woensdag 11 maart 2026

1. Hagar


"Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
man en vrouw
allen zijn voor God gelijk"
2 Nephi 26:33

In het verleden heb ik volop gebruik gemaakt van de evangelieverhandeling ras en het priesterschap. Ik heb er ondertussen een nieuw schriftuurlijk vriendje bij, Schripture Helps. Ik heb daar eerder ook al uit geciteerd, maar vandaag zal ik dat rijkelijk doen. Alles wat schuin geschreven staat komt hieruit. 

Ongemerkt in het kader van 'man en vrouw' wordt mijn persoonlijk lijstje van personen waar ik bij stil wil staan steeds langer. Terwijl ik eigenlijk nog niet eens zo lang onderweg ben. Ondertussen heb ik stilgestaan bij Ada en Zilla, de twee vrouwen van Lamech. Bij de drie dochters van de Egyptische priester Onitah en Egyptus de vrouw van Cham. En vandaag bij Hagar, de Egyptische slavin van Sarai die door haar aan Abraham werd gegeven. 

Allereerst wil ik beginnen met een toespraak van president Russell M. Nelson die het volgende zei over Hagar en Sara: "Het Oude Testament is niet enkel Schriftuur; het is ook een geschiedenisboek. U herinnert zich waarschijnlijk het huwelijk van Sarai en Abraham. Omdat zij kinderloos waren gaf Sarai aan Abraham haar slavin Hagar als vrouw, overeenkomstig de aanwijzingen van de Heer".

"Ondanks de beloften van de Heer aan Abraham dat hij een groot nageslacht zou krijgen, kon Saraï na vele jaren huwelijk nog steeds geen kinderen krijgen. Door Hagar aan Abraham te geven als tweede vrouw, hoopte Saraï Abraham in staat te stellen kinderen te krijgen en de beloften van de Heer te vervullen. Uit latere openbaringen begrijpen we dat dit een gebod van God was dat Abraham en Saraï gehoorzaamden. Het Boek van Mormon leert dat het huwelijk tussen één man en één vrouw Gods geldende huwelijkswet is. God heeft echter soms het meervoudig huwelijk als uitzondering geboden. Een van de redenen die God voor het meervoudig huwelijk heeft gegeven, is zaad voor Hem te verwekken". 

Het interessante is dat het Hagar is, de slavin van Sara, die die rol vervuld. Een Egyptische. Want laten we wel wezen, aan het woord Egypte zit toch een gekleurd randje vanwege Egyptus en de vloek van Cham. Aan dat wat verboden is. "Uit de openbaring van de laatste dagen begrijpen we dat dit een gebod van God was dat Abraham en Sara gehoorzaamden." 

"Toen Hagar ontdekte dat ze zwanger was, werd Sara veracht in Hagars ogen. Dit impliceert dat Hagar een gebrek aan respect of zelfs minachting voor Sara toonde. Toen de spanningen opliepen, herinnerde Abraham Sara eraan dat zij gezag had over Hagar binnen het huishouden en dat Sara kon ingrijpen om het conflict binnen hun gezin op te lossen. Sarah ging vervolgens hardhandig te werk tegen Hagar waardoor Hagar vluchtte". Deze vlucht leidde tot

Hagar's eerste ontmoeting met een engel

"Een engel van de Heer trof haar in de woestijn...
Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen? vroeg Hij.
Ik ben gevlucht van Sarai, mijn meesteres, antwoordde ze.
Ga naar je meesteres terug, zei de engel van de Heer, en wees haar weer gehoorzaam.
Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn.
Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. 
Die moet je Ismaël noemen."
Genesis 16:7-11

Hoewel Hagar als surrogaat voor Sara optrad, openbaarde de Heer aan haar hoe Ismaël zou heten, samen met de belofte dat haar nageslacht vermenigvuldigd zou worden. Hagar is een van de weinige vrouwen in de Schrift die een goddelijke aankondiging van de geboorte van haar eigen kind ontving. Alleen Hagar en Maria kregen te horen hoe ze hun zonen moesten noemen.

"Toen riep zij de Heer, die tot haar had gesproken, zo aan:
U bent een God van het zien.
Want zei ze, heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?"
Genesis 16:13

"De interacties tussen Abraham, Sara en Hagar kunnen ons eraan herinneren dat we allemaal behoefte hebben aan genade, barmhartigheid en verlossing door Jezus Christus. Ondanks hun omstandigheden en onvolmaaktheid hielden Abraham, Sara en Hagar van de Heer en werden ze rijkelijk door Hem gezegend.  Hagar besluit om terug te keren naar Abraham, en Sara stelde haar in staat haar eigen verbondsbeloften met betrekking tot haar nageslacht te ontvangen". 

"En Hagar baarde Abram een zoon;
En Abram noemde den naam des zoons, 
die Hagar gebaard had, Ismael.
En Abram was zes en tachtig jaren oud,
toen Hagar Ismaël baarde."
Genesis 16:15,16

Hagar wist hierdoor dat de Heer over haar waakte. Desondanks wil dat nog niet zeggen dat het voor Hagar makkelijk moet zijn geweest. Zeker met deze woorden van de engel in haar oren "en verneder u onder haar handen". Toch weerhield het haar niet en gaf zij gehoor aan de  woorden van de engel "keer weder tot uw vrouw".

Wanneer Abram 99 jaar oud is krijgt hij van de Heer te horen dat Sara een zoon zal baren. En 

"Abraham zeide tot God:
Och, dat Ismaël mocht leven voor uw aangezicht!
En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren,
en gij zult zijn naam noemen Izak;
En Ik zal mijn verbond met hem oprichten"
Genesis 17:18,19

President Nelson: "Abraham hield van Ismaël, maar hij was niet het kind dat het verbond zou doorgeven. Abraham hield zowel van Ismaël als van Izak. God beloofde Abraham dat Ismaël de voorvader van een talrijk en groot volk zou worden. Tegelijkertijd liet God er geen twijfel over bestaan dat het eeuwigdurend verbond met Izak zou worden voortgezet". 

"En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord;
zie, Ik heb hem gezegend,
en zal hem vruchtbaar maken, 
en hem gans zeer vermenigvuldigen;
twaalf vorsten zal hij gewinnen,
en Ik zal hem tot een groot volk stellen;
maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten,"
Genesis 17:20,21

Een jaar nadat God dit tegen Abraham heeft gezegd, krijgen Abraham en Sara inderdaad een zoon die zij Izak noemen. Dan komt de dag dat "Abraham een groten maaltijd maakt, omdat Izak gespeend werd. En Sara zag den zoon van Hagar, de Egyptische, dien zij Abraham gebaard had, spottende. En zij zeide tot Abraham: Drijf deze dienstmaagd en haar zoon uit; want de zoon deze dienstmaagd zal met mijn zoon, met Izak, niet erven. En dit woord was zeer kwaad in Abrahams ogen, ter oorzake van zijn zoon".  Maar God zei tegen Abraham:

"Laat het niet kwaad zijn in uw ogen,
over den jongen,
en over uw dienstmaagd;
al wat Sara tot u zal zeggen, hoor naar haar stem;
want in Izak zal uw zaad genoemd worden.
Doch Ik zal ook den zoon dezer dienstmaagd tot een volk stellen,
omdat hij uw zaad is."
Genesis 21:12,13




Hagar's tweede ontmoeting met een engel

Opnieuw, jaren later, nu vanwege Ismaël, bevindt Hagar zich opnieuw in de woestijn. Hagar en haar zoon zijn verdwaald en uiteindelijk zonder water. Hagar heeft haar zoon, hij moet ondertussen een jaar of veertien zijn, onder een struik achtergelaten omdat ze er niet tegen kon dat ze hem zou zien sterven en barst in tranen uit. "En God hoorde de stem van den jongen; en de Engel Gods riep Hagar toe uit den hemel, en zeide tot haar:

"Wat is u, Hagar? Vrees niet; 
want God heeft naar des jongens stem gehoord, 
ter plaatse waar hij is.
Sta op, hef den jongen op, en houd hem vast met uw hand;
want ik zal hem tot een groot volk stellen.
En God opende haar ogen, dat zij een waterput zag;
en zij ging, en vulde de fles met water, en gaf den jongen te drinken;
En God was met den jongen;"
Genesis 21:17-19

Het Oude Testament beschrijft omgang met Zijn verbondsvolk en de mensen met wie zij in contact kwamen. Onder die verhalen bevinden zich die van vrouwen die een groot geloof in God hadden, en een opmerkelijke kracht toonden. Het Oude Testament geeft ook een inkijkje in de grote uitdagingen waar vrouwen in de oudheid mee te maken kregen, waar ze vaak onderdrukt, misbruikt en op andere manieren slecht werden behandeld. Gewoonten en gebruiken die in de meeste moderne samenlevingen onrechtvaardig en problematisch lijken, werden gevormd door de culturele normen van die tijd. Door de uitdagingen te erkennen waar vrouwen in de tijd van het Oude Testament vaak mee te maken kregen, kunnen we hun geloof nog meer waarderen. Toen Hagar bijvoorbeeld naar de woestijn vluchtte, gaf de Heer haar inzicht in wie ze was, waardoor ze verklaarde dat de Heer een God is die mensen in hun lijden ziet. 

"Je staat er op deze reis niet alleen voor.
Je vader in de hemel kent je.
Zelfs als niemand anders je hoort, dan hoort Hij je wel.
De belangstelling van je hemelse Vader hangt niet af van 
hoe rijk, hoe mooi, hoe gezond of hoe slim je bent.
Hij ziet je niet zoals de wereld je ziet.
Hij ziet wie je echt bent.
Hij ziet je hart aan."


"De Heer weet wie je echt bent. Je staat er op deze reis niet alleen voor." Dit alles is terug te zien in het verhaal van Hagar, die zelf niet anders dan dit kan bevestigen. Dit blijkt wel uit haar woorden: "U bent een God van het zien", waardoor ze tot het inzicht kwam wie ze was. Een dochter van hemelse Vader. 

Ondanks dat kan ik niet zomaar verder reizen. Omdat haar naam ook voorkomt in zowel het Nieuwe Testament, hierin wordt opnieuw over haar gesproken als de niet-vrije, als in de Leer en Verbonden, waar men het heeft over concubine's. Daarnaast is daar mijn rode draad allen zijn gelijk voor God. Waar plaats ik Hagar de slavin, de niet-vrije, een dochter van hemelse Vader, in deze zin. En dan heb ik nog deze opmerking dat de Heer niemand verwerpt die tot hem komt, man en vrouw. Dat niemand verworpen wordt blijkt wel uit Hagar's verhaal. Maar waar plaats ik Ismaël in het geheel, als zijnde zaad van Abraham? En dan is er nog Ketura, die eigenlijk ook niet mag ontbreken in dit verhaal. Met wie Abraham zes zonen kreeg, waaronder Midian. 

Ik heb nog geen route uitgestippeld, maar vroeg of laat, afhankelijk van hoe de wind waait, ga ik zeker nog een keer stil staan bij Hagar en haar zoon Ismaël. Dat weet ik dan wel weer. Bij Ketura waarschijnlijk wanneer Mozes Egypte ontvlucht.