Posts tonen met het label Joseph Smith. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joseph Smith. Alle posts tonen

zondag 13 september 2026

Niet naïef meer

 

Onlangs heb ik twee blikjes geopend; die gingen beide over de coronacrisis. In een van deze logjes deelde ik de volgende afbeelding:


Racisme is een pandemie

Onlangs stond in de Liahona een artikel waarin president Russell M. Nelson werd aangehaald, die het volgende zei: "Ons aller Schepper roept ieder van ons op om onze vooroordelen tegen eender welke groep van Gods kinderen aan de kant te zetten. Wie van ons een vooroordeel tegen mensen van een ander ras heeft, moet zich daarvan bekeren". 

In dit artikel: 'Wat ik van de priesterschapsrestrictie heb geleerd en hoe ik aan een christelijke cultuur kan bijdragen' wordt ook naar de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' verwezen. Een verhandeling die in 2013 door de kerk werd gepubliceerd en dat dieper ingaat op het hoe en wat van deze restrictie, met deze duidelijke woorden: "De kerk distantieert zich van de opvatting dat een zwarte huid een teken van goddelijke ongenade of vervloeking is; dat die op onrechtschapen daden in het voorsterfelijk leven wijst; dat huwelijken tussen verschillende rassen zondig zijn; en dat zwarte mensen of mensen van andere rassen of volkeren in enig opzicht inferieur zijn". Met andere woorden: "De kerk veroordeelt elke vorm van raciale en culturele vooroordelen. 

Wat ik herken, zijn deze woorden: "In het verleden hebben sommige kerkleiders en -leden speculatieve verklaringen voor de restrictie gegeven, maar geen van die theorieën komt overeen met de officiële leer van de kerk. We kunnen voor de waarheid opkomen wanneer deze ideeën opnieuw opduiken, en verouderd materiaal dat we tegenkomen, wegdoen". Wat betreft dit verouderde materiaal, het nodige heb ik hierover geschreven. Onderstaande afbeelding is voor mij daar een symbool van. 




Waar ik echter bij stil wil staan, zijn deze woorden uit dit artikel: "Genezing komt ook door mensen die zich buitengesloten voelen de hand te reiken, naar hun ervaringen te luisteren en eerlijke gesprekken te voeren over manieren waarop we beter kunnen worden". 

Bij het woord genezing kan ik niet anders dan denken aan Carol Lawrence Costly. Van haar is onderstaande uitspraak, maar die ook zei: "Ik begreep toen nog niet dat de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden. Ondanks dat de ban in 1978 eindigde, betekende dit geen einde aan oude ideeën binnen en buiten de kerk. Ik geloofde, naïef gedacht, dat het priesterschap voor elke man in de kerk racisme onder leden zou wissen of afschaffen." 




Zo geloofde ik ook dat de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' zeker een einde zou maken aan het racisme van het verleden, wat naïef gedacht bleek te zijn. En net zoals zuster Costly kwam ik ook tot de ontdekking dat "de vroegere uitspraken van prominente leiders diep geworteld waren in het hart en verstand van sommige kerkleden". 

Daarnaast, wanneer ik terugdenk aan het woord genezing, dan denk ik echter ook aan openheid en eerlijke gesprekken. Dat dit toch nog wel een (klein) probleem is. Terwijl de restrictie op het priesterschap en de tempel zeker ook gezien kan worden als een leerstellig iets. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de proclamatie over "De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus". Die als openingszin heeft: "Wij verklaren plechtig dat God zijn kinderen in alle landen van de wereld liefheeft". Wat alles te maken heeft met dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen de nieuwtestamentische kerk hersteld is. Wat ik samengevat heb in de HOE van de herstelling. Dat toen de kerk werd hersteld er geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart. Maar ik denk bijvoorbeeld ook aan het verbond van Abraham.

In die zin vind ik de woorden van Joseph Smith eigenlijk best wel troostend: "Ik onderwijs ze de juiste beginselen, en zij besturen zichzelf". Dat tussen het onderwijzen van de correcte beginselen en dat wat er uiteindelijk nog in het hart en verstand leeft door de "oude ideeën van het verleden" een gat kan zitten. Dat dit een realiteit is, waaruit blijkt dat het racisme van het verleden nog steeds doorwerkt in het heden, in het besef, dat "racisme bestrijden iets is van de lange adem". Dat neemt niet weg dat het onze opdracht is dat "wanneer deze ideeën opnieuw opduiken" we voor de waarheid opkomen en blijven opkomen. 

Blikje: Diversiteit


"God schiep de rassen - maar niet het racisme.
We zijn allemaal kinderen van dezelfde Vader.
Geweld en haat hebben geen plaats in Zijn gezin." 
(Zie Handelingen 10:34)

vrijdag 5 december 2025

4. Het is niet juist dat enig mens andermans slaaf is

 

Tijdens mijn wandeling door het Soepjesbos kwam ik een opmerking tegen die, zeker gezien het feit dat ik steeds terugkom op vers 12 van Leer en Verbonden 134, niet mag ontbreken in hetgeen wat ik er tot nu toe over heb geschreven. 

Earthly Governments and Laws: "Hoewel de kerk leert dat slavernij verkeerd is en in strijd met de fundamentele rechten van een individu, leerde de profeet Joseph Smith dat wanneer slavernij door een overheid wordt getolereerd, het niet de positie van de kerk is om te proberen die gevestigde orde omver te werpen: 'Het behoort de plicht van een ouderling te zijn, wanneer hij een huis binnenkomt, de heer des huizes te groeten, en als hij zijn toestemming krijgt mag hij prediken tot allen die in dat huis zijn; maar als hij zijn toestemming niet krijgt, mag hij niet naar zijn slaven of bedienden gaan maar laat de verantwoordelijkheid op het hoofd van de heer des huizes rusten, en de gevolgen daarvan, en de schuld van dat huis rust niet langer op hem. Maar als de heer des huizes toestemming geeft, mag de ouderling prediken tot zijn gezin, zijn vrouw, zijn kinderen en zijn bedienden, zijn dienstknechten, zijn dienstmaagden en zijn slaven' (Geschiedenis van de Kerk, 2:263). In 1834, toen deze verklaring werd geschreven, werden de heiligen in Missouri er door hun vijanden vaak van beschuldigd de slavernij te willen afschaffen. Omdat Missouri als slavenstaat tot de Unie toetrad, zette deze vraag de inwoners van Missouri op scherp en droeg ongetwijfeld bij aan de geest van vervolging en geweld tegen de heiligen. Leer en Verbonden 134:12 was een antwoord op deze beschuldigingen".   


Ik vond meerdere dingen interessant, zoals jullie kunnen zien aan bovenstaande afbeelding, al  wil ik hier verder niet bij stilstaan. Waar ik wel bij stil wil staan, is de opmerking dat de kerk leert "dat slavernij verkeerd is en in strijd met de fundamentele rechten van de mens". Gaat daar in wezen Leer en Verbonden 134 niet over? En kun je deze afdeling los zien van Leer en Verbonden 101?

"En voorts zeg Ik tot u, hen die door hun vijanden zijn verdreven: 
Het is mijn wil dat zij blijven aandringen op schadeloosstelling en verlossing,
uit de handen van hen die als regeerder zijn gesteld en met gezag over u bekleed zijn -
overeenkomstig de wetten en de grondwet van het volk, 
die Ik tot stand heb laten brengen, en die moeten worden gehandhaafd 
omwille van de rechten en bescherming van alle vlees,
overeenkomstig rechtvaardige en heilige beginselen;
opdat eenieder in leer en beginsel met betrekking tot de toekomst 
zal handelen volgens de morele keuzevrijheid die Ik hem heb gegeven,
opdat eenieder op de dag van het oordeel 
rekenschap verschuldigd zal zijn van zijn eigen zonden.
Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is." 
LV 101:76-79

Over deze fundamentele rechten heeft Joseph Smith het volgende gezegd: "Als het is aangetoond dat ik bereid was te sterven voor een 'mormoon', durf ik voor de hemel te verklaren dat ik net zo bereid ben te sterven bij de verdediging van de rechten van een presbyteriaan, een baptist of een goed mens van welke denominatie dan ook; want hetzelfde principe dat de rechten van de heiligen der laatste dagen zou vertrappen, zou ook de rechten van de rooms-katholieken vertrappen, of van welke andere denominatie die impopulair en te zwak is om zichzelf te verdedigen. Het is de liefde voor vrijheid die mijn ziel inspireert - burgerlijke en godsdienstvrijheid voor de hele mensheid". 

In deel 3 had ik iets aangehaald dat uit de Doctrine and Covenants Student Manual kwam, wat ik zo heb overgenomen. In deze tekst wordt ouderling Quentin L. Cook aangehaald; woorden die komen uit zijn toespraak Religious Freedom and Fairness. Dat wat na ouderling Cook gezegd wordt, komt uit de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap'. Bij deze verhandeling zal ik ook opnieuw stilstaan, maar dan specifiek door de slavernijbril. 

In deze toespraak vertelt ouderling Cook dat hij een student rechten was aan de Stanford University toen de Civil Rights Act van 1964 werd aangenomen en Dr. Martin Luther King  Jr. een held was in de ogen van hem en zijn klasgenoten. Ook vertelt hij in deze toespraak dat hij enkele preken van Dr. King van voor 1960 had herlezen. Ouderling Cook haalt dan specifiek één preek aan die hem bijzonder relevant lijkt voor onze tijd. En zoals jullie in mijn vorige logje konden lezen, heeft hij het ook over de vervolgingen van de heiligen. Alleen dit is wat hij zegt voordat hij ingaat op die vervolgingen van de heiligen: "Voordat ik dat doe, wil ik ondubbelzinnig instemmen met wat Dr. Eugene Rivers en Dr. Kenneth Johnson schreven: De ervaring van zwarte Amerikanen als gevolg van slavernij is uniek en zonder analogie in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Terwijl andere groepen discriminatie en ontberingen hebben ervaren, is geen van hun ervaringen te vergelijken met de fysieke en culturele wreedheid van slavernij. Laat ik nogmaals zeggen dat ik de beproevingen van de heiligen der laatste dagen niet vergelijk met de afschuwelijke slavernijervaring van Afro-Amerikanen. Maar het stelt ons wel in staat om godsdienstvrijheid vanuit een enigszins vergelijkbare invalshoek te bekijken. Vervolging leerde de vroege heiligen der laatste dagen hoe belangrijk het is om godsdienstvrijheid te beschermen en de waardigheid van ieder individu in zijn eigen keuzes te behouden."

In deze toespraak heeft hij het ook over de profeet Joseph Smith: "Een paar maanden voordat hij in 1844 door een menigte werd vermoord, leerde onze profeet Joseph Smith dat morele keuzevrijheid essentieel was voor ieder individu: "God kan een mens niet redden of verdoemen alleen op basis van het principe dat ieder mens handelt, kiest en aanbidt voor zichzelf; vandaar het belang om elke geest van onverdraagzaamheid en intolerantie jegens iemands religieuze gevoelens, die geest die de aarde met bloed heeft doordrenkt, van ons af te stoten. In dezelfde preek verbond Joseph Smith het belang van godsdienstvrijheid met de waarde van elke menselijke ziel. De eerste wet van alles wat heilig is, zo leerde hij, was het onvervreemdbare recht van de mens om te denken zoals hij wil, en te aanbidden zoals hij wil. Als zodanig waren die grote en verheven principes van gelijke rechten en universele vrijheid voor alle mensen onmisbaar". 

In de evangelieverhandeling Ras en het priesterschap kunnen we lezen dat "tegen het einde van zijn leven kerkstichter Joseph Smith zich openlijk verzette tegen slavernij". Ouderling Cook zegt dit erover: "Correspondentie met de leidende presidentskandidaten van zijn tijd overtuigde Joseph Smith ervan dat er niet genoeg prioriteit werd gegeven aan godsdienstvrijheid en andere belangrijke vrijheden. Tegen het einde van zijn leven in 1844 lanceerde Joseph Smith zijn eigen presidentiële campagne op een platform dat oproepen omvatte tot godsdienstvrijheid voor iedereen, niet alleen voor mormonen; voor de vrijlating en rehabilitatie van talloze mannen die gevangen zaten vanwege schulden en kleine vergrijpen; en voor de emancipatie van slaven". 




zondag 4 mei 2025

2. Bruggen van raciaal begrip


Vijf jaar geleden bezocht president Russell M. Nelson een NAACP Convention,waar hij ook sprak. Tijdens dit bezoek zei hij onder andere, hij citeerde toen een tekst uit het Boek van Mormon: "dat de Heiland iedereen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid, en dat Hij niemand verwerpt, zwart en wit, geknechte en vrije, man en vrouw. Allen zijn gelijk voor God". En dan, om ons er als het ware van te doordringen hoe belangrijk deze tekst uit het Boek van Mormon wel niet is, herhaalt hij die laatste zin nog een keer

"Allen zijn gelijk voor God."

Om vervolgens dit te zeggen: "U die hier in deze kamer zijn verzameld, streeft ernaar van deze hemelse waarheid een aardse realiteit te maken. Ik prijs u daarvoor. En toch realiseren we ons allemaal dat we, als een land, nog niet de harmonie en het wederzijdse respect hebben bereikt die elke man en vrouw en elke jongen en meisje de allerbeste versie van zichzelf zou kunnen worden". 

Dit bezoek van president Nelson, namens De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen aan de NAACP stond niet op zichzelf. "In 2018 deden zij al gezamenlijk een oproep voor meer beleefdheid, raciale en etnische harmonie en wederzijds respect. Daarnaast, zoals we kunnen lezen in dit artikel, onderzochten ze of het mogelijk was een dienstproject te ontwikkelen waarbij lokale leden van beide organisaties zouden kunnen samenwerken, zoals de kerk dat met een aantal andere organisaties doet. 

Een jaar later, in 2019, zoals we kunnen lezen in dit artikel, werken "deze twee groepen samen en wordt deze inspanning opmerkelijk genoemd. Maar dat die inspanning geworteld is in een fundamentele gemeenschappelijke overtuiging dat alle mensen kinderen van God zijn." 

Dit alles gebeurt dankzij het baanbrekend leiderschap van president Nelson, aldus Amos C. Brown, een legendarisch burgerrechtenactivist en predikant van de Third Baptist Church in San Francisco. "Het was een nederig gebaar van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen om toenadering te zoeken tot de NAACP en te zeggen: We hebben een bewogen verleden op dit gebied en we willen er iets aan doen". Dominee Brown zegt in dit artikel dat het meer was dan alleen gepraat, wat ik eerder ook al had gezegd. Wat ik zelf bijzonder vond om te lezen was dat eerwaarde Brown zei dat hij de abolitionistische leer van Joseph Smith presenteerde aan studenten tijdens de lessen persoonlijke financiën in zijn kerk. Wat zomaar tot een nieuw uitstapje kan leiden.

En zo zou ik nog meer voorbeelden van samenwerkingen kunnen geven die er in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden tussen de NAACP en de kerk. Echter, het voorgaande is slechts bedoeld als inleiding. Mijn schoonzoon deelde namelijk een link van een documentaire met mij, de Amos C. Brown Fellowship to Ghana, die de kerk afgelopen maart heeft vrijgegeven, wat ik, zoals jullie zien, niet kon negeren. Vandaar dit bruggen-van-raciaal-begrip-uitstapje.



Bruggen bouwen van geloof: de kerk en NAACP in Ghana

zondag 14 juli 2024

Voorportaal van de genezing

 

De komende tijd, althans dat is mijn bedoeling, wil ik een aantal bijzondere verhalen met jullie delen over zwarte mensen, die voor of na hun doop werden geconfronteerd met 'ras en het priesterschap'. Ik weet nog dat toen ik mijn verhaal deelde, dat er mensen waren die vonden dat ik dit eigenlijk niet moest doen. Dat lag toch in het verleden? Waarom deze pijnlijke geschiedenis opnieuw oprakelen? Eigenlijk precies wat mensen nu zeggen over het slavernijverleden. Maar zolang ik als het ware tegen een muur op loop als het gaat om dit verleden, kunnen we nog niet spreken van eenheid, van genezing. 

Genezing is niet direct een woord dat ik zelf in eerste instantie zou gebruiken. Het heeft iets zweverigs. Toch kan ik niet om dit woord heen. Zowel door het verhaal dat ik nog met jullie wil gaan delen, als door wat Mpho Tutu van Furth zei tijdens de lezing: 'de reis begint met het vertellen van je verhaal'

Maar voordat ik dat doe, wil ik eerst nog aandacht geven aan iets anders. Laten we dit 'het voorportaal van de genezing' noemen. Dit voorportaal van genezing, hoe zweverig dit ook klinkt, heeft niets, maar dan ook niets, met zweverigheid te maken. Mijn vorige logje eindigde ik met deze woorden van ouderling Johnson: "We zijn geneigd om vast te houden aan achterhaalde feiten en verklaringen. We zouden er veel beter aan doen de huidige standpunten van de kerk bij te houden." Voor mij is dit klare taal die hij hier uit. Wat zijn nu die huidige standpunten van de kerk? En waarom speelt dit ook een rol in het proces van eenheid en genezing? 

In het verleden heb ik een aantal stukjes geschreven over aanpassingen in de schriften. Een van deze stukjes ging over het toegevoegde opschrift aan de Officiële Verklaring 2 in de Leer en Verbonden. In dit opschrift kunnen we onder andere lezen dat "in de tijd van Joseph Smith een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap is geordend". En ook, ik denk nu aan Elijah Able, die naar de tempel is geweest. Dit opschrift, dit citaat, geeft het officiële standpunt van de kerk weer. Interessant is dat in deze tekst het volgende wordt gezegd: "Uit de geschiedenis van de kerk blijkt dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik." 

"De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik." Is het niet interessant dat de kerk in het opschrift van deze Officiële Verklaring 2 niet het woord 'openbaring' gebruikt, maar het woord 'gebruik'. Dat de kerk een evangelieverhandeling heeft uitgegeven met als titel 'Ras en het priesterschap', om dit nader toe te lichten, waarin onder andere staat dat het priesterschap niet aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde. Dat het Brigham Young was, de profeet na Joseph Smith, die officieel verkondigde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer het priesterschap mochten dragen. Met daaropvolgend, enkele jaren later, de proclamatie over de herstelling. Hoe actueel wil je het hebben?

Het feit dat het zo in onze schriften staat en dat onze kerk er een verhandeling over heeft geschreven, zou eigenlijk al genoeg moeten zijn om dit olifantje van het verleden te wassen en de muur te slechten, maar op de een of andere manier blijkt dat toch niet zo te zijn. Wat ik zie als doorwerking van het verleden. 

Dit jaar staat in het teken van het Boek van Mormon. Onlangs kwam ik nog deze vraag tegen tijdens mijn schriftstudie: "Welke waarheid over de Heer maakt Mormon in vers 36 (Alma 19) duidelijk na dit verslag te hebben opgetekend?" Het antwoord dat men geeft is dit (seminarielesboek): "Van de woorden van Mormon in vers 36 leren we dat de arm van de Heer uitgestrekt is naar alle mensen die zich willen bekeren en in zijn naam geloven." Door het hele Boek van Mormon, wat de sluitsteen van onze godsdienst is, vinden we deze boodschap: 'dat allen gelijk zijn voor God'. 

Het ligt ook niet aan onze lesboeken. Voor ik inga op Johnsons uitspraak, wil ik eerst ouderling Oaks aanhalen, die in deze les zegt: "dat sommige mensen redenen toekenden aan waar we het nu over hebben en er faliekant naast bleken te zitten. Op de vraag of hij ook op redenen doelde die door algemene autoriteiten waren gegeven, antwoordde hij (ouderling Oaks): "Ik heb het over redenen die door algemene autoriteiten zijn geopperd en over redenen die door anderen uitvoerig zijn behandeld. Alle redenen kwamen mij voor als het nemen van onnodige risico's. Laten we niet de fout maken die in het verleden is gemaakt, in dit opzicht en op andere gebieden, om te proberen redenen aan openbaring toe te kennen. De redenen blijken uiteindelijk grotendeels door de mens te zijn bedacht. De openbaringen zijn wat we als de wil van de Heer steunen en daarin schuilt onze veiligheid." Ouderling Oaks gebruikt in 1988 nog het woord openbaring. Echter, als het gaat om de restrictie, dan weten we dat het juiste woord nu 'gebruik' is en niet 'openbaring'.

In dit lesmateriaal wordt ook gezegd dat "we niet alle antwoorden hoeven te kennen, maar we moeten wel op de hoogte blijven van wat we wél weten." Wat weten we nu, heden ten dage, precies? Want er worden nog steeds verklaringen gegeven. Ik heb daar onlangs en in het verleden een voorbeeld van gegeven, met als gemeenschappelijke deler dat men voorbijgaat aan wat we weten, hoe goed ook bedoeld, en aan wat de kerk er zelf heden ten dage over heeft gezegd. 

Ouderling Johnson: "Een andere valkuil, vooral als we al een tijdje lesgeven, is de neiging om vast te houden aan achterhaalde feiten en verklaringen. We zouden er veel beter aan doen de huidige standpunten van de kerk bij te houden." En dan zegt hij dit, uiteindelijk toch nog een heel stuk tekst, ondanks mijn geknip: "Ik ben in de zomer van 1978 voor de seminaries en instituten gaan werken. In juni die zomer werd de openbaring bekendgemaakt dat het priesterschap beschikbaar werd gesteld aan alle mannen die dat waardig waren. In augustus van datzelfde jaar sprak ouderling Bruce R. McConkie, lid van het Quorum der Twaalf, tot personeel van het seminarie en instituut in een bijeenkomst als deze. Hij beklemtoonde hoe de openbaring ons begrip van de kwestie had veranderd. Hij zei: Vergeet alles wat ik eerder heb gezegd, of wat president Brigham Young of president George Q. Cannon of wie dan ook gezegd heeft, wat in strijd is met de huidige openbaring. We spraken met een beperkt begrip en zonder het licht en de kennis die nu in de wereld is gekomen. Het doet er geen greintje meer toe wat wie dan ook over de kwestie heeft gezegd vóór de eerste dag van juni dit jaar." Vervolgens zegt Johnson dit: "Laten we op de hoogte blijven van het licht dat we ontvangen hebben." Op de hoogte zijn is één ding, die ook nog aanvaarden is blijkbaar een geheel ander ding. 


 

Afbeelding: Pixabay

zondag 23 juni 2024

Een Nehoriaanse olifant


Er is iets wat ik niet wil delen, maar toch, uiteindelijk, moet delen. Ik kreeg, alweer even geleden, een filmpje (The priesthoodban: A new perspective) van iemand toegestuurd, en het enige wat ik terug kon antwoorden was dat ik dit een pijnlijk filmpje vond. Ik was er zelfs even stil van, om daarna vervolgens hetzelfde filmpje weer voorbij te zien komen, maar dan via manlief en de mannenorganisatie waarin hij zit. Iemand, niet degene die het mij gestuurd had, had het gedeeld. Zei dus tegen manlief dat ik het een pijnlijk filmpje vond en dat ik niet begreep dat iemand dit kon delen. Waarschijnlijk dachten deze personen er net zo over als manlief, want zijn reactie was, nadat hij het filmpje gezien had, dat hij het een goed filmpje vond. Hij besefte meer het belang van de Heilige Geest. 
Ik was het volledig met hem eens op dit punt, echter, je voelt hem al aankomen, niet met alles. En wat er pijnlijk aan was, kreeg ik maar moeilijk uitgelegd. “Het was toch immers uiteindelijk goed bedoeld? Ik droeg dit keer de bril van het positieve ervan niet willen inzien. Je kunt iemand dit niet kwalijk nemen? Nog de maker, nog de deler.”
Soms moet je dingen laten voor wat ze zijn en verdergaan. Alleen, onlangs werd ik opnieuw geconfronteerd met iets dat mij terug deed denken aan dit filmpje. Waardoor er niet verder op ingegaan wil worden, veranderde in een “ik kan niet anders dan…”






Voor alle duidelijkheid, ik ben het helemaal eens met alle uitspraken die gedaan zijn door de leiders van de kerk over het belang van de heilige Geest. Vooral deze van onze huidige profeet president Russell M. Nelson: “In de komende tijd kunnen wij geestelijk niet overleven zonder de leidende, troostende en voortdurende invloed van de Heilige Geest".

Deze uitspraak over de Heilige Geest deed president Nelson tijdens de aprilconferentie van 2018. Interessant is dat hij in deze toespraak Joseph Smith aanhaalt: “Als we ook maar iets van Joseph Smiths transcendente ervaring in het heilige bos leren, dan is het wel dat de hemelen geopend zijn en dat God tot zijn kinderen spreekt! Hij zocht naar persoonlijke openbaring en opende door zijn zoektocht de laatste bedeling".
  • Zei president Nelson niet in de proclamatie: “Dat wij verklaren dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, die op 6 april 1830 is opgericht, de herstelde nieuwtestamentische kerk van Christus is.” 
  • Lezen we niet in de evangelieverhandeling “dat er geen betrouwbaar bewijs is dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde.” Wat ook bevestigd wordt in de inleiding van Officiële Verklaring 2. 
Met andere woorden, zoals in het Boek van Mormon: “Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; en Hij is de heidenen indachtig; allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken". (2 Nephi 26:33)

Allen waren voor God gelijk in de dagen van Joseph Smith. Iedereen kreeg dezelfde villa aangeboden. Er waren geen huizen met onafgemaakte zolders voor zwarte mensen. Met Brigham Young, lees de verhandeling, moesten de zwarte mensen hun oorspronkelijke huis verlaten. En lag er op hun tafel een ander papier van eigendom met de titel 'A New perspectief', met onder andere de boodschap dat ze vooral moesten genieten van hun huis, ondanks dat de derde verdieping niet af was. Dat ze zich vooral niet moesten focussen op wat ze niet hadden, maar op wat ze wel hadden en wat ze in de toekomst zouden kunnen hebben. Voor nu, denk celestiaal. Ook als je je net voelt 'als de jonge zwarte broeder die zich opgelaten voelt als in de klas misvattingen over ras en het priesterschap worden besproken'.

Ik denk dat ik h
et hier maar bij laat. Pass it on. 


Afbeelding: Pixabay

dinsdag 11 juni 2024

Afslag 20.2


"Eenheid vereist geen gelijkvormigheid
maar wel gelijkgestemdheid"
D. Todd Christofferson


"Kort nadat de kerk was opgericht, ontvingen de profeet Joseph Smith en Oliver Cowdery in 1830 de openbaring over de organisatie en het bestuur van de kerk. De profeet las tijdens de eerste conferentie van de kerk voor wat wij nu als afdeling 20 kennen. Dat was de eerste openbaring die met algemene instemming werd goedgekeurd. De inhoud van deze openbaring is echt opmerkelijk". Ik wil stilstaan bij de verzen 8 tot en met 12. Uiteraard in het licht van eenheid, maar dan door de bril van gelijkgestemdheid, wat ik niet los kan zien van "de leer en beginselen die de Heer door Joseph Smith, de profeet van de herstelling, heeft gevestigd, en werkelijk van fundamenteel belang zijn".

In Leer en Verbonden 20 lezen wij onder andere "dat Joseph Smith macht van God ontving om het Boek van Mormon te vertalen, dat een kroniek van een gevallen volk bevat, en de volheid van het evangelie van Jezus Christus voor de andere volken en ook voor de Joden. De wereld bewijzende dat de heilige Schriften waar zijn, dat God inderdaad mensen inspireert en roept, zowel in deze tijd als in de geslachten vanouds, waardoor Hij aantoont dat Hij dezelfde God is, gisteren, heden en voor eeuwig."




Deze verzen gaan over het Boek van Mormon, de sluitsteen van onze godsdienst. "Een krachtig getuigenis van het belang van het Boek van Mormon is het tijdstip waarop de Heer het tevoorschijn liet komen in de herstelling die zich ontvouwde. Het enige wat eraan voorafging, was het eerste visioen. Tijdens die prachtige manifestatie leerde de profeet Joseph Smith de ware aard van God kennen en dat God een werk voor hem te doen had. Het tevoorschijn komen van het Boek van Mormon volgde daarop. Denk eens na over de betekenis daarvan. De komst van het Boek van Mormon ging vooraf aan de herstelling van het priesterschap. Het werd slechts een paar dagen voor de organisatie van de kerk uitgegeven. De heiligen kregen het Boek van Mormon te lezen voordat ze de openbaringen kregen met diepzinnige leerstellingen als de drie graden van heerlijkheid, het celestiale huwelijk of het werk voor de doden. Het Boek was er vóór de priesterschapsquorums en de organisatie van de kerk. Blijkt daar niet uit hoe belangrijk dit heilige boek in de ogen van de Heer was?"

In de evangelieverhandeling 'Ras en het priesterschap' lezen wij het volgende: "Volgens de Schriftuur en de leringen van de kerk heeft God al zijn kinderen lief en is eeuwig heil voor iedereen mogelijk. God heeft alle rassen en etnische groepen geschapen en beschouwt ze als gelijkwaardig. In het Boek van Mormon wordt het zo verwoord: "Allen zijn voor God gelijk". Deze boodschap, deze gelijkheid van het Boek van Mormon, zie ik terug in de kerk zoals de Heer die door middel van Joseph Smith heeft hersteld. Wat volkomen in overeenstemming is met de nieuwtestamentische kerk. 

"Toen de herrezen Heiland aan het volk in het Boek van Mormon verscheen, sprak Hij zijn afkeuring uit dat er in het verleden onder het volk woordenstrijd over de doop en andere zaken was geweest. Hij gebood: "Er zal geen woordenstrijd onder u zijn, zoals er tot dusver is geweest; evenmin zal er woordenstrijd onder u zijn over de punten van mijn leer, zoals er tot dusver is geweest." 'In deze toespraak lezen wij ook': "Hoe kunnen we in onze extreem twistzieke wereld eenheid bereiken, met name in de kerk waar we één Heer, één geloof, één doop dienen te hebben? Paulus geeft ons de sleutel: Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man of vrouw is; want allen bent u één in Christus." Vandaar dat ouderling Cook dit zei in zijn toespraak:"Als we de aansporing van president Russell M. Nelson willen volgen en het verstrooide Israël aan beide zijden van de sluier vergaderen, moeten we anderen in onze eenheidskring opnemen. Verschillen in cultuur, taal, geslacht, ras en nationaliteit vallen uiteindelijk in het niet als gelovigen zich op het verbondspad begeven en tot onze geliefde Verlosser komen".

Toen de Heer zijn kerk herstelde, maakte hij geen onderscheid tussen wie dan ook. Dit is wat ik geloof en dit is de boodschap die ik uitdraag. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom president Benson zei dat het Boek van Mormon en de Leer en Verbonden met elkaar verbonden zijn, zeker als ik denk aan deze zin: "totdat zij zich bekeren en het nieuwe verbond indachtig zijn, ja, het Boek van Mormon". Wat we uiteindelijk nu wel of niet geloven in de kerk, we moeten allemaal tot Jezus Christus komen. Tijd om een lammetjesblikje uit de kast te trekken. 


maandag 10 juni 2024

Afslag 20.1


"Laten we meer van onze geestelijke verwantschap genieten en onze verschillende eigenschappen en diverse gaven waarderen." Deze woorden komen uit een toespraak van ouderling Soares. Een toespraak, die ik de titel context heb gegeven, is een toespraak waar ik helemaal weg van ben. Als ik ergens weg van ben, dan kan ik in herhaling vallen. En, dat geef ik eerlijk toe, niet altijd te volgen. Je raadt het al, juist vanwege dit context. Al hoop ik dat jullie mij vandaag wel kunnen volgen.   



"Eenheid vereist geen gelijkvormigheid
maar wel gelijkgestemdheid"
D. Todd Christofferson

"Eenheid vereist geen gelijkvormigheid, maar wel gelijkgestemdheid". Gisteren bespraken wij in onze vrouwenorganisatie een toespraak van ouderling Quentin L. Cook. Alhoewel dit geen uitspraak van hem is, was dit wel een thema in zijn toespraak. Ouderling Cook verwoordde het zo: "Omdat we in Gods ogen 'gelijk' zijn, slaat het nergens op om nadruk op onze verschillen te leggen." Of, ik denk nu aan ouderling Dieter F. Uchtdorf: "Hoewel de verzoening bedoeld is om meer op Christus te lijken, is zij niet bedoeld om ons allemaal hetzelfde te maken. Als discipelen van Jezus Christus zijn we verenigd in ons getuigenis van het herstelde evangelie en onze toewijding aan Gods geboden. Maar we verschillen in culturele, sociale en politieke voorkeuren. De kerk gedijt als we ons voordeel doen met deze diversiteit." 

Waarom dan toch deze toespraak van ouderling Cook aanhalen, terwijl ik qua uitspraken zo weinig van hem aanhaal? Dat heeft alles te maken met dat hij een afslag nam die ik niet zag aankomen. Hij heeft het namelijk over het belang van eenheid en "dat de verlossende barmhartigheid van de Heer niet afhangt van onze afkomst, opleiding, economische status of ras." En dan, dit is de afslag, heeft hij het over afdeling 20 van de Leer en Verbonden, waar hij het volgende over zegt: "De inhoud van deze openbaring is echt opmerkelijk. De leer, beginselen, offeranden en gebruiken die de Heer door Joseph Smith, de profeet van de herstelling, heeft gevestigd, zijn werkelijk van fundamenteel belang".

Na al te hebben gezegd dat God in zijn barmhartigheid geen onderscheid maakt, benadrukt hij dit toch opnieuw door te zeggen dat "er geen vereisten zijn wat betreft ras, geslacht of etniciteit". Uit het Boek van Mormon blijkt duidelijk dat allen worden uitgenodigd om deel te hebben aan de goedheid van de Heer: zwarte en witte (ouderling Oaks zei hierover "wat alle rassen betekent"), geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk. Alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten." 

In een volgend logje kom ik specifiek terug op deze afslag. Er is nog echter één ding wat ik wil aanhalen, wat zo op het oog niets met deze afslag te maken heeft. Wel met de Leer en Verbonden, en ook met onze Boek van Mormon-leesopdracht van de afgelopen periode. Ik kwam namelijk verzen tegen die gingen over godsdienstvrijheid, maar ook over slavernij. Koning Mosiah, dit vers gaat specifiek over slavernij, zei dit erover: "En nu verlang ik dat deze ongelijkheid niet meer voorkomt in dit land, in het bijzonder onder dit, mijn volk; ik verlang juist dat dit land een land van vrijheid is, en dat ieder mens zijn rechten en voorrechten in gelijke mate zal kunnen genieten". (Mosiah 29:32, zie ook Mosiah 2:13; Alma 27:9; Alma 48:11)

President Benson zei dat "het Boek van Mormon en de Leer en Verbonden met elkaar verbonden zijn als openbaringen van Israëls God om zijn volk te vergaderen en voor te bereiden op de wederkomst van de Heer. Het Boek van Mormon brengt mensen tot Christus. De Leer en Verbonden brengt mensen naar het koninkrijk van Christus, namelijk De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen". (LV 1:30) Interessant is dat de Heer in deze afdeling, afdeling 1 dus, het er ook over heeft dat Hij geen aannemer des persoon is. Voorlopig ben ik nog niet uitgereisd. Welk pad ik ook neem, alle wegen leiden naar "het niet van belang is dat men Jood of Griek is."

Soms, teruglezen, kan ik mijzelf soms niet eens volgen, dus als het bovenstaande enigszins warrig overkomt, je bent vast niet de enige die dit zo ervaart. 

Afbeelding wortels

maandag 19 februari 2024

4. De bril die je draagt

 

Nu ik toch aan het schrijven ben over inleidende teksten, neem ik alvast een voorproefje op de Leer en Verbonden die we volgend jaar gaan bespreken. De Leer en Verbonden heeft alles te maken met onze tijd, de laatste dagen, dus daar wil ik - zeker in het licht van mijn rode draad, "allen zijn gelijk voor God" - aandacht aan geven. Alleen niet nu, hoe aantrekkelijk dat op dit moment ook is.

De kerk heeft een artikel geschreven naar aanleiding van de druk 2013-schriftenuitgave. In dit artikel zegt ouderling Neil L. Andersen: "Deze nieuwe editie bevat aanpassingen die de komende jaren een zegen zullen zijn voor kerkleden". Verder in dit artikel wordt dan het volgende gezegd: "Sommige aanpassingen aan de titels zijn bedoeld om de schriften een duidelijker context te geven. In de Leer en Verbonden zijn bijvoorbeeld enkele kopjes van de afdelingen herzien en zijn er inleidende kopjes toegevoegd aan beide officiële verklaringen om de lezer een beter begrip te geven van de doeleinden van die openbaringen en de leer van de Kerk die daarmee verband houdt".

Zomaar wat woorden en zinnen die ik de moeite waard vind, zoals een zegen zijn voor de kerkleden, context geven aan, een beter begrip over het doel van die openbaring, en niet te vergeten de leer van de Kerk die daarmee verband houdt. Vooral de leer van de Kerk die daarmee verband houdt, vind ik een interessante zin. Want dat heeft voor mij te maken met dat ik opnieuw mijn schriften moest leren lezen. 2 Nephi 5 is daar een duidelijk voorbeeld van. 



Dit is een foto uit mijn oude Leer en Verbonden. En dan specifiek een foto van 'Officiële Verklaring 2'.  Voor degenen die daar niet mee bekend zijn: met deze verklaring werd bekendgemaakt "dat president Spencer W. Kimball een openbaring had ontvangen waardoor het priesterschap en de tempelzegens binnen het bereik werden gesteld van alle daartoe waardige kerkleden van het mannelijk geslacht". Lees zwarte mensen van Afrikaanse afkomst, want die waren vanaf 1852 tot 1978 uitgesloten van de tempel en het priesterschap. Een zeer pijnlijke periode uit de geschiedenis van de kerk. Een zwarte bladzijde die zich niet zo makkelijk laat omslaan.  



Dit is een foto uit mijn Schriften nu. De Officiële Verklaring 2 is qua inhoud hetzelfde gebleven. Het grote verschil zit hem in de inleidende tekst. Uiteraard, het kan bijna niet anders, begint het kopje met deze tekst uit het Boek van Mormon, namelijk "dat allen voor God gelijk zijn". Ik ben bang dat deze tekst dit jaar nog vele malen voorbij zal komen. 

Wat betreft de Leer en Verbonden, daar wil ik nu verder geen aandacht aan geven. Dat komt volgend jaar wel. Wel wil ik benadrukken, zoals je kunt lezen in deze inleidende tekst, "dat in de tijd van Joseph Smith een klein aantal zwarte mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap waren geordend." Een van deze mannen was Elijah Able, die het Melchizekse priesterschap droeg. Daarnaast bezocht hij tempeldiensten en vervulde hij zendingen voor de kerk. 

Dit voorbeeld uit de Leer en Verbonden kon ik niet negeren, omdat het perfect paste tussen de aanpassingen in de schriften die er door de jaren heen zijn gemaakt. Dit stukje wil ik nog wel afsluiten met een filmpje. In dit filmpje delen zwarte leden van de kerk hun gevoelens nadat ze hoorden dat de jarenlange restrictie, niet het priesterschap kunnen krijgen en naar de tempel  gaan, opgeheven was.  

Dit is de tekst van het filmpje voordat de sprekers aan het woord komen: "Van 1850 tot 1978 waren mensen van Afrikaanse afkomst niet in staat het priesterschap in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen te dragen, noch de hoogste verordeningen van het geloof bij te wonen, zoals die in de Mormoonse tempels worden beoefend. De precieze oorsprong en redenen voor deze beperkingen zijn onduidelijk; er is nooit een verklaring voor de kwestie gevonden in de archieven van de kerk. In juni 1978 werd het beleid teruggedraaid".

Er is nooit een verklaring voor de kwestie gevonden in de archieven van de kerk. Zoals ik al eerder zei, laat ik de Leer en Verbonden voor wat het is, anders had ik Brigham Young (punt 9) zelf het woord gegeven. Hij heeft namelijk "in januari en februari 1852 twee toespraken gegeven in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde toen aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten". 

Door het terugdraaien van het beleid kregen zwarte mensen terug wat ze in de dagen van Joseph Smith gewoon hadden. Allen waren en zijn gelijk voor God, wat je niet los kunt zien van de Nieuwtestamentische kerk die toen werd hersteld. 



zaterdag 12 augustus 2023

En ze bleken het op spectaculaire wijze mis te hebben





De afgelopen tijd het nodige geschreven over de herstelling van de kerk en 'ras en het priesterschap'. Voor mij zijn deze twee onderwerpen hangers met kledingstukken aan een kledingrek. Het kledingrek "God is geen aannemer des persoon" is mijn rode draad waar ik dus van alles aan ophang. Zo is diversiteit ook een hanger die thuis hoort op dit rek, al zie ik dit meer als een basis kledingstuk vanwege de vele combinaties die ik hiermee kan maken. En zo zijn er nog een aantal kledingstukken die ontbreken om mijn collectie compleet te maken. 

Over de hanger 'herstelling van de kerk' heb ik het nodige geschreven. Ik geloof dat de nieuwtestestamentische kerk, na een periode van afval, in onze dagen is hersteld. In de zondagsschool zijn we nu bezig met Romeinen, en sluit ik me aan bij wat Paulus zei over het Evangelie: "het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook de Griek, want er is geen aanzien des persoons bij God." Dat is de reden dat ik de openbaring op het priesterschap een herstelling binnen de herstelling noem. Men kreeg terug wat men eerder al had gehad. Daarnaast: "er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". Wat er precies in 1852 is gebeurd, waardoor zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot het priesterschap geordend konden worden, weet de kerk zelf ook niet. Wel weten we, zoals beschreven staat in de evangelieverhandeling 'ras en het priesterschap' dat het Brigham Young was die in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden". "De kerkelijke verslagen bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik". Wat we ook weten, omdat dit beschreven staat in de evangelieverhandeling 'ras en het priesterschap' is, dat in de "loop der jaren kerkleiders en leden gespeculeerd hebben over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk". 

"Je maakt deel uit van het huis van Israël" is zo'n ontbrekend kledingstuk dat ik niet los kan zien van "God is geen aannemer des persoons". Om die reden hoort het ook thuis op mijn kledingrek. Dat zwarte mensen van Afrikaanse afkomst vanaf 1978 opnieuw het priesterschap konden ontvangen, wil niet zeggen dat daarmee bepaalde 'leringen' verleden tijd zijn. Ik ben opgegroeid met deze 'leringen', en ook na 1978 ben ik daar nog steeds mee geconfronteerd. Zelfs tot op heden. Vandaar dat ik nog niet uitgewinkeld ben. Ik kan gewoonweg niet om dit hangertje heen. Dat wordt gaandeweg nog wel duidelijk, maar eerst moet ik een heel stuk terug in de tijd. 

"Toen de Allerhoogste land toewees aan elk volk en de mensen ieder hun deel gaf
bepaalde Hij de grenzen voor alle volken naar het aantal nazaten van Israël."

"Het volk van Israël was in het voorsterfelijk bestaan een apart en edel volk. Vanwege hun getrouwheid in het voorsterfelijk bestaan was het volk Israël voorbestemd om een heilige natie te worden. Voorbestemming bepaalde voor een groot deel de plaatsing van een individu onder stammen en naties. Veel getrouwe geesten werden in het voorsterfelijk bestaan voorgeordend tot belangrijke zendingen".

In het licht van "Ras en het priesterschap" en nu in het verlengde het "Huis van Israël" kan ik gewoonweg niet om het voorsterfelijk bestaan heen. Ik zal niet in detail ingaan op wat er in het verleden is gezegd over zwarte mensen en het voorbestaan, maar dit is wat er geschreven staat in de evangelieverhandeling van de kerk over dit onderwerp: "Rond de eeuwwisseling vond een andere verklaring ingang: er werd gezegd dat zwarten in de voorsterfelijke strijd tegen Lucifer niet geheel kloekmoedig waren geweest en dat ze daarom werden uitgesloten van de zegeningen van het priesterschap en de tempel." In deze verhandeling, onder het kopje "De kerk nu" kun je lezen dat "vandaag verwerpt de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde: een zwarte huid is een teken van goddelijke ongunst of vervloeking; een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven".

Zwarte mensen mogen dan in 1978 het priesterschap hebben gekregen, maar dat ze het een bepaalde periode niet hebben gehad, is zo de gedachte, daar moet een reden voor zijn geweest. Zeker, daar in de jaren na Brigham Young dit, het niet kloekmoedig zijn in het voorbestaan, ook onderwezen werd door leiders van de kerk als leer. In de "loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel. Geen enkele van deze theorieën is echter officiële leer van de kerk".

In zijn toespraak 'Kom, voeg u bij ons' stelt president Dieter F. Uchtdorf de volgende vraag: "Waarom zou iemand lid willen worden van zo'n kerk?" Als eerste reden geeft hij aan "dat in onze tijd de kerk door Jezus Christus zelf is hersteld." Dat is voor mij alleen al reden genoeg. Maar in deze toespraak zegt hij ook dit: "Sommigen hebben het te kwaad met onbeantwoorde vragen over zaken die in het verleden zijn gedaan of gezegd. We erkennen in alle openheid dat er in bijna tweehonderd jaar kerkgeschiedenis - ondanks een ononderbroken reeks geïnspireerde, achtenswaardige en geloofsversterkende gebeurtenissen - wel eens wat gezegd of gedaan is waar mensen terecht vragen over hebben".

Of de restrictie wel of niet van God was, laat ik in het midden. Mocht dat wel zo zijn, dan aanvaard ik dat, zoals mijn moeder dat in het verleden heeft aanvaard. Maar het woord speculeren valt niet te negeren. Volgens president Dallin H. Oaks zit daar een les in: "Als je met deze vraag in je achterhoofd de Schriften leest: 'Waarom gebood de Heer dit of waarom gebood Hij dat', zul je merken dat er voor minder dan een op de honderd geboden een reden is gegeven. Het is niet gebruikelijk voor de Heer om redenen te geven. Wij stervelingen kunnen redenen aan openbaringen toekennen. Wij kunnen redenen aan geboden toekennen. Dat doen we dan op eigen gezag. Sommige mensen kenden redenen toe aan waar we het hier over hebben, en bleken er faliekant naast te zitten. Daar schuilt een les in. Ik heb het over redenen die door algemene autoriteiten zijn geopperd en over redenen die door anderen uitvoerig zijn behandeld. Alle redenen kwamen mij voor als het nemen van onnodige risico's. Laten we niet de fout maken die in het verleden is gemaakt, in dit opzicht en op andere gebieden, om te proberen redenen aan openbaring toe te kennen. De redenen blijken uiteindelijk grotendeels door de mens te zijn bedacht. De openbaringen zijn wat we als de wil van de Heer steunen en daarin schuilt onze veiligheid". 

Mocht je denken dat ik met vragen zit, dan moet ik je teleurstellen. Ik heb jaren terug al mijn antwoord gekregen zonder dat het überhaupt bij mij een vraag was. Waarom dan toch mijn verhaal? Omdat ik ben ingehaald door de praktijk van het verleden. 


Afbeelding: Pixabay
Bijbelteksten: Deuteronium 32:7-9 en Romeinen 2:10,11. 
Instituutlesboek: Jew and Greek (Gentile). Paulus gebruikte zowel de termen Griek als heiden om te verwijzen naar mensen die niet in het huis van Israël waren geboren.