. Bijzonder vind ik deze woorden van president Ezra Taft Benson. Woorden die gaan over "waar de Heer het Boek van Mormon plaatste in Zijn tijdschema van de ontvouwende herstelling". Het enige dat eraan voorafging, was het eerste visioen". Dus het Boek van Mormon, en haar boodschap 'allen zijn gelijk voor God', was er voor de herstelling van de kerk. Het priesterschap trouwens ook. Dit gegeven neem ik zeker mee naar volgend jaar. Wat dan mijn jaarthema zal zijn, geen idee. Wat ik wel weet is dat ik dit zeker niet los zal kunnen zien van mijn jaarthema's van de afgelopen twee jaar, dat "allen gelijk zijn voor God", en "dat God geen aannemer des persoons is". 


Afbeelding: Pixabay

zondag 3 november 2024

Lamanieten en Nephieten

 

In het seminarielesboek van deze week kwam ik de volgende zinnen tegen: "Mormon bespaarde ons 'een volledig verslag' van het 'afgrijselijke toneel' van goddeloosheid en bloedvergieten dat hij onder de Nephieten zag. Maar wat hij wel in Mormon 1-6 optekende, laat ons afdoende zien hoe laag mensen, die eens rechtschapen waren, kunnen vallen". 



Dit rechtschapen zijn gold voor zowel de Nephieten als de Lamanieten. In het opschrift van 4 Nephi lezen we onder andere dat "de Nephieten en de Lamanieten allen tot de Heer bekeerd worden, dat zij alle dingen gemeenschappelijk hebben, dat er wonderen worden verricht en dat zij voorspoedig in het land zijn". Om vervolgens in ditzelfde opschrift te lezen dat "na driehonderd jaar zowel de Nephieten als de Lamanieten goddeloos zijn". 

Dit van hoog naar beneden vallen gold dus voor zowel de Nephieten als de Lamanieten. Alleen we moeten echter wel bedenken dat, ondanks dat er gesproken wordt over Nephieten en Lamanieten, die scheidingslijn niet zo zwart-wit te trekken is. Dat het zowel "culturele, religieuze als etnische verschillen beschrijft". 

"evenmin waren er Lamanieten 
of wat voor ieten dan ook;
integendeel, zij waren één,
kinderen van Christus 
en erfgenamen van het koninkrijk van God". 
4 Nephi 1:17

Deze situatie van "evenmin Lamanieten of wat voor ieten dan ook" duurde tot het moment dat zij "buitengewoon rijk waren geworden wegens hun voorspoed in Christus, dat er onder hen zodanigen waren die zich in hoogmoed begonnen te verheffen". En het "geschiedde dat in het tweehonderdeenendertigste jaar er een grote verdeeldheid onder het volk was, en het geschiedde dat er in dat jaar een volk opstond dat de Nephieten werd genoemd en zij geloofden waarlijk in Christus, en onder hen waren zij die door de Lamanieten Jakobieten en Jozefieten en Zoramieten werden genoemd; het geschiedde dat zij die het evangelie verlieten Lamanieten en Lemuëlieten en Ismaëlieten werden genoemd". Zie ook 4 Nephi 1:20. Om vervolgens te lezen dat ook het volk dat het volk van Nephi werd genoemd, wegens hun buitengewone rijkdom hooghartig en ijdel begon te worden, zoals hun broeders, de Lamanieten. Uiteindelijk komt het tot een oorlog tussen de Nephieten en de Lamanieten, meerdere zelfs, met als eindresultaat dat uiteindelijk de hele Nephitische natie wordt weggevaagd, op 24 Nephitische soldaten na. 

Misschien vragen jullie je af waarom ik juist dit gedeelte specifiek uit deze hoofdstukken haal. In de seminarieles van deze week wordt namelijk ook gesproken over gaven van de geest, ons voorbereiden om uiteindelijk voor Christus te komen staan, en dat "Jezus Christus met open armen klaarstaat om hen te ontvangen die ervoor kiezen zich te bekeren en tot Hem te komen." 

Dat ik hiervoor niet kies, heeft alles te maken met mijn rode draad en deze woorden: "want dit volk zal worden verstrooid en zal een donker, vuil en weerzinwekkend volk worden." En waarom zullen zij dat zijn? "En wel wegens hun ongeloof en afgoderij." Wat uiteindelijk iets   geestelijks is, want, zoals we ook in dit hoofdstuk, Mormon 5, kunnen lezen: "Eens waren zij een aangenaam volk, en hadden zij Christus als hun Herder; ja, zij werden zelfs geleid door God de Vader". Mooi is trouwens de verwijzende voetnoot: 

En Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en blanke, geknechte en vrije
man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig;
en allen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken.
2 Nephi 26:33

"Uiteindelijk en vooral", zei president Russell M. Nelson, "zijn we allemaal kinderen van God. Ten tweede zijn wij als lid van de kerk allemaal een verbondskind. En ten derde is ieder van ons een discipel van Jezus Christus". 

P.S.
Blank geschreven, wit gelezen. 

zondag 29 september 2024

2. Vooroordelen


Dit logje heeft niet voor niets de titel 'Vooroordeel 2' gekregen. Ik vind het belangrijk dat je, voordat je het onderstaande leest, eerst 'Vooroordeel 1' leest. Ik geloof namelijk dat allen voor God gelijk zijn. Dat Hij kijkt voorbij kleur, en in het verlengde daarvan niet denkt in termen van ras. En dat Hij niemand verwerpt die tot Hem komt. Dit vraagt een andere houding van lezen, van kijken. Het vraagt een andere bril en daaraan wennen kan soms de nodige tijd vragen. 

In zijn toespraak 'Alle mensen overal', die gaat over het Boek van Mormon, heeft ouderling Oaks het erover dat "in het Boek van Mormon steeds wordt herhaald dat het evangelie van Jezus Christus universeel is in zijn belofte en uitwerking - dat die zich uitstrekken tot allen die ooit op aarde hebben geleefd". In deze toespraak zegt ouderling Oaks ook iets over het lezen door een andere bril: "Wat men leert, is afhankelijk van de lezer. Wat we uit het boek halen - met name uit gewijde tekst - is vooral afhankelijk van onze houding als we erin lezen; zijn we verlangend en bereid om te leren en ons af te stemmen op het licht en de communicatie van de Geest van de Heer." Wat president Oaks met name geleerd heeft toen hij het Boek van Mormon las, was "hoeveel liefde God heeft voor al zijn kinderen in alle landen.  En dat Zijn macht en goedheid en barmhartigheid zich uitstrekt over al de bewoners der aarde (1 Ne 1:14)". Hier, in deze tekst, is Lehi aan het woord, onder andere de vader van Laman en Nephi, de stamvaders van de Lamanieten en Nephieten. Wat ik interessant vind aan dit vers is dat al gelijk in hoofdstuk 1 van het Boek van Mormon het punt gemaakt wordt dat Gods macht, goedheid en barmhartigheid zich uitstrekt over al de inwoners der aarde. Volgend jaar bespreken we de Leer en Verbonden, en daar wordt deze gedachte, weliswaar in iets andere woorden, ook in hoofdstuk 1 gemaakt. "En voorts, voorwaar, Ik zeg u, o bewoners van de aarde: Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees; want Ik ben geen aannemer des persoons, en wil dat allen zullen weten dat de dag spoedig komt". 

Het Boek van Mormon is net als de Bijbel een boek vol met menselijke verhalen. Het gaat over mensen die wandelen met God en boven zichzelf uitstijgen. Het laat echter ook een andere kant zien. Mensen die zich overgeven aan hun menselijke zwakheden en bijvoorbeeld op zoek zijn naar macht ten koste van de ander, zo hun vooroordelen hebben en vaak geen prijs stellen op het woord van God. Terwijl het enige verlangen van de Heer is dat zij zich "bekeren en tot Hem terugkeren". Wat de Heer dan doet in situaties dat men zich van Hem afkeert, hij zendt profeten om hen tot Hem te laten terugkeren.

Dit is geen nieuw thema, alleen dit keer zendt de Heer een Lamaniet, Samuel, naar de Nephieten, "die nog steeds in grote goddeloosheid verbleven, terwijl de Lamanieten nauwgezet de geboden van God onderhielden". Deze Samuel beseft heel goed dat hij een Lamaniet is en dat zijn afkomst een rol speelt bij zijn toehoorders. Dit blijkt onder andere wel uit zijn woorden: "En nu, omdat ik een Lamaniet ben". Terwijl, als je de geschiedenis van het Boek van Mormon kent, ze dezelfde gemeenschappelijke voorouder hebben, namelijk Lehi, waardoor ze in wezen broeders zijn, wat in dit verhaal geen enkele rol van betekenis speelt. Integendeel. Wat ze echter vergeten is dat "het evangelie van Jezus Christus alle mensen de mogelijkheid biedt om te veranderen. In een groot deel van het Boek van Mormon waren de daden van de Lamanieten slecht geweest, maar de prediking van de Nephieten leidde ertoe dat het merendeel van hen het evangelie ontving en een grote verandering van hart ervoer. Hier in het boek Helaman (zie de hoofdstukken 13 tot en met 15) is die duidelijke omkering van rollen te zien: een volk dat ooit was onderwezen, werd de leraar". In hun toorn, vanwege zijn woorden, maar ook vanwege het feit dat hij een Lamaniet is (hoe durft hij hun de les te lezen), gaat een deel van het volk van de Nephieten zelfs zo ver dat ze hem met "stenen en pijlen proberen te raken".

Door het hele Boek van Mormon zie je deze omkering, wat uiteindelijk niets te maken heeft met afstamming, noch met de kleur van je huid, maar alles met de gesteldheid van je hart. Dat blijkt wel uit deze woorden van Samuel: "U weet zelf, want u bent er getuige van geweest dat zovelen van hen (hij heeft het hier over de Lamanieten) als er tot de kennis van de waarheid worden gebracht......er ertoe worden gebracht de heilige Schriften te geloven, ja, de profetieën van de heilige profeten, die zijn opgeschreven, hetgeen hen tot geloof in de Heer voert, en tot bekering, welk geloof en welke bekering hun een verandering van hart brengt. Daarom zeg ik u: Het zal voor hen beter zijn dan voor u, tenzij u zich bekeert. Want zie, indien aan hen de machtige werken waren getoond die aan u zijn getoond, ja, aan hen die in ongeloof zijn verkommerd wegens de overleveringen van hun vaderen, dan kunt u voor zichzelf zien dat zij nooit wederom in ongeloof zouden zijn verkommerd." 

Zoals ik al zei, deze boodschap die Samuel brengt is niet nieuw. Honderden jaren eerder waarschuwde een andere profeet, Jacob, de Nephieten al met deze woorden: "Wee, wee u die niet rein van hart bent, die heden vuil bent voor het aangezicht van God; want tenzij u zich bekeert, wordt het land omwille van u vervloekt". En geeft Jacob de Nephieten de raad dat ze "daarentegen aan hun eigen vuilheid moeten denken in het besef dat de vuilheid van de Lamanieten aan hun vaderen te wijten is".



Wat je al niet ziet tijdens een wandeling


Raad Jacob aan de Nephieten: Jacob 3. Omkering van rollen: Inleiding Het Boek van Mormon cursistenboek, hoofdstuk 38. 

zondag 22 september 2024

1. Vooroordelen

"Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, 
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33

"God schiep de rassen, maar niet de discriminatie." Een uitspaak die ik volgens mij zelf al een keer eerder heb gebruikt op mijn blog, maar dan in het licht van discriminatie. Als het gaat om het eerste deel van deze uitspraak, dan geef ik liever God zelf het woord: "Want zie, dit is mijn werk en mijn heerlijkheid; de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen." We hebben dus allemaal dezelfde Vader. Eén God heeft ons allemaal gemaakt. De vraag is alleen of wij dat ook werkelijk geloven? Dat wij allemaal Gods kinderen zijn en dat Hij ze niet sorteert op kleur en afkomst, daar Hij zelfs van stenen Abrahams kinderen kan verwekken. God houdt van diversiteit. Om die reden maakt hij geen onderscheid tussen zwart en wit, en alle andere kleuren die daar dan nog tussenin mogen zitten. Dat ras uiteindelijk niet meer is dan een "een sociaal construct, een zelfgecreëerd beeld, waar geen enkele wetenschappelijke basis voor is." Het probleem is echter, dat heeft de geschiedenis ons laten zien, dat het niet zo eenvoudig is om deze "rassenwaanbril" af te zetten en een nieuwe aan te schaffen.  

Bekeken door die rassenwaanbril kan ik me zo voorstellen dat er mensen zijn die het Boek van Mormon lezen en teksten tegenkomen die ze zo op het eerste gezicht als racistisch ervaren.  Hierbij denk ik aan deze tekst uit onze leesopdracht van afgelopen week: "En het geschiedde dat die Lamanieten die zich met de Nephieten hadden verenigd, onder de Nephieten werden gerekend; en hun vervloeking werd van hun weggenomen, en hun huid werd wit (aangepast overgenomen), zoals die van de Nephieten (3 Nephi 2:14,15)". Zelf heb ik geen witte huid; desondanks ervaar ik deze teksten niet als racistisch, omdat ik deze tekst en andere soortgelijke teksten in de Schriften door mijn kleurenblindbril anders ben gaan leren lezen. Dat dan wel weer. Wat inhoudt dat je het oude denken moet loslaten. De afgelopen tijd heb ik daar al het een en ander over geschreven en ik ben van plan dat de komende tijd te blijven doen. Dit stukje heet niet voor niets 'Vooroordeel 1', alleen nu, wat alles te maken heeft met onze leesopdracht van de afgelopen tijd, met specifieke aandacht voor die "vervloekte" Lamanieten. Waarvan Samuel de Lamaniet er een was. 





Gebruikte teksten: Mozes1:39, Maleachi 2:10, Mattheus 3:9

zondag 15 september 2024

Vertel je verhaal: Tracy Y. Browning


Tracy Y. Browning


Ik pak de draad van Tracy Brownings verhaal op bij het kopje struikelblok in het boek 'Stay thou nearby'. Ze vertelt in dit stukje dat ze in de jaren negentig, toen ze zestien was, lid werd van de kerk. In de instructie die ze zowel van de zendelingen als van andere kerkleden ontving over het herstelde evangelie van Jezus Christus was niets dat ging over de geschiedenis van de kerk. Niet dat ze denkt dat iemand dit bewust voor haar achterhield. "Eerder, zoals ze zelf zegt, omdat het een ongemakkelijk onderdeel is van de geschiedenis van de kerk, en eerlijk gezegd denk ik dat de meeste mensen er liever niet over praten, dus doen ze het niet - tenzij ze vinden dat het absoluut noodzakelijk is." Zelf vindt ze dat we deze informatie niet voor elkaar verborgen horen te houden. 


Kijkend naar mijn eigen geschiedenis: ook aan ons werd deze informatie onthouden toen wij lid werden van de kerk. Met dit verschil dat zuster Browning lid werd van de kerk na 1978, dus na opheffing van de restrictie; wij er voor. Na een jaar lid te zijn van de kerk had mijn moeder het over hoe fijn het zou zijn dat mijn broer in de toekomst ook op zending zou kunnen gaan. Ze kreeg toen te horen dat hij uitgesloten was van het priesterschap en dat mijn broer en ik ook niet de zegeningen van de tempel konden ontvangen en waarom niet. Tracy Browning zegt over dit soort situaties dat "geen enkele door de mens gemaakte verklaring de pijn ervan kan verlichten en het als netjes kan laten overkomen". 

"In onze pogingen, ik citeer haar hier opnieuw, om Gods kinderen tot zijn evangelie en zijn kerk te vergaderen, moeten we ervoor zorgen dat onze inspanningen die onschuldig bedoeld zijn om anderen te helpen bij het navigeren door moeilijke onderwerpen, zelf geen struikelblokken worden door onze eigen maaksels". En dan, ik herken me in haar woorden,  heeft ze het over dat ze zich "soms door de zondagse bijeenkomsten heen geworsteld heeft waar ideeën, houdingen en leringen over ras en/of het priesterschap en de tempelbeperkingen, die de kerk en haar leiders al lang hadden verlaten, werden gedeeld". Daarom juist, alleen al om die reden, vind ik dat dit onderwerp niet onbesproken kan en mag blijven. 

Toch is het kopje 'struikelblok' maar klein in verhouding tot het kopje 'de boom des levens'.  Ze heeft in haar verhaal deze geschiedenis zelfs opgesplitst in vijf onderdelen, waarvan 'Go TROUGH the mist' één ervan is. Voor haar heeft het verhaal alles te maken met "voortdurend vasthoudende aan de roede van ijzer, totdat zij tevoorschijn kwamen en neervielen en van de vrucht van de boom namen", 1 Nephi 8:30. 

In mijn vorig logje vertelde ik dat Tracy Browning ouderling Dallin H. Oaks aanhaalde in haar verhaal. Het gaat om wat ouderling Oaks had gezegd tijdens de 'Be One'-celebration: "Ik zag de pijn en frustratie die mensen ervoeren die onder deze beperkingen leden, en degenen die ze bekritiseerden en naar redenen zochten. Ik bestudeerde de redenen die toen werden gegeven en kon geen bevestiging van de waarheid van een van hen voelen. Als onderdeel van mijn gebedsvolle studie leerde ik dat de Heer over het algemeen zelden redenen geeft voor de geboden en aanwijzingen die Hij aan zijn dienaren geeft. Ik besloot loyaal te zijn aan onze profetische leiders en te bidden - zoals beloofd vanaf het begin van deze beperking - dat de dag zou komen dat iedereen de zegeningen van het priesterschap en de tempel zou genieten". 

Zuster Browning zegt het volgende over deze woorden van ouderling Oaks: "Onze individuele ervaringen en gevoelens als we overwegen hoe we door die mist heen kunnen gaan, kunnen anders zijn. Ik heb waardering en overeenkomsten met mijn eigen ervaring opgedaan toen ik las over president Dallin H. Oaks' proces van gebedsvolle studie van de speculatieve redenen voor het priesterschap en de tempelbeperkingen. Hij zei: Ik bestudeerde de redenen die toen werden gegeven en kon geen bevestiging voelen van de waarheid van een van hen. Toen ik op dezelfde manier kerkmateriaal en historische documenten over de beperking van het priesterschap en de tempel bestudeerde, had ik niet het gevoel dat de Geest de waarheid over wat er in detail stond bevestigde. Wat in feite consequent in mijn gedachten werd geplaatst en vervolgens bevestigd, opnieuw bevestigd en opnieuw bevestigd, waren de evangeliewaarheden die mij in de eerste jaren van mijn discipelschap werden onderwezen. Namelijk dat 'allen voor God gelijk zijn' (2 Nephi 26:33) en dat 'de waarde van (mijn ziel) groot is in de ogen van God' (LV 18:10). Dat 'er geen grotere gave is dan de gave van heil' (LV 6:13) en dat God die vrijelijk aanbiedt (zie 2 Nephi 2:4). Dat ik alles kon hebben wat onze hemelse Vader en onze Heiland Jezus Christus hadden (zie LV 132:19,20). En het nam me mee door de mist."

Tot slot zegt ze: "Toen ik zestien jaar oud was, vertelde God me dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen zijn kerk is. Dat het Boek van Mormon zijn woord is. Dat profeten en apostelen nog steeds leefden en Zijn werk leidden. En Hij vertelde me dat de melanine in mijn huid, of de huid van mijn kinderen, of de huid van mijn voorouders, deze waarheden nooit zou veranderen. Zelfs een ongemakkelijk deel van de geschiedenis van de kerk kan er niets aan veranderen. Het evangelie van Jezus Christus is niet racistisch en Hij staat aan het hoofd van zijn kerk. Hij begrijpt dat de klim schrijnend kan zijn. Maar kijk naar beneden en zie waar je hand is".



Hoop op een betere wereld
Tracy Y. Browning 



Afbeelding: Pixabay

woensdag 17 april 2024

3. Groenten aan het snijden

 

Ik ben nog steeds bezig met mijn allen-zijn-voor-God-gelijk-soepje. Om het overzicht te behouden, kies ik elke keer maar één ingrediënt, om zo voor mijzelf het overzicht te houden. Het lijkt misschien dat ik door de keuze van mijn onderwerpen, zoals vorig jaar met 'ras en het priesterschap' en nu dan dat 'allen voor God gelijk zijn', heel beperkt bezig ben. Echter, dat is totaal niet het geval. Deze onderwerpen zijn slechts onderdeel van een groter geheel. Ik durf zelfs te stellen dat als je dat denkt, je het niet begrepen hebt. Hieronder alvast een voorbeeld.



Denken dat je een streepje voor hebt

Allereerst, zoals beloofd, Jakob 3. In dit hoofdstuk lezen wij hoe Jakob de Nephieten aanspreekt op hun gedrag. Ik zou nog een heleboel meer over dit hoofdstuk kunnen zeggen, maar ik wil niet verdwalen in het bos. Daarom beperk ik mij tot een paar specifieke verzen. Er wordt onder andere in dit hoofdstuk gezegd dat als de Nephieten zich niet bekeren, de Lamanieten reiner zullen zijn wanneer zij tezamen voor de troon van God zullen staan. De Nephieten worden hier aangesproken op hun eigen gedrag en hun houding jegens de Lamanieten, die, dat wordt ook nog even tussen neus en lippen gezegd, er in wezen niets aan kunnen doen. Zo zie je maar hoe opvoeding een rol kan spelen. Het feit dat de Lamanieten "met een zware vervloeking waren vervloekt", maakte "de Nephieten niet automatisch niet-vuil". De Nephieten dachten dat zij rechtvaardiger waren dan de Lamanieten, maar daarin vergisten zij zich. Wat dat betreft lijken de Nephieten zeker ook op de Joden vanouds, die dachten dat zij, door hun afstamming, een streepje voor hadden bij God. Die door de Heer op hun plaats werden gezegd met de volgende woorden: "Meent niet bij u zelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken." 

Van Thijs Dorenbosch kreeg ik een artikel toegestuurd met de titel 'Wat is de donkere huid in het Boek van Mormon?' Al scannend, erin duiken is mij nog niet gelukt, kwam ik deze zin tegen: "De inclusieve antidiscriminatie boodschap van het Boek van Mormon". Ook dit artikel staat in mijn leeswachtrij, maar gelukkig had men een samenvatting geschreven: 

"Een houding van superioriteit leidt tot maatschappelijke conflicten. De raciale interpretatie van enkele verzen uit het Boek van Mormon heeft bijgedragen aan deze houdingen en conflicten, maar toch zijn honderden inclusieve boodschappen te vinden in meer dan de helft van de verzen van het boek. Gods boodschap, liefde, barmhartigheid en gerechtigheid zijn voor alle mensen. Rechtschapen mensen vonden zichzelf niet boven anderen, vervolgden anderen niet en begonnen geen oorlogen. Oorlog is tragisch en wordt veroorzaakt door slechtheid. Samenzweringen zijn een groot kwaad. Rechtschapen mensen waren vriendelijk in hun houding en daden, ongeacht de sociale status of etniciteit van anderen. Sommige mensen uit het Boek van Mormon gaven zelfs hun leven of zetten hun leven op het spel door vriendelijk te handelen, en sommigen van hen gingen van het haten van anderen over tot het opgeven van hun leven ten behoeve van anderen. De inclusieve boodschappen in het Boek van Mormon komen overeen met het standpunt dat wordt bepleit door de huidige leiders van de Heiligen der Laatste Dagen, waarbij zij racisme veroordelen en racistische hypothesen verwerpen, zoals die welke zijn afgeleid van enkele verzen uit het Boek van Mormon, dat wil zeggen dat huidskleur verband houdt met rechtschapenheid. De inclusieve boodschappen komen ook overeen met de opvatting dat huidskleur in het Boek van Mormon niet letterlijk maar metaforisch is. Het Boek van Mormon leert ons dat liefde en respect de juiste manier zijn om met elkaar om te gaan, door voorbeelden van mensen die anderen respecteren en de hand reiken, beloften aan alle mensen, onvriendelijkheid en antisemitisme veroordelen, oproepen aan alle mensen om zich te bekeren, en het benadrukken van de tekortkomingen van de eigen groep en niet die van anderen." 

Deze samenvatting kan ik eigenlijk niet lo zien van mijn les die ik vorige maand gegeven heb. Deze les had alles te maken met de inclusieve boodschap van het evangelie. Hoe Christus brak met vastgeroeste tradities van vijandigheid. Of het nu ging om de relatie tussen de Samaritanen en Joden, de Lamanieten en Nephieten of tussen zwart en wit tijdens de herstelling van de kerk door middel van Joseph Smith. Deze boodschap kan ik namelijk niet los zien van onze tijd. Ik doel nu op de vijandigheid, algemeen gesproken, tussen de Joden en de Arabieren. In bovenstaande samenvatting was er namelijk één woordje wat er voor mij uitsprong en dat was het woordje antisemitisme, dat zoals we weten aan het toenemen is. Aan de andere kant zijn er ook zo de nodige vooroordelen richting zij die een moslimachtergrond hebben. Wat we echter vergeten, zoals de Lamanieten en Nephieten vaak vergaten, verschillende uitzonderingen daar gelaten, zoals Enos die als Nephiet bad voor de Lamanieten, is dat deze twee volkeren één gemeenschappelijke voorvader hebben, namelijk Abraham, en dat zij broeders zijn. In zijn toespraak "Allen zijn gelijk voor God", verwoordt president Howard W. Hunter het zo: "Zowel de Joden als de Arabieren zijn kinderen van onze Vader. Ze zijn allebei kinderen van de belofte, en als kerk kiezen we geen partij. We hebben liefde en interesse voor iedereen".





Afbeeldingen: Children of Abraham en Who is my neighbor?

woensdag 10 april 2024

2. Groenten aan het snijden


Wat mij zo aansprak in de toespraak van Conny Blakemore en wat ik ook heel grappig vond, was haar gebruik van brillen. "De overtuigingen die we hebben, zijn voor ieder van ons de lenzen van de werkelijkheid." Met wat voor bril kijk jij naar jezelf en naar je omgeving? Heeft dit uiteindelijk ook niet alles te maken met hoe jij God ziet en ervaart? 


Voor welke bril kies jij?


Zelf heb ik eerder dit jaar verschillende stukjes geschreven over de bril die je draagt . Twee stukjes gingen met name over aanpassingen in de Schriften. In het derde stukje verwijs ik onder andere naar een artikel dat ingaat op dat "God een donkere huid op hen deed komen".

Voordat ik naar onze leesopdracht van vorige week ga, de hoofdstukken 1tot en met 4 van Jakob, wat voor mij te maken heeft met de Lamanietenbril, wil ik toch nog even stilstaan, opnieuw, bij de zwarte huid waarover gesproken wordt in het Boek van Mormon. Naar aanleiding van de stukjes die ik toen heb geschreven, kreeg ik een door Thijs Dorenbosch vertaald artikel toegestuurd dat ingaat op: "Wat is de donkere huid in het Boek van Mormon?" In dit artikel wordt, ik zou bijna zeggen grappig genoeg als het niet zo pijnlijk was en is, ook over brillen gesproken, de raciale bril, die sommigen maar niet af kunnen zetten, ondanks de duidelijke woorden van de kerk: "Vandaag de dag verwerpt de kerk de theorieën die in het verleden naar voren zijn gebracht dat de zwarte huid een teken van goddelijke ongunst of vloek is." 

Het vasthouden aan deze raciale bril, met alle gevolgen van dien, zorgt er misschien voor dat we als geheel, leden van Zijn Kerk, niet dat ontvangen wat we zouden kunnen ontvangen. Omdat we nalaten het Boek van Mormon volledig te omarmen. Want als ons iets geleerd wordt, is dat het Boek van Mormon juist voor ons, in deze tijd, geschreven is. Hierbij hoef ik alleen maar aan de afgelopen algemene conferentie en ouderling Cooks toespraak te denken, die, hoe kan het ook anders, citeerde uit het Boek van Mormon, "dat allen gelijk zijn voor God" en dat de reddende barmhartigheid van de Heer niet afhankelijk is van afkomst, opleiding, economische status of ras. Het is gebaseerd op één zijn met Christus en Zijn geboden." Met andere woorden: 


"Hij verwerpt niemand die tot Hem komt"
2 Nephi 26:33




Afbeelding: Pixabay

vrijdag 16 februari 2024

3. De bril die je draagt



Mijn twee vorige stukjes gingen over de vloek en het teken en het onderscheid tussen deze twee. Belangrijkste conclusie was en is dat de kleur van de huid, of die nu zwart, rood of een andere kleur heeft, losstaat van een vloek of goddelijke goedkeuring. Het is een gegeven, neutraal dus. Net zoals sommige mensen wit zijn. "Allen zijn voor God gelijk". 

Die twee stukjes, bril 1 en bril 2, gingen echter niet alleen over het onderscheid tussen die twee (teken en vloek), maar ook over de doorwerking ervan in onze schriften. En dan heb ik het niet over de tekst op zich, maar over de inleidende tekst. Bovenstaande afbeelding heeft echter alles te maken met de tekst zelf. Daar het precies past tussen de bril stukjes - aanpassingen in de schriften - neem ik alvast een voorproefje op onze leesopdracht van volgende maand. 

In de ene Boek van Mormon-uitgave wordt namelijk gesproken over een "wit en aangenaam volk" en in de andere uitgave over een "rein en aangenaam volk". Ik wil het nu niet hebben over wit en puur, en daar tegenover zwart, maar alleen over het verschil in tekst. Hoe kan dit verschillen? Want in het licht van interpretatie is dit een niet te negeren verschil.

Ik kwam een artikel tegen (zie punt 3 in artikel) dat ingaat op deze verandering van tekst in onze schriften. Niet alleen dat, het gaat ook in op het onderscheid tussen de vloek en het teken. En tussendoor wordt er nog een opmerking gemaakt dat het "correcter is om 'white' steeds coherent door 'wit' te vertalen (voor de huidskleur kent het Engels geen onderscheid tussen 'wit' en 'blank' - daar bestaat enkel 'white')". Daar heb ik ook al iets over gezegd. In wezen sla ik met dit artikel dus drie vliegen in één klap. 

De schrijver zegt bijna aan het eind van dat artikel het volgende: "Ook al kunnen we nu de passages over huidskleur in het Boek van Mormon beter cultureel en taalkundig plaatsen, toch is het onmiskenbaar dat vroegere interpretaties van die passages vormen van racisme onder kerkleden hebben gevoed. Het idee dat God een waardeoordeel aan huidskleur hechtte, specifiek voor zwarten, vond ingang ten tijde van Brigham Young in het midden van de negentiende eeuw. Het was deel van een wijdverbreid racisme in de Verenigde Staten. Meer dan honderd jaar lang zou het de beperking op het priesterschap aan zwarten bepalen. Het is een beschamend deel van onze kerkgeschiedenis." Ik kan hier alleen maar amen op zeggen. 


Afbeelding: BookofMormonCentral

woensdag 14 februari 2024

2. De bril die je draagt


Vandaag borduur ik verder voort op dat ene vers uit Nephi 5:21: "En wegens hun ongerechtigheid had Hij hen doen treffen met de vervloeking, ja, een zware vervloeking. Want zie, zij hadden hun hart tegen Hem verstokt, zodat het als een keisteen was geworden; welnu, omdat zij wit waren en buitengewoon schoon en bekoorlijk, deed de Here God een donkere huid op hen komen, opdat zij niet aantrekkelijk zouden zijn voor mijn volk." Ik voeg op deze manier hoofdstukken toe aan mijn eigen verhaal. Tevens laat ik jullie hierdoor zien, soms zegt een beeld meer dan duizend woorden, waarom ik zei dat ik opnieuw mijn schriften moest gaan leren lezen. Ze te lezen zonder de interpretaties van het verleden. In Spreuken lezen wij: "Oefen de jongeman overeenkomstig zijn levensweg; ook als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken". Ik ben wat dat betreft 'goed opgevoed'. 

Daarentegen lezen we ook in de Schrift: "Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk is". Dit kinderlijke, deze speculaties uit het verleden, heb ik afgelegd. De kerk zelf heeft aangegeven, verworpen zelfs, dat een zwarte huid een teken is van goddelijke ongunst of vervloeking". Zie zelf het verschil tussen toen en nu.


Inleidende woorden op 2 Nephi 5. 
Vervloekt met een donkere huid.


Hier wordt gesproken over afgesneden zijn en vervloekt.


Wegens hun ongeloof worden de Lamanieten van de
tegenwoordigheid van de Heer afgesneden en vervloekt. 


In de oude inleidende tekst wordt gezegd dat de opstandigen, de Lamanieten, werden vervloekt met een zwarte huid. In de veranderde tekst schrijft men dat de "Lamanieten wegens hun ongeloof van de Heer werden afgesneden en vervloekt". In beide inleidende teksten wordt gesproken over een vervloeking. Alleen, dat zag je ook terug bij het Boek van Mormon voor kinderen: in de oude versie lag de nadruk op de kleur van de huid, in lijn met dat ze werden vervloekt met een donkere huid. In zowel het plaatjesboek voor kinderen over het Boek van Mormon als in onze schriften nu, is de vloek het afgesneden zijn van de tegenwoordigheid van God.

Het onderstaande komt uit een lesboek van de kerk, met dit verschil dat ik het zonder tekstverwijzingen heb overgenomen. Het onderstaande laat zien, puur door het opzetten van een andere bril, (dus niet de bril van dat een zwarte huid een vervloeking is), dat eenzelfde tekst op een geheel andere manier gelezen kan worden. 

Lesboek
"Omdat zij niet naar uw woorden willen luisteren,
zullen zij van de tegenwoordigheid des Heren worden afgesneden."
2 Nephi 5:20

"De vloek wordt in 2 Nephi 5:20 duidelijk omschreven als 'afgesneden zijn van de tegenwoordigheid van de Heer'. De donkere huid van de Lamanieten was niet de vloek."

"En wegens hun ongerechtigheid had Hij hen doen treffen met de vervloeking, 
ja, een zware vervloeking. Want zie, zij hadden hun hart tegen Hem verstokt, 
zodat het als een keisteen was geworden."
2 Nephi 5:21

"De vloek kwam over de Lamanieten 'vanwege' hun ongerechtigheid' en omdat 'zij hun hart tegen de Heer hadden verstokt'. Sinds de val van Adam heeft goddeloosheid er altijd toe geleid dat we van de tegenwoordigheid van de Heer zijn afgesneden."

"deed de Here God een donkere huid op hen komen
opdat zij niet aantrekkelijk zouden zijn voor mijn volk"
2 Ne 5:21

"Waarom heeft de Heer het teken van een donkere huid op de Lamanieten aangebracht? Dit was een specifiek teken of teken voor een specifieke reeks omstandigheden. Nephi legde uit: "Opdat zij, de Lamanieten, niet zouden verleiden, heeft de Heer God ervoor gezorgd dat een een zwarte huid over hen kwam". Alma gaf een soortgelijke verklaring: "De huid van de Lamanieten was donker, zodat de Heer God zijn volk zou kunnen behouden, zodat zij zich niet zouden vermengen en in onjuiste tradities zouden geloven". Deze uitleg komt overeen met andere schriftuurlijke waarschuwingen dat het volk van de Heer niet met ongelovigen mag trouwen, omdat het resultaat hiervan vaak was de rechtvaardigen zich van de Heer afkeren".

"En wegens hun vervloeking die op hem rustte, werden zij een lui volk, vol list en streken." 
2 Nephi 5:24

"Als gevolg van de vloek - afgesneden zijn van de tegenwoordigheid van de Heer - werden de Lamanieten een ijdel volk, vol list en streken". Deze vloek duurde slechts zolang het volk slecht was. Toen de Lamanieten zich bekeerden en ervoor kozen het evangelie na te leven, "volgde de vloek van God hen niet meer". Het Boek van Mormon bevat veel voorbeelden van Lamanieten die zich bekeerden en de leiding van de Geest van de Heer ontvingen. Het boek Helaman vertelt over een tijd waarin de Lamanieten rechtvaardiger waren dan de Nephieten".

Dit lesboek tot zover. 

"Profeten in onze tijd bevestigen dat een donkere huid geen teken van goddelijke afkeuring of een vloek is. De kerk staat achter de lering van Nephi dat de Heer: "niemand verwerpt die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw". (2 Nephi 26:33)  President Nelson heeft gezegd: "De Heer heeft zijn essentiële leerstelling van gelijke kansen voor zijn kinderen benadrukt. Verschillen in cultuur, taal, geslacht, ras en nationaliteit vallen uiteindelijk in het niet als gelovigen zich op het verbondspad begeven en tot onze geliefde Verlosser komen". God is kleurenblind. Nu wij nog. Misschien kan deze bril ons daarbij helpen. 

Kleurenblind-bril