Posts tonen met het label Kain-Cham. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kain-Cham. Alle posts tonen

maandag 29 juni 2026

4. Afstamming is niet bepalend


"David de koning, 
verwekte Salomo 
bij haar die de vrouw van Uria was"
Mattheus 1:6

Bathseba, die de vrouw van Uria was, is het vierde en het laatste buitenbeentje in het geslachtsregister van Jezus Christus waar ik bij stil wil staan. Of moet ik zeggen haar man? Want is hij eigenlijk niet het echte buitenbeentje in het hele verhaal? 

Toch wil ik beginnen met Bathseba, de vrouw waar koning David zijn ogen niet van kon afhouden. David ziet namelijk op een gegeven moment een vrouw, "die zich aan het wassen was; deze vrouw nu was heel knap om te zien. David stuurde een bode en liet naar deze vrouw vragen; en men zei: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet? Toen stuurde David boden en liet haar halen. Toen zij bij hem gekomen was, sliep hij met haar. Daarna keerde zij terug naar huis. De vrouw werd zwanger, daarom stuurde zij een bode en vertelde David en zei: Ik ben zwanger" (2 Samuel 11:2-5). 

Vorige week schreef ik dat ik het opnieuw over een man zou gaan hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. De man waar ik het over had is Uria de Hethiet, aan wie ik niet één maar zelfs twee labels hing. Het eerste label heeft te maken met dat hij een Hethiet wordt genoemd. De Hethieten zijn afstammelingen van Heth, die een zoon was van Kanaän, die de zoon van Cham was. Kanaän, aan wie sinds jaar en dag het misplaatste label 'vervloekte Kanaän' hangt. 

Daarnaast kunnen we de Hethieten niet loszien van deze woorden die de Heer tot Mozes sprak over het binnengaan van het land Kanaän: "Wanneer de Heere, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volkeren van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Feriezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u", (Deuterononium 7:1). Volkeren die, zoals we lezen in ditzelfde hoofdstuk, in verband gebracht kunnen worden met de woorden "totdat zij weggevaagd worden". En dan zit jij als Hethiet in het Israëlische leger van David. 

Voordat ik verderga met Uria, nog wel dit. Zoals jullie weten schrijf ik met in mijn achterhoofd, ik citeer nu president Oaks: "Dat rijkdom noch afstamming noch enig ander aangeboren voorrecht ons mag laten geloven dat wij beter zijn dan die ander." Allen zijn gelijk voor God. Vandaar ook dat "Mozes Israël waarschuwde tegen de verleiding te denken dat zij het beloofde land hadden geërfd omdat zij zo bijzonder goed geweest waren. Niet wegens uw gerechtigheid noch wegens de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar wegens hun goddeloosheid drijft de Here, uw God, deze volken voor u weg (Deut 9:4-6, 1 Ne 17:32-38)".

Nadat David van Bathseba hoort dat zij zwanger is van hem, laat hij Uria bij hem komen en "vraagt David naar de welstand van Joab, naar de welstand van het volk en naar het verloop van de strijd. Daarna zei David tegen Uria: Ga naar uw huis en was uw voeten. Toen Uria het huis van de koning uitging, werd hem een gerecht van de koning nagebracht. Maar Uria legde zich te slapen bij de ingang van de koning, bij al de manschappen van zijn heer; hij ging niet naar zijn huis" (2 Samuel 11:7-9).

Toen men later aan David vertelde dat Uria niet naar huis was gegaan en David aan Uria vroeg waarom hij dat niet gedaan had, zei Uria dit: "De ark en Israël en Juda verblijven in tenten, en mijn heer Joab en de manschappen van mijn heer hebben in het open veld hun kamp opgeslagen; zou ik dan naar mijn huis gaan om te eten en te drinken en met mijn vrouw te slapen? Zo waar u leeft en uw ziel leeft, dat zal ik niet doen! Toen zei David tegen Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen terugsturen. Zo bleef Uria die dag en de volgende dag in Jeruzalem. David nodigde hem uit, zodat hij bij hem at en dronk, en hij maakte hem dronken. Die avond vertrok hij om zich met de dienaren van zijn heer neer te leggen op zijn slaapplaats, maar naar zijn huis ging hij niet" (2 Samuel 11:11-13).

Het gevolg van deze beslissing was dat "de volgende morgen David een brief aan Joab schreef. Hij stuurde die door de hand van Uria, waarin hij schreef: Plaats Uria vooraan in de strijd waar deze het hevigst is, trek dan van achter hem terug, zodat hij getroffen wordt en sterft. Het gebeurde, toen Joab de stad verkend had, dat hij Uria opstelde op de plaats waarvan hij wist dat daar strijdbare mannen waren. Toen de mannen van de stad naar buiten kwamen en met Joab streden, vielen er van het volk, van de manschappen van David. Ook Uria, de Hethiet, stierf" (2 Samuel 11:14-17)". 

In de Ensign van een paar jaar terug stond een prachtig artikel dat ging over 'What we can learn from king David's fall'. Daarin wordt het volgende gezegd over Uria: "Toen Uria in Jeruzalem aankwam probeerde David hem er tweemaal van te overtuigen naar huis te gaan en bij zijn vrouw te zijn, zodat iedereen zou denken dat het kind van Uria was. In schril contrast met David weigerde Uria echter tijd thuis door te brengen, terwijl zijn medesoldaten in de oorlog vochten. Als er helden in dit verhaal zijn, dan is Uria de Hethiet er een van. Hoewel hij van afkomst geen Israëliet was, blijkt Uria's trouw aan de Heer uit zijn naam (in Hebreeuws: Mijn licht is Jehovah) en uit zijn daden". En wat voor een held. Een "strijdbare held", want zijn naam vind je ook terug in het lijstje van de helden van David (1 Kronieken 11:26,41). 

"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7







vrijdag 29 mei 2026

2. Afstamming is niet bepalend


"In het geslachtsregister van Jezus Christus in het evangelie van Mattheüs worden vijf vrouwen genoemd. Zoals verwacht is Maria, de moeder van Jezus, erbij. Wellicht onverwacht bevat het geslachtsregister ook vier vrouwen die geen Israëlieten waren, banden hadden met niet-Israëlieten of een twijfelachtige reputatie hadden." Vrouwen die door mij 'buitenbeentjes' worden genoemd. 

De eerste van deze vier vrouwen is Tamar. Aan haar heb ik reeds aandacht gegeven. De tweede voormoeder die in deze geslachtslijst van Jezus wordt genoemd is Rachab. Rachab, wiens naam onlosmakelijk verbonden is met Jericho. Tamar mag dan de 'hoer' spelen, Rachab was er een. Ondanks dit verleden kunnen we over haar het volgende lezen in het Nieuwe Testament: "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen". "En is Rachab de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?" (zie HSV Hebreeën 11:30, Jakobus 2:25). Hieruit blijkt wel dat we meer zijn dan onze etiketten. Hoewel etiketten ons kracht kunnen geven, ons gevoel van identiteit kunnen bevorderen en ons de kans bieden om te groeien, hebben ze ook een gevaarlijk aspect, zeker als die etiketten niet overeenkomen met onze goddelijke aard of als sommige etiketten ons minderwaardig doen voelen". 

Vandaar ook dit commentaar op deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus: "Een ding dat we kunnen leren van Mattheüs is dat God met alle mensen kan werken en op onverwachte manieren. Het is ook een voorbeeld van het feit dat wie we worden niet wordt bepaald door de daden van onze voorouders. De vermelding van vrouwen in de familiegeschiedenis van de Heiland weerspiegelt ook de belangrijke rol die vrouwen spelen in het volbrengen van Gods werk". Woorden die ik niet los kan zien van president Russell M. Nelsons toespraak 'Een oproep aan mijn zusters', waarin hij zegt: "Wij hebben uw kracht, uw bekering, uw overtuiging, uw leidinggevende kwaliteiten, uw wijsheid en uw stem nodig. Wij hebben vrouwen nodig die weten hoe ze door hun geloof belangrijke dingen tot stand kunnen brengen". Als er iemand is waarop die woorden ook van toepassing zijn, dan is het wel Rachab.




Behalve dat er aan Rachab het etiket hoer hangt, hangt er nog een etiket aan haar. En dat is het etiket Kanaänitische. Een boek dat sinds jaar en dag bij ons in de kast staat is die van W. Cleon Skousen 'The third thousand years'. Zo links en rechts kom ik stukjes uit dit boek tegen in mijn Schriften die ik de moeite van het opslaan waard vond. Echter, je voelt hem al aankomen, niet alles. 

Dit is niet de eerste keer dat ik citeer uit een boek, geschreven door leiders en/of leden van de kerk. In zekere zin val ik in herhaling. Zeker ook als ik kijk naar bovenstaande afbeelding. Echter kijkend naar deze opmerking "als iets wordt herhaald en herhaald, gaat het vanzelf in het collectieve geheugen zitten", dan denk ik dat ik aan de goede kant van de herhaling zit. Deze zin komt uit een publicatie die ging over "De vloek van Cham: Hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen". Tijdens één van mijn wandelingen, op het Cham-pad, heb ik stil gestaan bij deze opmerking. 

Een pad dat ik trouwens zeker ook niet los kan zien van Rachab als Kanaänitische. Omdat Kanaänieten, alhoewel ze ook gewoon inwoners van Kanaän kunnen zijn, vooral gezien worden als nakomelingen van die 'vervloekte' Cham wat je ook terug ziet in deze woorden van Cleon W. Skousen: "Het lijkt er ook op dat Rachab geen Kanaäniet was, hoewel ze in een Kanaänitische stad woonde. Dit blijkt uit het feit dat ze later trouwde met een prins van Juda, een huwelijk dat onwettig zou zijn geweest als ze van Cham afstamde. Deze conclusie wordt verder ondersteund door het feit dat zij in de afstammingslijn was waaruit de Verlosser voortkwam". 

Dit vloek-Cham-denken van Cleon Skousen staat niet op zichzelf. Het heeft te maken met het racisme van het verleden, wat je ook terug ziet in onze kerkgeschiedenis. En, ik kan dit niet genoeg benadrukken en herhalen, haaks staat op HOE de kerk is hersteld. Niet alleen dat, ook op de HOE van de leer vanaf het begin, waar ik niet de herstelling mee bedoel.   

Scripture Helps: "In het verleden hebben sommigen ten onrechte de vloek over het nageslacht van Cham in verband gebracht met de beperkingen op het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperkingen op het priesterschap en de tempel. Sommigen hebben gespeculeerd dat Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." De evangelieverhandeling ras en het priesterschap geeft ook de nodige context en gaat ook in op Kaïn en Cham. 



"En zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd." Wat laat zien, het bewijs is, van hoe krachtig herhaling kan zijn. Echter, om dit te kunnen ontkrachten, moet je je er wel van bewust zijn dat het er is. Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk. Iets, wat volgens mij van alle tijden is. Dat blijkt wel uit deze woorden: "Denken jullie dat onze vaderen verkieselijker zouden zijn geweest dan zij (de Kanaänieten), indien zij rechtvaardig waren geweest? Ik zeg jullie: Neen. Zie de Heer acht alle vlees gelijk; hij die rechtvaardig is, staat bij God in de gunst" (zie 1 Nephi 17:33,34). Waar het uiteindelijk dus om gaat, terugkomend op Rachab, dat 

"het gaat om wie ze werd, een voorbeeld van geloof".

Ondanks dat, wil ik tot slot nog stil staan bij één ding en dat heeft te maken met de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten.

  1. Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheus' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen (Mattheüs 28:19).
  2. De vermelding van deze specifieke vrouwen, die elk een rol speelden in een of andere controverse in het Oude Testament, laat zien dat God in het verleden van Israël door mensen en situaties heeft gewerkt die de Joden niet hadden verwacht. Zo worden de lezers van Mattheüs voorbereid op het verhaal dat direct volgt: Maria en de maagdelijke geboorte.
  3. Het laat ons allemaal vandaag de dag zien dat persoonlijke rechtvaardigheid niet afhankelijk is van het bezitten van een perfecte afstamming, aangezien de afstamming van Jezus Christus niet perfect was.
  4. De opname van vrouwen in de stamboom van de Heiland weerspiegelt de belangrijke waarheid dat mannen en vrouwen gelijk zijn in de ogen van God.



Afbeelding Rachab: rahabs-red-rope

zondag 24 mei 2026

1. Afstamming is niet bepalend

 

Een vrouw waar ik zomaar niet aan voorbij kan reizen is Tamar. Zij hoort voor mij zeker thuis in het rijtje bijzondere vrouwen. En blijkbaar ben ik niet de enige die daar zo over denkt. Zeker als ik kijk naar Mattheüs 1 en het geslachtsregister van Jezus Christus. Vooral als je dat geslachtsregister vergelijkt met die van Lukas. In het geslachtsregister van Lukas wordt namelijk alleen maar gesproken over zonen. Al zal hij zo ook zijn redenen hebben gehad om juist deze insteek te gebruiken. 

Wat het geslachtsregister van Mattheüs nog meer bijzonder maakt, is dat de vrouwen waar hij voor kiest eigenlijk allemaal 'buitenbeentjes' zijn. De eerste vrouw die genoemd wordt is Tamar, en ik denk dat dit label zeker ook van toepassing is op haar. Vandaar dan ook deze vraag uit een les, als stof tot nadenken: "Wat kunnen wij leren van het feit dat Mattheüs deze vier vrouwen in het geslachtsregister van Jezus Christus opneemt?" Want aan de drie overige vrouwen die Mattheüs noemt, hangt ook een speciaal labeltje. Terwijl Mattheüs bijvoorbeeld ook gewoon had kunnen kiezen voor de vrouwen van Abraham, Izak en Jakob, wat hij uiteindelijk niet gedaan heeft. 

Hierbij in het kort het verhaal van Tamar, wat ik vond op Wikipedia. Zelf had ik het zo kort niet kunnen samenvatten, vandaar die keuze: "Juda trouwt met de dochter van Shua, een Kanaäniet. In Genesis hoofdstuk 38 krijgen Juda en zijn vrouw drie kinderen: Er, Onan en Shelah. Er trouwt met Tamar, maar God doodt hem omdat hij goddeloos was in Zijn ogen (Gen. 38:7). Tamar wordt volgens de gewoonte de vrouw van Onan, maar ook hij wordt gedood nadat hij weigert kinderen te verwekken voor de kinderloze weduwe en zijn oudere broer en in plaats daarvan zijn zaad verspilt. Hoewel Tamar met Shelah, de overgebleven broer, had moeten trouwen, stemde Judah daar niet mee in. Daarop misleidt Tamar Juda door zich voor te doen als prostituee en zo gemeenschap met hem te hebben. Wanneer Juda ontdekt dat Tamar zwanger is bereidt hij zich voor haar te laten doden, maar hij herroept zijn plan wanneer hij ontdekt dat hij de vader is (Gen. 38:24-26). Tamar is de moeder van een tweeling: Perez (Peretz) en Zerah (Gen. 38:27-30). De eerste is de patrilineaire voorvader van de Messias, volgens het boek van Ruth (4:18-22)." 



Het volgende komt, door mij samengevat, uit Scripture Helps: "Toen Juda zijn belofte niet nakwam om zijn jongste zoon aan Tamar uit te huwen, liet hij haar zonder echtgenoot en zonder de kans om kinderen te krijgen. Omdat ze graag kinderen wilde, nam Tamar haar toevlucht tot bedrog en speelde de hoer, om een kind met Juda te verwekken. De gebruiken van het leviraatshuwelijk zouden Juda zelfs de mogelijkheid geboden hebben om met Tamar te trouwen als zij niet met een van zijn zonen kon trouwen. Tamar wist waarschijnlijk dat haar daden ernstige gevolgen konden hebben. Toen Juda beval dat Tamar verbrand moest worden nadat hij vernam dat ze zwanger was, gebruikte Tamar de zegelring, armbanden en staf die Juda haar had gegeven, als bewijs dat hij de vader was. Juda bekent zijn zonde en verklaarde: Zij is rechtvaardiger geweest dan ik". 

In een oud lesboek wordt commentaar gegeven op wat er tussen Tamar en Juda gebeurde. Het volgende heb ik er uit gehaald: "Het is belangrijk om Juda's verdraaide waardenstelsel te benadrukken. Hij had er geen enkel probleem mee om Tamar met onvervulde beloftes naar huis te sturen, noch om een prostituee langs de weg op te pikken. Maar toen hij hoorde dat Tamar zwanger was, was hij zo woedend dat hij haar ter dood wilde laten brengen. Ten tweede laat het verhaal de afstamming van Juda zien, waaruit uiteindelijk de Messias zou voortkomen (zie Matteüs 1:3, Lukas 3:33). Een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid. Tenslotte wordt de waarheid duidelijk aangetoond dat het niet nakomen van verplichtingen vaak tot grotere problemen leidt. Had Juda zijn belofte aan Tamar trouw gehouden, dan zou de verleiding nooit hebben plaatsgevonden. Evenzo, als Juda de morele wetten had nageleefd, zou hij nooit met Tamar gezondigd hebben". 

Vooral de woorden "een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid" vind ik een zin om te onthouden. Niet alleen dat, ook om opnieuw mee aan de slag te gaan. Zeker als ik deze zin bezie in het licht van "Wij hebben Abraham als vader". "In de dagen van de Heiland waren veel Israëlieten van het verbond buitengewoon trots geworden en hadden ze zich afgewend van de leer van Jehovah. Sommigen geloofden dat het enkel afstammen van Abraham voldoende was om hen te redden. De Joden geloofden dat zij de enigen waren die rechtvaardige kinderen voor Abraham konden voortbrengen en dat alleen Abrahams letterlijke nakomelingen gered konden worden. Maar Johannes berispte hun trots en onrechtvaardigheid door te zeggen dat God uit stenen nakomelingen van Abraham kon opwekken". 

Aan de andere kant, nu we het toch hebben over afstamming, Shelah, die eigenlijk met Tamar had moeten trouwen, wordt gewoon tot de stam van Judah gerekend ondanks dat hij een Kanaänitische moeder had. En, zoals we kunnen lezen in Genesis 46, horend tot het gezin van Jakob die Israël wordt genoemd: "en zij kwamen in Egypte aan, Jakob en heel zijn nageslacht met hem. Zijn zonen en zijn kleinzonen met hem, zijn dochters, en zijn kleindochters en heel zijn nageslacht bracht hij met zich mee naar Egypte. De zonen van Juda; Er, Onan, Sela, Perez en Zerah. Er en Onan waren echter in het land Kanaän gestorven". 

In Numeri 26, vele jaren later, het volk van Israël staat aan de vooravond van het in bezit nemen van het land Kanaän, lezen we dat "de Heer tegen Mozes en tegen Eleazer, de zoon van de priester Aaron, zei: "Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, van twintig jaar oud en daarboven, naar hun families, ieder die in Israël met het leger uittrekt. De zonen van Juda waren Er en Onan, maar Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven. En dit waren de nakomelingen van Juda, ingedeeld naar hun geslachten: van Sela het geslacht van de Selanieten; van Perez het geslacht van de Perezieten; van Zerah het geslacht van de Zerahieten. Dit waren de geslachten van Judah, overeenkomstig het aantal van hen die geteld waren; zesenzeventigduizendvijfhonderd."

Interessant is trouwens, ik sta nu opnieuw stil bij Genesis 46, dat Shelah niet de enige was met een Kanaänitische moeder, die deel uitmaakte van het gezin van Jakob dat optrok naar Egypte. "De zonen van Simeon: Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul, de zoon van een Kanaänitische vrouw". En ook zijn nageslacht vinden we terug in de telling van Numeri 26: "De nakomelingen van Simeon, ingedeeld naar hun geslachten: van Saul het geslacht van de Saulieten". 

De volgende keer ga ik het hebben over Rachab. Ik vraag mij af wat zij zou vinden van het bovenstaande. Rachab is een hoer en daarnaast ook nog Kanaänitische. En ook zij is terug te vinden in een geslachtsregister. En wat voor een geslachtsregister: "uit wie geboren is Jezus, Die Christus genoemd wordt". Ik denk dat ze waarschijnlijk ook zou zeggen dat afstamming niet bepalend is. En daar kan ik mij helemaal in vinden.

"en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte,
geknechte en vrije,
man en vrouw;
en allen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33

Afbeelding stamboom: Wikipedia

vrijdag 20 maart 2026

Zoals de wind waait

 

"Want zie, dit is mijn werk en mijn heerlijkheid:
de onsterfelijkheid 
en het eeuwige leven 
van de mens tot stand te brengen."
Mozes 1:39

"Al voor de schepping van de wereld heeft God beloofd dat we bij Hem kunnen terugkeren als we zijn Zoon, Jezus Christus, volgen. Dit eeuwigdurend verbond werd eerst met Adam gesloten en in latere bedelingen hernieuwd. Het eeuwigdurend verbond, ook wel het verbond van Abraham genoemd, is de volheid van het evangelie van Jezus Christus en omvat alle verordeningen en verbonden die we nodig hebben om het heil en de verhoging te beerven (Leer en Verbonden 66:2). Het is nieuw wanneer de Heer het verbond hernieuwt of herstelt, en het is eeuwigdurend omdat het niet verandert. Het eeuwigdurend verbond is met Adam op aarde gevestigd en is in deze tijd bij monde van de profeet Joseph Smith als onderdeel van de herstelling van het evangelie in de laatste dagen door God hernieuwd." (Leer en Verbonden 1:17-23)

Leer en Verbonden 1 is de Heer zijn voorwoord op de Leer en Verbonden. Daarin kunnen we onder andere ook lezen: "En voorts, voorwaar, Ik zeg u, o bewoners van de aarde: Ik, de Heer, ben gewillig deze dingen bekend te maken aan alle vlees; want Ik ben geen aannemer des persoons,.." 

De Kerk is er sinds Adam, met dit verschil dat wij het evangelie nu bedienen aan beide kanten van de sluier. Mijn plan was om tot het einde van het jaar hierover te schrijven en dan deze reis af te sluiten met een soort samenvatting. Op dit moment waait er echter een wind die nog een pad heeft blootgelegd. Alleen dit pad, wat mij wel door het Oude Testament voert, is zonder een rugzakje. Ga ik dit pad volledig bewandelen, of reis ik heen en weer en doe ik tussendoor toch nog verslag van wat ik onderweg tegenkom? Mocht dat niet het geval zijn, dan is onderstaande tekst mijn conclusie. Een tekst die voor mij van alle tijden is, omdat de boodschap van het evangelie eeuwig is.

"Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus.
Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt u zich met Christus bekleed.
Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek;
daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije;
daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw;
want allen bent u één in Christus Jezus
En als u van Christus bent dan bent u Abrahams nageslacht
en overkomstig de belofte erfgenamen."
HSV Galaten 3:26-29

Voor nu, blijf reizen, het evangelie is prachtig. 


zondag 15 maart 2026

1. Het nieuw en eeuwig huwelijksverbond


Wat jullie niet weten, is dat ik een luxeprobleem heb. Ik kan namelijk zo kiezen uit een aantal onderwerpen die allemaal even interessant zijn om over te schrijven. En op de een of andere manier zijn ze allemaal verbonden met mijn rode draad, dat voor God allen gelijk zijn. Het enige waar ik tegenaanloop, is dat het 'Kom dan volg Mij' schema niet op mij wacht. Soms ga ik daar niet in mee en soms kies ik er voor dat wel te doen, zoals nu. Met in mijn achterhoofd dat wat ik 'moet' laten liggen toch wel op de een of andere manier aan bod komt, omdat alles onderling met elkaar verbonden is.

Als voorbeeld neem ik dit vers uit onze leesopdracht van twee weken geleden, die gaat over Abraham die zijn dienstknecht Eliëzer van Damascus naar Mesopotamië stuurt, naar de stad Nahor, om daar voor zijn zoon Izak een vrouw te gaan halen, met als reden 

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3

Zo op het eerste gezicht zou je misschien kunnen denken dat dit is omdat zij, de Kanaänieten, nakomelingen zijn van die vervloekte Kanaän. Een giftige theorie die nog steeds wordt doorverteld. De ware reden is echter, zoals we kunnen lezen in Scripture Helps, dat "de Kanaänieten in Abrahams tijd afgoden aanbaden en zich bezighielden met andere praktijken die in strijd waren met de aanbidding van Jehova. Als Isaak met een Kanaänitische vrouw was getrouwd, had hij het huwelijksverbond van de Heer niet kunnen aangaan, en de door de Heer beloofde zegeningen die met het Abrahamitische verbond verbonden zijn, niet kunnen ontvangen. Het Oude Testament bevat sterke waarschuwingen tegen het trouwen met mensen die andere goden aanbidden". 

Deze Kanaänieten moeten we niet verwarren met het volk van Kanaän van vóór de vloed. "Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die vóór de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam is er geen Bijbels bewijs dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Ze verschillen ook van Kanaän, de kleinzoon van Noach, en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd, en die later kwamen". Dit lijkt misschien een kleine opmerking tussendoor, maar voor mij reden genoeg om een treinkaartje te kopen naar vóór de vloed. 

Ondanks het voorbeeld van zijn ouders Izak en Rebekka, zal een van hun zonen, Esau, er toch voor kiezen om te trouwen met Kanaänitische vrouwen. "En Rebekka zeide tot Izak: "Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Hets! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Hets, gelijk deze zijn van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?" Uit deze woorden blijkt wel hoe belangrijk dit huwelijksverbond voor Rebekka was, en hoe groot haar verlangen was dat haar beide zonen eeuwige gezinnen zouden stichten, wat alleen mogelijk is door dit verbond.  

De waarschuwing uit het Oude Testament, om niet te trouwen met mensen die andere goden aanbidden, zie je ook terug in het Nieuwe Testament. De apostel Paulus zei daarover het volgende: 

"Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen"
2 Korinthiërs 6:14

"Kort gezegd ontmoedigde Paulus de heiligen om relaties aan te gaan met afgodendienaars of deel te nemen aan hun onreine praktijken". Echter, als ik kijk naar de voetnoot van dit vers, over doorwerking van het verleden gesproken, zie je dat deze sterke waarschuwingen van het Oude Testament ook op ons van toepassing zijn. "Hedendaagse profeten hebben de leer van Paulus, dat men zich niet onvoorwaardelijk moet verbinden met ongelovigen, toegepast als leidend principe bij het aangaan van relaties met anderen, waaronder de beslissing om te trouwen." 

Daarom reis ik ook terug naar de dagen van Noach van vóór de vloed. Ik wil namelijk stilstaan bij een ander gezin, het gezin van Noach, en bij de huwelijken die zij sloten. En de invloed die dit onder andere had op het wel of niet binnengaan van de ark. 

"En Noach en zijn zonen luisteren naar de Heer
en gaven gehoor,
en zij werden de zonen van God genoemd.
Mozes 8:13

Ook lezen we in ditzelfde hoofdstuk "dat Noach met God wandelde, zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth". Kun je voorstellen dat zij, Jafeth, Sem en Cham, die de zonen van God werden genoemd en met God wandelden, buiten het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond trouwden? Zeker als je kijkt naar onderstaande schriftuurtekst, waaruit blijkt hoe belangrijk dit verbond is:

"En toen de mensen zich begonnen te vermenigvuldigen op het aardoppervlak
en er hun dochters werden geboren,
zagen de mensenzonen dat die dochters mooi waren,
en zij namen zich vrouwen, ja, zoals zij verkozen.
En de Heer zei tot Noach: De dochters van uw zonen hebben zich verkocht;
want zie, mijn toorn is ontstoken tegen de mensenkinderen, 
want zij willen niet naar mijn stem luisteren."
Mozes 8:14,15

"En de Heer ordende Noach naar zijn eigen orde en gebood hem uit te gaan en zijn evangelie te verkondigen aan de mensenkinderen, ja, zoals het gegeven was aan Henoch. En het geschiedde dat Noach de mensenkinderen opriep zich te bekeren; maar zij luisterden niet naar zijn woorden; en bovendien, nadat zij hem hadden aangehoord, kwamen zij bij hem en zeiden: Zie, wij zijn de zonen van God; hebben wij niet de mensendochters tot ons genoegen? en eten en drinken wij niet en huwen wij niet en geven ten huwelijk? En onze vrouwen baren ons kinderen, en deze zijn de geweldigen, zoals de mannen van weleer, mannen van grote naam. En zij luisterden niet naar de woorden van Noach", Mozes 8:19-21. 

"En de oude wereld niet heeft gespaard,
maar Noach, den prediker der gerechtigheid,
zijn achttal bewaard heeft,
als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;"
2 Petrus 2:5

"De zonen van God waren zij die hun verbonden met God nakwamen, aandachtig naar Hem luisterden en Zijn geboden gehoorzaamden. De zonen van de mensen waren zij die hun verbonden met God braken en niet naar Hem luisterden of Hem gehoorzaamden. De kleindochters van Noach besloten met de zonen van de mensen te trouwen en gaven daarmee de kans op de zegeningen van het priesterschapsverbond van het eeuwige huwelijk op". President Joseph Fielding Smith onderwees hierover het volgende: "De dochters die geboren waren, kennelijk onder het verbond, en die de dochters waren van de zonen van God, dat wil zeggen van hen die het priesterschap bekleedden, overtraden het gebod van de Heer en trouwden buiten de Kerk. Zo sneden zij zichzelf af van de zegeningen van het priesterschap, in strijd met de leer van Noach en de wil van God". Zo sneden zij zich niet alleen af in geestelijk opzicht: we zien deze kleindochters van Noach ook niet terug in de ark, want ook zij luisterden niet naar de woorden van Noach. 

"en hij, Noach, wandelde met God,
zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth."
Mozes 8:27

Van de drie zonen van Noach wordt alleen de vrouw van Cham bij naam genoemd. In het verleden werd onderwezen dat de vrouw van Cham, Egyptus, een nakomeling was van Kain, en dat door haar, na de vloed, deze vloek van Kaïn werd doorgegeven aan het nageslacht van Cham en "zo ontsprong uit Cham aldus het ras dat de vloek in het land deed voortduren". 

In het Boek van Abraham kunnen wij hun geschiedenis lezen. De Kerk heeft hierover het volgende gezegd: "Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noachs zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid, maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Chams nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperkingen voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel".

In de voetnoot van dit commentaar kunnen we het volgende lezen over Egyptus: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kain via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag niet langer moeten worden verkondigd". 

Vandaar ook dat toen ik schreef over Hagar, ik zei dat aan het woord Egypte een gekleurd randje zat, maar ook "dat de Heer het hart aanziet. De belangstelling van je hemelse Vader hangt niet af van hoe rijk, hoe mooi, hoe gezond of hoe slim je bent". Zoals president Nelson al zei: "God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald". Nog door wie uw voorouders zijn, zoals we zullen zien in de genealogie van Jezus Christus. 

"Het huwelijk is misschien wel de belangrijkste beslissing van allemaal en heeft de meest verstrekkende gevolgen, want het gaat niet alleen om direct geluk, maar ook om eeuwige vreugde. Het beïnvloedt niet alleen de twee betrokkenen, maar ook hun families, met name hun kinderen en kleinkinderen, tot in de verste generaties". 

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3





Al het schuin geschrevene komt uit Scripture Helps

vrijdag 6 maart 2026

Het Cham-pad

 

"En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard.
En hij dronk van dien wijn, en werd dronken, 
en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.
En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vader naaktheid,
en hij gaf het zijner broederen daarbuiten te kennen.
Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen,
en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders;
en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, 
zodat zij de naaktheid huns vaders niets zagen.
En Noach ontwaakte van zijn wijn; 
en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.
En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!
Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem;
en Kanaän zij hem een knecht!
Genesis 9:20-27


In Scriptures Helps kunnen we de volgende uitleg lezen over bovenstaande tekst: 
"De Schrift geeft geen duidelijk verklaring 
-waarom Ham's zoon Kanaän vervloekt werd vanwege de overtreding van zijn vader tegen Noach. 
- Het is ook niet duidelijk wat Hams overtreding precies inhield, maar het lijkt erop dat hij zijn vader niet respecteerde of misschien iets heiligs onteerde. 
- Omdat we niet alle relevante details van het verhaal kennen, weten we niet precies wat er gebeurde of wat de betekenis ervan was. 
- Door Kanaän te vervloeken verklaarde Noach dat Kanaän een dienaar van Sem en Jafeth zou zijn. 
- Joseph Smiths geïnspireerde vertaling van de Bijbel voegt daaraan toe dat een sluier van duisternis Kanaän zou bedekken, zodat hij onder alle mensen bekend zou zijn. De betekenis van deze sluier van duisternis is onduidelijk. 
- Sommigen hebben de vloek van Kanaän ten onrechte gebruikt om slavernij en discriminatie te rechtvaardigen, met name jegens mensen van Afrikaanse afkomst. De Heer heeft geleerd: Het is niet juist dat iemand een ander tot slaaf maakt. 
- Bovendien leert het Boek van Mormon dat de Heer iedereen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan Zijn goedheid, want allen zijn gelijk voor God"


Ondanks bovenstaand commentaar kan ik de bordjes langs de weg met de tekst 'Het verleden werkt door' niet negeren. Cham, de jongste zoon van Noach, is daar helaas een 'prachtig' voorbeeld van. Twee jaar geleden, in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij, heeft het Nederlands Dagblad onderzoek gedaan naar Cham en zijn vloek: De vloek van Cham: hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen. Ik denk dat de titel van dit artikel voor zichzelf spreekt. 

Uiteraard wordt er in dit artikel van het Nederlands Dagblad aandacht gegeven aan bepaalde teksten uit de Bijbel die eeuwenlang gebruikt zijn om de slavernij te rechtvaardigen. Daarnaast werd er gesproken of we nu wel of niet aandacht aan de vloek van Cham moeten geven. Ook werd in dit artikel gesproken, als je toch deze geschiedenis wil bespreken, of het misschien zinvol is deze bijbels te voorzien van extra uitleg in plaats van het te negeren, wat ik ook terugzie in mijn Gospel Library App. (Engelse taal)

In het artikel wordt ook gezegd hoe iets in iemands hoofd kan gaan zitten, zeker als dit keer op keer maar herhaald wordt. In die zin, denk ik, algemeen gesproken, moeten wij ook als het ware onthoofden, en kunnen we de boodschap, tegengesteld aan de vloek van Cham, niet vaak genoeg herhalen. Want laten we wel wezen, ook wij, kijkend naar onze eigen kerkgeschiedenis, kunnen niet heen om het feit hoe kerkleiders en -leden beïnvloed zijn geweest door deze "giftige theorie", met alle gevolgen van dien. 

Vandaar ook dat in de evangelieverhandeling ras en het priesterschap het volgende hierover gezegd wordt, wat ik niet los kan zien van de restrictie: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader". 


Ik deel opnieuw, ondertussen voor de derde keer, bovenstaande afbeelding. Dit is mijn manier van herhalen. Zie het tevens maar als een waarschuwingsbord op het Cham-pad. Let op, stap niet in de valkuil van het verleden. Een valkuil die te maken heeft met Kaïn, Cham en zijn vrouw Egyptus en uiteraard de vloeken van Kaïn en Cham. In Abraham hoofdstuk 1 wordt niet alleen gesproken over De dochters van Onitah, drie opmerkelijke jonge vrouwen, rechtstreeks uit de lendenen van Cham, maar ook over twee andere nakomelingen van Cham. De Farao die de eerste regering van Egypte vestigde en de Farao uit de dagen van Abraham. 

Scripture Helps, Abraham 1:
"Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noach's zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Cham's nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperking voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel". 

Scripture Helps, Abraham 1:
In de voetnoot van ditzelfde stuk kunnen we lezen: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd".  


De reden dat ik deze groep heb afgeplakt is dat het mij er niet om gaat wie wat heeft gezegd, maar dat het gezegd wordt. In dit artikel geeft iemand als reactie "dat Hager wist waarom Ismaël niet het priesterschap kon krijgen, omdat zijn moeder, Hagar, een nakomeling was van Kaïn. Deze vloek van Kaïn werd namelijk via Egyptus, die getrouwd was met Noach's zoon Cham, doorgegeven aan zijn nageslacht". Dit is voor mij slechts een voorbeeld van hoe het racisme van het verleden doorwerkt in het heden. Ook bij ons in de kerk. 

Wat betreft de dienstbaarheid van zwarten, vanaf het begin van de herstelling heeft de Heer onderwezen dat "het niet juist is dat iemand een ander tot slaaf maakt", LV 101:79. Daarnaast, omdat "vooroordelen diepgeworteld zijn", is het belangrijk om te onthouden, "dat de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde, dat een zwarte huid een teken is van goddelijke ongunst of vervloeking, of dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven en/of dat zwarten of mensen van andere rassen of volkeren ondergeschikt zijn, heeft verworpen". 

Het is mij om het even wat voor huidskleur iemand heeft uit het pleisterdoosje "omdat onze status voor God niet door onze huidskleur wordt bepaald". "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk.
 

donderdag 26 februari 2026

De dochters van Onitah


"en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
man en vrouw"
2 Nephi 26:33

Voordat ik ergens anders bijstil sta wil ik eerst aandacht geven aan drie jonge vrouwen. Drie vrouwen waar ik, net als bij Ada en Zilla, niet zomaar aan voorbij kan lopen, omdat ze het waard zijn om genoemd te worden. Niet alleen dat, ook dienen als voorbeeld.

"Deze priester nu had op dit altaar drie maagden tegelijk geofferd,
die de dochters van Onitah waren,
iemand van koninklijke afstamming, 
rechtstreeks uit de lendenen van Cham.
Deze maagden werden wegens hun deugd geofferd;
zij wilden zich niet neerbuigen om goden van hout of steen te aanbidden;
daarom werden zij op dit altaar gedood"
Abraham 1:11

Samen zijn deze drie dochters van Onitah, ze worden zelfs niet eens bij naam genoemd, goed voor één vers in onze standaardwerken. Ondanks dat, of misschien juist wel hierdoor, weten we eigenlijk meer dan genoeg. 

Dochters van Onitah 


Opmerkelijke jonge vrouwen
Neal A. Maxwell 


Wat ik bijzonder vind, zie het maar als een schepje bovenop, nog even los van dat er gesproken wordt over koninklijke afstamming, is dat zij rechtstreeks kwamen "uit de lendenen van Cham". In die zin is er een overeenkomst met Ada en Zilla; zij behoorden namelijk tot de lijn van Kain op wie een teken en een vloek rustte. In hoeverre kunnen we hun voorvader Cham loszien van de vloek van Cham? Cham, die door de eeuwen heen zwart is gemaakt. Ik heb het nu niet over de kleur van een huid, wiens naam door de eeuwen heen gebruikt werd om racisme en slavernij te rechtvaardigen. 

Los van afstamming is er nog een overeenkomst. Want net zoals Ada en Zilla niet bogen voor Lamech, bogen deze dochters van Onitah niet voor "goden van hout en steen". Toch is er ook een verschil. Rond Ada en Zilla ervoer ik een stilte, die in zekere mate ook rond deze drie vrouwen was en is, maar niet zoals bij de eerstgenoemden. Ik kwam namelijk het volgende commentaar tegen: "Ouderling Neal A. Maxwell van het Quorum van de Twaalf Apostelen besprak deze drie deugdzame jonge vrouwen, samen met drie uitzonderlijk  trouwe jonge mannen - Sadrach, Mesach en Abednego (zie Daniel 3:12-30) - als wonderbaarlijke voorbeelden van het doorstaan van onzekerheid en het vertrouwen op God: Naast die drie jonge mannen zijn er drie jonge vrouwen van wie we de namen niet kennen. Ze worden genoemd in het boek Abraham. Opmerkelijke jonge vrouwen over wie ik graag meer zou willen weten. Ze werden daadwerkelijk op het altaar geofferd, omdat ze niet wilden neerbuigen om een afgodsbeeld van hout of steen te aanbidden (Abraham 1:11). Op een dag zullen de gelovigen hen ontmoeten. (zie Not my Will, but Thine, 1988)."

In Schriture Helps, wat ben ik blij met deze aanvulling van de kerk, is een artikel dat gaat over Women in the Old Testament. In dit artikel kunnen we onder andere het volgende lezen: "Het Oude Testament beschrijft Gods omgang met Zijn verbondsvolk en de mensen met wie zij in contact kwamen. Onder deze verhalen bevinden zich beschrijvingen van vrouwen die een groot geloof in God hadden en opmerkelijke geestelijke kracht toonden. Het Oude Testament geeft ook een inkijkje in de grote uitdagingen waar vrouwen in de oudheid mee te maken kregen, waar ze vaak werden onderdrukt, misbruikt en op andere manieren werden mishandeld". 

In dit artikel, Women in the Old Testament, heeft men het ook over deze drie opmerkelijke jonge vrouwen: "Zelfs wanneer we verhalen tegenkomen over vrouwen die weinig details bevatten, kunnen we over deze ervaringen nadenken en vragen stellen om een dieper begrip te krijgen. Abrahams verhaal vermeldt bijvoorbeeld kort de dochters van Onitah, een man van koninklijke afkomst van Cham. Deze drie dochters werden op een altaar geofferd vanwege hun deugdzaamheid: ze weigerden voor afgoden te buigen. We kunnen inzicht verkrijgen door ons af te vragen wat we van het voorbeeld van deze vrouwen kunnen leren. Wat betekent het dat ze deugdzaamheid toonden door afgoden te weigeren te aanbidden? Hoe ziet die deugdzaamheid er vandaag de dag uit?"

Ik ben op reis, onderweg genietend van het uitzicht. 


donderdag 19 februari 2026

2. Gods koninkrijk is een 'melting pot'






Wanneer deze afbeelding nieuw voor je is, ga dan terug naar.... 'Onze ware identiteit en labels'. Het lijkt bijna net een bordspel. Ga direct naar de gevangenis, ga niet langs start. Wanneer je in de gevangenis zit, word je in je doen en laten beperkt, meestal als gevolg van je eigen gedrag. Toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van de profeet Joseph Smith herstelde, werd er geen onderscheid gemaakt tussen "zwarte en witte, allen waren gelijk voor God". "Echter, vanaf het midden van de negentiende eeuw tot 1978 werden zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet tot het priesterschap geordend en mochten zwarte mannen en vrouwen niet deelnemen aan de tempelbegiftiging of aan verzegelverordeningen". In dit opzicht werden zij in hun doen en laten beperkt, met dit verschil dat zij geen schuld droegen aan deze beperking. Het probleem is echter dat in die periode, zowel door kerkleiders als -leden, het nodige is onderwezen dat door de kerk nu is verworpen en dat zij "in deze tijd elke vorm van racisme in het heden of verleden veroordelen".

Mozes 7 is een uitgelezen kans om opnieuw uit een van die boeken uit het verleden te citeren. Echter, dan sta ik opnieuw stil bij dit insect van racisme uit het verleden. Aan de andere kant, kan dit insect van racisme ook niet volledig door mij genegeerd worden, vanwege de doorwerking in het heden, wat ik niet los kan zien van stilstaan bij de wortels. De wortels hebben voor mijn gevoel echter ook te maken met context. Want waar plaats ik de restrictie in het plan van zaligheid, in het verbond van Abraham, in de herstelling van de nieuwtestamentische kerk, in wat vóórdat de wereld er was? Wat veel verder gaat dan de openbaring op het priesterschap in 1978, die in wezen alleen de blaadjes schoonveegde. Waarschijnlijk onnodig om te zeggen, maar ik doe het toch: ik ben nog niet klaar met dit ijsje. 

Voor nu wil ik echter stilstaan bij deze laatste alinea uit de evangelieverhandeling ras en het priesterschap: "De kerk verklaart dat verlossing door Jezus Christus voor de hele mensheid beschikbaar is volgens de voorwaarden die God eraan heeft verbonden. Ze bevestigt dat God niet iemand om de persoon aanneemt en verklaart uitdrukkelijk dat elke rechtschapen mens, ongeacht zijn of haar ras, genade vindt bij Hem. De leringen van de kerk met betrekking tot de kinderen van God worden samengevat in een vers uit het tweede boek van Nephi: "De Heer verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw, allen zijn voor God gelijk." Hebben "de voorwaarden die God eraan heeft verbonden" uiteindelijk ook niet te maken met de context waar ik het in voorgaande alinea over heb?

Ondertussen denk ik dat deze tekst uit het Boek van Mormon misschien wel de meest geciteerde tekst op mijn blog is. Naast natuurlijk de evangelieverhandeling ras en het priesterschap. Wie alleen zijn Schriften in het Nederlands leest, heeft misschien Scripture Helps, wat een nieuwe studiehulp is, gemist. Ik heb al eerder hieruit geciteerd. Dat was toen ik een logje had geschreven met de titel Speculaties rond de vloek van Kaïn.  Onderstaande twee voorbeelden komen ook uit deze studiehulp. En ja, opnieuw gaat het over Kaïn, wat natuurlijk niet zonder reden is. 

Wat weten we over de kinderen van Kanaän en hun vloek?
Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die voor de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam, is er geen Bijbels bewijs dat suggereert dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Evenmin is er bewijs dat ze verbonden zijn met de rechtvaardige bewoners van het land Kenan, genoemd naar de overgrootvader van Henoch. Ze verschillen ook van Noachs kleinzoon Kanaän en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd en die later kwamen. Henoch profeteerde dat de kinderen van Kanaän vervloekt zouden worden met onvruchtbaar land, blijkbaar omdat ze de inwoners van Shum hadden uitgeroeid. Het verslag vermeldt vervolgens dat duisternis over de kinderen van Kanaän kwam en dat ze veracht werden onder alle volken. Wat duisternis in dit vers betekent, is onduidelijk. Sommigen hebben aangenomen dat duisternis verwijst naar een donkere huidskleur, maar er is niets in de tekst dat deze interpretatie rechtvaardigt. 

Wat betekent het dat het nageslacht van Kaïn zwart was?
Net als bij de beschrijving van de duisternis die over het volk van Kanaän kwam in Mozes 7:8, is de betekenis zwart in vers 22 onduidelijk. Een beschrijving van Kaïns nakomelingen, die eerder in het boek van Mozes te vinden is, vermeldt dat God hen niet diende, omdat hun werken in het duister waren en zij de geboden van God niet hielden. Nadat Kaïn een onheilig verbond met Satan had gesloten en zijn broer Abel had gedood, sprak de Heer een vloek over Kaïn uit. De vloek van Kaïn hield in dat de grond geen gewassen voor hem zou voortbrengen, dat hij als een vluchteling zou rondzwerven en dat hij van Gods aanwezigheid zou worden afgescheiden. De Heer plaatste ook een ongespecificeerd teken op Kaïn om te voorkomen dat anderen wraak op hem zouden nemen. Er is geen enkele aanwijzing in de Schrift dat Kaïns teken werd doorgegeven aan zijn nakomelingen. We moeten speculeren over de aard of het uiterlijk van het merkteken dat op Kaïn werd geplaatst, of over de vraag of de vloek op iemand anders dan hem van toepassing was, vermijden.

Bovenstaande teksten uit de studiehulp hebben allemaal op de een of andere manier te maken met een teken of een vloek. In het verleden heb ik een aantal stukjes geschreven over aanpassingen in de Schriften. Mozes 7 vers 8 en vers 22 zijn ook voorbeelden van aanpassingen in voetnoten van de Schriften. Beide verzen, wat in het verleden niet zo was, verwijzen nu naar 2 Nephi 26:33. Dit lijkt misschien een kleinigheid, maar geloof me, dat is het niet. Zeker als je ze leest in de context van de Officiële Verklaring 2: "In de tijd van Joseph Smith is een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap geordend. Ook blijkt uit de geschiedenis van de kerk dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst". Door deze aanpassing werd duidelijk gemaakt dat de restrictie er niet was vanaf het begin van de herstelling van de kerk. Pas na de dood van Joseph Smith, tot 1978. 

Tot slot nog deze woorden van president Dallin H. Oaks uit zijn toespraak 'Alle mensen overal': "Hij nodigt allen uit. We begrijpen man en vrouw. We begrijpen ook zwart en wit, wat alle rassen betekent. Maar hoe zit het met slaaf en vrije? Tenslotte is een slaaf ook iemand die gevangen is door de beperkingen van andere onjuiste denkbeelden. De profeet Joseph Smith heeft gezegd dat wij de gevangenen bevrijden". Is onderwijzen over de vloek van Kaïn en Cham, dat een verkeerd denkbeeld is, in wezen ook niet een vorm van bevrijden, maar nu van verkeerde gedachten? Blijkt hieruit niet opnieuw het belang van onderwijs? Vervolgens eindigt president Oaks dit stukje met deze woorden:

"Onze Heiland
nodigt allen uit om tot Hem te komen
en deel te hebben aan zijn goedheid,
Hij verwerpt niemand die tot Hem komt
en allen zijn voor God gelijk"
2 Nephi 26:33


maandag 9 februari 2026

Ada en Zilla

 

Afgelopen week stond in het teken van Mozes 7 met als thema "De Heer noemde zijn volk Zion". Hier zou ik dus eigenlijk 'moeten' zijn. Echter, ik ben nog niet zo ver dat ik daar al kan stilstaan, omdat ik Mozes 5 niet kan loslaten. Dit vanwege Ada en Zilla. Maar ik begin met Kaïn en zijn vrouw, die aan het begin staan van dit verhaal. 

"En het geschiedde dat Kaïn een van de dochters van zijn broer tot vrouw nam,
en zij hadden Satan meer lief dan God."
Mozes 5:28

Samen verkozen zij Satan boven God. Vervolgens lezen wij dat "Satan bezwoer Kaïn dat hij naar zijn bevelen zou handelen. En dat al deze dingen in het geheim werden gedaan". Kaïn zelf zei hierover: "Ik kan moorden en gewin behalen". Ook kunnen we lezen dat hij "roemde in zijn goddeloosheid". 

In ditzelfde hoofdstuk lezen we ook dat zij, Kaïn en zijn vrouw, kinderen (Henoch), kleinkinderen (Hirad), achterkleinkinderen (Mechujaël) en zelfs achterachterkleinkinderen (Methusaël) kregen. Een van deze achterachterkleinkinderen, Methusaël, kreeg een zoon met de naam Lamech, en bij hem wil ik stilstaan daar hij de echtgenoot is van Ada en Zilla. 

"want Lamech had een verbond gesloten met Satan, naar de wijze van Kaïn,
waardoor hij Meester Mahan werd,
meester van dat grote geheim dat aan Kaïn was bediend door Satan;
en Hirad de zoon van Henoch, die hun geheim kende,
begon het bekend te maken aan de zonen van Adam;"
Mozes 5:49

Daarom sloeg Lamech hem, Hirad, in zijn toorn dood. Niet om voordeel te halen, maar hij doodde hem vanwege de eed. Want sedert de dagen van Kaïn bestond er een geheime vereniging, en hun werken waren in de duisternis.

"en hun werken waren gruwelen en begonnen zich onder alle mensenzonen te verspreiden.
En het bestond onder de mensenzonen.
En onder de mensendochters werden deze dingen niet besproken,
omdat Lamech het geheim bekendgemaakt had aan zijn vrouwen,
en zij stonden tegen hem op en verhaalden deze dingen alom
en hadden geen medelijden;
daarom werd Lamech veracht en uitgeworpen,
en hij kwam niet onder de mensenzonen,
uit angst dat hij zou sterven."
Mozes 5:52-54

De eerste boodschap uit deze verzen is misschien wel dat als je als man een geheim hebt, je dat vooral niet aan je vrouw moet vertellen. Want zoiets kan grote gevolgen hebben, zoals Lamech aan den lijve ondervond. Toen Lamech tot zijn vrouwen Ada en Zilla al pochend zei: "Hoor mijn stem, jullie vrouwen van Lamech, luister naar mijn woorden; want ik heb een man gedood tot mijn verwonding, en een knaap tot mijn striem, stonden zij tegen hem op een verhaalden deze dingen alom". Ondanks dat hij hun man was, ondanks dat zij wisten waartoe hij in staat was, gingen zij niet met hem mee in zijn opschepperige verhaal. 

Wat ik ook bijzonder vind, is dat zij samen opstonden tegen Lamech. In het Oude Testament kunnen we meer verhalen vinden over polygame relaties, maar in mijn herinnering gingen die allemaal niet bepaald van een leien dakje door onderlinge jaloezie en rivaliteit tussen de vrouwen. Van ons wordt verwacht dat wij de Schriften op onszelf toepassen. Zijn Ada en Zilla, juist voor vrouwen, dan niet een voorbeeld? Want hoe vaak hoor je niet dat vrouwen elkaar de maat nemen? Elkaar kritisch beoordelen op uiterlijk, opvoeding en/of keuzes. In een artikel dat gaat over de proclamatie van het gezin kunnen we lezen dat ouderling Ballard het volgende zei tijdens een zusterconferentie: "We prediken het ideaal, hoewel dat beeld zich niet tot de realiteit verhoudt, en vertrouwen erop dat Christus' verzoening dit spanningsveld opheft. Wat goed is voor de ene vrouw, is misschien niet goed voor de andere. Daarom moeten we elkaars keuzes of de inspiratie erachter vooral niet in twijfel trekken". 

Wat mij ook opviel, is dat doordat zij tegen "Lamech opstonden en dit alom verhaalden", dit tot gevolg had dat Lamech veracht en verworpen werd. In het geval van Lamech betrof het moord, maar zo zijn er meer zaken die niet bedekt mogen worden met de "mantel der liefde". Het artikel 'Hoe we met mishandeling en misbruik kunnen omgaan' is daar een voorbeeld van. In dit artikel worden niet alleen suggesties gegeven voor slachtoffers van mishandeling en misbruik, en hun families, maar ook voor leidinggevenden in de kerk. Ada en Zilla werden gehoord. Daarom werd Lamech "veracht en uitgeworpen". "Leidinggevenden in de kerk mogen een melding van mishandeling of misbruik nooit naast zich neerleggen, en mogen een lid ook nooit ontraden om crimineel gedrag aan te geven. Kerkleiders en -leden houden zich aan alle wettelijke verplichtingen voor het melden van mishandeling en misbruik bij de plaatselijke overheid. In verschillende gebieden geldt echter niet dezelfde meldplicht. In sommige gebieden moeten geestelijken contact met de politie opnemen, terwijl dat in andere gebieden juist niet mag". 

Daarom vind ik de woorden "zij hadden geen medelijden" lastig. Wat voor mij klinkt als niet vrouwelijk genoeg gedrag. Maar wat is vrouwelijk gedrag? Zeker als het onrechtvaardigheid betreft. Hadden ze uit medelijden moeten zwijgen? Daarnaast, zou men het woord medelijden ook gebruikt hebben als een man zo gehandeld zou hebben als Ada en Zilla? In een artikel van de BYU, "When women don't speak", wordt daarover het volgende gezegd: "Gedrag dat bij een man krachtig en besluitvaardig overkomt, kan bij een vrouw als bot en agressief worden geïnterpreteerd. Er bestaat zelfs een term voor: dubbele binding. De dubbele binding is enorm. Toon traditionele vrouwelijke eigenschappen - warmte, zorgzaamheid, openstaan voor iedereen en opdrachten - en anderen zullen je als minder competent beschouwen. Maar neem mannelijke eigenschappen aan - leiderschap, openlijk van mening verschillen, assertief zijn, je mening uiten - en je populariteit neemt af". 





In mijn logje van vorige week haalde ik president Spencer W. Kimball aan. Dit keer maak ik gebruik van een ander artikel, Priesterschapsgezag thuis en in de kerk waarin ook president Kimball wordt aangehaald, echter dit keer net even anders vertaald. Maar in wezen komt het op hetzelfde neer: "We willen niet dat vrouwen in de kerk stille of beperkt aansprakelijke vennoten zijn. Wees alstublieft een medeaansprakelijke vennoot en een medewerkende partner". Voordat je de verkeerde conclusies trekt door het woord "medewerkend", dit is wat ook gezegd wordt in dit artikel: "We hebben gehoord dat er mannen zijn die tegen hun vrouwen zeggen: Ik draag het priesterschap en je moet doen wat ik zeg. Hij verwierp dat misbruik van het priesterschapsgezag in een huwelijk resoluut, en zei dat zo'n man zijn priesterschap niet waardig is." 

Tot slot nog één ander ding wat mij opviel, en dat is dat dit "onder de mensendochters niet besproken werd, omdat Lamech het geheim bekendgemaakt had aan zijn vrouwen". Na wat er met Lamech gebeurd was keken de mannen wel uit. Maar dat betekent niet, ondanks dat de vrouwen niet deel uitmaakten van deze geheime organisaties, dat dit geen invloed had op hun leven als vrouw, moeder en echtgenote en hun gezinnen in het algemeen. Ether 8 is hiervan een "prachtig" voorbeeld.

In Ether 8 gaat het ook over een vrouw. Akish. Zij stond zelfs aan de basis van een geheime organisatie. Akish, die behalve buitengewoon mooi ook nog eens buitengewoon schrander was. Die tegen haar vader zei: "Waarom is mijn vader zo bedroefd? Heeft hij de kroniek niet gelezen die onze vaderen over het grote diep heeft meegebracht? Zie, bestaat er niet een verslag over de ouden, dat zij door hun geheime plannen koninkrijken en grote roem verkregen? En Akish nam hun de eden af, die gegeven waren door de ouden die ook naar macht hadden gestreeft, en die waren doorgegeven van Kaïn af, die vanaf het begin een moordenaar was" (Ether 8:9,15). 

"En het geschiedde dat zij een geheime vereniging oprichtten, zoals de ouden,
welke vereniging boven alles goddeloos en gruwelijk is in de ogen van God;
want de Heer werkt niet door geheime verenigingen, 
evenmin wil Hij dat de mens bloed vergiet;
maar Hij heeft het vanaf het begin van het mensdom in ieder opzicht verboden.
En nu schrijf ik, Moroni, niet over de toedracht van hun eden en verenigingen,
want het is mij bekendgemaakt dat zij bestaan onder alle volken,
 en dat zij bestaan onder de Lamanieten.
En zij hebben de vernietiging veroorzaakt van dit volk waarvan ik nu spreek
en eveneens de vernietiging van het volk van Nephi."
Ether 8:18-21

President Boyd K. Packer heeft ooit een toespraak gegeven waarin hij verwijst naar dit deel van Ether 8: "Wij leven in een tijd van oorlog, de geestelijke oorlog die nooit zal eindigen. Moroni heeft gewaarschuwd dat de geheime verenigingen die door Gadiaton zijn geïntroduceerd bestaan onder alle volken. Daarom o gij andere volken, (en met andere volken wordt hier ook verwezen naar onze generatie), is het wijsheid in het bestel van God dat die dingen u worden getoond, opdat gij u daardoor van uw zonden bekeert en niet toelaat dat die moordzuchtige verenigingen u in hun greep krijgen. De Sherems, Nehors en Korihors leven onder ons. Hun argumenten verschillen niet zoveel van de argumenten waarover in het Boek van Mormon wordt gesproken. En niet alle spotternij komt van buiten de kerk. Dat zeg ik nog eens: niet alle spotternij komt van buiten de kerk. Pas op dat je je niet bij de spotters voegt".  

Nu weten jullie waarom ik niet zomaar aan deze twee vrouwen, Ada en Zilla, kon voorbij lopen. Ze bleven maar fluisteren in mijn oor. Ik kan mij niet herinneren dat zij ooit ter sprake zijn gekomen in een les en waarom er geen aandacht aan hun verhaal werd geschonken. Een stilte die ze volgens mij niet verdienen, juist doordat zij geen stille partners waren en wat wij hieruit kunnen leren. Dit is wat president Russell M. Nelson zei over je laten horen: "Vandaag roep ik mijn zusters in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen dan ook op om naar voren te treden! Neem uw rechtmatige en nodige plaats bij u thuis, in uw gemeenschap en in het koninkrijk van God in - meer dan u ooit gedaan hebt. Ik roep u op om president Kimballs profetie te vervullen. En ik beloof u in de naam van Jezus Christus dat de Heilige Geest uw invloed dan op ongekende wijze vergroten zal!" 

Ada en Zilla, veel weet ik niet van hen, maar wat ik las vond ik inspirerend genoeg om bij stil te staan. Zij zijn mede de reden dat ik niet alleen wil stilstaan bij "zwarte en witte", maar ook bij "man en vrouw". Ik denk dat het Oude Testament vol zit met dit soort inspirerende stofverhalen die ik in geen geval wil missen. 


Lamech met Ada en Zilla