woensdag 26 augustus 2026

Vergadering van Israël: Het gezin

 

Vandaag deel ik opnieuw een blikje dat gaat over het gezin. En dan met name over de leer van het gezin en de vrouw in haar rol als moeder. Basis ingrediënt van dit blikje is president Nelson's toespraak 'Deelname van de zusters aan de vergadering van Israel'. Ik zeg met reden basisingrediënt, want ik heb deze toespraak ook met een diversiteitsinsteek. Dat blikje deel ik de volgende keer. En met diversiteit bedoel ik dit keer niet dat 'allen gelijk zijn voor God', maar de neiging van ons vrouwen om zichzelf met anderen te vergelijken. 

Het blikje van vandaag kan ik echter niet los zien van een ander blikje wat ik eind vorig jaar deelde: Een oproep aan mijn zusters. Waarin president Nelson het volgende zegt: "U bent onze cruciale partner in deze eindtijd. Elke vrouw die waardig aan priesterschapsverordeningen deelneemt heeft rechtstreeks toegang tot de macht van God". In deze toespraak heeft president Nelson het niet alleen over "wij hebben vrouwen nodig met een fundamenteel begrip van de leer van Christus nodig, die met dat begrip een generatie zullen opvoeden en onderwezen die de zonde kan weerstaan", maar ook over de vele andere rollen die een vrouw kan vervullen in de vergadering van Israël. Zoals "vrouwen die georganiseerd zijn en kunnen organiseren, vrouwen met leidinggevende kwaliteiten die kunnen plannen, leiden en besturen. Vrouwen die kunnen onderwijzen, vrouwen die zich kunnen uitspreken", waarvan dit maar een paar voorbeelden zijn.


Blikje: De leer van het gezin kennen, na te leven en te verdedigen

In zijn toespraak 'Deelname van de zusters aan de vergadering van Israël' tijdens de algemene conferentie van oktober 2018, zei president Russell M. Nelson: "Ik zeg erbij dat ik met het woord moeder niet alleen vrouwen bedoel die in dit leven kinderen gekregen of geadopteerd hebben. Ik bedoel daarmee alle volwassen dochters van onze hemelse Ouders. Iedere vrouw is op grond van haar eeuwige, goddelijke bestemming een moeder".  



We hebben vrouwen nodig die weten
hoe ze door hun geloof belangrijke dingen kunnen laten gebeuren
en die moedige verdedigers zijn van moraliteit en gezinnen. 
Russell M. Nelson


Om onze bijdrage te kunnen leveren aan de vergadering van Israël wordt er van ons vrouwen niet alleen geloof gevraagd, maar ook de nodige moed. Moed om de Heer in ons leven te laten zegevieren. Wat onder andere betekent, zeker ten aanzien van het gezin en het belang ervan, dat we daarmee in sommige opzichten ingaan tegen de stroom van ontwikkelingen die zich in de maatschappij voordoen. 

Iemand die dit prachtig verwoord is elder D. Todd Christofferson. In zijn toespraak De morele kracht van vrouwen zegt hij namelijk het volgende: "Een gevaarlijke filosofie die de morele invloed van vrouw ondermijnt is de devaluatie van het huwelijk, van het moederschap en het traditionele gezinsleven als carrière op zich. Sommige feministische denkers zien helemaal niets in het traditionele gezinsleven, omdat het vrouwen klein zou houden en ze de niet aflatende eisen van het opvoeden van kinderen een vorm van uitbuiting vinden. Zij drijven de spot met wat zij het 'vrouwonvriendelijk loopbaantraject' noemen. Dat is niet eerlijk of juist. Wij bagatelliseren geenszins de waarde van wat vrouwen of mannen in welke goede zaak of carrière dan ook tot stand brengen - daar plukken wij allen de vruchten van - wel stellen wij dat er geen hogere zaak is dan het huwelijkse moederschap en vaderschap. Geen carrière, hoe ambitieus ook, geen geldelijke compensatie, geen erkenning of eerbewijs kan tippen aan de uiteindelijke beloningen die het gezin brengt. Wat een vrouw verder ook mag bereiken, haar morele invloed komt nergens zo goed tot zijn recht als in het gezin." 

Op ons vrouwen, of we nu wel of niet gebaard hebben, rust de gezamenlijke verantwoordelijkheid om "de leer van het gezin te kennen, na te leven en te verdedigen". 

De tijd zal aanbreken dat alleen zij
die intens en actief in het gezin geloven, 
hun gezin kunnen beschermen 
te midden van het oprukkende kwaad om ons heen.
Julie B. Beck