Posts tonen met het label Egyptus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Egyptus. Alle posts tonen

zondag 15 maart 2026

1. Het nieuw en eeuwig huwelijksverbond


Wat jullie niet weten, is dat ik een luxeprobleem heb. Ik kan namelijk zo kiezen uit een aantal onderwerpen die allemaal even interessant zijn om over te schrijven. En op de een of andere manier zijn ze allemaal verbonden met mijn rode draad, dat voor God allen gelijk zijn. Het enige waar ik tegenaanloop, is dat het 'Kom dan volg Mij' schema niet op mij wacht. Soms ga ik daar niet in mee en soms kies ik er voor dat wel te doen, zoals nu. Met in mijn achterhoofd dat wat ik 'moet' laten liggen toch wel op de een of andere manier aan bod komt, omdat alles onderling met elkaar verbonden is.

Als voorbeeld neem ik dit vers uit onze leesopdracht van twee weken geleden, die gaat over Abraham die zijn dienstknecht Eliëzer van Damascus naar Mesopotamië stuurt, naar de stad Nahor, om daar voor zijn zoon Izak een vrouw te gaan halen, met als reden 

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3

Zo op het eerste gezicht zou je misschien kunnen denken dat dit is omdat zij, de Kanaänieten, nakomelingen zijn van die vervloekte Kanaän. Een giftige theorie die nog steeds wordt doorverteld. De ware reden is echter, zoals we kunnen lezen in Scripture Helps, dat "de Kanaänieten in Abrahams tijd afgoden aanbaden en zich bezighielden met andere praktijken die in strijd waren met de aanbidding van Jehova. Als Isaak met een Kanaänitische vrouw was getrouwd, had hij het huwelijksverbond van de Heer niet kunnen aangaan, en de door de Heer beloofde zegeningen die met het Abrahamitische verbond verbonden zijn, niet kunnen ontvangen. Het Oude Testament bevat sterke waarschuwingen tegen het trouwen met mensen die andere goden aanbidden". 

Deze Kanaänieten moeten we niet verwarren met het volk van Kanaän van vóór de vloed. "Er is weinig bekend over de inwoners van Kanaän die vóór de zondvloed leefden. Ondanks de gelijkenis in naam is er geen Bijbels bewijs dat deze mensen verwant zijn aan Kaïn. Ze verschillen ook van Kanaän, de kleinzoon van Noach, en van de Kanaänieten die vaak in het Oude Testament worden genoemd, en die later kwamen". Dit lijkt misschien een kleine opmerking tussendoor, maar voor mij reden genoeg om een treinkaartje te kopen naar vóór de vloed. 

Ondanks het voorbeeld van zijn ouders Izak en Rebekka, zal een van hun zonen, Esau, er toch voor kiezen om te trouwen met Kanaänitische vrouwen. "En Rebekka zeide tot Izak: "Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Hets! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Hets, gelijk deze zijn van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?" Uit deze woorden blijkt wel hoe belangrijk dit huwelijksverbond voor Rebekka was, en hoe groot haar verlangen was dat haar beide zonen eeuwige gezinnen zouden stichten, wat alleen mogelijk is door dit verbond.  

De waarschuwing uit het Oude Testament, om niet te trouwen met mensen die andere goden aanbidden, zie je ook terug in het Nieuwe Testament. De apostel Paulus zei daarover het volgende: 

"Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen"
2 Korinthiërs 6:14

"Kort gezegd ontmoedigde Paulus de heiligen om relaties aan te gaan met afgodendienaars of deel te nemen aan hun onreine praktijken". Echter, als ik kijk naar de voetnoot van dit vers, over doorwerking van het verleden gesproken, zie je dat deze sterke waarschuwingen van het Oude Testament ook op ons van toepassing zijn. "Hedendaagse profeten hebben de leer van Paulus, dat men zich niet onvoorwaardelijk moet verbinden met ongelovigen, toegepast als leidend principe bij het aangaan van relaties met anderen, waaronder de beslissing om te trouwen." 

Daarom reis ik ook terug naar de dagen van Noach van vóór de vloed. Ik wil namelijk stilstaan bij een ander gezin, het gezin van Noach, en bij de huwelijken die zij sloten. En de invloed die dit onder andere had op het wel of niet binnengaan van de ark. 

"En Noach en zijn zonen luisteren naar de Heer
en gaven gehoor,
en zij werden de zonen van God genoemd.
Mozes 8:13

Ook lezen we in ditzelfde hoofdstuk "dat Noach met God wandelde, zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth". Kun je voorstellen dat zij, Jafeth, Sem en Cham, die de zonen van God werden genoemd en met God wandelden, buiten het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond trouwden? Zeker als je kijkt naar onderstaande schriftuurtekst, waaruit blijkt hoe belangrijk dit verbond is:

"En toen de mensen zich begonnen te vermenigvuldigen op het aardoppervlak
en er hun dochters werden geboren,
zagen de mensenzonen dat die dochters mooi waren,
en zij namen zich vrouwen, ja, zoals zij verkozen.
En de Heer zei tot Noach: De dochters van uw zonen hebben zich verkocht;
want zie, mijn toorn is ontstoken tegen de mensenkinderen, 
want zij willen niet naar mijn stem luisteren."
Mozes 8:14,15

"En de Heer ordende Noach naar zijn eigen orde en gebood hem uit te gaan en zijn evangelie te verkondigen aan de mensenkinderen, ja, zoals het gegeven was aan Henoch. En het geschiedde dat Noach de mensenkinderen opriep zich te bekeren; maar zij luisterden niet naar zijn woorden; en bovendien, nadat zij hem hadden aangehoord, kwamen zij bij hem en zeiden: Zie, wij zijn de zonen van God; hebben wij niet de mensendochters tot ons genoegen? en eten en drinken wij niet en huwen wij niet en geven ten huwelijk? En onze vrouwen baren ons kinderen, en deze zijn de geweldigen, zoals de mannen van weleer, mannen van grote naam. En zij luisterden niet naar de woorden van Noach", Mozes 8:19-21. 

"En de oude wereld niet heeft gespaard,
maar Noach, den prediker der gerechtigheid,
zijn achttal bewaard heeft,
als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;"
2 Petrus 2:5

"De zonen van God waren zij die hun verbonden met God nakwamen, aandachtig naar Hem luisterden en Zijn geboden gehoorzaamden. De zonen van de mensen waren zij die hun verbonden met God braken en niet naar Hem luisterden of Hem gehoorzaamden. De kleindochters van Noach besloten met de zonen van de mensen te trouwen en gaven daarmee de kans op de zegeningen van het priesterschapsverbond van het eeuwige huwelijk op". President Joseph Fielding Smith onderwees hierover het volgende: "De dochters die geboren waren, kennelijk onder het verbond, en die de dochters waren van de zonen van God, dat wil zeggen van hen die het priesterschap bekleedden, overtraden het gebod van de Heer en trouwden buiten de Kerk. Zo sneden zij zichzelf af van de zegeningen van het priesterschap, in strijd met de leer van Noach en de wil van God". Zo sneden zij zich niet alleen af in geestelijk opzicht: we zien deze kleindochters van Noach ook niet terug in de ark, want ook zij luisterden niet naar de woorden van Noach. 

"en hij, Noach, wandelde met God,
zoals ook zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafeth."
Mozes 8:27

Van de drie zonen van Noach wordt alleen de vrouw van Cham bij naam genoemd. In het verleden werd onderwezen dat de vrouw van Cham, Egyptus, een nakomeling was van Kain, en dat door haar, na de vloed, deze vloek van Kaïn werd doorgegeven aan het nageslacht van Cham en "zo ontsprong uit Cham aldus het ras dat de vloek in het land deed voortduren". 

In het Boek van Abraham kunnen wij hun geschiedenis lezen. De Kerk heeft hierover het volgende gezegd: "Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noachs zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid, maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Chams nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperkingen voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel".

In de voetnoot van dit commentaar kunnen we het volgende lezen over Egyptus: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kain via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag niet langer moeten worden verkondigd". 

Vandaar ook dat toen ik schreef over Hagar, ik zei dat aan het woord Egypte een gekleurd randje zat, maar ook "dat de Heer het hart aanziet. De belangstelling van je hemelse Vader hangt niet af van hoe rijk, hoe mooi, hoe gezond of hoe slim je bent". Zoals president Nelson al zei: "God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw. Ik verzeker u dat uw status voor God niet door uw huidskleur wordt bepaald". Nog door wie uw voorouders zijn, zoals we zullen zien in de genealogie van Jezus Christus. 

"Het huwelijk is misschien wel de belangrijkste beslissing van allemaal en heeft de meest verstrekkende gevolgen, want het gaat niet alleen om direct geluk, maar ook om eeuwige vreugde. Het beïnvloedt niet alleen de twee betrokkenen, maar ook hun families, met name hun kinderen en kleinkinderen, tot in de verste generaties"

"dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen
uit de dochters van de Kanaänieten
te midden van wie ik woon"
Genesis 24:3





Al het schuin geschrevene komt uit Scripture Helps

vrijdag 6 maart 2026

Het Cham-pad

 

"En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard.
En hij dronk van dien wijn, en werd dronken, 
en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.
En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vader naaktheid,
en hij gaf het zijner broederen daarbuiten te kennen.
Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen,
en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders;
en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, 
zodat zij de naaktheid huns vaders niets zagen.
En Noach ontwaakte van zijn wijn; 
en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.
En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!
Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem;
en Kanaän zij hem een knecht!
Genesis 9:20-27


In Scriptures Helps kunnen we de volgende uitleg lezen over bovenstaande tekst: 
"De Schrift geeft geen duidelijk verklaring 
-waarom Ham's zoon Kanaän vervloekt werd vanwege de overtreding van zijn vader tegen Noach. 
- Het is ook niet duidelijk wat Hams overtreding precies inhield, maar het lijkt erop dat hij zijn vader niet respecteerde of misschien iets heiligs onteerde. 
- Omdat we niet alle relevante details van het verhaal kennen, weten we niet precies wat er gebeurde of wat de betekenis ervan was. 
- Door Kanaän te vervloeken verklaarde Noach dat Kanaän een dienaar van Sem en Jafeth zou zijn. 
- Joseph Smiths geïnspireerde vertaling van de Bijbel voegt daaraan toe dat een sluier van duisternis Kanaän zou bedekken, zodat hij onder alle mensen bekend zou zijn. De betekenis van deze sluier van duisternis is onduidelijk. 
- Sommigen hebben de vloek van Kanaän ten onrechte gebruikt om slavernij en discriminatie te rechtvaardigen, met name jegens mensen van Afrikaanse afkomst. De Heer heeft geleerd: Het is niet juist dat iemand een ander tot slaaf maakt. 
- Bovendien leert het Boek van Mormon dat de Heer iedereen uitnodigt om tot Hem te komen en deel te hebben aan Zijn goedheid, want allen zijn gelijk voor God"


Ondanks bovenstaand commentaar kan ik de bordjes langs de weg met de tekst 'Het verleden werkt door' niet negeren. Cham, de jongste zoon van Noach, is daar helaas een 'prachtig' voorbeeld van. Twee jaar geleden, in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij, heeft het Nederlands Dagblad onderzoek gedaan naar Cham en zijn vloek: De vloek van Cham: hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen. Ik denk dat de titel van dit artikel voor zichzelf spreekt. 

Uiteraard wordt er in dit artikel van het Nederlands Dagblad aandacht gegeven aan bepaalde teksten uit de Bijbel die eeuwenlang gebruikt zijn om de slavernij te rechtvaardigen. Daarnaast werd er gesproken of we nu wel of niet aandacht aan de vloek van Cham moeten geven. Ook werd in dit artikel gesproken, als je toch deze geschiedenis wil bespreken, of het misschien zinvol is deze bijbels te voorzien van extra uitleg in plaats van het te negeren, wat ik ook terugzie in mijn Gospel Library App. (Engelse taal)

In het artikel wordt ook gezegd hoe iets in iemands hoofd kan gaan zitten, zeker als dit keer op keer maar herhaald wordt. In die zin, denk ik, algemeen gesproken, moeten wij ook als het ware onthoofden, en kunnen we de boodschap, tegengesteld aan de vloek van Cham, niet vaak genoeg herhalen. Want laten we wel wezen, ook wij, kijkend naar onze eigen kerkgeschiedenis, kunnen niet heen om het feit hoe kerkleiders en -leden beïnvloed zijn geweest door deze "giftige theorie", met alle gevolgen van dien. 

Vandaar ook dat in de evangelieverhandeling ras en het priesterschap het volgende hierover gezegd wordt, wat ik niet los kan zien van de restrictie: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte herendienst in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had vervloekt met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader". 


Ik deel opnieuw, ondertussen voor de derde keer, bovenstaande afbeelding. Dit is mijn manier van herhalen. Zie het tevens maar als een waarschuwingsbord op het Cham-pad. Let op, stap niet in de valkuil van het verleden. Een valkuil die te maken heeft met Kaïn, Cham en zijn vrouw Egyptus en uiteraard de vloeken van Kaïn en Cham. In Abraham hoofdstuk 1 wordt niet alleen gesproken over De dochters van Onitah, drie opmerkelijke jonge vrouwen, rechtstreeks uit de lendenen van Cham, maar ook over twee andere nakomelingen van Cham. De Farao die de eerste regering van Egypte vestigde en de Farao uit de dagen van Abraham. 

Scripture Helps, Abraham 1:
"Abraham gaf een korte uitleg over de ontdekking en bewoning van Egypte na de zondvloed. Hij schreef over een vloek in het land die bewaard bleef tot in het nageslacht van Noach's zoon Cham. Abraham merkte later op dat de eerste Farao een rechtvaardig man was. Hij zei dat Noach Farao zegende met de zegeningen van de aarde en met de zegeningen van wijsheid maar hem vervloekte wat betreft het priesterschap. Deze verzen geven geen duidelijke verklaring voor de aard van de vloeken of de reden ervoor. In het verleden hebben sommigen de vloek van Cham's nageslacht ten onrechte in verband gebracht met de beperking voor het priesterschap en de tempel die in onze bedeling golden voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Kerk verwerpt deze en andere vroegere theorieën die een verklaring probeerden te geven voor de beperking voor het priesterschap en de tempel". 

Scripture Helps, Abraham 1:
In de voetnoot van ditzelfde stuk kunnen we lezen: "Sommigen hebben gespeculeerd dat de Farao geen recht had op het priesterschap omdat hij een afstammeling was van Kaïn via Egyptus, de vrouw van Cham. Maar deze opvatting gaat verder dan wat de Schrift leert en zou vandaag de dag niet langer moeten worden verkondigd".  


De reden dat ik deze groep heb afgeplakt is dat het mij er niet om gaat wie wat heeft gezegd, maar dat het gezegd wordt. In dit artikel geeft iemand als reactie "dat Hager wist waarom Ismaël niet het priesterschap kon krijgen, omdat zijn moeder, Hagar, een nakomeling was van Kaïn. Deze vloek van Kaïn werd namelijk via Egyptus, die getrouwd was met Noach's zoon Cham, doorgegeven aan zijn nageslacht". Dit is voor mij slechts een voorbeeld van hoe het racisme van het verleden doorwerkt in het heden. Ook bij ons in de kerk. 

Wat betreft de dienstbaarheid van zwarten, vanaf het begin van de herstelling heeft de Heer onderwezen dat "het niet juist is dat iemand een ander tot slaaf maakt", LV 101:79. Daarnaast, omdat "vooroordelen diepgeworteld zijn", is het belangrijk om te onthouden, "dat de kerk de theorieën die men in het verleden aanhaalde, dat een zwarte huid een teken is van goddelijke ongunst of vervloeking, of dat een zwarte huid wijst op onrechtschapen handelingen in het voorsterfelijk leven en/of dat zwarten of mensen van andere rassen of volkeren ondergeschikt zijn, heeft verworpen". 

Het is mij om het even wat voor huidskleur iemand heeft uit het pleisterdoosje "omdat onze status voor God niet door onze huidskleur wordt bepaald". "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw; allen zijn voor God gelijk.