Dit blikje spreekt voor zichzelf.
Dit blikje spreekt voor zichzelf.
Blikje: Diversiteit
Vorige week waren manlief en ik in het Nationaal Onderwijsmuseum. Ze hebben standaard een vaste collectie met daarnaast wisselende tentoonstellingen. Dit keer stond de tentoonstelling in het teken van Marit Törnqvist - Verborgen verhalen.
Over het naar Dordrecht halen van deze tentoonstelling schreef het Nationaal Onderwijsmuseum het volgende: "Voor het Onderwijsmuseum sluit het werk van Törnqvist nauw aan bij de kern van de collectie en missie. Haar beelden en verhalen laten zien hoe kinderen via boeken grip krijgen op hun gevoelens, hun omgeving en belangrijke vragen in het leven. Daarmee raken haar werken direct aan thema's als taalvaardigheid, verbeeldingskracht en persoonsvorming binnen het onderwijs".
Of je nu jong bent of iets ouder, zoals ik ben, de behoefte om je verhaal te vertellen is niet aan leeftijd gebonden. Vandaar ook dat het Onderwijsmuseum dit erover zegt: "Aan de hand van meer dan 100 originele tekeningen van haar hand, veelal begeleid door tekstfragmenten uit haar boeken, nodigt Marit Tornqvist in Verborgen Verhalen kinderen en volwassenen uit naar de werelden waarin zij alledaagse gebeurtenissen, grote levensvragen en oneindige fantasie moeiteloos met elkaar verbindt".
Echter, wat mij trof was wat er in de tekst bij bovenstaande tekening werd gezegd over de kinderen: "Haar boeken laten kinderen al veertig jaar hun emoties verkennen rondom complexe thema's als liefde, verlies en identiteit. Marit Törnqvist gelooft dat veel kinderen, net als zijzelf, rondlopen met verborgen verhalen en dat zij de kans moeten krijgen die te vertellen". Hopelijk is dat niet een heel ander verhaal, omdat een luisterend oor ontbreekt.
En dan was er nog iets wat mij stil deed staan. Dit keer uit de vaste collectie. Misschien wel omdat we aan het eind van het schooljaar zitten, en ik kleinkinderen heb die examens hebben gedaan, een cito-test, en/of met een schoolrapport zijn thuisgekomen. Meten is weten, maar... Daarom vond ik deze brief van deze directeur aan 'zijn' kinderen zo bijzonder. We zijn uiteindelijk meer dan onze 'etiketten'.
Hier de tekst van bovenstaande brief:
De afgelopen dagen hebben jullie weer hard gewerkt aan de CITO-toetsen. Wij zijn heel trots op de manier waarop jullie weer je best hebben gedaan om die toetsen zo goed mogelijk te maken.
Toch zijn we bezorgd dat deze toetsen niet tonen wat elk van jullie speciaal en uniek maakt. Want de mensen die deze toetsen maken en het resultaat erbij geven kennen jullie niet. Niet op de manier waarop de meesters en juffen jullie kennen en zeker niet zoals ze je thuis kennen.
Ze weten niet dat je al meer talen kent, of op een muziekinstrument speelt, dat je kan dansen of mooie kunstwerken maakt. Ze weten niet dat je vrienden op je kunnen rekenen als ze je nodig hebben of dat jouw vrolijke lach een sombere dag helpt verdwijnen. Ze weten niet dat je gedichten of liedjes maakt of dat je meedoet aan sport. Ook niet dat je je afvraagt wat de toekomst je zal brengen of dat je soms zorgt voor je broertje of zusje na schooltijd. Ook weten ze niet dat je reizen hebt gemaakt naar mooie plaatsen, dat je een mooi verhaal kunt vertellen, of dat je het fijn vindt om tijd door te brengen bij speciale familieleden en vrienden. Ze weten niet dat je betrouwbaar bent, lief, aardig, zorgzaam en attent en dat je elke dag weer probeert goed je best te doen. De resultaten van de CITO-toets zeggen jou en ons wel iets, maar zeker niet alles!
Onze scholen houden bij het schooladvies wel rekening met toetsresultaten, maar hebben een veel completer beeld van je dan alleen maar die getallen.
Dus kijk tevreden naar je resultaten en wees er trots op, maar onthoud vooral dat er heel veel manieren zijn om slim en een goed mens te zijn.
"In het geslachtsregister van Jezus Christus in het evangelie van Mattheüs worden vijf vrouwen genoemd. Zoals verwacht is Maria, de moeder van Jezus, erbij. Wellicht onverwacht bevat het geslachtsregister ook vier vrouwen die geen Israëlieten waren, banden hadden met niet-Israëlieten of een twijfelachtige reputatie hadden." Vrouwen die door mij 'buitenbeentjes' worden genoemd.
De eerste van deze vier vrouwen is Tamar. Aan haar heb ik reeds aandacht gegeven. De tweede voormoeder die in deze geslachtslijst van Jezus wordt genoemd is Rachab. Rachab, wiens naam onlosmakelijk verbonden is met Jericho. Tamar mag dan de 'hoer' spelen, Rachab was er een. Ondanks dit verleden kunnen we over haar het volgende lezen in het Nieuwe Testament: "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen". "En is Rachab de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?" (zie HSV Hebreeën 11:30, Jakobus 2:25). Hieruit blijkt wel dat we meer zijn dan onze etiketten. Hoewel etiketten ons kracht kunnen geven, ons gevoel van identiteit kunnen bevorderen en ons de kans bieden om te groeien, hebben ze ook een gevaarlijk aspect, zeker als die etiketten niet overeenkomen met onze goddelijke aard of als sommige etiketten ons minderwaardig doen voelen".
Vandaar ook dit commentaar op deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus: "Een ding dat we kunnen leren van Mattheüs is dat God met alle mensen kan werken en op onverwachte manieren. Het is ook een voorbeeld van het feit dat wie we worden niet wordt bepaald door de daden van onze voorouders. De vermelding van vrouwen in de familiegeschiedenis van de Heiland weerspiegelt ook de belangrijke rol die vrouwen spelen in het volbrengen van Gods werk". Woorden die ik niet los kan zien van president Russell M. Nelsons toespraak 'Een oproep aan mijn zusters', waarin hij zegt: "Wij hebben uw kracht, uw bekering, uw overtuiging, uw leidinggevende kwaliteiten, uw wijsheid en uw stem nodig. Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze door hun geloof belangrijke dingen tot stand kunnen brengen". Als er iemand is waarop die woorden ook van toepassing zijn, dan is het wel Rachab.
Behalve dat er aan Rachab het etiket hoer hangt, hangt er nog een etiket aan haar. En dat is het etiket Kanaänitische. Een boek dat sinds jaar en dag bij ons in de kast staat is die van W. Cleon Skousen 'The third thousand years'. Zo links en rechts kom ik stukjes uit dit boek tegen in mijn Schriften die ik de moeite van het opslaan waard vond. Echter, je voelt hem al aankomen, niet alles.
Dit is niet de eerste keer dat ik citeer uit een boek, geschreven door leiders en/of leden van de kerk. In zekere zin val ik in herhaling. Zeker ook als ik kijk naar bovenstaande afbeelding. Echter kijkend naar deze opmerking "als iets wordt herhaald en herhaald, gaat het vanzelf in het collectieve geheugen zitten", dan denk ik dat ik aan de goede kant van de herhaling zit. Deze zin komt uit een publicatie die ging over "De vloek van Cham: Hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen". Tijdens één van mijn wandelingen, op het Cham-pad, heb ik stil gestaan bij deze opmerking.
Een pad dat ik trouwens zeker ook niet los kan zien van Rachab als Kanaänitische. Omdat Kanaänieten, alhoewel ze ook gewoon inwoners van Kanaän kunnen zijn, vooral gezien worden als nakomelingen van die 'vervloekte' Cham wat je ook terug ziet in deze woorden van Cleon W. Skousen: "Het lijkt er ook op dat Rachab geen Kanaäniet was, hoewel ze in een Kanaänitische stad woonde. Dit blijkt uit het feit dat ze later trouwde met een prins van Juda, een huwelijk dat onwettig zou zijn geweest als ze van Cham afstamde. Deze conclusie wordt verder ondersteund door het feit dat zij in de afstammingslijn was waaruit de Verlosser voortkwam".
Dit vloek-Cham-denken van Cleon Skousen staat niet op zichzelf. Het heeft te maken met het racisme van het verleden, wat je ook terug ziet in onze kerkgeschiedenis. En, ik kan dit niet genoeg benadrukken en herhalen, haaks staat op HOE de kerk is hersteld. Niet alleen dat, ook op de HOE van de leer vanaf het begin, waar ik niet de herstelling mee bedoel.
Scripture Helps: "In het verleden hebben sommigen ten onrechte de vloek over het nageslacht van Cham in verband gebracht met de beperkingen op het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperkingen op het priesterschap en de tempel. Sommigen hebben gespeculeerd dat Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." De evangelieverhandeling ras en het priesterschap geeft ook de nodige context en gaat ook in op Kaïn en Cham.
"het gaat om wie ze werd, een voorbeeld van geloof".
Ondanks dat, wil ik tot slot nog stil staan bij één ding en dat heeft te maken met de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten.
Afbeelding Rachab: rahabs-red-rope
Aan het begin van het jaar had ik een ticket gekocht waarmee ik tot aan het eind van het jaar door het Oude Testament kon reizen, aan de hand van dat allen voor God gelijk zijn. Echter, dit ticket voelde op een gegeven moment meer als een dalurenticket. Daarom heb ik onlangs mijn dalurenticket omgezet in een volledig vrijreizenticket dat meer past bij mijn gevoelens van: zoals de wind waait, waait mijn rokje. Met dit verschil dat ik geen verslag deed van wat ik onderweg tegenkwam. Tot ik dit vers las:
Of, afhankelijk van welke vertaling je leest: "We voelden ons zo klein als sprinkhanen". Toen ik dit las, voelde ik geduw in mijn rug en de woorden: "waarom deel je niet wat je hebt hangen aan dit vers?" Wat ik nu bij deze zal doen.
Allereerst deze opmerking: "Welk volk in de geschiedenis had een groter getuigenis dat God met hen was, en zijn niet overtroffen macht ten behoeve van hen zou gebruiken? Zij hadden zoveel en waren zoveel meer beloofd. Toen kwam de keus. De tragedie was niet zozeer wat er gebeurde, maar wat er verloren ging. Wat geweest had kunnen zijn, vergeleken met wat er was."
Vervolgens dit, wat komt uit een boek van Joel Osteen, een geestelijke uit een andere kerk, waar ik bij toeval tegenaan liep toen ik aan het neuzen was tussen de boeken in de kringloop. Helaas weet ik niet meer de titel van dit boek, maar dit heb ik van hem opgeslagen in mijn Schriften: "Tien van de twaalf spionnen zeiden: Het is inderdaad een land dat overvloeit van melk en honing, maar we maken geen schijn van kans. We zullen die mensen nooit verslaan. Bovendien zeiden ze: Mozes, we waren in onze eigen ogen als sprinkhanen. Let op de zinsnede: in onze eigen ogen. Met andere woorden, vergeleken met de tegenstanders en de obstakels die voor hen lagen, zagen ze zichzelf als kleine, zwakke, verslagen sprinkhanen, klaar om verpletterd te worden en hulpeloos tegenover de reuzen die hen bestreden. Die tien spionnen kwamen terug met een negatief verslag, omdat ze zich concentreerden op hun omstandigheden. Ze verloren de strijd nog voordat die begonnen was. Hun gebrek aan geloof en hun gebrek aan zelfvertrouwen beroofden hen van de vruchtbare toekomst die God voor hen in petto had. Het zelfbeeld van Jozua en Caleb was zodanig dat ze weigerden zichzelf te zien als sprinkhanen die vertrapt konden worden. In plaats daarvan zagen ze zichzelf als dienaren van God, geleid en bekrachtigd door God. Jozua en Caleb beschikten over dezelfde gegevens als de twijfelaars, maar trokken andere conclusies. Bedenk dat God de Hebreeën de overwinning al had gegarandeerd, maar vanwege hun negatieve zelfbeeld bereikten ze nooit het Beloofde Land".
In zijn toespraak "Kom niet in opstand, en wees niet bevreesd" heeft ouderling Kevin R. Duncan het ook over deze twaalf verspieders. Dat we op twee manieren naar de dingen kunnen kijken, zoals het verspiedersverhaal ons leert. "Alle twaalf verkenners hadden dezelfde voordelen en nadelen gezien. Hun verschillende reacties laten zien dat tien groepsleden alleen de problemen zagen, en dat de andere twee hun vertrouwen in God stelden." Het mooie van deze toespraak is dat ouderling Duncan in deze toespraak hedendaagse voorbeelden heeft verwerkt. In dit rijtje past ook heel mooi de verandering die in september gaat plaatsvinden, wanneer ons zondagschema gaat veranderen.
Dit vers in Numeri gaat echter ook over hoe je jezelf ziet. Zijn is zien. Door hun gebrek aan zelfvertrouwen, "wij voelen ons als sprinkhanen", konden zij niet zien wat Jozua en Caleb zagen. Wanneer ik denk aan de woorden "Zijn is zien", denk ik aan een video die ik in het verleden heb gedeeld. Ik deelde die video in een andere context, maar wat Connie L. Blakemore hierin zegt, is ook van toepassing op dit sprinkhanengevoel, namelijk dat "de overtuigingen die we hebben voor een ieder van ons de lenzen zijn waarmee we de werkelijkheid zien. Wat je ziet, is wat je bent".
Het is geweldig, behalve dan...
Een vriendin van mij, die ongeveer een jaar geleden haar zoon heeft verloren, is onlangs naar een lezing van Manu Keirse geweest die in het teken stond van rouwverwerking. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar door haar woorden dat ik rouw veel breder moest zien, en zijn woorden zeker interessant zou vinden, heb ik hem opgezocht. Ik kwam onder andere deze woorden van hem tegen in een artikel dat ging over Omgaan met verdriet: "Rouwen is verdriet beleven bij het afscheid nemen van een dierbaar iemand of een dierbaar iets. Het is een proces van omgaan met verdriet dat je moet doorleven. Dat kan heel uiteenlopend zijn, door een breuk van een relatie, het verlies van je werk, een verlies van een verwachting, een echtscheiding of bijvoorbeeld het overlijden van iemand. Alles wat je dierbaar is en wat je kunt verliezen, brengt een rouwproces op gang. Ik spreek nooit over rouw verwerken of verdriet verwerken, want het betekent dat het ooit achter de rug moet zijn. Afval verwerk je, maar verdriet verwerk je niet. Verdriet is als een schaduw, het gaat met je mee door je leven en je kunt het nooit achterlaten". Ik begreep gelijk waarom mijn vriendin naar een lezing van hem was geweest en waarom hij haar zo aansprak. Ik herkende mij met name in de woorden "verdriet is als een schaduw". Voor mij voelt kanker als een schaduw die met mij meegaat door mijn leven, en hoe graag ik het ook wil, voorlopig ben ik zeker nog niet van hem af. Het is echter aan mij hoe ik hiermee omga.
Op dit moment zijn we bezig met het boek 'Ether', waarin ik prachtige voorbeelden tegenkom hoe mensen uit het verleden tegenslagen het hoofd boden. Ik denk hierbij aan Shule die tijdens zijn leven werd geconfronteerd met verdeeldheid binnen zijn eigen familie, gevangenschap en oorlog. Ondanks dit alles was hij de Heer indachtig, en al zijn dagen richtte hij in rechtvaardigheid. Ik denk ook aan Omer, die door zijn vriend Akish wordt verraden, waardoor hij, gewaarschuwd door de Heer, noodgedwongen om zijn leven te redden, alles moest achterlaten. Uiteindelijk wordt hij "wederom hersteld in zijn erfland". Maar wat te denken van deze laatste woorden over Omer: "En nadat hij Emer tot koning had gezalfd, zag hij twee jaar lang vrede in het land, en hij stierf na buitengewoon vele dagen te hebben gezien die vol droefenis waren". En dan Ether, naar wie het boek is genoemd. Zijn vader bracht zijn hele leven door in gevangenschap en ook Ether werd in gevangenschap geboren. Ether, die door de boodschap die hij bracht als profeet van God niet langer onder het volk kon blijven wonen, en zich moest verbergen in de "holte van een rots". Dit zijn zijn laatste opgeschreven woorden: "Of de Heer wil dat ik veranderd word of dat ik de wil van de Heer in het vlees onderga, het doet er niet toe, indien ik maar het heil verkrijg in het koninkrijk van God".
Het boek van Ether is zeker een boek van oorlogen, een boek vol schaduw van verdriet. Dat valt niet te ontkennen. Maar uiteindelijk "doet het er niet toe" zegt Ether, "zolang ik maar het heil verkrijg in het koninkrijk van God". In die zin, doordat het ons laat zien, zowel Ether als anderen, dat mensen, door hun geloof, boven hun omstandigheden uit kunnen stijgen, waardoor het boek Ether ook een boek van hoop is. Omdat hij "die in God gelooft met zekerheid mag hopen op een betere wereld". Ether kon over deze hoop schrijven, omdat de Heer aan hem "wonderbaarlijke dingen had laten zien." Het is niet voor niets dat Ether "een groot ziener" wordt genoemd, omdat wat hij zag nog in de toekomst lag. Een toekomst die ook onze toekomst is en kan zijn. Want hij zag waarlijk die betere wereld en dat "zij, de inwoners ervan, gezegend zouden zijn". Gezegend omdat "hun kleren wit gewassen waren in het bloed van het Lam". Mijn Schriften verwijzen dan naar Openbaring 7:14; mijn voorkeur gaat echter uit naar vers zeven van dit zelfde hoofdstuk. Dit natuurlijk vanwege mijn rode draad, maar bovenal doordat deze tekst duidelijk laatzien dat we uiteindelijk daar als één kunnen staan in onze verscheidenheid.
Neem ik wel of niet een tussendoortje? Dat was even de vraag. Zoals jullie echter hieronder kunnen zien, kon ik de verleiding niet weerstaan, ondanks dat het mijn bedoeling was om aandacht te geven aan het laatste verhaal uit het boekje 'Stay Thou Nearby'.
In onze 'Kom dan en volg Mij'-leesopdracht van afgelopen week wordt verwezen naar een toespraak van ouderling Andersen. In deze toespraak wordt ouderling Dallin H. Oaks aangehaald, zie punt 13. Deze uitspraak herkende ik. Ik heb hem zelfs al een keer eerder aangehaald hier op mijn blog. Ondanks dat wil ik toch weer opnieuw aandacht geven aan deze uitspraak van ouderling Oaks: "In een interview uit 1988 heb ik uitgelegd wat ik ervan vind dat mensen goede redenen voor goddelijke openbaring willen. Als je met deze vraag in je achterhoofd de Schriften leest: 'Waarom gebood de Heer dit of waarom gebood Hij dat', zul je merken dat er voor minder dan een op de honderd geboden een reden is gegeven. Wij stervelingen kunnen redenen aan openbaring toekennen. Wij kunnen redenen aan geboden toekennen. Dat doen we dan op eigen gezag. Sommige mensen kenden redenen toe aan waar we het hier over hebben en bleken er faliekant naast te zitten. Daar schuilt een les in. Ik heb lang geleden besloten dat ik geloof in het gebod had en geen geloof in de redenen die eraan toegedicht werden. Alle redenen kwamen mij voor als het nemen van onnodige risico's. Laten we niet de fout maken die in het verleden is gemaakt, in dit opzicht en op andere gebieden, om te proberen redenen aan openbaring toe te kennen. De redenen blijken uiteindelijk in hoge mate door de mens te zijn bedacht. De openbaringen zijn wat we als de wil van de Heer steunen en daarin schuilt onze veiligheid."
In de woorden van ouderling Oaks zit de bevestiging van de woorden van ouderling Anderson dat "de stem van de Heer vaak komt zonder toelichting". In die zin zijn deze woorden algemeen toepasbaar. Er is echter onder deze laag nog een laag, waardoor deze uitpraak opeens een heel andere betekenis krijgt, en dat heeft alles te maken met de woorden "waar we het hier over hebben". In dat hier zit de les. Ik vind het veelzeggend dat het juist deze les is die ook meegenomen is in het boek van ouderling Oaks "Life's Lessons Learned".
"In 1852 verklaarde president Brigham Young officieel dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden. Na de dood van Brigham Young lieten opeenvolgende presidenten van de kerk de tempelbegiftiging en het tempelhuwelijk voor zwarten niet toe. In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk."
"Officiële Verklaring 2 is de openbaring die in 1978 een einde maakte aan alle beperkingen in verband met ras die eens op het priesterschap van toepassing waren." In een les die over deze openbaring gaat, vind je ouderling Oaks' uitspraak terug onder het kopje "Ken geen door de mens bedachte redenen aan Gods openbaringen toe". Met als kanttekening, (ouderling Oaks heeft het nog over gebod: "Ik had geloof in het gebod") dit kun je teruglezen in de inleidende tekst van Officiële Verklaring 2, dat men het heeft over een gebruik en niet over een openbaring: "De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik."
Wisten jullie trouwens, misschien dat ik daar nog op terugkom, dat ouderling Jeffrey R. Holland niet het woord speculatie, maar het woord folklore gebruikte in dit verband? En, dit vind ik nog interessanter dan het woord folklore, dat ouderling Holland zei dat de folklore nooit in stand mag worden gehouden. Op deze opmerking van hem wil ik zeker nog terugkomen. In ieder geval pas nadat ik aandacht heb gegeven aan Tracy Y. Brownings persoonlijke verhaal, de laatste persoon uit het boekje waar ik de afgelopen tijd mee bezig ben geweest. Ook zegt zij trouwens iets over ouderling Oaks in haar verhaal. Zij haalt namelijk iets aan uit een toespraak van hem. Ik kom daarop terug. Echter, in deze toespraak heeft ouderling Oaks het ook over speculeren, wat ik natuurlijk niet kan negeren. Al met al voorlopig stof genoeg.