Posts tonen met het label Openbaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Openbaring. Alle posts tonen

zondag 8 september 2024

Neem ik wel of niet een tussendoortje?

 

Neem ik wel of niet een tussendoortje? Dat was even de vraag. Zoals jullie echter hieronder kunnen zien, kon ik de verleiding niet weerstaan, ondanks dat het mijn bedoeling was om aandacht te geven aan het laatste verhaal uit het boekje 'Stay Thou Nearby'. 

In onze 'Kom dan en volg Mij'-leesopdracht van afgelopen week wordt verwezen naar een toespraak van ouderling Andersen. In deze toespraak wordt ouderling Dallin H. Oaks aangehaald, zie punt 13. Deze uitspraak herkende ik. Ik heb hem zelfs al een keer eerder aangehaald hier op mijn blog. Ondanks dat wil ik toch weer opnieuw aandacht geven aan deze uitspraak van ouderling Oaks: "In een interview uit 1988 heb ik uitgelegd wat ik ervan vind dat mensen goede redenen voor goddelijke openbaring willen. Als je met deze vraag in je achterhoofd de Schriften leest: 'Waarom gebood de Heer dit of waarom gebood Hij dat', zul je merken dat er voor minder dan een op de honderd geboden een reden is gegeven. Wij stervelingen kunnen redenen aan openbaring toekennen. Wij kunnen redenen aan geboden toekennen. Dat doen we dan op eigen gezag. Sommige mensen kenden redenen toe aan waar we het hier over hebben en bleken er faliekant naast te zitten. Daar schuilt een les in. Ik heb lang geleden besloten dat ik geloof in het gebod had en geen geloof in de redenen die eraan toegedicht werden. Alle redenen kwamen mij voor als het nemen van onnodige risico's. Laten we niet de fout maken die in het verleden is gemaakt, in dit opzicht en op andere gebieden, om  te proberen redenen aan openbaring toe te kennen. De redenen blijken uiteindelijk in hoge mate door de mens te zijn bedacht. De openbaringen zijn wat we als de wil van de Heer steunen en daarin schuilt onze veiligheid."



In de woorden van ouderling Oaks zit de bevestiging van de woorden van ouderling Anderson dat "de stem van de Heer vaak komt zonder toelichting". In die zin zijn deze woorden algemeen toepasbaar. Er is echter onder deze laag nog een laag, waardoor deze uitpraak opeens een heel andere betekenis krijgt, en dat heeft alles te maken met de woorden "waar we het hier over hebben". In dat hier zit de les. Ik vind het veelzeggend dat het juist deze les is die ook meegenomen is in het boek van ouderling Oaks "Life's Lessons Learned". 

"In 1852 verklaarde president Brigham Young officieel dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden. Na de dood van Brigham Young lieten opeenvolgende presidenten van de kerk de tempelbegiftiging en het tempelhuwelijk voor zwarten niet toe. In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk." 

"Officiële Verklaring 2 is de openbaring die in 1978 een einde maakte aan alle beperkingen in verband met ras die eens op het priesterschap van toepassing waren." In een les die over deze openbaring gaat, vind je ouderling Oaks' uitspraak terug onder het kopje "Ken geen door de mens bedachte redenen aan Gods openbaringen toe". Met als kanttekening, (ouderling Oaks heeft het nog over gebod: "Ik had geloof in het gebod") dit kun je teruglezen in de inleidende tekst van Officiële Verklaring 2, dat men het heeft over een gebruik en niet over een openbaring: "De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik." 

Wisten jullie trouwens, misschien dat ik daar nog op terugkom, dat ouderling Jeffrey R. Holland niet het woord speculatie, maar het woord folklore gebruikte in dit verband? En, dit vind ik nog interessanter dan het woord folklore, dat ouderling Holland zei dat de folklore nooit in stand mag worden gehouden. Op deze opmerking van hem wil ik zeker nog terugkomen. In ieder geval pas nadat ik aandacht heb gegeven aan Tracy Y. Brownings persoonlijke verhaal, de laatste persoon uit het boekje waar ik de afgelopen tijd mee bezig ben geweest. Ook zegt zij trouwens iets over ouderling Oaks in haar verhaal. Zij haalt namelijk iets aan uit een toespraak van hem. Ik kom daarop terug. Echter, in deze toespraak heeft ouderling Oaks het ook over speculeren, wat ik natuurlijk niet kan negeren. Al met al voorlopig stof genoeg. 

donderdag 6 juni 2024

Cijfer 3

 

Dat ik voor het cijfer drie heb gekozen als titel, heeft te maken met dat dit staat voor de kerk, in drie verschillende periodes op de lijn van tijd. Met als gemeenschappelijke deler, ondanks een tijdsverschil van eeuwen, dat "God iedereen uitnodigt om tot Hem te komen". En niet te vergeten het woord proclamatie. 

Voordat ik deze proclamatie met jullie deel, wil ik nog even terugkomen op het laatste stukje van de video over de herstelling van de kerk. Bijna aan het eind wordt dit gezegd: "Leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen geloven dat God zijn kerk om een heel eenvoudige reden heeft hersteld: Hij houdt van al zijn kinderen en wil dat ze vreugde in dit leven hebben en bij Hem terugkeren." Het is ook niet voor niets dat de proclamatie, die gaat over de derde kerk op mijn tijdlijn, begint met woorden van dezelfde strekking:

"Wij verklaren plechtig dat God zijn kinderen
in alle landen van de wereld liefheeft."
Proclamatie aan de wereld in het 200e gedenkjaar

Ik moet nu denken aan een les uit het verleden die ik gegeven heb en waar ik ook hier op dit blog over geschreven heb, dat Jezus vastgeroeste tradities van vijandigheid doorbrak. Tussen  de Joden en de Samaritanen, tussen de Nephieten en de Lamanieten, en tussen wit en zwart. Ik gebruikte toen een andere insteek, maar in wezen komt het op hetzelfde neer. De reden is nu en was toen niet meer of minder dan dat God van al zijn kinderen houdt, en dat Hij geen aannemer des persoons is. Probleem zit hem echter in dat willen zien, wat verder gaat dan kijken met je ogen. 

Deze proclamatie werd door president Russell M. Nelson voorgelezen tijdens de algemene conferentie van april 2020. Hij zei toen onder andere dit: "Bestudeer haar in alle rust, en neem haar vervolgens met familie en vrienden door. Denk na over de waarheid die erin staat en de uitwerking die zij op uw leven zal hebben als u haar hoort, ernaar luistert en gehoor geeft aan de bijbehorende geboden en verbonden". Wanneer het gaat over de waarheid die erin staat en de uitwerking ervan in mijn persoonlijke leven, dan kan ik niet heen om deze uitspraak uit de proclamatie, en dat is deze:

"Wij verklaren dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen,
die op 6 april 1830 is opgericht,
de herstelde nieuwtestamentische kerk van Christus is."

Ik kan dan niet ook heen om de vraag: "Wat voor kerk was de nieuwtestamentische kerk? En de vraag: "Wat is het verband tussen de kerk zoals die door middel van Joseph Smith is hersteld, de nieuwtestamentische kerk en de kerk in het Boek van Mormon?" Voor mij laat deze proclamatie zien, evenals proclamaties uit het verleden hebben laten zien, dat "Openbaringen van God altijd in overeenstemming zijn met zijn eeuwige wetten". Zij zijn nooit in tegenspraak met zijn leer. 

Komende zondag bespreken we trouwens een toespraak van ouderling Cook in onze vrouwenorganisatie. Daarin wordt onder andere het volgende gezegd: "Er zijn geen vereisten wat betreft ras, geslacht of etniciteit. Uit het Boek van Mormon blijkt dat allen worden uitgenodigd om deel te hebben aan de goedheid van de Heer: 'zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk'. Alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten". Kom ik zo toch weer uit bij mijn losgelaten jaarthema. 




vrijdag 8 maart 2024

Stof


Komende zondag bespreken wij in onze vrouwenorganisatie de toespraak 'Ingevingen van de Geest'. Het onderwerp van deze toespraak is dat we allemaal gezegend zijn met gaven en talenten. Desondanks betekent dat niet dat we zomaar op onze lauweren kunnen rusten. Ze te ontwikkelen vraagt inspanning. Ouderling Stevenson gaat in deze toespraak in op hoe dat te doen. Interessant vind ik echter dat hij ook een aantal waarschuwingen geeft, zoals: "Zoek bevestiging van uw geestelijke ingevingen. Ingevingen van de Geest zullen bijvoorbeeld in overeenstemming zijn met de Schriften en de leringen van levende profeten".



'Wees stil en weet dat Ik God ben'
Psalm 46:10


"Ingevingen van de Geest zullen in overeenstemming zijn met de Schriften en de leringen van levende profeten." Zowel de Schriften als de woorden van levende profeten zijn dus een toetssteen aan de hand waarvan ingevingen kunnen worden getoetst. Of ze al dan niet daarmee in overeenstemming zijn. 

Vragen jullie je soms ook af of je gevoel een ingeving van de Geest is geweest of je eigen gevoel? Ik denk dat om die reden ouderling Stevenson ons enige waarschuwingen geeft, om ons zo te helpen onderscheid te maken tussen het een en het ander. Ouderling Dallin H. Oaks heeft in zijn toespraak 'How can I distinguish the difference between the prompting of the Holy Ghost and merely my own thought, preferences, or hunches' het volgende gezegd (zie punt 3 uit deze toespraak: De inhoudelijke toets): "Het huis van onze hemelse Vader is een huis van orde. Hij is een God van waarheid. In oude tijden en in de huidige tijd heeft hij gesproken en spreekt hij nog steeds door zijn dienstknechten door de macht van de Heilige Geest. Door diezelfde kracht zal hij overal tot zijn kinderen spreken, en zijn boodschap zal, net als de waarheid zelf, consistent zijn. God zal zijn kinderen er niet toe aanzetten te zondigen of in strijd te gaan met de specifieke leiding of raad van de leiders die hij heeft geroepen en geïnspireerd om hen te onderwijzen. Om deze reden kunnen we de ingevingen van de Heilige Geest vaak onderscheiden van valse signalen door hun consistentie of gebrek aan consistentie met de geboden of raad die God ons of al zijn kinderen eerder heeft gegeven".

In Ideeën om uw individuele Schriftstudie te verbeteren worden ook een aantal interessante dingen gezegd, zoals "Luister naar de Geest". Let op uw gedachten en gevoelens, ook al lijken ze niets te maken te hebben met wat u leest". Mijn voorbereidingen betreffen de ingevingen van de Geest, maar tegelijkertijd trek ik de beginselen die hier onderwezen worden door naar mijn rode draad, dat allen voor God gelijk zijn. "Let op uw gedachten en gevoelens, ook al lijken ze niets te maken hebben met wat u leest." Daarnaast wordt er onderwezen dat wij naar "evangeliewaarheden, die vaak leerstellingen of beginselen worden genoemd", moeten zoeken en dat ze soms expliciet worden genoemd. Deze tekst uit het Boek van Mormon is voor mij een duidelijk voorbeeld daarvan: "en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, en Hij is de heidenen indachtig; en allen zijn voor God gelijk, (2 Nephi 26:33)." 

Wat betreft dat allen voor God gelijk zijn en de Schriften als toetssteen gebruiken, kan ik niet om ouderling Bruce R. McConkie heen. Deze woorden zijn mij misschien wel extra dierbaar, omdat hij onder andere in het verleden dit heeft gezegd" "vergeet alles wat ik heb gezegd of wat president Brigham Young, president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen".

Ongeveer twee jaar na deze woorden heeft ouderling Bruce R. McConkie een open brief geschreven over het vinden van antwoorden op evangelievragen. In punt één heeft hij het over het belang van persoonlijke openbaring en in punt twee over het belang van de Schriften. In punt drie zegt hij dat "ware leerstellingen in harmonie met de standaardwerken zijn", wat ik niet los kan zien van de waarschuwing die ouderling Gary E. Stevenson in zijn toespraak geeft. In punt drie zegt McConkie dit: "De standaardwerken zijn schriftuurlijke teksten. Ze zijn bindend voor ons. Zij zijn de zin, de wil en de stem van de Heer. Hij zal nooit iets onthullen dat in strijd is met wat erin staat. Dat heeft hij nooit gedaan, dat doet hij nu ook niet. Niemand zal, sprekend door de geest van inspiratie, ooit leerstellingen onderwijzen die niet in harmonie zijn met de waarheden die God al heeft geopenbaard."

Tevens haalt ouderling McConkie president Joseph Fielding Smith aan, die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand gezegd heeft. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en de leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft, is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden."

Een les is nooit zomaar een les. Dit vanwege de stof die het doet opwaaien. 


Afbeelding: Pixabay

zaterdag 12 augustus 2023

En ze bleken het op spectaculaire wijze mis te hebben





De afgelopen tijd het nodige geschreven over de herstelling van de kerk en 'ras en het priesterschap'. Voor mij zijn deze twee onderwerpen hangers met kledingstukken aan een kledingrek. Het kledingrek "God is geen aannemer des persoon" is mijn rode draad waar ik dus van alles aan ophang. Zo is diversiteit ook een hanger die thuis hoort op dit rek, al zie ik dit meer als een basis kledingstuk vanwege de vele combinaties die ik hiermee kan maken. En zo zijn er nog een aantal kledingstukken die ontbreken om mijn collectie compleet te maken. 

Over de hanger 'herstelling van de kerk' heb ik het nodige geschreven. Ik geloof dat de nieuwtestestamentische kerk, na een periode van afval, in onze dagen is hersteld. In de zondagsschool zijn we nu bezig met Romeinen, en sluit ik me aan bij wat Paulus zei over het Evangelie: "het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook de Griek, want er is geen aanzien des persoons bij God." Dat is de reden dat ik de openbaring op het priesterschap een herstelling binnen de herstelling noem. Men kreeg terug wat men eerder al had gehad. Daarnaast: "er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". Wat er precies in 1852 is gebeurd, waardoor zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot het priesterschap geordend konden worden, weet de kerk zelf ook niet. Wel weten we, zoals beschreven staat in de evangelieverhandeling 'ras en het priesterschap' dat het Brigham Young was die in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden". "De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik". Wat we ook weten, omdat dit beschreven staat in de evangelieverhandeling 'ras en het priesterschap' is, dat in de "loop der jaren kerkleiders en leden gespeculeerd hebben over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk". 

"Je maakt deel uit van het huis van Israël" is zo'n ontbrekend kledingstuk dat ik niet los kan zien van "God is geen aannemer des persoons". Om die reden hoort het ook thuis op mijn kledingrek. Dat zwarte mensen van Afrikaanse afkomst vanaf 1978 opnieuw het priesterschap konden ontvangen, wil niet zeggen dat daarmee bepaalde 'leringen' verleden tijd zijn. Ik ben opgegroeid met deze 'leringen', en ook na 1978 ben ik daar nog steeds mee geconfronteerd. Zelfs tot op heden. Vandaar dat ik nog niet uitgewinkeld ben. Ik kan gewoonweg niet om dit hangertje heen. Dat wordt gaandeweg nog wel duidelijk, maar eerst moet ik een heel stuk terug in de tijd. 

"Toen de Allerhoogste land toewees aan elk volk en de mensen ieder hun deel gaf
bepaalde Hij de grenzen voor alle volken naar het aantal nazaten van Israël."

"Het volk van Israël was in het voorsterfelijk bestaan een apart en edel volk. Vanwege hun getrouwheid in het voorsterfelijk bestaan was het volk Israël voorbestemd om een heilige natie te worden. Voorbestemming bepaalde voor een groot deel de plaatsing van een individu onder stammen en naties. Veel getrouwe geesten werden in het voorsterfelijk bestaan voorgeordend tot belangrijke zendingen".

In het licht van "Ras en het priesterschap" en nu in het verlengde het "Huis van Israël" kan ik gewoonweg niet om het voorsterfelijk bestaan heen. Ik zal niet in detail ingaan op wat er in het verleden is gezegd over zwarte mensen en het voorbestaan, maar dit is wat er geschreven staat in de evangelieverhandeling van de kerk over dit onderwerp: "Rond de eeuwwisseling vond een andere verklaring ingang: er werd gezegd dat zwarten in de voorsterfelijke strijd tegen Lucifer niet geheel kloekmoedig waren geweest en dat ze daarom werden uitgesloten van de zegeningen van het priesterschap en de tempel." In deze verhandeling, onder het kopje "De kerk nu" kun je lezen dat "vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven".

Zwarte mensen mogen dan in 1978 het priesterschap hebben gekregen, maar dat ze het een bepaalde periode niet hebben gehad, is zo de gedachte, daar moet een reden voor zijn geweest. Zeker, daar in de jaren na Brigham Young dit, het niet kloekmoedig zijn in het voorbestaan, ook onderwezen werd door leiders van de kerk als leer. In de "loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk".

In zijn toespraak 'Kom, voeg u bij ons' stelt president Dieter F. Uchtdorf de volgende vraag: "Waarom zou iemand lid willen worden van zo'n kerk?" Als eerste reden geeft hij aan "dat in onze tijd de kerk door Jezus Christus zelf is hersteld." Dat is voor mij alleen al reden genoeg. Maar in deze toespraak zegt hij ook dit: "Sommigen hebben het te kwaad met onbeantwoorde vragen over zaken die in het verleden zijn gedaan of gezegd. We erkennen in alle openheid dat er in bijna tweehonderd jaar kerkgeschiedenis - ondanks een ononderbroken reeks geïnspireerde, achtenswaardige en geloofsversterkende gebeurtenissen - wel eens wat gezegd of gedaan is waar mensen terecht vragen over hebben".

Of de restrictie wel of niet van God was, laat ik in het midden. Mocht dat wel zo zijn, dan aanvaard ik dat, zoals mijn moeder dat in het verleden heeft aanvaard. Maar het woord speculeren valt niet te negeren. Volgens president Dallin H. Oaks zit daar een les in: "Als je met deze vraag in je achterhoofd de Schriften leest: 'Waarom gebood de Heer dit of waarom gebood Hij dat', zul je merken dat er voor minder dan een op de honderd geboden een reden is gegeven. Het is niet gebruikelijk voor de Heer om redenen te geven. Wij stervelingen kunnen redenen aan openbaringen toekennen. Wij kunnen redenen aan geboden toekennen. Dat doen we dan op eigen gezag. Sommige mensen kenden redenen toe aan waar we het hier over hebben, en bleken er faliekant naast te zitten. Daar schuilt een les in. Ik heb het over redenen die door algemene autoriteiten zijn geopperd en over redenen die door anderen uitvoerig zijn behandeld. Alle redenen kwamen mij voor als het nemen van onnodige risico's. Laten we niet de fout maken die in het verleden is gemaakt, in dit opzicht en op andere gebieden, om te proberen redenen aan openbaring toe te kennen. De redenen blijken uiteindelijk grotendeels door de mens te zijn bedacht. De openbaringen zijn wat we als de wil van de Heer steunen en daarin schuilt onze veiligheid". 

Mocht je denken dat ik met vragen zit, dan moet ik je teleurstellen. Ik heb jaren terug al mijn antwoord gekregen zonder dat het überhaupt bij mij een vraag was. Waarom dan toch mijn verhaal? Omdat ik ben ingehaald door de praktijk van het verleden. 


Afbeelding: Pixabay
Bijbelteksten: Deuteronium 32:7-9 en Romeinen 2:10,11. 
Instituutlesboek: Jew and Greek (Gentile). Paulus gebruikte zowel de termen Griek als heiden om te verwijzen naar mensen die niet in het huis van Israël waren geboren.