Blikje: Diversiteit
Blikje: Diversiteit
Tijdens mijn wandeling door het Soepjesbos kwam ik een opmerking tegen die, zeker gezien het feit dat ik steeds terugkom op vers 12 van Leer en Verbonden 134, niet mag ontbreken in hetgeen wat ik er tot nu toe over heb geschreven.
Earthly Governments and Laws: "Hoewel de kerk leert dat slavernij verkeerd is en in strijd met de fundamentele rechten van een individu, leerde de profeet Joseph Smith dat wanneer slavernij door een overheid wordt getolereerd, het niet de positie van de kerk is om te proberen die gevestigde orde omver te werpen: 'Het behoort de plicht van een ouderling te zijn, wanneer hij een huis binnenkomt, de heer des huizes te groeten, en als hij zijn toestemming krijgt mag hij prediken tot allen die in dat huis zijn; maar als hij zijn toestemming niet krijgt, mag hij niet naar zijn slaven of bedienden gaan maar laat de verantwoordelijkheid op het hoofd van de heer des huizes rusten, en de gevolgen daarvan, en de schuld van dat huis rust niet langer op hem. Maar als de heer des huizes toestemming geeft, mag de ouderling prediken tot zijn gezin, zijn vrouw, zijn kinderen en zijn bedienden, zijn dienstknechten, zijn dienstmaagden en zijn slaven' (Geschiedenis van de Kerk, 2:263). In 1834, toen deze verklaring werd geschreven, werden de heiligen in Missouri er door hun vijanden vaak van beschuldigd de slavernij te willen afschaffen. Omdat Missouri als slavenstaat tot de Unie toetrad, zette deze vraag de inwoners van Missouri op scherp en droeg ongetwijfeld bij aan de geest van vervolging en geweld tegen de heiligen. Leer en Verbonden 134:12 was een antwoord op deze beschuldigingen".
Over deze fundamentele rechten heeft Joseph Smith het volgende gezegd: "Als het is aangetoond dat ik bereid was te sterven voor een 'mormoon', durf ik voor de hemel te verklaren dat ik net zo bereid ben te sterven bij de verdediging van de rechten van een presbyteriaan, een baptist of een goed mens van welke denominatie dan ook; want hetzelfde principe dat de rechten van de heiligen der laatste dagen zou vertrappen, zou ook de rechten van de rooms-katholieken vertrappen, of van welke andere denominatie die impopulair en te zwak is om zichzelf te verdedigen. Het is de liefde voor vrijheid die mijn ziel inspireert - burgerlijke en godsdienstvrijheid voor de hele mensheid".
In deel 3 had ik iets aangehaald dat uit de Doctrine and Covenants Student Manual kwam, wat ik zo heb overgenomen. In deze tekst wordt ouderling Quentin L. Cook aangehaald; woorden die komen uit zijn toespraak Religious Freedom and Fairness. Dat wat na ouderling Cook gezegd wordt, komt uit de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap'. Bij deze verhandeling zal ik ook opnieuw stilstaan, maar dan specifiek door de slavernijbril.
In deze toespraak vertelt ouderling Cook dat hij een student rechten was aan de Stanford University toen de Civil Rights Act van 1964 werd aangenomen en Dr. Martin Luther King Jr. een held was in de ogen van hem en zijn klasgenoten. Ook vertelt hij in deze toespraak dat hij enkele preken van Dr. King van voor 1960 had herlezen. Ouderling Cook haalt dan specifiek één preek aan die hem bijzonder relevant lijkt voor onze tijd. En zoals jullie in mijn vorige logje konden lezen, heeft hij het ook over de vervolgingen van de heiligen. Alleen dit is wat hij zegt voordat hij ingaat op die vervolgingen van de heiligen: "Voordat ik dat doe, wil ik ondubbelzinnig instemmen met wat Dr. Eugene Rivers en Dr. Kenneth Johnson schreven: De ervaring van zwarte Amerikanen als gevolg van slavernij is uniek en zonder analogie in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Terwijl andere groepen discriminatie en ontberingen hebben ervaren, is geen van hun ervaringen te vergelijken met de fysieke en culturele wreedheid van slavernij. Laat ik nogmaals zeggen dat ik de beproevingen van de heiligen der laatste dagen niet vergelijk met de afschuwelijke slavernijervaring van Afro-Amerikanen. Maar het stelt ons wel in staat om godsdienstvrijheid vanuit een enigszins vergelijkbare invalshoek te bekijken. Vervolging leerde de vroege heiligen der laatste dagen hoe belangrijk het is om godsdienstvrijheid te beschermen en de waardigheid van ieder individu in zijn eigen keuzes te behouden."
In deze toespraak heeft hij het ook over de profeet Joseph Smith: "Een paar maanden voordat hij in 1844 door een menigte werd vermoord, leerde onze profeet Joseph Smith dat morele keuzevrijheid essentieel was voor ieder individu: "God kan een mens niet redden of verdoemen alleen op basis van het principe dat ieder mens handelt, kiest en aanbidt voor zichzelf; vandaar het belang om elke geest van onverdraagzaamheid en intolerantie jegens iemands religieuze gevoelens, die geest die de aarde met bloed heeft doordrenkt, van ons af te stoten. In dezelfde preek verbond Joseph Smith het belang van godsdienstvrijheid met de waarde van elke menselijke ziel. De eerste wet van alles wat heilig is, zo leerde hij, was het onvervreemdbare recht van de mens om te denken zoals hij wil, en te aanbidden zoals hij wil. Als zodanig waren die grote en verheven principes van gelijke rechten en universele vrijheid voor alle mensen onmisbaar".
In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap kunnen we lezen dat "tegen het einde van zijn leven kerkstichter Joseph Smith zich openlijk verzette tegen slavernij". Ouderling Cook zegt dit erover: "Correspondentie met de leidende presidentskandidaten van zijn tijd overtuigde Joseph Smith ervan dat er niet genoeg prioriteit werd gegeven aan godsdienstvrijheid en andere belangrijke vrijheden. Tegen het einde van zijn leven in 1844 lanceerde Joseph Smith zijn eigen presidentiële campagne op een platform dat oproepen omvatte tot godsdienstvrijheid voor iedereen, niet alleen voor mormonen; voor de vrijlating en rehabilitatie van talloze mannen die gevangen zaten vanwege schulden en kleine vergrijpen; en voor de emancipatie van slaven".
Vijf jaar geleden bezocht president Russell M. Nelson een NAACP Convention,waar hij ook sprak. Tijdens dit bezoek zei hij onder andere, hij citeerde toen een tekst uit het Boek van Mormon: "dat de Heiland iedereen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid, en dat Hij niemand verwerpt, zwart en wit, geknechte en vrije, man en vrouw. Allen zijn gelijk voor God". En dan, om ons er als het ware van te doordringen hoe belangrijk deze tekst uit het Boek van Mormon wel niet is, herhaalt hij die laatste zin nog een keer
"Allen zijn gelijk voor God."
Om vervolgens dit te zeggen: "U die hier in deze kamer zijn verzameld, streeft ernaar van deze hemelse waarheid een aardse realiteit te maken. Ik prijs u daarvoor. En toch realiseren we ons allemaal dat we, als een land, nog niet de harmonie en het wederzijdse respect hebben bereikt die elke man en vrouw en elke jongen en meisje de allerbeste versie van zichzelf zou kunnen worden".
Dit bezoek van president Nelson, namens De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen aan de NAACP stond niet op zichzelf. "In 2018 deden zij al gezamenlijk een oproep voor meer beleefdheid, raciale en etnische harmonie en wederzijds respect. Daarnaast, zoals we kunnen lezen in dit artikel, onderzochten ze of het mogelijk was een dienstproject te ontwikkelen waarbij lokale leden van beide organisaties zouden kunnen samenwerken, zoals de kerk dat met een aantal andere organisaties doet.
Een jaar later, in 2019, zoals we kunnen lezen in dit artikel, werken "deze twee groepen samen en wordt deze inspanning opmerkelijk genoemd. Maar dat die inspanning geworteld is in een fundamentele gemeenschappelijke overtuiging dat alle mensen kinderen van God zijn."
Dit alles gebeurt dankzij het baanbrekend leiderschap van president Nelson, aldus Amos C. Brown, een legendarisch burgerrechtenactivist en predikant van de Third Baptist Church in San Francisco. "Het was een nederig gebaar van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen om toenadering te zoeken tot de NAACP en te zeggen: We hebben een bewogen verleden op dit gebied en we willen er iets aan doen". Dominee Brown zegt in dit artikel dat het meer was dan alleen gepraat, wat ik eerder ook al had gezegd. Wat ik zelf bijzonder vond om te lezen was dat eerwaarde Brown zei dat hij de abolitionistische leer van Joseph Smith presenteerde aan studenten tijdens de lessen persoonlijke financiën in zijn kerk. Wat zomaar tot een nieuw uitstapje kan leiden.
En zo zou ik nog meer voorbeelden van samenwerkingen kunnen geven die er in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden tussen de NAACP en de kerk. Echter, het voorgaande is slechts bedoeld als inleiding. Mijn schoonzoon deelde namelijk een link van een documentaire met mij, de Amos C. Brown Fellowship to Ghana, die de kerk afgelopen maart heeft vrijgegeven, wat ik, zoals jullie zien, niet kon negeren. Vandaar dit bruggen-van-raciaal-begrip-uitstapje.
De komende tijd, althans dat is mijn bedoeling, wil ik een aantal bijzondere verhalen met jullie delen over zwarte mensen, die voor of na hun doop werden geconfronteerd met 'ras en het priesterschap'. Ik weet nog dat toen ik mijn verhaal deelde, dat er mensen waren die vonden dat ik dit eigenlijk niet moest doen. Dat lag toch in het verleden? Waarom deze pijnlijke geschiedenis opnieuw oprakelen? Eigenlijk precies wat mensen nu zeggen over het slavernijverleden. Maar zolang ik als het ware tegen een muur op loop als het gaat om dit verleden, kunnen we nog niet spreken van eenheid, van genezing.
Genezing is niet direct een woord dat ik zelf in eerste instantie zou gebruiken. Het heeft iets zweverigs. Toch kan ik niet om dit woord heen. Zowel door het verhaal dat ik nog met jullie wil gaan delen, als door wat Mpho Tutu van Furth zei tijdens de lezing: 'de reis begint met het vertellen van je verhaal'.
Maar voordat ik dat doe, wil ik eerst nog aandacht geven aan iets anders. Laten we dit 'het voorportaal van de genezing' noemen. Dit voorportaal van genezing, hoe zweverig dit ook klinkt, heeft niets, maar dan ook niets, met zweverigheid te maken. Mijn vorige logje eindigde ik met deze woorden van ouderling Johnson: "We zijn geneigd om vast te houden aan achterhaalde feiten en verklaringen. We zouden er veel beter aan doen de huidige standpunten van de kerk bij te houden." Voor mij is dit klare taal die hij hier uit. Wat zijn nu die huidige standpunten van de kerk? En waarom speelt dit ook een rol in het proces van eenheid en genezing?
In het verleden heb ik een aantal stukjes geschreven over aanpassingen in de schriften. Een van deze stukjes ging over het toegevoegde opschrift aan de Officiële Verklaring 2 in de Leer en Verbonden. In dit opschrift kunnen we onder andere lezen dat "in de tijd van Joseph Smith een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap is geordend". En ook, ik denk nu aan Elijah Able, die naar de tempel is geweest. Dit opschrift, dit citaat, geeft het officiële standpunt van de kerk weer. Interessant is dat in deze tekst het volgende wordt gezegd: "Uit de geschiedenis van de kerk blijkt dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik."
"De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik." Is het niet interessant dat de kerk in het opschrift van deze Officiële Verklaring 2 niet het woord 'openbaring' gebruikt, maar het woord 'gebruik'. Dat de kerk een evangelieverhandeling heeft uitgegeven met als titel 'Ras en het priesterschap', om dit nader toe te lichten, waarin onder andere staat dat het priesterschap niet aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde. Dat het Brigham Young was, de profeet na Joseph Smith, die officieel verkondigde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer het priesterschap mochten dragen. Met daaropvolgend, enkele jaren later, de proclamatie over de herstelling. Hoe actueel wil je het hebben?
Het feit dat het zo in onze schriften staat en dat onze kerk er een verhandeling over heeft geschreven, zou eigenlijk al genoeg moeten zijn om dit olifantje van het verleden te wassen en de muur te slechten, maar op de een of andere manier blijkt dat toch niet zo te zijn. Wat ik zie als doorwerking van het verleden.
Dit jaar staat in het teken van het Boek van Mormon. Onlangs kwam ik nog deze vraag tegen tijdens mijn schriftstudie: "Welke waarheid over de Heer maakt Mormon in vers 36 (Alma 19) duidelijk na dit verslag te hebben opgetekend?" Het antwoord dat men geeft is dit (seminarielesboek): "Van de woorden van Mormon in vers 36 leren we dat de arm van de Heer uitgestrekt is naar alle mensen die zich willen bekeren en in zijn naam geloven." Door het hele Boek van Mormon, wat de sluitsteen van onze godsdienst is, vinden we deze boodschap: 'dat allen gelijk zijn voor God'.
Het ligt ook niet aan onze lesboeken. Voor ik inga op Johnsons uitspraak, wil ik eerst ouderling Oaks aanhalen, die in deze les zegt: "dat sommige mensen redenen toekenden aan waar we het nu over hebben en er faliekant naast bleken te zitten. Op de vraag of hij ook op redenen doelde die door algemene autoriteiten waren gegeven, antwoordde hij (ouderling Oaks): "Ik heb het over redenen die door algemene autoriteiten zijn geopperd en over redenen die door anderen uitvoerig zijn behandeld. Alle redenen kwamen mij voor als het nemen van onnodige risico's. Laten we niet de fout maken die in het verleden is gemaakt, in dit opzicht en op andere gebieden, om te proberen redenen aan openbaring toe te kennen. De redenen blijken uiteindelijk grotendeels door de mens te zijn bedacht. De openbaringen zijn wat we als de wil van de Heer steunen en daarin schuilt onze veiligheid." Ouderling Oaks gebruikt in 1988 nog het woord openbaring. Echter, als het gaat om de restrictie, dan weten we dat het juiste woord nu 'gebruik' is en niet 'openbaring'.
In dit lesmateriaal wordt ook gezegd dat "we niet alle antwoorden hoeven te kennen, maar we moeten wel op de hoogte blijven van wat we wél weten." Wat weten we nu, heden ten dage, precies? Want er worden nog steeds verklaringen gegeven. Ik heb daar onlangs en in het verleden een voorbeeld van gegeven, met als gemeenschappelijke deler dat men voorbijgaat aan wat we weten, hoe goed ook bedoeld, en aan wat de kerk er zelf heden ten dage over heeft gezegd.
Ouderling Johnson: "Een andere valkuil, vooral als we al een tijdje lesgeven, is de neiging om vast te houden aan achterhaalde feiten en verklaringen. We zouden er veel beter aan doen de huidige standpunten van de kerk bij te houden." En dan zegt hij dit, uiteindelijk toch nog een heel stuk tekst, ondanks mijn geknip: "Ik ben in de zomer van 1978 voor de seminaries en instituten gaan werken. In juni die zomer werd de openbaring bekendgemaakt dat het priesterschap beschikbaar werd gesteld aan alle mannen die dat waardig waren. In augustus van datzelfde jaar sprak ouderling Bruce R. McConkie, lid van het Quorum der Twaalf, tot personeel van het seminarie en instituut in een bijeenkomst als deze. Hij beklemtoonde hoe de openbaring ons begrip van de kwestie had veranderd. Hij zei: Vergeet alles wat ik eerder heb gezegd, of wat president Brigham Young of president George Q. Cannon of wie dan ook gezegd heeft, wat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen. Het doet er geen greintje meer toe wat wie dan ook over de kwestie heeft gezegd vóór de eerste dag van juni dit jaar." Vervolgens zegt Johnson dit: "Laten we op de hoogte blijven van het licht dat we ontvangen hebben." Op de hoogte zijn is één ding, die ook nog aanvaarden is blijkbaar een geheel ander ding.
Afbeelding: Pixabay
"Laten we meer van onze geestelijke verwantschap genieten en onze verschillende eigenschappen en diverse gaven waarderen." Deze woorden komen uit een toespraak van ouderling Soares. Een toespraak, die ik de titel context heb gegeven, is een toespraak waar ik helemaal weg van ben. Als ik ergens weg van ben, dan kan ik in herhaling vallen. En, dat geef ik eerlijk toe, niet altijd te volgen. Je raadt het al, juist vanwege dit context. Al hoop ik dat jullie mij vandaag wel kunnen volgen.
"Eenheid vereist geen gelijkvormigheid, maar wel gelijkgestemdheid". Gisteren bespraken wij in onze vrouwenorganisatie een toespraak van ouderling Quentin L. Cook. Alhoewel dit geen uitspraak van hem is, was dit wel een thema in zijn toespraak. Ouderling Cook verwoordde het zo: "Omdat we in Gods ogen 'gelijk' zijn, slaat het nergens op om nadruk op onze verschillen te leggen." Of, ik denk nu aan ouderling Dieter F. Uchtdorf: "Hoewel de verzoening bedoeld is om meer op Christus te lijken, is zij niet bedoeld om ons allemaal hetzelfde te maken. Als discipelen van Jezus Christus zijn we verenigd in ons getuigenis van het herstelde evangelie en onze toewijding aan Gods geboden. Maar we verschillen in culturele, sociale en politieke voorkeuren. De kerk gedijt als we ons voordeel doen met deze diversiteit."
Waarom dan toch deze toespraak van ouderling Cook aanhalen, terwijl ik qua uitspraken zo weinig van hem aanhaal? Dat heeft alles te maken met dat hij een afslag nam die ik niet zag aankomen. Hij heeft het namelijk over het belang van eenheid en "dat de verlossende barmhartigheid van de Heer niet afhangt van onze afkomst, opleiding, economische status of ras." En dan, dit is de afslag, heeft hij het over afdeling 20 van de Leer en Verbonden, waar hij het volgende over zegt: "De inhoud van deze openbaring is echt opmerkelijk. De leer, beginselen, offeranden en gebruiken die de Heer door Joseph Smith, de profeet van de herstelling, heeft gevestigd, zijn werkelijk van fundamenteel belang".
Na al te hebben gezegd dat God in zijn barmhartigheid geen onderscheid maakt, benadrukt hij dit toch opnieuw door te zeggen dat "er geen vereisten zijn wat betreft ras, geslacht of etniciteit". Uit het Boek van Mormon blijkt duidelijk dat allen worden uitgenodigd om deel te hebben aan de goedheid van de Heer: zwarte en witte (ouderling Oaks zei hierover "wat alle rassen betekent"), geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk. Alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten."
In een volgend logje kom ik specifiek terug op deze afslag. Er is nog echter één ding wat ik wil aanhalen, wat zo op het oog niets met deze afslag te maken heeft. Wel met de Leer en Verbonden, en ook met onze Boek van Mormon-leesopdracht van de afgelopen periode. Ik kwam namelijk verzen tegen die gingen over godsdienstvrijheid, maar ook over slavernij. Koning Mosiah, dit vers gaat specifiek over slavernij, zei dit erover: "En nu verlang ik dat deze ongelijkheid niet meer voorkomt in dit land, in het bijzonder onder dit, mijn volk; ik verlang juist dat dit land een land van vrijheid is, en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten". (Mosiah 29:32, zie ook Mosiah 2:13; Alma 27:9; Alma 48:11)
President Benson zei dat "het Boek van Mormon en de Leer en Verbonden met elkaar verbonden zijn als openbaringen van Israëls God om zijn volk te vergaderen en voor te bereiden op de wederkomst van de Heer. Het Boek van Mormon brengt mensen tot Christus. De Leer en Verbonden brengt mensen naar het koninkrijk van Christus, namelijk De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen". (LV 1:30) Interessant is dat de Heer in deze afdeling, afdeling 1 dus, het er ook over heeft dat Hij geen aannemer des persoon is. Voorlopig ben ik nog niet uitgereisd. Welk pad ik ook neem, alle wegen leiden naar "het niet van belang is dat men Jood of Griek is."
Soms, teruglezen, kan ik mijzelf soms niet eens volgen, dus als het bovenstaande enigszins warrig overkomt, je bent vast niet de enige die dit zo ervaart.
Door het terugdraaien van het beleid kregen zwarte mensen terug wat ze in de dagen van Joseph Smith gewoon hadden. Allen waren en zijn gelijk voor God, wat je niet los kunt zien van de Nieuwtestamentische kerk die toen werd hersteld.