maandag 2 maart 2026

Het vertellen van je verhaal

 


Onlangs waren wij in het Noordbrabants museum, waar wij onder andere naar de tentoonstelling Ketahanan 'verhalen van veerkracht' zijn geweest. Een tentoonstelling die in samenwerking met de Molukse gemeenschap is gemaakt en die "opgebouwd is rond vier thema's: (de)kolonisatie, diaspora, veerkracht en toekomst". 



"Deze tweedelige collage van Eva Ririhena toont haar twee grootmoeders. 
Dora van moederskant en Johanna van vaderskant. 
Hiermee laat ze zien dat haar identiteit bestaat uit twee helften, 
twee achtergronden, van twee kanten van de wereld. 
Tegelijkertijd blijven deze vrouwen voor altijd verbonden via haar."


Ik kon mijzelf herkennen in bovenstaande collage, maar ook in de thema's die aan bod kwamen. En zeker ook in de opmerking dat het verleden doorwerkt in het heden. Alhoewel ik daar in een ander jasje stond, zijn dit ook onderwerpen die deel uitmaken van mijn verhaal. Wat mij, ik reis nog steeds door de Schriften, mij brengt bij de vloek van Cham, die  eeuwenlang gebruikt is voor het rechtvaardigen van slavernij. 

Voordat ik echter het Cham-pad op ga wil ik eerst stil staan bij iets anders. Onlangs heb ik weer een uitnodiging van het ziekenhuis gehad voor een controle afspraak. Volgende maand is het vier jaar geleden dat ik de diagnose kanker kreeg. Er staat dus weer een onderzoek voor de deur. Het kan zijn dat ik daar op een later moment nog op terug kom. 

In de periode dat ik mijn diagnose kreeg bestudeerden wij ook het Oude Testament en ben ik met kanker in mijn rugzakje, al schrijvend op reis geweest met het volk van Israël. Toen dit traject was afgerond,  heeft die ervaring mij aangezet om al schrijvend te blijven reizen. Echter, ergens tijdens die reis veranderde steeds meer de inhoud van mijn rugzakje en besloot ik op een gegeven moment dat het tijd was om over te stappen op een andere trein. Niet alleen dat, ik besloot ook deze ervaringen niet voor mijzelf te houden maar verslag te doen van wat ik zoal onderweg tegen kwam. En zo reisde ik van het Oude Testament naar het Nieuwe Testamemt. Daarna bezocht ik het Boek van Mormon en vorig jaar de Leer en Verbonden. En dan nu terug bij het Oude Testament, waar het in wezen allemaal mee begon. 

Terugkijkend op mijn reis door de Schriften tot nu toe kan ik zeggen dat ik ondertussen het nodige heb geschreven. Een reis die uiteindelijk begon met God houdt van diversiteit. Daarna was alles grotendeels afhankelijk van waar ik was op dat moment. Onlangs in onze eigen wijk nog, die bestaat uit 19 verschillende nationaliteiten, waaronder leden uit Curacao, Brazilië, Peru, Roemenie, Dominicaanse Republiek, India, Italie, Nigeria, Schotland en Wit-Rusland, om een paar landen als voorbeelden te noemen, sprak onze bisschop nog over eenheid en het belang van diversiteit. Ondanks de aandacht voor dit onderwerp binnen de kerk is dit voor mij geen reden om mijn reis te beëindigen, hoe aantrekkelijk dit soms ook lijkt. Er zijn nog te veel Oude Testament plaatsen die ik wil bezoeken en waar ik verslag van wil doen. 

Daarnaast heb ik nog niet ervaren hoe het is om door het Oude Testament te reizen met in mijn rugzakje dat "allen gelijk zijn voor God". Kanker heeft daar toentertijd een stokje voor gestoken. Daar op terugkomend, mensen denken dat als je 'klaar' bent met je behandelingen dat dan de vlag uit kan. Alleen je bent er dan nog niet. De fase erna heeft zo ook zijn eigen uitdagingen. Ga je overleven, herleven of voortleven? 

Kijkend naar de openbaring op het priesterschap, toen ging min of meer wel de vlag uit, en gaf ouderling Bruce R. McConkie na deze gebeurtenissen een toespraak waarin hij zei: "Vergeet alles wat ik heb gezegd of wie dan ook in het verleden heeft gezegd dat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen". Echter zo eenvoudig bleek dit vergeten niet te zijn, waardoor de vlag toch iets minder fier wapperde

Over deze fase na het opheffen van de restrictie zei Carol Lawrence-Costly, voormalig raadgeefster in het algemeen jongevrouwen presidium, het volgende: "Ondanks dat de ban in 1978 eindigde betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen. Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". Wat ik zie als de doorwerking, of een bijwerking, van het racisme uit het verleden in het heden.

En zo zag ik meer overeenkomsten tussen mijn beide rugzakjes. Behandeld worden voor kanker is niet alleen een lichamelijk proces, het beïnvloed je leven op tal van andere manieren. En zo is de restrictieperiode ook gelinkt aan allerlei andere onderwerpen. Bijvoorbeeld aan het voorbestaan, het eeuwig huwelijk, de vloek van Kaïn en Cham en niet te vergeten het verbond van Abraham, waar we het nu over hebben. Of het opslaan van mijn tent bij de Kirtlandtempel wat daar mee te maken heeft, en de woorden van president Russell M. Nelson: "Op grond van priesterschapssleutels hebben wij het gezag om alle zegeningen die God aan Abraham beloofde aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen. Tempelwerk maakt deze uitzonderlijke zegeningen aan al Gods kinderen beschikbaar, waar of wanneer ze ook leefden of leven. Laten we ons verheugen dat priesterschapsleutels weer op aarde zijn!" 

Wat voor mij ook vervat zit in deze ene zin, wat te maken heeft met de Hoe van de herstelling:
Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid 
tussen zwart en wit
Wat een variatie is op "Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid tussen Samaritanen en Joden", afkomstig uit een toespraak van ouderling Ulisses Soares. 

In één van de voetnoten van deze toespraak van ouderling Soares verwijst hij naar een toespraak van Martin Luther King jr.: Facing the Challenge of a New Age, de uitdaging van een nieuw tijdperk aangaan. Sommige mensen maken onderscheid tussen hun leven voor en na de kanker. Zover ben ik nog niet omdat ik nog in remissie zit. Daarnaast, wat ik ook zie als iets behorend bij deze fase, is het vertellen van mijn verhaal en mijn uiteindelijke beslissing om dit te doen aan de hand van de Schriften. 

In Facing the Challenge of a New Age, zegt Martin Luther King namelijk iets wat ik herkende: "De grote tragedie van fysieke slavernij was dat het leidde tot verlamming van mentale slavernij. Zolang de zwarte man deze onderdanige houding behield en de hem toegewezen plaats accepteerde, heerste er een soort raciale vrede. Maar het was een ongemakkelijke vrede waarin de zwarte man gedwongen werd geduldig beledigingen, onrecht en uitbuiting te verdragen. Het was een negatieve vrede. Ware vrede is niet slechts de afwezigheid van een negatieve kracht - spanning, verwarring of oorlog; het is de aanwezigheid van een positieve kracht - rechtvaardigheid, goede wil en broederschap. En zo was de vrede die op dat moment tussen de rassen bestond een negatieve vrede, verstoken van elke positieve en blijvende kwaliteit. Zijn religie openbaarde hem dat God al zijn kinderen liefheeft, en dat ieder mens, van een zwarte tot een witte, van belang is op Gods klavier...Met dit nieuwe zelfrespect en hernieuwde gevoel van waardigheid bij de zwarte bevolking werd de negatieve vrede in het Zuiden snel ondermijnd." Wat mij doet denken aan Rood is de kleur van...

Onlangs bespraken wij in onze vrouwenorganisatie opnieuw een toespraak van ouderling Soares die als titel had Met de deugd van zelfbeheersing getooid. Zoals wij de toespraak in onze vrouwenorganisatie bespraken stond het woord zelfreflectie centraal. Zelfreflectie, maar dan gezien door de ogen van kanker, heeft ook te maken met dat je naar binnen kijkt, naar wat wel of niet goed gaat en hoe daarmee om te gaan. Vaak heeft men het dan ook over verschillende fases die je doorloopt. Over de laatste fase, heroriëntatie en aanpassen aan nieuwe situatie, werd dit gezegd: "Veel mensen ervaren deze 2.0 versie van zichzelf als beter dan wie ze waren voor ze ziek waren. Je hebt sinds de diagnose een lange weg afgelegd met veel dips en uitdagingen. Maar meestal hervind je jezelf. Of kom je er sterker uit". Dat is een bemoedigende uitkomst. Alleen het bezig zijn met die 2.0 versie van mijzelf voelt gek genoeg, omdat ik nog druk bezig ben met dit rugzakje, toch als een ander rugzakje, als een andere reis.   

In  de toespraak 'Met de deugd van zelfbeheersing getooid' werd ook Martin Luther King jr. aangehaald, alleen nu niet als voetnoot: "De ultieme maatstaf voor iemands karakter is niet waar hij staat in tijden van voorspoed en comfort, maar waar hij staat in tijden van tegenspoed en controverse". Als er iemand werd geconfronteerd met tegenspoed en controverse was het Martin Luther King jr. wel. "Martin Luther Kings filosofie van niet-gewelddadig verzet leidde bij talrijke gelegenheden tot zijn arrestatie. In totaal is hij 29 keer opgepakt. King werd gehaat door aanhangers van de rassenscheiding in de zuidelijke staten. Er werd een aanslag op zijn woonhuis gepleegd en hij en andere zwarte leiders werden op beschuldiging van samenzwering veroordeeld. Hij werd in de borst gestoken, meermaals geslagen, en bijna dagelijks met de dood bedreigd". Ondanks dit alles bleef hij trouw aan zijn principes en bleef hij zich vasthouden aan zijn droom. 

In die zin, zeker kijkend naar deze toespraak van ouderling Soares, vind ik Martin Luther King jr. een voorbeeld van iemand die met de deugd van zelfbeheersing getooid was. Zeker als ik kijk naar hem door deze woorden: "Hoewel we ernaar streven zachtmoedig te zijn en twist te vermijden, betekent dat niet dat we moeten marchanderen met onze toewijding aan de waarheden die we begrijpen. We moeten ons standpunt of onze waarden niet opgeven. Het evangelie van Jezus Christus en de verbonden die we gesloten hebben, maken ons voorvechters in de eeuwige strijd tussen waarheid en dwaling. In die strijd is er geen tussenweg". 

Als vader had Martin Luther King jr. een wens. Dat zijn vier kinderen zouden opgroeien in een wereld waar ze niet zouden worden beoordeeld op de kleur van hun huid, maar op wie ze waren als persoon. Getuigt zijn verhaal juist ook niet van goed voorouderschap?




donderdag 26 februari 2026

De dochters van Onitah


"en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
man en vrouw"
2 Nephi 26:33

Voordat ik ergens anders bij stil sta wil ik eerst aandacht geven aan drie jonge vrouwen. Drie vrouwen waar ik, net als bij Ada en Zilla, niet zomaar aan voorbij kan lopen, omdat ze het waard zijn om genoemd te worden. Niet alleen dat, ook dienen als voorbeeld.

"Deze priester nu had op dit altaar drie maagden tegelijk geofferd,
die de dochters van Onitah waren,
iemand van koninklijke afstamming, 
rechtstreeks uit de lendenen van Cham.
Deze maagden werden wegens hun deugd geofferd;
zij wilden zich niet neerbuigen om goden van hout of steen te aanbidden;
daarom werden zij op dit altaar gedood"
Abraham 1:11

Samen zijn deze drie dochters van Onitah, ze worden zelfs niet eens bij naam genoemd, goed voor één vers in onze standaardwerken. Ondanks dat, of misschien juist wel hierdoor, weten we eigenlijk meer dan genoeg. 

Dochters van Onitah 


Opmerkelijke jonge vrouwen
Neal A. Maxwell 


Wat ik bijzonder vind, zie het maar als een schepje bovenop, nog even los van dat er gesproken wordt over koninklijke afstamming, is dat zij rechtstreeks kwamen "uit de lendenen van Cham". In die zin is er een overeenkomst met Ada en Zilla, zij behoorden namelijk tot de lijn van Kaïn op wie een teken en een vloek rustte. In hoeverre kunnen we hun voorvader Cham los zien van de vloek van Cham? Cham die door de eeuwen heen zwart is gemaakt, ik heb het nu niet over de kleur van een huid, wiens naam door de eeuwen heen gebruikt werd om racisme en slavernij te rechtvaardigen. 

Los van afstamming is er nog een overeenkomst. Want net zoals Ada en Zilla niet bogen voor Lamech, bogen deze dochters van Onitah niet voor "goden van hout en steen". Toch is er ook een verschil. Rond Ada en Zilla ervoer ik een stilte, die in zekere mate ook rond deze drie vrouwen was en is, maar niet zoals bij de eerst genoemden. Ik kwam namelijk het volgende commentaar tegen: "Ouderling Neal A. Maxwell van het Quorum van de Twaalf Apostelen besprak deze drie deugdzame jonge vrouwen, samen met drie uitzonderlijk  trouwe jonge mannen - Sadrach, Mesach en Abednego (zie Daniel 3:12-30) - als wonderbaarlijke voorbeelden van het doorstaan van onzekerheid en het vertrouwen op God: Naast die drie jonge mannen zijn er drie jonge vrouwen van wie we de namen niet kennen. Ze worden genoemd in het boek Abraham. Opmerkelijke jonge vrouwen over wie ik graag meer zou willen weten. Ze werden daadwerkelijk op het altaar geofferd omdat ze niet wilden neerbuigen om een afgodsbeeld van hout of steen te aanbidden (Abraham 1:11). Op een dag zullen de gelovigen hen ontmoeten. (zie Not my Will, but Thine, 1988)."

In Schriture Helps, wat ben ik blij met deze aanvulling van de kerk, is een artikel dat gaat over Women in the Old Testament. In dit artikel kunnen we onder andere het volgende lezen: "Het Oude Testament beschrijft Gods omgang met Zijn verbondsvolk en de mensen met wie zij in contact kwamen. Onder deze verhalen bevinden zich beschrijvingen van vrouwen die een groot geloof in God hadden en opmerkelijk geestelijke kracht toonden. Het Oude Testament geeft ook een inkijkje in de grote uitdagingen waar vrouwen in de oudheid mee te maken kregen, waar ze vaak werden onderdrukt, misbruikt en op andere manieren werden mishandeld". 

In dit artikel, Women in the Old Testament, heeft men het ook over deze drie opmerkelijke jonge vrouwen: "Zelfs wanneer we verhalen tegenkomen over vrouwen die weinig details bevatten, kunnen we over deze ervaringen nadenken en vragen stellen om een dieper begrip te krijgen. Abrahams verhaal vermeldt bijvoorbeeld kort de dochters van Onitah, een man van koninklijke afkomst van Cham. Deze drie dochters werden op een altaar geofferd vanwege hun deugdzaamheid: ze weigerden voor afgoden te buigen. We kunnen inzicht verkrijgen door ons af te vragen wat we van het voorbeeld van deze vrouwen kunnen leren. Wat betekent het dat ze deugdzaamheid toonden door afgoden te weigeren te aanbidden? Hoe ziet die deugdzaamheid er vandaag de dag uit?"

Ik ben op reis, onderweg genietend van het uitzicht. 


maandag 23 februari 2026

3. Gods koninkrijk is een 'melting pot'


"geloof en bekeer u van uw zonden
en laat u dopen in de naam van Jezus Christus, de Zoon van God,
evenals onze vaderen,
en u zult de Heilige Geest ontvangen,
opdat alle dingen u geopenbaard kunnen worden"


Dit keer heb ik bewust niet vermeld waar we deze tekst uit de standaardwerken kunnen terug vinden. Vooral de woorden "evenals onze vaderen" kunnen je op het verkeerde been zetten. Het was echter Noach (zie Mozes 8:24), die dit zei in de dagen van vóór de zondvloed. 




Het had echter ook zomaar een tekst uit het Boek of Mormon, de Leer en Verbonden of uit het Nieuwe Testament kunnen zijn.

"En Petrus zeide tot hen:
Bekeert u, en een iegelijk van u worden gedoopt
in den Naam van Jezus Christus,
tot vergeving der zonden;
en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen."
Handelingen 2:38


Hier wil ik alleen maar mee aangeven dat God's boodschap, altijd en overal, hetzelfde klinkt. En dat iedereen, altijd en overal, is uitgenodigd. Wat mij ook deed denken aan, nu ik toch citeer uit het Nieuwe Testament, de eerste alinea van de proclamatie over de herstelling: "Wij verklaren plechtig dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft. God de Vader heeft ons de goddelijke geboorte, het weergaloze leven en het oneindige zoenoffer van zijn geliefde Zoon, Jezus Christus, gegeven. Door de macht van de Vader is Jezus herrezen en heeft Hij de dood overwonnen. Hij is onze Heiland, ons Voorbeeld en onze Verlosser". 

De boodschap van het evangelie is eeuwig. President John Taylor heeft het volgende hierover gezegd: "De mens is niet altijd even ontvankelijk geweest voor dezelfde hoeveelheid licht, waarheid en intelligentie als hij in andere tijden had genoten. God heeft in sommige gevallen het licht van zijn aanschijn - zijn Heilige Geest - het licht en de intelligentie die van Hem uitgaan - in zekere mate ingetrokken; maar zijn wetten zijn onveranderlijk en Hij is dezelfde eeuwige, onveranderlijke persoon. De waarheid verandert niet. Wat 1800, 4000 of 6000 jaar geleden waar was, is ook nu nog waar, en wat ooit verkeerd was, is ook nu nog verkeerd. Waarheid is eeuwig en onveranderlijk, net als de grote Elohim, en het is aan ons om haar beginselen te leren kennen, haar te leren waarderen en haar op onszelf toe te passen. Omdat het evangelie een beginsel is dat van God afkomt, is het net als Hij gisteren en heden en voor eeuwig hetzelfde - oneindig en onveranderlijk. God heeft het voor het eeuwig heil van de mens ingesteld, voordat de morgensterren tezamen juichten, voordat deze wereld ontstond. Het was altijd al in Gods gedachten, en zo vaak als er navraag naar werd gedaan, is het geopenbaard als een eeuwig, onveranderlijk plan waarmee de mens verlost, gezegend, verhoogd en verheerlijk wordt...Hieruit leren we dat de beginselen van het evangelie in de eerste tijdperken van de wereld hetzelfde waren als in onze tijd". 

"Dus toen God met Henoch, Noach, Mozes en anderen over verbonden sprak, moedigde Hij hen aan om een vertrouwensrelatie met Hem aan te gaan. We noemen dit verbond het nieuw en eeuwigdurend verbond of het verbond van Abraham - wat verwijst naar het verbond dat God met Abraham en Sara sloot en dat Hij later met hun nakomelingen Izak en Jakob  hernieuwde. In het Oude Testament werd het eenvoudigweg 'het verbond' genoemd. Je zult zien dat het Oude Testament eigenlijk het verhaal is van de mensen die zichzelf als de erfgenamen van dit verbond beschouwden: het verbondsvolk. Het verbond van Abraham is ook tegenwoordig belangrijk, vooral voor heiligen der laatste dagen. Waarom? Omdat wij ook tot het verbondsvolk behoren, of we nu letterlijk nakomelingen van Abraham, Izak of Jakob zijn of niet. Daarom is het belangrijk dat we begrijpen wat het verbond van Abraham is en hoe dat op ons van toepassing is". 

Bij de woorden dat het belangrijk is dat we begrijpen wat het verbond van Abraham is, kan ik niet anders dan denken aan Jane Elizabeth Manning James, een getrouw zwart lid van de kerk die zich afvroeg of er voor haar geen zegen was weggelegd "omdat God immers had beloofd alle volken der aarde door Abraham te zegenen". Terecht dat ze dacht dat de beloofde zegeningen die voortvloeien uit het verbond van Abraham ook op haar van toepassing was. 




donderdag 19 februari 2026

2. Gods koninkrijk is een 'melting pot'






Wanneer deze afbeelding nieuw voor je is ga dan terug naar....Onze ware identiteit en labels. Het lijkt bijna net een bordspel. Ga direct naar de gevangenis, ga niet langs start. Wanneer je in de gevangenis zit dan word je in in je doen en laten beperkt, meestal als gevolg van je eigen gedrag. Toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van de profeet Joseph Smith herstelde, werd er geen onderscheid gemaakt tussen "zwarte en witte, allen waren gelijk voor God". "Echter, vanaf het midden van de negentiende eeuw tot 1978 werden zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het het priesterschap geordend en mochten zwarte mannen en vrouwen niet deelnemen aan de tempelbegiftiging of aan verzegelverordeningen". In dit opzicht werden zij in hun doen en laten beperkt, met dit verschil, dat zij geen schuld droegen aan deze beperking. Het probleem is echter dat in die periode, zowel door kerkleiders als -leden het nodige is onderwezen dat door de kerk nu is verworpen en dat zij "in deze tijd elke vorm van racisme in het heden of verleden veroordelen".

Mozes 7 is een uitgelezen kans om opnieuw uit één van die boeken uit het verleden te citeren. Echter dan sta ik opnieuw stil bij dit insect van racisme uit het verleden. Aan de andere kant, dit insect van racisme kan ook niet volledig door mij genegeerd worden, dit vanwege de doorwerking in het heden wat ik niet los kan zien van stil staan bij de wortels.  De wortels hebben voor mijn gevoel echter ook te maken met context. Want waar plaats ik de restrictie in het plan van zaligheid, in het verbond van Abraham, in de herstelling van de nieuwtestamentische kerk, in wat vóórdat de wereld er was? Wat veel verder gaat dan de openbaring op het priesterschap in 1978, dat in wezen alleen de blaadjes schoon veegde. Waarschijnlijk onnodig om te zeggen, maar ik doe het toch...... ik ben nog niet klaar met dit ijsje. 

Voor nu wil ik echter stil staan bij deze laatste alinea uit de evangelieverhandeling ras en het priesterschap: "De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in een vers uit het tweede boek van Nephi: De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk." Hebben "de voorwaarden die God eraan heeft verbonden" uiteindelijk ook niet te maken met de context waar ik het in voorgaande alinea over heb?

Ondertussen denk ik dat deze tekst uit het Boek van Mormon misschien wel de meest geciteerde tekst op mijn blog is. Naast natuurlijk de evangelieverhandeling ras en het priesterschap. Wie alleen zijn Schriften in het Nederlands leest, heeft misschien Scripture Helps, wat een nieuwe studiehulp is, gemist. Ik heb al eerder hieruit geciteerd. Dat was toen ik een logje had geschreven met de titel Speculaties rond de vloek van Kaïn.  Onderstaande twee voorbeelden komen ook uit deze studiehulp. En ja, opnieuw gaat het over Kaïn, wat natuurlijk niet zonder reden is. 

Wat weten we over de kinderen van Kanaän en hun vloek?
Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die voor de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam, is er geen Bijbels bewijs dat suggereert dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Evenmin is er bewijs dat ze verbonden zijn met de rechtvaardige bewoners van het land Kenan genoemd naar de overgrootvader van Henoch. Ze verschillen ook van Noachs kleinzoon Kanaän en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd en die later kwamen. Henoch profeteerde dat de kinderen van Kanaän vervloekt zouden worden met onvruchtbaar land, blijkbaar omdat ze de inwoners van Shum hadden uitgeroeid. Het verslag vermeldt vervolgens dat duisternis over de kinderen van Kanaän kwam en dat ze veracht werden onder alle volken. Wat duisternis in dit vers betekent, is onduidelijk. Sommigen hebben aangenomen dat duisternis verwijst naar een donkere huidskleur, maar er is niets in de tekst dat deze interpretatie rechtvaardigt. 

Wat betekent het dat het nageslacht van Kaïn zwart was?
Net als bij de beschrijving van de duisternis die over het volk van Kanaän kwam in Mozes 7:8, is de betekenis zwart in vers 22 onduidelijk. Een beschrijving van Kaïns nakomelingen, die eerder in het boek van Mozes te vinden is, vermeldt dat God hen niet diende omdat hun werken in het duister waren en zij de geboden van God niet hielden. Nadat Kaïn een onheilig verbond met Satan had gesloten en zijn broer Abel had gedood, sprak de Heer een vloek over Kaïn uit. De vloek van Kaïn hield in dat de grond geen gewassen voor hem zou voortbrengen, dat hij als een vluchteling zou rondzwerven en dat hij van Gods aanwezigheid zou worden afgescheiden. De Heer plaatste ook een ongespecificeerd teken op Kaïn om te voorkomen dat anderen wraak op hem zou nemen. Er is geen enkele aanwijzing in de Schrift dat Kaïns teken werd doorgegeven aan zijn nakomelingen. We moeten speculeren over de aard of het uiterlijk van het merkteken dat op Kaïn werd geplaatst, of over de vraag of de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was, vermijden."

Bovenstaande teksten uit de studiehulp hebben allemaal op de een of andere manier te maken met een teken of een vloek. In het verleden heb ik een aantal stukjes geschreven over aanpassingen in de Schriften. Mozes 7 vers 8 en vers 22 zijn ook voorbeelden van aanpassingen in voetnoten van de Schriften. Beide verzen, wat in het verleden niet zo was, verwijzen nu naar 2 Nephi 26:33. Dit lijkt misschien een kleinigheid, maar geloof me, dat is het niet. Zeker als je ze leest in de context van de Officiële Verklaring 2: "In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap geordend. Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst". Door deze aanpassing werd duidelijk gemaakt dat de restrictie er niet was vanaf het begin van de herstelling van de kerk. Pas na de dood van Joseph Smith tot 1978. 

Tot slot nog deze woorden van president Dallin H. Oaks uit zijn toespraak Alle mensen overal: "Hij nodigt allen uit. We begrijpen man en vrouw. We begrijpen ook zwarte en witte, wat alle rassen betekent. Maar hoe zit het met slaaf en vrije? Tenslotte is een slaaf ook iemand die gevangen is door de beperkingen van andere onjuiste denkbeelden. De profeet Joseph Smith heeft gezegd dat wij de gevangenen bevrijden". Is onderwijzen over de vloek van Kaïn en Cham, dat een verkeerd denkbeeld is, in wezen ook niet een vorm van bevrijden, maar nu van verkeerde gedachten? Blijkt hieruit niet opnieuw het belang van onderwijs? Vervolgens eindigt president Oaks dit stukje met deze woorden:

"Onze Heiland
nodigt allen uit om tot Hem te komen
en deel te hebben aan zijn goedheid,
Hij verwerpt niemand die tot Hem komt
en allen zijn voor God gelijk"
2 Nephi 26:33


zondag 15 februari 2026

1. Gods koninkrijk is een 'melting pot'


" en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33



"Toen de profeet Joseph Smith voor het eerst over Henoch en zijn stad van heiligheid hoorde, inspireerde dat hem. Dit was het begin van zijn levenslange streven om Zion op te bouwen. Mozes 7 kan je inspireren om daar nu mee verder te gaan". Echter, je voelt hem al aankomen. Ondanks dat ik ook stil sta bij Mozes 7 volg ik toch net een even ander pad. 

Dit pad begint, ik grijp nu terug op onze Kom dan volg Mij les, met de vraag "Wat deden mensen om rechtschapenheid te bevorderen? Hier zijn enkele andere bronnen die je kunt gebruiken om ideeën en inspiratie op te doen. Kies er een of meer uit om te bestuderen en schrijf dan op waartoe je je geïnspireerd voelt om Zion op te bouwen". In dit bronnenrijtje stond een toespraak van ouderling Ulisses Soares, broeders en zusters in Christus. Een toespraak die voor mij, om verschillende redenen, niet zomaar een toespraak is. Deze toespraak heb ik zelf ooit gegeven en je vindt hem tevens terug op mijn blog. Ondanks dat ga ik opnieuw stil staan bij deze toespraak, alleen nu gezien door de ogen van het kopje "Ik kan Zion helpen opbouwen". 

In bovenstaande video wordt onder andere gezegd dat racisme niet in harmonie is met het evangelie. Uiteraard kan ik niet voorbijgaan aan een dergelijke zinvolle opmerking. Er was echter iets anders wat mij raakte in al hetgeen er gezegd werd en dat was dit: "De etnische en culturele diversiteit is hier zeer groot. Soms maken we dingen mee die pijnlijk of beledigend kunnen zijn. Ik denk dat juist op die momenten we moeten proberen elkaar te onderwijzen, te bereiken, uit te nodigen en tot begrip te komen"In die paar zinnen zit mijn antwoord waarom ik gedurende vier jaar door de Schriften reis met een specifiek rugzakje en jullie daar deelgenoot van maak. Uiteindelijk komt het in de basis neer op onderwijs. "Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken (vooroordelen, onwetendheid en institutionele structuren) te herkennen en aan te pakken". In de hoop dat dit leidt tot het inzicht dat we als kerk een raciaal verleden hebben en dat dit heeft geleid tot allerlei speculaties. Daarnaast is daar de vraag in hoeverre dit verleden van vóór 1978 nog doorwerkt in het heden van de kerk, net zoals het slavernijverleden nog steeds doorwerkt in de maatschappij. In die zin denk ik dat we zeker kunnen spreken van een overlap tussen kerk en maatschappij. 

Over die maatschappij zei ouderling Soares het volgende: "Zoals de profeten hebben voorzegd leven wij in zware tijden vóór de wederkomst van de Heiland. De wereld is gepolariseerd door sterke verdeeldheid, die door raciale politieke en sociaal-economische scheidslijnen wordt geaccentueerd. Dergelijke verdeeldheid beïnvloedt soms onze opvattingen en daden ten opzichte van onze naasten. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat mensen de manier van denken, doen en spreken van andere culturen, rassen en etnische groepen als minderwaardig bestempelen. Ze houden er vooringenomen, foute en sarcastische denkbeelden op na, die tot uiting komen in minachting, onverschilligheid, respectloosheid en zelfs vooroordelen. Zulk gedrag vloeit voort uit hoogmoed, arrogantie, afgunst en jaloezie - kenmerken van een vleselijke aard, de tegenpolen van christelijke eigenschappen. Dit gedrag is ongepast voor mensen die ernaar streven om zijn ware discipelen te worden. In feite, beste broeders en zusters, is er in een gemeenschap van heiligen geen plaats voor vooroordelen, in gedachte en daad." 

Ouderling Soares heeft het in die laatste zin over "in gedachte". Net zoals ik een stukje geschreven heb over de vloek van Kaïn wil ik dat ook doen met Cham. In een artikel dat ging over de vloek van Cham werd dit gezegd: "Wel bevestigd de conclusie dat de Cham-theologie nog altijd in de hoofden van mensen zit". Deze theorieën omtrent Kaïn en Cham kan ik niet los zien van Mozes 7, waar ik op terug kom in deel 2. Misschien daarom wel dat ouderling Soares het niet alleen heeft over het hart maar ook over het verstand: "Laten we ons hart en verstand afstemmen op de kennis en het getuigenis dat we allen gelijk zijn voor God, dat we allemaal met hetzelfde eeuwig potentieel en erfgoed zijn begiftigd". Vandaar dat ik die les van toen afsloot met de woorden

Jezus brak met de vastgeroeste traditie van vijandigheid 
tussen zwart en wit

In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap kunnen we lezen dat toen "de kerk werd opgericht in de Verenigde Staten in 1830, rassenscheiding hoogtij vierde. Veel mensen van Afrikaanse afkomst leefden in slavernij, en rassenscheiding en vooroordelen waren de norm bij blanke Amerikanen". Echter toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde werd er geen onderscheid gemaakt tussen wit en zwart. Allen waren gelijk voor God. 

Ouderling Ahmad Corbitt heeft iets interessants gezegd over deze periode van toen de kerk werd hersteld: "In een staaltje van goddelijke ironie bracht de Heer dit raciaal verenigde boek voort in een land dat destijds raciaal verdeeld was, geteisterd door de slavernij van Afrikanen en de diaspora en mishandeling van de inheemse Amerikanen. Maar Hij bracht het ook voort in een land dat gezegend was met godsdienstvrijheid en constitutioneel zelfbestuur. In Zijn voorzienigheid heeft Hij in de loop der tijd Zijn kinderen, die van deze vrijheden genieten, doen opstaan en geïnspireerd om manieren te creëren waarop anderen deze vrijheden ook kunnen ontvangen, zowel binnen de Verenigde Staten als wereldwijd, zodat Zijn verenigde evangelie door iedereen genoten kan worden". 

" en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
en Hij is de heidenen indachtig; 
en allen zijn voor God gelijk, 
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33


Iguaçúwatervallen - Brazilië


Gods koninkrijk is een melting pot

"Metaforisch gesproken is dit fenomenale watervallencomplex
een weerspiegeling van Gods gezin op aarde,
want we hebben dezelfde geestelijke oorsprong en essentie,
afkomstig van ons goddelijk erfgoed en verwantschap.
Maar ieder van ons stroomt door verschillende culturen, volken en nationaliteiten..."
Ouderling Ulisses Soares


Afbeelding: Pixabay

maandag 9 februari 2026

Ada en Zilla

 

Afgelopen week stond in het teken van Mozes 7 met als thema "De Heer noemde zijn volk Zion". Hier zou ik dus eigenlijk 'moeten' zijn. Echter, ik ben nog niet zo ver dat ik daar al kan stil staan, omdat ik Mozes 5 niet kan loslaten. Dit vanwege Ada en Zilla. Maar ik begin met Kaïn en zijn vrouw die aan het begin staan van dit verhaal. 

"En het geschiedde dat Kaïn een van de dochters van zijn broer tot vrouw nam,
en zij hadden Satan meer lief dan God."
Mozes 5:28

Samen verkozen zij Satan boven God. Vervolgens lezen wij, dat "Satan bezwoer Kaïn dat hij naar zijn bevelen zou handelen. En dat al deze dingen in het geheim werden gedaan". Kaïn zelf zei hierover "ik kan moorden en gewin behalen". Ook kunnen we lezen dat hij "roemde in zijn goddeloosheid". 

In dit zelfde hoofdstuk lezen we ook dat zij, Kaïn en zijn vrouw, kinderen (Henoch), kleinkinderen (Hirad), achterkleinkinderen (Mechujaël) en zelfs achterachterkleinkinderen (Methusaël) kregen. Eén van deze achterachterkleinkinderen, Methusaël, kreeg een zoon met de naam Lamech, en bij hem wil ik stil staan daar hij de echtgenoot is van Ada en Zilla. 

"want Lamech had een verbond gesloten met Satan, naar de wijze van Kaïn,
waardoor hij Meester Mahan werd,
meester van dat grote geheim dat aan Kaïn was bediend door Satan;
en Hirad de zoon van Henoch, die hun geheim kende,
begon het bekend te maken aan de zonen van Adam;"
Mozes 5:49

Daarom sloeg Lamech hem, Hirad, in zijn toorn dood. Niet om voordeel te halen, maar hij doodde hem vanwege de eed. Want sedert de dagen van Kaïn bestond er een geheime vereniging, en hun werken waren in de duisternis.

"en hun werken waren gruwelen en begonnen zich onder alle mensenzonen te verspreiden.
En het bestond onder de mensenzonen.
En onder de mensendochters werden deze dingen niet besproken,
omdat Lamech het geheim bekendgemaakt had aan zijn vrouwen,
en zij stonden tegen hem op en verhaalden deze dingen alom
en hadden geen medelijden;
daarom werd Lamech veracht en uitgeworpen,
en hij kwam niet onder de mensenzonen,
uit angst dat hij zou sterven."
Mozes 5:52-54

De eerste boodschap uit deze verzen is misschien wel dat als je als man een geheim hebt, je dat vooral niet aan je vrouw moet vertellen. Want zoiets kan grote gevolgen hebben, zoals Lamech dat aan den lijve ondervond. Toen Lamech tot zijn vrouwen Ada en Zilla al pochend zei: "Hoor mijn stem, jullie vrouwen van Lamech, luister naar mijn woorden; want ik heb een man gedood tot mijn verwonding, en een knaap tot mijn striem" stonden zij tegen hem op een verhaalden deze dingen alom". Ondanks dat hij hun man was, ondanks dat zij wisten waartoe hij in staat was, gingen zij niet met hem mee in zijn opschepperig verhaal. 

Wat ik ook bijzonder vind is dat zij samen opstonden tegen Lamech. In het Oude Testament kunnen we meer verhalen vinden over polygame relaties, maar in mijn herinnering gingen die allemaal niet bepaald van een leien dakje door onderlinge jaloezie en rivaliteit tussen de vrouwen. Van ons wordt verwacht dat wij de Schriften op onszelf toepassen. Zijn Ada en Zilla, juist voor vrouwen, dan niet een voorbeeld? Want hoe vaak hoor je niet dat vrouwen elkaar de maat nemen. Elkaar kritisch beoordelen op uiterlijk, opvoeding en/of keuzes. In een artikel dat gaat over de proclamatie van het gezin kunnen we lezen dat ouderling Ballard het volgende zei tijdens een zusterconferentie: "We prediken het ideaal, hoewel dat beeld zich niet tot de realiteit weerhoudt, en vertrouwen erop dat Christus' verzoening dit spanningsveld opheft. Wat goed is voor de ene vrouw is misschien niet goed voor de andere. Daarom moeten we elkaars keuzen of de inspiratie erachter vooral niet in twijfel trekken". 

Wat mij ook opviel is, dat doordat zij tegen "Lamech opstonden en dit alom verhaalden" dit tot gevolg had dat Lamech veracht en verworpen werd. In het geval van Lamech betrof het moord, maar zo zijn er meer zaken die niet bedekt mogen worden met de "mantel der liefde". Het artikel Hoe we met mishandeling en misbruik kunnen omgaan is daar een voorbeeld van. In dit artikel worden niet alleen suggesties gegeven voor slachtoffers van mishandeling en misbruik, en hun families, maar ook voor leidinggevenden in de kerk. Ada en Zilla werden gehoord. Daarom werd Lamech "veracht en uitgeworpen". "Leidinggevenden in de kerk mogen een melding van mishandeling of misbruik nooit naast zich neerleggen, en mogen een lid ook nooit ontraden om crimineel gedrag aan te geven. Kerkleiders en -leden houden zich aan alle wettelijke verplichtingen voor het melden van mishandeling en misbruik bij de plaatselijke overheid. In verschillende gebieden geldt echter niet dezelfde meldplicht. In sommige gebieden moeten geestelijken contact met de politie opnemen, terwijl dat in andere gebieden juist niet mag". 

Daarom vind ik de woorden "zij hadden geen medelijden", lastig. Wat voor mij klinkt als niet vrouwelijk genoeg gedrag. Maar wat is vrouwelijk gedrag? Zeker als het onrechtvaardigheid betreft. Hadden ze uit medelijden moeten zwijgen? Daarnaast, zou men het woord medelijden ook gebruikt hebben als een man zo gehandeld zou hebben als Ada en Zilla? In een artikel van de BYU, "When women don't speak" wordt daarover het volgende gezegd: "Gedrag dat bij een man krachtig en besluitvaardig overkomt, kan bij een vrouw als bot en agressief worden geïnterpreteerd. Er bestaat zelfs een term voor: dubbele binding. De dubbele binding is enorm. Toon traditionele vrouwelijke eigenschappen - warmte, zorgzaamheid, openstaan voor iedereen en opdrachten - en anderen zullen je als minder competent beschouwen. Maar neem mannelijke eigenschappen aan - leiderschap, openlijk van mening verschillen, assertief zijn, je mening uiten - en je populariteit neemt af". 





In mijn logje van vorige week haalde ik president Spencer W. Kimball aan. Dit keer maak ik gebruik van een ander artikel, Priesterschapsgezag thuis en in de kerk waarin ook president Kimball wordt aangehaald, echter dit keer net even anders vertaald. Maar in wezen komt het op hetzelfde neer: "We willen niet dat vrouwen in de kerk stille of beperkt aansprakelijke vennoten zijn. Wees alstublieft een medeaansprakelijke vennoot en een medewerkende partner". Voordat je de verkeerde conclusies trekt door het woord "medewerkend", dit is wat ook gezegd wordt in dit artikel: "We hebben gehoord dat er mannen zijn die tegen hun vrouwen zeggen: Ik draag het priesterschap en je moet doen wat ik zeg. Hij verwierp dat misbruik van het priesterschapsgezag in een huwelijk resoluut, en zei dat zo'n man zijn priesterschap niet waardig is." 

Tot slot nog één ander ding wat mij opviel, en dat is dat dit "onder de mensendochters niet besproken werd, omdat Lamech het geheim bekendgemaakt had aan zijn vrouwen". Na wat er met Lamech gebeurd was keken de mannen wel uit. Maar dat betekent niet, ondanks dat de vrouwen niet deel uitmaakten van deze geheime organisaties, dat dit geen invloed had op hun leven als vrouw, moeder en echtgenote en hun gezinnen in het algemeen. Ether 8 is hiervan een "prachtig" voorbeeld.

In Ether 8 gaat het ook over een vrouw. Akish. Zij stond zelfs aan de basis van een geheime organisatie. Akish, die behalve buitengewoon mooi ook nog eens buitengewoon schrander was. Die tegen haar vader zei: "Waarom is mijn vader zo bedroefd? Heeft hij de kroniek niet gelezen die onze vaderen over het grote diep heeft meegebracht? Zie, bestaat er niet een verslag over de ouden, dat zij door hun geheime plannen koninkrijken en grote roem verkregen? En Akish nam hun de eden af, die gegeven waren door de ouden die ook naar macht hadden gestreeft, en die waren doorgegeven van Kaïn af, die vanaf het begin een moordenaar was" (Ether 8:9,15). 

"En het geschiedde dat zij een geheime vereniging oprichtten, zoals de ouden,
welke vereniging boven alles goddeloos en gruwelijk is in de ogen van God;
want de Heer werkt niet door geheime verenigingen, 
evenmin wil Hij dat de mens bloed vergiet;
maar Hij heeft het vanaf het begin van het mensdom in ieder opzicht verboden.
En nu schrijf ik, Moroni, niet over de toedracht van hun eden en verenigingen,
want het is mij bekendgemaakt dat zij bestaan onder alle volken,
 en dat zij bestaan onder de Lamanieten.
En zij hebben de vernietiging veroorzaakt van dit volk waarvan ik nu spreek
en eveneens de vernietiging van het volk van Nephi."
Ether 8:18-21

President Boyd K. Packer heeft ooit een toespraak gegeven waarin hij verwijst naar dit deel van Ether 8: "Wij leven in een tijd van oorlog, de geestelijke oorlog die nooit zal eindigen. Moroni heeft gewaarschuwd dat de geheime verenigingen die door Gadiaton zijn geïntroduceerd bestaan onder alle volken. Daarom o gij andere volken, (en met andere volken wordt hier ook verwezen naar onze generatie), is het wijsheid in het bestel van God dat die dingen u worden getoond, opdat gij u daardoor van uw zonden bekeert en niet toelaat dat die moordzuchtige verenigingen u in hun greep krijgen. De Sherems, Nehors en Korihors leven onder ons. Hun argumenten verschillen niet zoveel van de argumenten waarover in het Boek van Mormon wordt gesproken. En niet alle spotternij komt van buiten de kerk. Dat zeg ik nog eens: niet alle spotternij komt van buiten de kerk. Pas op dat je je niet bij de spotters voegt".  

Nu weten jullie waarom ik niet zomaar aan deze twee vrouwen, Ada en Zilla, kon voorbij lopen. Ze bleven maar fluisteren in mijn oor. Ik kan mij niet herinneren dat zij ooit ter sprake zijn gekomen in een les en waarom er geen aandacht aan hun verhaal werd geschonken. Een stilte die ze volgens mij niet verdienen, juist doordat zij geen stille partners waren en wat wij hieruit kunnen leren. Dit is wat president Russell M. Nelson zei over je laten horen: "Vandaag roep ik mijn zusters in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen dan ook op om naar voren te treden! Neem uw rechtmatige en nodige plaats bij u thuis, in uw gemeenschap en in het koninkrijk van God in - meer dan u ooit gedaan hebt. Ik roep u op om president Kimballs profetie te vervullen. En ik beloof u in de naam van Jezus Christus dat de Heilige Geest uw invloed dan op ongekende wijze vergroten zal!" 

Ada en Zilla, veel weet ik niet van hen, maar wat ik las vond ik inspirerend genoeg om bij stil te staan. Zij zijn mede de reden dat ik niet alleen wil stilstaan bij "zwarte en witte", maar ook bij "man en vrouw". Ik denk dat het Oude Testament vol zit met dit soort inspirerende stofverhalen die ik in geen geval wil missen. 


Lamech met Ada en Zilla

maandag 2 februari 2026

Man en Vrouw



Toen ik nog door het Boek van Mormon reisde heb ik de woorden "allen zijn voor God gelijk"  gebruikt als mijn jaarthema, hoofdzakelijk gezien door de bril van "zwarte en witte". Dit jaar, op mijn ticket staat het Oude Testament, reis ik zonder een bepaald thema. Of ik nu wel of niet gebruik maak van een thema, onderstaande tekst uit het Boek van Mormon is mijn rode draad, waar ik niet alleen allerlei onderwerpen aan kan ophangen, maar ook schriftuurteksten.


Afgelopen week kwam Mozes 6 voorbij waar ik eigenlijk niet bij stil wilde staan. Echter in dit hoofdstuk kwam ik een aantal verzen tegen waar ik niet zomaar aan voorbij kan lopen. Hier in  kunnen we lezen dat Adam aan de Heer vraagt "Waarom is het zo dat de mensen zich moeten bekeren en worden gedoopt in water? En de Heer zei tot Adam: Zie, Ik heb u uw overtreding in de hof van Eden vergeven". En dan wordt er dit gezegd: 

"Hierdoor is het gezegde alom onder het volk gekomen 
dat de Zoon van God verzoening heeft gedaan voor de oorspronkelijke schuld,
waardoor de zonden van de ouders niet op het hoofd van de kinderen kunnen neerkomen,
want zij zijn rein vanaf de grondlegging van de wereld."
Mozes 6:54

In de dagen van Mormon had men zelfs een woordenstrijd over dit onderwerp. Moroni kreeg toen de opdracht van zijn vader Mormon mee om dit te onderwijzen: "...dat kleine kinderen levend zijn in Christus, ja, vanaf de grondlegging van de wereld; zo niet, dan is God een partijdig God, en ook een veranderlijk God en een aannemer des persoons; want hoeveel kleine kinderen zijn er niet zonder de doop gestorven!" (Moroni 8). 

De Leer en Verbonden bevestigd dit: "Maar zie, Ik zeg u dat kleine kinderen vanaf de grondlegging van de wereld door mijn Eniggeborene zijn verlost" (Leer en Verbonden 29:46). "Iedere mensengeest was in het begin onschuldig en omdat God de mens van de val heeft verlost, zijn de mensen, in hun kinderlijke staat, wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God" (Leer en Verbonden 93:38). Vandaar dat we in de Geloofsartikelen kunnen lezen dat wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding" (vers 2), dus ook niet voor de 'overtreding' van Kaïn. En ons wordt gevraagd niet te speculeren "over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan op hem van toepassing was

Nu heb ik weer stil gestaan bij Kaïn, maar waar ik eigenlijk bij stil wil staan is mijn rode draad tekst uit het Boek van Mormon:

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33 

Deze allen-zijn-gelijk-voor-God tekst uit het Boek van Mormon, gaat niet alleen over "zwart en wit". In deze tekst wordt ook gesproken over "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt...man en vrouwallen zijn voor God gelijk". 

President Spencer W. Kimball zei het volgende over deze gelijkheid: "De Schriften en de profeten hebben ons duidelijk geleerd dat er bij God, die wat rechtvaardigheid betreft volmaakt is, geen aanneming des persoons is (Handelingen 10:34). We waren als zijn geestkinderen volledig gelijkwaardig. We zijn ook gelijkwaardig als ontvangers van Gods volmaakte liefde. Wijlen ouderling John A. Widtsoe heeft geschreven: De plaats van de vrouw in de kerk is naast de man, niet vóór hem en niet achter hem. In de kerk zijn man en vrouw volledig gelijkwaardig. Het evangelie is door de Heer voor zowel de man als de vrouw ingesteld". Een jaar eerder, in 1978, het jaar dat president Kimball de openbaring op het priesterschap ontving, zei hij dit: "Wij willen niet dat onze LDS-vrouwen stille of beperkte partners zijn...Wees een actieve en volwaardige partner."

President Dallin H. Oaks: "In de gezinsproclamatie staat dat de vader in het gezin presideert. Hij en zijn vrouw hebben afzonderlijke taken, maar zij hebben de plicht om elkaar als gelijkwaardige partners met deze heilige taken te helpen. Een aantal jaren voor de gezinsproclamatie gaf president Spencer W. Kimball deze geïnspireerde uitleg: Als we het over het huwelijk als een partnerschap spreken, laten we het dan hebben over een volledig partnerschap. We willen niet dat onze zusters in die eeuwige opdracht een stille of beperkt aansprakelijke partner zijn. Wees alstublieft een bijdragende en volledige partner."

Zo tussendoor, naast zwarte en witte, wil ik dus ook aandacht geven aan man en vrouw. Soms als één geheel, soms los van elkaar. Al gaat mijn voorkeur in de eerste plaats uit naar de vrouw. Misschien zelfs gezien door de bril van vrouw en het priesterschap. In de Liahona kwam ik een vraag tegen die daar mee te maken heeft: "Hoe kunnen we de band tussen vrouwen en de macht van het priesterschap beter begrijpen...". Er worden verschillende antwoorden gegeven. Onder andere dit: "Ten eerste kunnen we nederig proberen de waarheden te begrijpen die met het priesterschap verband houden, en in het bijzonder de recente leringen van kerkleiders". Dit pad van de waarheden van het priesterschap begrijpen aan de hand van wat recente kerkleiders er over hebben gezegd, ben ik aan het bewandelen. Uiteraard probeer ik dat dit jaar zoveel mogelijk te doen door de bril van het Oude Testament. En voor de rest, zoals de wind waait.... 

" In de ogen van God zijn
zijn vrouwen en mannen gelijkwaardig,
hoewel zij verschillende rollen vervullen,
hetzij in de kerk, hetzij in het gezin."



maandag 26 januari 2026

Speculaties rond de vloek van Kaïn

 

"En de HEERE zette een teken op Kaïn,
zodat niemand die hem zou vinden, 
hem zou slaan."
Genesis 4:15

De afgelopen weken heb ik een aantal logjes geschreven over onze ware identiteit en labels. In mijn laatste berichtje over dit onderwerp haalde ik de evangelieverhandeling ras en priesterschap waarin we het volgende kunnen lezen: "Vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven; huwelijken tussen verschillende rassen zijn zondig; zwarten of mensen van andere rassen of volkeren zijn ondergeschikt. De kerkleiders in deze tijd veroordelen elke vorm van racisme in het heden of verleden."

De afgelopen periode heb ik ook een een aantal logjes geschreven die gingen over of je racisme kunt bestrijden zonder bewustwording. Het antwoord daarop was dat het vrijwel onmogelijk is en ik ben het, zeker kijkend naar wat er in het verleden onderwezen is en hoe dat doorwerkt in het heden, daar meer eens. En of dit nu wel of niet uit onwetendheid gebeurd, het is een vorm van racisme, dat we, net zoals onze kerkleiders, behoren te veroordelen.  

In de evangelieverhandeling Ras en Priesterschap kunnen we onder andere ook lezen dat president Brigham Young "in januari en februari twee toespraken gaf in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten. Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstammen van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. De vloek van Kaïn werd vaak gebruikt als argument voor de beperking op het priesterschap en de tempel. Rond de eeuwwisseling vond een andere verklaring ingang: er werd gezegd dat zwarten in de voorsterfelijke strijd tegen Lucifer niet geheel kloekmoedig waren geweest, en dat ze daarom werden uitgesloten van de zegeningen van het priesterschap en de tempel”.

In Race and The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints kun je het volgende lezen over het bovenstaande: "Brigham Youngs verklaring voor de beperking was gebaseerd op destijds gangbare ideeën die zwarte mensen identificeerden als afstammelingen van de Bijbelse figuren Kain en Cham. De Kerk heeft deze rechtvaardiging voor de beperking sindsdien verworpen, evenals latere rechtvaardigingen die suggereerden dat de beperking haar oorsprong vond in het leven vóór de aarde". Aan Cham wil ik nog geen aandacht geven. Misschien later. Voor nu wil ik stil staan bij de vloek van Kaïn. Niet zoals het beschreven staat in Genesis 4, maar aan de hand van Mozes 5.

Vloek van Kaïn
36: En nu zult u vervloekt zijn wat de aardbodem betreft, die zijn mond heeft geopend om het bloed van uw broer te ontvangen uit uw hand.
37: Wanneer u de grond bebouwt, zal deze u voortaan niet zijn kracht geven. Een vluchteling en een zwerver zult u zijn op de aarde.
38: En Kaïn zei tot de Heer: Satan heeft mij verzocht wegens de kudden van mijn broer. Ook was ik verbolgen; want zijn offer hebt U aangenomen en het mijne niet; mijn straf is groter dan ik dragen kan.
39: Zie, U hebt mij heden verdreven voor het aangezicht van de Heer, en voor uw aangezicht zal ik verborgen zijn; en ik zal een vluchteling en een zwerver op de aarde zijn; en het zal geschieden dat wie mij aantreft mij zal doden, wegens mijn ongerechtigheden, want deze dingen zijn niet verborgen voor de Heer.
Teken van Kaïn
40: En Ik, de Heer, zei tot Hem: Wie u ook doodt, op hem zal zevenvoudig wraak genomen worden. En ik, de Heer, stelde een teken aan Kaïn, opdat niemand die hem aantrof hem zou doden.

Dit is wat we in Scripture Helps kunnen vinden over bovenstaande verzen: “God vervloekte Kaïn omdat hij zijn broer had vermoord. De vloek van Kaïn hield in dat er geen gewassen meer op de grond zouden groeien, dat hij als een voortvluchtige zou rondzwerven en dat hij van de aanwezigheid van de Heer zou worden gescheiden. God plaatste ook een 'teken' op Kaïn, een teken voor anderen om geen wraak te nemen en hem niet te doden. Het is onduidelijk wat Kaïns teken precies inhield, hoewel er veel over gespeculeerd is. Recent onderzoek wijst uit dat het Hebreeuwse woord voor teken 'normaal gesproken niet verbonden is aan fysieke verschijningsvormen of kenmerken'. In plaats van een fysiek teken verwijst het Hebreeuws naar daden die Kaïn tot een 'gemarkeerde man' maakten, wat betekent dat de mensen wisten wie hij was en dat ze hem met rust moesten laten en God zijn straf moesten laten voltrekken. We moeten vermijden dat we speculeren over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was. De Kerk verwerpt en veroordeelt raciale en culturele vooroordelen in welke vorm dan ook. President Russell M. Nelson leerde: "Ik verzeker u dat uw positie voor God niet wordt bepaald door de kleur van uw huid. Gunst of ongunst bij God hangt af van uw toewijding aan God en Zijn geboden, en niet van de kleur van uw huid." Wat mij met name op viel aan het bovenstaande stuk was het gebruik van het woord speculeren. Een woord dat je ook kunt tegenkomen in de evangelieverhandeling. "In de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". 

In het verleden het ik ook een aantal stukjes geschreven over het onderscheid maken tussen de vloek en het teken onder de titel De bril die je draagt. Alleen toen betrof het de Lamanieten, een volk uit het Boek van Mormon. Ik vergeleek toen de kleur van de huid met geld. Geld is op zich neutraal, tot je het uitgeeft. Dan verliest geld zijn neutraliteit. Daarom tot slot nog deze vraag en tevens het antwoord daarop, die ik niet los kan zien van dit onderwerp: "Wat is het standpunt van de kerk ten aanzien van witte suprematie? Er zijn sommigen binnen de verschillende pro-witte en witte suprematistische gemeenschappen die beweren dat de Kerk neutraal staat tegenover hun standpunten of deze zelfs steunt. Niets is minder waar. In het Nieuwe Testament zei Jezus: U zult de HEER, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en grootste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naasten liefhebben als uzelf (Mattheus 22:37-39). Het Boek van Mormon leert dat allen gelijk zijn voor God (2 Nephi 26:33). Witte suprematistische opvattingen zijn moreel verkeerd en zondig, en wij veroordelen ze. Kerkleden die een witte cultuur of een agenda van witte suprematie promoten of nastreven zijn niet in overeenstemming met de leer van de Kerk."

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33


Kaïn vermoordt Abel