maandag 29 juni 2026

4. Afstamming is niet bepalend


"David de koning, 
verwekte Salomo 
bij haar die de vrouw van Uria was"
Mattheus 1:6

Bathseba, die de vrouw van Uria was, is de vierde en het laatste buitenbeentje in de geslachtsregister van Jezus Christus waar ik bij stil wil staan. Of moet ik zeggen haar man? Want is hij eigenlijk niet het echte buitenbeentje in het hele verhaal? 

Toch wil ik beginnen met Bathseba, de vrouw waar koning David zijn ogen niet van kon afhouden. David ziet namelijk op een gegeven moment een vrouw, "die zich aan het wassen was; deze vrouw nu was heel knap om te zien. David stuurde een bode en liet naar deze vrouw vragen; en men zei: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet? Toen stuurde David boden en liet haar halen. Toen zij bij hem gekomen was, sliep hij met haar. Daarna keerde zij terug naar huis. De vrouw werd zwanger, daarom stuurde zij een bode en vertelde David en zei: Ik ben zwanger" (2 Samuel 11:2-5)

Vorig week schreef ik dat ik het opnieuw over een man zou gaan hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. De man waar ik het over had is Uria de Hethiet, aan wie ik niet één maar zelfs twee labels hing. Het eerste label heeft te maken met dat hij een Hethiet wordt genoemd. De Hethieten zijn afstammelingen van Heth die een zoon was van Kanaän, die de zoon van Cham was. Kanaän aan wie sinds jaar en dag het misplaatste label vervloekte Kanaän hangt. 

Daarnaast kunnen we de Hethieten niet los zien van deze woorden die de Heer tot Mozes sprak over het binnengaan van het land Kanaän: "Wanneer de Heere, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volkeren van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten de Amorieten, de Kanaänieten, de Feriezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u", (Deuterononium 7:1). Volkeren die, zoals we lezen in dit zelfde hoofdstuk, in verband gebracht kunnen worden met de woorden "totdat zij weggevaagd worden". En dan zit jij als Hethiet in het Israëlische leger van David. 

Voordat ik verder ga met Uria, nog wel dit. Zoals jullie weten schrijf ik met in mijn achterhoofd, ik citeer nu president Oaks: "Dat rijkdom noch afstamming nog enig ander aangeboren voorrecht ons mag laten geloven dat wij beter zijn dan die ander." Allen zijn gelijk voor God. Vandaar ook dat "Mozes Israël waarschuwde tegen de verleiding te denken dat zij het beloofde land hadden geërfd omdat zij zo bijzonder goed geweest waren. Niet wegens uw gerechtigheid noch wegens de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar wegens hun goddeloosheid drijft de Here, uw God, deze volken voor u weg (Deut 9:4-6, 1 Ne 17:32-38)".

Nadat David van Bathseba hoort dat zij zwanger is van hem laat hij Uria bij hem komen en "vraagt David naar de welstand van Joab, naar de welstand van het volk en naar het verloop van de strijd. Daarna zei David tegen Uria: Ga naar uw huis en was uw voeten. Toen Uria het huis van de koning uit ging, werd hem een gerecht van de koning nagebracht. Maar Uria legde zich te slapen bij de ingang van de koning, bij al de manschappen van zijn heer; hij ging niet naar zijn huis" (2 Samuel 11:7-9).

Toen men later aan David vertelde dat Uria niet naar huis was gegaan en David aan Uria vroeg waarom hij dat niet gedaan had zei Uria dit: "De ark en Israël en Juda verblijven in tenten, en mijn heer Joab en de manschappen van mijn heer hebben in het open veld hun kamp opgeslagen; zou ik dan naar mijn huis gaan om te eten en te drinken en met mijn vrouw te slapen? Zo waar u leeft en uw ziel leeft, dat zal ik niet doen! Toen zei David tegen Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen terug sturen. Zo bleef Uria die dag en de volgende dag in Jeruzalem. David nodigde hem uit, zodat hij bij hem at en dronk, en hij maakte hem dronken. Die avond vertrok hij om zich met de dienaren van zijn heer neer te leggen op zijn slaapplaats, maar naar zijn huis ging hij niet" (2 Samuel 11:11-13).

Het gevolg van deze beslissing was dat "de volgende morgen David een brief aan Joab schreef. Hij stuurde die door de hand van Uria waarin hij schreef: Plaats Uria vooraan in de stijd waar deze het hevigst is, trek dan van achter hem terug zodat hij getroffen wordt en sterft. Het gebeurde, toen Joab de stad verkend had, dat hij Uria opstelde op de plaats waarvan hij wist dat daar strijdbare mannen waren. Toen de mannen van de stad naar buiten kwamen en met Joab streden, vielen er van het volk, van de manschappen van David. Ook Uria, de Hethiet stierf" (2 Samuel 11:14-17)". 

In de Ensign van een paar jaar terug stond een prachtig artikel dat ging over 'What we can learn from king David's fall'. Daarin wordt het volgende gezegd over Uriah: "Toen Uria in Jeruzalem aankwam probeerde David hem er tweemaal van te overtuigen naar huis te gaan en bij zijn vrouw te zijn, zodat iedereen zou denken dat het kind van Uria was. In schril contrast met David weigerde Uria echter tijd thuis door de brengen terwijl zijn medesoldaten in de oorlog vochten. Als er helden in dit verhaal zijn, dan is Uria de Hethiet er een van. Hoewel hij van afkomst geen Israëliet was, blijkt Uria's trouw aan de Heer uit zijn naam (in Hebreeuws: Mijn licht is Jehovah) en uit zijn daden". En wat voor een held. Een "strijdbare held", want zijn naam vind je ook terug in het lijstje van de helden van David (1 Kronieken 11:26,41)

"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7







donderdag 25 juni 2026

Vertel je verhaal



"Je weet pas wie je bent, als je weet waar je vandaan komt". Deze uitspraak hing aan de muur van Het Noordbrabants Museum waar wij naar de tentoonstelling "Ketahanan: verhalen van veerkracht", zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking was gemaakt met de Molukse gemeenschap die "opgebouwd was rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst".

Nu heb ik zelf geen Molukse achtergrond maar ik herkende mij in de verhalen die zij daar in het museum vertelden. Vooral in de woorden dat het verleden doorwerkt in het heden. Minister-president Jetten verwoordde het zo toen hij afgelopen zondag zijn excuses maakte: "De beladen geschiedenis van toen en is er nu nog altijd voelbaar". 

Dit AD artikel eindigt met de woorden: "De excuses zijn zondag gemaakt door minister-president Jetten. De Molukse geschiedenis bekender maken en onderdeel laten zijn van de Nederlandse geschiedenis is een essentieel vervolg". Met andere woorden, "excuses zijn geen punt, maar een komma". 

"Excuses zijn geen punt, maar een komma" zijn woorden die uit de mond kwamen van premier Rutte toen hij "namens de Nederlandse staat excuses aanbood voor het slavernijverleden. Dat de Nederlandse overheid eeuwenlang slavernij mogelijk heeft gemaakt, heeft gestimuleerd, in stand gehouden en ervan heeft geprofiteerd. We delen niet alleen het verleden, ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt."

Ook zei hij, mij om het even of het nu gaat om het slavernijverleden, of om de Molukse gemeenschap, of zelfs als het gaat om kerkgeschiedenis, dit: "Dat proces vraagt tijd en we kunnen het werk alleen in gezamenlijkheid doen". Is dat niet een rode draad? Mijn vorig logje eindigde ik met onder andere deze woorden van Michael A. Goodman: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben". Kijkend naar mijzelf vind ik respect al meer dan voldoende. Misschien is respect ook wel een mooi onderwerp voor ......


dinsdag 23 juni 2026

1. Kerkgeschiedenis is Zijn geschiedenis.

 

Afgelopen zondag hadden wij in onze wijk twee gastsprekers. Een zendingsechtpaar dat verantwoordelijk is voor de vastlegging van de geschiedenis van de kerk in Nederland en België. In deze toespraken hadden zij het onder andere over dat de geschiedenissen die zij vastleggen iets zeggen over wie wij zijn als gemeenschap, en dat wij door deze verhalen de hand van de Heer kunnen zien. Hij is voor onze ogen geschiedenis aan het schrijven, tenminste als wij ogen hebben om te zien. En dat het belangrijk is dat wij deze verhalen met elkaar delen en blijven delen. De serie Saints, "een verhalende geschiedschrijving die verhalen bevat over getrouwe heiligen der laatste dagen uit het verleden", werd als voorbeeld aangehaald. Daarnaast hoorde ik in deze toespraken het belang van gedenken en welk verslag wij over onszelf achterlaten. Wat mij echter het meest trof was deze opmerking.

"Kerk geschiedenis is Zijn geschiedenis." 

Al luisterend naar deze toespraken over het belang van vastleggen, van zowel de geschiedenis van de kerk als die van jezelf, en dat de Schriften een prachtig voorbeeld hiervan van zijn, moest ik tevens denken aan mijn eigen ervaringen. Aan 'vertel je verhaal'. Echter, dit delen bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Vanuit 'dat niet eenvoudig zijn' ben ik daarover gaan schrijven, en later, geen vooropgezet plan, werd het een reisverslag door de Schriften. Waarbij ik, hoe je het ook wendt of keert, onze gezamenlijke kerkelijke geschiedenis niet kon en kan negeren. 

"Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen,
of we nu nieuwe leden zijn
of deel uitmaken van generaties in de kerk?"

Hoe wordt die kerkgeschiedenis een erfdeel van ons allen, ook als die geschiedenis niet helemaal is of was wat je ervan dacht. Het ongemak van feilbaarheid en onfeilbaarheid, en de vragen die daar uit kunnen voortvloeien. Ik denk dat mijn logje Leer en beleid  daar een voorbeeld van is, waarin ik naar twee toespraken van president Dieter F. Uchtdorf verwijs. 

In deze toespraken heeft president Uchtdorf het erover dat het voorgekomen is "dat leden en leiders gewoonweg vergissingen hebben begaan. Er zijn wellicht dingen gezegd of gedaan die niet in overeenstemming waren met onze waarden, beginselen of leer. Ik veronderstel dat de kerk alleen volmaakt zou zijn als zij wordt geleid door volmaakte mensen. Maar Hij werkt door ons - zijn onvolmaakte kinderen - en onvolmaakte mensen begaan vergissingen." 

Ook zei president Uchtdorf: "Het is normaal om vragen te hebben - het eikeltje van een oprechte vraag is vaak ontsproten en uitgegroeid tot een grote eikenboom van begrip. Er zijn weinig leden in de kerk die nooit eens met een ernstige of gevoelige vraag hebben gezeten. Een van de doelen van de kerk is het geloofszaad aan te kweken en te verzorgen - zelfs in de soms zanderige grond van twijfel en onzekerheid."

Ik kwam een interessante toespraak tegen die gaat over twijfels en vragen, waarin ook de opmerking gemaakt werd dat onze "kerkgeschiedenis veel complexer blijkt te zijn dan het eenvoudige verhaal in de zondagsschool. Kerkleiders, zowel vroeger als nu, blijken inderdaad mensen van vlees en bloed te zijn". In deel 2 ga ik verder in op deze toespraak van Michael A. Goodman die hij gaf aan de BYU. Echter voor nu sta ik stil bij zijn verwijzing naar een toespraak van president M. Russell Ballard.

President Ballard: "Ik wil er zeker van zijn dat mijn boodschap goed overkomt en dat u dit belangrijke punt begrijpt. Er is absoluut niets mis met het stellen van vragen of het onderzoeken van onze geschiedenis, leer en gebruiken. De herstelling begon toen Joseph Smith antwoorden zocht op zijn oprechte vragen. Ouders, leiders van jongemannen en jongevrouwen, leerkrachten in de kerk - waaronder docenten van seminarie, instituut en religieus onderwijs aan de BYU - bisschoppen en presidentes van de Zusterhulpverenigingen en ringpresidenten: als iemand met een vraag of zorg naar u toe komt, doe die vraag dan niet af en zeg niet dat diegene zich er geen zorgen over hoeft te maken. Trek de toewijding van die persoon aan de Heer of zijn werk niet in twijfel. Help die persoon in plaats daarvan antwoorden op zijn op haar vragen te vinden. We hebben verhalen gehoord over mensen die oprechte vragen stelden over onze geschiedenis, leer of praktijken, maar werden behandeld alsof ze geen geloof hadden. Dat is niet de manier van de Heer. Zoals Petrus zei: Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u vraagt naar de hoop die in u is. We moeten beter omgaan met oprechte vragen. Hoewel we misschien niet elke vraag over de kosmos of overr onze geschiedenis, praktijken of leer een antwoord hebben, kunnen we wel veel antwoorden geven aan oprechte mensen."

Tot slot de reactie, eigenlijk is het meer een boodschap, van Micheal A. Goodman op deze toespraak van president Ballard: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben. We moeten het goede in hen zien en hun inzichten en integriteit waarderen, ook al zijn we het misschien niet altijd eens met hun conclusies. Dat is niet erg. Zij zijn het misschien ook niet altijd eens met onze conclusies, maar toch hopen we dat ook zij ons liefhebben, waarderen en respecteren."  








zondag 21 juni 2026

We zijn meer dan onze etiketten


"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7


Mijn vorig logje ging over dat afstamming niet bepalend is, en eindigde ik met bovenstaande tekst. Toen Samuel Eliab zag dacht hij "deze is vast en zeker voor de Heere Zijn gezalfde. Maar de Heer zei "Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte". Op de een af andere manier kwam Eliab waarschijnlijk over als iemand, gebaseerd op hoe hij er uit zag, die het goed zou doen als koning. “De Heer leerde aan Samuel dat Hij ons anders ziet dan dat mensen elkaar meestal zien". 

In dat opzicht zijn wij net zo menselijk als Samuel, want ook wij hebben de neiging om aan een knap uiterlijk automatisch positieve eigenschappen toe te schrijven, zoals betrouwbaarheid en eerlijkheid wat het Halo-effect wordt genoemd, wat ons denken kan belemmeren. Omgekeerd werkt het ook zo. Dus in die zin moeten we voorzichtig zijn met het labelen van iemand gebaseerd op de eerste indruk. 

Uiteraard zijn labels niet altijd negatief. President Russell M. Nelson zei dat “Labels leuk kunnen zijn  Ze laten zien aan welke positieve zaken je waarde hecht. Maar als er een label is dat jouw belangrijkste identiteit vervangt, kunnen de gevolgen geestelijk verstikkend zijn". Met je belangrijkste identiteit bedoelt president Nelson dat je een geestkind van God bent en dat het belangrijk is dat je deze waarheid kent en begrijpt. 

Eerder dit jaar heb ik een aantal logjes geschreven die gingen over onze ware identiteit en labels. Toen was echter mijn insteek dat afstamming WEL DEGELIJK van belang was en is. Daar tegenovergesteld aan, kijkend naar de afstammingslijn van Christus, zien we dat afstamming NIET belangrijk is. Of het nu gaat om wel of niet, beiden hebben uiteindelijk ook te maken met hoe jij jezelf ziet.

"Ik geloof dat mijn hemelse Vader de volgende eigenschappen in mij ziet
die veel anderen niet zien:...."

Bovenstaande stelling, één van de vier, komt uit een seminarieles waarin de Heer het hart aan ziet. Dat ik juist deze stelling eruit heb gehaald, en niet, "als ik andere mensen voor het eerst ontmoet heb ik de neiging om vooral te kijken naar...", heeft te maken met hoe hemelse Vader jou en mij ziet. Welk label heeft Hij op een ieder van ons geplakt. En dat bovenal te blijven zien. Los van wat anderen wel of niet zien. Los van wat anderen wel of niet doen. Omdat dit, kijkend naar president Nelson's woorden, als je je ware identiteit uit het oog verliest, geestelijk verstikkende gevolgen kan hebben. Wat ik terug zie in het leven van Saul. 

Toen Saul als koning werd geroepen, zoon van een vermogend vader, en in heel Israël geen knappere man dan hij, was zijn reactie: "Ben ik niet een Benjaminiet, uit de kleinste van de stammen van Israël? En is mijn geslacht niet het geringste van al de geslachten uit de stam van Benjamin?" In dit opzicht past hij, nu we het toch over labels hebben, aan de ene kant in het Halo-effect hokje, en aan de andere kant in het vakje 'Wie ben ik dat', zoals Mozes, een groot profeet vanouds zich dat afvroeg. Echter vergat Saul op een gegeven moment wie hij was, want dit is wat Samuel later tegen hem zegt: "Is het niet zo dat u, hoewel klein in eigen oog, hoofd van de stammen van Israël geworden bent, en dat de Heere u tot koning over Israël gezalfd heeft? Omdat u het woord van de Heere verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat u geen koning meer zult zijn. Toen zei Saul tegen Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik het bevel van de Heere en uw woorden overtreden heb, want ik was bevreesd voor het volk en heb naar hun stem geluisterd", (1 Samuel 15:17,23,24). Hij verloor uit het oog wat God in hem zag en wat zijn ware identiteit was.

"Als we onze etiketten met die van anderen vergelijken, etiketten aannemen die niet overeenkomen met onze goddelijke aard, of ons door sommige etiketten minderwaardig voelen, kunnen onze eigenwaarde en geestelijke instelling in miljoenen stukjes uiteenspatten. Het enige etiket waardoor het leven echt iets betekent, is onze goddelijke identiteit. En ik hoef dat etiket niet te verdienen. Die liefde krijg ik gratis. Ik weet dat als ik mijn best doe om volgens zijn wil te leven, en altijd besef wie ik echt ben, Hij me zal zegenen. Als al mijn andere etiketten met die ene belangrijke zijn verbonden, kan ik in al die etiketten ware vreugde, kracht en grootsheid vinden." 

Ik denk dat ik het volgende week opnieuw over een man ga hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. En zo de geschiedenis opnieuw labelde. 




maandag 15 juni 2026

3. Afstamming is niet bepalend


Opnieuw ga ik het hebben over een 'buitenbeentje'. Buitenbeentjes zijn vrouwen waarvan je niet direct zou verwachten dat ze genoemd zouden worden in de afstammingslijn van Jezus Christus, omdat hun achtergrond net even anders is. Hierbij denk ik aan Tamar en Rachab, maar ook aan Ruth de Moabitische, waar ik het vandaag over wil hebben. Die door president Thomas S. Monson een voorbeeld van de ideale vrouw wordt genoemd (zie Liahona november 2002, Voorbeelden van navolging).

Wanneer zowel de man van Naomi als beide zonen komen te overlijden, waaronder de man van Ruth, neemt Naomi de beslissing om terug te keren naar Israël. Ruth besluit met haar schoonmoeder mee te gaan naar Israël ondanks Naomi's woorden "Zie je schoonzuster is teruggekeerd naar haar volk en naar haar goden. Keer ook terug, je schoonzuster achterna. Maar Ruth zei: Dring er bij mij niet langer op aan u te verlaten en terug te gaan bij u vandaan. Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten".

"Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God."
Ruth 1:15,16




Uiteindelijk trouwt Ruth met Boaz, en "hij kwam bij haar. En de Heere gaf haar dat zij zwanger werd en een zoon baarde. Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, en Isaï verwekte David"(Ruth 1:13,21,22). David, die achter de schapen werd weggeroepen, waarvan "de Heere zei: Sta op, zalf hem, want deze is het", (1 Samuel 16:12). En zo werd Ruth, de Moabitische, de voormoeder van zowel koning David als van Jezus Christus. 

In Scripture Helps kunnen we het volgende lezen over Ruth: "Een centraal thema in het boek Ruth is verlossing. Ruth was een buitenlandse, kinderloos en weduwe; hierdoor leefde ze in grote armoede en zonder enige steun. Ondanks haar omstandigheden koos ze er voor om Jehovah te volgen en deel uit te gaan maken van zijn verbondsvolk. Uiteindelijk hertrouwde Ruth, werd ze volledig als Israëlitische geaccepteerd en werd ze met kinderen gezegend. Gezien dit thema van verlossing is het belangrijk op te merken dat Jezus Christus, de Verlosser van de wereld, een directe afstammeling van Ruth was". 

De opmerking dat 'doordat Ruth ervoor koos om Jehova te volgen en dat ze daardoor deel uit ging maken van het verbondsvolk van de Heer' kan ik niet zomaar negeren. In mijn logje over Rachab ging ik in op de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten en deelde toen als antwoord vier punten. Dit is antwoord 1: "Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheüs' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen", (Mattheus 28;19), wat, ik kan het niet anders verwoorden, later toch wel een olifant in de kamer bleek te zijn. Terwijl, of we het nu hebben over de nieuwtestamentische kerk of de nieuwtestamentische kerk hersteld, beide niet los gezien kunnen worden van het verbond van Abraham. 

"En Ik zal van u een grote natie maken en Ik zal u bovenmatig zegenen
en uw naam grootmaken onder alle natiën
en u zult een zegen zijn voor uw nakomelingen na u,
zodat zij deze bediening en dit priesterschap in hun handen
naar alle natiën zullen brengen;
en Ik zal hen zegenen door uw naam;
want allen die dit evangelie aanvaarden,
zullen naar uw naam worden genoemd 
en zullen tot uw nakomelingen worden gerekend
en zullen zich verheffen en u als hun vader prijzen;"
Abraham 2:9,10


President Russell M. Nelson zei in zijn toespraak Laat God zegevieren hierover het volgende: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor een ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israëls beloofd heeft. Ieder van ons heeft potentieel omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw". 

Uiteindelijk gaat het er om of je Jehova wilt volgen en de gesteldheid van je hart. Dit zie je ook in wat er gebeurde rond het kiezen van een opvolger van Saul. Dat Samuel dacht, toen "hij Eliab zag: Deze is vast en zeker voor de Heere Zijn gezalfde. Maar de Heere zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen", (1 Samuel 16:6,7). Uiteindelijk werd het dus David, want:

"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7


dinsdag 9 juni 2026

Debora en Barak


In ons zondagschool lesboek, als inleiding op het boek Richteren, wordt het volgende gezegd: "Onder invloed van de overtuigingen en aanbiddingspraktijken van de Kanaänieten, die ze uit het land moesten verdrijven, overtraden de Israëlieten hun verbonden met de Heer en keerden ze zich van Hem af. Als gevolg daarvan raakten ze zijn bescherming kwijt en raakten ze in slavernij. Maar telkens wanneer dit gebeurde, gaf de Heer zijn verbondsvolk de kans om zich te bekeren, en deed Hij een verlosser opstaan - een milititair leider die men een 'richter' noemde". 

Tussen al de mannelijke richters die in het boek Richteren worden genoemd, deed de Heer een vrouw opstaan, die veel meer was dan 'zomaar' een richter. Zij was namelijk behalve een richter ook een profetes, die de geest van openbaring had. "Hoewel slechts enkele vrouwen in de Schrift profetessen worden genoemd, hebben velen geprofeteerd, zoals Rebekka, Hanna, Elisabeth en Maria". 

"En Debora, een vrouw die profetes was,
de vrouw van Lappidoth,
die gaf in die tijd als richter leiding aan Israël.
En de Israëlieten gingen voor de rechtspraak naar haar toe.
Richteren 4:4,5

Op een gegeven moment stuurt Debora een bode naar Barak (vers 6met de woorden "Heeft de Heere, de God van Israël, niet geboden: Ga, trek op naar de berg Tabor en neem tienduizend man met u mee, van de nakomelingen van Naftali en van de nakomelingen van Zebulon?" In haar vraag aan Barak heeft Debora het over "heeft de Here u niet geboden, ga". Wanneer je dit zo leest dan lijkt het alsof Barak nog geen gehoor heeft gegeven aan deze opdracht. Maar nu Debora met die vraag komt wordt het dan toch opeens een heel ander verhaal en kan hij niet meer om deze opdracht heen. Alleen dan wel met haar aan zijn zijde. 

"Als u met mij mee zult gaan, dan ga ik.
Maar als u niet met mij mee zult gaan,
dan ga ik niet."
Richteren 4:8

Vorige week schreef ik nog een logje over de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Daarin haalde ik deze woorden van president M. Russell Ballard aan; "Elke priesterschapsleider die de vrouwelijke leidinggevenden niet volledig en met zijn volle respect bij het werk betrekt, respecteert de sleutels die hij heeft gekregen niet, en maakt ze niet groot. Zijn macht en invloed zullen beperkt zijn totdat hij de wegen van de Heer leert". 

Dat Barak haar zijn volle respect betoont blijkt wel uit de vraag van hem of zij met hem mee wil gaan. Ze zegt ja, "ik zal wel met u meegaan. Maar er zal op de weg die u gaat voor u geen eer te behalen zijn, want de Heere zal Sisera overleveren in de hand van een vrouw". 

Ik moet nu denken aan een opmerking die ik onlangs hoorde van een man waarin hij aan zijn vrienden vertelde dat zijn toekomstige vrouw meer verdiende dan hij en dat hij dat lastig vond. Gezien in dit licht kun je je afvragen hoe Barak zich moet hebben gevoeld. Eerst was daar zijn vraag aan Debora of zij met hem mee wil gaan, en daarover heen, toen hij besloot te gaan, kreeg hij ook nog te horen, "er zal voor u geen eer te behalen zijn". Dit vanwege Jaël. 

"En zie, Barak achtervolgde Sisera.
Jaël kwam naar buiten, hem tegemoet, en zei tegen hem:
Kom, en ik zal u de man laten zien die u zoekt.
Zo ging hij bij haar naar binnen, en zie daar lag Sisera dood."
Richteren 4:22

Gelukkig ontmoedigde dit hem niet. Is het verhaal van Debora en Barak eigenlijk niet een voorbeeld van hoe mannen en vrouwen in het werk van de Heer zouden moeten samenwerken, ongeacht of je nu wel 'de eer kunt opeisen' of niet? Al wil ik hier niet mee zeggen dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn, zoals blijkt uit deze uitspraak: "Mannen en vrouwen zijn gelijk in Gods ogen en in de ogen van de kerk, maar gelijk wil niet zeggen dat ze hetzelfde zijn. De taken en goddelijke gaven van mannen en vrouwen verschillen van karakter, maar niet in belang van invloed. God vindt niet een van beide seksen beter of belangrijker dan de andere. Mannen en vrouwen hebben verschillende gaven, verschillende kwaliteiten, en verschillende standpunten en voorkeuren. Dat is een van de belangrijkste redenen dat we elkaar nodig hebben. Een man en een vrouw werken rechtschapen samen om elkaar aan te vullen." Is dit niet wat Debora en Barak deden? Met dit als resultaat:

"Toen zong Debora met Barak, de zoon van Abinoam, op die dag:
Nu de leiders in Israël de leiding hebben genomen,
nu het volk zich vrijwillig gegeven heeft,
loof de Heere!

En het land had veertig jaar rust."
HSV Richteren 5:1,2,31




Afbeelding: Pinterest

woensdag 3 juni 2026

Gelijkwaardigheid man en vrouw

 

Mijn vorig logje ging over Rachab, een voormoeder van Jezus, die ik eindigde met deze woorden: "De opname van vrouwen in de stamboom van de Heiland weerspiegelt de belangrijke waarheid dat mannen en vrouwen gelijk zijn in de ogen van God." Een prachtig voorbeeld hiervan, zeker als het gaat om leiding te krijgen of te ontvangen in je persoonlijk leven, vind ik wat er gebeurde met de moeder van Simson. 

"En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach.
Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
Toen verscheen er een Engel van de Heere aan deze vrouw, en zei tegen haar:
Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. 
U zult echter zwanger worden en een zoon baren."
Richteren 13:2,3 

Na het bezoek van de Engel vertelt de moeder van Simson aan haar man wat haar is overkomen. Hij moet haar hebben geloofd, want vervolgens lezen wij: "Daarop bad Manoach vurig tot de Heere" met de vraag of de Engel opnieuw langs kon komen. "En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was". Waarop zij snel haar man haalt met de woorden "Zie, de Man die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen. Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna". 

Uiteindelijk "stijgt de Engel in de vlam van het altaar omhoog en zei Manoach tegen zijn vrouw: "Wij zullen zeker sterven want wij hebben God gezien". Maar zijn vrouw zei tegen hem, wat voor mij ook iets zegt over wat voor vrouw zij is: "Als het de Heere behaagd had ons te doden had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen, en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen". Zij, Simson's moeder, plaatst de gebeurtenissen gelijk in een ander perspectief. 'Waarom zou God ons doden, na alles wat Hij aan ons heeft bekendgemaakt?'

Ik kan nu niet anders denken dan aan Helemans tweeduizend jonge zonen. "Hoewel zij nog nooit hadden gevochten, vreesden zij de dood niet; en zij hechtten meer belang aan de vrijheid van hun vaders dan aan hun eigen leven; ja, hun moeders hadden hun geleerd dat als zij niet twijfelden God hen zou bevrijden. En zij gaven de woorden van hun moeders voor mij weer en zeiden: Wij twijfelen er niet aan dat onze moeders het wisten". Wat als Simson gehoor had gegeven aan dit weten van zowel zijn moeder als vader. Gehoor had gegeven aan deze woorden, voorafgaande aan zijn geboorte, die de Engel sprak tot zijn ouders: "en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen". Helaas slaagde Simson er niet in om "zijn goddelijke roeping te vervullen vanwege zelfzuchtige keuzes". 

Tijdens een algemene vrouwenbijeenkomst gaf president Russell M. Nelson een toespraak waarin hij zei dat hij "ons vrouwen graag wilde laten inzien dat de herstelling van het priesterschap net zo belangrijk is voor ons als vrouw, als voor een man. Omdat het Melchizedeks priesterschap hersteld is, hebben zowel vrouwen als mannen die hun verbonden nakomen, toegang tot alle geestelijke zegeningen van de kerkDe hemel staat evenzeer open voor een vrouw die door haar priesterschapsverbonden met Gods macht begiftigd is, als voor een man die het priesterschap draagt. Zusters, u hebt het recht om vrijelijk een beroep op de macht van de Heiland te doen om uw gezin en andere dierbaren te helpen. Ik loof mannen die het vermogen van hun vrouw respecteren om openbaring te ontvangen en hen als gelijkwaardige partner in hun huwelijk te koesteren". 

Ik denk dat de vader van Simson zo'n soort man was. Die, misschien wel hedendaags gedacht,  zich door de gebeurtenissen rond de aankondiging van zijn kind, zich niet minder man voelde. Wat ik ook terug zie in zijn gebed. In zijn gebed heeft hij het namelijk over "naar ons" en "ons leren" wat wij met het jongetje moeten doen". Hij had namelijk ook kunnen vragen of de Engel aan hem kon verschijnen, daar de Engel al eerder aan zijn vrouw verschenen was. Toen de Engel echter opnieuw aan zijn vrouw verscheen, "stond hij op en ging zijn vrouw achterna". Hij had ook kunnen blijven zitten met de woorden 'dat zijn vrouwenzaken'. 

Een zwangerschap is nooit alleen een vrouwenzaak en het opvoeden van kinderen ook niet. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid wat ik ook terug zie in deze woorden, wanneer Simson voor een vrouw kiest buiten het verbond: "Maar zijn vader zei tegen hem, evenals zijn moeder: Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw..." (Richteren 14:3). Deze tekst laat zien dat Manoach en zijn vrouw één waren in hun onderwijs aan hun zoon. En dat ze, of dat nu in een gezamenlijk gesprek was, of los van elkaar, bevestigden wat zij, als ouders, geloofden en waarin zij hun zoon hadden onderwezen. Simson wist wie hij was. Dat blijkt wel uit deze woorden toen hij zijn hart uitstortte bij Delila, de vrouw die hij niet kon weerstaan: "Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben als nazireeër aan God gewijd van mijn moedersbuik af".

Een aantal jaren terug stond er in de Liahona een artikel met de titel Dochters van God met zijn priesterschapsmacht verbinden. In dit artikel wordt president M. Russell Ballard aangehaald die het volgende zei: "Allen die heilige verbonden met de Heer hebben gesloten en die deze verbonden eren, hebben het recht om persoonlijke openbaring te ontvangen, om door de bediening van engelen gezegend te worden" zoals we zagen bij de ouders van Simson, "om met God te communiceren, om de volheid van het evangelie te ontvangen, en samen met Jezus Christus erfgenaam te worden van alles wat de Vader heeft". Man en vrouw. 
 
In dit artikel wordt ook ouderling L. Tom Perry aangehaald die het volgende zei tot de broeders, over de gelijkwaardigheid van man en vrouw: "Broeders, vergeet niet dat in uw rol als leider thuis, uw vrouw uw partner is. Vanaf het begin heeft God tegen de mens gezegd dat het huwelijk een eenheid van man en vrouw is. Daarom is er geen directeur en adjunct-directeur in het gezin. Een echtpaar werkt voortdurend samen aan het welzijn van hun gezin. Ze zijn verenigd in woord en daad als ze het gezin leiden en besturen. Ze staan op gelijke voet. Ze plannen en organiseren samen, en unaniem, de aangelegenheden van het gezin." 

Wat betreft leiderschap in de kerk, "dat hiërarchisch georganiseerd is, terwijl het gezin patriarchaal is" kunnen we in dit artikel ook nog het volgende lezen: "De voorbije jaren hebben ervaren leden van het Quorum der Twaalf Apostelen uitdrukkelijk over de rol van de vrouw in de kerk gesproken. Luisteren we wel aandachtig naar die toespraken? We besteden terecht veel aandacht aan de woorden van hen die we als profeten, zieners en openbaarders steunen. Zij bezitten de sleutels van het koninkrijk, en de Heer geeft via hen leiding aan zijn werk. Daarnaast zijn vrouwelijke kerkleiders aangesteld en hebben zij het priesterschapsgezag ontvangen om zowel mannen als vrouwen van de kerk toe te spreken. We moeten ook aan hun woorden gehoor geven, en luisteren naar de raad die God ons via hen geeft."

Tot slot nog deze woorden van president M. Russell Ballard uit dit artikel: Elke priesterschapsleider die de vrouwelijke leidinggevenden niet volledig en met zijn volle respect bij het werk betrekt, respecteert de sleutels die hij heeft gekregen niet, en maakt ze niet groot. Zijn macht en invloed zullen beperkt zijn totdat hij de wegen van de Heer leert." 




vrijdag 29 mei 2026

2. Afstamming is niet bepalend


"In de geslachtsregister van Jezus Christus in het evangelie van Mattheüs worden vijf vrouwen genoemd. Zoals verwacht is Maria, de moeder van Jezus, er bij. Wellicht onverwacht bevat het geslachtsregister ook vier vrouwen die geen Israëlieten waren, banden hadden met niet-Israëlieten of een twijfelachtige reputatie hadden." Vrouwen die door mij 'buitenbeentjes' worden genoemd. 

De eerste van deze vier vrouwen is Tamar. Aan haar heb ik reeds aandacht gegeven. De tweede voormoeder die in deze geslachtslijst van Jezus wordt genoemd is Rachab. Rachab, wier naam onlosmakelijk verbonden is met Jericho. Tamar mag dan de 'hoer' spelen, Rachab was er één. Ondanks dit verleden kunnen we over haar het volgende lezen in het Nieuwe Testament: "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen". "En is Rachab de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?" (zie HSV Hebreeën 11:30, Jakobus 2:25). Hieruit blijkt wel dat "we meer zijn dan onze etiketten. Hoewel etiketten ons kracht kunnen geven, ons gevoel van identiteit kunnen bevorderen en ons de kans bieden om te groeien, hebben ze ook een gevaarlijk aspect, zeker als die etiketten niet overeenkomen met onze goddelijke aard of dat sommige etiketten ons minderwaardig doen voelen". 

Vandaar ook dit commentaar op deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus: "Een ding dat we kunnen leren van Mattheüs is dat God met alle mensen kan werken en op onverwachte manieren. Het is ook een voorbeeld van het feit dat wie we worden niet wordt bepaald door de daden van onze voorouders. De vermelding van vrouwen in de familiegeschiedenis van de Heiland weerspiegelt ook de belangrijke rol die vrouwen spelen in het volbrengen van Gods werk". Woorden die ik niet los kan zien van president Russell M. Nelson's toespraak Een oproep aan mijn zusters waarin hij zegt "Wij hebben uw kracht, uw bekering, uw overtuiging, uw leidinggevende kwaliteiten, uw wijsheid en uw stem nodig. Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze door hun geloof belangrijke dingen tot stand kunnen brengen". Als er iemand is waarop die woorden ook van toepassing zijn, dan is het wel Rachab.




Behalve dat er aan Rachab het etiket hoer hangt, hangt er nog een etiket aan haar. En dat is het etiket Kanaänitische. Een boek dat sinds jaar en dag bij ons in de kast staat is die van W. Cleon Skousen 'The third thousand years'. Zo links en rechts kom ik stukjes uit dit boek tegen in mijn Schriften die ik de moeite van het opslaan waard vond. Echter, je voelt hem al aankomen, niet alles. 

Dit is niet de eerste keer dat ik citeer uit een boek, geschreven door leiders en/of leden van de kerk. In zekere zin val ik in herhaling. Zeker ook als ik kijk naar bovenstaande afbeelding. Echter kijkend naar deze opmerking "als iets wordt herhaald en herhaald, gaat het vanzelf in het collectieve geheugen zitten", dan denk ik dat ik aan de goede kant van de herhaling zit. Deze zin komt uit een publicatie die ging over "De vloek van Cham: Hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen". Tijdens één van mijn wandelingen, op het Cham-pad, heb ik stil gestaan bij deze opmerking. 

Een pad dat ik trouwens zeker ook niet los kan zien van Rachab als Kanaänitische. Omdat Kanaänieten, alhoewel ze ook gewoon inwoners van Kanaän kunnen zijn, vooral gezien worden als nakomelingen van die 'vervloekte' Cham wat je ook terug ziet in deze woorden van Cleon W. Skousen: "Het lijkt er ook op dat Rachab geen Kanaäniet was, hoewel ze in een Kanaänitische stad woonde. Dit blijkt uit het feit dat ze later trouwde met een prins van Juda, een huwelijk dat onwettig zou zijn geweest als ze van Cham afstamde. Deze conclusie wordt verder ondersteund door het feit dat zij in de afstammingslijn was waaruit de Verlosser voortkwam". 

Dit vloek-Cham-denken van Cleon Skousen staat niet op zichzelf. Het heeft te maken met het racisme van het verleden, wat je ook terug ziet in onze kerkgeschiedenis. En, ik kan dit niet genoeg benadrukken en herhalen, haaks staat op HOE de kerk is hersteld. Niet alleen dat, ook op de HOE van de leer vanaf het begin, waar ik niet de herstelling mee bedoel.   

Scripture Helps: "In het verleden hebben sommigen ten onrechte de vloek over het nageslacht van Cham in verband gebracht met de beperkingen op het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperkingen op het priesterschap en de tempel. Sommigen hebben gespeculeerd dat Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." De evangelieverhandeling ras en het priesterschap geeft ook de nodige context en gaat ook in op Kaïn en Cham. 



"En zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." Wat laat zien, het bewijs is, van hoe krachtig herhaling kan zijn. Echter, om dit te kunnen ontkrachten, moet je je er wel van bewust zijn dat het er is. Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk. Iets, wat volgens mij van alle tijden is. Dat blijkt wel uit deze woorden: "Denken jullie dat onze vaderen verkieselijker zouden zijn geweest dan zij (de Kanaänieten), indien zij rechtvaardig waren geweest? Ik zeg jullie: Neen. Zie de Heer acht alle vlees gelijk; hij die rechtvaardig is, staat bij God in de gunst" (zie 1 Nephi 17:33,34). Waar het uiteindelijk dus om gaat, terugkomend op Rachab, dat 

"het gaat om wie ze werd, een voorbeeld van geloof".

Ondanks dat, wil ik tot slot nog stil staan bij één ding en dat heeft te maken met de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten.

  1. Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheus' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen (Mattheüs 28:19).
  2. De vermelding van deze specifieke vrouwen, die elk een rol speelden in een of andere controverse in het Oude Testament, laat zien dat God in het verleden van Israël door mensen en situaties heeft gewerkt die de Joden niet hadden verwacht. Zo worden de lezers van Mattheüs voorbereid op het verhaal dat direct volgt: Maria en de maagdelijke geboorte.
  3. Het laat ons allemaal vandaag de dag zien dat persoonlijke rechtvaardigheid niet afhankelijk is van het bezitten van een perfecte afstamming, aangezien de afstamming van Jezus Christus niet perfect was.
  4. De opname van vrouwen in de stamboom van de Heiland weerspiegelt de belangrijke waarheid dat mannen en vrouwen gelijk zijn in de ogen van God.



Afbeelding Rachab: rahabs-red-rope

zondag 24 mei 2026

1. Afstamming is niet bepalend

 

Een vrouw waar ik zomaar niet aan voorbij kan reizen is Tamar. Zij hoort voor mij zeker thuis in het rijtje bijzondere vrouwen. En blijkbaar ben ik niet de enige die daar zo over denkt. Zeker als ik kijk naar Mattheüs 1 en het geslachtsregister van Jezus Christus. Vooral als je dit geslachtsregister vergelijkt met die van Lukas. In het geslachtsregister van Lukas wordt namelijk alleen maar gesproken over zonen. Al zal hij zo ook zijn redenen hebben gehad om juist deze insteek te gebruiken. 

Wat het geslachtsregister van Mattheüs nog meer bijzonder maakt is dat de vrouwen waar hij voor kiest eigenlijk allemaal 'buitenbeentjes' zijn. De eerste vrouw die genoemd wordt is Tamar, en ik denk dat dit label zeker ook van toepassing is op haar. Vandaar dan ook deze vraag uit een les, als stof tot nadenken: "Wat kunnen wij leren van het feit dat Mattheüs deze vier vrouwen in de geslachtsregister van Jezus Christus opneemt?" Want aan de drie overige vrouwen die Mattheüs noemt hangt ook een speciaal labeltje. Terwijl Mattheüs bijvoorbeeld ook gewoon had kunnen kiezen voor de vrouwen van Abraham, Izak en Jakob, wat hij uiteindelijk niet gedaan heeft. 

Hierbij in het kort het verhaal van Tamar wat ik vond op Wikipedia. Zelf had ik het zo kort niet kunnen samenvatten, vandaar die keuze: "Juda trouwt met de dochter van Shua, een Kanaäniet. In Genesis hoofdstuk 38 krijgen Juda en zijn vrouw drie kinderen: Er, Onan en Shelah. Er trouwt met Tamar, maar God doodt hem omdat hij goddeloos was in Zijn ogen (Gen. 38:7). Tamar wordt volgens de gewoonte de vrouw van Onan, maar ook hij wordt gedood nadat hij weigert kinderen te verwekken voor de kinderloze weduwe en zijn oudere broer en in plaats daarvan zijn zaad verspilt. Hoewel Tamar met Shelah, de overgebleven broer, had moeten trouwen, stemde Judah daar niet mee in. Daarop misleidt Tamar Juda door zich voor te doen als prostituee en zo gemeenschap met hem te hebben. Wanneer Juda ontdekt dat Tamar zwanger is bereidt hij zich voor haar te laten doden, maar hij herroept zijn plan wanneer hij ontdekt dat hij de vader is (Gen. 38:24-26). Tamar is de moeder van een tweeling; Perez (Peretz) en Zerah (Gen. 38:27-30). De eerste is de patrilineaire voorvader van de Messias, volgens het boek van Ruth (4:18-22)." 



Het volgende komt, door mij samengevat, uit Scripture Helps: "Toen Juda zijn belofte niet nakwam om zijn jongste zoon aan Tamar uit te huwen, liet hij haar zonder echtgenoot en zonder de kans om kinderen te krijgen. Omdat ze graag kinderen wilde, nam Tamar haar toevlucht tot bedrog en speelde de hoer, om een kind met Juda te verwekken. De gebruiken van het leviraatshuwelijk zouden Juda zelfs de mogelijkheid geboden hebben om met Tamar te trouwen als zij niet met een van zijn zonen kon trouwen. Tamar wist waarschijnlijk dat haar daden ernstige gevolgen konden hebben. Toen Juda beval dat Tamar verbrand moest worden nadat hij vernam dat ze zwanger was, gebruikte Tamar de zegelring, armbanden en staf die Juda haar had gegeven, als bewijs dat hij de vader was. Juda bekent zijn zonde en verklaarde: Zij is rechtvaardiger geweest dan ik". 

In een oud lesboek wordt commentaar gegeven op wat er tussen Tamar en Juda gebeurde. Het volgende heb ik er uit gehaald: "Het is belangrijk om Juda's verdraaide waardenstelsel te benadrukken. Hij had er geen enkel probleem mee om Tamar met onvervulde beloftes naar huis te sturen, noch om een prostituee langs de weg op te pikken. Maar toen hij hoorde dat Tamar zwanger was, was hij zo woedend dat hij haar ter dood wilde laten brengen. Ten tweede laat het verhaal de afstamming van Juda zien, waaruit uiteindelijk de Messias zou voortkomen (zie Matteüs 1:3, Lukas 3:33). Een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid. Tenslotte wordt de waarheid duidelijk aangetoond dat het niet nakomen van verplichtingen vaak tot grotere problemen leidt. Had Juda zijn belofte aan Tamar trouw gehouden, dan zou de verleiding nooit hebben plaatsgevonden. Evenzo, als Juda de morele wetten had nageleefd, zou hij nooit met Tamar gezondigd hebben". 

Vooral de woorden "een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid" vind ik een zin om te onthouden. Niet alleen dat, ook om opnieuw mee aan de slag te gaan. Zeker als ik deze zin bezie in het licht van "Wij hebben Abraham als vader". "In de dagen van de Heiland waren veel Israëlieten van het verbond buitengewoon trots geworden en hadden ze zich afgewend van de leer van Jehovah. Sommigen geloofden dat het enkel afstammen van Abraham voldoende was om hen te redden. De Joden geloofden dat zij de enigen waren die rechtvaardige kinderen voor Abraham konden voortbrengen en dat alleen Abrahams letterlijke nakomelingen gered konden worden. Maar Johannes berispte hun trots en onrechtvaardigheid door te zeggen dat God uit stenen nakomelingen van Abraham kon opwekken". 

Aan de andere kant, nu we het toch hebben over afstamming, Shelah, die eigenlijk met Tamar had moeten trouwen, wordt gewoon tot de stam van Judah gerekend ondanks dat hij een Kanaänitische moeder had. En, zoals we kunnen lezen in Genesis 46, horend tot het gezin van Jakob die Israël wordt genoemd: "en zij kwamen in Egypte aan, Jakob en heel zijn nageslacht met hem. Zijn zonen en zijn kleinzonen met hem, zijn dochters, en zijn kleindochters en heel zijn nageslacht bracht hij met zich mee naar Egypte. De zonen van Juda; Er, Onan, Sela, Perez en Zerah. Er en Onan waren echter in het land Kanaän gestorven". 

In Numeri 26, vele jaren later, het volk van Israël staat aan de vooravond van het in bezit nemen van het land Kanaän, lezen we dat "de Heer tegen Mozes en tegen Eleazer, de zoon van de priester Aaron, zei: "Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, van twintig jaar oud en daarboven, naar hun families, ieder die in Israël met het leger uittrekt. De zonen van Juda waren Er en Onan, maar Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven. En dit waren de nakomelingen van Juda, ingedeeld naar hun geslachten: van Sela het geslacht van de Selanieten; van Perez het geslacht van de Perezieten; van Zerah het geslacht van de Zerahieten. Dit waren de geslachten van Judah, overeenkomstig het aantal van hen die geteld waren; zesenzeventigduizendvijfhonderd."

Interessant is trouwens, ik sta nu opnieuw stil bij Genesis 46, dat Shelah niet de enige was met een Kanaänitische moeder, die deel uitmaakte van het gezin van Jakob dat optrok naar Egypte. "De zonen van Simeon: Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul, de zoon van een Kanaänitische vrouw". En ook zijn nageslacht vinden we terug in de telling van Numeri 26: "De nakomelingen van Simeon, ingedeeld naar hun geslachten: van Saul het geslacht van de Saulieten". 

De volgende keer ga ik het hebben over Rachab. Ik vraag mij af wat zij zou vinden van het bovenstaande. Rachab is een hoer en daarnaast ook nog Kanaänitische. En ook zij is terug te vinden in een geslachtsregister. En wat voor een geslachtsregister: "uit wie geboren is Jezus, Die Christus genoemd wordt". Ik denk dat ze waarschijnlijk ook zou zeggen dat afstamming niet bepalend is. En daar kan ik mij helemaal in vinden.

"en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte,
geknechte en vrije,
man en vrouw;
en allen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33

Afbeelding stamboom: Wikipedia

zondag 17 mei 2026

Waarom wij niet?

 

Het Oude Testament is nog steeds mijn basis van reizen. En op de achtergrond speelt nog steeds dat er nog een aantal ras-en-het priesterschap-plaatsen zijn die ik wil bezoeken. Echter, vandaar mijn vrij reizen abonnement, wil ik ook aandacht geven aan onderwerpen die bijvoorbeeld meer met mijn vrouw zijn te maken hebben, zoals de dochteren van Zelafead. 

"Toen kwamen de dochters van Zelafead, ...Machla, Nog, Hogla, Milka en Tirza.
Zij gingen staan voor Mozes en voor Eleazar, de priester, 
en voor de leiders en heel de gemeenschap, 
bij de ingang van de tent van ontmoeting, met het verzoek;
Onze vader is gestorven in de woestijn, ...hij is om zijn eigen zonde gestorven.
Hij had echter geen zonen. 
Waarom zou de naam van onze vader 
uit het midden van zijn geslacht worden weggenomen,
alleen maar omdat hij geen zoon had?
Geef ons bezit te midden van de broers van onze vader."
HSV Numeri 27:1-4

Ik vind wat hier beschreven wordt om verschillende redenen geweldig. In gedachten zie ik deze vrouwen, deze vijf zussen, staan. Niet alleen voor Mozes en Eleazer, nee, voor de gehele gemeente. Van tevoren hadden deze zussen met elkaar overlegd. Ze weten wat ze willen zeggen en wat hun verzoek is. Echter weten wat je wil zeggen, en het dan ook uiteindelijk naar voren brengen, het uitvoeren, dat kan soms een heel ander verhaal zijn. 

Dit is wat Scripture Helps zegt over wat een reden zou kunnen zijn om toch maar niet je mond open te doen. "Het Oude Testament geeft ook een inkijkje in de grote uitdagingen waar vrouwen in de oudheid mee te maken kregen, waar ze vaak werden onderdrukt, misbruikt en op andere manieren slecht werden behandeld. Gewoonten en gebruiken die in de meest moderne samenlevingen onrechtvaardig of problematisch lijken, werden gevormd door de culturele normen van die tijd." 

"De priester van Midian had zeven dochters. Zij kwamen om water te putten 
en vulden de drinkbakken om het kleinvee van hun vader te drinken te geven. 
Toen kwamen de herders en joegen hen weg, 
maar Mozes stond op,
verloste hen en gaf hun kudden te drinken."
Exodus 2:16-17

Ik denk dat vrouwen in deze tijd ook voor grote uitdagingen staan. Wij mogen dan heden ten dage geen water putten, echter intimidatie op straat is bij ons ook geen vreemd verschijnsel. Orange the World is de campagne van de Verenigde Naties tegen geweld naar vrouwen. Op de vraag "Wat zou er moeten gebeuren om geweld tegen vrouwen te bestrijden? en Welke cultuuromslag is nodig om geweld tegen vrouwen te bestrijden?" wordt er onder andere dit gezegd: "De aanpak van geweld tegen vrouwen bestaat traditioneel vooral uit het aanspreken van vrouwen. Aan meisjes wordt nog altijd vaak aangeraden om niet te provocatieve kleding te dragen, niet alleen in het donker te lopen of te fietsen, niet te dronken worden, een verkrachtingsfluitje bij zich dragen of weerbaarheidstrainingen te volgen. Het bizarre daarvan is dat daarmee niet alleen het probleem, maar ook de oplossing op het bordje van vrouwen wordt geschoven. Vrouwen en meisjes moeten voorkomen dat ze verkracht worden, in plaats van dat mannen en jongens ervoor zorgen dat zij geen dader worden. We moeten investeren in mannen en jongens, door hen op vroege leeftijd duidelijk te maken wat geweld tegen vrouwen teweegbrengt en hoe zij kunnen voorkomen dader te worden, en door hen te betrekken als belangrijke medestanders om het denigreren en objectiveren van vrouwen uit te bannen en andere mannen aan te spreken die zich daar schuldig aan maken. We moeten mannen en jongens betrekken, en dan niet (alleen) als potentiële daders, maar vooral ook als potentiële medestanders, om er samen voor te zorgen dat geen man of jongen geweld tegen vrouwen en meisjes acceptabel vindt, laat staan stoer of cool". Mozes stond op, en als medestander van deze vrouwen, joeg hij, notabene in zijn eentje, de herders weg. 

Ook in zijn leiderschap liet hij zien, zoals nu met deze zussen, dat hij verder ging dan de culturele norm van zijn tijd, die in hun voorstel afweken van wat in die tijd gebruikelijk was. Ze werden door Mozes niet alleen gezien, maar ook gehoord. Want "Mozes bracht hun rechtszaak voor het aangezicht van de Heer". En dit is het antwoord van de Heer: "De dochters van Zelafead hebben gelijk; u moet inderdaad een eigen erfelijk bezit geven, te midden van de broers van hun vader, en u moet het erfelijk bezit van hun vader op hen doen overgaan. En tegen de Israëlieten moet u zeggen: Wanneer iemand sterft en geen zoon heeft, dan moet u zijn erfelijk bezit op zijn dochter doen overgaan." 

In onderstaande video gaat Camille Fronk Olsen verder in op deze verzen uit de Bijbel, waardoor je nog meer waardering krijgt voor dit verhaal. Ergens in deze video zegt professor Olsen het volgende: "In plaats van naar anderen te kijken die misschien ouder en meer gerespecteerd waren in het kamp voor een oplossing, zeiden zij: Waarom wij niet? Zij handelden zelfstandig en lieten niet met zich handelen." 

En zo "hebben deze vijf vrouwen, duizenden jaren later, nog steeds invloed op de wereld". En ben ik, zo al reizend door de Schrift, ongemerkt toch ook weer terug bij Zijn is zien. Om van hieruit verder te reizen naar die andere vrouw die ook besloot de touwtjes in handen te nemen.