"Voordat Ik u in de moederschoot vormde,
heb Ik u gekend"
Jeremia 1:5
Ik ben onderweg naar het 'station Profeten'. Wanneer ik daar ben aangekomen, zal ik stilstaan bij de opmerking 'profeten maken geen fouten', waar ik onlangs, opnieuw, mee werd geconfronteerd. Alleen dan wel aan de hand van deze vraag: "Zijn kerkleiders onfeilbaar?" Eerst wil ik echter nog aandacht geven aan dat Jeremia ook mijn verhaal is. Wat ik zal doen aan de hand van onderstaande twee vragen die komen uit "Ras en De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen". "Wat weten we over de aanleiding voor de priesterschaps- en tempelrestricties?"
"Wat heeft de kerk gezegd over eerdere theorieën die de redenen voor de priesterschaps- en tempelrestricties proberen te verklaren?"
"Ras en De Kerk: Uit historische verslagen blijkt dat tijdens het leven van Joseph Smith enkele zwarte mannen tot priesterschapsambten werden geordend. Ten minste één zwarte man, Elijah Able, nam deel aan de wassing- en zalvingsceremonie in de Kirtlandtempel. Vijf jaar later, in 1852, kondigde Brigham Young in het wetgevende lichaam van het gebied Utah aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het priesterschap konden worden geordend. De restrictie hield ook in dat mannen en vrouwen van zwarte Afrikaanse afkomst niet konden deelnemen aan de begiftigings - en verzegelverordeningen in de tempel. Brigham Young verklaarde de restrictie van de toen gangbare ideeën dat zwarte mensen afstammelingen van de Bijbelse figuren Kaïn en Cham waren. De kerk heeft deze rechtvaardiging voor de restrictie later verworpen, evenals latere rechtvaardigingen die suggereerden dat de restrictie in het voorsterfelijke leven was ontstaan. Er is geen gedocumenteerde openbaring over het ontstaan van de priesterschaps- en tempelrestrictie".
"Ras en De Kerk: Kort na de openbaring in juni 1978, waarmee de restrictie werd opgeheven, zei ouderling Bruce R. McConkie: "Vergeet alles wat ik heb gezegd, of wat president Brigham Young of president George Q. Cannon of wie dan ook in het verleden heeft gezegd, dat in strijd is met deze openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die we nu hebben ontvangen. In 2013 publiceerde de kerk de vergelijkbare volgende verklaring over vroegere toelichtingen op de priesterschaps- en tempelrestricties in de kerk: De kerk distantieert zich van de opvatting dat een zwarte huid een teken van goddelijk ongenade of vervloeking is; dat die op onrechtschapen daden in het voorsterfelijke leven wijst; dat huwelijken tussen verschillende rassen zondig zijn; en dat zwarte mensen of mensen van andere rassen of volkeren in enig opzicht inferieur zijn". Met de verklaring die men in 2013 publiceerde bedoelt de kerk de "evangelieverhandeling ras en het priesterschap".
Bovenstaande woorden: "Vergeet alles wat ik heb gezegd, of wat president Brigham of.... heeft gezegd", komen uit Bruce R. McConkie's toespraak: "All Are Alike Unto God". Ongeveer twee jaar na de openbaring van het priesterschap schreef ouderling Bruce R. McConkie een open brief, met als onderwerp: "Antwoorden vinden op evangelievragen". De brief is gericht "Aan: Eerlijke waarheidszoekers". Onderstaande uitspraak komt uit deze open brief.
Bruce R. McConkie
In "Vragen over de kerk en het evangelie" gaat de kerk in op "De rol van profeten". Voor nu sta ik alleen stil bij het "Overzicht" uit dit artikel. De bijbehorende vragen en hun antwoorden, zoals ik al eerder zei, bewaar ik tot een later moment.
In dit overzicht over "de rol van profeten" kunnen we onder andere het volgende lezen:
- God heeft al sinds de oudheid profeten geroepen om van Jezus Christus te getuigen en zijn
woord te verkondigen.
- God roept in onze tijd nog steeds profeten.
- De profeet Joseph Smith ontving gezag van God om evangelieverbonden en
priesterschapsverordeningen te bedienen en de Kerk van Jezus Christus te herstellen. Hij
ontving ook openbaring om belangrijke waarheden over God en zijn plan voor zijn kinderen
te verduidelijken.
- Zijn opvolgers als president van de kerk hebben hetzelfde gezag om openbaring te ontvangen
om onze evangeliekennis uit te breiden en de kerk te leiden. Dit beginsel van voortdurende
openbaring is een belangrijk kenmerk van het herstelde evangelie.
Echter, in dit overzicht wordt ook dit gezegd: "Heiligen der laatste dagen steunen de president van de kerk, zijn raadgevers in het Eerste Presidium en de leden van het Quorum der Twaalf Apostelen als profeten, zieners en openbaarders. De leringen van de kerk worden door deze levende profeten eensgezind verkondigd. De leer wordt verklaard en uitgelegd door de president van de kerk, waarbij het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf hem ondersteunen. Zij handelen unaniem, volgens het patroon in Leer en Verbonden 107:27-31.
In de evangelieverhandeling ras en het priesterschap kunnen we lezen dat "In 1850 creëerde het Congres van de Verenigde Staten het Territorium Utah, en de president van de Verenigde Staten benoemde Brigham Young tot gouverneur. Zuiderlingen die zich bij de kerk hadden aangesloten en met hun slaven naar Utah waren verhuisd, vroegen zich af wat de wettelijke status van slavernij in het Territorium was. In januari en februari 1852 gaf Brigham Young twee toespraken in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten", zie punt 9 in deze verhandeling.
Iemand die het hier niet mee eens was, er was dus geen unanimiteit, was apostel Orson Pratt. In Slavery and Abolition, een ander artikel van de kerk, kunnen wij het volgende hierover lezen: "In 1852 debatteerden kerkleiders die zitting hadden in de wetgevende vergadering van Utah over de kwestie van slavernij van zwarten in het territorium Utah. Brigham Young en Orson Spencer spraken zich uit voor het legaliseren en reguleren van slavernij; dit hield in dat slaafgemaakte mannen en vrouwen naar het territorium mochten worden gebracht, maar dat hun nakomelingen niet tot slaaf mochten worden gemaakt en dat de betrokkenen zelf moesten instemmen met een eventuele verplaatsing. Deze aanpak zou op termijn een einde aan de slavernij in het territorium garanderen. Apostel Orson Pratt hield een vurig betoog tegen elk compromis met de slavernijpraktijk: De Afrikaan onderwerpen omdat hij qua huidskleur van ons verschilt, zei hij, is genoeg om de engelen in de hemel te doen blozen. Het standpunt van Young en Spencer haalde het, en de wetgevende vergadering keurde een vorm van slavernij van zwarten goed die humane behandeling vereiste en toegang tot onderwijs voorschreef".
In Saints 2, "Their Faces Are Zionward" kunnen we onder andere lezen dat "zoals de meeste mensen uit het noorden van de Verenigde Staten was Brigham Young van mening dat zwarte mensen geschikt waren voor dienstbaarheid. Tijdens de debatten verklaarde Brigham voor het eerst in het openbaar dat mensen van zwarte Afrikaanse afkomst niet langer tot het priesterschap konden worden geordend, en er bestond destijds - noch daarna - enige beperking voor andere rassen of etnische groepen. Bij het toelichten van deze beperking verwoordde Brigham een wijdverbreid maar onjuist idee: dat God mensen van zwarte Afrikaanse afkomst had vervloekt". In dit stuk kunnen we opnieuw lezen "dat apostel Orson Pratt, die zitting had in de wetgevende vergadering, zich verzette tegen de invoering van slavernij in het territorium. Hij waarschuwde de wetgevers ervoor om een volk slavernij op te leggen zonder dat daarvoor een goddelijke autorisatie bestond. Zullen wij dan de onschuldige Afrikaan, die geen enkele zonde heeft begaan, zo vroeg hij, veroordelen tot slavernij en knechtschap, zonder dat we daarvoor enige autoriteit uit de hemel hebben. Ook Orson Spencer, een voormalig zendingspresident die eveneens in de wetgevende vergadering zat, vroeg zich af welke gevolgen deze beperking zou hebben voor het zendingswerk. Hoe kan het evangelie naar Afrika worden gebracht?, vroeg hij. Wij kunnen hun het priesterschap niet verlenen. Hoe zullen zij er dan over kunnen beschikken? Dergelijke vragen over de beperking met betrekking tot het priesterschap bleven echter onbeantwoord, en de wetgevende vergadering stemde er uiteindelijk mee in om in het territorium een systeem van zwarte dienstbaarheid in te voeren".
Over deze vorm van slavernij, die "herendienst" werd genoemd, en de restrictie dat "zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten", kunnen we het volgende lezen in de "evangelieverhandeling ras en het priesterschap": "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren", zie punt 10.
Als je je afvraagt wat men bedoelt met gangbare ideeën, denk dan aan de vloek van Kaïn en Cham. Evangelieverhandeling ras en het priesterschap: "Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer, Abel, vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader", zie punt 11 en 12.
In "Bowed down to the grave" uit Saints wordt over deze twee vloeken het volgende gezegd: "Net als andere groepen christenen in die tijd beschouwden veel witte heiligen zwarte mensen echter ten onrechte als minderwaardig; zij geloofden dat een zwarte huidskleur het gevolg was van een vloek van God op de bijbelfiguren Kaïn en Cham. Sommigen waren zelfs begonnen met het verspreiden van de onjuiste opvatting dat een zwarte huidskleur een bewijs was van onrechtvaardige daden van een persoon in het voorsterfelijke leven", zie punt punt 8 en 9.
Kom dan en volg Mij: "God kende mij al voordat ik geboren werd. Een heleboel dingen die Jeremia in Jeremia 1:5 over zichzelf te weten kwam, gelden ook voor jou. God kende jou voordat je geboren werd en heeft je op specifieke taken voorbereid. Je kunt een lijst maken van de waarheden die je ontdekt. Waarom is het belangrijk dat je dit weet?".
In Scripture Helps, zie Mozes 7:22, wordt het volgende gezegd over Kaïn en zijn vloek: "Nadat Kaïn een onheilig verbond met Satan had gesloten en zijn broer Abel had gedood, sprak de Heer een vloek over Kaïn uit. Kaïns vloek hield in dat de grond geen gewassen voor hem zou voortbrengen, dat hij als een vluchteling zou rondzwerven en dat hij van Gods aanwezigheid zou worden gescheiden. De Heer plaatste ook een ongespecificeerd teken op Kaïn om te voorkomen dat anderen wraak op hem zouden nemen. Er is geen enkele aanwijzing in de Schrift dat Kaïns teken werd doorgegeven aan zijn nakomelingen. We moeten daarom niet speculeren over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn of dat de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was".
In Scripture Helps, zie Genesis 9:20, kunnen we onder andere dit lezen over de vloek van Cham: "Sommigen hebben de vervloeking van Kanaän ten onrechte gebruikt om slavernij en discriminatie te rechtvaardigen - in het bijzonder jegens mensen van zwarte Afrikaanse afkomst. De Heer heeft onderwezen: Het is niet juist dat de ene mens in slavernij leeft bij de ander. Bovendien leert het Boek van Mormon dat de Heer iedereen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid, want allen zijn gelijk voor God".
De kerk nu
Evangelieverhandeling ras en het priesterschap: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijke leven. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden. De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in een vers uit het tweede boek van Nephi: De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk".
Wat zeggen kerkleiders tegenwoordig over racisme?
Een vraag die komt uit "Ras en De Kerk": "God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere, en levende profeten en apostelen roepen iedereen met voordelen op grond van ras op om zich te bekeren. In de Schriften staat herhaaldelijk dat God alle mensen liefheeft en niet de ene persoon of groep bevooroordeelt boven de andere vanwege hun uiterlijk, nationale afkomst of sociale status.
President Nelson deed de oproep: Ik roep vandaag onze leden overal op om het goede voorbeeld te geven en zich te ontdoen van elke houding of handeling die door vooroordeel wordt ingegeven.
President Dallin H. Oaks heeft de kerkleden ook opgeroepen om racisme uit te bannen. Ouderling Peter M. Johnson van de Zeventig heeft zich tegen racisme uitgesproken en ons de volgende raad gegeven: De Heer houdt van verscheidenheid - anders zou Hij alles precies hetzelfde hebben geschapen. De Heer houdt ook van eensgezindheid, inclusiviteit en verbondenheid. Dat is het plan van onze Vader in de hemel en daarom heeft Hij ons hier op aarde geplaatst met verschillende mogelijkheden, achtergronden, culturen, nationaliteiten en verschillen - zodat we allemaal samen komen en door Christus elkaar kunnen verheffen".
God houdt van diversiteit
God houdt van verscheidenheid
God is geen aannemer des persoon
God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere
God heeft zijn kinderen in alle landen van de wereld lief
Toen
en nu
"De eenheid die we zoeken
is niet om iedereen op dezelfde plek te laten staan;
maar om iedereen in dezelfde richting te laten kijken."
Ouderling Dieter F. Uchtdorf