Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

woensdag 23 september 2026

Tijdloos blikje

 

Dit blikje spreekt voor zichzelf. 





"Want sommigen van ons hebben de meest opmerkelijke personen die wij kennen, personen die onze gevoelens en gedachten hebben gestimuleerd, gevonden binnen de banden van een boek. Wij hebben allen ingeschreven werken nieuwe vrienden en nieuw gezelschap ontdekt, die niet beperkt blijven door hetgeen wij zijn of door de plaats waar wij wonen. Onze blik op het leven wordt daardoor verruimd. Dit is in het bijzonder het geval wanneer er een wisselwerking tussen ons en hetgeen wij lezen is. Het gaat niet alleen om dat ons iets gezegd wordt, maar dat onze eigen gedachten en fantasie met de schrijver contact krijgen en daardoor onze ideeën en gedachtegang worden gestimuleerd. De betekenis ligt in het individu. Het gesproken of gedrukte woord is echter de katalysator voor die betekenis".

Vergeef me, ik weet niet wie dit geschreven heeft, alleen dat ik het mooi vond. Zo mooi, dat het zelfs een tijdje als briefje in mijn Schriften heeft gezeten. Ik denk dat dat genoeg zegt. 



Afbeelding Mormonad: churchofjesuschrist.org

zondag 13 september 2026

Niet naïef meer

 

Onlangs heb ik twee blikjes geopend; die gingen beide over de coronacrisis. In een van deze logjes deelde ik de volgende afbeelding:


Racisme is een pandemie

Onlangs stond in de Liahona een artikel waarin president Russell M. Nelson werd aangehaald, die het volgende zei: "Ons aller Schepper roept ieder van ons op om onze vooroordelen tegen eender welke groep van Gods kinderen aan de kant te zetten. Wie van ons een vooroordeel tegen mensen van een ander ras heeft, moet zich daarvan bekeren". 

In dit artikel: 'Wat ik van de priesterschapsrestrictie heb geleerd en hoe ik aan een christelijke cultuur kan bijdragen' wordt ook naar de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' verwezen. Een verhandeling die in 2013 door de kerk werd gepubliceerd en dat dieper ingaat op het hoe en wat van deze restrictie, met deze duidelijke woorden: "De kerk distantieert zich van de opvatting dat een zwarte huid een teken van goddelijke ongenade of vervloeking is; dat die op onrechtschapen daden in het voorsterfelijk leven wijst; dat huwelijken tussen verschillende rassen zondig zijn; en dat zwarte mensen of mensen van andere rassen of volkeren in enig opzicht inferieur zijn". Met andere woorden: "De kerk veroordeelt elke vorm van raciale en culturele vooroordelen. 

Wat ik herken, zijn deze woorden: "In het verleden hebben sommige kerkleiders en -leden speculatieve verklaringen voor de restrictie gegeven, maar geen van die theorieën komt overeen met de officiële leer van de kerk. We kunnen voor de waarheid opkomen wanneer deze ideeën opnieuw opduiken, en verouderd materiaal dat we tegenkomen, wegdoen". Wat betreft dit verouderde materiaal, het nodige heb ik hierover geschreven. Onderstaande afbeelding is voor mij daar een symbool van. 




Waar ik echter bij stil wil staan, zijn deze woorden uit dit artikel: "Genezing komt ook door mensen die zich buitengesloten voelen de hand te reiken, naar hun ervaringen te luisteren en eerlijke gesprekken te voeren over manieren waarop we beter kunnen worden". 

Bij het woord genezing kan ik niet anders dan denken aan Carol Lawrence Costly. Van haar is onderstaande uitspraak, maar die ook zei: "Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden. Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen." 




Zo geloofde ik ook dat de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' zeker een einde zou maken aan het racisme van het verleden, wat naïef gedacht bleek te zijn. En net zoals zuster Costly kwam ik ook tot de ontdekking dat "de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". 

Daarnaast, wanneer ik terugdenk aan het woord genezing, dan denk ik echter ook aan openheid en eerlijke gesprekken. Dat dit toch nog wel een (klein) probleem is. Terwijl de restrictie op het priesterschap en de tempel zeker ook gezien kan worden als een leerstellig iets. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de proclamatie over "De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus". Die als openingszin heeft: "Wij verklaren plechtig dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft". Wat alles te maken heeft met dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen de nieuwtestamentische kerk hersteld is. Wat ik samengevat heb in de HOE van de herstelling. Dat toen de kerk werd hersteld er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Maar ik denk bijvoorbeeld ook aan het verbond van Abraham.

In die zin vind ik de woorden van Joseph Smith eigenlijk best wel troostend: "Ik onderwijs ze de juiste beginselen, en zij besturen zichzelf". Dat tussen het onderwijzen van de correcte beginselen en dat wat er uiteindelijk nog in het hart en verstand leeft door de "oude ideeën van het verleden" een gat kan zitten. Dat dit een realiteit is, waaruit blijkt dat het racisme van het verleden nog steeds doorwerkt in het heden, in het besef, dat "racisme bestrijden iets is van de lange adem". Dat neemt niet weg dat het onze opdracht is dat "wanneer deze ideeën opnieuw opduiken" we voor de waarheid opkomen en blijven opkomen. 

Blikje: Diversiteit


"God schiep de rassen - maar niet het racisme.
We zijn allemaal kinderen van dezelfde Vader.
Geweld en haat hebben geen plaats in Zijn gezin." 
(Zie Handelingen 10:34)

maandag 13 juli 2026

We zijn meer dan onze 'etiketten'

 

Vorige week waren manlief en ik in het Nationaal Onderwijsmuseum. Ze hebben standaard een vaste collectie met daarnaast wisselende tentoonstellingen. Dit keer stond de tentoonstelling in het teken van Marit Törnqvist - Verborgen verhalen. 

Over het naar Dordrecht halen van deze tentoonstelling schreef het Nationaal Onderwijsmuseum het volgende: "Voor het Onderwijsmuseum sluit het werk van Törnqvist nauw aan bij de kern van de collectie en missie. Haar beelden en verhalen laten zien hoe kinderen via boeken grip krijgen op hun gevoelens, hun omgeving en belangrijke vragen in het leven. Daarmee raken haar werken direct aan thema's als taalvaardigheid, verbeeldingskracht en persoonsvorming binnen het onderwijs". 



Of je nu jong bent of iets ouder, zoals ik ben, de behoefte om je verhaal te vertellen is niet aan leeftijd gebonden. Vandaar ook dat het Onderwijsmuseum dit erover zegt: "Aan de hand van meer dan 100 originele tekeningen van haar hand, veelal begeleid door tekstfragmenten uit haar boeken, nodigt Marit Tornqvist in Verborgen Verhalen kinderen en volwassenen uit naar de werelden waarin zij alledaagse gebeurtenissen, grote levensvragen en oneindige fantasie moeiteloos met elkaar verbindt". 

Echter, wat mij trof was wat er in de tekst bij bovenstaande tekening werd gezegd over de kinderen: "Haar boeken laten kinderen al veertig jaar hun emoties verkennen rondom complexe thema's als liefde, verlies en identiteit. Marit Törnqvist gelooft dat veel kinderen, net als zijzelf, rondlopen met verborgen verhalen en dat zij de kans moeten krijgen die te vertellen". Hopelijk is dat niet een heel ander verhaal, omdat een luisterend oor ontbreekt. 

En dan was er nog iets wat mij stil deed staan. Dit keer uit de vaste collectie. Misschien wel omdat we aan het eind van het schooljaar zitten, en ik kleinkinderen heb die examens hebben gedaan, een cito-test, en/of met een schoolrapport zijn thuisgekomen. Meten is weten, maar... Daarom vond ik deze brief van deze directeur aan 'zijn' kinderen zo bijzonder. We zijn uiteindelijk meer dan onze 'etiketten'.



Hier de tekst van bovenstaande brief:

De afgelopen dagen hebben jullie weer hard gewerkt aan de CITO-toetsen. Wij zijn heel trots op de manier waarop jullie weer je best hebben gedaan om die toetsen zo goed mogelijk te maken. 

Toch zijn we bezorgd dat deze toetsen niet tonen wat elk van jullie speciaal en uniek maakt. Want de mensen die deze toetsen maken en het resultaat erbij geven kennen jullie niet. Niet op de manier waarop de meesters en juffen jullie kennen en zeker niet zoals ze je thuis kennen. 

Ze weten niet dat je al meer talen kent, of op een muziekinstrument speelt, dat je kan dansen of mooie kunstwerken maakt. Ze weten niet dat je vrienden op je kunnen rekenen als ze je nodig hebben of dat jouw vrolijke lach een sombere dag helpt verdwijnen. Ze weten niet dat je gedichten of liedjes maakt of dat je meedoet aan sport. Ook niet dat je je afvraagt wat de toekomst je zal brengen of dat je soms zorgt voor je broertje of zusje na schooltijd. Ook weten ze niet dat je reizen hebt gemaakt naar mooie plaatsen, dat je een mooi verhaal kunt vertellen, of dat je het fijn vindt om tijd door te brengen bij speciale familieleden en vrienden. Ze weten niet dat je betrouwbaar bent, lief, aardig, zorgzaam en attent en dat je elke dag weer probeert goed je best te doen. De resultaten van de CITO-toets zeggen jou en ons wel iets, maar zeker niet alles!

Onze scholen houden bij het schooladvies wel rekening met toetsresultaten, maar hebben een veel completer beeld van je dan alleen maar die getallen.

Dus kijk tevreden naar je resultaten en wees er trots op, maar onthoud vooral dat er heel veel manieren zijn om slim en een goed mens te zijn. 

vrijdag 29 mei 2026

2. Afstamming is niet bepalend


"In het geslachtsregister van Jezus Christus in het evangelie van Mattheüs worden vijf vrouwen genoemd. Zoals verwacht is Maria, de moeder van Jezus, erbij. Wellicht onverwacht bevat het geslachtsregister ook vier vrouwen die geen Israëlieten waren, banden hadden met niet-Israëlieten of een twijfelachtige reputatie hadden." Vrouwen die door mij 'buitenbeentjes' worden genoemd. 

De eerste van deze vier vrouwen is Tamar. Aan haar heb ik reeds aandacht gegeven. De tweede voormoeder die in deze geslachtslijst van Jezus wordt genoemd is Rachab. Rachab, wiens naam onlosmakelijk verbonden is met Jericho. Tamar mag dan de 'hoer' spelen, Rachab was er een. Ondanks dit verleden kunnen we over haar het volgende lezen in het Nieuwe Testament: "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen". "En is Rachab de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?" (zie HSV Hebreeën 11:30, Jakobus 2:25). Hieruit blijkt wel dat we meer zijn dan onze etiketten. Hoewel etiketten ons kracht kunnen geven, ons gevoel van identiteit kunnen bevorderen en ons de kans bieden om te groeien, hebben ze ook een gevaarlijk aspect, zeker als die etiketten niet overeenkomen met onze goddelijke aard of als sommige etiketten ons minderwaardig doen voelen". 

Vandaar ook dit commentaar op deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus: "Een ding dat we kunnen leren van Mattheüs is dat God met alle mensen kan werken en op onverwachte manieren. Het is ook een voorbeeld van het feit dat wie we worden niet wordt bepaald door de daden van onze voorouders. De vermelding van vrouwen in de familiegeschiedenis van de Heiland weerspiegelt ook de belangrijke rol die vrouwen spelen in het volbrengen van Gods werk". Woorden die ik niet los kan zien van president Russell M. Nelsons toespraak 'Een oproep aan mijn zusters', waarin hij zegt: "Wij hebben uw kracht, uw bekering, uw overtuiging, uw leidinggevende kwaliteiten, uw wijsheid en uw stem nodig. Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze door hun geloof belangrijke dingen tot stand kunnen brengen". Als er iemand is waarop die woorden ook van toepassing zijn, dan is het wel Rachab.




Behalve dat er aan Rachab het etiket hoer hangt, hangt er nog een etiket aan haar. En dat is het etiket Kanaänitische. Een boek dat sinds jaar en dag bij ons in de kast staat is die van W. Cleon Skousen 'The third thousand years'. Zo links en rechts kom ik stukjes uit dit boek tegen in mijn Schriften die ik de moeite van het opslaan waard vond. Echter, je voelt hem al aankomen, niet alles. 

Dit is niet de eerste keer dat ik citeer uit een boek, geschreven door leiders en/of leden van de kerk. In zekere zin val ik in herhaling. Zeker ook als ik kijk naar bovenstaande afbeelding. Echter kijkend naar deze opmerking "als iets wordt herhaald en herhaald, gaat het vanzelf in het collectieve geheugen zitten", dan denk ik dat ik aan de goede kant van de herhaling zit. Deze zin komt uit een publicatie die ging over "De vloek van Cham: Hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen". Tijdens één van mijn wandelingen, op het Cham-pad, heb ik stil gestaan bij deze opmerking. 

Een pad dat ik trouwens zeker ook niet los kan zien van Rachab als Kanaänitische. Omdat Kanaänieten, alhoewel ze ook gewoon inwoners van Kanaän kunnen zijn, vooral gezien worden als nakomelingen van die 'vervloekte' Cham wat je ook terug ziet in deze woorden van Cleon W. Skousen: "Het lijkt er ook op dat Rachab geen Kanaäniet was, hoewel ze in een Kanaänitische stad woonde. Dit blijkt uit het feit dat ze later trouwde met een prins van Juda, een huwelijk dat onwettig zou zijn geweest als ze van Cham afstamde. Deze conclusie wordt verder ondersteund door het feit dat zij in de afstammingslijn was waaruit de Verlosser voortkwam". 

Dit vloek-Cham-denken van Cleon Skousen staat niet op zichzelf. Het heeft te maken met het racisme van het verleden, wat je ook terug ziet in onze kerkgeschiedenis. En, ik kan dit niet genoeg benadrukken en herhalen, haaks staat op HOE de kerk is hersteld. Niet alleen dat, ook op de HOE van de leer vanaf het begin, waar ik niet de herstelling mee bedoel.   

Scripture Helps: "In het verleden hebben sommigen ten onrechte de vloek over het nageslacht van Cham in verband gebracht met de beperkingen op het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperkingen op het priesterschap en de tempel. Sommigen hebben gespeculeerd dat Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." De evangelieverhandeling ras en het priesterschap geeft ook de nodige context en gaat ook in op Kaïn en Cham. 



"En zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." Wat laat zien, het bewijs is, van hoe krachtig herhaling kan zijn. Echter, om dit te kunnen ontkrachten, moet je je er wel van bewust zijn dat het er is. Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk. Iets, wat volgens mij van alle tijden is. Dat blijkt wel uit deze woorden: "Denken jullie dat onze vaderen verkieselijker zouden zijn geweest dan zij (de Kanaänieten), indien zij rechtvaardig waren geweest? Ik zeg jullie: Neen. Zie de Heer acht alle vlees gelijk; hij die rechtvaardig is, staat bij God in de gunst" (zie 1 Nephi 17:33,34). Waar het uiteindelijk dus om gaat, terugkomend op Rachab, dat 

"het gaat om wie ze werd, een voorbeeld van geloof".

Ondanks dat, wil ik tot slot nog stil staan bij één ding en dat heeft te maken met de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten.

  1. Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheus' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen (Mattheüs 28:19).
  2. De vermelding van deze specifieke vrouwen, die elk een rol speelden in een of andere controverse in het Oude Testament, laat zien dat God in het verleden van Israël door mensen en situaties heeft gewerkt die de Joden niet hadden verwacht. Zo worden de lezers van Mattheüs voorbereid op het verhaal dat direct volgt: Maria en de maagdelijke geboorte.
  3. Het laat ons allemaal vandaag de dag zien dat persoonlijke rechtvaardigheid niet afhankelijk is van het bezitten van een perfecte afstamming, aangezien de afstamming van Jezus Christus niet perfect was.
  4. De opname van vrouwen in de stamboom van de Heiland weerspiegelt de belangrijke waarheid dat mannen en vrouwen gelijk zijn in de ogen van God.



Afbeelding Rachab: rahabs-red-rope

maandag 11 mei 2026

Zijn is zien

 

Aan het begin van het jaar had ik een ticket gekocht waarmee ik tot aan het eind van het jaar door het Oude Testament kon reizen, aan de hand van dat allen voor God gelijk zijn. Echter, dit ticket voelde op een gegeven moment meer als een dalurenticket. Daarom heb ik onlangs mijn dalurenticket omgezet in een volledig vrijreizenticket dat meer past bij mijn gevoelens van: zoals de wind waait, waait mijn rokje. Met dit verschil dat ik geen verslag deed van wat ik onderweg tegenkwam. Tot ik dit vers las:

"Met hen vergeleken zijn wij maar sprinkhanen"
Numeri 13:33

Of, afhankelijk van welke vertaling je leest: "We voelden ons zo klein als sprinkhanen". Toen ik dit las, voelde ik geduw in mijn rug en de woorden: "waarom deel je niet wat je hebt hangen aan dit vers?" Wat ik nu bij deze zal doen. 

Allereerst deze opmerking: "Welk volk in de geschiedenis had een groter getuigenis dat God met hen was, en zijn niet overtroffen macht ten behoeve van hen zou gebruiken? Zij hadden zoveel en waren zoveel meer beloofd. Toen kwam de keus. De tragedie was niet zozeer wat er gebeurde, maar wat er verloren ging. Wat geweest had kunnen zijn, vergeleken met wat er was."

Vervolgens dit, wat komt uit een boek van Joel Osteen, een geestelijke uit een andere kerk, waar ik bij toeval tegenaan liep toen ik aan het neuzen was tussen de boeken in de kringloop. Helaas weet ik niet meer de titel van dit boek, maar dit heb ik van hem opgeslagen in mijn Schriften: "Tien van de twaalf spionnen zeiden: Het is inderdaad een land dat overvloeit van melk en honing, maar we maken geen schijn van kans. We zullen die mensen nooit verslaan. Bovendien zeiden ze: Mozes, we waren in onze eigen ogen als sprinkhanen. Let op de zinsnede: in onze eigen ogen. Met andere woorden, vergeleken met de tegenstanders en de obstakels die voor hen lagen, zagen ze zichzelf als kleine, zwakke, verslagen sprinkhanen, klaar om verpletterd te worden en hulpeloos tegenover de reuzen die hen bestreden. Die tien spionnen kwamen terug met een negatief verslag, omdat ze zich concentreerden op hun omstandigheden. Ze verloren de strijd nog voordat die begonnen was. Hun gebrek aan geloof en hun gebrek aan zelfvertrouwen beroofden hen van de vruchtbare toekomst die God voor hen in petto had. Het zelfbeeld van Jozua en Caleb was zodanig dat ze weigerden zichzelf te zien als sprinkhanen die vertrapt konden worden. In plaats daarvan zagen ze zichzelf als dienaren van God, geleid en bekrachtigd door God. Jozua en Caleb beschikten over dezelfde gegevens als de twijfelaars, maar trokken andere conclusies. Bedenk dat God de Hebreeën de overwinning al had gegarandeerd, maar vanwege hun negatieve zelfbeeld bereikten ze nooit het Beloofde Land". 

In zijn toespraak "Kom niet in opstand, en wees niet bevreesd" heeft ouderling Kevin R. Duncan het ook over deze twaalf verspieders. Dat we op twee manieren naar de dingen kunnen kijken, zoals het verspiedersverhaal ons leert. "Alle twaalf verkenners hadden dezelfde voordelen en nadelen gezien. Hun verschillende reacties laten zien dat tien groepsleden alleen de problemen zagen, en dat de andere twee hun vertrouwen in God stelden." Het mooie van deze toespraak is dat ouderling Duncan in deze toespraak hedendaagse voorbeelden heeft verwerkt. In dit rijtje past ook heel mooi de verandering die in september gaat plaatsvinden, wanneer ons zondagschema gaat veranderen. 

Dit vers in Numeri gaat echter ook over hoe je jezelf ziet. Zijn is zien. Door hun gebrek aan zelfvertrouwen, "wij voelen ons als sprinkhanen", konden zij niet zien wat Jozua en Caleb zagen. Wanneer ik denk aan de woorden "Zijn is zien", denk ik aan een video die ik in het verleden heb gedeeld. Ik deelde die video in een andere context, maar wat Connie L. Blakemore hierin zegt, is ook van toepassing op dit sprinkhanengevoel, namelijk dat "de overtuigingen die we hebben voor een ieder van ons de lenzen zijn waarmee we de werkelijkheid zien. Wat je ziet, is wat je bent". 




Afbeelding: LinkedIn

maandag 19 januari 2026

4. Onze ware identiteit en labels


"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid." 
President Spencer W. Kimball


Tijdens de algemene conferentie van 2020 zei ouderling Quentin L. Cook het volgende: "Laten we onszelf op dit keerpunt van tweehonderd jaar kerkgeschiedenis vast voornemen om rechtschapen te leven en eensgezinder te zijn dan ooit tevoren. Met ons geheel inclusieve leer kunnen wij een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren". 

Tijdens dezelfde conferentie zei president Dallin H. Oaks dit: "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaarde grieven gehad. In een aangrijpende persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen."

En ook president Russell M. Nelson sprak tijdens deze conferentie: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israël beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel, omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat, is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van uw huidskleur. Het bedroeft mij zeer dat onze zwarte broeders en zusters over de hele wereld door racisme en vooroordeel zo veel ellende te verduren hebben. Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding of handeling die door vooroordeel wordt ingegeven. Ik smeek u om respect voor al Gods kinderen te bevorderen". 

"Zwarte Heiligen der Laatste Dagen noemden deze verklaring van president Nelson historisch". Over historisch gesproken, ik vond dat ook van de evangelieverklaring Ras en het priesterschap. Ondanks dat ik amen kan zeggen op al het bovenstaande, ervaar ik een maar-gevoel. De opdracht is racisme uitbannen, heden en verleden. Kunnen we dit echter uitbannen zonder bewustwording? Hoe ziet dat er in de praktijk dan uit? Kijkend naar wat Theresa A. Dear van het NAACP zei, die door president Oaks werd geciteerd, viel mij het woord zwijgzaamheid op. Was ik zelf jaren niet zwijgzaam geweest over mijn eigen ervaringen, zelfs als de openbaring op het priesterschap werd besproken? Echter, die zwijgzaamheid doorbreken bleek in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn en ik liep tegen dingen aan zoals 'profeten maken geen fouten'. 

De kerk heeft een artikel geschreven over de rol van profeten. Dit artikel gaat ook in op de feilbaarheid van profeten. Interessant is trouwens ook deze opmerking over unanimiteit: "De leer wordt verklaard en uitgelegd door de president van de kerk, waarbij het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf hem ondersteunen. Zij handelen unaniem, volgens het patroon in Leer en Verbonden 107:27-31". Gelukkig, ondanks alles, is mijn moeder niet weggerend. Waar ik het echter over wil hebben, is wat te doen met sommige boeken van de kerk. Boeken hebben geen mond. Ze staan stil in de kast, mij om het even in welke kast, maar ze spreken wel degelijk.

Het is geweldig, behalve dan...


behalve dan de minder leuke stukjes.
Met wat voor films en muziek voed jij je geest?


Op bovenstaande poster heeft men het over films en muziek, maar hoe zit het met sommige kerkboeken? Boeken die geweldig zijn... op de racistische stukjes na dan. 



Wie van de oudere generatie, en daar reken ik mijzelf ook toe, is niet grootgebracht met deze boeken van Joseph Fielding Smith? En dat Shawn Crank zegt dat hij altijd quotes ziet van deze boeken, daar heeft hij helemaal gelijk in. Tijdens de afgelopen oktoberconferentie citeerde president Oaks nog uit deel 1 (zie voetnoot 6) door president Joseph Fielding Smith te citeren. 


Deze boeken zijn nog steeds te verkrijgen, en zoals je in de beschrijving kunt lezen, een 'must have' voor Heiligen der Laatste Dagen. En ook bij ons in de kerkmediatheek staan ze nog volop. Alleen, je voelt hem al aankomen, ik zie tevens het insect. Het insect van racisme. 

De Leer tot Zaligmaking, deel 1:
- blz. 63: "Er is een reden waarom de ene mens wordt geboren met een zwarte huid en met andere nadelen, terwijl de ander wordt geboren met een blanke huid en grote voordelen. Deze reden is dat wij, voordat wij hier kwamen, reeds bestonden en in mindere of meerdere mate gehoorzaam waren aan de wetten die ons daar werden gegeven. Zij die daar in alle opzichten getrouw waren, ontvingen grotere zegeningen hier, en zij die niet standvastig waren, ontvangen minder."
- blz. 67: "Bij de oorlog in de hemelen was geen sprake van neutrale partijen. Allen hebben partij gekozen, hetzij voor Christus, hetzij voor Satan. Ieder had daar beschikking over zijn vrije wil, en de mensen ontvangen hier beloningen op grond van wat zij daar hebben gedaan, net als zij in het hiernamaals beloningen zullen ontvangen voor de in het lichaam verrichte daden. De negers zullen, dat is duidelijk, de beloning ontvangen die zij verdienen."
- blz. 139: "Tubal-Kaïn was de vader van alle smeden, lang voor de zondvloed kwam. Toch hebben in het midden van de negentiende eeuw, toen Speke Grant, Livingstone en anderen de ontdekkingsreizen maakten naar de binnenlanden van Afrika, de afstammelingen van Kaïn aangetroffen die nog als wilden in het 'stenen tijdperk' leefden. Columbus zag in 1492 dat het 'stenen tijdperk' nog lang niet voorbij was. Zo troffen pioniers in 1847 in Utah vergelijkbare toestanden in de dalen van onze bergen aan". Dit is slechts een klein gedeelte van pagina 139.  

Leer tot Zaligmaking, deel 2:
- blz. 56: De enige zielen die ter wereld komen en aan beperkingen onderhevig zijn, zijn de negers. Zij kunnen het priesterschap niet dragen; maar negers mogen wel worden gedoopt, en we hebben in de kerk veel negers. Met welk recht of om welke reden zullen wij daarom onschuldige kinderen het recht ontzeggen het celestiale koninkrijk binnen te gaan, of ze nu zwart, bruin of geel zijn, als die kinderen, in alle onschuld en zonder zonden, jong sterven? Als een neger het celestiale koninkrijk kan verwerven door zich te laten dopen, en de Chinezen en de Japanners of welk ras dan ook, zou het dan consequent zijn kinderen het recht te ontzeggen dit rijk binnen te gaan alleen omdat zij onder ongunstige omstandigheden werden geboren?

Leer tot Zaligmaking, deel 3:
- blz. 148: Een van het bloed van Kaïn mag, als hij zich werkelijk bekeert, gedoopt en lid van de kerk worden en een patriarchale zegen ontvangen. Sommige negers die lid van de kerk zijn, hebben een patriarchale zegen ontvangen. 

In de mediatheek van de kerk stond nog een boekje van Joseph Fielding Smith. Ik neem daar ook maar gelijk een aantal uitspraken uit mee. 

De weg naar volmaking:
- blz. 50: Dat de neger bijvoorbeeld beperkingen zijn opgelegd wegens hun houding in de geestenwereld zal door weinigen worden betwijfeld. Het zou niet rechtvaardig zijn als hun de macht van het Priesterschap zou worden onthouden, indien dat niet een straf zou zijn voor enige daad of daden vóór hun geboorte begaan. Toch komen zij, gelijk alle andere geesten die in deze wereld werden geboren, onschuldig voor God, voor zover het hun sterfelijk bestaan betreft. Hier kunnen zij onder bepaalde beperkingen hun tweede staat volbrengen. Indien zij in deze staat trouw blijken te zijn, zal onze eeuwige Vader, Die rechtvaardig en waar is, het ongetwijfeld dienovereenkomstig belonen en zullen zij enige zegeningen tot verhoging ontvangen.
- blz 53: Is het niet redelijk te geloven dat de Here de uitverkoren geesten voor de beste klasse naties zou uitkiezen? En is het niet redelijk te geloven dat minder waardige geesten voor een minder begunstigd geslacht worden bestemd? Is dat niet in hoge mate de verklaring van de rassen in al hun verscheidenheid van kleur en intelligentie die wij in de wereld aantreffen? 
- blz. 100; Niet alleen dat Kain moest lijden, maar door zijn goddeloosheid werd hij de vader van een minderwaardig ras. Een vloek werd over hem uitgesproken en die vloek heeft zich over zijn nakomelingschap voortgezet zolang de tijd duurt. Miljoenen zijn met de vloek van een zwarte huid in de wereld gekomen en werden het voorrecht van het priesterschap en de volledige zegeningen van het Evangelie onthouden. Deze zijn de afstammelingen van Kaïn. Bovendien heeft men hen van het begin afgescheiden gehouden van de rest van het mensdom. Henoch zag de mensen van Kanaän, de afstammelingen van Kaïn, en hij zegt: .... er kwam een zwarte kleur op alle kinderen van Kanaän, dat zij onder alle mensen werden veracht... En Henoch ging voort het ganse volk tot bekering te roepen, behalve het volk van Kanaän  (Mozes 7:8,12). Billijkheidshalve moet worden gezegd dat er onder de nakomelingen van Kaïn velen zijn geweest die rechtschapen waren en in deze tweede staat zo goed mogelijk leefden volgens het licht dat zij hadden. Laten wij bidden dat de Here hen wegens hun onkreukbaarheid zal zegenen met enige zegeningen van verhoging, indien niet de volheid. Maar wat een contrast! 

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Want in dit boekje, De weg naar volmaking, wordt ook stilgestaan bij woorden van president Brigham Young, bij Cham, Egyptus en het volk van Kanaän (zie Mozes 7). Wil ik hiermee zeggen, vanwege de insecten, dat deze boeken in het water gegooid kunnen worden of dat de naam van de Brigham Young universiteit veranderd moet worden? Nee. Maar het geeft wel aan waarom ik ervoor gekozen heb om vier jaar door de Schriften te reizen aan de hand van de standaardwerken. Juist omdat ik zelf opnieuw mijn Schriften moest leren lezen, los van deze teksten van het verleden. Een proces dat nog steeds gaande is. Dit is ook waarom ik bijvoorbeeld soms zo de nadruk leg op de HOE van de herstelling. Dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk herstelde, er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Dit veranderde na de dood van Joseph Smith. Of het verbond van Abraham, omdat in het oude gedachtengoed zwarte mensen van Afrikaanse afkomst hiervan uitgesloten waren, wat vaak ook doorwerkte in hun patriarchale zegens. Daarnaast, vergeet niet dat er veel exemplaren van deze boeken zijn verkocht en evenveel leden van de kerk hierdoor zijn beïnvloed, zoals Brad Wilcox, die zich verontschuldigde voor een onjuiste uitspraak over zwarte mensen en het priesterschap. Wat een voorbeeld is van hoe woorden uit het verleden doorwerken in het heden. 

Tot slot nog twee dingen. Allereerst dit. In het verleden heb ik een stukje geschreven dat ik de titel Stof heb gegeven. Dat logje gaat over Bruce R. McConkie, die president Joseph Fielding Smith aanhaalt, die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand heeft gezegd. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft, is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden". 

En ten tweede de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' die ik, zoals ik al zei, als historisch heb ervaren. Daarin staat namelijk het volgende: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarte of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden. De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk". 

"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid."
President Spencer W. Kimball



vrijdag 18 april 2025

2. Drie jaar verder

 



Deze uitspraak van Boyd K. Packer is niet volledig. Eigenlijk hoort er te staan: "Do not deprive yourself of enjoying the fruits of your labors by living in fear of the world's problems that lie ahead". Deze tekst wordt vaak aangehaald als het gaat over de tijd waarin wij nu leven, de periode die voorafgaat aan de wederkomst van de Heer, met al haar calamiteiten. Dat we ons hierdoor niet van de wijs moeten laten brengen. Leef niet in angst.

Op dit moment, door die drie jaar verder, zit ik in een soort jaarwisseling. De jaarwisseling is vaak een tijd van het stellen van nieuwe doelen, maar ook dat men terugkijkt op het afgelopen jaar. Vandaar dit schaduwuitstapje. Kanker voelt voor mij namelijk als een schaduw, die met mij meewandelt door mijn leven, wat echter niet betekent dat ik hem een stoel moet geven waarop hij plaats kan nemen. Dat ik door hem in angst ga leven. Vandaar deze uitspraak ook. Plant your fruit trees. Voor mij was, naast nog een aantal andere dingen, dus ook de keuze om bezig te zijn met ras en het priesterschap en alles daaromheen, als een bloeiende loot aan mijn boom waar ik nu de vruchten van pluk. En zo heb ik de afgelopen tijd meer keuzes gemaakt die op de een of andere manier toch verrassend goed bij mij passen.

Een tijdje terug las ik in een artikel over kanker dat iemand twijfelde of ze wel een nieuwe lamp zou kopen voor haar nieuwe huis, in een week dat ze enorm in angst zat, omdat een therapie niet was aangeslagen. Ze schreef: "Ik vroeg me ineens af: als ik doodga, wat doet zo'n lamp er dan nog toe? Maar toen bedacht ik me dat ik het ook om kon draaien: als ik er nog maar kort van kon genieten, dan kon ik toch maar beter iets heel moois kopen, waar ik heel blij van werd? Ik realiseerde me nu meer dan vroeger dat ik misschien niet overal invloed op heb. Maar dat ik met dingen waar ik wél invloed op heb, iedere dag keuzes kan maken die mij een goed gevoel geven, waarmee ik trouw ben aan mezelf, en waardoor ik me op mijn eigen vierkante meter toch een winnaar voel". Deze laarsjes zie ik als mijn lamp. Ze zijn waarschijnlijk niet praktisch vanwege al die glitters, wat vroeger een reden zou kunnen zijn geweest om ze niet te kopen, maar nu overheerste echter bij mij de vraag of ik er blij van werd. En daar zei ik volop JA tegen.


Twee jaar geleden schreef ik dat ik nu in de remissietrein zat en dat er op mijn treinkaartje stond "leven na kanker". En dat er in mijn reisfolder stond "dat zichzelf opbouwen na een ernstige ziekte soms een lange, en in elk geval een zeer persoonlijke reis is". In dat opbouwproces zit ik nog volop, al dan niet gedwongen, wat voor mij met name inhield dat ik mij bezig gehouden heb met de ja's en de nee's in mijn leven en de behoefte om terug te gaan naar het strand. Bij NEE moet ik denken aan een vrouw die in deze fase nee zei tegen haar man en ging scheiden. Ze zei ook nee tegen haar baan en ging heel wat anders doen. Dit geeft alleen maar aan wat voor impact kanker kan hebben op je leven. Misschien dat daarom iemand zei dat kanker geen last is, maar een kans om jezelf opnieuw uit te vinden en te doen wat je altijd al hebt willen doen. 

Maar waarom eerst ziek worden en daartoe gedwongen worden? Ik moet nu denken aan een toespraak van president Dieter F. Uchtdorf die gaat over spijt en voornemens. In deze toespraak haalt hij Bronnie Ware aan die het boek The top five regrets of the dying schreef. Aan het eind van zijn toespraak zegt hij dit: "Ja, dit leven vliegt voorbij; onze dagen rijgen snel aaneen; en de dood is beangstigend. Niettemin zal onze geest blijven leven en zal zich op zekere dag met ons herrezen lichaam verenigen om onsterfelijkheid te ontvangen. Ik getuig plechtig dat we dankzij de genadevolle Christus weer zullen leven, en wel voor eeuwig. Dankzij onze Heiland en Verlosser zullen we op zekere dag de betekenis van de woorden: 'De prikkel des doods is in Christus verzwolgen' ten volle begrijpen en ons daarin verheugen. Het pad naar onze goddelijke bestemming als zonen en dochters van God is eeuwig. Broeders en zusters, dierbare vrienden, we moeten ons vandaag op dat pad begeven; we kunnen geen dag voorbij laten gaan. Laten we nu echt leren leven en daar niet mee wachten tot het te laat is". 

Fijne paasdagen. 

Afbeelding Pixabay, artikel EvaJinek.

zaterdag 30 november 2024

Hoop is een anker voor de ziel

 

Een vriendin van mij, die ongeveer een jaar geleden haar zoon heeft verloren, is onlangs naar een lezing van Manu Keirse geweest die in het teken stond van rouwverwerking. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar door haar woorden dat ik rouw veel breder moest zien, en zijn woorden zeker interessant zou vinden, heb ik hem opgezocht. Ik kwam onder andere deze woorden van hem tegen in een artikel dat ging over Omgaan met verdriet: "Rouwen is verdriet beleven bij het afscheid nemen van een dierbaar iemand of een dierbaar iets. Het is een proces van omgaan met verdriet dat je moet doorleven. Dat kan heel uiteenlopend zijn, door een breuk van een relatie, het verlies van je werk, een verlies van een verwachting, een echtscheiding of bijvoorbeeld het overlijden van iemand. Alles wat je dierbaar is en wat je kunt verliezen, brengt een rouwproces op gang. Ik spreek nooit over rouw verwerken of verdriet verwerken, want het betekent dat het ooit achter de rug moet zijn. Afval verwerk je, maar verdriet verwerk je niet. Verdriet is als een schaduw, het gaat met je mee door je leven en je kunt het nooit achterlaten". Ik begreep gelijk waarom mijn vriendin naar een lezing van hem was geweest en waarom hij haar zo aansprak. Ik herkende mij met name in de woorden "verdriet is als een schaduw". Voor mij voelt kanker als een schaduw die met mij meegaat door mijn leven, en hoe graag ik het ook wil, voorlopig ben ik zeker nog niet van hem af. Het is echter aan mij hoe ik hiermee omga. 

Op dit moment zijn we bezig met het boek 'Ether', waarin ik prachtige voorbeelden tegenkom  hoe mensen uit het verleden tegenslagen het hoofd boden. Ik denk hierbij aan Shule die tijdens zijn leven werd geconfronteerd met verdeeldheid binnen zijn eigen familie, gevangenschap en oorlog. Ondanks dit alles was hij de Heer indachtig, en al zijn dagen richtte hij in rechtvaardigheid. Ik denk ook aan Omer, die door zijn vriend Akish wordt verraden, waardoor hij, gewaarschuwd door de Heer, noodgedwongen om zijn leven te redden, alles moest achterlaten. Uiteindelijk wordt hij "wederom hersteld in zijn erfland". Maar wat te denken van deze laatste woorden over Omer: "En nadat hij Emer tot koning had gezalfd, zag hij twee jaar lang vrede in het land, en hij stierf na buitengewoon vele dagen te hebben gezien die vol droefenis waren". En dan Ether, naar wie het boek is genoemd. Zijn vader bracht zijn hele leven door in gevangenschap en ook Ether werd in gevangenschap geboren. Ether, die door de boodschap die hij bracht als profeet van God niet langer onder het volk kon blijven wonen, en zich moest verbergen in de "holte van een rots". Dit zijn zijn laatste opgeschreven woorden: "Of de Heer wil dat ik veranderd word of dat ik de wil van de Heer in het vlees onderga, het doet er niet toe, indien ik maar het heil verkrijg in het koninkrijk van God". 



Het boek van Ether is zeker een boek van oorlogen, een boek vol schaduw van verdriet. Dat valt niet te ontkennen. Maar uiteindelijk "doet het er niet toe" zegt Ether, "zolang ik maar het heil verkrijg in het koninkrijk van God". In die zin, doordat het ons laat zien, zowel Ether als anderen, dat mensen, door hun geloof, boven hun omstandigheden uit kunnen stijgen, waardoor het boek Ether ook een boek van hoop is. Omdat hij "die in God gelooft met zekerheid mag hopen op een betere wereld". Ether kon over deze hoop schrijven, omdat de Heer aan hem "wonderbaarlijke dingen had laten zien." Het is niet voor niets dat Ether "een groot ziener" wordt genoemd, omdat wat hij zag nog in de toekomst lag. Een toekomst die ook onze toekomst is en kan zijn. Want hij zag waarlijk die betere wereld en dat "zij, de inwoners ervan, gezegend zouden zijn". Gezegend omdat "hun kleren wit gewassen waren in het bloed van het Lam". Mijn Schriften verwijzen dan naar Openbaring 7:14; mijn voorkeur gaat echter uit naar vers zeven van dit zelfde hoofdstuk. Dit natuurlijk vanwege mijn rode draad, maar bovenal doordat deze tekst duidelijk laatzien dat we uiteindelijk daar als één kunnen staan in onze verscheidenheid.

"Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon,
uit alle naties, stammen, volken en talen,
stond vóór de troon en vóór het Lam"
Openbaring 7:9



Afbeelding: Pixabay. 
Citaties met name Ether 13:1-12 en commentaar Boek van Mormon cursistenboek  

zondag 15 september 2024

Vertel je verhaal: Tracy Y. Browning


Tracy Y. Browning


Ik pak de draad van Tracy Brownings verhaal op bij het kopje struikelblok in het boek 'Stay thou nearby'. Ze vertelt in dit stukje dat ze in de jaren negentig, toen ze zestien was, lid werd van de kerk. In de instructie die ze zowel van de zendelingen als van andere kerkleden ontving over het herstelde evangelie van Jezus Christus was niets dat ging over de geschiedenis van de kerk. Niet dat ze denkt dat iemand dit bewust voor haar achterhield. "Eerder, zoals ze zelf zegt, omdat het een ongemakkelijk onderdeel is van de geschiedenis van de kerk, en eerlijk gezegd denk ik dat de meeste mensen er liever niet over praten, dus doen ze het niet - tenzij ze vinden dat het absoluut noodzakelijk is." Zelf vindt ze dat we deze informatie niet voor elkaar verborgen horen te houden. 


Kijkend naar mijn eigen geschiedenis: ook aan ons werd deze informatie onthouden toen wij lid werden van de kerk. Met dit verschil dat zuster Browning lid werd van de kerk na 1978, dus na opheffing van de restrictie; wij er voor. Na een jaar lid te zijn van de kerk had mijn moeder het over hoe fijn het zou zijn dat mijn broer in de toekomst ook op zending zou kunnen gaan. Ze kreeg toen te horen dat hij uitgesloten was van het priesterschap en dat mijn broer en ik ook niet de zegeningen van de tempel konden ontvangen en waarom niet. Tracy Browning zegt over dit soort situaties dat "geen enkele door de mens gemaakte verklaring de pijn ervan kan verlichten en het als netjes kan laten overkomen". 

"In onze pogingen, ik citeer haar hier opnieuw, om Gods kinderen tot zijn evangelie en zijn kerk te vergaderen, moeten we ervoor zorgen dat onze inspanningen die onschuldig bedoeld zijn om anderen te helpen bij het navigeren door moeilijke onderwerpen, zelf geen struikelblokken worden door onze eigen maaksels". En dan, ik herken me in haar woorden,  heeft ze het over dat ze zich "soms door de zondagse bijeenkomsten heen geworsteld heeft waar ideeën, houdingen en leringen over ras en/of het priesterschap en de tempelbeperkingen, die de kerk en haar leiders al lang hadden verlaten, werden gedeeld". Daarom juist, alleen al om die reden, vind ik dat dit onderwerp niet onbesproken kan en mag blijven. 

Toch is het kopje 'struikelblok' maar klein in verhouding tot het kopje 'de boom des levens'.  Ze heeft in haar verhaal deze geschiedenis zelfs opgesplitst in vijf onderdelen, waarvan 'Go TROUGH the mist' één ervan is. Voor haar heeft het verhaal alles te maken met "voortdurend vasthoudende aan de roede van ijzer, totdat zij tevoorschijn kwamen en neervielen en van de vrucht van de boom namen", 1 Nephi 8:30. 

In mijn vorig logje vertelde ik dat Tracy Browning ouderling Dallin H. Oaks aanhaalde in haar verhaal. Het gaat om wat ouderling Oaks had gezegd tijdens de 'Be One'-celebration: "Ik zag de pijn en frustratie die mensen ervoeren die onder deze beperkingen leden, en degenen die ze bekritiseerden en naar redenen zochten. Ik bestudeerde de redenen die toen werden gegeven en kon geen bevestiging van de waarheid van een van hen voelen. Als onderdeel van mijn gebedsvolle studie leerde ik dat de Heer over het algemeen zelden redenen geeft voor de geboden en aanwijzingen die Hij aan zijn dienaren geeft. Ik besloot loyaal te zijn aan onze profetische leiders en te bidden - zoals beloofd vanaf het begin van deze beperking - dat de dag zou komen dat iedereen de zegeningen van het priesterschap en de tempel zou genieten". 

Zuster Browning zegt het volgende over deze woorden van ouderling Oaks: "Onze individuele ervaringen en gevoelens als we overwegen hoe we door die mist heen kunnen gaan, kunnen anders zijn. Ik heb waardering en overeenkomsten met mijn eigen ervaring opgedaan toen ik las over president Dallin H. Oaks' proces van gebedsvolle studie van de speculatieve redenen voor het priesterschap en de tempelbeperkingen. Hij zei: Ik bestudeerde de redenen die toen werden gegeven en kon geen bevestiging voelen van de waarheid van een van hen. Toen ik op dezelfde manier kerkmateriaal en historische documenten over de beperking van het priesterschap en de tempel bestudeerde, had ik niet het gevoel dat de Geest de waarheid over wat er in detail stond bevestigde. Wat in feite consequent in mijn gedachten werd geplaatst en vervolgens bevestigd, opnieuw bevestigd en opnieuw bevestigd, waren de evangeliewaarheden die mij in de eerste jaren van mijn discipelschap werden onderwezen. Namelijk dat 'allen voor God gelijk zijn' (2 Nephi 26:33) en dat 'de waarde van (mijn ziel) groot is in de ogen van God' (LV 18:10). Dat 'er geen grotere gave is dan de gave van heil' (LV 6:13) en dat God die vrijelijk aanbiedt (zie 2 Nephi 2:4). Dat ik alles kon hebben wat onze hemelse Vader en onze Heiland Jezus Christus hadden (zie LV 132:19,20). En het nam me mee door de mist."

Tot slot zegt ze: "Toen ik zestien jaar oud was, vertelde God me dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen zijn kerk is. Dat het Boek van Mormon zijn woord is. Dat profeten en apostelen nog steeds leefden en Zijn werk leidden. En Hij vertelde me dat de melanine in mijn huid, of de huid van mijn kinderen, of de huid van mijn voorouders, deze waarheden nooit zou veranderen. Zelfs een ongemakkelijk deel van de geschiedenis van de kerk kan er niets aan veranderen. Het evangelie van Jezus Christus is niet racistisch en Hij staat aan het hoofd van zijn kerk. Hij begrijpt dat de klim schrijnend kan zijn. Maar kijk naar beneden en zie waar je hand is".



Hoop op een betere wereld
Tracy Y. Browning 



Afbeelding: Pixabay

zondag 8 september 2024

Neem ik wel of niet een tussendoortje?

 

Neem ik wel of niet een tussendoortje? Dat was even de vraag. Zoals jullie echter hieronder kunnen zien, kon ik de verleiding niet weerstaan, ondanks dat het mijn bedoeling was om aandacht te geven aan het laatste verhaal uit het boekje 'Stay Thou Nearby'. 

In onze 'Kom dan en volg Mij'-leesopdracht van afgelopen week wordt verwezen naar een toespraak van ouderling Andersen. In deze toespraak wordt ouderling Dallin H. Oaks aangehaald, zie punt 13. Deze uitspraak herkende ik. Ik heb hem zelfs al een keer eerder aangehaald hier op mijn blog. Ondanks dat wil ik toch weer opnieuw aandacht geven aan deze uitspraak van ouderling Oaks: "In een interview uit 1988 heb ik uitgelegd wat ik ervan vind dat mensen goede redenen voor goddelijke openbaring willen. Als je met deze vraag in je achterhoofd de Schriften leest: 'Waarom gebood de Heer dit of waarom gebood Hij dat', zul je merken dat er voor minder dan een op de honderd geboden een reden is gegeven. Wij stervelingen kunnen redenen aan openbaring toekennen. Wij kunnen redenen aan geboden toekennen. Dat doen we dan op eigen gezag. Sommige mensen kenden redenen toe aan waar we het hier over hebben en bleken er faliekant naast te zitten. Daar schuilt een les in. Ik heb lang geleden besloten dat ik geloof in het gebod had en geen geloof in de redenen die eraan toegedicht werden. Alle redenen kwamen mij voor als het nemen van onnodige risico's. Laten we niet de fout maken die in het verleden is gemaakt, in dit opzicht en op andere gebieden, om  te proberen redenen aan openbaring toe te kennen. De redenen blijken uiteindelijk in hoge mate door de mens te zijn bedacht. De openbaringen zijn wat we als de wil van de Heer steunen en daarin schuilt onze veiligheid."



In de woorden van ouderling Oaks zit de bevestiging van de woorden van ouderling Anderson dat "de stem van de Heer vaak komt zonder toelichting". In die zin zijn deze woorden algemeen toepasbaar. Er is echter onder deze laag nog een laag, waardoor deze uitpraak opeens een heel andere betekenis krijgt, en dat heeft alles te maken met de woorden "waar we het hier over hebben". In dat hier zit de les. Ik vind het veelzeggend dat het juist deze les is die ook meegenomen is in het boek van ouderling Oaks "Life's Lessons Learned". 

"In 1852 verklaarde president Brigham Young officieel dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden. Na de dood van Brigham Young lieten opeenvolgende presidenten van de kerk de tempelbegiftiging en het tempelhuwelijk voor zwarten niet toe. In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk." 

"Officiële Verklaring 2 is de openbaring die in 1978 een einde maakte aan alle beperkingen in verband met ras die eens op het priesterschap van toepassing waren." In een les die over deze openbaring gaat, vind je ouderling Oaks' uitspraak terug onder het kopje "Ken geen door de mens bedachte redenen aan Gods openbaringen toe". Met als kanttekening, (ouderling Oaks heeft het nog over gebod: "Ik had geloof in het gebod") dit kun je teruglezen in de inleidende tekst van Officiële Verklaring 2, dat men het heeft over een gebruik en niet over een openbaring: "De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik." 

Wisten jullie trouwens, misschien dat ik daar nog op terugkom, dat ouderling Jeffrey R. Holland niet het woord speculatie, maar het woord folklore gebruikte in dit verband? En, dit vind ik nog interessanter dan het woord folklore, dat ouderling Holland zei dat de folklore nooit in stand mag worden gehouden. Op deze opmerking van hem wil ik zeker nog terugkomen. In ieder geval pas nadat ik aandacht heb gegeven aan Tracy Y. Brownings persoonlijke verhaal, de laatste persoon uit het boekje waar ik de afgelopen tijd mee bezig ben geweest. Ook zegt zij trouwens iets over ouderling Oaks in haar verhaal. Zij haalt namelijk iets aan uit een toespraak van hem. Ik kom daarop terug. Echter, in deze toespraak heeft ouderling Oaks het ook over speculeren, wat ik natuurlijk niet kan negeren. Al met al voorlopig stof genoeg. 

zondag 1 september 2024

Vertel je verhaal: Edward Dube




Wat moet je nog toevoegen aan een dergelijk verhaal? Ooit zat hij onder de mangoboom, en nu is hij een algemene autoriteit in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Mijn overleden schoonmoeder zou zeggen: "Het kan verkeren". Desondanks kan ik niet heen om zijn verhaal zoals dat beschreven staat in het boek "Stay Thou Nearby".

In het boek vertelt ouderling Dube dat hij pas van de priesterschaprestrictie hoorde tijdens zijn zending. Hij en zijn collega bezochten een minder actieve zuster die getrouwd was met een theologisch professor van een andere kerk. Deze man vroeg aan hen waarom het priesterschap was onthouden aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. En dat was niet het enige dat zij op dat moment te horen kregen. Ouderling Dube vertelt dat toen ze het huis verlieten hij zich: "heel laag voelde, heel ontmoedigd en verwoest. In mijn ogen vond ik het verbod erg oneerlijk. De woorden van de man waren verontrustend. Ik voelde pijn, angst en kwelling. Ik voelde me verscheurd. Ik wist dat het evangelie waar was en hield van wat ik als zendeling van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen deed. Maar deze ontdekking van het priesterschapsverbod raakte mijn hart. Ik kon gewoon niet over mijn schok heen komen bij dit nieuws. Mijn geest was vol onrust en herhaalde de woorden: Het was zo verkeerd en zo oneerlijk".

Wanneer ze terug zijn in hun appartement, vraagt de junior collega van ouderling Dube aan hem wat er aan de hand is. "Gaat het goed met je?" waarna ouderling Dube opmerkt: "Heb je niet gehoord wat hij zei?" En dan stelt zijn collega Francis Jack hem de volgende vraag: "Elder, geloof je dat onze hemelse Vader en Jezus Christus aan de jonge Joseph zijn verschenen? Ja, zei ik, maar wat heeft dat hiermee te maken? Het heeft er alles mee te maken, antwoordde ouderling Jack".

De conclusie van ouderling Dube is dat "het antwoord op elke evangelievraag teruggaat naar wat er in 1820 gebeurde. Als we weten dat onze hemelse Vader en Jezus Christus aan Joseph Smith zijn verschenen, weten we dat hij een profeet was en dat dit de kerk van de Heer is. Als onze hemelse Vader en Jezus Christus aan de jonge Joseph verschenen, dan vallen alle evangeliebeginselen en -vragen op hun plaats." 

Ik zou nu amen kunnen zeggen. Echter, het verhaal van ouderling Dube staat niet op zichzelf. Binnen zijn verhaal worden verhalen gedeeld van anderen die soortgelijke ervaringen hebben gehad, die allemaal even bijzonder zijn, met als conclusie: "Naar wie zouden wij toe moeten gaan?" (Johannes 6:68). Tot slot zegt ouderling Dube: "Als je een duidelijk getuigenis hebt van wat er in 1820 is gebeurd en op de Heiland vertrouwt, zal Hij je de gemoedsrust geven die je zoekt", wat tevens de titel is van zijn verhaal:

"Hij zal zorgen voor de vrede die je zoekt."


zondag 25 augustus 2024

Vertel je verhaal: Ahmad S. Corbitt, 4



Misschien hebben jullie je afgevraagd waarom ik toch elke keer als ik iets deel uit het essay van ouderling Ahmad Corbitt het op deze manier laat zien. Wat voor mij belangrijk is, is dat je het logo en de naam van de kerk ziet staan (zie linksboven), met daarnaast het gegeven dat het een onderdeel is van de geschiedenis van de kerk. Een pijnlijke geschiedenis die, zoals het slavernijverleden, zijn doorwerking heeft in de maatschappij, zo ook zijn doorwerking heeft in de kerk, wat onder andere wel blijkt uit de woorden van ouderling Oaks: "dat veranderingen in het hart en gedrag van individuele leden daarentegen niet opeens overal merkbaar was en is, zelfs veertig jaar na de opheffing." In deze toespraak heeft ouderling Oaks het ook over "de teleurstelling van het verleden, en dat de aangevoerde redenen waarmee de beperking voor leden van Afrikaanse afkomst werd gerechtvaardigd - ook de redenen die door gerespecteerde kerkleiders waren gegeven -  onmiddellijk en publiekelijk werden verworpen en dat het ene wezen in Zijn ogen even kostbaar is als het andere is".

In dit deel, wat tevens het laatste deel van zijn essay is, gaat ouderling Corbitt in op de vraag wat te doen met gerespecteerde kerkleiders die in het verleden bepaalde uitspraken hebben gedaan. Zijn antwoord zit als het ware verwerkt in dit antwoord: "We missen de grootste eeuwige visie en kans van de Heer. We vragen in wezen: "Meester, wie heeft gezondigd, zwarte mensen of de vroege kerkleiders die het priesterschapsverbod oplegden? Ik geloof dat als de Heiland naast ons zou staan, Zijn antwoord net zo toekomstgericht en glorieus zou zijn als Zijn antwoord op de vraag van Zijn discipelen over de blinde man: 'Noch mijn zwarte kinderen hebben gezondigd, noch de profeten; maar dat de macht van God gemanifesteerd moet worden door een wonderbaarlijk werk".

In het boek "Stay Thou Nearby" zegt hij het ook min of meer zo, alleen hij vult het nog aan met een tekst uit het Boek van Mormon:

"Zie, ik spreek tot u alsof ik uit de doden spreek; 
want ik weet dat u mijn woorden zult hebben. 
Veroordeel mij niet wegens mijn onvolmaaktheid, noch mijn vader
wegens zijn onvolmaaktheid, noch hen die vóor hem hebben geschreven;
maar dank liever God dat Hij u onze onvolmaaktheden heeft onthuld,
opdat u zult leren wijzer te zijn dan wij geweest zijn."
Mormon 9:30,31


Ouderling Corbitt heeft het zowel in zijn boek als in zijn essay over "Change the world". We kunnen de wereld niet veranderen wanneer we "een ruzie openen tussen het verleden en het heden, anders zullen we onze pogingen om onze toekomst te verbeteren in gevaar brengen." 
Deze uitspraak is van Winston Churchill, die door ouderling Oaks in een toespraak wordt     aangehaald. In deze toespraak gaat ouderling Oaks onder andere in op het feit dat er mensen zijn voor een naamsverandering van de Brigham Young Universiteit. Dit wil echter niet zeggen dat wij uit angst voor die ruzie het verleden maar niet onder ogen moeten zien. Het was ook Winston Churchill die zei dat "Degenen die er niet in slagen om van de geschiedenis te leren gedoemd zijn deze te herhalen." In mijn ogen zie ik daarom zowel het verleden, als het heden alsook de toekomst als één samengesteld geheel. Het een kun je niet los zien van het ander. Gedrieën vertellen zij het verhaal.  

Willen we in het heden nader tot elkaar komen, dan kunnen we niet heen om de woorden, zoals we in het Boek van Mormon kunnen lezen, dat "wij leren wijzer te zijn dan zij zijn geweest". Dat doen we onder andere, zeker in het licht van genezing,  door het loslaten van achterhaalde feiten en verklaringen. Belangrijk is daarbij te bedenken dat "we onthouden dat mensen fouten maken. Dat we soms vergeten dat heiligen der laatste dagen uit het verleden, onder wie de eerste kerkleiders, nog steeds mensen waren. Mensen hebben zwakheden. Ze begaan fouten. Ze zondigen. Bedenk dat God onvolmaakte mensen gebruikt om zijn werk te volbrengen. We kunnen zowel van hun bijdragen als van hun fouten leren. En hoewel het goed is om de moeilijke aspecten van de kerkgeschiedenis onder ogen te zien, moet je je daar niet zo in vastbijten dat je de goede en mooie dingen uit het oog verliest." 

"Ongeacht, zegt ouderling Corbitt, hoe het verbod op het priesterschap tot stand is gekomen, ben ik ervan overtuigd dat onze hemelse Vader er voorwaarts op gericht is het te gebruiken om de wereld zijn werken en macht te laten zien, om zijn aardse kinderen van alle kleuren in vrede en liefde te verenigen."  

"Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid; 
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte,
geknechte en vrije, man en vrouw."
2 Nephi 26:33