Een vrouw waar ik zomaar niet aan voorbij kan reizen is Tamar. Zij hoort voor mij zeker thuis in het rijtje bijzondere vrouwen. En blijkbaar ben ik niet de enige die daar zo over denkt. Zeker als ik kijk naar Mattheüs 1 en het geslachtsregister van Jezus Christus. Vooral als je dit geslachtsregister vergelijkt met die van Lukas. In het geslachtsregister van Lukas wordt namelijk alleen maar gesproken over zonen. Al zal hij zo ook zijn redenen hebben gehad om juist deze insteek te gebruiken.
Wat het geslachtsregister van Mattheüs nog meer bijzonder maakt is dat de vrouwen waar hij voor kiest eigenlijk allemaal 'buitenbeentjes' zijn. De eerste vrouw die genoemd wordt is Tamar, en ik denk dat dit label zeker ook van toepassing is op haar. Vandaar dan ook deze vraag uit een les, als stof tot nadenken: "Wat kunnen wij leren van het feit dat Mattheüs deze vier vrouwen in de geslachtsregister van Jezus Christus opneemt?" Want aan de drie overige vrouwen die Mattheüs noemt hangt ook een speciaal labeltje. Terwijl Mattheüs bijvoorbeeld ook gewoon had kunnen kiezen voor de vrouwen van Abraham, Izak en Jakob, wat hij uiteindelijk niet gedaan heeft.
Hierbij in het kort het verhaal van Tamar wat ik vond op Wikipedia. Zelf had ik het zo kort niet kunnen samenvatten, vandaar die keuze: "Juda trouwt met de dochter van Shua, een Kanaäniet. In Genesis hoofdstuk 38 krijgen Juda en zijn vrouw drie kinderen: Er, Onan en Shelah. Er trouwt met Tamar, maar God doodt hem omdat hij goddeloos was in Zijn ogen (Gen. 38:7). Tamar wordt volgens de gewoonte de vrouw van Onan, maar ook hij wordt gedood nadat hij weigert kinderen te verwekken voor de kinderloze weduwe en zijn oudere broer en in plaats daarvan zijn zaad verspilt. Hoewel Tamar met Shelah, de overgebleven broer, had moeten trouwen, stemde Judah daar niet mee in. Daarop misleidt Tamar Juda door zich voor te doen als prostituee en zo gemeenschap met hem te hebben. Wanneer Juda ontdekt dat Tamar zwanger is bereidt hij zich voor haar te laten doden, maar hij herroept zijn plan wanneer hij ontdekt dat hij de vader is (Gen. 38:24-26). Tamar is de moeder van een tweeling; Perez (Peretz) en Zerah (Gen. 38:27-30). De eerste is de patrilineaire voorvader van de Messias, volgens het boek van Ruth (4:18-22)."

Het volgende komt, door mij samengevat, uit Scripture Helps: "Toen Juda zijn belofte niet nakwam om zijn jongste zoon aan Tamar uit te huwen, liet hij haar zonder echtgenoot en zonder de kans om kinderen te krijgen. Omdat ze graag kinderen wilde, nam Tamar haar toevlucht tot bedrog en speelde de hoer, om een kind met Juda te verwekken. De gebruiken van het leviraatshuwelijk zouden Juda zelfs de mogelijkheid geboden hebben om met Tamar te trouwen als zij niet met een van zijn zonen kon trouwen. Tamar wist waarschijnlijk dat haar daden ernstige gevolgen konden hebben. Toen Juda beval dat Tamar verbrand moest worden nadat hij vernam dat ze zwanger was, gebruikte Tamar de zegelring, armbanden en staf die Juda haar had gegeven, als bewijs dat hij de vader was. Juda bekent zijn zonde en verklaarde: Zij is rechtvaardiger geweest dan ik".
In een oud lesboek wordt commentaar gegeven op wat er tussen Tamar en Juda gebeurde. Het volgende heb ik er uit gehaald: "Het is belangrijk om Juda's verdraaide waardenstelsel te benadrukken. Hij had er geen enkel probleem mee om Tamar met onvervulde beloftes naar huis te sturen, noch om een prostituee langs de weg op te pikken. Maar toen hij hoorde dat Tamar zwanger was, was hij zo woedend dat hij haar ter dood wilde laten brengen. Ten tweede laat het verhaal de afstamming van Juda zien, waaruit uiteindelijk de Messias zou voortkomen (zie Matteüs 1:3, Lukas 3:33). Een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid. Tenslotte wordt de waarheid duidelijk aangetoond dat het niet nakomen van verplichtingen vaak tot grotere problemen leidt. Had Juda zijn belofte aan Tamar trouw gehouden, dan zou de verleiding nooit hebben plaatsgevonden. Evenzo, als Juda de morele wetten had nageleefd, zou hij nooit met Tamar gezondigd hebben".
Vooral de woorden "een bijkomende les hier is dat afstamming niet bepalend is voor iemands rechtvaardigheid" vind ik een zin om te onthouden. Niet alleen dat, ook om opnieuw mee aan de slag te gaan. Zeker als ik deze zin bezie in het licht van "Wij hebben Abraham als vader". "In de dagen van de Heiland waren veel Israëlieten van het verbond buitengewoon trots geworden en hadden ze zich afgewend van de leer van Jehovah. Sommigen geloofden dat het enkel afstammen van Abraham voldoende was om hen te redden. De Joden geloofden dat zij de enigen waren die rechtvaardige kinderen voor Abraham konden voortbrengen en dat alleen Abrahams letterlijke nakomelingen gered konden worden. Maar Johannes berispte hun trots en onrechtvaardigheid door te zeggen dat God uit stenen nakomelingen van Abraham kon opwekken".
Aan de andere kant, nu we het toch hebben over afstamming, Shelah, die eigenlijk met Tamar had moeten trouwen, wordt gewoon tot de stam van Judah gerekend ondanks dat hij een Kanaänitische moeder had. En, zoals we kunnen lezen in Genesis 46, horend tot het gezin van Jakob die Israël wordt genoemd: "en zij kwamen in Egypte aan, Jakob en heel zijn nageslacht met hem. Zijn zonen en zijn kleinzonen met hem, zijn dochters, en zijn kleindochters en heel zijn nageslacht bracht hij met zich mee naar Egypte. De zonen van Juda; Er, Onan, Sela, Perez en Zerah. Er en Onan waren echter in het land Kanaän gestorven".
In Numeri 26, vele jaren later, het volk van Israël staat aan de vooravond van het in bezit nemen van het land Kanaän, lezen we dat "de Heer tegen Mozes en tegen Eleazer, de zoon van de priester Aaron, zei: "Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, van twintig jaar oud en daarboven, naar hun families, ieder die in Israël met het leger uittrekt. De zonen van Juda waren Er en Onan, maar Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven. En dit waren de nakomelingen van Juda, ingedeeld naar hun geslachten: van Sela het geslacht van de Selanieten; van Perez het geslacht van de Perezieten; van Zerah het geslacht van de Zerahieten. Dit waren de geslachten van Judah, overeenkomstig het aantal van hen die geteld waren; zesenzeventigduizendvijfhonderd."
Interessant is trouwens, ik sta nu opnieuw stil bij Genesis 46, dat Shelah niet de enige was met een Kanaänitische moeder, die deel uitmaakte van het gezin van Jakob dat optrok naar Egypte. "De zonen van Simeon: Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul, de zoon van een Kanaänitische vrouw". En ook zijn nageslacht vinden we terug in de telling van Numeri 26: "De nakomelingen van Simeon, ingedeeld naar hun geslachten: van Saul het geslacht van de Saulieten".
De volgende keer ga ik het hebben over Rachab. Ik vraag mij af wat zij zou vinden van het bovenstaande. Rachab is een hoer en daarnaast ook nog Kanaänitische. En ook zij is terug te vinden in een geslachtsregister. En wat voor een geslachtsregister: "uit wie geboren is Jezus, Die Christus genoemd wordt". Ik denk dat ze waarschijnlijk ook zou zeggen dat afstamming niet bepalend is. En daar kan ik mij helemaal in vinden.
"en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen
en deel te hebben aan zijn goedheid;
en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt,
zwarte en witte,
geknechte en vrije,
man en vrouw;
en allen zijn voor God gelijk,
zowel de Joden als de andere volken."
2 Nephi 26:33
Afbeelding stamboom: Wikipedia