maandag 2 februari 2026

Man en Vrouw



Toen ik nog door het Boek van Mormon reisde heb ik de woorden "allen zijn voor God gelijk"  gebruikt als mijn jaarthema, hoofdzakelijk gezien door de bril van "zwarte en witte". Dit jaar, op mijn ticket staat het Oude Testament, reis ik zonder een bepaald thema. Of ik nu wel of niet gebruik maak van een thema, onderstaande tekst uit het Boek van Mormon is mijn rode draad, waar ik niet alleen allerlei onderwerpen aan kan ophangen, maar ook schriftuurteksten.


Afgelopen week kwam Mozes 6 voorbij waar ik eigenlijk niet bij stil wilde staan. Echter in dit hoofdstuk kwam ik een aantal verzen tegen waar ik niet zomaar aan voorbij kan lopen. Hier in  kunnen we lezen dat Adam aan de Heer vraagt "Waarom is het zo dat de mensen zich moeten bekeren en worden gedoopt in water? En de Heer zei tot Adam: Zie, Ik heb u uw overtreding in de hof van Eden vergeven". En dan wordt er dit gezegd: 

"Hierdoor is het gezegde alom onder het volk gekomen 
dat de Zoon van God verzoening heeft gedaan voor de oorspronkelijke schuld,
waardoor de zonden van de ouders niet op het hoofd van de kinderen kunnen neerkomen,
want zij zijn rein vanaf de grondlegging van de wereld."
Mozes 6:54

In de dagen van Mormon had men zelfs een woordenstrijd over dit onderwerp. Moroni kreeg toen de opdracht van zijn vader Mormon mee om dit te onderwijzen: "...dat kleine kinderen levend zijn in Christus, ja, vanaf de grondlegging van de wereld; zo niet, dan is God een partijdig God, en ook een veranderlijk God en een aannemer des persoons; want hoeveel kleine kinderen zijn er niet zonder de doop gestorven!" (Moroni 8). 

De Leer en Verbonden bevestigd dit: "Maar zie, Ik zeg u dat kleine kinderen vanaf de grondlegging van de wereld door mijn Eniggeborene zijn verlost" (Leer en Verbonden 29:46). "Iedere mensengeest was in het begin onschuldig en omdat God de mens van de val heeft verlost, zijn de mensen, in hun kinderlijke staat, wederom onschuldig geworden voor het aangezicht van God" (Leer en Verbonden 93:38). Vandaar dat we in de Geloofsartikelen kunnen lezen dat wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding" (vers 2), dus ook niet voor de 'overtreding' van Kaïn. En ons wordt gevraagd niet te speculeren "over de aard of het uiterlijk van het teken op Kaïn, of dat de vloek op iemand anders dan op hem van toepassing was

Nu heb ik weer stil gestaan bij Kaïn, maar waar ik eigenlijk bij stil wil staan is mijn rode draad tekst uit het Boek van Mormon:

"...en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen 
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw;
allen zijn voor God gelijk..."
2 Nephi 26:33 

Deze allen-zijn-gelijk-voor-God tekst uit het Boek van Mormon, gaat niet alleen over "zwart en wit". In deze tekst wordt ook gesproken over "Hij verwerpt niemand die tot Hem komt...man en vrouwallen zijn voor God gelijk". 

President Spencer W. Kimball zei het volgende over deze gelijkheid: "De Schriften en de profeten hebben ons duidelijk geleerd dat er bij God, die wat rechtvaardigheid betreft volmaakt is, geen aanneming des persoons is (Handelingen 10:34). We waren als zijn geestkinderen volledig gelijkwaardig. We zijn ook gelijkwaardig als ontvangers van Gods volmaakte liefde. Wijlen ouderling John A. Widtsoe heeft geschreven: De plaats van de vrouw in de kerk is naast de man, niet vóór hem en niet achter hem. In de kerk zijn man en vrouw volledig gelijkwaardig. Het evangelie is door de Heer voor zowel de man als de vrouw ingesteld". Een jaar eerder, in 1978, het jaar dat president Kimball de openbaring op het priesterschap ontving, zei hij dit: "Wij willen niet dat onze LDS-vrouwen stille of beperkte partners zijn...Wees een actieve en volwaardige partner."

President Dallin H. Oaks: "In de gezinsproclamatie staat dat de vader in het gezin presideert. Hij en zijn vrouw hebben afzonderlijke taken, maar zij hebben de plicht om elkaar als gelijkwaardige partners met deze heilige taken te helpen. Een aantal jaren voor de gezinsproclamatie gaf president Spencer W. Kimball deze geïnspireerde uitleg: Als we het over het huwelijk als een partnerschap spreken, laten we het dan hebben over een volledig partnerschap. We willen niet dat onze zusters in die eeuwige opdracht een stille of beperkt aansprakelijke partner zijn. Wees alstublieft een bijdragende en volledige partner."

Zo tussendoor, naast zwarte en witte, wil ik dus ook aandacht geven aan man en vrouw. Soms als één geheel, soms los van elkaar. Al gaat mijn voorkeur in de eerste plaats uit naar de vrouw. Misschien zelfs gezien door de bril van vrouw en het priesterschap. In de Liahona kwam ik een vraag tegen die daar mee te maken heeft: "Hoe kunnen we de band tussen vrouwen en de macht van het priesterschap beter begrijpen...". Er worden verschillende antwoorden gegeven. Onder andere dit: "Ten eerste kunnen we nederig proberen de waarheden te begrijpen die met het priesterschap verband houden, en in het bijzonder de recente leringen van kerkleiders". Dit pad van de waarheden van het priesterschap begrijpen aan de hand van wat recente kerkleiders er over hebben gezegd, ben ik aan het bewandelen. Uiteraard probeer ik dat dit jaar zoveel mogelijk te doen door de bril van het Oude Testament. En voor de rest, zoals de wind waait.... 

" In de ogen van God zijn
zijn vrouwen en mannen gelijkwaardig,
hoewel zij verschillende rollen vervullen,
hetzij in de kerk, hetzij in het gezin."