zondag 12 juli 2026

Kom dan en volg Mij


Hieronder vind je mijn toespraak, hier en daar met een kleine aanpassing, zoals ik die vanochtend in de kerk heb gegeven. 








Kom dan en volg Mij


Maart jongstleden maakte de kerk bekend dat er in september het een en ander zou gaan veranderen wat betreft onze zondagse vergaderingen. Dit werd gevolgd door verschillende nieuwsberichten. Op Churchnews verscheen een artikel over deze veranderingen waarin onder andere verwezen werd naar de algemene conferentie van oktober 2018


Voordat ik daar echter naar toe ga, wil ik jullie eerst meenemen naar januari 2018. Voor mij is uiteindelijk alles een groot samengesteld geheel. Er verscheen toen in de Liahona een artikel met als ondertitel Meer kracht in de vergaderingen van de Melchizedekse priesterschap en de ZHV


In dit artikel werd het volgende gezegd: “De afgelopen maanden, let wel maanden, hebben de leiders van de kerk samen besproken hoe we de zondagse vergaderingen van de Melchizedekse priesterschap en de zusters hulpvereniging kunnen verbeteren. Het resultaat daarvan is het nieuwe leerplan Kom dan en volg Mij - voor de Melchizedekse priesterschap en de zustershulpvereniging. Men zei toen ook dat we meer gebruik zouden gaan maken van de algemene conferentie toespraken. 


Het voorwoord in dit artikel is van ouderling Russell M. Ballard. In dit voorwoord zegt hij onder andere dit: “Naarmate we doeltreffender met elkaar overleggen, zal God ons zegenen met meer openbaring, inzicht en macht om zijn werk tot stand te brengen”.


Als - overleggen  / dan - de zegening 

Het woord overleggen kan ik niet los zien van de veranderingen die in 2018 plaatsvonden, maar ook niet van september. 


Aan het eind van het jaar zei ouderling Jeffrey R. Holland dit, en hij bevestigt daarmee de woorden van ouderling Ballard: “We zijn de bijeenkomsten van de zusters hulpvereniging en het Melchizedeks priesterschap quorum anders gaan bekijken, met meer nadruk op gezamenlijk overleg”. De redactie schreef toen dit als noot: "In dit artikel dat ouderling Holland voor de Liahona schreef, legt hij uit welke krachtige beginselen van bekering aan de basis van Kom dan en volg Mij liggen, het nieuwe leerplan van de kerk".


Ouderling Holland schreef toen onder andere ook dit: “Ik hoop dat we zien dat het om meer gaat dan een gewijzigd beleid, nieuwe programma’s en herziene handboeken. Welke wijzigingen Hij ook aanbrengt in een organisatie of een lesschema of een leerplan, wat Hij echt hoopt te veranderen is u en mij. Hij wil ons hart veranderen en onze toekomst verbeteren. Soms noemen we dat proces eeuwige vooruitgang. Soms noemen we het tot inkeer komen. Soms noemen we het gewoon bekering. Hoe we het ook noemen, het houdt in dat we iets leren".


Leren en bekering gaan hand in hand. 


Dit is wat Kom dan en volg Mij, voor personen en gezinnen er zelf over zegt: “Oprechte bekering is het doel van al het leren en onderwijzen in het evangelie. We streven ernaar om meer op Jezus Christus te lijken. Als we dus het evangelie bestuderen, proberen we niet alleen nieuwe kennis op te doen; we verlangen een nieuwe schepping te worden. We vertrouwen daarbij op onze hemelse Vader en Jezus Christus, dat Zij ons helpen ons hart, onze opvattingen, onze daden, ja, onze aard te veranderen. Voor ware bekering is de invloed van de Heilige Geest essentieel.”


Tijdens de algemene conferentie van oktober 2018 zei president Nelson in zijn openingswoord dat "de aanvallen van de tegenstander op het geloof, op ons, en onze gezinnen exponentieel toe nemen. Om geestelijk te overleven, hebben wij eigen strategieën en proactieve plannen nodig. Daarom willen wij nu organisatorische aanpassingen doorvoeren die onze leden en hun gezin versterken”.


Tevens vertelde president Nelson dat de "kerkleiders al jaren aan een geïntegreerd leerplan werkten, Kom dan en volg Mij, om gezinnen en personen te versterken met een thuisgericht en kerkgesteund plan, zodat:

  • meer begrip van de kerkleer,
  • een groter geloof 
  • en een diepere persoonlijke aanbidding worden bereikt." 


Elder Bednar: “We kunnen niet simpelweg naar de kerk gaan, meedoen aan programma’s en verwachten dat we daarmee alle spiritualitieit en bescherming zullen ontvangen waardoor we weerstand kunnen bieden op de dag van het kwaad.”


Dit is wat het Eerste Presidium erover zegt in het nieuwe materiaal: “Als de leden samen naar de kerk gaan, leren en dienen, zullen ze vreugde ondervinden, sterker worden, en de zegeningen van de Heer in hun leven en thuis voelen.” 


Thuis heeft in de eerste plaats te maken met thuisgericht. Met het leerplan en Kom dan en volg Mij. Ik denk bovenal ook met dat we zelf de Schriften lezen. 


President Nelson zei het zo in zijn openingswoord tijdens de algemene conferentie van 2018: “Wij zijn zelf verantwoordelijk voor onze eigen geestelijke groei.”


Wat een half jaar later nog eens door ouderling Bednar werd bevestigd tijdens de algemene conferentie van april 2019: “Ieder lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is zelf verantwoordelijk om de leringen van de Heer te bestuderen en na te leven. We moeten niet verwachten dat de kerk als organisatie ons alles leert of vertelt wat we moeten weten en doen om toegewijde discipelen te worden en kloekmoedig tot het einde toe te volharden. Nee ,we zijn zelf verantwoordelijk om te leren wat we moeten leren, te leven zoals we moeten leven en te worden wie de Meester wil dat we worden.”


Het mooie van dit leerplan is dat alle andere leden dat net zo doen. En daardoor kun je, wanneer je bijeenkomt, de evangeliewaarheden en -beginselen bespreken die jou tot verandering hebben aangezet, en de anderen kunnen hetzelfde doen. Daardoor kom je samen om het ultieme doel van iedereen na te streven: als Jezus Christus te worden.”


Naarmate u de Schriften thuis vaker bestudeerd, zult u ook meer inzicht en geestelijk begrip ontvangen. En als u met anderen erover praat, wat ik zie als overleg, zullen u en die anderen gezegend worden. "U creëert geen inspirerende muziek als anderen niet over hun eigen inzichten en inspiratie vertellen". 


Ik herhaal die zin nog eens: "U creëert geen inspirerende muziek als anderen niet over hun eigen inzichten en inspiratie vertellen". 


Het gaat dus om welke evangeliewaarheden en -beginselen jou tot verandering hebben aangezet. Dat is wat je meeneemt naar de kerk, wat volgens mij alles te maken heeft met een betere ik. Een uitspraak die ik geleend hebt van een betere ik, een beter huwelijk, wat weer te maken heeft met je eigen geestelijke en emotionele groei. Waarom dan toch dat kijken naar die ander?

“We kunnen pas één van hart en één van zin worden en zijn als een ieder persoonlijk de Heiland in het middelpunt van zijn leven plaatst”. 


Als - dan 


Ik moet hierbij ook denken aan wat president Dallon H. Oaks twee jaar geleden zei tijdens de oktober conferentie over Kom dan en volg Mij: “Dit jaar zijn miljoenen geïnspireerd door het evangelie studieplan dat gebaseerd is op de uitnodiging van de Heiland: Kom dan en volg Mij. 

Christus volgen is geen oppervlakkige of gelegenheidsbezigheid. Het vergt voortdurende inzet en is een levenswijze die we altijd en overal moeten nastreven. Zijn leringen en voorbeeld bepalen het pad dat elke discipel van Jezus Christus moet volgen. En iedereen wordt uitgenodigd om dit pad te volgen, want Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. En allen zijn gelijk voor God. Als volgelingen van Christus spreken en getuigen wij van Jezus Christus, ons volmaakte Voorbeeld. Dus laten we Hem volgen en twist vermijden.” 


Allen zijn gelijk heeft voor mij alles te maken met zwart en wit en HOE de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde. 


Beseffen we echter ook dat de woorden allen zijn gelijk ook alles te maken heeft met Kom dan en volg Mij wat betreft het kerkondersteunende gedeelte.


In de Leer en Verbonden (88:122)  lezen we het volgende over dit allen zijn gelijk in het licht van Kom dan en volg Mij: “Wijs onder u een leraar aan, en laten niet allen tegelijkertijd spreken, maar laat één tegelijk spreken en laten allen luisteren naar wat hij zegt, opdat wanneer allen gesproken hebben, allen door allen opgebouwd zullen zijn, en opdat een ieder een gelijke gelegenheid zal hebben”. 


“Dan komen we op een unieke manier samen.” “Dan wordt er inspirerende muziek gecreëerd”.


"Het is daarbij niet erg als iemand niet aan deze bespreking wil deelnemen. Aanwezigheid en het verlangen om het woord van God te horen is ook een uitdrukking van geloof”.  


Dit alles heeft niets te maken met, ik citeer nu ouderling Jeffrey R. Holland, “met de vlotheid van de les, het vullen van de tijd, het aantal complimentjes voor de leerkracht, of zelfs het aantal aanwezigen in de les. Hij zei ook dat de nadruk niet mag liggen op het handboek, of het bord, de beste discussievragen of de schikking van de stoelen, waarvan het kerkmateriaal zei dat, indien mogelijk, een kringopstelling ervoor kan zorgen dat er goed overleg is en er open discussie kan ontstaan”. Uiteindelijk zijn het bord en die andere dingen middelen.


"Het gaat, ik citeer nog steeds ouderling Holland, ook niet alleen om kennis. Het gaat er niet om dat we de namen van de twaalf stammen van Israël kennen, of de gelijkenis van de olijfbomen kunnen schematiseren, hoewel dat ook nuttig kan zijn". Waar het om gaat zei ouderling Holland, wat ik zie als het doel achter al deze middelen, “is wat er in ons leven gebeurt. “Leren leidt tot groei en verandering, inzichten die tot verbetering leiden en kennis van de waarheid, wat ons op zijn beurt dichter bij de God van alle waarheid brengt. Als we daartoe bereid zijn, zei ouderling Holland, dan zal God ons leiden naar plekken die we nooit dachten te kunnen bereiken, en die zelfs onze stoutste dromen overstijgen”.


Vandaar dat er gesproken wordt over macht in leerplan


Als we dat gevoel, die ervaring, die kracht van thuis meenemen naar de kerk, dan kan daar zelfs nog een kracht bovenop komen. Zuster Camille N. Johnson:  “Er ontstaat extra kracht wanneer we wekelijks samenkomen om te overleggen, te leren en elkaar te steunen. Wanneer we in zijn naam samenkomen, is de Geest aanwezig om ons te onderwijzen, worden getuigenissen versterkt en verheffen we elkaar in ons discipelschap. Dit wekelijks moment van verbondenheid helpt om dichter tot de Heiland en tot elkaar te komen. We vinden vreugde in het gezamenlijk bewandelen van het verbondspad.”


Tot slot, naast het bestuderen van de Schriften worden we ook aangespoord onze ingevingen op te schrijven, die leerstellige pareltjes worden genoemd, wat voor mij alles te maken heeft met macht in het leerplan. 


Toen ik hoorde dat ik ziek werd, heb ik mij teruggetrokken en mij overgegeven aan de Schriften en Kom dan en volg Mij. Van mijn dagboek en mijn inspiratieboekje heb ik één boekje gemaakt. Mijn allereerste boekje heb ik mijn kankerboekje genoemd. Al schrijvende ging ik van uitslag naar uitslag en van behandeling naar behandeling. Dit is mijn verslag van de eerste twee maanden. Lichamelijk hoop ik dit nooit meer mee te maken, maar wat een parelreis is dit geweest. 


Het enige wat de Heer wil is ons zegenen op onze levensreis. Het enige waar het om draait is de vraag of we ons door Hem willen laten zegenen door te doen wat Hij van ons vraagt.


Thuisgericht - kerkonderstend. 




Afbeelding: churchofjesuschrist.org

maandag 6 juli 2026

1. Alle gevolgen van dien


In mijn vierde en laatste logje over buitenbeentjes en dat afstamming niet bepalend is had ik het het niet alleen over Batseba, maar ook over haar man Uria de Hethiet. Terwijl Uria in het leger diende van koning David, werd zijn vrouw Batseba zwanger van koning David, met alle gevolgen van dien. Eén daarvan was dat Uria de Hethiet het leven liet, waar David uiteindelijk verantwoordelijk voor was. Niet direct zichtbaar voor anderen, maar..."En de Heere zond Nathan tot David. Als die tot hem inkwam, zeide hij tot hem: Er waren twee mannen in een stad, de een rijk en de ander arm" (2 Samuel 12).

Nog zo'n in eerste instantie niet direct zichtbaar voorbeeld met alle gevolgen van dien is wat er gebeurde toen Jozua optrok naar Ai en zij daar een nederlaag leden, waarbij uiteindelijk 36 mannen omkwamen. "Toen scheurde Jozua zijn kleren en hij wierp zich met het gezicht ter aarde. En Jozua zei: Ach Heere, waarom hebt U dit volk de Jordaan toch laten oversteken, om ons in de hand van de Amorieten te geven, om ons om te brengen? Uiteindelijk blijkt de reden van hun nederlaag, dat Achan had meegenomen wat verboden was en dit in zijn tent had verstopt (Jozua 7). Wat zo ook gevolgen had voor alles wat hij had en bezat. 

Scripture helps geeft het volgende commentaar op deze gebeurtenis: "Achan negeerde het gebod van de Heer om geen buit uit Jericho mee te nemen. De Heer had gewaarschuwd dat de Israëlieten zelf vervloekt zouden worden als ze het vervloekte ding meenamen. Omdat alle voorwerpen die uit Jericho werden meegenomen aan de Heer gewijd moesten worden, kwam Achans handelen neer op diefstal van de Heer. Hoewel Achan alleen handelde, rekende de Heer de zonde toe aan heel Israël. Als gevolg daarvan verloren ze de bescherming van de Heer en werden ze verslagen door het kleine leger van Ai. De Heer vertelde Jozua dat Zijn kracht en bescherming niet hersteld zouden worden totdat het vervloekte ding uit hun midden verwijderd was. Omdat Achan nu vervloekt was, werden hij, zijn huisgezin en zijn bezittingen vernietigd, net zoals de stad en de inwoners van Jericho. De Schrift verklaart niet duidelijk waarom Achans familie zijn straf deelde". Wat mij het meest bij gebleven is aan dit verhaal van Achan is dit:

"Waarom is het een drogreden als we denken dat wat wij doen
onze eigen zaak is
en niemand anders zal schaden?"

"Niemand zondigt geïsoleerd. Wij kunnen niet zeggen dat onze daden alleen invloed hebben op onszelf, want zelfs als wij iets zondig doen dat geheel en al persoonlijk is, dan betekent ons persoonlijk verlies van geestelijke kracht een vermindering van macht van de gehele mensheid en draagt deze bij tot de terugtrekking van de geest des Heren, wat schadelijk is voor de gehele mensheid". 

Wanneer we het over zonde hebben, dan hebben we het over een kerk ding. Maar wat als we dit 'kerk-zonde-jasje' nu eens vervangen door "niemand is een eiland". Als voorbeeld neem ik het vorige week gegeven advies van de Gezondheidsraad aan het ministerie van Volksgezondheid om drank in de ban te doen. Dan blijkt dat 'dit maak ik zelf wel uit', toch een niet zo'n individueel iets te zijn als sommige mensen wel denken, wat duidelijk blijkt uit dit artikel: "Alcoholgebruik is niet alleen een probleem voor de individuele of volksgezondheid, maar een breed maatschappelijk probleem." 





Vandaar ook dat president James E. Faust zei: "Onze samenleving is de som van wat miljoenen mensen in hun privé-leven doen. Die som van gedrag heeft wereldwijde algemene gevolgen van enorme omvang. Er zijn geen uitsluitend persoonlijke keuzen".

Wat wij dus thuis doen, jij en ik, heeft gevolgen. Ik moet nu denken aan thuisgericht en kerkondersteund, wat zo op het eerste gezicht een heel ander verhaal lijkt te zijn, maar het in wezen niet is. Door het woord thuis, ben ik wel weer terug naar waar ik naar toe wil gaan, namelijk naar het huis van koning David. 


maandag 29 juni 2026

4. Afstamming is niet bepalend


"David de koning, 
verwekte Salomo 
bij haar die de vrouw van Uria was"
Mattheus 1:6

Bathseba, die de vrouw van Uria was, is de vierde en het laatste buitenbeentje in de geslachtsregister van Jezus Christus waar ik bij stil wil staan. Of moet ik zeggen haar man? Want is hij eigenlijk niet het echte buitenbeentje in het hele verhaal? 

Toch wil ik beginnen met Bathseba, de vrouw waar koning David zijn ogen niet van kon afhouden. David ziet namelijk op een gegeven moment een vrouw, "die zich aan het wassen was; deze vrouw nu was heel knap om te zien. David stuurde een bode en liet naar deze vrouw vragen; en men zei: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet? Toen stuurde David boden en liet haar halen. Toen zij bij hem gekomen was, sliep hij met haar. Daarna keerde zij terug naar huis. De vrouw werd zwanger, daarom stuurde zij een bode en vertelde David en zei: Ik ben zwanger" (2 Samuel 11:2-5)

Vorig week schreef ik dat ik het opnieuw over een man zou gaan hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. De man waar ik het over had is Uria de Hethiet, aan wie ik niet één maar zelfs twee labels hing. Het eerste label heeft te maken met dat hij een Hethiet wordt genoemd. De Hethieten zijn afstammelingen van Heth die een zoon was van Kanaän, die de zoon van Cham was. Kanaän aan wie sinds jaar en dag het misplaatste label vervloekte Kanaän hangt. 

Daarnaast kunnen we de Hethieten niet los zien van deze woorden die de Heer tot Mozes sprak over het binnengaan van het land Kanaän: "Wanneer de Heere, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volkeren van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten de Amorieten, de Kanaänieten, de Feriezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u", (Deuterononium 7:1). Volkeren die, zoals we lezen in dit zelfde hoofdstuk, in verband gebracht kunnen worden met de woorden "totdat zij weggevaagd worden". En dan zit jij als Hethiet in het Israëlische leger van David. 

Voordat ik verder ga met Uria, nog wel dit. Zoals jullie weten schrijf ik met in mijn achterhoofd, ik citeer nu president Oaks: "Dat rijkdom noch afstamming nog enig ander aangeboren voorrecht ons mag laten geloven dat wij beter zijn dan die ander." Allen zijn gelijk voor God. Vandaar ook dat "Mozes Israël waarschuwde tegen de verleiding te denken dat zij het beloofde land hadden geërfd omdat zij zo bijzonder goed geweest waren. Niet wegens uw gerechtigheid noch wegens de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar wegens hun goddeloosheid drijft de Here, uw God, deze volken voor u weg (Deut 9:4-6, 1 Ne 17:32-38)".

Nadat David van Bathseba hoort dat zij zwanger is van hem laat hij Uria bij hem komen en "vraagt David naar de welstand van Joab, naar de welstand van het volk en naar het verloop van de strijd. Daarna zei David tegen Uria: Ga naar uw huis en was uw voeten. Toen Uria het huis van de koning uit ging, werd hem een gerecht van de koning nagebracht. Maar Uria legde zich te slapen bij de ingang van de koning, bij al de manschappen van zijn heer; hij ging niet naar zijn huis" (2 Samuel 11:7-9).

Toen men later aan David vertelde dat Uria niet naar huis was gegaan en David aan Uria vroeg waarom hij dat niet gedaan had zei Uria dit: "De ark en Israël en Juda verblijven in tenten, en mijn heer Joab en de manschappen van mijn heer hebben in het open veld hun kamp opgeslagen; zou ik dan naar mijn huis gaan om te eten en te drinken en met mijn vrouw te slapen? Zo waar u leeft en uw ziel leeft, dat zal ik niet doen! Toen zei David tegen Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen terug sturen. Zo bleef Uria die dag en de volgende dag in Jeruzalem. David nodigde hem uit, zodat hij bij hem at en dronk, en hij maakte hem dronken. Die avond vertrok hij om zich met de dienaren van zijn heer neer te leggen op zijn slaapplaats, maar naar zijn huis ging hij niet" (2 Samuel 11:11-13).

Het gevolg van deze beslissing was dat "de volgende morgen David een brief aan Joab schreef. Hij stuurde die door de hand van Uria waarin hij schreef: Plaats Uria vooraan in de stijd waar deze het hevigst is, trek dan van achter hem terug zodat hij getroffen wordt en sterft. Het gebeurde, toen Joab de stad verkend had, dat hij Uria opstelde op de plaats waarvan hij wist dat daar strijdbare mannen waren. Toen de mannen van de stad naar buiten kwamen en met Joab streden, vielen er van het volk, van de manschappen van David. Ook Uria, de Hethiet stierf" (2 Samuel 11:14-17)". 

In de Ensign van een paar jaar terug stond een prachtig artikel dat ging over 'What we can learn from king David's fall'. Daarin wordt het volgende gezegd over Uriah: "Toen Uria in Jeruzalem aankwam probeerde David hem er tweemaal van te overtuigen naar huis te gaan en bij zijn vrouw te zijn, zodat iedereen zou denken dat het kind van Uria was. In schril contrast met David weigerde Uria echter tijd thuis door de brengen terwijl zijn medesoldaten in de oorlog vochten. Als er helden in dit verhaal zijn, dan is Uria de Hethiet er een van. Hoewel hij van afkomst geen Israëliet was, blijkt Uria's trouw aan de Heer uit zijn naam (in Hebreeuws: Mijn licht is Jehovah) en uit zijn daden". En wat voor een held. Een "strijdbare held", want zijn naam vind je ook terug in het lijstje van de helden van David (1 Kronieken 11:26,41)

"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7







donderdag 25 juni 2026

Vertel je verhaal



"Je weet pas wie je bent, als je weet waar je vandaan komt". Deze uitspraak hing aan de muur van Het Noordbrabants Museum waar wij naar de tentoonstelling "Ketahanan: verhalen van veerkracht", zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking was gemaakt met de Molukse gemeenschap die "opgebouwd was rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst".

Nu heb ik zelf geen Molukse achtergrond maar ik herkende mij in de verhalen die zij daar in het museum vertelden. Vooral in de woorden dat het verleden doorwerkt in het heden. Minister-president Jetten verwoordde het zo toen hij afgelopen zondag zijn excuses maakte: "De beladen geschiedenis van toen en is er nu nog altijd voelbaar". 

Dit AD artikel eindigt met de woorden: "De excuses zijn zondag gemaakt door minister-president Jetten. De Molukse geschiedenis bekender maken en onderdeel laten zijn van de Nederlandse geschiedenis is een essentieel vervolg". Met andere woorden, "excuses zijn geen punt, maar een komma". 

"Excuses zijn geen punt, maar een komma" zijn woorden die uit de mond kwamen van premier Rutte toen hij "namens de Nederlandse staat excuses aanbood voor het slavernijverleden. Dat de Nederlandse overheid eeuwenlang slavernij mogelijk heeft gemaakt, heeft gestimuleerd, in stand gehouden en ervan heeft geprofiteerd. We delen niet alleen het verleden, ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt."

Ook zei hij, mij om het even of het nu gaat om het slavernijverleden, of om de Molukse gemeenschap, of zelfs als het gaat om kerkgeschiedenis, dit: "Dat proces vraagt tijd en we kunnen het werk alleen in gezamenlijkheid doen". Is dat niet een rode draad? Mijn vorig logje eindigde ik met onder andere deze woorden van Michael A. Goodman: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben". Kijkend naar mijzelf vind ik respect al meer dan voldoende. Misschien is respect ook wel een mooi onderwerp voor ......


dinsdag 23 juni 2026

1. Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis.

 

Afgelopen zondag hadden wij in onze wijk twee gastsprekers. Een zendingsechtpaar dat verantwoordelijk is voor de vastlegging van de geschiedenis van de kerk in Nederland en België. In deze toespraken hadden zij het onder andere over dat de geschiedenissen die zij vastleggen iets zeggen over wie wij zijn als gemeenschap, en dat wij door deze verhalen de hand van de Heer kunnen zien. Hij is voor onze ogen geschiedenis aan het schrijven, tenminste als wij ogen hebben om te zien. En dat het belangrijk is dat wij deze verhalen met elkaar delen en blijven delen. De serie Saints, "een verhalende geschiedschrijving die verhalen bevat over getrouwe heiligen der laatste dagen uit het verleden", werd als voorbeeld aangehaald. Daarnaast hoorde ik in deze toespraken het belang van gedenken en welk verslag wij over onszelf achterlaten. Wat mij echter het meest trof was deze opmerking.

"Kerk geschiedenis is Zijn geschiedenis." 

Al luisterend naar deze toespraken over het belang van vastleggen, van zowel de geschiedenis van de kerk als die van jezelf, en dat de Schriften een prachtig voorbeeld hiervan van zijn, moest ik tevens denken aan mijn eigen ervaringen. Aan 'vertel je verhaal'. Echter, dit delen bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Vanuit 'dat niet eenvoudig zijn' ben ik daarover gaan schrijven, en later, geen vooropgezet plan, werd het een reisverslag door de Schriften. Waarbij ik, hoe je het ook wendt of keert, onze gezamenlijke kerkelijke geschiedenis niet kon en kan negeren. 

"Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen,
of we nu nieuwe leden zijn
of deel uitmaken van generaties in de kerk?"

Hoe wordt die kerkgeschiedenis een erfdeel van ons allen, ook als die geschiedenis niet helemaal is of was wat je ervan dacht. Het ongemak van feilbaarheid en onfeilbaarheid, en de vragen die daar uit kunnen voortvloeien. Ik denk dat mijn logje Leer en beleid  daar een voorbeeld van is, waarin ik naar twee toespraken van president Dieter F. Uchtdorf verwijs. 

In deze toespraken heeft president Uchtdorf het erover dat het voorgekomen is "dat leden en leiders gewoonweg vergissingen hebben begaan. Er zijn wellicht dingen gezegd of gedaan die niet in overeenstemming waren met onze waarden, beginselen of leer. Ik veronderstel dat de kerk alleen volmaakt zou zijn als zij wordt geleid door volmaakte mensen. Maar Hij werkt door ons - zijn onvolmaakte kinderen - en onvolmaakte mensen begaan vergissingen." 

Ook zei president Uchtdorf: "Het is normaal om vragen te hebben - het eikeltje van een oprechte vraag is vaak ontsproten en uitgegroeid tot een grote eikenboom van begrip. Er zijn weinig leden in de kerk die nooit eens met een ernstige of gevoelige vraag hebben gezeten. Een van de doelen van de kerk is het geloofszaad aan te kweken en te verzorgen - zelfs in de soms zanderige grond van twijfel en onzekerheid."

Ik kwam een interessante toespraak tegen die gaat over twijfels en vragen, waarin ook de opmerking gemaakt werd dat onze "kerkgeschiedenis veel complexer blijkt te zijn dan het eenvoudige verhaal in de zondagsschool. Kerkleiders, zowel vroeger als nu, blijken inderdaad mensen van vlees en bloed te zijn". In deel 2 ga ik verder in op deze toespraak van Michael A. Goodman die hij gaf aan de BYU. Echter voor nu sta ik stil bij zijn verwijzing naar een toespraak van president M. Russell Ballard.

President Ballard: "Ik wil er zeker van zijn dat mijn boodschap goed overkomt en dat u dit belangrijke punt begrijpt. Er is absoluut niets mis met het stellen van vragen of het onderzoeken van onze geschiedenis, leer en gebruiken. De herstelling begon toen Joseph Smith antwoorden zocht op zijn oprechte vragen. Ouders, leiders van jongemannen en jongevrouwen, leerkrachten in de kerk - waaronder docenten van seminarie, instituut en religieus onderwijs aan de BYU - bisschoppen en presidentes van de Zusterhulpverenigingen en ringpresidenten: als iemand met een vraag of zorg naar u toe komt, doe die vraag dan niet af en zeg niet dat diegene zich er geen zorgen over hoeft te maken. Trek de toewijding van die persoon aan de Heer of zijn werk niet in twijfel. Help die persoon in plaats daarvan antwoorden op zijn op haar vragen te vinden. We hebben verhalen gehoord over mensen die oprechte vragen stelden over onze geschiedenis, leer of praktijken, maar werden behandeld alsof ze geen geloof hadden. Dat is niet de manier van de Heer. Zoals Petrus zei: Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u vraagt naar de hoop die in u is. We moeten beter omgaan met oprechte vragen. Hoewel we misschien niet elke vraag over de kosmos of overr onze geschiedenis, praktijken of leer een antwoord hebben, kunnen we wel veel antwoorden geven aan oprechte mensen."

Tot slot de reactie, eigenlijk is het meer een boodschap, van Micheal A. Goodman op deze toespraak van president Ballard: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben. We moeten het goede in hen zien en hun inzichten en integriteit waarderen, ook al zijn we het misschien niet altijd eens met hun conclusies. Dat is niet erg. Zij zijn het misschien ook niet altijd eens met onze conclusies, maar toch hopen we dat ook zij ons liefhebben, waarderen en respecteren."  








zondag 21 juni 2026

We zijn meer dan onze etiketten


"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7


Mijn vorig logje ging over dat afstamming niet bepalend is, en eindigde ik met bovenstaande tekst. Toen Samuel Eliab zag dacht hij "deze is vast en zeker voor de Heere Zijn gezalfde. Maar de Heer zei "Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte". Op de een af andere manier kwam Eliab waarschijnlijk over als iemand, gebaseerd op hoe hij er uit zag, die het goed zou doen als koning. “De Heer leerde aan Samuel dat Hij ons anders ziet dan dat mensen elkaar meestal zien". 

In dat opzicht zijn wij net zo menselijk als Samuel, want ook wij hebben de neiging om aan een knap uiterlijk automatisch positieve eigenschappen toe te schrijven, zoals betrouwbaarheid en eerlijkheid wat het Halo-effect wordt genoemd, wat ons denken kan belemmeren. Omgekeerd werkt het ook zo. Dus in die zin moeten we voorzichtig zijn met het labelen van iemand gebaseerd op de eerste indruk. 

Uiteraard zijn labels niet altijd negatief. President Russell M. Nelson zei dat “Labels leuk kunnen zijn  Ze laten zien aan welke positieve zaken je waarde hecht. Maar als er een label is dat jouw belangrijkste identiteit vervangt, kunnen de gevolgen geestelijk verstikkend zijn". Met je belangrijkste identiteit bedoelt president Nelson dat je een geestkind van God bent en dat het belangrijk is dat je deze waarheid kent en begrijpt. 

Eerder dit jaar heb ik een aantal logjes geschreven die gingen over onze ware identiteit en labels. Toen was echter mijn insteek dat afstamming WEL DEGELIJK van belang was en is. Daar tegenovergesteld aan, kijkend naar de afstammingslijn van Christus, zien we dat afstamming NIET belangrijk is. Of het nu gaat om wel of niet, beiden hebben uiteindelijk ook te maken met hoe jij jezelf ziet.

"Ik geloof dat mijn hemelse Vader de volgende eigenschappen in mij ziet
die veel anderen niet zien:...."

Bovenstaande stelling, één van de vier, komt uit een seminarieles waarin de Heer het hart aan ziet. Dat ik juist deze stelling eruit heb gehaald, en niet, "als ik andere mensen voor het eerst ontmoet heb ik de neiging om vooral te kijken naar...", heeft te maken met hoe hemelse Vader jou en mij ziet. Welk label heeft Hij op een ieder van ons geplakt. En dat bovenal te blijven zien. Los van wat anderen wel of niet zien. Los van wat anderen wel of niet doen. Omdat dit, kijkend naar president Nelson's woorden, als je je ware identiteit uit het oog verliest, geestelijk verstikkende gevolgen kan hebben. Wat ik terug zie in het leven van Saul. 

Toen Saul als koning werd geroepen, zoon van een vermogend vader, en in heel Israël geen knappere man dan hij, was zijn reactie: "Ben ik niet een Benjaminiet, uit de kleinste van de stammen van Israël? En is mijn geslacht niet het geringste van al de geslachten uit de stam van Benjamin?" In dit opzicht past hij, nu we het toch over labels hebben, aan de ene kant in het Halo-effect hokje, en aan de andere kant in het vakje 'Wie ben ik dat', zoals Mozes, een groot profeet vanouds zich dat afvroeg. Echter vergat Saul op een gegeven moment wie hij was, want dit is wat Samuel later tegen hem zegt: "Is het niet zo dat u, hoewel klein in eigen oog, hoofd van de stammen van Israël geworden bent, en dat de Heere u tot koning over Israël gezalfd heeft? Omdat u het woord van de Heere verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat u geen koning meer zult zijn. Toen zei Saul tegen Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik het bevel van de Heere en uw woorden overtreden heb, want ik was bevreesd voor het volk en heb naar hun stem geluisterd", (1 Samuel 15:17,23,24). Hij verloor uit het oog wat God in hem zag en wat zijn ware identiteit was.

"Als we onze etiketten met die van anderen vergelijken, etiketten aannemen die niet overeenkomen met onze goddelijke aard, of ons door sommige etiketten minderwaardig voelen, kunnen onze eigenwaarde en geestelijke instelling in miljoenen stukjes uiteenspatten. Het enige etiket waardoor het leven echt iets betekent, is onze goddelijke identiteit. En ik hoef dat etiket niet te verdienen. Die liefde krijg ik gratis. Ik weet dat als ik mijn best doe om volgens zijn wil te leven, en altijd besef wie ik echt ben, Hij me zal zegenen. Als al mijn andere etiketten met die ene belangrijke zijn verbonden, kan ik in al die etiketten ware vreugde, kracht en grootsheid vinden." 

Ik denk dat ik het volgende week opnieuw over een man ga hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. En zo de geschiedenis opnieuw labelde.