Posts tonen met het label Bruce R. McConkie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bruce R. McConkie. Alle posts tonen

maandag 2 maart 2026

Het vertellen van je verhaal

 


Onlangs waren wij in Het Noordbrabants Museum, waar wij onder andere naar de tentoonstelling Ketahanan 'verhalen van veerkracht' zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking met de Molukse gemeenschap is gemaakt en die "opgebouwd is rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst". 



"Deze tweedelige collage van Eva Ririhena toont haar twee grootmoeders. 
Dora van moederskant en Johanna van vaderskant. 
Hiermee laat ze zien dat haar identiteit bestaat uit twee helften, 
twee achtergronden, van twee kanten van de wereld. 
Tegelijkertijd blijven deze vrouwen voor altijd verbonden via haar."


Ik kon mijzelf herkennen in bovenstaande collage, maar ook in de thema's die aan bod kwamen. En zeker ook in de opmerking dat het verleden doorwerkt in het heden. Alhoewel ik daar in een ander jasje stond, zijn dit ook onderwerpen die deel uitmaken van mijn verhaal. Wat mij, ik reis nog steeds door de Schriften, mij brengt bij de vloek van Cham, die  eeuwenlang gebruikt is voor het rechtvaardigen van slavernij. 

Voordat ik echter het Cham-pad op ga, wil ik eerst stil staan bij iets anders. Onlangs heb ik weer een uitnodiging van het ziekenhuis gehad, voor een controleafspraak. Volgende maand is het vier jaar geleden dat ik de diagnose kanker kreeg. Er staat dus weer een onderzoek voor de deur. Het kan zijn dat ik daar op een later moment nog op terugkom. 

In de periode dat ik mijn diagnose kreeg, bestudeerden wij ook het Oude Testament en ben ik met kanker in mijn rugzakje, al schrijvend op reis geweest met het volk van Israël. Toen dit traject was afgerond,  heeft die ervaring mij aangezet om al schrijvend te blijven reizen. Echter, ergens tijdens die reis veranderde steeds meer de inhoud van mijn rugzakje en besloot ik op een gegeven moment dat het tijd was om over te stappen op een andere trein. Niet alleen dat, ik besloot ook deze ervaringen niet voor mijzelf te houden, maar verslag te doen van wat ik zoal onderweg tegen kwam. En zo reisde ik van het Oude Testament naar het Nieuwe Testament. Daarna bezocht ik het Boek van Mormon en vorig jaar de Leer en Verbonden. En dan nu terug bij het Oude Testament, waar het in wezen allemaal mee begon. 

Terugkijkend op mijn reis door de Schriften tot nu toe kan ik zeggen dat ik ondertussen het nodige heb geschreven. Een reis die uiteindelijk begon met God houdt van diversiteit. Daarna was alles grotendeels afhankelijk van waar ik was op dat moment. Onlangs in onze eigen wijk nog, die bestaat uit 19 verschillende nationaliteiten, waaronder leden uit Curaçao, Brazilië, Peru, Roemenië, Dominicaanse Republiek, India, Italië, Nigeria, Schotland en Wit-Rusland, om een paar landen als voorbeelden te noemen, sprak onze bisschop nog over eenheid en het belang van diversiteit. Ondanks de aandacht voor dit onderwerp binnen de kerk is dit voor mij geen reden om mijn reis te beëindigen, hoe aantrekkelijk dit soms ook lijkt. Er zijn nog te veel Oude Testament-plaatsen die ik wil bezoeken en waar ik verslag van wil doen. 

Daarnaast heb ik nog niet ervaren hoe het is om door het Oude Testament te reizen met in mijn rugzakje dat "allen gelijk zijn voor God". Kanker heeft daar toentertijd een stokje voor gestoken. Daarop terugkomend, mensen denken dat als je 'klaar' bent met je behandelingen, dat dan de vlag uit kan. Alleen je bent er dan nog niet. De fase erna heeft zo ook zijn eigen uitdagingen. Ga je overleven, herleven of voortleven? 

Kijkend naar de openbaring op het priesterschap, toen ging min of meer wel de vlag uit, en gaf ouderling Bruce R. McConkie na deze gebeurtenissen een toespraak waarin hij zei: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Echter, zo eenvoudig bleek dit vergeten niet te zijn, waardoor de vlag toch iets minder fier wapperde. 

Over deze fase na het opheffen van de restrictie zei Carol Lawrence-Costly, voormalig raadgeefster in het algemeen jongevrouwenpresidium, het volgende: "Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen. Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". Wat ik zie als de doorwerking, of een bijwerking, van het racisme uit het verleden in het heden.

En zo zag ik meer overeenkomsten tussen mijn beide rugzakjes. Behandeld worden voor kanker is niet alleen een lichamelijk proces; het beïnvloedt je leven op tal van andere manieren. En zo is de restrictieperiode ook gelinkt aan allerlei andere onderwerpen. Bijvoorbeeld aan het voorbestaan, het eeuwige huwelijk, de vloek van Kaïn en Cham en niet te vergeten het verbond van Abraham, waar we het nu over hebben. Of het opslaan van mijn tent bij de Kirtlandtempel wat daarmee te maken heeft, en de woorden van president Russell M. Nelson: "Op grond van priesterschapssleutels hebben wij het gezag om alle zegeningen die God aan Abraham beloofde aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen. Tempelwerk maakt deze uitzonderlijke zegeningen aan al Gods kinderen beschikbaar, waar of wanneer ze ook leefden of leven. Laten we ons verheugen dat priesterschapsleutels weer op aarde zijn!" 

Wat voor mij ook vervat zit in deze ene zin, wat te maken heeft met de HOE van de herstelling:
Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid 
tussen zwart en wit

Wat een variatie is op "Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid tussen Samaritanen en Joden", afkomstig uit een toespraak van ouderling Ulisses Soares. 

In één van de voetnoten van deze toespraak van ouderling Soares verwijst hij naar een toespraak van Martin Luther King jr.: Facing the Challenge of a New Age, de uitdaging van een nieuw tijdperk aangaan. Sommige mensen maken onderscheid tussen hun leven voor en na de kanker. Zover ben ik nog niet, omdat ik nog in remissie zit. Daarnaast, wat ik ook zie als iets behorend bij deze fase, is het vertellen van mijn verhaal en mijn uiteindelijke beslissing om dit te doen aan de hand van de Schriften. 

In Facing the Challenge of a New Age zegt Martin Luther King namelijk iets wat ik herkende: "De grote tragedie van fysieke slavernij was dat het leidde tot verlamming van mentale slavernij. Zolang de zwarte man deze onderdanige houding behield en de hem toegewezen plaats accepteerde, heerste er een soort raciale vrede. Maar het was een ongemakkelijke vrede waarin de zwarte man gedwongen werd geduldig beledigingen, onrecht en uitbuiting te verdragen. Het was een negatieve vrede. Ware vrede is niet slechts de afwezigheid van een negatieve kracht - spanning, verwarring of oorlog; het is de aanwezigheid van een positieve kracht - rechtvaardigheid, goede wil en broederschap. En zo was de vrede die op dat moment tussen de rassen bestond een negatieve vrede, verstoken van elke positieve en blijvende kwaliteit. Zijn religie openbaarde hem dat God al zijn kinderen liefheeft, en dat ieder mens, van een zwarte tot een witte, van belang is op Gods klavier... Met dit nieuwe zelfrespect en hernieuwde gevoel van waardigheid bij de zwarte bevolking werd de negatieve vrede in het Zuiden snel ondermijnd." Wat mij doet denken aan Rood is de kleur van...

Onlangs bespraken wij in onze vrouwenorganisatie opnieuw een toespraak van ouderling Soares, die als titel had: Met de deugd van zelfbeheersing getooid. Zoals wij de toespraak in onze vrouwenorganisatie bespraken, stond het woord zelfreflectie centraal. Zelfreflectie, maar dan gezien door de ogen van kanker, heeft ook te maken met dat je naar binnen kijkt, naar wat wel of niet goed gaat en hoe daarmee om te gaan. Vaak heeft men het dan ook over verschillende fases die je doorloopt. Over de laatste fase, heroriëntatie en aanpassen aan nieuwe situatie, werd dit gezegd: "Veel mensen ervaren deze 2.0-versie van zichzelf als beter dan wie ze waren voor ze ziek waren. Je hebt sinds de diagnose een lange weg afgelegd met veel dips en uitdagingen. Maar meestal hervind je jezelf. Of kom je er sterker uit". Dat is een bemoedigende uitkomst. Alleen het bezig zijn met die 2.0-versie van mijzelf voelt gek genoeg, omdat ik nog druk bezig ben met dit rugzakje, toch als een ander rugzakje, als een andere reis.   

In  de toespraak 'Met de deugd van zelfbeheersing getooid' werd ook Martin Luther King jr. aangehaald, alleen nu niet als voetnoot: "De ultieme maatstaf voor iemands karakter is niet waar hij staat in tijden van voorspoed en comfort, maar waar hij staat in tijden van tegenspoed en controverse". Als er iemand werd geconfronteerd met tegenspoed en controverse, was het Martin Luther King jr. wel. "Martin Luther Kings filosofie van niet-gewelddadig verzet leidde bij talrijke gelegenheden tot zijn arrestatie. In totaal is hij 29 keer opgepakt. King werd gehaat door aanhangers van de rassenscheiding in de zuidelijke staten. Er werd een aanslag op zijn woonhuis gepleegd en hij en andere zwarte leiders werden op beschuldiging van samenzwering veroordeeld. Hij werd in de borst gestoken, meermaals geslagen, en bijna dagelijks met de dood bedreigd". Ondanks dit alles bleef hij trouw aan zijn principes en bleef hij zich vasthouden aan zijn droom. 

In die zin, zeker kijkend naar deze toespraak van ouderling Soares, vind ik Martin Luther King jr. een voorbeeld van iemand die met de deugd van zelfbeheersing getooid was. Zeker als ik kijk naar hem door deze woorden: "Hoewel we ernaar streven zachtmoedig te zijn en twist te vermijden, betekent dat niet dat we moeten marchanderen met onze toewijding aan de waarheden die we begrijpen. We moeten ons standpunt of onze waarden niet opgeven. Het evangelie van Jezus Christus en de verbonden die we gesloten hebben, maken ons tot voorvechters in de eeuwige strijd tussen waarheid en dwaling. In die strijd is er geen tussenweg". 

Als vader had Martin Luther King jr. een wens. Dat zijn vier kinderen zouden opgroeien in een wereld waar ze niet zouden worden beoordeeld op de kleur van hun huid, maar op wie ze waren als persoon. Getuigt zijn verhaal niet juist ook van goed voorouderschap?




maandag 8 december 2025

5. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is


"En nu verlang ik dat deze ongelijkheid niet meer voorkomt in dit land,
in het bijzonder onder dit, mijn volk;
ik verlang juist dat dit land een land van vrijheid is,
en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten..."
Mos 29:32

Hier spreekt een koning en geestelijk leider zijn verlangen uit over hoe hij hoopt dat het land een land van vrijheid zal zijn, en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten. De reactie van het volk is dit: "Daarom lieten zij hun verlangen naar een koning varen en begonnen er buitengewoon naar te verlangen dat eenieder in het gehele land gelijke kansen zou hebben; ja, en eenieder verklaarde zich bereid de verantwoording op zich te nemen voor zijn eigen zonden". 

"overeenkomstig de wetten en grondwet van het volk,
die ik tot stand heb laten brengen, en die moeten worden gehandhaafd
omwille van de rechten en bescherming van alle vlees,
opdat eenieder op de dag van het oordeel
rekenschap verschuldigd zal zijn van zijn eigen zonden.
Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is."
LV 101:76-79

Dit is niet de eerste keer dat ik het heb over koning Mosiah in relatie tot Leer en Verbonden 134 en slavernij. Ik zei toen ook dat ik daar toch nog een vraagteken bij zette. In bovenstaand vers wordt gesproken over wetten en de grondwet en dat de Heer hier zegt dat hij die tot stand heeft gebracht, wat je ook terugziet in de Onafhankelijkheidsverklaring. "De Onafhankelijkheidsverklaring bevestigde het geloof en vertrouwen van de Founding Fathers in God met de volgende woorden: Wij houden deze waarheden voor vanzelfsprekend; dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat zij door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk". 

Het kan dan wel zo zijn dat alle mensen gelijk geschapen waren, dat betekende niet automatisch dat ze daarmee raciaal gelijk waren. In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap lezen we daarover het volgende: "In 1790 verklaarde het Congres van de Verenigde Staten dat alleen vrije blanken burgerrechten genoten. In 1857 verklaarde het Amerikaanse hooggerechtshof dat zwarten geen rechten bezaten die de witte diende te respecteren. Zo'n dertig jaar nadat de burgeroorlog een einde maakte aan slavernij, besliste het hooggerechtshof van de Verenigde Staten dat gescheiden maar gelijkwaardige faciliteiten voor zwarten en witten grondwettelijk waren. Deze beslissing leidde tot heel wat rassenscheiding, tot het hof ze in 1954 herriep. Pas in 1967 werden wetten tegen gemengde huwelijken door het gerechtshof herroepen".

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' lezen we: "dat de kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, toen rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij witte Amerikanen. Deze denkwijze lijkt nu vreemd en verontrustend, maar toen werden alle aspecten van het leven, met inbegrip van religie, hierdoor beïnvloed". 

"Mildred Loving, een zwarte vrouw, en Richard Loving, een witte man, trouwden toen er in Amerika in een aantal staten nog sprake was van een verbod op raciaal gemengd huwelijk. Het leverde Richard een jaar gevangenisstraf op in de staat Virginia, en verbanning. De Lovings lieten het er niet bij zitten dat ze met hun gezin niet in de staat van hun keuze konden wonen, ver weg van familie en vrienden. Gesteund door Robert Kennedy spanden ze een proces aan bij het Supreme Court tegen de staat Virginia. Op 12 juni 1967 kwam de verlossende uitspraak van het Hoogggerechtshof, waarin interraciale huwelijksverboden in Amerika ongrondwettig werden verklaard". 

'Race mixing' was niet alleen een ding in de maatschappij, het speelde ook een rol in de kerk. Vandaar dat we in de evangelieverhandeling Ras en priesterschap kunnen lezen dat "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig". 

Mijn ouders


Jaren '50


Wat betreft de opmerking: "alle aspecten van het leven, met inbegrip van religie, werden hierdoor beïnvloed. Ook het leven van ons gezin, wij werden lid van de kerk in de restrictieperiode, is door deze raciale ongelijkheid, al dan niet subtiel, beïnvloed. Al dacht men in de tijd dat mijn ouders trouwden bij een gemengd huwelijk eerder aan een huwelijk met een andersgelovige. Als het wel ging om ras of etniciteit, werd dit als sociaal minder gezien. In de kerk werd dit echter als zondig gezien, zoals we dat in de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen lezen. Manlief en ik zijn getrouwd na de openbaring op het priesterschap. Op ons huwelijk lag geen beperking, maar we zijn beiden wel met dit gedachtegoed grootgebracht. En ook dit is een onderdeel van 'Vertel je verhaal'. Voor stellen van voor de restrictie periode tijd, nog even los van de restrictie in het algemeen, lag het allemaal net even anders zoals blijkt uit het verhaal van Marcus, de zoon van de eerste algemene zwarte autoriteit in de kerk (zie Ensign, May 1990, Elder Helvécio Martines of the Seventy): die verloofd was met een kerklid die geen zwarte Afrikaanse voorouders had: "Hoewel ze er tevreden mee was te vertrouwen op de belofte dat alle zegeningen ooit voor alle leden beschikbaar zouden zijn, was het vooruitzicht om geen tempelhuwelijk te hebben pijnlijk". 

Deze week staat onze leesopdracht in het teken van Officiële Verklaring 2. In deze les kunnen we lezen: "Eeuwige waarheid verandert niet, hoewel ons begrip ervan wel verandert. En soms werpt openbaring meer licht op waarheid". Dit doet mij denken aan de woorden van ouderling Bruce R. McConkie die hij zei na de openbaring op het priesterschap: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wat president Brigham Young, president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Gelukkig, en daarom leg ik zo de nadruk op de HOE van de herstelling, kwam daarover nog meer kennis die bijna vergeten was, wat leidde tot aanpassingen in opschriften en voetnoten van onze Schriften. 

Een andere reden waarom ik het belangrijk vind om mijn verhaal te delen, is wat president Nelson zei, tijdens de algemene vrouwenbijeenkomst van oktober 2019 in zijn toespraak Geestelijke schatten, tegen de zusters: "Ik smeek u om alles wat u over priesterschapsmacht kunt vinden onder gebed te bestuderen. U kunt bijvoorbeeld beginnen met Leer en Verbonden 84 en 107. Die afdelingen zullen u naar andere teksten leiden. De Schriften en leringen van hedendaagse profeten, zieners en openbaarders staan vol van die leerstellingen". Hoe kan ik een dergelijke uitdaging aangaan, en dan ras negeren? Ouderling Packer heeft trouwens ook een toespraak gegeven over het priesterschap (Ensign, July 1989, A tribute to Women). Hij is echter niet zo bescheiden geweest als president Nelson. En waar president Nelson het heeft over twee afdelingen uit de Leer en Verbonden, heeft ouderling Packer het over zes afdelingen.  

Zoals ik al eerder zei in dit logje: je mag dan wel gelijk geschapen zijn, dat betekent nog niet dat je daarmee raciaal gelijk bent. Hieruit blijkt wel, ik ben nog steeds in de weer met Leer en Verbonden 134, dat niet iedereen hetzelfde dacht over de grondwet "waarvan de Heer gezegd heeft dat deze behoort aan de gehele mensheid (LV 98:5) en gehandhaafd moet worden voor de rechten en bescherming van alle vlees, overeenkomstig rechtvaardige en heilige beginselen (LV 101:77)". Ik denk dat deze woorden ook opgaan voor de Leer en Verbonden. "Omdat de Leer en Verbonden belangrijke beginselen en procedures betreffende het bestuur van de kerk onderwijst, vormt het de constitutionele basis van de kerk in de laatste dagen". Zelf geef ik de voorkeur aan deze woorden: "Het begin en het einde van het evangelie staat in afdeling 2 van de Leer en Verbonden beschreven. Het is de sluitsteen van die prachtige boog van het evangelie. Als die steen zwak zou worden en eruit zou vallen, dan zou het gehele bouwsel van het evangelie in allemaal losse blokken uit elkaar vallen". Daarin zie ik ook een parallel met de Founding Fathers, met dit verschil dat het nu gaat om de Fathers en de aan hen gedane beloften.

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' kunnen we ook lezen dat "tegen het einde van zijn leven de stichter van de kerk, Joseph Smith, zich openlijk tegen slavernij verzette". In het artikel Joseph Smith: Campaign for President of the United States kunnen we  niet alleen lezen waarom Joseph Smith zich kandidaat stelde, we lezen hierin ook over zijn plannen wat betreft de afschaffing van de slavernij. "De afschaffing van de slavernij was een ander belangrijk onderdeel van zijn platform. Hij schreef in General Smith's views: De onafhankelijkheidsverklaring beschouwt deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn; die door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten; dat hiertoe behoren het recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk; maar tegelijkertijd worden zo'n twee of drie miljoen mensen levenslang als slaaf vastgehouden, omdat hun geest bedekt is met een donkerdere huid. In plaats van simpelweg op te roepen tot de afschaffing van de slavernij, zou Joseph Smiths platform het Congres ertoe aanzetten iedereen een redelijke prijs voor zijn slaven te betalen uit de overtollige inkomsten die voortvloeiden uit de verkoop van openbare gronden en uit de inhouding van loon van Congresleden. Om zo, met deze inkomsten, "de vrijheid van tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen te kopen". 

Of dit mijn laatste logje is over slavernij, kan ik nog geen antwoord geven. Er is daar natuurlijk nog de opmerking van Brigham Young dat hij zegt dat hij gelooft in slavernij en de opmerking in de evangelieverhandeling "dat president Brigham Young in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend kunnen worden. Misschien dat er toch nog een deel 6 komt.

Toen ik een passende afbeelding zocht voor dit logje, kwam ik er een van Paul Reeve tegen met de woorden: "Het raciale probleem van het mormonisme is een witheidsprobleem". In eerste instantie vond ik het best wel een confronterende uitspraak. Echter, denkend aan de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap, en wat daar in staat, vind ik die uitspraak van Paul Reeve helemaal niet zo gek. Neem nu deze opmerking: "De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden". Wat wordt er bedoeld met racisme uit het verleden? Heeft men het hier alleen over de maatschappij of ook over de kerk? Kunnen we wat er in 1852 en daarna gebeurde afdoen als racisme? Omdat, zoals we ook kunnen lezen in deze evangelieverhandeling, deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Ideeën die eerder waren gebruikt om de legalisatie van zwarte 'herendienst' in het Territorium Utah te propageren". Is racisme uiteindelijk niet dat je discrimineert op basis van herkomst, zoals die Afrikaan? Of die nakomelingen van Kaïn of Cham door God vervloekt zijn met een donkere huid? Denkbeelden waarover we ook kunnen lezen in deze verhandeling. Of er wel of niet een deel zes komt over slavernij, dat doet er niet toe. Eén ding is zeker: ik ben nog niet uitgeschreven. 

Uitspraak betreffende afdeling 2: Doctrine and Covenants Student Manuel, Section 2

dinsdag 13 mei 2025

5. Bruggen van raciaal begrip

 

Eigenlijk had ik dit stukje 4A moeten noemen in plaats van vijf. Omdat ik opnieuw stil wil staan bij de toespraak 'Laat God zegevieren' van president Nelson. In deze toespraak zegt hij onder andere dat wij allemaal een kind van God zijn en dat wat Hem betreft we allemaal gelijk zijn, en dat onze status voor God niet door de kleur van onze huid wordt bepaald. Om vervolgens dit te zeggen: "Het bedroeft mij zeer dat onze zwarte broeders en zusters over de hele wereld door racisme en vooroordeel zo veel ellende te verduren hebben. Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding die door vooroordelen wordt ingegeven". 

W. Paul Reeve, schrijver van het boekje Let's talk about Race and Priesthood, zei het volgende over deze oproep aan ons, leden van de kerk: "President Nelson heeft ons opgeroepen tot actie. Het is een proces van zelfreflectie, eerlijkheid, berouw en de bereidheid om afstand te doen van eerdere rechtvaardigingen die ertoe leiden dat we onze zwarte broeders en zusters als vervloekt zagen en minderwaardig behandelden. Gewapend met begrip van het verleden wordt ieder van ons nu verantwoordelijk voor onze houding en daden in het heden, en fungeren we als agent voor de toekomst. Het is naar mijn mening veel nuttiger om te leren van onze collectieve geschiedenis in plaats van deze te verdedigen of te ontkennen". 

Reeve zegt zelfs ergens dat je racisme alleen kunt uitroeien als je de wortels aanpakt, wat mij deed denken aan deze woorden van ouderling Oaks: "Iemand die zondigt is als een boom die gemakkelijk buigt in de wind. Op een winderige en regenachtige dag buigt de boom zo ver dat de bladeren de grond raken en besmeurd worden met modder, ofwel zonde. Als we ons slechts richten op de bladeren, zal de zwakheid in de boom, waardoor die doorboog en de bladeren bevuilde, blijven bestaan. Pas als de boom sterker is geworden, zal herhaling tot het verleden horen".




Vandaar ook dat Reeve zegt dat het veel nuttiger is om te leren van onze collectieve geschiedenis, dan deze te verdedigen of te ontkennen. Benoemen dus, wat ik eens hoorde tijdens een herdenking. Wat voor mij alles te maken heeft met onder ogen zien HOE de kerk is hersteld, HOE de kerk nu is, en wat Bruce R. McConkie zei over de tussenliggende periode, namelijk dit: "Vergeet alles wat ik heb gezegd, of wat president Brigham Young of president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu zijn gekomen". Wat inhoudt afstand doen van het speculatieve onderwijs dat hieruit voortvloeide. 

Ik weet hoe het was en al dit schrijven is een onderdeel van mijn verhaal. Desondanks, of misschien daardoor, geniet ik volop van deze reis. En maak ik jullie ondertussen deelgenoot van wat ik onderweg zoal tegenkom. Zoals de samenwerking tussen de NAACP en de kerk, de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap en alle andere artikelen die de kerk ondertussen over dit onderwerp heeft gepubliceerd. Aanpassingen in de voetnoten en kopjes van de Schriften, en niet te vergeten de proclamatie die gaat over de nieuwtestamentische kerk hersteld en haar openingszin "dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft". Ondanks deze kennis wil dit niet zeggen dat we er in de kerk al zijn. De kerk zelf zegt dat het aanpakken van racisme een proces van de lange adem is. Maar begint niet elke reis met een enkele stap?


"For every thousand hacking at the leaves of evil
there is one striking at the root."
Henry David Thoreau 



Afbeeldingen: Pixabay


zondag 19 januari 2025

Uitstapje: de standaardwerken


"want Ik ben geen aannemer des persoons"
Lv 1:35

Dit jaar reis ik door de Leer en Verbonden. Ik heb ervoor gekozen deze reis aan de hand van mijn jaarthema "dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft" af te leggen. Daardoor kijk ik toch net even anders naar de dingen die ik onderweg zie en kaart ik ook andere dingen aan, zoals de HOE van de herstelling. Dat er door Hem geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart toen Hij zijn kerk herstelde.

Dat ik weet wat mijn jaarthema is en dat ik de Leer en Verbonden als uitgangspunt gebruik, betekent nog niet dat ik al weet waar ik in de tussentijd allemaal over ga schrijven. Ik laat me leiden door de teksten die ik tegenkom. Maar voordat ik verder reis is er toch nog één ding waar ik bij stil wil staan en dat zijn onze Schriften (genaamd de standaardwerken)en in het verlengde daarvan openbaring. 



Volgende week bespreken wij in onze vrouwenorganisatie de toespraak: 'Naar antwoorden op geestelijke vragen zoeken' van Tracy Y. Browning. Zij haalt onder andere president Dieter F. Uchtdorf aan, die heeft gezegd dat vragen stellen geen teken van zwakheid is, maar dat het juist vooraf gaat aan groei. Misschien is Tracy Y. Browning een 'gewone' zuster voor jullie, maar voor mij is ze dat niet. Haar naam is voor mij verbonden aan haar persoonlijke uitspraak over de ijzeren roede, maar ook dat zij samen met een paar andere algemene autoriteiten een boekje heeft geschreven over haar ervaringen met ras en het priesterschap. Haar uiteindelijke gevoel was dit: "Wat in feite consequent in mijn gedachten werd geplaatst en vervolgens bevestigd, opnieuw bevestigd en opnieuw bevestigd, waren de evangelie waarheden die mij in de eerste jaren van mijn discipelschap werden onderwezen. Namelijk dat allen gelijk zijn voor God". 

Ik maak nu even een sprongetje terug in de tijd, naar het jaar 1978, toen de openbaring over het priesterschap werd ontvangen. Een paar maanden na deze openbaring over het priesterschap, heeft Bruce R. McConkie een toespraak gegeven met de titel 'Allen zijn voor God gelijk'. In deze toespraak gaat hij terug naar het moment dat deze openbaring ontvangen werd en wat eraan vooraf ging. Daar ik op een standaardwerkenuitstapje ben, ga ik niet verder in op deze toespraak, op één ding na, en dat heeft te maken met de Schriften en wat hij daarover zei na het ontvangen van de openbaring over het priesterschap, namelijk: "dat deze woorden een nieuwe betekenis hebben gekregen. We hebben een nieuwe visie gekregen op hun ware betekenis. Dit geldt ook voor een groot aantal andere passages in de openbaringen. Sinds de Heer deze openbaring over het priesterschap gaf, is ons begrip van veel passages uitgebreid. Velen van ons hadden zich nooit voorgesteld of verondersteld dat ze de uitgebreide en brede betekenis hadden die ze hebben". Deze woorden hebben betrekking op 2 Nephi 26:33: "Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; en Hij is de heidenen indachtig; en allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken". 

Velen van ons hadden zich nooit voorgesteld of verondersteld dat ze de uitgebreide en brede betekenis hadden die ze hebben. Dit lijkt nu een onwaarschijnlijke opmerking. Zeker nu wij weten hoe de Heer zijn kerk door middel van Joseph Smith heeft hersteld.  Misschien dat Bruce R. McConkie dit toen zo ook heeft gevoeld. Hij zegt namelijk nog iets opmerkelijks in deze toespraak en dat is: "vergeet alles wat ik gezegd heb, of wat president Brigham Young of president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. Wij spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Misschien dat hij daarom, twee jaar na de openbaring over het priesterschap, het volgende schrijft in een open brief die begint met de woorden "aan de eerlijke waarheidszoekers". 




Deze brief gaat over het vinden van antwoorden op evangelievragen, waarvan ik vind dat die mooi aansluiten op de toespraak van zuster Tracy Browning en ook haar eigen vragen wat betreft dit onderwerp. In deze brief geeft Bruce R. McConkie 12 tips, zoals het belang van de schriften, zijn alle profetische uitspraken waar?, en het hebben van een open geest. Tips die je kunnen helpen bij dit proces van antwoorden vinden. Nu wij nog aan het begin staan van een nieuw jaar in het teken van de Leer en Verbonden en haar kerkgeschiedenis, wil ik in het bijzonder stilstaan bij punt 3 uit deze brief: 

"Ware leerstellingen zijn in harmonie met de standaardwerken."

Ik citeer: "De standaardwerken zijn schriftuur. Ze zijn bindend voor ons. Ze zijn de geest, de wil en de stem van de Heer. Hij heeft nooit, hij doet het nu niet en hij zal nooit iets openbaren dat in strijd is met wat erin staat. Niemand die spreekt door de geest van inspiratie, zal ooit een leerstelling onderwijzen die niet in overeenstemming is met de waarheden die God al heeft geopenbaard. Deze woorden van president Joseph Fielding Smith zouden ons allemaal moeten leiden in onze evangeliestudie: Het maakt niet uit wat er is geschreven of wat iemand heeft gezegd, als wat er is gezegd in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, kunnen we het opzij zetten. Mijn woorden en de leringen van elk ander lid van de kerk, hoog of laag, als ze niet overeenkomen met de openbaring, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk stellen. We hebben de vier standaardwerken geaccepteerd als meetlat of weegschaal, waarmee we de leer van elke man kunnen meten. U kunt de boeken die door de autoriteiten van de kerk zijn geschreven, niet accepteren als norm in de leer, alleen voor zover ze overeenkomen met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Iedere man die schrijft is verantwoordelijk, niet de Kerk, voor wat hij schrijft. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in harmonie is met de openbaring, dan is elk lid van de Kerk verplicht om het te verwerpen. Als hij iets schrijft dat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan moet het worden geaccepteerd." Tot zover Bruce R. Mc.Conkie. 

Ik schrijf er trouwens ook lekker op los, en dan heb ik het nog niet eens gehad over mijn geknip en geplak. Wat voor profeten geldt, geldt zeker ook voor mij. Iedere vrouw die schrijft is verantwoordelijk, niet de Kerk, voor wat zij schrijft. Dus mijn woorden mogen jullie ook langs de meetlat leggen. Is trouwens weer eens wat anders dan mannen langs de meetlat leggen, zoals in het maandblad Opzij. 

Ouderling D. Todd Christofferson heeft een toespraak gegeven over De leer van Christus. In deze toespraak heeft hij het over persoonlijke openbaring (zie voetnoot 2 in de toespraak), echter het onderwerp openbaring voor de kerk staat centraal daarin: "In de huidige kerk is net als vroeger het vestigen van de leer van Christus of het corrigeren van leerstellige misvattingen een kwestie van goddelijke openbaring aan hen die de Heer apostolisch gezag verleent". In deze toespraak stelt hij de volgende vraag: "Hoe openbaart de Heiland zijn wil en leer aan profeten, zieners en openbaarders?" Hij geeft dan twee nieuwtestamentische voorbeelden waarvan hij zegt dat er nu in de herstelde Kerk van Jezus Christus volgens dezelfde patronen wordt gewerkt". Deze toespraak werd gegeven vóór de proclamatie van de herstelling, maar ik moest gelijk denken dat wij de herstelde nieuwtestamentische kerk zijn. "Tegelijkertijd moeten we bedenken dat niet iedere uitspraak door een kerkleider, vroeger of nu, noodzakelijkerwijs leerstellig is. De profeet Joseph Smith leerde dat een profeet alleen een profeet is wanneer hij als zodanig optreedt", aldus ouderling Christofferson.

Ouderling Steven E. Snow zei in zijn toespraak Het koesteren van de Leer en Verbonden: "dat de Leer en Verbonden belangrijke beginselen en procedures leert met betrekking tot het bestuur van de Kerk. Om die reden fungeert het als de constitutionele basis van de hedendaagse kerk. De Leer en Verbonden is ook een rijke bron voor persoonlijke openbaring en inspiratie". 

Ik ben op reis en ik neem mee....


Afbeelding: De standaardwerken


vrijdag 8 maart 2024

Stof


Komende zondag bespreken wij in onze vrouwenorganisatie de toespraak 'Ingevingen van de Geest'. Het onderwerp van deze toespraak is dat we allemaal gezegend zijn met gaven en talenten. Desondanks betekent dat niet dat we zomaar op onze lauweren kunnen rusten. Ze te ontwikkelen vraagt inspanning. Ouderling Stevenson gaat in deze toespraak in op hoe dat te doen. Interessant vind ik echter dat hij ook een aantal waarschuwingen geeft, zoals: "Zoek bevestiging van uw geestelijke ingevingen. Ingevingen van de Geest zullen bijvoorbeeld in overeenstemming zijn met de Schriften en de leringen van levende profeten".



'Wees stil en weet dat Ik God ben'
Psalm 46:10


"Ingevingen van de Geest zullen in overeenstemming zijn met de Schriften en de leringen van levende profeten." Zowel de Schriften als de woorden van levende profeten zijn dus een toetssteen aan de hand waarvan ingevingen kunnen worden getoetst. Of ze al dan niet daarmee in overeenstemming zijn. 

Vragen jullie je soms ook af of je gevoel een ingeving van de Geest is geweest of je eigen gevoel? Ik denk dat om die reden ouderling Stevenson ons enige waarschuwingen geeft, om ons zo te helpen onderscheid te maken tussen het een en het ander. Ouderling Dallin H. Oaks heeft in zijn toespraak 'How can I distinguish the difference between the prompting of the Holy Ghost and merely my own thought, preferences, or hunches' het volgende gezegd (zie punt 3 uit deze toespraak: De inhoudelijke toets): "Het huis van onze hemelse Vader is een huis van orde. Hij is een God van waarheid. In oude tijden en in de huidige tijd heeft hij gesproken en spreekt hij nog steeds door zijn dienstknechten door de macht van de Heilige Geest. Door diezelfde kracht zal hij overal tot zijn kinderen spreken, en zijn boodschap zal, net als de waarheid zelf, consistent zijn. God zal zijn kinderen er niet toe aanzetten te zondigen of in strijd te gaan met de specifieke leiding of raad van de leiders die hij heeft geroepen en geïnspireerd om hen te onderwijzen. Om deze reden kunnen we de ingevingen van de Heilige Geest vaak onderscheiden van valse signalen door hun consistentie of gebrek aan consistentie met de geboden of raad die God ons of al zijn kinderen eerder heeft gegeven".

In Ideeën om uw individuele Schriftstudie te verbeteren worden ook een aantal interessante dingen gezegd, zoals "Luister naar de Geest". Let op uw gedachten en gevoelens, ook al lijken ze niets te maken te hebben met wat u leest". Mijn voorbereidingen betreffen de ingevingen van de Geest, maar tegelijkertijd trek ik de beginselen die hier onderwezen worden door naar mijn rode draad, dat allen voor God gelijk zijn. "Let op uw gedachten en gevoelens, ook al lijken ze niets te maken hebben met wat u leest." Daarnaast wordt er onderwezen dat wij naar "evangeliewaarheden, die vaak leerstellingen of beginselen worden genoemd", moeten zoeken en dat ze soms expliciet worden genoemd. Deze tekst uit het Boek van Mormon is voor mij een duidelijk voorbeeld daarvan: "en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, en Hij is de heidenen indachtig; en allen zijn voor God gelijk, (2 Nephi 26:33)." 

Wat betreft dat allen voor God gelijk zijn en de Schriften als toetssteen gebruiken, kan ik niet om ouderling Bruce R. McConkie heen. Deze woorden zijn mij misschien wel extra dierbaar, omdat hij onder andere in het verleden dit heeft gezegd" "vergeet alles wat ik heb gezegd of wat president Brigham Young, president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen".

Ongeveer twee jaar na deze woorden heeft ouderling Bruce R. McConkie een open brief geschreven over het vinden van antwoorden op evangelievragen. In punt één heeft hij het over het belang van persoonlijke openbaring en in punt twee over het belang van de Schriften. In punt drie zegt hij dat "ware leerstellingen in harmonie met de standaardwerken zijn", wat ik niet los kan zien van de waarschuwing die ouderling Gary E. Stevenson in zijn toespraak geeft. In punt drie zegt McConkie dit: "De standaardwerken zijn schriftuurlijke teksten. Ze zijn bindend voor ons. Zij zijn de zin, de wil en de stem van de Heer. Hij zal nooit iets onthullen dat in strijd is met wat erin staat. Dat heeft hij nooit gedaan, dat doet hij nu ook niet. Niemand zal, sprekend door de geest van inspiratie, ooit leerstellingen onderwijzen die niet in harmonie zijn met de waarheden die God al heeft geopenbaard."

Tevens haalt ouderling McConkie president Joseph Fielding Smith aan, die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand gezegd heeft. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en de leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft, is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden."

Een les is nooit zomaar een les. Dit vanwege de stof die het doet opwaaien. 


Afbeelding: Pixabay

woensdag 17 januari 2024

1. Breek af die muren van uitsluiting


In de laatste alinea van mijn vorige logje zei ik onder andere dit: 'en ja, profeten maakten fouten'. In het verleden heb ik daar zelfs een stukje over geschreven: Hoe de beginselen in Jona en Micha voortborduren op. We zaten toen nog midden in de Covid-pandemie, George Floyd was vermoord en we konden niet om de woorden "Black lives matter" heen. Beelden werden beklad, van hun sokkel gehaald en zelfs in het water gegooid. In deze periode gingen er ook stemmen op om de naam van de Brigham Young Universiteit te veranderen. Wil je weten wat ouderling Dallin H. Oaks over dit alles toen heeft gezegd, klik dan op de bovenstaande link. Ik verwijs namelijk in dat stukje naar een toespraak van ouderling Oaks die ingaat op alles van toen.

Het verleden kunnen we niet veranderen. Wat we wel kunnen veranderen is de toekomst, maar dat is afhankelijk van hoe we nu met het verleden omgaan. 


"Degenen die er niet in slagen om van de geschiedenis te leren 
zijn gedoemd deze te herhalen."

Dit verleden kan ik niet los zien van mijn verhaal, maar ook dat ik opnieuw mijn Schriften moest leren lezen en, bovenal, "dat God geen aannemer des persoons" is. In dat proces neem ik jullie mee met de nodige zijstraten. Hierbij denk ik aan Urk, wat jullie misschien op dit moment nog niets zegt, maar dat komt nog wel. Voor nu wil ik aandacht geven aan de doorwerking van dat verleden in het nu, en dat betreft onder andere het materiaal dat wij in de kerk gebruiken. Van lesboeken tot de Schriften. Eigenlijk moet ik zeggen: het niet laten doorwerken van dat verleden. En dat gaat soms niet goed, zelfs in de kerk. Zoals met ons papieren lesboek van het Boek van Mormon van 2020. Daar was namelijk een fout in geslopen. Zelf maak ik geen gebruik van papieren Schriften en lesmateriaal, dus ik ben er niet mee geconfronteerd geweest. Anderen wel, wat pijnlijk was en is.  

Tijdens de 36e jaarlijkse Dr. Martin Luther King Jr. Memorial Luncheon in Salt Lake City, georganiseerd door de NAACP-gemeente in Salt Lake City, uitte ouderling Gary E. Stevenson aan het begin van zijn toespraak zijn spijt over het "Kom dan en volg Mij'-lesboek van 2020, dat een oude verklaring bevat dat een donkere huid in het Boek van Mormon het teken van een vloek is. Hij zei: "We vragen onze leden om de paragraaf in de gedrukte handleiding te negeren. Ik ben diep bedroefd en gekwetst door deze fout en door de pijn die deze voor onze leden en voor anderen heeft veroorzaakt. Ik wil graag ons standpunt herhalen, aangezien de Kerk duidelijk is. We veroordelen alle racisme, vroeger en nu, in welke vorm dan ook, en we verwerpen elke theorie die beweert dat een zwarte of donkere huid een teken van een vloek is." Zijn opmerkingen tijdens het evenement concentreerden zich op het onderwerp: "Allen zijn gelijk voor God." 

Was het niet Bruce R. McConkie die zei: "Vergeet wat ik heb gezegd, of president Brigham Young of president George Q. Cannon heeft gezegd. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die we nu hebben". Dus breek af die muren van uitsluiting. 






maandag 31 juli 2023

2. Er staat een olifant in de kamer


Tijdens de algemene conferentie van april 2020 gaf de kerk een proclamatie uit met de titel "De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus: een proclamatie aan de wereld in het 200e gedenkjaar".

In deze proclamatie wordt onder andere het volgende gezegd: "Wij verklaren plechtig dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft. Wij verklaren nederig dat God de Vader en zijn Zoon Jezus Christus, als antwoord op zijn gebed, aan Joseph zijn verschenen, en dat Zij, zoals voorzegd in de Bijbel, de tijd hebben ingeluid waarin 'alle dingen worden hersteld' (Handelingen 3:21). Hij vernam in dit visioen dat de nieuwtestamentische kerk van Jezus Christus na de dood van de oorspronkelijke apostelen op aarde verloren was gegaan. Joseph zou een grote rol spelen in het herstellen ervan. Wij bevestigen dat er op aanwijzing van de Vader en de Zoon hemelse boodschappers zijn gekomen, die Joseph instrueerden om de Kerk van Jezus Christus opnieuw te vestigen".




Ik geloof dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft, zoals in de proclamatie geschreven staat. Dat de kerk die door middel van Joseph Smith is hersteld de nieuwtestamentische kerk van Jezus Christus is. En dat, zoals we kunnen lezen in de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap', "God alle rassen en etnische groepen geschapen heeft en ze beschouwt als gelijkwaardig. Allen zijn voor God gelijk".

Dit gelijkwaardigheidsbeginsel "God is geen aannemer des persoons" is mijn rode draad die het geheel kleurt. Ik ga ervan uit, voor alle duidelijkheid, dat de kerk werd hersteld met het priesterschap voor iedereen. In de dagen van Joseph Smith waren er zwarte priesterschapsdragers. "Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". Vandaar ook mijn woorden dat ik het zie als een herstelling binnen de herstelling. Ik kan dit gewoonweg ook niet los zien van "vergeet alles wat ik heb gezegd, speculatie en folklore". Woorden die geuit zijn door leiders van de kerk. 

"Hoe is het - in godsnaam - mogelijk dat" een zin die eerder op mijn blog voorbij is gekomen, als het gaat om hoe men in het verleden de Bijbel heeft uitgelegd, en ook mijn gevoel weergeeft. Er zijn echter ook mensen die dit gevoel van 'hoe is het in Godsnaam mogelijk' hebben vanwege de dingen die ik hier schrijf op mijn blog. Ik kwam een toespraak tegen die gaat over de problemen die de apostelen in de nieuwtestamentische tijd ondervonden, en die in zekere zin gelijkwaardig zijn aan de problemen van deze tijd met betrekking tot ras en priesterschap. Al het schuingedrukte is citaat. 

"Onze bereidheid om veranderingen in het koninkrijk te accepteren, helpt de Heer om zijn werk te bespoedigen (LV 88:73). Weerstand tegen geïnspireerde verandering belemmert de voortgang van het koninkrijk. Bijvoorbeeld, in de laatste helft van het Nieuwe Testament was een grote uitdaging waarmee de kerk te maken had, de kwestie van heidense bekeerlingen die als christenen werden geassimileerd. Deze kwestie duikt op in het boek Handelingen en is een thema in veel brieven van Paulus. Het probleem kwam voort uit het feit dat veel joodse christenen vonden dat niet-joodse bekeerlingen verplicht moesten worden zich te houden aan de ceremoniële wet van Mozes. Zelfs de dramatische openbaring van Petrus in het geval van Cornelius, dat het evangelie aan de heidenen moest worden verkondigd (Handelingen 10-11), veegde de lei niet schoon".

Dit "niet schoon vegen van de lei" zie je ook terug in de periode na de openbaring op het priesterschap van 1978. Ouderling Jeffrey R. Holland zei in een interview (2006!) "Ik denk dat we ondubbelzinnig en declaratief kunnen zijn in onze huidige literatuur, in boeken die we reproduceren, in leringen die verder gaan, wat dan ook, dat we vanaf nu, vanaf 1978, voor kunnen zorgen dat niets daarvan wordt verklaard. Dat is misschien waarom we er nog steeds voor moeten zorgen dat we absoluut plichtsgetrouw zijn, dat we alles uit eerdere geschriften en lering nauwlettend in de gaten houden om ervoor te zorgen dat dat niet in het heden wordt bestendigd. Dat is het minste, denk ik, van onze huidige verantwoordelijkheden over dit onderwerp." 

Helaas, zoveel jaren later, nu dus, word ik nog steeds geconfronteerd met deze meningen. Elder Holland gebruikt trouwens het woord folklore. Deze leringen worden door sommige leden nog steeds bestendigd.

"En zelfs nadat een speciaal concilie in Jeruzalem had besloten dat de niet-joodse bekeerlingen zich niet aan de wet hoefden te onderwerpen en er een brief was geschreven waarin deze beslissing werd uitgelegd, bleef de kwestie een bron van twist en verdeeldheid (zie Handelingen 15). Dit was een grote verandering voor de kerk, en veel leden hadden er moeite mee". 

Ik zie de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' als een brief die nader verklaart wat er toentertijd is gebeurd. Maar in de praktijk zie je terug dat er leden zijn die er nog nooit van hebben gehoord, en als ze er al wel van hebben gehoord, zijn er nog steeds leden, zoals van ouds, die moeite hebben dit te accepteren. 

"Het probleem was, althans gedeeltelijk, een gevolg van een gebrekkig begrip van de leer. Christus had de wet van Mozes vervuld. In feite vervulde Hij elke jota en tittel, en leden van de kerk, of ze nu joods of heidens waren, waren niet langer verplicht om de ceremoniële wet na te leven. Veel joden, en zelfs joodse christenen, konden dit niet doorgronden, omdat ze de bedoeling en de juiste positie van de wet uit het oog waren verloren. Een reden hiervoor was de ongeoorloofde toevoeging van vereisten en tradities rond de wet die hielpen de werkelijke bedoeling ervan te verdoezelen. Deze toevoegingen en tradities waren niet langer een "schoolmeester voor Christus" (Galaten 3:24), "om onze ziel op Hem te wijzen" (Jakob 4:5), maar waren eerder zo belastend en verterend voor veel Joden dat ze voorbij het doel zagen (Jacob 4:14) en de perverse wet in de plaats van de Wetgever zelf plaatsten. Zelfs Joodse christenen die de Heiland hadden aangenomen, hadden het erg moeilijk om de vervulde wet los te laten". 

De woorden "het probleem was, althans gedeeltelijk, een gevolg van een gebrekkig begrip van de leer", doen mij denken aan de woorden van ouderling Bruce R. McConkie, die na de openbaring op het priesterschap in 1978 zei: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wat president Brigham Young of president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Wat velen niet weten, is dat juist hij, wat je terug kunt lezen in 'Spencer Kimball and the Revelation on Priesthood', een "lang memorandum schreef waarin hij concludeerde dat er geen schriftuurlijke belemmering was voor een beleidswijziging waarbij zwarte mannen het priesterschap zouden krijgen en sprak president Spencer Kimball zijn dankbaarheid uit jegens ouderling McConkie voor de speciale steun die hij ontving in de dagen voorafgaand aan de openbaring op het priesterschap".

Hun onbegrip, verwarring en aarzeling om de noodzakelijke veranderingen te accepteren en door te voeren, vertraagden het werk en leidden ertoe dat de kerkleiders enorm veel moeite moesten doen om deze kwestie aan te pakken. 

Ik geloof, nog los van dat ik uit eigen ervaring weet dat dit een gevoelig onderwerp is, dat de kerkleiders van nu veel moeite doen om deze kwestie aan te pakken. Wat ik niet alleen terugzie in wat men doet, maar ook in wat men zegt. Er zijn genoeg toespraken waar ik uit kan putten, maar er is met name een waar ik speciale aandacht aan wil geven, en dat is de toespraak van onze profeet, president Russell M. Nelson: 'Laat God zegevieren'.

In deze toespraak zegt president Nelson dit: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israëls beloofd heeft. Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat iedereen een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen: 'zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw'. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat, is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van uw huidskleur".

"Breng dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering, en begin niet bij uzelf te zeggen: Wij hebben Abraham als vader; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen voor Abraham kinderen kan verwekken. Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen". (Lukas 3:8, Johannes 8:39)



Afbeelding: De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen