In ons zondagschool lesboek, als inleiding op het boek Richteren, wordt het volgende gezegd: "Onder invloed van de overtuigingen en aanbiddingspraktijken van de Kanaänieten, die ze uit het land moesten verdrijven, overtraden de Israëlieten hun verbonden met de Heer en keerden ze zich van Hem af. Als gevolg daarvan raakten ze zijn bescherming kwijt en raakten ze in slavernij. Maar telkens wanneer dit gebeurde, gaf de Heer zijn verbondsvolk de kans om zich te bekeren, en deed Hij een verlosser opstaan - een milititair leider die men een 'richter' noemde".
Tussen al de mannelijke richters die in het boek Richteren worden genoemd, deed de Heer een vrouw opstaan, die veel meer was dan 'zomaar' een richter. Zij was namelijk behalve een richter ook een profetes, die de geest van openbaring had. "Hoewel slechts enkele vrouwen in de Schrift profetessen worden genoemd, hebben velen geprofeteerd, zoals Rebekka, Hanna, Elisabeth en Maria".
"En Debora, een vrouw die profetes was,
de vrouw van Lappidoth,
die gaf in die tijd als richter leiding aan Israël.
En de Israëlieten gingen voor de rechtspraak naar haar toe.
Richteren 4:4,5
Op een gegeven moment stuurt Debora een bode naar Barak (vers 6) met de woorden "Heeft de Heere, de God van Israël, niet geboden: Ga, trek op naar de berg Tabor en neem tienduizend man met u mee, van de nakomelingen van Naftali en van de nakomelingen van Zebulon?" In haar vraag aan Barak heeft Debora het over "heeft de Here u niet geboden, ga". Wanneer je dit zo leest dan lijkt het alsof Barak nog geen gehoor heeft gegeven aan deze opdracht. Maar nu Debora met die vraag komt wordt het dan toch opeens een heel ander verhaal en kan hij niet meer om deze opdracht heen. Alleen dan wel met haar aan zijn zijde.
"Als u met mij mee zult gaan, dan ga ik.
Maar als u niet met mij mee zult gaan,
dan ga ik niet."
Richteren 4:8
Vorige week schreef ik nog een logje over de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Daarin haalde ik deze woorden van president M. Russell Ballard aan; "Elke priesterschapsleider die de vrouwelijke leidinggevenden niet volledig en met zijn volle respect bij het werk betrekt, respecteert de sleutels die hij heeft gekregen niet, en maakt ze niet groot. Zijn macht en invloed zullen beperkt zijn totdat hij de wegen van de Heer leert".
Dat Barak haar zijn volle respect betoont blijkt wel uit de vraag van hem of zij met hem mee wil gaan. Ze zegt ja, "ik zal wel met u meegaan. Maar er zal op de weg die u gaat voor u geen eer te behalen zijn, want de Heere zal Sisera overleveren in de hand van een vrouw".
Ik moet nu denken aan een opmerking die ik onlangs hoorde van een man waarin hij aan zijn vrienden vertelde dat zijn toekomstige vrouw meer verdiende dan hij en dat hij dat lastig vond. Gezien in dit licht kun je je afvragen hoe Barak zich moet hebben gevoeld. Eerst was daar zijn vraag aan Debora of zij met hem mee wil gaan, en daarover heen, toen hij besloot te gaan, kreeg hij ook nog te horen, "er zal voor u geen eer te behalen zijn". Dit vanwege Jaël.
"En zie, Barak achtervolgde Sisera.
Jaël kwam naar buiten, hem tegemoet, en zei tegen hem:
Kom, en ik zal u de man laten zien die u zoekt.
Zo ging hij bij haar naar binnen, en zie daar lag Sisera dood."
Richteren 4:22
Gelukkig ontmoedigde dit hem niet. Is het verhaal van Debora en Barak eigenlijk niet een voorbeeld van hoe mannen en vrouwen in het werk van de Heer zouden moeten samenwerken, ongeacht of je nu wel 'de eer kunt opeisen' of niet? Al wil ik hier niet mee zeggen dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn, zoals blijkt uit deze uitspraak: "Mannen en vrouwen zijn gelijk in Gods ogen en in de ogen van de kerk, maar gelijk wil niet zeggen dat ze hetzelfde zijn. De taken en goddelijke gaven van mannen en vrouwen verschillen van karakter, maar niet in belang van invloed. God vindt niet een van beide seksen beter of belangrijker dan de andere. Mannen en vrouwen hebben verschillende gaven, verschillende kwaliteiten, en verschillende standpunten en voorkeuren. Dat is een van de belangrijkste redenen dat we elkaar nodig hebben. Een man en een vrouw werken rechtschapen samen om elkaar aan te vullen." Is dit niet wat Debora en Barak deden? Met dit als resultaat:
"Toen zong Debora met Barak, de zoon van Abinoam, op die dag:
Nu de leiders in Israël de leiding hebben genomen,
nu het volk zich vrijwillig gegeven heeft,
loof de Heere!
En het land had veertig jaar rust."
HSV Richteren 5:1,2,31

Afbeelding: Pinterest