maandag 9 februari 2026

Ada en Zilla

 

Afgelopen week stond in het teken van Mozes 7 met als thema "De Heer noemde zijn volk Zion". Hier zou ik dus eigenlijk 'moeten' zijn. Echter, ik ben nog niet zo ver dat ik daar al kan stil staan, omdat ik Mozes 5 niet kan loslaten. Dit vanwege Ada en Zilla. Maar ik begin met Kaïn en zijn vrouw die aan het begin staan van dit verhaal. 

"En het geschiedde dat Kaïn een van de dochters van zijn broer tot vrouw nam,
en zij hadden Satan meer lief dan God."
Mozes 5:28

Samen verkozen zij Satan boven God. Vervolgens lezen wij, dat "Satan bezwoer Kaïn dat hij naar zijn bevelen zou handelen. En dat al deze dingen in het geheim werden gedaan". Kaïn zelf zei hierover "ik kan moorden en gewin behalen". Ook kunnen we lezen dat hij "roemde in zijn goddeloosheid". 

In dit zelfde hoofdstuk lezen we ook dat zij, Kaïn en zijn vrouw, kinderen (Henoch), kleinkinderen (Hirad), achterkleinkinderen (Mechujaël) en zelfs achterachterkleinkinderen (Methusaël) kregen. Eén van deze achterachterkleinkinderen, Methusaël, kreeg een zoon met de naam Lamech, en bij hem wil ik stil staan daar hij de echtgenoot is van Ada en Zilla. 

"want Lamech had een verbond gesloten met Satan, naar de wijze van Kaïn,
waardoor hij Meester Mahan werd,
meester van dat grote geheim dat aan Kaïn was bediend door Satan;
en Hirad de zoon van Henoch, die hun geheim kende,
begon het bekend te maken aan de zonen van Adam;"
Mozes 5:49

Daarom sloeg Lamech hem, Hirad, in zijn toorn dood. Niet om voordeel te halen, maar hij doodde hem vanwege de eed. Want sedert de dagen van Kaïn bestond er een geheime vereniging, en hun werken waren in de duisternis.

"en hun werken waren gruwelen en begonnen zich onder alle mensenzonen te verspreiden.
En het bestond onder de mensenzonen.
En onder de mensendochters werden deze dingen niet besproken,
omdat Lamech het geheim bekendgemaakt had aan zijn vrouwen,
en zij stonden tegen hem op en verhaalden deze dingen alom
en hadden geen medelijden;
daarom werd Lamech veracht en uitgeworpen,
en hij kwam niet onder de mensenzonen,
uit angst dat hij zou sterven."
Mozes 5:52-54

De eerste boodschap uit deze verzen is misschien wel dat als je als man een geheim hebt, je dat vooral niet aan je vrouw moet vertellen. Want zoiets kan grote gevolgen hebben, zoals Lamech dat aan den lijve ondervond. Toen Lamech tot zijn vrouwen Ada en Zilla al pochend zei: "Hoor mijn stem, jullie vrouwen van Lamech, luister naar mijn woorden; want ik heb een man gedood tot mijn verwonding, en een knaap tot mijn striem" stonden zij tegen hem op een verhaalden deze dingen alom". Ondanks dat hij hun man was, ondanks dat zij wisten waartoe hij in staat was, gingen zij niet met hem mee in zijn opschepperig verhaal. 

Wat ik ook bijzonder vind is dat zij samen opstonden tegen Lamech. In het Oude Testament kunnen we meer verhalen vinden over polygame relaties, maar in mijn herinnering gingen die allemaal niet bepaald van een leien dakje door onderlinge jaloezie en rivaliteit tussen de vrouwen. Van ons wordt verwacht dat wij de Schriften op onszelf toepassen. Zijn Ada en Zilla, juist voor vrouwen, dan niet een voorbeeld? Want hoe vaak hoor je niet dat vrouwen elkaar de maat nemen. Elkaar kritisch beoordelen op uiterlijk, opvoeding en/of keuzes. In een artikel dat gaat over de proclamatie van het gezin kunnen we lezen dat ouderling Ballard het volgende zei tijdens een zusterconferentie: "We prediken het ideaal, hoewel dat beeld zich niet tot de realiteit weerhoudt, en vertrouwen erop dat Christus' verzoening dit spanningsveld opheft. Wat goed is voor de ene vrouw is misschien niet goed voor de andere. Daarom moeten we elkaars keuzen of de inspiratie erachter vooral niet in twijfel trekken". 

Wat mij ook opviel is, dat doordat zij tegen "Lamech opstonden en dit alom verhaalden" dit tot gevolg had dat Lamech veracht en verworpen werd. In het geval van Lamech betrof het moord, maar zo zijn er meer zaken die niet bedekt mogen worden met de "mantel der liefde". Het artikel Hoe we met mishandeling en misbruik kunnen omgaan is daar een voorbeeld van. In dit artikel worden niet alleen suggesties gegeven voor slachtoffers van mishandeling en misbruik, en hun families, maar ook voor leidinggevenden in de kerk. Ada en Zilla werden gehoord. Daarom werd Lamech "veracht en uitgeworpen". "Leidinggevenden in de kerk mogen een melding van mishandeling of misbruik nooit naast zich neerleggen, en mogen een lid ook nooit ontraden om crimineel gedrag aan te geven. Kerkleiders en -leden houden zich aan alle wettelijke verplichtingen voor het melden van mishandeling en misbruik bij de plaatselijke overheid. In verschillende gebieden geldt echter niet dezelfde meldplicht. In sommige gebieden moeten geestelijken contact met de politie opnemen, terwijl dat in andere gebieden juist niet mag". 

Daarom vind ik de woorden "zij hadden geen medelijden", lastig. Wat voor mij klinkt als niet vrouwelijk genoeg gedrag. Maar wat is vrouwelijk gedrag? Zeker als het onrechtvaardigheid betreft. Hadden ze uit medelijden moeten zwijgen? Daarnaast, zou men het woord medelijden ook gebruikt hebben als een man zo gehandeld zou hebben als Ada en Zilla? In een artikel van de BYU, "When women don't speak" wordt daarover het volgende gezegd: "Gedrag dat bij een man krachtig en besluitvaardig overkomt, kan bij een vrouw als bot en agressief worden geïnterpreteerd. Er bestaat zelfs een term voor: dubbele binding. De dubbele binding is enorm. Toon traditionele vrouwelijke eigenschappen - warmte, zorgzaamheid, openstaan voor iedereen en opdrachten - en anderen zullen je als minder competent beschouwen. Maar neem mannelijke eigenschappen aan - leiderschap, openlijk van mening verschillen, assertief zijn, je mening uiten - en je populariteit neemt af". 





In mijn logje van vorige week haalde ik president Spencer W. Kimball aan. Dit keer maak ik gebruik van een ander artikel, Priesterschapsgezag thuis en in de kerk waarin ook president Kimball wordt aangehaald, echter dit keer net even anders vertaald. Maar in wezen komt het op hetzelfde neer: "We willen niet dat vrouwen in de kerk stille of beperkt aansprakelijke vennoten zijn. Wees alstublieft een medeaansprakelijke vennoot en een medewerkende partner". Voordat je de verkeerde conclusies trekt door het woord "medewerkend", dit is wat ook gezegd wordt in dit artikel: "We hebben gehoord dat er mannen zijn die tegen hun vrouwen zeggen: Ik draag het priesterschap en je moet doen wat ik zeg. Hij verwierp dat misbruik van het priesterschapsgezag in een huwelijk resoluut, en zei dat zo'n man zijn priesterschap niet waardig is." 

Tot slot nog één ander ding wat mij opviel, en dat is dat dit "onder de mensendochters niet besproken werd, omdat Lamech het geheim bekendgemaakt had aan zijn vrouwen". Na wat er met Lamech gebeurd was keken de mannen wel uit. Maar dat betekent niet, ondanks dat de vrouwen niet deel uitmaakten van deze geheime organisaties, dat dit geen invloed had op hun leven als vrouw, moeder en echtgenote en hun gezinnen in het algemeen. Ether 8 is hiervan een "prachtig" voorbeeld.

In Ether 8 gaat het ook over een vrouw. Akish. Zij stond zelfs aan de basis van een geheime organisatie. Akish, die behalve buitengewoon mooi ook nog eens buitengewoon schrander was. Die tegen haar vader zei: "Waarom is mijn vader zo bedroefd? Heeft hij de kroniek niet gelezen die onze vaderen over het grote diep heeft meegebracht? Zie, bestaat er niet een verslag over de ouden, dat zij door hun geheime plannen koninkrijken en grote roem verkregen? En Akish nam hun de eden af, die gegeven waren door de ouden die ook naar macht hadden gestreeft, en die waren doorgegeven van Kaïn af, die vanaf het begin een moordenaar was" (Ether 8:9,15). 

"En het geschiedde dat zij een geheime vereniging oprichtten, zoals de ouden,
welke vereniging boven alles goddeloos en gruwelijk is in de ogen van God;
want de Heer werkt niet door geheime verenigingen, 
evenmin wil Hij dat de mens bloed vergiet;
maar Hij heeft het vanaf het begin van het mensdom in ieder opzicht verboden.
En nu schrijf ik, Moroni, niet over de toedracht van hun eden en verenigingen,
want het is mij bekendgemaakt dat zij bestaan onder alle volken,
 en dat zij bestaan onder de Lamanieten.
En zij hebben de vernietiging veroorzaakt van dit volk waarvan ik nu spreek
en eveneens de vernietiging van het volk van Nephi."
Ether 8:18-21

President Boyd K. Packer heeft ooit een toespraak gegeven waarin hij verwijst naar dit deel van Ether 8: "Wij leven in een tijd van oorlog, de geestelijke oorlog die nooit zal eindigen. Moroni heeft gewaarschuwd dat de geheime verenigingen die door Gadiaton zijn geïntroduceerd bestaan onder alle volken. Daarom o gij andere volken, (en met andere volken wordt hier ook verwezen naar onze generatie), is het wijsheid in het bestel van God dat die dingen u worden getoond, opdat gij u daardoor van uw zonden bekeert en niet toelaat dat die moordzuchtige verenigingen u in hun greep krijgen. De Sherems, Nehors en Korihors leven onder ons. Hun argumenten verschillen niet zoveel van de argumenten waarover in het Boek van Mormon wordt gesproken. En niet alle spotternij komt van buiten de kerk. Dat zeg ik nog eens: niet alle spotternij komt van buiten de kerk. Pas op dat je je niet bij de spotters voegt".  

Nu weten jullie waarom ik niet zomaar aan deze twee vrouwen, Ada en Zilla, kon voorbij lopen. Ze bleven maar fluisteren in mijn oor. Ik kan mij niet herinneren dat zij ooit ter sprake zijn gekomen in een les en waarom er geen aandacht aan hun verhaal werd geschonken. Een stilte die ze volgens mij niet verdienen, juist doordat zij geen stille partners waren en wat wij hieruit kunnen leren. Dit is wat president Russell M. Nelson zei over je laten horen: "Vandaag roep ik mijn zusters in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen dan ook op om naar voren te treden! Neem uw rechtmatige en nodige plaats bij u thuis, in uw gemeenschap en in het koninkrijk van God in - meer dan u ooit gedaan hebt. Ik roep u op om president Kimballs profetie te vervullen. En ik beloof u in de naam van Jezus Christus dat de Heilige Geest uw invloed dan op ongekende wijze vergroten zal!" 

Ada en Zilla, veel weet ik niet van hen, maar wat ik las vond ik inspirerend genoeg om bij stil te staan. Zij zijn mede de reden dat ik niet alleen wil stilstaan bij "zwarte en witte", maar ook bij "man en vrouw". Ik denk dat het Oude Testament vol zit met dit soort inspirerende stofverhalen die ik in geen geval wil missen. 


Lamech met Ada en Zilla

maandag 2 februari 2026

Man en Vrouw



Toen ik nog door het Boek van Mormon reisde heb ik de woorden "allen zijn voor God gelijk"  gebruikt als mijn jaarthema, hoofdzakelijk gezien door de bril van "zwarte en witte". Dit jaar, op mijn ticket staat het Oude Testament, reis ik zonder een bepaald thema. Of ik nu wel of niet gebruik maak van een thema, onderstaande tekst uit het Boek van Mormon is mijn rode draad, waar ik niet alleen allerlei onderwerpen aan kan ophangen, maar ook schriftuurteksten.


Afgelopen week kwam Mozes 6 voorbij waar ik eigenlijk niet bij stil wilde staan. Echter in dit hoofdstuk kwam ik een aantal verzen tegen waar ik niet zomaar aan voorbij kan lopen. Hier in  kunnen we lezen dat Adam aan de Heer vraagt "Waarom is het zo dat de mensen zich moeten bekeren en worden gedoopt in water? En de Heer zei tot Adam: Zie, Ik heb u uw overtreding in de hof van Eden vergeven". En dan wordt er dit gezegd: 

"Hierdoor is het gezegde alom onder het volk gekomen 
dat de Zoon van God verzoening heeft gedaan voor de oorspronkelijke schuld,
waardoor de zonden van de ouders niet op het hoofd van de kinderen kunnen neerkomen,
want zij zijn rein vanaf de grondlegging van de wereld."
Mozes 6:54

In de dagen van Mormon had men zelfs een woordenstrijd over dit onderwerp. Moroni kreeg toen de opdracht van zijn vader Mormon mee om dit te onderwijzen: "...dat kleine kinderen levend zijn in Christus, ja, vanaf de grondlegging van de wereld; zo niet, dan is God een partijdig God, en ook een veranderlijk God en een aannemer des persoons; want hoeveel kleine kinderen zijn er niet zonder de doop gestorven!" (Moroni 8). 

De Leer en Verbonden bevestigd dit: "Maar zie, Ik zeg u dat kleine kinderen vanaf de grondlegging van de wereld door mijn Eniggeborene zijn verlost" (Leer en Verbonden 29:46). "Iedere mensengeest was in het begin onschuldig en omdat God de mens van de val heeft verlost, zijn de mensen, in hun kinderlijke staat, wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God" (Leer en Verbonden 93:38). Vandaar dat we in de Geloofsartikelen kunnen lezen dat wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding" (vers 2), dus ook niet voor de 'overtreding' van Kaïn. En ons wordt gevraagd niet te speculeren "over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan op hem van toepassing was

Nu heb ik weer stil gestaan bij Kaïn, maar waar ik eigenlijk bij stil wil staan is mijn rode draad tekst uit het Boek van Mormon:

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33 

Deze allen-zijn-gelijk-voor-God tekst uit het Boek van Mormon, gaat niet alleen over "zwart en wit". In deze tekst wordt ook gesproken over "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt...man en vrouwallen zijn voor God gelijk". 

President Spencer W. Kimball zei het volgende over deze gelijkheid: "De Schriften en de profeten hebben ons duidelijk geleerd dat er bij God, die wat rechtvaardigheid betreft volmaakt is, geen aanneming des persoons is (Handelingen 10:34). We waren als zijn geestkinderen volledig gelijkwaardig. We zijn ook gelijkwaardig als ontvangers van Gods volmaakte liefde. Wijlen ouderling John A. Widtsoe heeft geschreven: De plaats van de vrouw in de kerk is naast de man, niet vóór hem en niet achter hem. In de kerk zijn man en vrouw volledig gelijkwaardig. Het evangelie is door de Heer voor zowel de man als de vrouw ingesteld". Een jaar eerder, in 1978, het jaar dat president Kimball de openbaring op het priesterschap ontving, zei hij dit: "Wij willen niet dat onze LDS-vrouwen stille of beperkte partners zijn...Wees een actieve en volwaardige partner."

President Dallin H. Oaks: "In de gezinsproclamatie staat dat de vader in het gezin presideert. Hij en zijn vrouw hebben afzonderlijke taken, maar zij hebben de plicht om elkaar als gelijkwaardige partners met deze heilige taken te helpen. Een aantal jaren voor de gezinsproclamatie gaf president Spencer W. Kimball deze geïnspireerde uitleg: Als we het over het huwelijk als een partnerschap spreken, laten we het dan hebben over een volledig partnerschap. We willen niet dat onze zusters in die eeuwige opdracht een stille of beperkt aansprakelijke partner zijn. Wees alstublieft een bijdragende en volledige partner."

Zo tussendoor, naast zwarte en witte, wil ik dus ook aandacht geven aan man en vrouw. Soms als één geheel, soms los van elkaar. Al gaat mijn voorkeur in de eerste plaats uit naar de vrouw. Misschien zelfs gezien door de bril van vrouw en het priesterschap. In de Liahona kwam ik een vraag tegen die daar mee te maken heeft: "Hoe kunnen we de band tussen vrouwen en de macht van het priesterschap beter begrijpen...". Er worden verschillende antwoorden gegeven. Onder andere dit: "Ten eerste kunnen we nederig proberen de waarheden te begrijpen die met het priesterschap verband houden, en in het bijzonder de recente leringen van kerkleiders". Dit pad van de waarheden van het priesterschap begrijpen aan de hand van wat recente kerkleiders er over hebben gezegd, ben ik aan het bewandelen. Uiteraard probeer ik dat dit jaar zoveel mogelijk te doen door de bril van het Oude Testament. En voor de rest, zoals de wind waait.... 

" In de ogen van God zijn
zijn vrouwen en mannen gelijkwaardig,
hoewel zij verschillende rollen vervullen,
hetzij in de kerk, hetzij in het gezin."



maandag 26 januari 2026

Speculaties rond de vloek van Kaïn

 

"En de HEERE zette een teken op Kaïn,
zodat niemand die hem zou vinden, 
hem zou slaan."
Genesis 4:15

De afgelopen weken heb ik een aantal logjes geschreven over onze ware identiteit en labels. In mijn laatste berichtje over dit onderwerp haalde ik de evangelieverhandeling ras en priesterschap waarin we het volgende kunnen lezen: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarten of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden."

De afgelopen periode heb ik ook een een aantal logjes geschreven die gingen over of je racisme kunt bestrijden zonder bewustwording. Het antwoord daarop was dat het vrijwel onmogelijk is en ik ben het, zeker kijkend naar wat er in het verleden onderwezen is en hoe dat doorwerkt in het heden, daar meer eens. En of dit nu wel of niet uit onwetendheid gebeurd, het is een vorm van racisme, dat we, net zoals onze kerkleiders, behoren te veroordelen.  

In de evangelieverhandeling Ras en Priesterschap kunnen we onder andere ook lezen dat president Brigham Young "in januari en februari twee toespraken gaf in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten. Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstammen van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. De vloek van Kaïn werd vaak gebruikt als argument voor de beperking op het priesterschap en de tempel. Rond de eeuwwisseling vond een andere verklaring ingang: er werd gezegd dat zwarten in de voorsterfelijke strijd tegen Lucifer niet geheel kloekmoedig waren geweest, en dat ze daarom werden uitgesloten van de zegeningen van het priesterschap en de tempel”.

In Race and The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints kun je het volgende lezen over het bovenstaande: "Brigham Youngs verklaring voor de beperking was gebaseerd op destijds gangbare ideeën die zwarte mensen identificeerden als afstammelingen van de Bijbelse figuren Kain en Cham. De Kerk heeft deze rechtvaardiging voor de beperking sindsdien verworpen, evenals latere rechtvaardigingen die suggereerden dat de beperking haar oorsprong vond in het leven vóór de aarde". Aan Cham wil ik nog geen aandacht geven. Misschien later. Voor nu wil ik stil staan bij de vloek van Kaïn. Niet zoals het beschreven staat in Genesis 4, maar aan de hand van Mozes 5.

Vloek van Kaïn
36: En nu zult u vervloekt zijn wat de aardbodem betreft, die zijn mond heeft geopend om het bloed van uw broer te ontvangen uit uw hand.
37: Wanneer u de grond bebouwt, zal deze u voortaan niet zijn kracht geven. Een vluchteling en een zwerver zult u zijn op de aarde.
38: En Kaïn zei tot de Heer: Satan heeft mij verzocht wegens de kudden van mijn broer. Ook was ik verbolgen; want zijn offer hebt U aangenomen en het mijne niet; mijn straf is groter dan ik dragen kan.
39: Zie, U hebt mij heden verdreven voor het aangezicht van de Heer, en voor uw aangezicht zal ik verborgen zijn; en ik zal een vluchteling en een zwerver op de aarde zijn; en het zal geschieden dat wie mij aantreft mij zal doden, wegens mijn ongerechtigheden, want deze dingen zijn niet verborgen voor de Heer.
Teken van Kaïn
40: En Ik, de Heer, zei tot Hem: Wie u ook doodt, op hem zal zevenvoudig wraak genomen worden. En ik, de Heer, stelde een teken aan Kaïn, opdat niemand die hem aantrof hem zou doden.

Dit is wat we in Scripture Helps kunnen vinden over bovenstaande verzen: “God vervloekte Kaïn omdat hij zijn broer had vermoord. De vloek van Kaïn hield in dat er geen gewassen meer op de grond zouden groeien, dat hij als een voortvluchtige zou rondzwerven en dat hij van de aanwezigheid van de Heer zou worden gescheiden. God plaatste ook een 'teken' op Kaïn, een teken voor anderen om geen wraak te nemen en hem niet te doden. Het is onduidelijk wat Kaïns teken precies inhield, hoewel er veel over gespeculeerd is. Recent onderzoek wijst uit dat het Hebreeuwse woord voor teken 'normaal gesproken niet verbonden is aan fysieke verschijningsvormen of kenmerken'. In plaats van een fysiek teken verwijst het Hebreeuws naar daden die Kaïn tot een 'gemarkeerde man' maakten, wat betekent dat de mensen wisten wie hij was en dat ze hem met rust moesten laten en God zijn straf moesten laten voltrekken. We moeten vermijden dat we speculeren over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was. De Kerk verwerpt en veroordeelt raciale en culturele vooroordelen in welke vorm dan ook. President Russell M. Nelson leerde: "Ik verzeker u dat uw positie voor God niet wordt bepaald door de kleur van uw huid. Gunst of ongunst bij God hangt af van uw toewijding aan God en Zijn geboden, en niet van de kleur van uw huid." Wat mij met name op viel aan het bovenstaande stuk was het gebruik van het woord speculeren. Een woord dat je ook kunt tegenkomen in de evangelieverhandeling. "In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". 

In het verleden het ik ook een aantal stukjes geschreven over het onderscheid maken tussen de vloek en het teken onder de titel De bril die je draagt. Alleen toen betrof het de Lamanieten, een volk uit het Boek van Mormon. Ik vergeleek toen de kleur van de huid met geld. Geld is op zich neutraal, tot je het uitgeeft. Dan verliest geld zijn neutraliteit. Daarom tot slot nog deze vraag en tevens het antwoord daarop, die ik niet los kan zien van dit onderwerp: "Wat is het standpunt van de kerk ten aanzien van witte suprematie? Er zijn sommigen binnen de verschillende pro-witte en witte suprematistische gemeenschappen die beweren dat de Kerk neutraal staat tegenover hun standpunten of deze zelfs steunt. Niets is minder waar. In het Nieuwe Testament zei Jezus: U zult de HEER, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en grootste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naasten liefhebben als uzelf (Mattheus 22:37-39). Het Boek van Mormon leert dat allen gelijk zijn voor God (2 Nephi 26:33). Witte suprematistische opvattingen zijn moreel verkeerd en zondig, en wij veroordelen ze. Kerkleden die een witte cultuur of een agenda van witte suprematie promoten of nastreven zijn niet in overeenstemming met de leer van de Kerk."

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33


Kaïn vermoordt Abel




maandag 19 januari 2026

4. Onze ware identiteit en labels


"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid." 
President Spencer W. Kimball


Tijdens de algemene conferentie van 2020 zei ouderling Quentin L. Cook het volgende: "Laten we onszelf op dit keerpunt van tweehonderd jaar kerkgeschiedenis vast voornemen om rechtschapen te leven en eensgezinder te zijn dan ooit tevoren. Met onze geheel inclusieve leer kunnen wij een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren". 

Tijdens deze zelfde conferentie zei president Dallin H. Oaks dit: "En er is onrecht geweest. In het openbare leven en in onze persoonlijke opvattingen hebben we racisme en daarmee gepaarde grieven gehad. In een aangrijpende persoonlijke verhandeling heeft eerwaarde Theresa A. Dear van de National Association for the Advancenment of Colored People (NAACP) ons erop gewezen dat racisme gedijt waar sprake is van haat, verdrukking, samenspanning, passiviteit, onverschilligheid en zwijgzaamheid. We moeten als burgers en leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer doen om racisme uit te bannen. 

En ook president Russell M. Nelson sprak tijdens deze conferentie: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israel wordt vergaderd is groot. Er is ruimte voor ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israel beloofd heeft! Ieder van ons heeft goddelijk potentieel omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald. Of u wel of niet bij God in de gunst staat is afhankelijk van uw toewijding aan God en zijn geboden, en niet van uw huidskleur. Het bedroeft mij zeer dat onze zwarte broeders en zusters over de hele wereld door racisme en vooroordeel zo veel ellende te verduren hebben. Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding of handeling die door vooroordeel wordt ingegeven. Ik smeek u om respect voor al Gods kinderen te bevorderen". 

"Zwarte Heiligen der Laatste Dagen noemden deze verklaring van president Nelson historisch". Over historisch gesproken, ik vond dat ook van de evangelieverklaring Ras en het priesterschap. Ondanks dat ik amen kan zeggen op al het bovenstaande ervaar ik een 'maar' gevoel. De opdracht is racisme uitbannen, heden en verleden. Kunnen we dit echter uitbannen zonder bewustwording? En hoe geef je handen en voeten aan dit uitbannen? Hoe ziet dat er in de praktijk dan uit? Kijkend naar wat Theresa A. Dear van het NAACP zei, die door president Oaks werd geciteerd, viel mij het woord zwijgzaamheid op. Was ik zelf jaren niet zwijgzaam geweest over mijn eigen ervaringen, zelfs als de openbaring op het priesterschap werd besproken? Echter, die zwijgzaamheid doorbreken bleek in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn en liep ik tegen dingen aan zoals 'profeten maken geen fouten'. 

De kerk heeft een artikel geschreven over de rol van profeten. Dit artikel gaat ook in op de feilbaarheid van profeten. Interessant is trouwens ook deze opmerkingen over unanimiteit: " De leer wordt verklaard en uitgelegd door de president van de kerk, waarbij het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf hem ondersteunen. Zij handelen unaniem, volgens het patroon in Leer en Verbonden 107:27-31". Gelukkig, ondanks alles, is mijn moeder niet weggerend. Waar ik het echter over wil hebben is wat te doen met sommige boeken van de kerk. Boeken hebben geen mond. Ze staan stil in de kast, mij om het even in welke kast, maar ze spreken wel degelijk.

Het is geweldig, behalve dan...


behalve dan de minder leuke stukjes.
Met wat voor films en muziek voed jij je geest?


Op bovenstaande poster heeft men het over films en muziek, maar hoe zit het met sommige kerkboeken? Boeken die geweldig zijn...op de racistische stukjes na dan. 



Wie van de oudere generatie, en daar reken ik mij zelf ook toe, is niet groot gebracht met deze boeken van Joseph Fielding Smith? En dat Shawn Crank zegt dat hij altijd quotes ziet van deze boeken, daar heeft hij helemaal gelijk in. Tijdens de afgelopen oktober conferentie citeerde president Oaks nog uit deel 1 (zie voetnoot 6) door president Joseph Fielding Smith te citeren. 


Deze boeken zijn nog steeds te verkrijgen, en zoals je in de beschrijving kunt lezen, een 'must have' voor Heiligen der Laatste Dagen. En ook bij ons in de kerkmediatheek staan ze nog volop. Alleen, je voelt hem al aankomen, ik zie tevens de insect. De insect van racisme. 

De Leer tot Zaligmaking, deel 1:
- blz. 63: "Er is een reden waarom de ene mens wordt geboren met een zwarte huid en met andere nadelen, terwijl de ander wordt geboren met een blanke huid en grote voordelen. Deze reden is dat wij, voordat wij hier kwamen, reeds bestonden en in mindere of meerdere mate gehoorzaam waren aan de wetten die ons daar werden gegeven. Zij die daar in alle opzichten getrouw waren ontvingen grotere zegeningen hier, en zij die niet standvastig waren ontvangen minder."
- blz. 67: "Bij de oorlog in de hemelen was geen sprake van neutrale partijen. Allen hebben partij gekozen, hetzij voor Christus, hetzij voor Satan. Ieder had daar beschikking over zijn vrije wil, en de mensen ontvangen hier beloningen op grond van wat zij daar hebben gedaan, net als zij in het hiernamaals beloningen zullen ontvangen voor de in het lichaam verrichte daden. De negers zullen, dat is duidelijk, de beloning ontvangen die zij verdienen."
- blz. 139: "Tubal-Kaïn was de vader van alle smeden, lang voor de zondvloed kwam. Toch hebben in het midden van de negentiende eeuw, toen Speke Grant, Livingstone en andere de ontdekkingsreizen maakten naar de binnenlanden van Afrika, de afstammelingen van Kaïn aangetroffen die nog als wilden in het 'stenen tijdperk' leefden. Columbus zag in 1492 dat het 'stenen tijdperk' nog lang niet voorbij was. Zo troffen pioniers in 1847 in Utah vergelijkbare toestanden in de dalen van onze bergen aan." Dit is slechts een klein gedeelte van pagina 139.  

Leer tot Zaligmaking, deel 2:
- blz. 56: De enige zielen die ter wereld komen en aan beperkingen onderhevig zijn, zijn de negers. Zij kunnen het priesterschap niet dragen; maar negers mogen wel worden gedoopt, en we hebben in de kerk veel negers. Met welk recht of om welke reden zullen wij daarom onschuldige kinderen het recht ontzeggen het celestiale koninkrijk binnen te gaan, of ze nu zwart, bruin of geel zijn, als die kinderen, in alle onschuld en zonder zonden, jong sterven? Als een neger het celestiale koninkrijk kan verwerven door zich te laten dopen, en de Chinezen en de Japanners of welke ras dan ook, zou het dan consequent zijn kinderen het recht te ontzeggen dit rijk binnen te gaan alleen omdat zij onder ongunstige omstandigheden werden geboren?

Leer tot Zaligmaking, deel 3:
- blz 148: Eén van het bloed van Kaïn mag, als hij zich werkelijk bekeert, gedoopt en lid van de kerk worden en een patriarchale zegen ontvangen. Sommige negers die lid van de kerk zijn hebben een patriarchale zegen ontvangen. 

In de mediatheek van de kerk stond nog een boekje van Joseph Fielding Smith. Ik neem daar ook maar gelijk een aantal uitspraken uit mee. 

De weg naar volmaking:
- blz. 50: Dat de neger bijvoorbeeld beperkingen zijn opgelegd wegens hun houding in de geestenwereld zal door weinige worden betwijfeld. Het zou niet rechtvaardig zijn als hun de macht van het Priesterschap zou worden onthouden, indien dat niet een straf zou zijn voor enige daad of daden vóór hun geboorte begaan. Toch komen zij, gelijk alle andere geesten die in deze wereld werden geboren, onschuldig voor God, voor zover het hun sterfelijk bestaan betreft. Hier kunnen zij onder bepaalde beperkingen hun tweede staat volbrengen. Indien zij in deze staat trouw blijken te zijn zal onze eeuwige Vader, Die rechtvaardig en waar is, het ongetwijfeld dienovereenkomstig belonen en zullen zij enige zegeningen tot verhoging ontvangen.
- blz 53: Is het niet redelijk te geloven dat de Here de uitverkoren geesten voor de beste klasse naties zou uitkiezen? En is het niet redelijk te geloven dat minder waardige geesten voor een minder begunstigd geslacht worden bestemd? Is dat niet in hoge mate de verklaring van de rassen in al hun verscheidenheid van kleur en intelligentie die wij in de wereld aantreffen? 
- blz. 100; Niet alleen dat Kain moest lijden, maar door zijn goddeloosheid werd hij de vader van een minderwaardig ras. Een vloek werd over hem uitgesproken en die vloek heeft zich over zijn nakomelingschap voortgezet zolang de tijd duurt. Miljoenen zijn met de vloek van een zwarte huid in de wereld gekomen en werden het voorrecht van het priesterschap en de volledige zegeningen van het Evangelie onthouden. Deze zijn de afstammelingen van Kaïn. Bovendien heeft men hen van het begin afgescheiden gehouden van de rest van het mensdom. Henoch zag de mensen van Kanaän, de afstammelingen van Kaïn, en hij zegt: ...er kwam een zwarte kleur op alle kinderen van Kanaän, dat zij onder alle mensen werden veracht...En Henoch ging voort het ganse volk tot bekering te roepen behalve het volk van Kanaän  (Mozes 7:8,12). Billijkheidshalve moet worden gezegd dat er onder de nakomelingen van Kaïn velen zijn geweest die rechtschapen waren en in deze tweede staat zo goed mogelijk leefden volgens het licht dat zij hadden. Laten wij bidden dat de Here hen wegens hun onkreukbaarheid zal zegenen met enige zegeningen van verhoging, indien niet de volheid. Maar wat een contrast! 

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Want in dit boekje, De weg naar volmaking, wordt ook stil gestaan bij woorden van president Brigham Young, bij Cham, Egyptus en het volk van Kanaän (zie Mozes 7). Wil ik hiermee zeggen, vanwege de insecten, dat deze boeken in het water gegooid kunnen worden of dat de naam van de Brigham Young universiteit veranderd moet worden? Nee. Maar het geeft wel aan waarom ik ervoor gekozen heb om vier jaar door de Schriften te reizen aan de hand van de standaardwerken. Juist omdat ik zelf opnieuw mijn Schriften moest leren lezen, los van deze teksten van het verleden. Een proces dat nog steeds gaande is. Dit is ook waarom ik bijvoorbeeld soms zo de nadruk leg op de HOE van de herstelling. Dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk herstelde er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Dit veranderde na de dood van Joseph Smith. Of het verbond van Abraham, omdat in het oude gedachtengoed zwarte mensen van Afrikaanse afkomst hiervan uitgesloten waren, wat vaak ook doorwerkte in hun patriarchale zegens. Daarnaast, vergeet niet dat er veel exemplaren van deze boeken zijn verkocht en evenveel leden van de kerk hierdoor zijn beïnvloed, zoals Brad Wilcox die zich verontschuldigde voor een onjuiste uitspraak over zwarte mensen en het priesterschap. Wat een voorbeeld is van hoe woorden uit het verleden doorwerken in het heden. 

Tot slot nog twee dingen. Allereerst dit. In het verleden heb ik een stukje geschreven dat ik de titel Stof heb gegeven. Dat logje gaat over Bruce R. McConkie die president Joseph Fielding Smith aanhaalt die het volgende heeft gezegd: "Het maakt geen verschil wat er geschreven staat of wat iemand heeft gezegd. Als wat er gezegd wordt in strijd is met wat de Heer heeft geopenbaard, dan kunnen we dat opzij zetten. Mijn woorden en leringen van ieder ander lid van de Kerk, hoog of laag, als ze niet in overeenstemming zijn met de openbaringen, hoeven we ze niet te accepteren. Laten we deze kwestie duidelijk hebben. Wij hebben de vier standaardwerken aanvaard als maatstaf, of weegschaal, waaraan wij de leer van ieder mens afmeten. Je kunt de boeken die door de autoriteiten van de Kerk zijn geschreven niet als standaarden in de leer aanvaarden, alleen voor zover ze in overeenstemming zijn met het geopenbaarde woord in de standaardwerken. Elke man die schrijft is verantwoordelijk voor wat hij schrijft. Niet de kerk. Als Joseph Fielding Smith iets schrijft dat niet in overeenstemming is met de openbaringen, dan is ieder lid van de kerk verplicht het te verwerpen. Als hij datgene schrijft wat in perfecte harmonie is met het geopenbaarde woord van de Heer, dan zou het aanvaard moeten worden". 

En ten tweede de evangelieverhandeling ras en het priesterschap die ik, zoals ik al zei, als historisch heb ervaren. Daarin staat namelijk het volgende: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarte of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden. De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat uit het tweede boek van Nephi: 'De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk". 

"U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen
die te maken hebben met uw eeuwige aard
en uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid." 
President Spencer W. Kimball

dinsdag 13 januari 2026

3. Onze ware identiteit en labels

 

Het lijkt er toch op dat ik nu al mijn tent heb opgeslagen, terwijl het jaar nog maar net begonnen is. Ik ben bang dat ouderling Jeffrey R. Holland met zijn uitspraak over goede voornemens, "je hebt er maar vijf gemaakt en er al vier verbroken" gelijk gaat krijgen. Vorige week heb ik twee stukjes in één week geschreven. Daarnaast wilde ik nog niet stil staan bij één bepaalde 'volg Mij' les, wat ik nu toch doe.  

De Heer nu had mij, Abraham, de intelligenties getoond 
die waren georganiseerd eer de wereld was:
en onder al deze waren er velen van de edelen en groten;
Abraham 3:23

Deze tekst gaat over ons. "Alle mensen zijn zoons en dochters van een liefdevolle Vader in de hemel. Als letterlijk kind van God, geestelijk verwekt in het voorsterfelijk leven, heeft ieder mens een goddelijk, eeuwig potentieel".

"Omdat we allemaal Gods kinderen zijn, is ieder mens die ooit op aarde geboren is onze geestelijke broer of zus. En omdat we Gods geestelijke kinderen zijn, hebben we allemaal het potentieel geërfd om Zijn goddelijke eigenschappen te ontwikkelen. Door de genade van Jezus Christus en Zijn verzoenend offer, dat ons in staat stelt onze zwakheden, zonden en de dood te overwinnen, kunnen we op onze hemelse Vader gaan lijken en een volheid van vreugde ontvangen. We hadden allemaal onze eigen identiteit in de hemel. We weten bijvoorbeeld dat we zonen en dochters waren van hemelse ouders – dat we een eeuwige identiteit hebben als man en vrouw. We werden ook gezegend met verschillende talenten en gaven, en we werden geroepen om specifieke dingen op aarde te doen". In deze verzen wordt niet alleen gesproken over dat we kinderen van God zijn, maar ook over 

voorsterfelijke diversiteit



Met andere woorden, zoals we kunnen lezen in Het gezin: een proclamatie aan de wereld: "Ieder mens - man of vrouw- is geschapen naar het beeld van God. Ieder is een geliefde geestzoon of -dochter van hemelse Ouders, en als zodanig heeft ieder een goddelijke aard en bestemming". President Boyd K. Packer zei dat "hoeveel generaties er ook in je aardse stamboom zijn, van welk ras of volk je ook afstamt, de stamboom van je geest is op één enkele regel te zetten. Je bent een kind van God". Dat is onze ware identiteit. 

President Kimball zei ooit dit: "U dient allemaal de waarheden van het evangelie tot u te nemen die te maken hebben met uw eeuwige aard van uw eigen identiteit en unieke persoonlijkheid. U dient steeds meer de volmaakte liefde van onze Vader in de hemel te voelen en te begrijpen dat Hij u als persoon waardeert". 


Er is echter ook een 'maar' gevoel. Voordat ik verder kan reizen door het Oude Testament, onderweg genietend van mijn ijsje, moet ik eerst een insect verwijderen. 
 

vrijdag 9 januari 2026

2. Onze ware identiteit en labels

 

De onlangs overleden ouderling Jeffrey R. Holland zei ooit dit in een toespraak: "Het begin van een nieuw jaar is traditioneel het moment om de balans op te maken van ons leven en te kijken waar we naartoe gaan, afgemeten aan waar we vandaan komen. Ik wil het niet met je hebben over goede voornemens, want je hebt er maar vijf gemaakt en er al vier verbroken. (Die laatste geef ik nog een week)". 

Deze toespraak van ouderling Holland vind ik geweldig om verschillende redenen. Eén daarvan is wat hij zegt over die doelen die aan het begin van het jaar gesteld worden. Dat betekent niet dat ouderling Holland zegt dat je ze niet moet stellen. "Ik wil het met je hebben over het verleden en de toekomst, niet zozeer in termen van nieuwjaarsvoornemens op zich, maar meer met het oog op elke periode van overgang en verandering in je leven - en die momenten komen vrijwel elke dag voor". 

Een andere reden is deze: "Een van de doelen van de geschiedenis is ons levenslessen te leren". Hij haalt dan George Santayana aan: "Wie het verleden niet kan herinneren, is gedoemd het te herhalen". Een uitspraak die ik al eerder op mijn blog gedeeld heb




In het lesmateriaal van deze week las ik het volgende: "Hoewel we niet alles weten over de schepping van de wereld, is interessant om te zien wat God over de schepping heeft geopenbaard. Wat leert God je daarover? Waarom wil Hij dat je die dingen weet? Denk over deze verhalen na en overweeg wat je hierdoor over onze hemelse Vader, Jezus Christus, de wereld en jezelf te weten komt". 

Ondanks dat ik ook vooruit wil kijken, ontkom ik ook niet aan terugkijken. Omdat dit soms voor mij de enige manier is om iets uit te leggen en tevens verklaard waarom ik opnieuw mijn Schriften moest leren lezen. Vandaar ook dat mijn reisticket gekoppeld is aan het 'Kom dan volg Mij' lesschema die door de standaardwerken gaat. 


"En God zeide: Laat ons mensen maken, 
naar Ons beeld,
naar Onze gelijkenis;"
Genesis 1:26

Ik weet niet meer op welk moment ik precies besloot door de Schriften te reizen met een speciaal treinkaartje, maar ik weet wel dat onderstaande video van de kerk, die ik vier jaar geleden, aan het begin van het Oude Testament jaar deelde, de eerste stap in die richting is geweest. Degene die je ziet in deze video is Darius Gray, die aan de basis stond van de Genesis Groep. De Genesisldgroup werd "in 1971 georganiseerd onder leiding van leden van het Quorum van de Twaalf Apostelen om zwarte zusters en broeders te ondersteunen en te sterken". Ik schreef toen 'dat ik nog een heleboel meer zou kunnen zeggen, maar ik denk voor nu dat dit voldoende is. Ongetwijfeld, mezelf kennende, zal dit onderwerp zeker vaker, of het nu links of rechts is, voorbij komen'. Dat het zo vaak zou zijn had ik van te voren niet bedacht. "Het kan verkeren". 



Diversiteit is goed


Net zoals ik van te voren niet bedacht had dat ik terug zou komen op onze ware identiteit en labels. En dat ik nog een keer de afbeelding van vorig jaar zou gaan gebruiken, maar nu dan met een andere tekst: Ik ben een kind van God. En dat ik daarover zou schrijven in combinatie met diversiteit is goed. Ouderling John C. Pingree jr. heeft een toespraak gegeven die dit alles samen brengtOnze goddelijke identiteit beïnvloedt onze verbondenheid en ons wordingsproces 

De titel zie ik als een samenvatting van deze woorden: "Het is belangrijk om op te merken dat er een verschil is tussen erbij horen en verbondenheid. René Brown, een Amerikaanse onderzoekshoogleraar en auteur heeft gezegd: Erbij horen en verbonden zijn is niet hetzelfde. Sterker nog, erbij horen is een van de grootste hindernissen voor verbondenheid. Erbij horen draait om een situatie inschatten en worden wie we moeten zijn om geaccepteerd te worden. Maar om verbonden te zijn, hoeven we niet te veranderen wie we zijn; we moeten juist zijn wie we zijn. Onze goddelijke identiteit kennen is van essentieel belang voor zinvolle verbondenheid; anders besteden we tijd en moeite aan onszelf veranderen, omdat we geaccepteerd willen worden op plaatsen die onze eeuwige aard geen recht doen of er niet mee in overeenstemming zijn. Bovendien kan onze keuze om erbij te horen tot veranderingen in onze waarden en gedrag leiden als we ons aan de normen van de groep aanpassen. Na verloop van tijd kan onze keuze waar we bij willen horen beïnvloeden wie we worden". 

Wat ook te maken heeft met diversiteit: "Als we onze goddelijke afkomst in gedachten houden, brengt onze diversiteit ons meer schoonheid en rijkdom. Ondanks onze verschillen zien we onszelf als broeders en zusters. We respecteren elkaar en leren van elkaar. We streven ernaar anderen steun te bieden om verbondenheid te voelen, vooral als hun eigenschappen en ervaringen van de onze verschillen. We zijn God dankbaar voor de verscheidenheid in zijn scheppingen". 

Ouderling Pingree: "We woonden in het voorsterfelijk leven allemaal bij God. Wij zijn naar zijn beeld geschapen. Hij heeft een plan ontworpen waarmee we zoals Hij kunnen worden. Zijn plan van geluk houdt in dat we op aarde een stoffelijk lichaam krijgen, kennis opdoen en uiteindelijk naar ons hemelse huis terugkeren om in eeuwige vreugde bij Hem te wonen. God heeft geopenbaard: Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen. Het is haast onvoorstelbaar, maar wij zijn zijn werk en heerlijkheid! Dat zegt iets over onze enorme waarde voor Hem". 




Vandaar dat ouderling Quentin L. Cook zei dat "met onze geheel inclusieve leer kunnen we een oase van eenheid zijn waar diversiteit gevierd wordt. Eenheid en diversiteit zijn geen tegengestelden. We kunnen meer eenheid bereiken als we een inclusieve sfeer en respect voor diversiteit cultiveren. Allen zijn uitgenodigd om aan zijn goedheid deel te hebben; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; en Hij is de heidenen indachtig en allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken". 

"En God schiep den mens naar Zijn beeld;
naar het beeld van God schiep Hij hem,
man en vrouw schiep Hij ze.
En God zag al wat Hij gemaakt had, 
en ziet, het was zeer goed. 
Genesis 1:27,31

maandag 5 januari 2026

1. Onze ware identiteit en labels


"Want zie,
dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39


Als ik opnieuw alleen voor de HOE van de herstelling zou gaan, dan zou ik zeker als jaarthema kiezen "dit is mijn werk en mijn heerlijkheid". Er zijn echter nog meer onderwerpen die mij aanspreken, die de afgelopen jaren een beetje onder gesneeuwd zijn geraakt is, waar ik, zeker nu ik door het Oude Testament reis, ook aandacht aan wil geven. Daarom, met een zeker spoor van pijn in mijn hart, laat ik deze zin los, ondanks dat alles terug te leiden is naar het Plan van Zaligheid, waar Christus het middelpunt van is. "Heilige verordeningen en de goddelijke autoriteit om ze te bedienen, zijn niet ontstaan met de herstelling van het evangelie en de stichting van de moderne kerk in 1830. 

Dat wil echter niet zeggen dat ik gedurende mijn reis door het Oude Testament geen aandacht zal geven aan de woorden "dit is mijn werk en mijn heerlijkheid". Al was het alleen maar vanwege de vragen "Wat is Gods werk, en welke rol spelen wij daarin?" en "Wie zijn wij?" of 


"ben ik een eend of een zwaan?"




Vragen die alles te maken hebben met deze opmerking "Als kind van God heb ik een goddelijke bestemming", wat ook een terugkerend thema is in het Oude Testament. Over jezelf zien als een eend of een zwaan zei president Russell M. Nelson het volgende. "Hoe je denkt over wie je werkelijk bent, is van invloed op bijna elke beslissing die je ooit neemt". 





Omdat uit dit denken je handelen voortvloeit is de Heer er alles aan gelegen om jou te doen beseffen dat je een zwaan bent. Vandaar dat president Nelson zei dat "als de Heer tot je zou spreken Hij ervoor zou zorgen dat je je ware identiteit zou begrijpen."  Daarom is het zo belangrijk dat je "de waarheid kent over wie je bent". 

In deze toespraak over 'kiezen voor de eeuwigheid' heeft president Nelson het ook over labeling. "De tegenstander is gek op labels omdat ze verdeeldheid scheppen en beperkend werken op hoe wij over onszelf en elkaar denken." Ik zou nu al mijn tent kunnen opslaan en voor een paar dagen stil kunnen staan bij 'hoe we over onszelf denken' en 'hoe wij over elkaar denken', wat onder andere blijkt uit het verhaal van het lelijke eendje. "Het is verdrietig als we labels meer in ere houden dan we elkaar in ere houden”. 

"Labelingzoals dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk bestaan, "kan uitlopen op vooroordelen en vijandigheden" al is dit juist niet waar ik bij stil wil staan. En toch ook wel weer, maar dan gezien door deze woorden "Als de Heer tot je zou spreken zou Hij ervoor zorgen dat je je ware identiteit zou begrijpen". President Nelson’s woorden "Als de Heer tot je zou spreken” zijn voor mij niet zomaar wat loze woorden. Zeker kijkend naar wat de Heer tot mij zegt over "mijn ware identiteit" door middel van mijn patriarchale zegen. Daarnaast leerde ik door mijn zegen dat een zwarte huid die op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk bestaan zou wijzen, waar ik mee grootgebracht ben, een fabel is. 
Toen ik de Liahona van deze maand opensloeg zag ik de naam Ahmed S. Corbitt staan. Meerdere keren heb ik op mijn blog al naar hem verwezen. Dit vanwege zijn essay en zijn bijdrage aan het boekje Stay Thou Nearby, waardoor een aantal dingen die hij zegt in dit artikel niet nieuw voor mij waren, zoals de woorden, "die betrekking hebben op hoe we ervoor kunnen zorgen dat we geen kritische houding jegens profeten en apostelen ontwikkelen: "Veroordeel mij niet wegens mijn onvolmaaktheid, zei Moroni, noch mijn vader wegens zijn onvolmaaktheid, noch hen die vóór hem hebben geschreven; maar dank liever God dat Hij u onze onvolmaaktheden heeft onthuld, opdat u zult leren wijzer te zijn dan wij geweest zijn, (Mormon 9:31)". 

Ouderling Corbitt zegt echter ook iets in dit artikel waarvan ik kan getuigen dat het zo is: "Naarmate ons geloof in Christus en ons vertrouwen in God toenemen, kijken we vooruit met een oog vol geloof en zien we dat hun beloften worden vervuld". Wat in mijn patriarchale zegen stond, en waar ik toen geen woorden voor had, werd jaren later bevestigd door deze woorden uit de 'evangelieverhandeling ras en het priesterschap': "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: …een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven". "Geloof is richtinggevend" en dat is een patriarchale zegen ook. Geen moment echter had ik, zeker als grijs zwanenkuiken die ik toen was, voor mij zelf bedacht dat er ooit een dag zou komen dat ik gedurende vier jaar zou schrijven over onrechtschapen handelingen in het voorbestaan, ras en het priesterschap en de HOE van de herstelling.

Tot slot, opnieuw president Nelson: "Er zijn uiteraard labels die voor jou misschien heel belangrijk zijn. Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Je hoort me niet zeggen dat andere aanduidingen en labels geen gewicht hebben. Ik zeg alleen dat geen enkele aanduiding de plaats kan innemen van of voorrang kan krijgen boven deze drie blijvende aanduidingen: Kind van God, verbondskind en discipel van Jezus Christus. Elk label dat niet verenigbaar is met die drie basisaanduidingen zal uiteindelijk als een zeepbel uit elkaar spatten. Andere labels zullen in de loop der tijd op een teleurstelling uitdraaien, omdat ze niet de macht hebben om je dichter bij het eeuwige leven in het celestiale koninkrijk van God te brengen. Wereldse aanduidingen zullen je nooit helder inzicht geven in wie je uiteindelijk kunt worden. Ze zullen nooit je goddelijke DNA of onbeperkte goddelijk potentieel bevestigen". Omdat het niet in overeenstemming is met 

"Want zie,
dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39