Posts tonen met het label Brigham Young. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brigham Young. Alle posts tonen

maandag 19 januari 2026

4. Onze ware identiteit en labels


"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid." 
President Spencer W. Kimball


Tijdens de algemene conferentie van 2020 zei ouderling Quentin L. Cook het volgende: "Laten we onszelf op dit keerpunt van tweehonderd jaar kerkgeschiedenis vast voornemen om rechtschapen te leven en eensgezinder te zijn dan ooit tevoren. Met ons geheel inclusieve leer kunnen wij een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren". 

Tijdens dezelfde conferentie zei president Dallin H. Oaks dit: "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaarde grieven gehad. In een aangrijpende persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen."

En ook president Russell M. Nelson sprak tijdens deze conferentie: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israël beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat, is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van uw huidskleur. Het bedroeft mij zeer dat onze zwarte broeders en zusters over de hele wereld door racisme en vooroordeel zo veel ellende te verduren hebben. Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding of handeling die door vooroordeel wordt ingegeven. Ik smeek u om respect voor al Gods kinderen te bevorderen". 

"Zwarte Heiligen der Laatste Dagen noemden deze verklaring van president Nelson historisch". Over historisch gesproken, ik vond dat ook van de evangelieverklaring Ras en het priesterschap. Ondanks dat ik amen kan zeggen op al het bovenstaande, ervaar ik een maar-gevoel. De opdracht is racisme uitbannen, heden en verleden. Kunnen we dit echter uitbannen zonder bewustwording? Hoe ziet dat er in de praktijk dan uit? Kijkend naar wat Theresa A. Dear van het NAACP zei, die door president Oaks werd geciteerd, viel mij het woord zwijgzaamheid op. Was ik zelf jaren niet zwijgzaam geweest over mijn eigen ervaringen, zelfs als de openbaring op het priesterschap werd besproken? Echter, die zwijgzaamheid doorbreken bleek in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn en ik liep tegen dingen aan zoals 'profeten maken geen fouten'. 

De kerk heeft een artikel geschreven over de rol van profeten. Dit artikel gaat ook in op de feilbaarheid van profeten. Interessant is trouwens ook deze opmerking over unanimiteit: "De leer wordt verklaard en uitgelegd door de president van de kerk, waarbij het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf hem ondersteunen. Zij handelen unaniem, volgens het patroon in Leer en Verbonden 107:27-31". Gelukkig, ondanks alles, is mijn moeder niet weggerend. Waar ik het echter over wil hebben, is wat te doen met sommige boeken van de kerk. Boeken hebben geen mond. Ze staan stil in de kast, mij om het even in welke kast, maar ze spreken wel degelijk.

Het is geweldig, behalve dan...


behalve dan de minder leuke stukjes.
Met wat voor films en muziek voed jij je geest?


Op bovenstaande poster heeft men het over films en muziek, maar hoe zit het met sommige kerkboeken? Boeken die geweldig zijn... op de racistische stukjes na dan. 



Wie van de oudere generatie, en daar reken ik mijzelf ook toe, is niet grootgebracht met deze boeken van Joseph Fielding Smith? En dat Shawn Crank zegt dat hij altijd quotes ziet van deze boeken, daar heeft hij helemaal gelijk in. Tijdens de afgelopen oktoberconferentie citeerde president Oaks nog uit deel 1 (zie voetnoot 6) door president Joseph Fielding Smith te citeren. 


Deze boeken zijn nog steeds te verkrijgen, en zoals je in de beschrijving kunt lezen, een 'must have' voor Heiligen der Laatste Dagen. En ook bij ons in de kerkmediatheek staan ze nog volop. Alleen, je voelt hem al aankomen, ik zie tevens het insect. Het insect van racisme. 

De Leer tot Zaligmaking, deel 1:
- blz. 63: "Er is een reden waarom de ene mens wordt geboren met een zwarte huid en met andere nadelen, terwijl de ander wordt geboren met een blanke huid en grote voordelen. Deze reden is dat wij, voordat wij hier kwamen, reeds bestonden en in mindere of meerdere mate gehoorzaam waren aan de wetten die ons daar werden gegeven. Zij die daar in alle opzichten getrouw waren, ontvingen grotere zegeningen hier, en zij die niet standvastig waren, ontvangen minder."
- blz. 67: "Bij de oorlog in de hemelen was geen sprake van neutrale partijen. Allen hebben partij gekozen, hetzij voor Christus, hetzij voor Satan. Ieder had daar beschikking over zijn vrije wil, en de mensen ontvangen hier beloningen op grond van wat zij daar hebben gedaan, net als zij in het hiernamaals beloningen zullen ontvangen voor de in het lichaam verrichte daden. De negers zullen, dat is duidelijk, de beloning ontvangen die zij verdienen."
- blz. 139: "Tubal-Kaïn was de vader van alle smeden, lang voor de zondvloed kwam. Toch hebben in het midden van de negentiende eeuw, toen Speke Grant, Livingstone en anderen de ontdekkingsreizen maakten naar de binnenlanden van Afrika, de afstammelingen van Kaïn aangetroffen die nog als wilden in het 'stenen tijdperk' leefden. Columbus zag in 1492 dat het 'stenen tijdperk' nog lang niet voorbij was. Zo troffen pioniers in 1847 in Utah vergelijkbare toestanden in de dalen van onze bergen aan". Dit is slechts een klein gedeelte van pagina 139.  

Leer tot Zaligmaking, deel 2:
- blz. 56: De enige zielen die ter wereld komen en aan beperkingen onderhevig zijn, zijn de negers. Zij kunnen het priesterschap niet dragen; maar negers mogen wel worden gedoopt, en we hebben in de kerk veel negers. Met welk recht of om welke reden zullen wij daarom onschuldige kinderen het recht ontzeggen het celestiale koninkrijk binnen te gaan, of ze nu zwart, bruin of geel zijn, als die kinderen, in alle onschuld en zonder zonden, jong sterven? Als een neger het celestiale koninkrijk kan verwerven door zich te laten dopen, en de Chinezen en de Japanners of welk ras dan ook, zou het dan consequent zijn kinderen het recht te ontzeggen dit rijk binnen te gaan alleen omdat zij onder ongunstige omstandigheden werden geboren?

Leer tot Zaligmaking, deel 3:
- blz. 148: Een van het bloed van Kaïn mag, als hij zich werkelijk bekeert, gedoopt en lid van de kerk worden en een patriarchale zegen ontvangen. Sommige negers die lid van de kerk zijn, hebben een patriarchale zegen ontvangen. 

In de mediatheek van de kerk stond nog een boekje van Joseph Fielding Smith. Ik neem daar ook maar gelijk een aantal uitspraken uit mee. 

De weg naar volmaking:
- blz. 50: Dat de neger bijvoorbeeld beperkingen zijn opgelegd wegens hun houding in de geestenwereld zal door weinigen worden betwijfeld. Het zou niet rechtvaardig zijn als hun de macht van het Priesterschap zou worden onthouden, indien dat niet een straf zou zijn voor enige daad of daden vóór hun geboorte begaan. Toch komen zij, gelijk alle andere geesten die in deze wereld werden geboren, onschuldig voor God, voor zover het hun sterfelijk bestaan betreft. Hier kunnen zij onder bepaalde beperkingen hun tweede staat volbrengen. Indien zij in deze staat trouw blijken te zijn, zal onze eeuwige Vader, Die rechtvaardig en waar is, het ongetwijfeld dienovereenkomstig belonen en zullen zij enige zegeningen tot verhoging ontvangen.
- blz 53: Is het niet redelijk te geloven dat de Here de uitverkoren geesten voor de beste klasse naties zou uitkiezen? En is het niet redelijk te geloven dat minder waardige geesten voor een minder begunstigd geslacht worden bestemd? Is dat niet in hoge mate de verklaring van de rassen in al hun verscheidenheid van kleur en intelligentie die wij in de wereld aantreffen? 
- blz. 100; Niet alleen dat Kain moest lijden, maar door zijn goddeloosheid werd hij de vader van een minderwaardig ras. Een vloek werd over hem uitgesproken en die vloek heeft zich over zijn nakomelingschap voortgezet zolang de tijd duurt. Miljoenen zijn met de vloek van een zwarte huid in de wereld gekomen en werden het voorrecht van het priesterschap en de volledige zegeningen van het Evangelie onthouden. Deze zijn de afstammelingen van Kaïn. Bovendien heeft men hen van het begin afgescheiden gehouden van de rest van het mensdom. Henoch zag de mensen van Kanaän, de afstammelingen van Kaïn, en hij zegt: .... er kwam een zwarte kleur op alle kinderen van Kanaän, dat zij onder alle mensen werden veracht... En Henoch ging voort het ganse volk tot bekering te roepen, behalve het volk van Kanaän  (Mozes 7:8,12). Billijkheidshalve moet worden gezegd dat er onder de nakomelingen van Kaïn velen zijn geweest die rechtschapen waren en in deze tweede staat zo goed mogelijk leefden volgens het licht dat zij hadden. Laten wij bidden dat de Here hen wegens hun onkreukbaarheid zal zegenen met enige zegeningen van verhoging, indien niet de volheid. Maar wat een contrast! 

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Want in dit boekje, De weg naar volmaking, wordt ook stilgestaan bij woorden van president Brigham Young, bij Cham, Egyptus en het volk van Kanaän (zie Mozes 7). Wil ik hiermee zeggen, vanwege de insecten, dat deze boeken in het water gegooid kunnen worden of dat de naam van de Brigham Young universiteit veranderd moet worden? Nee. Maar het geeft wel aan waarom ik ervoor gekozen heb om vier jaar door de Schriften te reizen aan de hand van de standaardwerken. Juist omdat ik zelf opnieuw mijn Schriften moest leren lezen, los van deze teksten van het verleden. Een proces dat nog steeds gaande is. Dit is ook waarom ik bijvoorbeeld soms zo de nadruk leg op de HOE van de herstelling. Dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk herstelde, er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Dit veranderde na de dood van Joseph Smith. Of het verbond van Abraham, omdat in het oude gedachtengoed zwarte mensen van Afrikaanse afkomst hiervan uitgesloten waren, wat vaak ook doorwerkte in hun patriarchale zegens. Daarnaast, vergeet niet dat er veel exemplaren van deze boeken zijn verkocht en evenveel leden van de kerk hierdoor zijn beïnvloed, zoals Brad Wilcox, die zich verontschuldigde voor een onjuiste uitspraak over zwarte mensen en het priesterschap. Wat een voorbeeld is van hoe woorden uit het verleden doorwerken in het heden. 

Tot slot nog twee dingen. Allereerst dit. In het verleden heb ik een stukje geschreven dat ik de titel Stof heb gegeven. Dat logje gaat over Bruce R. McConkie, die president Joseph Fielding Smith aanhaalt, die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand heeft gezegd. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft, is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden". 

En ten tweede de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' die ik, zoals ik al zei, als historisch heb ervaren. Daarin staat namelijk het volgende: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarte of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden. De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk". 

"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid."
President Spencer W. Kimball



dinsdag 16 december 2025

3. Racisme, heden of verleden


"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het verleden."
Evangelieverhandeling 
'Ras en het priesterschap'




Zoals jullie kunnen zien, kan ik nog geen afstand doen van bovenstaande woorden. In mijn vorige logje schreef ik dat ik stil wil staan bij deze woorden uit de evangelieverhandeling 'ras en het priesterschap', dat uit de "geschiedenis van de kerk blijkt dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De verslagen van de kerk bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik". 

Dit gebruik

Wanneer het gaat om bewustzijn, dat racisme vrijwel onmogelijk te bestrijden is zonder dat bewustzijn, wil ik als eerste stilstaan bij het woord "gebruik". Jarenlang dacht ik, en velen met mij, dat de restrictie er was vanaf de herstelling van de kerk. Daarnaast, en dat dachten ook velen met mij, ging het om een openbaring van God. Wat wij nu weten is dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde, er helemaal geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart, wat ik de HOE van de herstelling noem. Vandaar ook deze regel in de evangelieverhandeling: "Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". Tevens lezen we in de Officiële Verklaring 2 dat het ging om een gebruik, niet om een openbaring. 

Een gebruik dat eigenlijk zo teruggedraaid had kunnen worden. Omdat "het priesterschap lange tijd aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst was onthouden, meenden de kerkleiders dat er behoefte was aan een openbaring van God om het beleid te wijzigen". Uiteindelijk werd door openbaring dit gebruik teruggedraaid. Paul W. Reeve: "In oktober 1978 presenteerde president Edon N. Tanner van het Eerste Presidium de openbaring aan de wereldwijde Kerk ter goedkeuring. Het was de enige keer dat een leer of beleid met betrekking tot de raciale beperkingen aan de Kerk werd voorgelegd om te worden opgenomen in de canon, het formele proces waarmee openbaringen Schrift worden in de tradities van de Heiligen der Laatste Dagen. De openbaring herstelde de Afrikaanse bevolking in haar universele wortels. Het bracht het beleid en de praktijk van de Kerk weer in overeenstemming met de Schriften van de herstelling en herstelde wat verloren was gegaan in de eerste decennia van de Kerk, toen zwarte mannen tot priester werden gewijd en het Eerste Presidium mensen van elke huidskleur in de tempel van Nauvoo verwelkomde. Het bevestigde dat de leer van de Kerk inderdaad gebaseerd was op inclusiviteit". 

De instelling

Als tweede wil ik stilstaan bij de instelling van dit gebruik toen "president Brigham Young in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden". In het opschrift van Officiële Verklaring 2 kunnen we lezen dat de verslagen van de kerk geen helder inzicht bieden in de oorsprong van dit gebruik. Men mocht toen, wat leidde tot aanpassingen, wel hebben geschreven dat de kerkverslagen geen helder inzicht verschaffen. Ondertussen weten we wel meer over de instelling van deze restrictie, opnieuw dankzij verslagen. 
 
"Tegen de tijd dat de Heiligen naar Utah migreerden, waren er zowel vrije als tot slaaf gemaakte zwarte leden van de kerk. Green Flake, Hark Lake en Oscar Crosby, leden van de voorhoede van de pioniersgroep van 1847, waren ten tijde van hun pioniersreis tot slaaf gemaakt door families van Heiligen der Laatste Dagen" (Slavery and Abolition).



"In 1850 creëerde het Congres van de Verenigde Staten het Territorium Utah, en de president van de Verenigde Staten benoemde Brigham Young tot gouverneur. Zuiderlingen die zich bij de kerk hadden aangesloten en met hun slaven naar Utah waren verhuisd, vroegen zich af wat de wettelijke status van slavernij in het Territorium was" (Evangelieverhandeling Ras en het priesterschap). 

"In 1852 debatteerden kerkleiders in de wetgevende vergadering van Utah over wat te doen met de slavernij van zwarte mensen in het Utah-territorium. Brigham Young en Orson Spencer pleitten voor legaliseren en reguleren van de slavernij, waarbij het mogelijk zou zijn om tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen naar het territorium te brengen, maar de slavernij van hun nakomelingen zou verboden zijn en hun toestemming vereist voor elke verplaatsing. Deze aanpak zou uiteindelijk een einde maken aan de slavernij in het territorium. Apostel Orson Pratt hield een hartstochtelijke toespraak tegen elk compromis met de slavernij: "De Afrikaners binden, omdat hij van kleur anders is dan wij, zei hij, is genoeg om de engelen in de hemel te doen blozen. Het standpunt van Young en Spencer kreeg de overhand, en de wetgevende macht keurde een vorm van zwarte slavernij goed die een humane behandeling en toegang tot onderwijs vereiste (Slavery and Abolition)”. Desondanks stond het toe dat degenen die als slaven naar het gebied waren gebracht, levenslang in slavernij werden gehouden (1).

Brigham Young is degene die officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst het priesterschap niet meer mochten dragen. Door deze woorden lijkt het al te gemakkelijk om te denken dat de restrictie volledig de verantwoordelijkheid is van president Brigham Young. Maar niets is minder waar. In de evangelieverhandeling 'ras en priesterschap' lezen we dat: “in de loop der jaren hebben kerkleiders en leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". Opeenvolgende leiders en leden hebben zo ook hun steentje bijgedragen aan deze scheiding op basis van ras. Waardoor "de beperkingen steeds werden aangescherpt" tot het punt dat men dacht dat "het priesterschap en de tempels altijd wit zijn geweest en de raciale beperkingen al vanaf het begin bestonden". 

"In januari en februari gaf Brigham Young twee toespraken in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten" (Evangelieverhandeling Ras en het priesterschap). Deze twee toespraken van Brigham Young, ik deel ze onder de afbeelding, zijn samen met andere gebeurtenissen "volledig te bestuderen in een nieuwe digitale database: This Abominable Slavery. Paul Reeve, hoogleraar geschiedenis en Simmons-leerstoelhouder Mormoonse studie aan de Universiteit van Utah, heeft de nieuwe database ontwikkeld in samenwerking met de J. Willard Marriott Library en met medewerking van de afdeling Kerkgeschiedenis van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Dit publieke geschiedenisproject onderzoekt de slavernij van de inheemse bevolking en Afro-Amerikanen in het Utah-territorium aan de hand van primaire bronnen, waarvan vele voor het eerst openbaar toegankelijk zijn. De digitale collectie stelt het grote publiek in staat de documenten zelf te lezen, aldus Reeve. Mensen hoeven ons niet op ons woord te geloven, maar ze kunnen het bewijsmateriaal inzien en de toespraken in hun geheel lezen. Het is een bron van nieuwe informatie over slavernij in het Utah-territorium, maar ook over het raciale priesterschap en de tempelbeperking binnen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen."

Racisme in het verleden






Op deze toespraak van president Brigham Young is een voorwoord. Wat ik belangrijk vind om aan te halen uit dit voorwoord is dit: "Zelfs als de beperking al van kracht was voordat Young deze aan het parlement kenbaar maakte, hebben historici geen bewijs gevonden dat kerkelijke publicaties er vóór 1852 over spraken, een feit dat snel veranderde. Na de zitting van het parlement publiceerde de kerkelijke krant Deseret News een eigen artikel over de rassenbeperking, en andere kerkelijke publicaties volgden dit voorbeeld. In de daaropvolgende vijf jaar werd de rassenbeperking in ten minste vijf artikelen in kranten van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen genoemd. 1852 was ongetwijfeld een cruciaal keerpunt in de openlijke erkenning van het rassenverbod door de kerk". 




In het artikel Slavery and Abolition konden we al lezen dat "apostel Orson Pratt een hartstochtelijke toespraak hield tegen elk compromis met de slavernij". In het voorwoord op deze toespraak kunnen we daarover het volgende lezen: "De andere reden waarom Youngs toespraak van 4 februari significant is, is dat deze intrigerende aanwijzingen biedt over een voortdurend debat met Orson Pratt. Young maakt duidelijk dat Pratt ook op 4 februari sprak... Het is een belangrijke context om te weten dat een apostel/wetgever het oneens was met de profeet/gouverneur van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en dat Youngs ideeën over ras en stemrecht niet uit het niets zijn ontstaan, maar duidelijk voortkwamen uit specifieke en aardse omstandigheden. De toespraak van Young op 4 februari is daarom een belangrijk contextueel element dat helpt om zijn raciale opvattingen, die hij de volgende dag krachtig naar voren bracht, beter te begrijpen". 




Opnieuw geknipt en geplakt in de inleiding op het document: "De toespraak van Young op 5 februari werd gehouden in de context van een debat met Orson Pratt over stemrecht in het Utah-territorium. Pratt pleitte voor stemrecht voor zwarte mannen, een idee dat Brigham Young resoluut verwierp. Deze nieuwe contextuele informatie helpt Youngs vergelijking tussen priesterschap vloeken en stemrecht in het Utah-territorium te verklaren. Young maakte ook duidelijk dat hij de eerste profeet van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen was die een raciale beperking op het priesterschap uitsprak. Hoewel Pratts toespraak van de dag ervoor niet bewaard is gebleven, is het niet moeilijk voor te stellen dat Pratt erop stond dat geen enkele andere profeet het priesterschap had beperkt voor mannen van zwarte Afrikaanse afkomst en dat er geen bewijs was dat Afrikanen afstammen van Kaïn. Joseph Smith had dergelijke ordeningen immers wel goedgekeurd. Young maakte in ieder geval duidelijk dat, zelfs als geen enkele andere profeet of apostel het eerder had gezegd, hij het nu wel zei... hij beweerde precies het tegenovergestelde. Zelfs als Smith het nooit eerder had gezegd, verklaarde hij, Brigham Young, het nu wel. Het is een duidelijke aanwijzing dat Young zijn eigen koers vaart in raciale kwesties en de kerk die hij leidde, wegleidde van een open raciale ordening naar een gesegregeerd priesterschap. Het was een beslissing die een precedent zou scheppen voor de rest van de negentiende eeuw en het eerste driekwart van de twintigste eeuw. Wat Brigham Young begon als een beperking van het priesterschap voor zwarte mannen, groeide uit tot een beperking van de toegang tot de tempel voor zwarte vrouwen en mannen (behalve om plaatsvervangende dopen voor de doden te verrichten). Het beleid breidde zich ook uit tot een verbod op zendingswerk voor zwarte vrouwen en zwarte mannen,  ondanks het feit dat Elijah Able, een van de eerste zwarte priesterschapsdragers van de Kerk, drie zendingen voor zijn geloof had vervuld. Youngs rechtvaardiging voor deze beperking was gebaseerd op de bijbelse vloek van Kaïn...."

Dit is wat Paul Reeve zegt over deze toespraak van 5 februari 1852: "Op 5 februari verwierp Brigham Young het zwarte stemrecht, terwijl hij tegelijkertijd een raciale priesterschapsbeperking bevestigde en betoogde dat witte mensen superieur waren aan zwarte mensen. Het vertegenwoordigt Brigham Youngs meest complete en krachtige verwoording van een priesterschapsbeperking. Er is geen verslag waarin Brigham Young melding maakt van een openbaring waarin de beperking wordt goedgekeurd. In plaats daarvan vertrouwde hij primair op zijn interpretatie van de bijbelse vloek van Kaïn, terwijl hij tegelijkertijd Pratts stelling dat Afro-Amerikaanse mannen zouden mogen stemmen rechtstreeks in twijfel trok". 

Tot slot nog één ding, ik citeer opnieuw uit de evangelieverhandeling Ras en priesterschap: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte 'herendienst' in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had 'vervloekt' met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader". 

"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het verleden."



(1): De schuingedrukte tekst komt uit het boekje Let's talk about race and priesthood van Paul W. Reeve. 

dinsdag 18 november 2025

2. De HOE van de herstelling


"De Kirtlandtempel is van uitzonderlijk belang
in de herstelling van het evangelie van Jezus Christus. "
Russell M. Nelson

Graag kijk ik vooruit, maar hoe ik het ook draai of keer, ik kan niet om het verleden heen. Zeker als het gaat om HOE de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith heeft hersteld, waarbij er geen onderscheid werd gemaakt tussen zwart en wit. Een voorbeeld van dit door elkaar heen lopen van heden en verleden heeft te maken met deze tekst uit de Leer en Verbonden:
"en om de hoogste te verwerven, 
moet een mens tot deze orde van het priesterschap toetreden
(namelijk het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond);
LV 131:2

"Ieder mens is een geliefde zoon of dochter van hemelse Ouders. Het heilsplan van onze hemelse Vader maakt het ieder mogelijk om het eeuwige leven te ontvangen, ofwel het leven dat God leidt. Als onderdeel van zijn plan stelde de Vader het nieuw en eeuwigdurend verbond in, zodat zijn zoons en dochters in zijn tegenwoordigheid kunnen terugkeren en het eeuwige leven beërven. Dit verbond omvat de volheid van het evangelie van Jezus Christus, met inbegrip van alle verordeningen en verbonden die voor het heil van het mensdom noodzakelijk zijn, die vanouds gegeven zijn en in deze laatste dagen op aarde zijn hersteld". Omdat dit verbond in de laatste bedeling is hersteld, is het nieuw, en omdat het de ganse eeuwigheid omspant, is het eeuwigdurend". De woorden nieuw en eeuwigdurend slaan ook op het celestiale huwelijk. Dit huwelijk is op zich zelf al een nieuw en eeuwigdurend verbond en het is tevens een onderdeel van het nieuw en eeuwigdurend verbond. 


Tijdens mijn reis door deze afdeling kwam ik de volgende opmerking tegen "dat de uitleg die in vers 2 tussen haakjes staat door ouderling Orson Pratt, onder leiding van president Brigham Young, toegevoegd werd, toen deze afdeling in de Leer en Verbonden werd opgenomen". Ook zei president Brigham Young: "Alle heiligen der laatste dagen treden toe tot het nieuw en eeuwigdurend verbond wanneer zij tot deze kerk toetreden". 

Alhoewel president Brigham Young zei dat alle heiligen der laatste dagen die zich laten dopen en daardoor toetreden tot het nieuw en eeuwigdurend verbond, verklaarde hij vervolgens wel in 1852 officieel dat zwarte mannen van Afrikaanse niet langer tot priester geordend konden worden. Hieruit vloeide voort dat, zowel de mannen als de vrouwen, uitgesloten werden van het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond. Dit duurde tot 1978. Daarna gingen we terug naar de situatie van vòòr 1852; door de profeet Joseph Smith heeft de Heer de leer hersteld dat huwelijks- en gezinsrelaties eeuwig kunnen zijn". 

"Op grond van priesterschapssleutels 
hebben wij het gezag om alle zegeningen die God aan Abraham beloofde 
aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen."
President Russell M. Nelson 


Iemand die dit heel goed begreep was Jane Elizabeth Manning James, een getrouw zwart lid die regelmatig contact opnam met haar kerkleiders en toestemming vroeg om haar tempelbegiftiging te ontvangen en verzegeld te worden aan haar dierbaren, want God had immers beloofd alle volken der aarde door Abraham te zegenen. President Russell M. Nelson haalt president Young aan in zijn toespraak Children of the Covenant. Hij gaat in op wat Jane Manning als argument gebruikt. Hij heeft zijn toespraak gebaseerd op deze tekst uit het Boek van Mormon: 

"U bent van het huis van Israël;
u bent van het verbond dat de Vader met uw vaderen heeft gesloten toen Hij tot Abraham zei:
En in uw nageslacht zullen alle geslachten van de aarde worden gezegend. 
De Vader heeft Mij eerst voor u doen opstaan
en Mij gezonden om u te zegenen 
door eenieder van u af te wenden van zijn ongerechtigheden;
en wel omdat u kinderen van het verbond bent -
3 Nephi 20:24-26

In deze toespraak heeft president Nelson het over het verbond van Abraham en de zegeningen die bij dit verbond horen. Ook zegt hij, "precies zoals beloofd, dat de Meester verscheen in de laatste dagen om het verbond met Abraham te vernieuwen". En dan zegt hij dit: "Wij zijn ook kinderen van het verbond. Wij hebben, net als zij vanouds, het heilige priesterschap en het eeuwige evangelie ontvangen. Abraham, Isaak en Jakob zijn onze voorouders. Wij zijn van Israël. Wij hebben recht op het evangelie, de zegeningen van het priesterschap en het eeuwige leven. De volken der aarde zullen gezegend worden door onze inspanningen en door de arbeid van ons nageslacht. Het letterlijke zaad van Abraham en zij die door adoptie in zijn familie worden verzameld, ontvangen deze beloofde zegeningen - gebaseerd op aanvaarding van de Heer en gehoorzaamheid aan zijn geboden. De profeet Elia kwam om kennis te planten over deze beloften die aan de vaderen waren gedaan".

"Zie, Ik zal u het priesterschap openbaren, 
door de hand van de profeet Elia,
voordat de grote en geduchte dag van de Heer komt.
LV 2:1

President Nelson: "Bij de doop verbinden wij ons ertoe de Heer te dienen en zijn geboden te onderhouden. Wanneer we deelnemen aan het avondmaal, hernieuwen we verbonden. We ontvangen het verbond van het priesterschap en de bekronende zegeningen van de begiftiging, en de verbonden die uniek zijn voor de heilige tempel. Het nieuwe en eeuwige verbond van het evangelie stelt ons in staat om in aanmerking te komen voor een huwelijk in de tempel en gezegend te worden om in de eerste opstanding tevoorschijn te komen en tronen, koninkrijken, prinsdommen en machten, heerschappijen en alle hoogten en diepten beërven...tot onze verhoging en verheerlijking in alle dingen, LV 132." 

"Zie, Ik zal u het priesterschap openbaren,
door de hand van de profeet Elia,
voordat de grote en geduchte dag van de Heer komt."
Geschiedenis van Joseph Smith 1:38

dinsdag 28 oktober 2025

Woorden doen ertoe

 

Eerder deze maand schreef ik dat ik wist waar ik mijn tent de volgende keer wil gaan opslaan. Dat weten houdt niet automatisch in dat ik keurig netjes van afdeling naar afdeling, als in een stoptrein, daar naartoe afreis. Soms komt er iets voorbij waardoor ik de Leer en Verbonden gewoon even de Leer en Verbonden laat zijn. Terwijl ik aan de andere kant toch ook denk: 'Is dat wel zo?' Omdat ik nu op een punt ben aangekomen dat ik het een niet meer los kan zien van het andere, vanwege de onderlinge verwevenheid. 

Een paar weken geleden werd in onze vrouwenorganisatie de toespraak 'De verzoening van Jezus Christus brengt de ultieme redding', van ouderling Cook besproken. Zelf was ik niet aanwezig, maar ik had deze toespraak wel al gelezen. In deze toespraak gaat het over de handkargroepen Willie en Martin, waar het helemaal mis mee gaat. "Zij werden geplaagd door uithongering, blootstelling aan vrieskou en veel sterfgevallen. Berichten over de gevaarlijke situatie waarin deze groepen zich bevonden, bereikten president Brigham Young". En dit is wat hij zei: "Ga en breng de mensen die nu op de vlakten zijn hierheen". 

Dankzij al de hulp en inzet die toen werd geboden, werden zij gered en werd veel erger leed voorkomen. Het waren echter niet alleen de mannen die hun inzet toonden. Ook de vrouwen deden hun deel, wat er uiteindelijk toe leidde dat door de redding van deze handkarpioniers de ZHV, de vrouwenorganisatie van de kerk, nieuw leven werd ingeblazen. 




Terwijl ik dit zo las, zowel deze toespraak als de verhalen eromheen, vroeg ik mij af of er onder al die reddingswerkers ook iemand was die zwart was. Net zoals we nu weten dat er onder al de pioniers van toen ook zwarte pioniers waren, die zo ook hun steentje bijdroegen aan de opbouw van Gods koninkrijk op aarde. En dat bleek zo te zijn. Zijn naam was Thomas Coleman, ook wel bekend als Thomas Bankhead. 


In de database van de kerk kunnen wij onder andere het volgende over hem lezen: "Thomas, een Afro-Amerikaanse man die mogelijk tot slaaf was gemaakt, arriveerde rond 1850 in Utah, omdat zijn naam voorkomt in de volkstelling van Utah van 1850, samen met de families Bankhead. Hij was een van de reddingswerkers die in de winter van 1856 werden uitgezonden om de leden van de kerk te helpen die in Wyoming gestrand waren. Helaas werd Thomas in december 1866 vermoord en begraven in Salt Lake City.

In dit artikel van de kerk wordt vermeld dat hij werd vermoord. Toen ik verder op hem zocht kwam ik het volgende tegen in de J. Willard Mariott Library: dat het ging om een raciale lynchpartij, althans dat vermeldt het kopje: "Thomas Coleman zou in 1848 in Salt Lake City zijn aangekomen, mogelijk als slaaf van John en Nancy Crosby Bankhead, bekeerlingen tot De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen vanuit Mississippi. Het is mogelijk dat Thomas in Mississippi als Heilige der Laatste Dagen werd gedoopt rond de tijd dat slaven zich bekeerden, maar lidmaatschapsgegevens zijn niet bewaard gebleven om dat definitief vast te stellen. Een krant in Salt Lake City meldde dat hij ten tijde van zijn moord lid was van de kerk. Hij stond waarschijnlijk bekend als Thomas Bankhead in vroege documenten, maar gebruikte Coleman (soms Colburn) als zijn achternaam na de emancipatie. Hij werkte vervolgens voor Brigham Young in het Salt Lake House Hotel in het centrum van Salt Lake City. Coleman werd in 1833 geboren, waarschijnlijk in Mississippi, en stierf in Salt Lake City op ongeveer 35 jarige leeftijd". 

In dit artikel kunnen we ook lezen dat de "exacte omstandigheden rond Colemans moord een mysterie zijn". Maar de boodschap die men op zijn borst vond, was deze: "Kennisgeving voor alle n...... Wees gewaarschuwd. Laat witte vrouwen met rust". Doen de omstandigheden er verder nog toe als het artikel zegt: "in beide gevallen was het openbaar dumpen van Colemans lichaam met het bijgevoegde bord duidelijk bedoeld om rassenscheiding af te dwingen en degenen die zouden overwegen deze te overtreden, te terroriseren". 




Deze moord op Thomas Coleman heeft de gemoederen toentertijd flink beziggehouden. En ook nu, waaruit blijkt dat hij niet vergeten is, is dat het geval. Op dit moment is er een petitie om een monument te plaatsen op Capitol Hill, Salt Lake City, ter nagedachtenis van Thomas Coleman. Niet alleen dat, men wil hiermee ook laten zien dat men raciale onrechtvaardigheid veroordeelt. Degene die deze petitie is gestart laat weten "dat hij diep getroffen is door deze afschuwelijke daad van racistisch geweld". 

Ik kan hem in wat hij zegt bijna helemaal volgen, maar een dergelijke petitie ondertekenen voelt voor mij ergens toch als een Nehoriaanse olifant. Volgend jaar reis ik door het Oude Testament. Ik zal dan, door middel van de woorden van een ander, ik ben perslot van rekening een deler, niet een schrijver, waarom ik deze petitie niet kan ondertekenen. Desondanks, alhoewel ik liever stil sta bij HOE de Heer zijn kerk herstelde door middel van Joseph Smith, kan ik uiteindelijk ook niet om Brigham Young heen. Dit vanwege de restrictie op het priesterschap en de tempel, dit begon in 1852 officieel met hem, waar ik zelf 'de vruchten' van heb geplukt. 

De petitie starter heeft het er echter ook over dat president Brigham Young zei "dat de doodstraf Brighams protocol was voor gemengde huwelijken met inbegrip van hun kinderen als onderdeel van een bloedverzoening". Dat zijn woorden die niet te negeren zijn. Dit is wat president Brigham Young letterlijk heeft gezegd: Als iemand op een onbewaakt moment naar hen toe zou lopen en zou roepen: Hak mijn hoof af, om hen te verlossen en man, moeder en kinderen te doden, dan zou de zonde moeten verzoenen. Zou dit hen vervloeken of verwonden? Nee. Het zou hen goed doen, zodat ze samen met hun broederen gered kunnen worden". Dit is wat W. Paul Reeve, schrijver van het boekje Let's talk about race and priesthood, er over zegt: "Bij het doen van dergelijk uitspraken sprak Brigham Young, zoals hij soms deed, met extreme overdrijving. Hij gaf dit zelfs toe in 1948 toen hij erkende: 'Ik zeg vaak zoiets dergelijks, ik bedoel zoiets niet'. Het standpunt van Brigham Young is nooit in de wet van Utah vastgelegd, maar het heeft waarschijnlijk de houding onder Heiligen der Laatste Dagen ten aanzien van geweld, interraciale huwelijken en de status van zwarte mensen in het algemeen beïnvloed". Woorden doen ertoe. 


Mijn vader met twee van onze kinderen


In de evangelieverhandeling ras en het priesterschap lezen we het volgende over deze periode: "In 1850 creëerde het Congres van de Verenigde Staten het Territorium Utah, en de president van de Verenigde Staten benoemde Brigham Young tot gouverneur. Zuiderlingen die zich bij de kerk hadden aangesloten en met hun slaven naar Utah waren verhuisd, vragen zich af wat de wettelijke status van slavernij in het Territorium was. In januari en februari gaf Brigham Young twee toespraken in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten". Het gevolg van die toespraken in 1852 was niet alleen uitsluiting van het priesterschap voor de mannen, maar men kon ook niet naar de tempel, zowel de mannen als de vrouwen, om hun begiftiging te ontvangen en daar eeuwige verbonden sluiten. Ook had het tot gevolg dat "in de loop der jaren kerkleiders en -leden speculeerden over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". Theorieën waar ik mee ben grootgebracht, die door de kerk zijn teruggedraaid omdat "geen van deze verklaringen tegenwoordig worden aanvaard als officiële leer van de kerk", en waar ik nu voor bijna het derde jaar op rij over schrijf.

Wat goed is om ook te weten, nu we het toch hebben over 1852, dat, zoals we kunnen lezen in de evangelieverhandeling, "deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer, Abel, vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens gebrek aan respect voor zijn vader". Volgend jaar reis ik door het Oude Testament. Ik denk dat dit zeker iets is waar ik stil bij wil staan. 

Waar de petitie starter het ook over heeft is "dat uit talrijke onderzoeken blijkt dat raciale onrechtvaardigheden uit het verleden nog steeds doorwerken in onze samenleving". De kerk kun je ook beschouwen als een soort samenleving, en gezien door die bril, uit eigen ervaring, kan ik alleen maar beamen dat, om wat voor reden dan ook, het voor sommigen onder ons niet mee valt om deze oude denkbeelden van het verleden los te laten. Niet alleen dat, het ook onder ogen zien dat we kunnen spreken van een periode van voor Brigham Young en een periode erna. Een ander punt, wat ook thuishoort in dit rijtje, is dat "de ware kerk wordt geleid door onvolmaakte mensen" en dat God houdt van diversiteit.  

Iemand die aanwezig was, toen zwarte mensen van Afrikaanse afkomst, door middel van openbaring, het priesterschap terug ontvingen, was Bruce R. McConkie. Hij heeft iets over Brigham Young gezegd, maar die lijn kan ik ook doortrekken naar ras en het priesterschap: "Sommige profeten - ik zeg het met respect - weten meer en hebben meer inspiratie dan anderen. Dus als Brigham Young, een van de grootste profeten, iets over Adam zei dat niet in overeenstemming is met wat er in het Boek van Mozes en in hoofdstuk 78 staat, dan prevaleert de Schrift. Dit is een van de redenen waarom we onze geschriften de Standaardwerken noemen. Ze vormen de maatstaf voor oordeel en de meetlat waaraan alle leer en opvattingen worden gewogen, en het maakt geen greintje verschil welke opvattingen erbij betrokken zijn. De Schrift heeft altijd voorrang". Het woord van de Heer is inderdaad de ultieme redding. Dit is wat de Heer er over zegt in het voorwoord op de Leer en Verbonden:

"Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees,
want Ik ben geen aannemer des persoons,
LV 1:34,35


donderdag 18 september 2025

1. Politieke meetlat



Vorige week deelde ik de verkeerde link bij de woorden "in dit artikel van de kerk lezen we dat toen Brigham Young de beperking uitlegde, hij een wijdverbreid maar onjuist idee vertolkte dat God mensen van zwarte Afrikaanse afkomst had vervloekt". Ondertussen heb ik dit gecorrigeerd. Tevens heb ik dat logje aangevuld met de opmerking dat de kerk zijn medewerking heeft verleend aan een nieuwe digitale database, The Abominable Slavery, die ontwikkeld is door W. Paul Reeve, tevens in samenwerking met de J. Willard Marriott Library. Het kan zijn dat ik in de toekomst opnieuw aandacht wil geven aan deze debatten, omdat tijdens deze debatten Brigham Young voor het eerst publiekelijk verklaarde dat mensen van zwarte Afrikaanse afkomst niet langer tot priester gewijd konden worden. 

In de verzen 76-80 van Leer en Verbonden 101 kunnen we lezen "dat de Heer de grondwet van de Verenigde Staten tot stand heeft gebracht". In een van deze verzen kunnen we ook lezen: "dat het niet juist is dat enig mens andermans slaaf is". Op dit moment ben ik echter net even meer geïnteresseerd in grondwetten, dus deze duidelijke uitspraak over hoe de Heer denkt over slavernij, laat ik voor nu ook even liggen. 

Vorige week keek ik naar een pittig interview dat Eva Jinek had met NSC'er Nicolien van Vroonhoven. Aan Van Vroonhoven werd de vraag gesteld hoe ze nu terugkijkt op de afgelopen periode en hun samenwerking met de PVV. In dit gesprek kwamen woorden voorbij als "ondemocratisch" en "niet staatsrechtelijk". Woorden die sloegen op de PVV, "terwijl de NSC toch streefde naar goed bestuur en herstel van vertrouwen?" Eén ding is zeker: men worstelt met de PVV,  haar wel of niet democratisch zijn, en dat zal de komende verkiezingen niet anders zijn. 

En daaroverheen, ook vorige week, de aanslag op Charlie Kirk. Opnieuw werd er gesproken over de grondwet, en nu dan meer specifiek over de vrijheid van meningsuiting. De aanslag op Kirk is een trieste bevestiging dat de VS steeds meer in de greep is van politiek geweld. Dit is wat premier Schoof erover zei: "Niemand verdient het om vermoord te worden, en zeker niet om politieke opvattingen. De democratie in Nederland, in het Westen, in Amerika, staat en leeft bij de vrijheid van meningsuiting. Tevens zei Schoof dat "hij de polarisatie ziet groeien". 

Als ergens de polarisatie is toegenomen, dan is het toch zeker ook in ons kabinet. Vanochtend las ik nog dit daarover: "Door intern geruzie is het kabinet als een luchtballon uit elkaar geklapt. Samenwerken wordt nog een hele toer: de polarisatie is doorgedrongen tot de politiek. Of vice versa: politici wakkeren het vuur aan op straat". 



Wat betreft dat vuur aanwakkeren, ik kwam een artikel tegen waarin gezegd werd "dat donkere persoonlijkheden van politici de politieke verdeeldheid versterken". Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Eén van de onderzoekers zegt dit erover: "We weten inmiddels dat kiezers geneigd zijn signalen over te nemen van politici met wie ze zich verbonden voelen en de boodschappen van politici waar ze het niet mee eens zijn te negeren. Het zijn dus juist onze eigen politici die ons bozer maken, vijandiger doen denken over anderen en bijdragen aan affectieve polarisatie. En dat kan grote gevolgen hebben". Onder andere, zoals we kunnen lezen in dit artikel, voor de democratie. Misschien is een politieke meetlat niet zo'n gek idee. Aan de andere kant, dat leert de geschiedenis ons ook "Elk volk krijgt de leiders die het verdient". Dus in die zin kun je deze meetlat uiteindelijk toch meer zien als een water-naar-de-zee-dragende-meetlat. 

Tijdens de algemene conferentie van april 2021gaf ouderling Dallin H. Oaks een toespraak die als titel meekreeg "De goddelijk geïnspireerde Amerikaanse grondwet verdedigen" waarin hij zegt dat "deze grondwet tenminste vijf beginselen omvat. Deze beginselen verhinderen de autocratische ambities die in diverse landen de democratie aangetast hebben". En dat deze grondwet "als voorbeeld voor grondwetten in veel andere landen heeft gefungeerd". We zijn ondertussen een paar jaar verder, en als je ziet wat er allemaal om je heen gebeurd kan ik mij er iets bij voorstellen dat hij het heeft over "de grondwet verdedigen".  

In deze toespraak zegt ouderling Oaks onder andere dit: "Soms vergt het van kiezers dat ze kandidaten of politieke partijen of platforms steunen die ook standpunten hebben die ze niet goedkeuren. Dat is één van de redenen waarom we onze leden leren dat ze elkaar niet om politieke kwesties moeten veroordelen. We zouden nooit moeten stellen dat een trouwe heilige der laatste dagen niet tot een bepaalde partij mag behoren of op een bepaalde kandidaat mag stemmen. We onderwijzen in de juiste beginselen en laten onze leden vrij om te kiezen wat hun prioriteiten zijn, en hoe ze die beginselen toepassen op de kwesties waar we van tijd tot tijd mee geconfronteerd worden". Zijn opmerking, in deze toespraak, dat het "vanzelfsprekend is dat slavernij verkeerd is" kon ik natuurlijk ook niet negeren. Zeker in het licht van "dat het niet juist is dat enig mens andermans slaaf is". 

In een andere toespraak zegt ouderling Oaks het volgende, en ik denk dat dit zeker een goede raad is voor de tijd waarin wij nu leven: "Ons standpunt en onze communicatie over controversiële onderwerpen hoeven niet polemisch te zijn. We moeten verstandig zijn als we ons standpunt innemen, het uitleggen en invloed proberen uit te oefenen. We sporen iedereen aan om de gulden regel van de Heiland in praktijk te brengen: Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo. Als ons standpunt wordt afgewezen, dienen we het teleurstellende resultaat minzaam te aanvaarden en hoffelijk met onze tegenstander om te gaan. In ieder geval dienen we iedereen vriendelijk te behandelen en elk soort vervolging af te wijzen, waaronder vervolging vanwege ras, afkomst, godsdienstige of agnostische overtuiging, en seksuele geaardheid". 

"overeenkomstig de wetten en grondwet van het volk,
die Ik tot stand heb laten brengen,
en die moeten worden gehandhaaft omwille 
van de rechten en bescherming van alle vlees,
overeenkomstig rechtvaardige en heilige beginselen;
LV 101:77

maandag 8 september 2025

3. Onschuldig voor God


"Iedere mensengeest was in het begin onschuldig; 
en omdat God de mens van de val heeft verlost,
zijn de mensen, in hun kinderlijke staat,
wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God".
LV 93:38

Mijn voorlopige reisdoel is de Kirtlandtempel. Op mijn weg daar naartoe kom ik langs verschillende afdelingen in de Leer en Verbonden, al weet ik van tevoren niet wat ik zal aantreffen in deze hoofdstukken. Wat leidend is, is mijn jaarthema "dat God Zijn kinderen in alle van de wereld liefheeft", wat ik ontleend heb aan de proclamatie van de herstelling. Dit maakt mij tot op zekere hoogte een vrije reiziger, die zichzelf soms verrast, zoals nu, door een derde stukje te schrijven over onschuldig zijn voor God. 

Eigenlijk was ik van plan om stil te staan bij de vervolgingen in Jackson County. We bevinden ons dan in de jaren 1830, in de afdelingen 98-101. Ik kwam echter een vers tegen waar ik niet omheen kan. Je kunt je trouwens ook afvragen in hoeverre je dit vers los kunt zien van wat er toen in Jackson County gebeurde, maar dat terzijde. 

"Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is".
LV 101:79

In deel 2 Onschuldig voor God had ik het erover dat in de dagen van Mormon en Moroni de emoties hoog opliepen wat betreft de kinderdoop, en in nieuwtestamentische dagen was dat niet anders. Alleen nu ging het erom of niet-joden, die lid wilden worden van de kerk van Jezus Christus, wel of niet besneden moesten worden. In de jaren na het overlijden van Joseph Smith was het niet anders. In dit geval ging het tussen Brigham Young en Orson Pratt, beiden lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. De een als profeet en de ander als apostel. Tevens hadden beiden zitting in de wetgevende macht van Utah en de discussie ging over de slavernij van zwarte mensen in Utah. Niet zoals die in het zuiden was, maar toch. Brigham Young was voor, Orson Pratt tegen. Hij verzette zich tegen het toestaan van slavernij in het gebied Utah en waarschuwde de wetgevers tegen het opleggen van slavernij aan een volk zonder de autoriteit van God. 

"Zullen we dan de onschuldige Afrikaan 
die geen zonde heeft begaan,
nemen en hem verdoemen tot slavernij,
en slavernij zonder enige autoriteit van de hemel om dat te doen?"
Apostel Orson Pratt

Wat ik nog wil vermelden, ik zal op een ander moment hier zeker nog op terugkomen, is dat tijdens de debatten Brigham Young, als gouverneur van het gebied Utah, voor het eerst publiekelijk verklaarde "dat mensen van zwarte Afrikaanse afkomst niet langer tot priester gewijd konden worden. Echter, voor die tijd waren er wel enkele zwarte mannen tot priester gewijd en bestond er geen restrictie". Tevens kunnen we in dit artikel van de kerk lezen dat "toen Brigham de beperking uitlegde, hij een wijdverbreid maar onjuist idee vertolkte dat God mensen van zwarte Afrikaanse afkomst had vervloekt". 

Ps: "Deze debatten kunnen volledig worden bekeken op een nieuwe digitale database This Abominable Slavery. Paul Reeve, hoogleraar geschiedenis en Simmons-leerstoelhouder Mormoonse studie aan de Universiteit van Utah, heeft de nieuwe database ontwikkeld in samenwerking met de J. Willard Marriott Library en met medewerking van de afdeling Kerkgeschiedenis van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen." 

W. Paul Reeve is schrijver van het boekje 'Let's Talk About Race and Priesthood'. Prachtig vind ik deze uitspraak van hem: "Zoals met alle geschiedenis moeten we bereid zijn de zwaarte ervan te accepteren, te accepteren wat het werkelijk betekent en na te denken over hoe we een betere toekomst kunnen creëren door ons te verdiepen in het verleden. Mijn mening is dat openheid over onze geschiedenis veel meer problemen oplost dan creëert. En als historicus ben ik het ermee eens dat transparantie altijd beter is, omdat het ons leert en inzicht geeft".