Posts tonen met het label Man en Vrouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Man en Vrouw. Alle posts tonen

dinsdag 11 augustus 2026

Kijken en zien

 

De afgelopen periode heb ik, meen ik, wekelijks iets op mijn blog geschreven. Soms, dat kwam ook voor, zelfs meer stukjes in een week. Er waren echter ook periodes dat ik nauwelijks iets schreef. Op dit moment hang ik, als het gaat om het schrijven op mijn blog, ergens tussen dit alles in. Niet direct zichtbaar voor jullie, maar wel voelbaar voor mijzelf. Daarom open ik vandaag opnieuw een enigszins aangepast blikje, wat gaat over kijken en zien. Wat voor mij uiteindelijk ook te maken heeft met diversiteit. Diversiteit in discipelschap. 

Waarom juist dit blikje? Misschien wel omdat ik zelf niet alleen bezig ben met kijken en zien, maar ook met wat ik hoor. Kijkend door de bril van mijn eigen vrouw zijn, naar Christus en zijn eigenschappen. Tegelijkertijd meenemend deze opmerking die ik onderweg tegenkwam: "Een nauwkeurige bestudering van de evangelieteksten onthult dat Jezus een emotioneel complexe persoon was, en helemaal niet het eendimensionale 'aardige man'-personage dat onze cultuur helaas zo vaak van hem heeft gemaakt." En deze opmerking: 

"Als mensen het karakter van God niet begrijpen,
begrijpen ze zichzelf ook niet."
Joseph Smith

Wat ik ook niet helemaal los kan zien van de vrouw die vorige week voor ons fietste, met op haar t-shirt in grote letters de tekst: "Jezelf kennen is het begin van alle wijsheid, Socrates". 


Blikje: Kijken en zien

"Het is niet waar je naar kijkt wat ertoe doet,
het gaat erom wat je ziet." 
Henry David Thoureau

Je kan met elkaar naar hetzelfde kijken en toch niet hetzelfde zien. Het is de beleving die het verschil maakt. Dat bleek vandaag wel weer: de een zag dit, de ander zag dat, en dat had alles te maken met onderstaand filmpje. 




Tijdens de algemene conferentie van oktober 2003 gaf president Gordon B. Hinckley een toespraak. Hij begint deze toespraak met de volgende woorden: “Iemand heeft gezegd: Wees vriendelijk voor vrouwen. Zij vormen de helft van de wereldbevolking en zijn de moeders van de andere helft. Geliefde zusters, u bent geweldige vrouwen die het goede deel hebben gekozen en ik heb veel bewondering voor alles wat u doet. Ik zie dat u bij van alles betrokken bent”. En dan geeft hij een opsomming van de dingen die de vrouwen van de kerk zoal doen.

Het is een toespraak aan de vrouwen van de kerk. In deze toespraak heeft hij het ook over zijn kleindochters die nu moeder zijn. En dat hij soms "de neiging heeft, wanneer hij naar hun echtgenoten kijkt, om te zeggen: Word wakker en doe ook eens iets. Waardeer jij je vrouw wel voldoende? Weet je wel hoeveel zij doet? Geef je haar wel eens een complimentje? Bedank je haar wel eens?”

President Hinckley zegt echter ook dit in zijn toespraak: “Velen van u denken dat ze mislukkingen zijn. U hebt het gevoel dat het niet goed gaat, dat al uw inspanningen niet voldoende zijn. Wij maken ons allemaal zorgen om onze prestaties. We willen het allemaal beter doen. Maar helaas beseffen we niet, of zien we niet, wat de resultaten van onze inspanningen zijn. Maak uzelf niet wijs dat u faalt. Ga op uw knieën en vraag om de zegeningen van de Heer; sta dan op en doe wat er van u gevraagd wordt. En laat de rest aan de Heer over. Dan zult u ontdekken dat u iets bereikt wat onbetaalbaar is”.

Vrouwen gaan “soms voorbij aan al het goede dat ze gedurende de dag doen”. Wat ook blijkt uit bovenstaand filmpje. Even los van het feit of deze gevoelens al dan niet terecht zijn. In dat negeren, de gevoelens die ze heeft, schuilt een gevaar waar we onze ogen niet voor mogen en kunnen sluiten. Hierbij denk ik aan de toespraak  'Vergeet mij niet' van president Dieter F. Uchtdorf . Eerst zegt hij, en dit haakt in op wat president Hinckley ook al aangaf: “Wees onderwijl dankbaar voor alle kleine successen bij u thuis, in uw familierelaties, uw opleiding en bestaansmogelijkheden, uw deelname in de kerk en uw persoonlijke vooruitgang. Net als bij de vergeet-mij-nietjes lijken die successen in uw ogen misschien erg klein en gaan anderen eraan voorbij. Maar God merkt ze op en voor Hem zijn ze van tel. Als u succes alleen ziet als de volmaaktste roos of een oogstrelende orchidee, gaat u voorbij aan enkele van de mooiste ervaringen die het leven biedt”.

Maar, er is ook een schaduwkant, wat te maken heeft met anders naar bovenstaand filmpje kijken. President Uchtdorf: “In onze ijver om alle taken en plichten te vervullen die we als lid van de kerk op ons nemen, zien we het evangelie soms als een lange lijst met taken die we aan onze al onmogelijke lange waslijst van dingen moeten toevoegen, als een blok tijd dat we ergens in ons drukke schema moeten inpassen. We staren ons blind op wat de Heer van ons vraagt en hoe we dat kunnen doen, maar vergeten wel eens waarom”.

Dat brengt mij op een andere toespraak. Er zijn veel prachtige toespraken, maar deze is mij dierbaar, en dat is die van president Boyd K. Packer 'Ouders in Zion', waarin hij het volgende zegt: “Sommige moeders raken ontmoedigd - zelfs depressief. Ik ontvang brieven met het woord schuld, omdat ze niet alles kunnen. Naar de kerk gaan is, of zou moeten zijn, een verademing van het dagelijkse leven. Het zou rust en tevredenheid moeten brengen. Als het druk en ontmoediging met zich mee brengt, is er iets uit balans”.

Behalve dat, en misschien staan we daar niet voldoende bij stil, zegt hij ook dit: “We moeten oppassen dat de programma's en activiteiten van de kerk niet te zwaar worden voor sommige gezinnen. Wanneer de beginselen van het evangelie worden begrepen en toegepast, versterken en beschermen ze zowel personen als gezinnen. Toewijding aan het gezin en toewijding aan de kerk zijn geen verschillende dingen”.

Tot slot nog een uitspraak uit deze toespraak. Alhoewel deze toespraak een 'oudje' is, is hij naar mijn gevoel nog steeds actueel, die zeker de moeite waard is om in zijn geheel te lezen, en dat is deze: “De meeste gezinnen doen hun best; maar sommigen raken, wanneer ze worden belast met gezondheidsproblemen en financiële problemen, gewoon uitgeput terwijl ze proberen bij te blijven, en uiteindelijk trekken ze zich terug in inactiviteit. Ze zien niet dat ze zich verplaatsen van de enige beste bron van licht en waarheid, van hulp bij hun gezin, naar de schaduw waar gevaar en liefdesverdriet wachten”.

Kijken en zien. 

dinsdag 9 juni 2026

Debora en Barak


In ons zondagschoollesboek, als inleiding op het boek Richteren, wordt het volgende gezegd: "Onder invloed van de overtuigingen en aanbiddingspraktijken van de Kanaänieten, die ze uit het land moesten verdrijven, overtraden de Israëlieten hun verbonden met de Heer en keerden ze zich van Hem af. Als gevolg daarvan raakten ze zijn bescherming kwijt en raakten ze in slavernij. Maar telkens wanneer dit gebeurde, gaf de Heer zijn verbondsvolk de kans om zich te bekeren, en deed Hij een verlosser opstaan - een milititair leider: die men een 'richter' noemde. 

Tussen al de mannelijke richters die in het boek Richteren worden genoemd, deed de Heer een vrouw opstaan, die veel meer was dan 'zomaar' een richter. Zij was namelijk behalve een richter ook een profetes, die de geest van openbaring had. "Hoewel slechts enkele vrouwen in de Schrift profetessen worden genoemd, hebben velen geprofeteerd, zoals Rebekka, Hanna, Elisabeth en Maria". 

"En Debora, een vrouw die profetes was,
de vrouw van Lappidoth,
die gaf in die tijd als richter leiding aan Israël.
En de Israëlieten gingen voor de rechtspraak naar haar toe.
Richteren 4:4,5

Op een gegeven moment stuurt Debora een bode naar Barak (vers 6met de woorden: "Heeft de Heere, de God van Israël, niet geboden: Ga, trek op naar de berg Tabor en neem tienduizend man met u mee, van de nakomelingen van Naftali en van de nakomelingen van Zebulon?" In haar vraag aan Barak heeft Debora het over "heeft de Here u niet geboden, ga". Wanneer je dit zo leest, dan lijkt het alsof Barak nog geen gehoor heeft gegeven aan deze opdracht. Maar nu Debora met die vraag komt, wordt het dan toch opeens een heel ander verhaal en kan hij niet meer om deze opdracht heen. Alleen dan wel met haar aan zijn zijde. 

"Als u met mij mee zult gaan, dan ga ik.
Maar als u niet met mij mee zult gaan,
dan ga ik niet."
Richteren 4:8

Vorige week schreef ik nog een logje over de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Daarin haalde ik deze woorden van president M. Russell Ballard aan: "Elke priesterschapsleider die de vrouwelijke leidinggevenden niet volledig en met zijn volle respect bij het werk betrekt, respecteert de sleutels die hij heeft gekregen niet, en maakt ze niet groot. Zijn macht en invloed zullen beperkt zijn totdat hij de wegen van de Heer leert". 

Dat Barak haar zijn volle respect betoont, blijkt wel uit de vraag van hem of zij met hem mee wil gaan. Ze zegt: Ja, ik zal wel met u meegaan. Maar er zal op de weg die u gaat voor u geen eer te behalen zijn, want de Heere zal Sisera overleveren in de hand van een vrouw". 

Ik moet nu denken aan een opmerking die ik onlangs hoorde van een man, waarin hij aan zijn vrienden vertelde dat zijn toekomstige vrouw meer verdiende dan hij en dat hij dat lastig vond. Gezien in dit licht kun je je afvragen hoe Barak zich moet hebben gevoeld. Eerst was daar zijn vraag aan Debora of zij met hem mee wil gaan, en daaroverheen, toen hij besloot te gaan, kreeg hij ook nog te horen: "Er zal voor u geen eer te behalen zijn". Dit vanwege Jaël. 

"En zie, Barak achtervolgde Sisera.
Jaël kwam naar buiten, hem tegemoet, en zei tegen hem:
Kom, en ik zal u de man laten zien die u zoekt.
Zo ging hij bij haar naar binnen, en zie daar lag Sisera dood."
Richteren 4:22

Gelukkig ontmoedigde dit hem niet. Is het verhaal van Debora en Barak eigenlijk niet een voorbeeld van hoe mannen en vrouwen in het werk van de Heer zouden moeten samenwerken, ongeacht of je nu wel 'de eer kunt opeisen' of niet? Al wil ik hier niet mee zeggen dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn, zoals blijkt uit deze uitspraak: "Mannen en vrouwen zijn gelijk in Gods ogen en in de ogen van de kerk, maar gelijk wil niet zeggen dat ze hetzelfde zijn. De taken en goddelijke gaven van mannen en vrouwen verschillen van karakter, maar niet in belang van invloed. God vindt niet een van beide seksen beter of belangrijker dan de andere. Mannen en vrouwen hebben verschillende gaven, verschillende kwaliteiten, en verschillende standpunten en voorkeuren. Dat is een van de belangrijkste redenen dat we elkaar nodig hebben. Een man en een vrouw werken rechtschapen samen om elkaar aan te vullen." Is dit niet wat Debora en Barak deden? Met dit als resultaat:

"Toen zong Debora met Barak, de zoon van Abinoam, op die dag:
Nu de leiders in Israël de leiding hebben genomen,
nu het volk zich vrijwillig gegeven heeft,
loof de Heere!

En het land had veertig jaar rust."
HSV Richteren 5:1,2,31




Afbeelding: Pinterest

woensdag 3 juni 2026

Gelijkwaardigheid man en vrouw

 

Mijn vorige logje ging over Rachab, een voormoeder van Jezus, dat ik eindigde met deze woorden: "De opname van vrouwen in de stamboom van de Heiland weerspiegelt de belangrijke waarheid dat mannen en vrouwen gelijk zijn in de ogen van God." Een prachtig voorbeeld hiervan, zeker als het gaat om leiding te krijgen of te ontvangen in je persoonlijk leven, vind ik wat er gebeurde met de moeder van Simson. 

"En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach.
Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
Toen verscheen er een Engel van de Heere aan deze vrouw, en zei tegen haar:
Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. 
U zult echter zwanger worden en een zoon baren."
Richteren 13:2,3 

Na het bezoek van de Engel vertelt de moeder van Simson aan haar man wat haar is overkomen. Hij moet haar hebben geloofd, want vervolgens lezen wij: "Daarop bad Manoach vurig tot de Heere" met de vraag of de Engel opnieuw langs kon komen. "En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was". Waarop zij snel haar man haalt met de woorden: "Zie, de Man die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen. Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna". 

Uiteindelijk "stijgt de Engel in de vlam van het altaar omhoog en zei Manoach tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker sterven, want wij hebben God gezien". Maar zijn vrouw zei tegen hem, wat voor mij ook iets zegt over wat voor vrouw zij is: "Als het de Heere behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen, en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen". Zij, Simsons moeder, plaatst de gebeurtenissen gelijk in een ander perspectief. 'Waarom zou God ons doden, na alles wat Hij aan ons heeft bekendgemaakt?'

Ik kan nu niet anders denken dan aan Helemans' tweeduizend jonge zonen. "Hoewel zij nog nooit hadden gevochten, vreesden zij de dood niet; en zij hechtten meer belang aan de vrijheid van hun vaders dan aan hun eigen leven; ja, hun moeders hadden hun geleerd dat als zij niet twijfelden God hen zou bevrijden. En zij gaven de woorden van hun moeders voor mij weer en zeiden: Wij twijfelen er niet aan dat onze moeders het wisten". Wat als Simson gehoor had gegeven aan dit weten van zowel zijn moeder als vader? Gehoor had gegeven aan deze woorden, voorafgaande aan zijn geboorte, die de Engel sprak tot zijn ouders: "en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen". Helaas slaagde Simson er niet in om "zijn goddelijke roeping te vervullen vanwege zelfzuchtige keuzes". 

Tijdens een algemene vrouwenbijeenkomst gaf president Russell M. Nelson een toespraak waarin hij zei dat hij "ons vrouwen graag wilde laten inzien dat de herstelling van het priesterschap net zo belangrijk is voor ons als vrouw, als voor een man. Omdat het Melchizedeks priesterschap hersteld is, hebben zowel vrouwen als mannen die hun verbonden nakomen, toegang tot alle geestelijke zegeningen van de kerkDe hemel staat evenzeer open voor een vrouw die door haar priesterschapsverbonden met Gods macht begiftigd is, als voor een man die het priesterschap draagt. Zusters, u hebt het recht om vrijelijk een beroep op de macht van de Heiland te doen om uw gezin en andere dierbaren te helpen. Ik loof mannen die het vermogen van hun vrouw respecteren om openbaring te ontvangen en hen als gelijkwaardige partner in hun huwelijk te koesteren". 

Ik denk dat de vader van Simson zo'n soort man was. Die, misschien wel hedendaags gedacht,  zich door de gebeurtenissen rond de aankondiging van zijn kind, zich niet minder man voelde. Wat ik ook terugzie in zijn gebed. In zijn gebed heeft hij het namelijk over "naar ons" en "ons leren" wat wij met het jongetje moeten doen. Hij had namelijk ook kunnen vragen of de Engel aan hem kon verschijnen, daar de Engel al eerder aan zijn vrouw verschenen was. Toen de Engel echter opnieuw aan zijn vrouw verscheen, "stond hij op en ging zijn vrouw achterna". Hij had ook kunnen blijven zitten met de woorden: 'dat zijn vrouwenzaken'. 

Een zwangerschap is nooit alleen een vrouwenzaak en het opvoeden van kinderen ook niet. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, wat ik ook terugzie in deze woorden, wanneer Simson voor een vrouw kiest buiten het verbond: "Maar zijn vader zei tegen hem, evenals zijn moeder: Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw..." (Richteren 14:3). Deze tekst laat zien dat Manoach en zijn vrouw één waren in hun onderwijs aan hun zoon. En dat ze, of dat nu in een gezamenlijk gesprek was, of los van elkaar, bevestigden wat zij, als ouders, geloofden en waarin zij hun zoon hadden onderwezen. Simson wist wie hij was. Dat blijkt wel uit deze woorden toen hij zijn hart uitstortte bij Delila, de vrouw die hij niet kon weerstaan: "Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben als nazireeër aan God gewijd van mijn moedersbuik af".

Een aantal jaren terug stond er in de Liahona een artikel met de titel Dochters van God met zijn priesterschapsmacht verbinden. In dit artikel wordt president M. Russell Ballard aangehaald, die het volgende zei: "Allen die heilige verbonden met de Heer hebben gesloten en die deze verbonden eren, hebben het recht om persoonlijke openbaring te ontvangen, om door de bediening van engelen gezegend te worden", zoals we zagen bij de ouders van Simson, "om met God te communiceren, om de volheid van het evangelie te ontvangen, en samen met Jezus Christus erfgenaam te worden van alles wat de Vader heeft". Man en vrouw. 
 
In dit artikel wordt ook ouderling L. Tom Perry aangehaald die het volgende zei tot de broeders, over de gelijkwaardigheid van man en vrouw: "Broeders, vergeet niet dat in uw rol als leider thuis, uw vrouw uw partner is. Vanaf het begin heeft God tegen de mens gezegd dat het huwelijk een eenheid van man en vrouw is. Daarom is er geen directeur en adjunct-directeur in het gezin. Een echtpaar werkt voortdurend samen aan het welzijn van hun gezin. Ze zijn verenigd in woord en daad als ze het gezin leiden en besturen. Ze staan op gelijke voet. Ze plannen en organiseren samen, en unaniem, de aangelegenheden van het gezin." 

Wat betreft leiderschap in de kerk, "dat hiërarchisch georganiseerd is, terwijl het gezin patriarchaal is" kunnen we in dit artikel ook nog het volgende lezen: "De voorbije jaren hebben ervaren leden van het Quorum der Twaalf Apostelen uitdrukkelijk over de rol van de vrouw in de kerk gesproken. Luisteren we wel aandachtig naar die toespraken? We besteden terecht veel aandacht aan de woorden van hen die we als profeten, zieners en openbaarders steunen. Zij bezitten de sleutels van het koninkrijk, en de Heer geeft via hen leiding aan zijn werk. Daarnaast zijn vrouwelijke kerkleiders aangesteld en hebben zij het priesterschapsgezag ontvangen om zowel mannen als vrouwen van de kerk toe te spreken. We moeten ook aan hun woorden gehoor geven en luisteren naar de raad die God ons via hen geeft."

Tot slot nog deze woorden van president M. Russell Ballard uit dit artikel: "Elke priesterschapsleider die de vrouwelijke leidinggevenden niet volledig en met zijn volle respect bij het werk betrekt, respecteert de sleutels die hij heeft gekregen niet, en maakt ze niet groot. Zijn macht en invloed zullen beperkt zijn totdat hij de wegen van de Heer leert." 




zondag 17 mei 2026

Waarom wij niet?

 

Het Oude Testament is nog steeds mijn basis van reizen. En op de achtergrond speelt nog steeds dat er nog een aantal ras-en-het-priesterschap-plaatsen zijn die ik wil bezoeken. Echter, vandaar mijn vrij-reizen-abonnement, wil ik ook aandacht geven aan onderwerpen die bijvoorbeeld meer met mijn vrouw-zijn te maken hebben, zoals de dochteren van Zelafead. 

"Toen kwamen de dochters van Zelafead, ...Machla, Nog, Hogla, Milka en Tirza.
Zij gingen staan voor Mozes en voor Eleazar, de priester, 
en voor de leiders en heel de gemeenschap, 
bij de ingang van de tent van ontmoeting, met het verzoek;
Onze vader is gestorven in de woestijn, ...hij is om zijn eigen zonde gestorven.
Hij had echter geen zonen. 
Waarom zou de naam van onze vader 
uit het midden van zijn geslacht worden weggenomen,
alleen maar omdat hij geen zoon had?
Geef ons bezit te midden van de broers van onze vader."
HSV Numeri 27:1-4

Ik vind wat hier beschreven wordt om verschillende redenen geweldig. In gedachten zie ik deze vrouwen, deze vijf zussen, staan. Niet alleen voor Mozes en Eleazar, nee, voor de gehele gemeente. Van tevoren hadden deze zussen met elkaar overlegd. Ze weten wat ze willen zeggen en wat hun verzoek is. Echter, weten wat je wil zeggen, en het dan ook uiteindelijk naar voren brengen, het uitvoeren, dat kan soms een heel ander verhaal zijn. 

Dit is wat Scripture Helps zegt over wat een reden zou kunnen zijn om toch maar niet je mond open te doen. "Het Oude Testament geeft ook een inkijkje in de grote uitdagingen waar vrouwen in de oudheid mee te maken kregen, waar ze vaak werden onderdrukt, misbruikt en op andere manieren slecht werden behandeld. Gewoonten en gebruiken die in de meest moderne samenlevingen onrechtvaardig of problematisch lijken, werden gevormd door de culturele normen van die tijd." 

"De priester van Midian had zeven dochters. Zij kwamen om water te putten 
en vulden de drinkbakken om het kleinvee van hun vader te drinken te geven. 
Toen kwamen de herders en joegen hen weg, 
maar Mozes stond op,
verloste hen en gaf hun kudden te drinken."
Exodus 2:16-17

Ik denk dat vrouwen in deze tijd ook voor grote uitdagingen staan. Wij mogen dan heden ten dage geen water putten, echter intimidatie op straat is bij ons ook geen vreemd verschijnsel. Orange the World is de campagne van de Verenigde Naties tegen geweld tegen vrouwen. Op de vraag: "Wat zou er moeten gebeuren om geweld tegen vrouwen te bestrijden? Welke cultuuromslag is nodig om geweld tegen vrouwen te bestrijden?" wordt er onder andere dit gezegd: "De aanpak van geweld tegen vrouwen bestaat traditioneel vooral uit het aanspreken van vrouwen. Aan meisjes wordt nog altijd vaak aangeraden om niet te provocatieve kleding te dragen, niet alleen in het donker te lopen of te fietsen, niet dronken te worden, een verkrachtingsfluitje bij zich te dragen of weerbaarheidstrainingen te volgen. Het bizarre daarvan is dat daarmee niet alleen het probleem, maar ook de oplossing op het bordje van vrouwen wordt geschoven. Vrouwen en meisjes moeten voorkomen dat ze verkracht worden, in plaats van dat mannen en jongens ervoor zorgen dat zij geen dader worden. We moeten investeren in mannen en jongens, door hen op vroege leeftijd duidelijk te maken wat geweld tegen vrouwen teweegbrengt en hoe zij kunnen voorkomen dader te worden, en door hen te betrekken als belangrijke medestanders om het denigreren en objectiveren van vrouwen uit te bannen en andere mannen aan te spreken die zich daar schuldig aan maken. We moeten mannen en jongens betrekken, en dan niet (alleen) als potentiële daders, maar vooral ook als potentiële medestanders, om er samen voor te zorgen dat geen man of jongen geweld tegen vrouwen en meisjes acceptabel vindt, laat staan stoer of cool". Mozes stond op, en als medestander van deze vrouwen, joeg hij, notabene in zijn eentje, de herders weg. 

Ook in zijn leiderschap liet hij zien, zoals nu met deze zussen, dat hij verder ging dan de culturele norm van zijn tijd, die in hun voorstel afweken van wat in die tijd gebruikelijk was. Ze werden door Mozes niet alleen gezien, maar ook gehoord. Want "Mozes bracht hun rechtszaak voor het aangezicht van de Heer". En dit is het antwoord van de Heer: "De dochters van Zelafead hebben gelijk; u moet inderdaad een eigen erfelijk bezit geven, te midden van de broers van hun vader, en u moet het erfelijk bezit van hun vader op hen doen overgaan. En tegen de Israëlieten moet u zeggen: Wanneer iemand sterft en geen zoon heeft, dan moet u zijn erfelijk bezit op zijn dochter doen overgaan." 

In onderstaande video gaat Camille Fronk Olsen verder in op deze verzen uit de Bijbel, waardoor je nog meer waardering krijgt voor dit verhaal. Ergens in deze video zegt professor Olsen het volgende: "In plaats van naar anderen te kijken die misschien ouder en meer gerespecteerd waren in het kamp voor een oplossing, zeiden zij: Waarom wij niet? Zij handelden zelfstandig en lieten niet met zich handelen." 

En zo "hebben deze vijf vrouwen, duizenden jaren later, nog steeds invloed op de wereld". En ben ik, zo reizend door de Schrift, ongemerkt toch ook weer terug bij Zijn is zien. Om van hieruit verder te reizen naar die andere vrouw die ook besloot de touwtjes in handen te nemen. 


zondag 15 maart 2026

1. Het nieuw en eeuwig huwelijksverbond


Wat jullie niet weten, is dat ik een luxeprobleem heb. Ik kan namelijk zo kiezen uit een aantal onderwerpen die allemaal even interessant zijn om over te schrijven. En op de een of andere manier zijn ze allemaal verbonden met mijn rode draad, dat voor God allen gelijk zijn. Het enige waar ik tegenaanloop, is dat het 'Kom dan volg Mij' schema niet op mij wacht. Soms ga ik daar niet in mee en soms kies ik er voor dat wel te doen, zoals nu. Met in mijn achterhoofd dat wat ik 'moet' laten liggen toch wel op de een of andere manier aan bod komt, omdat alles onderling met elkaar verbonden is.

Als voorbeeld neem ik dit vers uit onze leesopdracht van twee weken geleden, die gaat over Abraham die zijn dienstknecht Eliëzer van Damascus naar Mesopotamië stuurt, naar de stad Nahor, om daar voor zijn zoon Izak een vrouw te gaan halen, met als reden 

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3

Zo op het eerste gezicht zou je misschien kunnen denken dat dit is omdat zij, de Kanaänieten, nakomelingen zijn van die vervloekte Kanaän. Een giftige theorie die nog steeds wordt doorverteld. De ware reden is echter, zoals we kunnen lezen in Scripture Helps, dat "de Kanaänieten in Abrahams tijd afgoden aanbaden en zich bezighielden met andere praktijken die in strijd waren met de aanbidding van Jehova. Als Isaak met een Kanaänitische vrouw was getrouwd, had hij het huwelijksverbond van de Heer niet kunnen aangaan, en de door de Heer beloofde zegeningen die met het Abrahamitische verbond verbonden zijn, niet kunnen ontvangen. Het Oude Testament bevat sterke waarschuwingen tegen het trouwen met mensen die andere goden aanbidden". 

Deze Kanaänieten moeten we niet verwarren met het volk van Kanaän van vóór de vloed. "Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die vóór de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam is er geen Bijbels bewijs dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Ze verschillen ook van Kanaän, de kleinzoon van Noach, en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd, en die later kwamen". Dit lijkt misschien een kleine opmerking tussendoor, maar voor mij reden genoeg om een treinkaartje te kopen naar vóór de vloed. 

Ondanks het voorbeeld van zijn ouders Izak en Rebekka, zal een van hun zonen, Esau, er toch voor kiezen om te trouwen met Kanaänitische vrouwen. "En Rebekka zeide tot Izak: "Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Hets! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Hets, gelijk deze zijn van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?" Uit deze woorden blijkt wel hoe belangrijk dit huwelijksverbond voor Rebekka was, en hoe groot haar verlangen was dat haar beide zonen eeuwige gezinnen zouden stichten, wat alleen mogelijk is door dit verbond.  

De waarschuwing uit het Oude Testament, om niet te trouwen met mensen die andere goden aanbidden, zie je ook terug in het Nieuwe Testament. De apostel Paulus zei daarover het volgende: 

"Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen"
2 Korinthiërs 6:14

"Kort gezegd ontmoedigde Paulus de heiligen om relaties aan te gaan met afgodendienaars of deel te nemen aan hun onreine praktijken". Echter, als ik kijk naar de voetnoot van dit vers, over doorwerking van het verleden gesproken, zie je dat deze sterke waarschuwingen van het Oude Testament ook op ons van toepassing zijn. "Hedendaagse profeten hebben de leer van Paulus, dat men zich niet onvoorwaardelijk moet verbinden met ongelovigen, toegepast als leidend principe bij het aangaan van relaties met anderen, waaronder de beslissing om te trouwen." 

Daarom reis ik ook terug naar de dagen van Noach van vóór de vloed. Ik wil namelijk stilstaan bij een ander gezin, het gezin van Noach, en bij de huwelijken die zij sloten. En de invloed die dit onder andere had op het wel of niet binnengaan van de ark. 

"En Noach en zijn zonen luisteren naar de Heer
en gaven gehoor,
en zij werden de zonen van God genoemd.
Mozes 8:13

Ook lezen we in ditzelfde hoofdstuk "dat Noach met God wandelde, zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth". Kun je voorstellen dat zij, Jafeth, Sem en Cham, die de zonen van God werden genoemd en met God wandelden, buiten het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond trouwden? Zeker als je kijkt naar onderstaande schriftuurtekst, waaruit blijkt hoe belangrijk dit verbond is:

"En toen de mensen zich begonnen te vermenigvuldigen op het aardoppervlak
en er hun dochters werden geboren,
zagen de mensenzonen dat die dochters mooi waren,
en zij namen zich vrouwen, ja, zoals zij verkozen.
En de Heer zei tot Noach: De dochters van uw zonen hebben zich verkocht;
want zie, mijn toorn is ontstoken tegen de mensenkinderen, 
want zij willen niet naar mijn stem luisteren."
Mozes 8:14,15

"En de Heer ordende Noach naar zijn eigen orde en gebood hem uit te gaan en zijn evangelie te verkondigen aan de mensenkinderen, ja, zoals het gegeven was aan Henoch. En het geschiedde dat Noach de mensenkinderen opriep zich te bekeren; maar zij luisterden niet naar zijn woorden; en bovendien, nadat zij hem hadden aangehoord, kwamen zij bij hem en zeiden: Zie, wij zijn de zonen van God; hebben wij niet de mensendochters tot ons genoegen? en eten en drinken wij niet en huwen wij niet en geven ten huwelijk? En onze vrouwen baren ons kinderen, en deze zijn de geweldigen, zoals de mannen van weleer, mannen van grote naam. En zij luisterden niet naar de woorden van Noach", Mozes 8:19-21. 

"En de oude wereld niet heeft gespaard,
maar Noach, den prediker der gerechtigheid,
zijn achttal bewaard heeft,
als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;"
2 Petrus 2:5

"De zonen van God waren zij die hun verbonden met God nakwamen, aandachtig naar Hem luisterden en Zijn geboden gehoorzaamden. De zonen van de mensen waren zij die hun verbonden met God braken en niet naar Hem luisterden of Hem gehoorzaamden. De kleindochters van Noach besloten met de zonen van de mensen te trouwen en gaven daarmee de kans op de zegeningen van het priesterschapsverbond van het eeuwige huwelijk op". President Joseph Fielding Smith onderwees hierover het volgende: "De dochters die geboren waren, kennelijk onder het verbond, en die de dochters waren van de zonen van God, dat wil zeggen van hen die het priesterschap bekleedden, overtraden het gebod van de Heer en trouwden buiten de Kerk. Zo sneden zij zichzelf af van de zegeningen van het priesterschap, in strijd met de leer van Noach en de wil van God". Zo sneden zij zich niet alleen af in geestelijk opzicht: we zien deze kleindochters van Noach ook niet terug in de ark, want ook zij luisterden niet naar de woorden van Noach. 

"en hij, Noach, wandelde met God,
zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth."
Mozes 8:27

Van de drie zonen van Noach wordt alleen de vrouw van Cham bij naam genoemd. In het verleden werd onderwezen dat de vrouw van Cham, Egyptus, een nakomeling was van Kain, en dat door haar, na de vloed, deze vloek van Kaïn werd doorgegeven aan het nageslacht van Cham en "zo ontsprong uit Cham aldus het ras dat de vloek in het land deed voortduren". 

In het Boek van Abraham kunnen wij hun geschiedenis lezen. De Kerk heeft hierover het volgende gezegd: "Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noachs zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid, maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Chams nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperkingen voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel".

In de voetnoot van dit commentaar kunnen we het volgende lezen over Egyptus: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kain via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag niet langer moeten worden verkondigd". 

Vandaar ook dat toen ik schreef over Hagar, ik zei dat aan het woord Egypte een gekleurd randje zat, maar ook "dat de Heer het hart aanziet. De belangstelling van je hemelse Vader hangt niet af van hoe rijk, hoe mooi, hoe gezond of hoe slim je bent". Zoals president Nelson al zei: "God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald". Nog door wie uw voorouders zijn, zoals we zullen zien in de genealogie van Jezus Christus. 

"Het huwelijk is misschien wel de belangrijkste beslissing van allemaal en heeft de meest verstrekkende gevolgen, want het gaat niet alleen om direct geluk, maar ook om eeuwige vreugde. Het beïnvloedt niet alleen de twee betrokkenen, maar ook hun families, met name hun kinderen en kleinkinderen, tot in de verste generaties"

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3





Al het schuin geschrevene komt uit Scripture Helps

woensdag 11 maart 2026

1. Hagar


"Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
man en vrouw
allen zijn voor God gelijk"
2 Nephi 26:33

In het verleden heb ik volop gebruikgemaakt van de evangelieverhandeling ras en het priesterschap. Ik heb er ondertussen een nieuw schriftuurlijk vriendje bij, Scripture Helps. Ik heb daar eerder ook al uit geciteerd, maar vandaag zal ik dat rijkelijk doen. Alles wat schuin geschreven staat, komt hieruit. 

Ongemerkt in het kader van 'man en vrouw' wordt mijn persoonlijke lijstje van personen waar ik bij stil wil staan steeds langer. Terwijl ik eigenlijk nog niet eens zo lang onderweg ben. Ondertussen heb ik stilgestaan bij Ada en Zilla, de twee vrouwen van Lamech. Bij de drie dochters van de Egyptische priester Onitah en Egyptus, de vrouw van Cham. En vandaag bij Hagar, de Egyptische slavin van Sarai, die door haar aan Abraham werd gegeven. 

Allereerst wil ik beginnen met een toespraak van president Russell M. Nelsondie het volgende zei over Hagar en Sara: "Het Oude Testament is niet enkel Schriftuur; het is ook een geschiedenisboek. U herinnert zich waarschijnlijk het huwelijk van Sarai en Abraham. Omdat zij kinderloos waren, gaf Sarai aan Abraham haar slavin Hagar als vrouw, overeenkomstig de aanwijzingen van de Heer".

"Ondanks de beloften van de Heer aan Abraham dat hij een groot nageslacht zou krijgen, kon Saraï na vele jaren huwelijk nog steeds geen kinderen krijgen. Door Hagar aan Abraham te geven als tweede vrouw, hoopte Saraï Abraham in staat te stellen kinderen te krijgen en de beloften van de Heer te vervullen. Uit latere openbaringen begrijpen we dat dit een gebod van God was dat Abraham en Saraï gehoorzaamden. Het Boek van Mormon leert dat het huwelijk tussen één man en één vrouw Gods geldende huwelijkswet is. God heeft echter soms het meervoudig huwelijk als uitzondering geboden. Een van de redenen die God voor het meervoudig huwelijk heeft gegeven, is zaad voor Hem te verwekken". 

Het interessante is dat het Hagar is, de slavin van Sara, die die rol vervult. Een Egyptische. Want laten we wel wezen, aan het woord Egypte zit toch een gekleurd randje vanwege Egyptus en de vloek van Cham. Aan dat wat verboden is. "Uit de openbaring van de laatste dagen begrijpen we dat dit een gebod van God was dat Abraham en Sara gehoorzaamden." 

"Toen Hagar ontdekte dat ze zwanger was, werd Sara veracht in Hagars ogen. Dit impliceert dat Hagar een gebrek aan respect of zelfs minachting voor Sara toonde. Toen de spanningen opliepen, herinnerde Abraham Sara eraan dat zij gezag had over Hagar binnen het huishouden en dat Sara kon ingrijpen om het conflict binnen hun gezin op te lossen. Sarah ging vervolgens hardhandig te werk tegen Hagar, waardoor Hagar vluchtte". Deze vlucht leidde tot

Hagars eerste ontmoeting met een engel

"Een engel van de Heer trof haar in de woestijn...
Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen? Vroeg Hij.
Ik ben gevlucht van Sarai, mijn meesteres, antwoordde ze.
Ga naar je meesteres terug, zei de engel van de Heer, en wees haar weer gehoorzaam.
Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn.
Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. 
Die moet je Ismaël noemen."
Genesis 16:7-11

Hoewel Hagar als surrogaat voor Sara optrad, openbaarde de Heer aan haar hoe Ismaël zou heten, samen met de belofte dat haar nageslacht vermenigvuldigd zou worden. Hagar is een van de weinige vrouwen in de Schrift die een goddelijke aankondiging van de geboorte van haar eigen kind ontving. Alleen Hagar en Maria kregen te horen hoe ze hun zonen moesten noemen.

"Toen riep zij de Heer, die tot haar had gesproken, zo aan:
U bent een God van het zien.
Want, zei ze, heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?"
Genesis 16:13

"De interacties tussen Abraham, Sara en Hagar kunnen ons eraan herinneren dat we allemaal behoefte hebben aan genade, barmhartigheid en verlossing door Jezus Christus. Ondanks hun omstandigheden en onvolmaaktheid hielden Abraham, Sara en Hagar van de Heer en werden ze rijkelijk door Hem gezegend.  Hagar besluit om terug te keren naar Abraham, en Sara stelde haar in staat haar eigen verbondsbeloften met betrekking tot haar nageslacht te ontvangen". 

"En Hagar baarde Abram een zoon;
En Abram noemde den naam des zoons, 
die Hagar gebaard had, Ismael.
En Abram was zes en tachtig jaren oud,
toen Hagar Ismaël baarde."
Genesis 16:15,16

Hagar wist hierdoor dat de Heer over haar waakte. Desondanks wil dat nog niet zeggen dat het voor Hagar makkelijk moet zijn geweest. Zeker met deze woorden van de engel in haar oren: "en verneder u onder haar handen". Toch weerhield het haar niet en gaf zij gehoor aan de  woorden van de engel: "Keer weder tot uw vrouw".

Wanneer Abram 99 jaar oud is krijgt hij van de Heer te horen dat Sara een zoon zal baren. En 

"Abraham zeide tot God:
Och, dat Ismaël mocht leven voor uw aangezicht!
En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren,
en gij zult zijn naam noemen Izak;
En Ik zal mijn verbond met hem oprichten"
Genesis 17:18,19

President Nelson: "Abraham hield van Ismaël, maar hij was niet het kind dat het verbond zou doorgeven. Abraham hield zowel van Ismaël als van Izak. God beloofde Abraham dat Ismaël de voorvader van een talrijk en groot volk zou worden. Tegelijkertijd liet God er geen twijfel over bestaan dat het eeuwigdurend verbond met Izak zou worden voortgezet". 

"En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord;
zie, Ik heb hem gezegend,
en zal hem vruchtbaar maken, 
en hem gans zeer vermenigvuldigen;
twaalf vorsten zal hij gewinnen,
en Ik zal hem tot een groot volk stellen;
maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten,"
Genesis 17:20,21

Een jaar nadat God dit tegen Abraham heeft gezegd, krijgen Abraham en Sara inderdaad een zoon die zij Izak noemen. Dan komt de dag dat "Abraham een grote maaltijd maakt, omdat Izak gespeend werd. En Sara zag den zoon van Hagar, de Egyptische, dien zij Abraham gebaard had, spottende. En zij zeide tot Abraham: Drijf deze dienstmaagd en haar zoon uit; want de zoon van deze dienstmaagd zal met mijn zoon, met Izak, niet erven. En dit woord was zeer kwaad in Abrahams ogen, ter oorzake van zijn zoon". Maar God zei tegen Abraham:

"Laat het niet kwaad zijn in uw ogen,
over den jongen,
en over uw dienstmaagd;
al wat Sara tot u zal zeggen, hoor naar haar stem;
want in Izak zal uw zaad genoemd worden.
Doch Ik zal ook den zoon dezer dienstmaagd tot een volk stellen,
omdat hij uw zaad is."
Genesis 21:12,13




Hagar's tweede ontmoeting met een engel

Opnieuw, jaren later, nu vanwege Ismaël, bevindt Hagar zich opnieuw in de woestijn. Hagar en haar zoon zijn verdwaald en uiteindelijk zonder water. Hagar heeft haar zoon, hij moet ondertussen een jaar of veertien zijn, onder een struik achtergelaten omdat ze er niet tegen kon dat ze hem zou zien sterven en barst in tranen uit. "En God hoorde de stem van den jongen; en de Engel Gods riep Hagar toe uit den hemel, en zeide tot haar:

"Wat is u, Hagar? Vrees niet; 
want God heeft naar des jongens stem gehoord, 
ter plaatse waar hij is.
Sta op, hef den jongen op, en houd hem vast met uw hand;
want ik zal hem tot een groot volk stellen.
En God opende haar ogen, dat zij een waterput zag;
en zij ging, en vulde de fles met water, en gaf den jongen te drinken;
En God was met den jongen;"
Genesis 21:17-19

Het Oude Testament beschrijft omgang met Zijn verbondsvolk en de mensen met wie zij in contact kwamen. Onder die verhalen bevinden zich die van vrouwen die een groot geloof in God hadden, en een opmerkelijke kracht toonden. Het Oude Testament geeft ook een inkijkje in de grote uitdagingen waar vrouwen in de oudheid mee te maken kregen, waar ze vaak onderdrukt, misbruikt en op andere manieren slecht werden behandeld. Gewoonten en gebruiken die in de meeste moderne samenlevingen onrechtvaardig en problematisch lijken, werden gevormd door de culturele normen van die tijd. Door de uitdagingen te erkennen waar vrouwen in de tijd van het Oude Testament vaak mee te maken kregen, kunnen we hun geloof nog meer waarderen. Toen Hagar bijvoorbeeld naar de woestijn vluchtte, gaf de Heer haar inzicht in wie ze was, waardoor ze verklaarde dat de Heer een God is die mensen in hun lijden ziet. 

"Je staat er op deze reis niet alleen voor.
Je vader in de hemel kent je.
Zelfs als niemand anders je hoort, dan hoort Hij je wel.
De belangstelling van je hemelse Vader hangt niet af van 
hoe rijk, hoe mooi, hoe gezond of hoe slim je bent.
Hij ziet je niet zoals de wereld je ziet.
Hij ziet wie je echt bent.
Hij ziet je hart aan."


"De Heer weet wie je echt bent. Je staat er op deze reis niet alleen voor." Dit alles is terug te zien in het verhaal van Hagar, die zelf niet anders dan dit kan bevestigen. Dit blijkt wel uit haar woorden: "U bent een God van het zien", waardoor ze tot het inzicht kwam wie ze was. Een dochter van hemelse Vader. 

Ondanks dat kan ik niet zomaar verder reizen. Omdat haar naam ook voorkomt in zowel het Nieuwe Testament, hierin wordt opnieuw over haar gesproken als de niet-vrije, als in de Leer en Verbonden, waar men het heeft over concubine's. Daarnaast is daar mijn rode draad allen zijn gelijk voor God. Waar plaats ik Hagar de slavin, de niet-vrije, een dochter van hemelse Vader, in deze zin. En dan heb ik nog deze opmerking dat de Heer niemand verwerpt die tot hem komt, man en vrouw. Dat niemand verworpen wordt blijkt wel uit Hagar's verhaal. Maar waar plaats ik Ismaël in het geheel, als zijnde zaad van Abraham? En dan is er nog Ketura, die eigenlijk ook niet mag ontbreken in dit verhaal. Met wie Abraham zes zonen kreeg, waaronder Midian. 

Ik heb nog geen route uitgestippeld, maar vroeg of laat, afhankelijk van hoe de wind waait, ga ik zeker nog een keer stil staan bij Hagar en haar zoon Ismaël. Dat weet ik dan wel weer. Bij Ketura waarschijnlijk wanneer Mozes Egypte ontvlucht.