Posts tonen met het label Kerk en slavernij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kerk en slavernij. Alle posts tonen

vrijdag 6 maart 2026

Het Cham-pad

 

"En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard.
En hij dronk van dien wijn, en werd dronken, 
en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.
En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vader naaktheid,
en hij gaf het zijner broederen daarbuiten te kennen.
Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen,
en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders;
en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, 
zodat zij de naaktheid huns vaders niets zagen.
En Noach ontwaakte van zijn wijn; 
en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.
En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!
Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem;
en Kanaän zij hem een knecht!
Genesis 9:20-27


In Scriptures Helps kunnen we de volgende uitleg lezen over bovenstaande tekst: 
"De Schrift geeft geen duidelijk verklaring 
-waarom Ham's zoon Kanaän vervloekt werd vanwege de overtreding van zijn vader tegen Noach. 
- Het is ook niet duidelijk wat Hams overtreding precies inhield, maar het lijkt erop dat hij zijn vader niet respecteerde of misschien iets heiligs onteerde. 
- Omdat we niet alle relevante details van het verhaal kennen, weten we niet precies wat er gebeurde of wat de betekenis ervan was. 
- Door Kanaän te vervloeken verklaarde Noach dat Kanaän een dienaar van Sem en Jafeth zou zijn. 
- Joseph Smiths geïnspireerde vertaling van de Bijbel voegt daaraan toe dat een sluier van duisternis Kanaän zou bedekken, zodat hij onder alle mensen bekend zou zijn. De betekenis van deze sluier van duisternis is onduidelijk. 
- Sommigen hebben de vloek van Kanaän ten onrechte gebruikt om slavernij en discriminatie te rechtvaardigen, met name jegens mensen van Afrikaanse afkomst. De Heer heeft geleerd: Het is niet juist dat iemand een ander tot slaaf maakt. 
- Bovendien leert het Boek van Mormon dat de Heer iedereen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan Zijn goedheid, want allen zijn gelijk voor God"


Ondanks bovenstaand commentaar kan ik de bordjes langs de weg met de tekst 'Het verleden werkt door' niet negeren. Cham, de jongste zoon van Noach, is daar helaas een 'prachtig' voorbeeld van. Twee jaar geleden, in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij, heeft het Nederlands Dagblad onderzoek gedaan naar Cham en zijn vloek: De vloek van Cham: hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen. Ik denk dat de titel van dit artikel voor zichzelf spreekt. 

Uiteraard wordt er in dit artikel van het Nederlands Dagblad aandacht gegeven aan bepaalde teksten uit de Bijbel die eeuwenlang gebruikt zijn om de slavernij te rechtvaardigen. Daarnaast werd er gesproken of we nu wel of niet aandacht aan de vloek van Cham moeten geven. Ook werd in dit artikel gesproken, als je toch deze geschiedenis wil bespreken, of het misschien zinvol is deze bijbels te voorzien van extra uitleg in plaats van het te negeren, wat ik ook terugzie in mijn Gospel Library App. (Engelse taal)

In het artikel wordt ook gezegd hoe iets in iemands hoofd kan gaan zitten, zeker als dit keer op keer maar herhaald wordt. In die zin, denk ik, algemeen gesproken, moeten wij ook als het ware onthoofden, en kunnen we de boodschap, tegengesteld aan de vloek van Cham, niet vaak genoeg herhalen. Want laten we wel wezen, ook wij, kijkend naar onze eigen kerkgeschiedenis, kunnen niet heen om het feit hoe kerkleiders en -leden beïnvloed zijn geweest door deze "giftige theorie", met alle gevolgen van dien. 

Vandaar ook dat in de evangelieverhandeling ras en het priesterschap het volgende hierover gezegd wordt, wat ik niet los kan zien van de restrictie: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader". 


Ik deel opnieuw, ondertussen voor de derde keer, bovenstaande afbeelding. Dit is mijn manier van herhalen. Zie het tevens maar als een waarschuwingsbord op het Cham-pad. Let op, stap niet in de valkuil van het verleden. Een valkuil die te maken heeft met Kaïn, Cham en zijn vrouw Egyptus en uiteraard de vloeken van Kaïn en Cham. In Abraham hoofdstuk 1 wordt niet alleen gesproken over De dochters van Onitah, drie opmerkelijke jonge vrouwen, rechtstreeks uit de lendenen van Cham, maar ook over twee andere nakomelingen van Cham. De Farao die de eerste regering van Egypte vestigde en de Farao uit de dagen van Abraham. 

Scripture Helps, Abraham 1:
"Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noach's zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Cham's nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperking voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel". 

Scripture Helps, Abraham 1:
In de voetnoot van ditzelfde stuk kunnen we lezen: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd".  


De reden dat ik deze groep heb afgeplakt is dat het mij er niet om gaat wie wat heeft gezegd, maar dat het gezegd wordt. In dit artikel geeft iemand als reactie "dat Hager wist waarom Ismaël niet het priesterschap kon krijgen, omdat zijn moeder, Hagar, een nakomeling was van Kaïn. Deze vloek van Kaïn werd namelijk via Egyptus, die getrouwd was met Noach's zoon Cham, doorgegeven aan zijn nageslacht". Dit is voor mij slechts een voorbeeld van hoe het racisme van het verleden doorwerkt in het heden. Ook bij ons in de kerk. 

Wat betreft de dienstbaarheid van zwarten, vanaf het begin van de herstelling heeft de Heer onderwezen dat "het niet juist is dat iemand een ander tot slaaf maakt", LV 101:79. Daarnaast, omdat "vooroordelen diepgeworteld zijn", is het belangrijk om te onthouden, "dat de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde, dat een zwarte huid een teken is van goddelijke ongunst of vervloeking, of dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven en/of dat zwarten of mensen van andere rassen of volkeren ondergeschikt zijn, heeft verworpen". 

Het is mij om het even wat voor huidskleur iemand heeft uit het pleisterdoosje "omdat onze status voor God niet door onze huidskleur wordt bepaald". "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk.
 

maandag 2 maart 2026

Het vertellen van je verhaal

 


Onlangs waren wij in Het Noordbrabants Museum, waar wij onder andere naar de tentoonstelling Ketahanan 'verhalen van veerkracht' zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking met de Molukse gemeenschap is gemaakt en die "opgebouwd is rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst". 



"Deze tweedelige collage van Eva Ririhena toont haar twee grootmoeders. 
Dora van moederskant en Johanna van vaderskant. 
Hiermee laat ze zien dat haar identiteit bestaat uit twee helften, 
twee achtergronden, van twee kanten van de wereld. 
Tegelijkertijd blijven deze vrouwen voor altijd verbonden via haar."


Ik kon mijzelf herkennen in bovenstaande collage, maar ook in de thema's die aan bod kwamen. En zeker ook in de opmerking dat het verleden doorwerkt in het heden. Alhoewel ik daar in een ander jasje stond, zijn dit ook onderwerpen die deel uitmaken van mijn verhaal. Wat mij, ik reis nog steeds door de Schriften, mij brengt bij de vloek van Cham, die  eeuwenlang gebruikt is voor het rechtvaardigen van slavernij. 

Voordat ik echter het Cham-pad op ga, wil ik eerst stil staan bij iets anders. Onlangs heb ik weer een uitnodiging van het ziekenhuis gehad, voor een controleafspraak. Volgende maand is het vier jaar geleden dat ik de diagnose kanker kreeg. Er staat dus weer een onderzoek voor de deur. Het kan zijn dat ik daar op een later moment nog op terugkom. 

In de periode dat ik mijn diagnose kreeg, bestudeerden wij ook het Oude Testament en ben ik met kanker in mijn rugzakje, al schrijvend op reis geweest met het volk van Israël. Toen dit traject was afgerond,  heeft die ervaring mij aangezet om al schrijvend te blijven reizen. Echter, ergens tijdens die reis veranderde steeds meer de inhoud van mijn rugzakje en besloot ik op een gegeven moment dat het tijd was om over te stappen op een andere trein. Niet alleen dat, ik besloot ook deze ervaringen niet voor mijzelf te houden, maar verslag te doen van wat ik zoal onderweg tegen kwam. En zo reisde ik van het Oude Testament naar het Nieuwe Testament. Daarna bezocht ik het Boek van Mormon en vorig jaar de Leer en Verbonden. En dan nu terug bij het Oude Testament, waar het in wezen allemaal mee begon. 

Terugkijkend op mijn reis door de Schriften tot nu toe kan ik zeggen dat ik ondertussen het nodige heb geschreven. Een reis die uiteindelijk begon met God houdt van diversiteit. Daarna was alles grotendeels afhankelijk van waar ik was op dat moment. Onlangs in onze eigen wijk nog, die bestaat uit 19 verschillende nationaliteiten, waaronder leden uit Curaçao, Brazilië, Peru, Roemenië, Dominicaanse Republiek, India, Italië, Nigeria, Schotland en Wit-Rusland, om een paar landen als voorbeelden te noemen, sprak onze bisschop nog over eenheid en het belang van diversiteit. Ondanks de aandacht voor dit onderwerp binnen de kerk is dit voor mij geen reden om mijn reis te beëindigen, hoe aantrekkelijk dit soms ook lijkt. Er zijn nog te veel Oude Testament-plaatsen die ik wil bezoeken en waar ik verslag van wil doen. 

Daarnaast heb ik nog niet ervaren hoe het is om door het Oude Testament te reizen met in mijn rugzakje dat "allen gelijk zijn voor God". Kanker heeft daar toentertijd een stokje voor gestoken. Daarop terugkomend, mensen denken dat als je 'klaar' bent met je behandelingen, dat dan de vlag uit kan. Alleen je bent er dan nog niet. De fase erna heeft zo ook zijn eigen uitdagingen. Ga je overleven, herleven of voortleven? 

Kijkend naar de openbaring op het priesterschap, toen ging min of meer wel de vlag uit, en gaf ouderling Bruce R. McConkie na deze gebeurtenissen een toespraak waarin hij zei: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Echter, zo eenvoudig bleek dit vergeten niet te zijn, waardoor de vlag toch iets minder fier wapperde. 

Over deze fase na het opheffen van de restrictie zei Carol Lawrence-Costly, voormalig raadgeefster in het algemeen jongevrouwenpresidium, het volgende: "Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen. Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". Wat ik zie als de doorwerking, of een bijwerking, van het racisme uit het verleden in het heden.

En zo zag ik meer overeenkomsten tussen mijn beide rugzakjes. Behandeld worden voor kanker is niet alleen een lichamelijk proces; het beïnvloedt je leven op tal van andere manieren. En zo is de restrictieperiode ook gelinkt aan allerlei andere onderwerpen. Bijvoorbeeld aan het voorbestaan, het eeuwige huwelijk, de vloek van Kaïn en Cham en niet te vergeten het verbond van Abraham, waar we het nu over hebben. Of het opslaan van mijn tent bij de Kirtlandtempel wat daarmee te maken heeft, en de woorden van president Russell M. Nelson: "Op grond van priesterschapssleutels hebben wij het gezag om alle zegeningen die God aan Abraham beloofde aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen. Tempelwerk maakt deze uitzonderlijke zegeningen aan al Gods kinderen beschikbaar, waar of wanneer ze ook leefden of leven. Laten we ons verheugen dat priesterschapsleutels weer op aarde zijn!" 

Wat voor mij ook vervat zit in deze ene zin, wat te maken heeft met de HOE van de herstelling:
Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid 
tussen zwart en wit

Wat een variatie is op "Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid tussen Samaritanen en Joden", afkomstig uit een toespraak van ouderling Ulisses Soares. 

In één van de voetnoten van deze toespraak van ouderling Soares verwijst hij naar een toespraak van Martin Luther King jr.: Facing the Challenge of a New Age, de uitdaging van een nieuw tijdperk aangaan. Sommige mensen maken onderscheid tussen hun leven voor en na de kanker. Zover ben ik nog niet, omdat ik nog in remissie zit. Daarnaast, wat ik ook zie als iets behorend bij deze fase, is het vertellen van mijn verhaal en mijn uiteindelijke beslissing om dit te doen aan de hand van de Schriften. 

In Facing the Challenge of a New Age zegt Martin Luther King namelijk iets wat ik herkende: "De grote tragedie van fysieke slavernij was dat het leidde tot verlamming van mentale slavernij. Zolang de zwarte man deze onderdanige houding behield en de hem toegewezen plaats accepteerde, heerste er een soort raciale vrede. Maar het was een ongemakkelijke vrede waarin de zwarte man gedwongen werd geduldig beledigingen, onrecht en uitbuiting te verdragen. Het was een negatieve vrede. Ware vrede is niet slechts de afwezigheid van een negatieve kracht - spanning, verwarring of oorlog; het is de aanwezigheid van een positieve kracht - rechtvaardigheid, goede wil en broederschap. En zo was de vrede die op dat moment tussen de rassen bestond een negatieve vrede, verstoken van elke positieve en blijvende kwaliteit. Zijn religie openbaarde hem dat God al zijn kinderen liefheeft, en dat ieder mens, van een zwarte tot een witte, van belang is op Gods klavier... Met dit nieuwe zelfrespect en hernieuwde gevoel van waardigheid bij de zwarte bevolking werd de negatieve vrede in het Zuiden snel ondermijnd." Wat mij doet denken aan Rood is de kleur van...

Onlangs bespraken wij in onze vrouwenorganisatie opnieuw een toespraak van ouderling Soares, die als titel had: Met de deugd van zelfbeheersing getooid. Zoals wij de toespraak in onze vrouwenorganisatie bespraken, stond het woord zelfreflectie centraal. Zelfreflectie, maar dan gezien door de ogen van kanker, heeft ook te maken met dat je naar binnen kijkt, naar wat wel of niet goed gaat en hoe daarmee om te gaan. Vaak heeft men het dan ook over verschillende fases die je doorloopt. Over de laatste fase, heroriëntatie en aanpassen aan nieuwe situatie, werd dit gezegd: "Veel mensen ervaren deze 2.0-versie van zichzelf als beter dan wie ze waren voor ze ziek waren. Je hebt sinds de diagnose een lange weg afgelegd met veel dips en uitdagingen. Maar meestal hervind je jezelf. Of kom je er sterker uit". Dat is een bemoedigende uitkomst. Alleen het bezig zijn met die 2.0-versie van mijzelf voelt gek genoeg, omdat ik nog druk bezig ben met dit rugzakje, toch als een ander rugzakje, als een andere reis.   

In  de toespraak 'Met de deugd van zelfbeheersing getooid' werd ook Martin Luther King jr. aangehaald, alleen nu niet als voetnoot: "De ultieme maatstaf voor iemands karakter is niet waar hij staat in tijden van voorspoed en comfort, maar waar hij staat in tijden van tegenspoed en controverse". Als er iemand werd geconfronteerd met tegenspoed en controverse, was het Martin Luther King jr. wel. "Martin Luther Kings filosofie van niet-gewelddadig verzet leidde bij talrijke gelegenheden tot zijn arrestatie. In totaal is hij 29 keer opgepakt. King werd gehaat door aanhangers van de rassenscheiding in de zuidelijke staten. Er werd een aanslag op zijn woonhuis gepleegd en hij en andere zwarte leiders werden op beschuldiging van samenzwering veroordeeld. Hij werd in de borst gestoken, meermaals geslagen, en bijna dagelijks met de dood bedreigd". Ondanks dit alles bleef hij trouw aan zijn principes en bleef hij zich vasthouden aan zijn droom. 

In die zin, zeker kijkend naar deze toespraak van ouderling Soares, vind ik Martin Luther King jr. een voorbeeld van iemand die met de deugd van zelfbeheersing getooid was. Zeker als ik kijk naar hem door deze woorden: "Hoewel we ernaar streven zachtmoedig te zijn en twist te vermijden, betekent dat niet dat we moeten marchanderen met onze toewijding aan de waarheden die we begrijpen. We moeten ons standpunt of onze waarden niet opgeven. Het evangelie van Jezus Christus en de verbonden die we gesloten hebben, maken ons tot voorvechters in de eeuwige strijd tussen waarheid en dwaling. In die strijd is er geen tussenweg". 

Als vader had Martin Luther King jr. een wens. Dat zijn vier kinderen zouden opgroeien in een wereld waar ze niet zouden worden beoordeeld op de kleur van hun huid, maar op wie ze waren als persoon. Getuigt zijn verhaal niet juist ook van goed voorouderschap?




donderdag 19 februari 2026

2. Gods koninkrijk is een 'melting pot'






Wanneer deze afbeelding nieuw voor je is, ga dan terug naar.... 'Onze ware identiteit en labels'. Het lijkt bijna net een bordspel. Ga direct naar de gevangenis, ga niet langs start. Wanneer je in de gevangenis zit, word je in je doen en laten beperkt, meestal als gevolg van je eigen gedrag. Toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van de profeet Joseph Smith herstelde, werd er geen onderscheid gemaakt tussen "zwarte en witte, allen waren gelijk voor God". "Echter, vanaf het midden van de negentiende eeuw tot 1978 werden zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het priesterschap geordend en mochten zwarte mannen en vrouwen niet deelnemen aan de tempelbegiftiging of aan verzegelverordeningen". In dit opzicht werden zij in hun doen en laten beperkt, met dit verschil dat zij geen schuld droegen aan deze beperking. Het probleem is echter dat in die periode, zowel door kerkleiders als -leden, het nodige is onderwezen dat door de kerk nu is verworpen en dat zij "in deze tijd elke vorm van racisme in het heden of verleden veroordelen".

Mozes 7 is een uitgelezen kans om opnieuw uit een van die boeken uit het verleden te citeren. Echter, dan sta ik opnieuw stil bij dit insect van racisme uit het verleden. Aan de andere kant, kan dit insect van racisme ook niet volledig door mij genegeerd worden, vanwege de doorwerking in het heden, wat ik niet los kan zien van stilstaan bij de wortels. De wortels hebben voor mijn gevoel echter ook te maken met context. Want waar plaats ik de restrictie in het plan van zaligheid, in het verbond van Abraham, in de herstelling van de nieuwtestamentische kerk, in wat vóórdat de wereld er was? Wat veel verder gaat dan de openbaring op het priesterschap in 1978, die in wezen alleen de blaadjes schoonveegde. Waarschijnlijk onnodig om te zeggen, maar ik doe het toch: ik ben nog niet klaar met dit ijsje. 

Voor nu wil ik echter stilstaan bij deze laatste alinea uit de evangelieverhandeling ras en het priesterschap: "De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in een vers uit het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk." Hebben "de voorwaarden die God eraan heeft verbonden" uiteindelijk ook niet te maken met de context waar ik het in voorgaande alinea over heb?

Ondertussen denk ik dat deze tekst uit het Boek van Mormon misschien wel de meest geciteerde tekst op mijn blog is. Naast natuurlijk de evangelieverhandeling ras en het priesterschap. Wie alleen zijn Schriften in het Nederlands leest, heeft misschien Scripture Helps, wat een nieuwe studiehulp is, gemist. Ik heb al eerder hieruit geciteerd. Dat was toen ik een logje had geschreven met de titel Speculaties rond de vloek van Kaïn.  Onderstaande twee voorbeelden komen ook uit deze studiehulp. En ja, opnieuw gaat het over Kaïn, wat natuurlijk niet zonder reden is. 

Wat weten we over de kinderen van Kanaän en hun vloek?
Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die voor de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam, is er geen Bijbels bewijs dat suggereert dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Evenmin is er bewijs dat ze verbonden zijn met de rechtvaardige bewoners van het land Kenan, genoemd naar de overgrootvader van Henoch. Ze verschillen ook van Noachs kleinzoon Kanaän en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd en die later kwamen. Henoch profeteerde dat de kinderen van Kanaän vervloekt zouden worden met onvruchtbaar land, blijkbaar omdat ze de inwoners van Shum hadden uitgeroeid. Het verslag vermeldt vervolgens dat duisternis over de kinderen van Kanaän kwam en dat ze veracht werden onder alle volken. Wat duisternis in dit vers betekent, is onduidelijk. Sommigen hebben aangenomen dat duisternis verwijst naar een donkere huidskleur, maar er is niets in de tekst dat deze interpretatie rechtvaardigt. 

Wat betekent het dat het nageslacht van Kaïn zwart was?
Net als bij de beschrijving van de duisternis die over het volk van Kanaän kwam in Mozes 7:8, is de betekenis zwart in vers 22 onduidelijk. Een beschrijving van Kaïns nakomelingen, die eerder in het boek van Mozes te vinden is, vermeldt dat God hen niet diende, omdat hun werken in het duister waren en zij de geboden van God niet hielden. Nadat Kaïn een onheilig verbond met Satan had gesloten en zijn broer Abel had gedood, sprak de Heer een vloek over Kaïn uit. De vloek van Kaïn hield in dat de grond geen gewassen voor hem zou voortbrengen, dat hij als een vluchteling zou rondzwerven en dat hij van Gods aanwezigheid zou worden afgescheiden. De Heer plaatste ook een ongespecificeerd teken op Kaïn om te voorkomen dat anderen wraak op hem zouden nemen. Er is geen enkele aanwijzing in de Schrift dat Kaïns teken werd doorgegeven aan zijn nakomelingen. We moeten speculeren over de aard of het uiterlijk van het merkteken dat op Kaïn werd geplaatst, of over de vraag of de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was, vermijden.

Bovenstaande teksten uit de studiehulp hebben allemaal op de een of andere manier te maken met een teken of een vloek. In het verleden heb ik een aantal stukjes geschreven over aanpassingen in de Schriften. Mozes 7 vers 8 en vers 22 zijn ook voorbeelden van aanpassingen in voetnoten van de Schriften. Beide verzen, wat in het verleden niet zo was, verwijzen nu naar 2 Nephi 26:33. Dit lijkt misschien een kleinigheid, maar geloof me, dat is het niet. Zeker als je ze leest in de context van de Officiële Verklaring 2: "In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap geordend. Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst". Door deze aanpassing werd duidelijk gemaakt dat de restrictie er niet was vanaf het begin van de herstelling van de kerk. Pas na de dood van Joseph Smith, tot 1978. 

Tot slot nog deze woorden van president Dallin H. Oaks uit zijn toespraak 'Alle mensen overal': "Hij nodigt allen uit. We begrijpen man en vrouw. We begrijpen ook zwart en wit, wat alle rassen betekent. Maar hoe zit het met slaaf en vrije? Tenslotte is een slaaf ook iemand die gevangen is door de beperkingen van andere onjuiste denkbeelden. De profeet Joseph Smith heeft gezegd dat wij de gevangenen bevrijden". Is onderwijzen over de vloek van Kaïn en Cham, dat een verkeerd denkbeeld is, in wezen ook niet een vorm van bevrijden, maar nu van verkeerde gedachten? Blijkt hieruit niet opnieuw het belang van onderwijs? Vervolgens eindigt president Oaks dit stukje met deze woorden:

"Onze Heiland
nodigt allen uit om tot Hem te komen
en deel te hebben aan zijn goedheid,
Hij verwerpt niemand die tot Hem komt
en allen zijn voor God gelijk"
2 Nephi 26:33


dinsdag 16 december 2025

3. Racisme, heden of verleden


"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het verleden."
Evangelieverhandeling 
'Ras en het priesterschap'




Zoals jullie kunnen zien, kan ik nog geen afstand doen van bovenstaande woorden. In mijn vorige logje schreef ik dat ik stil wil staan bij deze woorden uit de evangelieverhandeling 'ras en het priesterschap', dat uit de "geschiedenis van de kerk blijkt dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De verslagen van de kerk bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik". 

Dit gebruik

Wanneer het gaat om bewustzijn, dat racisme vrijwel onmogelijk te bestrijden is zonder dat bewustzijn, wil ik als eerste stilstaan bij het woord "gebruik". Jarenlang dacht ik, en velen met mij, dat de restrictie er was vanaf de herstelling van de kerk. Daarnaast, en dat dachten ook velen met mij, ging het om een openbaring van God. Wat wij nu weten is dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde, er helemaal geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart, wat ik de HOE van de herstelling noem. Vandaar ook deze regel in de evangelieverhandeling: "Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". Tevens lezen we in de Officiële Verklaring 2 dat het ging om een gebruik, niet om een openbaring. 

Een gebruik dat eigenlijk zo teruggedraaid had kunnen worden. Omdat "het priesterschap lange tijd aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst was onthouden, meenden de kerkleiders dat er behoefte was aan een openbaring van God om het beleid te wijzigen". Uiteindelijk werd door openbaring dit gebruik teruggedraaid. Paul W. Reeve: "In oktober 1978 presenteerde president Edon N. Tanner van het Eerste Presidium de openbaring aan de wereldwijde Kerk ter goedkeuring. Het was de enige keer dat een leer of beleid met betrekking tot de raciale beperkingen aan de Kerk werd voorgelegd om te worden opgenomen in de canon, het formele proces waarmee openbaringen Schrift worden in de tradities van de Heiligen der Laatste Dagen. De openbaring herstelde de Afrikaanse bevolking in haar universele wortels. Het bracht het beleid en de praktijk van de Kerk weer in overeenstemming met de Schriften van de herstelling en herstelde wat verloren was gegaan in de eerste decennia van de Kerk, toen zwarte mannen tot priester werden gewijd en het Eerste Presidium mensen van elke huidskleur in de tempel van Nauvoo verwelkomde. Het bevestigde dat de leer van de Kerk inderdaad gebaseerd was op inclusiviteit". 

De instelling

Als tweede wil ik stilstaan bij de instelling van dit gebruik toen "president Brigham Young in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden". In het opschrift van Officiële Verklaring 2 kunnen we lezen dat de verslagen van de kerk geen helder inzicht bieden in de oorsprong van dit gebruik. Men mocht toen, wat leidde tot aanpassingen, wel hebben geschreven dat de kerkverslagen geen helder inzicht verschaffen. Ondertussen weten we wel meer over de instelling van deze restrictie, opnieuw dankzij verslagen. 
 
"Tegen de tijd dat de Heiligen naar Utah migreerden, waren er zowel vrije als tot slaaf gemaakte zwarte leden van de kerk. Green Flake, Hark Lake en Oscar Crosby, leden van de voorhoede van de pioniersgroep van 1847, waren ten tijde van hun pioniersreis tot slaaf gemaakt door families van Heiligen der Laatste Dagen" (Slavery and Abolition).



"In 1850 creëerde het Congres van de Verenigde Staten het Territorium Utah, en de president van de Verenigde Staten benoemde Brigham Young tot gouverneur. Zuiderlingen die zich bij de kerk hadden aangesloten en met hun slaven naar Utah waren verhuisd, vroegen zich af wat de wettelijke status van slavernij in het Territorium was" (Evangelieverhandeling Ras en het priesterschap). 

"In 1852 debatteerden kerkleiders in de wetgevende vergadering van Utah over wat te doen met de slavernij van zwarte mensen in het Utah-territorium. Brigham Young en Orson Spencer pleitten voor legaliseren en reguleren van de slavernij, waarbij het mogelijk zou zijn om tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen naar het territorium te brengen, maar de slavernij van hun nakomelingen zou verboden zijn en hun toestemming vereist voor elke verplaatsing. Deze aanpak zou uiteindelijk een einde maken aan de slavernij in het territorium. Apostel Orson Pratt hield een hartstochtelijke toespraak tegen elk compromis met de slavernij: "De Afrikaners binden, omdat hij van kleur anders is dan wij, zei hij, is genoeg om de engelen in de hemel te doen blozen. Het standpunt van Young en Spencer kreeg de overhand, en de wetgevende macht keurde een vorm van zwarte slavernij goed die een humane behandeling en toegang tot onderwijs vereiste (Slavery and Abolition)”. Desondanks stond het toe dat degenen die als slaven naar het gebied waren gebracht, levenslang in slavernij werden gehouden (1).

Brigham Young is degene die officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst het priesterschap niet meer mochten dragen. Door deze woorden lijkt het al te gemakkelijk om te denken dat de restrictie volledig de verantwoordelijkheid is van president Brigham Young. Maar niets is minder waar. In de evangelieverhandeling 'ras en priesterschap' lezen we dat: “in de loop der jaren hebben kerkleiders en leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". Opeenvolgende leiders en leden hebben zo ook hun steentje bijgedragen aan deze scheiding op basis van ras. Waardoor "de beperkingen steeds werden aangescherpt" tot het punt dat men dacht dat "het priesterschap en de tempels altijd wit zijn geweest en de raciale beperkingen al vanaf het begin bestonden". 

"In januari en februari gaf Brigham Young twee toespraken in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten" (Evangelieverhandeling Ras en het priesterschap). Deze twee toespraken van Brigham Young, ik deel ze onder de afbeelding, zijn samen met andere gebeurtenissen "volledig te bestuderen in een nieuwe digitale database: This Abominable Slavery. Paul Reeve, hoogleraar geschiedenis en Simmons-leerstoelhouder Mormoonse studie aan de Universiteit van Utah, heeft de nieuwe database ontwikkeld in samenwerking met de J. Willard Marriott Library en met medewerking van de afdeling Kerkgeschiedenis van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Dit publieke geschiedenisproject onderzoekt de slavernij van de inheemse bevolking en Afro-Amerikanen in het Utah-territorium aan de hand van primaire bronnen, waarvan vele voor het eerst openbaar toegankelijk zijn. De digitale collectie stelt het grote publiek in staat de documenten zelf te lezen, aldus Reeve. Mensen hoeven ons niet op ons woord te geloven, maar ze kunnen het bewijsmateriaal inzien en de toespraken in hun geheel lezen. Het is een bron van nieuwe informatie over slavernij in het Utah-territorium, maar ook over het raciale priesterschap en de tempelbeperking binnen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen."

Racisme in het verleden






Op deze toespraak van president Brigham Young is een voorwoord. Wat ik belangrijk vind om aan te halen uit dit voorwoord is dit: "Zelfs als de beperking al van kracht was voordat Young deze aan het parlement kenbaar maakte, hebben historici geen bewijs gevonden dat kerkelijke publicaties er vóór 1852 over spraken, een feit dat snel veranderde. Na de zitting van het parlement publiceerde de kerkelijke krant Deseret News een eigen artikel over de rassenbeperking, en andere kerkelijke publicaties volgden dit voorbeeld. In de daaropvolgende vijf jaar werd de rassenbeperking in ten minste vijf artikelen in kranten van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen genoemd. 1852 was ongetwijfeld een cruciaal keerpunt in de openlijke erkenning van het rassenverbod door de kerk". 




In het artikel Slavery and Abolition konden we al lezen dat "apostel Orson Pratt een hartstochtelijke toespraak hield tegen elk compromis met de slavernij". In het voorwoord op deze toespraak kunnen we daarover het volgende lezen: "De andere reden waarom Youngs toespraak van 4 februari significant is, is dat deze intrigerende aanwijzingen biedt over een voortdurend debat met Orson Pratt. Young maakt duidelijk dat Pratt ook op 4 februari sprak... Het is een belangrijke context om te weten dat een apostel/wetgever het oneens was met de profeet/gouverneur van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en dat Youngs ideeën over ras en stemrecht niet uit het niets zijn ontstaan, maar duidelijk voortkwamen uit specifieke en aardse omstandigheden. De toespraak van Young op 4 februari is daarom een belangrijk contextueel element dat helpt om zijn raciale opvattingen, die hij de volgende dag krachtig naar voren bracht, beter te begrijpen". 




Opnieuw geknipt en geplakt in de inleiding op het document: "De toespraak van Young op 5 februari werd gehouden in de context van een debat met Orson Pratt over stemrecht in het Utah-territorium. Pratt pleitte voor stemrecht voor zwarte mannen, een idee dat Brigham Young resoluut verwierp. Deze nieuwe contextuele informatie helpt Youngs vergelijking tussen priesterschap vloeken en stemrecht in het Utah-territorium te verklaren. Young maakte ook duidelijk dat hij de eerste profeet van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen was die een raciale beperking op het priesterschap uitsprak. Hoewel Pratts toespraak van de dag ervoor niet bewaard is gebleven, is het niet moeilijk voor te stellen dat Pratt erop stond dat geen enkele andere profeet het priesterschap had beperkt voor mannen van zwarte Afrikaanse afkomst en dat er geen bewijs was dat Afrikanen afstammen van Kaïn. Joseph Smith had dergelijke ordeningen immers wel goedgekeurd. Young maakte in ieder geval duidelijk dat, zelfs als geen enkele andere profeet of apostel het eerder had gezegd, hij het nu wel zei... hij beweerde precies het tegenovergestelde. Zelfs als Smith het nooit eerder had gezegd, verklaarde hij, Brigham Young, het nu wel. Het is een duidelijke aanwijzing dat Young zijn eigen koers vaart in raciale kwesties en de kerk die hij leidde, wegleidde van een open raciale ordening naar een gesegregeerd priesterschap. Het was een beslissing die een precedent zou scheppen voor de rest van de negentiende eeuw en het eerste driekwart van de twintigste eeuw. Wat Brigham Young begon als een beperking van het priesterschap voor zwarte mannen, groeide uit tot een beperking van de toegang tot de tempel voor zwarte vrouwen en mannen (behalve om plaatsvervangende dopen voor de doden te verrichten). Het beleid breidde zich ook uit tot een verbod op zendingswerk voor zwarte vrouwen en zwarte mannen,  ondanks het feit dat Elijah Able, een van de eerste zwarte priesterschapsdragers van de Kerk, drie zendingen voor zijn geloof had vervuld. Youngs rechtvaardiging voor deze beperking was gebaseerd op de bijbelse vloek van Kaïn...."

Dit is wat Paul Reeve zegt over deze toespraak van 5 februari 1852: "Op 5 februari verwierp Brigham Young het zwarte stemrecht, terwijl hij tegelijkertijd een raciale priesterschapsbeperking bevestigde en betoogde dat witte mensen superieur waren aan zwarte mensen. Het vertegenwoordigt Brigham Youngs meest complete en krachtige verwoording van een priesterschapsbeperking. Er is geen verslag waarin Brigham Young melding maakt van een openbaring waarin de beperking wordt goedgekeurd. In plaats daarvan vertrouwde hij primair op zijn interpretatie van de bijbelse vloek van Kaïn, terwijl hij tegelijkertijd Pratts stelling dat Afro-Amerikaanse mannen zouden mogen stemmen rechtstreeks in twijfel trok". 

Tot slot nog één ding, ik citeer opnieuw uit de evangelieverhandeling Ras en priesterschap: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte 'herendienst' in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had 'vervloekt' met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader". 

"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het verleden."



(1): De schuingedrukte tekst komt uit het boekje Let's talk about race and priesthood van Paul W. Reeve. 

donderdag 11 december 2025

1. Racisme, heden of verleden


"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het heden of verleden."





Op weg naar Officiële Verklaring 2 kwam ik langs afdeling 134 uit de Leer en Verbonden en besloot ik mijn tent daar op te slaan. Terwijl ik daar was, heb ik een aantal stukjes geschreven, uiteindelijk vijf, die allen op de een of andere manier te maken hadden met deze afdeling en dat het "niet juist is dat enig mens andermans slaaf is". Zoals jullie aan de titel van dit stukje, "Racisme, heden of verleden", kunnen zien, ben ik weer op pad. Dit betekent echter nog niet dat ik al klaar ben met het onderwerp slavernij. 

Voor degenen die het nog niet weten: ik sta met twee verschillende benen in de slavernij, wat komt door mijn eigen familiegeschiedenis. Aan de ene kant is daar mijn zwarte vader. Door hem heb ik een wit/zwarte geschiedenis van slaaf en niet-slaaf. Aan de andere kant staat mijn moeder, wit, de kerk en de woorden "ik geloof in slavernij". Ik schreef toen nog in dat logje dat mijn witte voetje voor een groot deel mijn leven bepaalde. Het zwarte voetje maakt en zorgt ervoor, gezien mijn gebrek aan kennis, dat ik aan het begin van mijn reis sta. Maar nu al, ondanks het feit dat ik nog maar een beginneling ben, is mijn wereld groter en rijker geworden. Ik hoop nog een heleboel pagina's aan mijn verhaal te kunnen toevoegen. 

Ondertussen heb ik de nodige pagina's aan mijn verhaal toegevoegd. In al de verhalen die ik de afgelopen tijd heb gedeeld, was er weinig aandacht voor de geschiedenis van dat zwarte voetje en dat zal volgend jaar, wanneer ik door het Oude Testament reis, het laatste hoofdstuk van mijn verhaal, waarschijnlijk niet anders zijn. Ondanks dat ik mijzelf, als het gaat om het zwarte voetje, nog steeds een beginneling noem qua kennis, ben ik ondertussen wel steeds meer een overlap gaan zien tussen het witte en het zwarte voetje. En ben ik gaan beseffen hoe gekleurd ik zelf ben door mijn opvoeding, zonder dat ik dat in eerste instantie zelf doorhad. Dit is daar een voorbeeld van, net zoals rassenwaan dat ook is. Onze hemelse Vader mag dan wel een kleurenblindbril dragen; daarmee bedoel ik niet dat Hij geen kleuren ziet, want Hij houdt van diversiteit, maar Hij schiep niet de daarmee gepaard gaande discriminatie.

In het logje 'dat ik het niet zelf door had' haal ik ook onze oud premier Rutte aan, die toen namens de Nederlandse Staat excuses aanbood voor het slavernijverleden. Hij zei het volgende over het ondergaan van een verandering van denken: "Ik dacht lange tijd dat het niet goed mogelijk was om op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt, maar ik had het mis. Eeuwen van onderdrukking en uitbuiting werken uit in het hier en nu". 

In deze toespraak van premier Rutte wordt ook gesproken over bewustwording en racisme. Toen ik googlede op 'of je racisme zonder bewustwording kunt bestrijden', kreeg ik dit als antwoord: 



Racisme bestrijden is vrijwel onmogelijk zonder bewustwording. Deze twee gaan hand in hand. Degenen die er niet in slagen van de geschiedenis te leren, zijn gedoemd deze te herhalen.

Andere woorden voor bewustwording zijn bijvoorbeeld erkenning, inzicht en erkentenis. Woorden die ik in verband breng met een lezing: 'De reis begint met het vertellen van je verhaal' van Mpho Tutu van Furth, die ik iets meer dan twee jaar geleden heb bijgewoond. De woorden die zij sprak, die trouwens op iedereen van toepassing kunnen zijn, waren voor mij de aanzet om mijn eigen verhaal te vertellen. Later kwam daar nog het woord benoemen bij, waardoor ik steeds meer een overlap begon te zien. Niet alleen dat, ook te ervaren, als was het alleen maar door de woorden 'laat het verleden rusten'.   

Echter, zoals we ook kunnen lezen, is bewustwording vrijwel onmogelijk als je ook niet stilstaat bij de oorzaken (vooroordelen, onwetendheid en institutionele structuren). 
Vooroordelen en onwetendheid, daar had ik niet direct een woordenboek bij nodig. Wat er precies bedoeld wordt met institutionele structuren wel. En, nog zo'n vraag: kan ik die institutionele structuren ook terugzien in mijn witte voetje? In hoeverre is daar een overlap?

En wat bedoelen kerkleiders nu met dat ze zowel racisme in het heden als in het verleden veroordelen? Wat is racisme? Ik kwam erachter dat het antwoord op wat racisme nu is, afhankelijk is van wie je het vraagt, "omdat je er vanuit verschillende disciplines naar kunt kijken, zoals de psychologie, sociologie, filosofie, en dat het in de praktijk niet alleen om huidskleur en andere fysieke kenmerken gaat, maar ook om zaken als taal, kleding en religieuze praktijken". Echter, en dat maakt het weer behapbaar, ze zeiden ook dat racisme werken aan gelijke kansen en een inclusieve samenleving in de weg staat. Deze opmerking gaat over burgerschap. Is de kerk in wezen niet een samenleving in het klein? In hoeverre, gezien mijn eigen geschiedenis, kan ik dan mijn ogen sluiten voor het feit dat ik zeker overeenkomsten zie tussen het slavernijverleden, mijn zwarte voetje, en de restrictieperiode, mijn witte voetje. Zoals bijvoorbeeld Kain en die 'vervloekte' Cham en deze woorden uit de evangelieverhandeling: "deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen". Ondanks dat koop ik altijd "allen-zijn-gelijk-voor-God"-schoenen. Al heb je natuurlijk altijd uitzonderingen.  
 


maandag 8 december 2025

5. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is


"En nu verlang ik dat deze ongelijkheid niet meer voorkomt in dit land,
in het bijzonder onder dit, mijn volk;
ik verlang juist dat dit land een land van vrijheid is,
en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten..."
Mos 29:32

Hier spreekt een koning en geestelijk leider zijn verlangen uit over hoe hij hoopt dat het land een land van vrijheid zal zijn, en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten. De reactie van het volk is dit: "Daarom lieten zij hun verlangen naar een koning varen en begonnen er buitengewoon naar te verlangen dat eenieder in het gehele land gelijke kansen zou hebben; ja, en eenieder verklaarde zich bereid de verantwoording op zich te nemen voor zijn eigen zonden". 

"overeenkomstig de wetten en grondwet van het volk,
die ik tot stand heb laten brengen, en die moeten worden gehandhaafd
omwille van de rechten en bescherming van alle vlees,
opdat eenieder op de dag van het oordeel
rekenschap verschuldigd zal zijn van zijn eigen zonden.
Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is."
LV 101:76-79

Dit is niet de eerste keer dat ik het heb over koning Mosiah in relatie tot Leer en Verbonden 134 en slavernij. Ik zei toen ook dat ik daar toch nog een vraagteken bij zette. In bovenstaand vers wordt gesproken over wetten en de grondwet en dat de Heer hier zegt dat hij die tot stand heeft gebracht, wat je ook terugziet in de Onafhankelijkheidsverklaring. "De Onafhankelijkheidsverklaring bevestigde het geloof en vertrouwen van de Founding Fathers in God met de volgende woorden: Wij houden deze waarheden voor vanzelfsprekend; dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat zij door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk". 

Het kan dan wel zo zijn dat alle mensen gelijk geschapen waren, dat betekende niet automatisch dat ze daarmee raciaal gelijk waren. In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap lezen we daarover het volgende: "In 1790 verklaarde het Congres van de Verenigde Staten dat alleen vrije blanken burgerrechten genoten. In 1857 verklaarde het Amerikaanse hooggerechtshof dat zwarten geen rechten bezaten die de witte diende te respecteren. Zo'n dertig jaar nadat de burgeroorlog een einde maakte aan slavernij, besliste het hooggerechtshof van de Verenigde Staten dat gescheiden maar gelijkwaardige faciliteiten voor zwarten en witten grondwettelijk waren. Deze beslissing leidde tot heel wat rassenscheiding, tot het hof ze in 1954 herriep. Pas in 1967 werden wetten tegen gemengde huwelijken door het gerechtshof herroepen".

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' lezen we: "dat de kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, toen rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij witte Amerikanen. Deze denkwijze lijkt nu vreemd en verontrustend, maar toen werden alle aspecten van het leven, met inbegrip van religie, hierdoor beïnvloed". 

"Mildred Loving, een zwarte vrouw, en Richard Loving, een witte man, trouwden toen er in Amerika in een aantal staten nog sprake was van een verbod op raciaal gemengd huwelijk. Het leverde Richard een jaar gevangenisstraf op in de staat Virginia, en verbanning. De Lovings lieten het er niet bij zitten dat ze met hun gezin niet in de staat van hun keuze konden wonen, ver weg van familie en vrienden. Gesteund door Robert Kennedy spanden ze een proces aan bij het Supreme Court tegen de staat Virginia. Op 12 juni 1967 kwam de verlossende uitspraak van het Hoogggerechtshof, waarin interraciale huwelijksverboden in Amerika ongrondwettig werden verklaard". 

'Race mixing' was niet alleen een ding in de maatschappij, het speelde ook een rol in de kerk. Vandaar dat we in de evangelieverhandeling Ras en priesterschap kunnen lezen dat "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig". 

Mijn ouders


Jaren '50


Wat betreft de opmerking: "alle aspecten van het leven, met inbegrip van religie, werden hierdoor beïnvloed. Ook het leven van ons gezin, wij werden lid van de kerk in de restrictieperiode, is door deze raciale ongelijkheid, al dan niet subtiel, beïnvloed. Al dacht men in de tijd dat mijn ouders trouwden bij een gemengd huwelijk eerder aan een huwelijk met een andersgelovige. Als het wel ging om ras of etniciteit, werd dit als sociaal minder gezien. In de kerk werd dit echter als zondig gezien, zoals we dat in de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen lezen. Manlief en ik zijn getrouwd na de openbaring op het priesterschap. Op ons huwelijk lag geen beperking, maar we zijn beiden wel met dit gedachtegoed grootgebracht. En ook dit is een onderdeel van 'Vertel je verhaal'. Voor stellen van voor de restrictie periode tijd, nog even los van de restrictie in het algemeen, lag het allemaal net even anders zoals blijkt uit het verhaal van Marcus, de zoon van de eerste algemene zwarte autoriteit in de kerk (zie Ensign, May 1990, Elder Helvécio Martines of the Seventy): die verloofd was met een kerklid die geen zwarte Afrikaanse voorouders had: "Hoewel ze er tevreden mee was te vertrouwen op de belofte dat alle zegeningen ooit voor alle leden beschikbaar zouden zijn, was het vooruitzicht om geen tempelhuwelijk te hebben pijnlijk". 

Deze week staat onze leesopdracht in het teken van Officiële Verklaring 2. In deze les kunnen we lezen: "Eeuwige waarheid verandert niet, hoewel ons begrip ervan wel verandert. En soms werpt openbaring meer licht op waarheid". Dit doet mij denken aan de woorden van ouderling Bruce R. McConkie die hij zei na de openbaring op het priesterschap: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wat president Brigham Young, president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Gelukkig, en daarom leg ik zo de nadruk op de HOE van de herstelling, kwam daarover nog meer kennis die bijna vergeten was, wat leidde tot aanpassingen in opschriften en voetnoten van onze Schriften. 

Een andere reden waarom ik het belangrijk vind om mijn verhaal te delen, is wat president Nelson zei, tijdens de algemene vrouwenbijeenkomst van oktober 2019 in zijn toespraak Geestelijke schatten, tegen de zusters: "Ik smeek u om alles wat u over priesterschapsmacht kunt vinden onder gebed te bestuderen. U kunt bijvoorbeeld beginnen met Leer en Verbonden 84 en 107. Die afdelingen zullen u naar andere teksten leiden. De Schriften en leringen van hedendaagse profeten, zieners en openbaarders staan vol van die leerstellingen". Hoe kan ik een dergelijke uitdaging aangaan, en dan ras negeren? Ouderling Packer heeft trouwens ook een toespraak gegeven over het priesterschap (Ensign, July 1989, A tribute to Women). Hij is echter niet zo bescheiden geweest als president Nelson. En waar president Nelson het heeft over twee afdelingen uit de Leer en Verbonden, heeft ouderling Packer het over zes afdelingen.  

Zoals ik al eerder zei in dit logje: je mag dan wel gelijk geschapen zijn, dat betekent nog niet dat je daarmee raciaal gelijk bent. Hieruit blijkt wel, ik ben nog steeds in de weer met Leer en Verbonden 134, dat niet iedereen hetzelfde dacht over de grondwet "waarvan de Heer gezegd heeft dat deze behoort aan de gehele mensheid (LV 98:5) en gehandhaafd moet worden voor de rechten en bescherming van alle vlees, overeenkomstig rechtvaardige en heilige beginselen (LV 101:77)". Ik denk dat deze woorden ook opgaan voor de Leer en Verbonden. "Omdat de Leer en Verbonden belangrijke beginselen en procedures betreffende het bestuur van de kerk onderwijst, vormt het de constitutionele basis van de kerk in de laatste dagen". Zelf geef ik de voorkeur aan deze woorden: "Het begin en het einde van het evangelie staat in afdeling 2 van de Leer en Verbonden beschreven. Het is de sluitsteen van die prachtige boog van het evangelie. Als die steen zwak zou worden en eruit zou vallen, dan zou het gehele bouwsel van het evangelie in allemaal losse blokken uit elkaar vallen". Daarin zie ik ook een parallel met de Founding Fathers, met dit verschil dat het nu gaat om de Fathers en de aan hen gedane beloften.

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen we ook lezen dat "tegen het einde van zijn leven de stichter van de kerk, Joseph Smith, zich openlijk tegen slavernij verzette". In het artikel Joseph Smith: Campaign for President of the United States kunnen we  niet alleen lezen waarom Joseph Smith zich kandidaat stelde, we lezen hierin ook over zijn plannen wat betreft de afschaffing van de slavernij. "De afschaffing van de slavernij was een ander belangrijk onderdeel van zijn platform. Hij schreef in General Smith's views: De onafhankelijkheidsverklaring beschouwt deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn; die door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten; dat hiertoe behoren het recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk; maar tegelijkertijd worden zo'n twee of drie miljoen mensen levenslang als slaaf vastgehouden, omdat hun geest bedekt is met een donkerdere huid. In plaats van simpelweg op te roepen tot de afschaffing van de slavernij, zou Joseph Smiths platform het Congres ertoe aanzetten iedereen een redelijke prijs voor zijn slaven te betalen uit de overtollige inkomsten die voortvloeiden uit de verkoop van openbare gronden en uit de inhouding van loon van Congresleden. Om zo, met deze inkomsten, "de vrijheid van tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen te kopen". 

Of dit mijn laatste logje is over slavernij, kan ik nog geen antwoord geven. Er is daar natuurlijk nog de opmerking van Brigham Young dat hij zegt dat hij gelooft in slavernij en de opmerking in de evangelieverhandeling "dat president Brigham Young in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend kunnen worden. Misschien dat er toch nog een deel 6 komt.

Toen ik een passende afbeelding zocht voor dit logje, kwam ik er een van Paul Reeve tegen met de woorden: "Het raciale probleem van het mormonisme is een witheidsprobleem". In eerste instantie vond ik het best wel een confronterende uitspraak. Echter, denkend aan de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap, en wat daar in staat, vind ik die uitspraak van Paul Reeve helemaal niet zo gek. Neem nu deze opmerking: "De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". Wat wordt er bedoeld met racisme uit het verleden? Heeft men het hier alleen over de maatschappij of ook over de kerk? Kunnen we wat er in 1852 en daarna gebeurde afdoen als racisme? Omdat, zoals we ook kunnen lezen in deze evangelieverhandeling, deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Ideeën die eerder waren gebruikt om de legalisatie van zwarte 'herendienst' in het Territorium Utah te propageren". Is racisme uiteindelijk niet dat je discrimineert op basis van herkomst, zoals die Afrikaan? Of die nakomelingen van Kaïn of Cham door God vervloekt zijn met een donkere huid? Denkbeelden waarover we ook kunnen lezen in deze verhandeling. Of er wel of niet een deel zes komt over slavernij, dat doet er niet toe. Eén ding is zeker: ik ben nog niet uitgeschreven. 

Uitspraak betreffende afdeling 2: Doctrine and Covenants Student Manuel, Section 2