Opnieuw ga ik het hebben over een 'buitenbeentje'. Buitenbeentjes zijn vrouwen waarvan je niet direct zou verwachten dat ze genoemd zouden worden in de afstammingslijn van Jezus Christus, omdat hun achtergrond net even anders is. Hierbij denk ik aan Tamar en Rachab, maar ook aan Ruth de Moabitische, waar ik het vandaag over wil hebben. Die door president Thomas S. Monson een voorbeeld van de ideale vrouw wordt genoemd (zie Liahona november 2002, Voorbeelden van navolging).
Wanneer zowel de man van Naomi als beide zonen komen te overlijden, waaronder de man van Ruth, neemt Naomi de beslissing om terug te keren naar Israël. Ruth besluit met haar schoonmoeder mee te gaan naar Israël ondanks Naomi's woorden "Zie je schoonzuster is teruggekeerd naar haar volk en naar haar goden. Keer ook terug, je schoonzuster achterna. Maar Ruth zei: Dring er bij mij niet langer op aan u te verlaten en terug te gaan bij u vandaan. Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten".
"Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God."
Ruth 1:15,16
Uiteindelijk trouwt Ruth met Boaz, en "hij kwam bij haar. En de Heere gaf haar dat zij zwanger werd en een zoon baarde. Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, en Isaï verwekte David"(Ruth 1:13,21,22). David, die achter de schapen werd weggeroepen, waarvan "de Heere zei: Sta op, zalf hem, want deze is het", (1 Samuel 16:12). En zo werd Ruth, de Moabitische, de voormoeder van zowel koning David als van Jezus Christus.
In Scripture Helps kunnen we het volgende lezen over Ruth: "Een centraal thema in het boek Ruth is verlossing. Ruth was een buitenlandse, kinderloos en weduwe; hierdoor leefde ze in grote armoede en zonder enige steun. Ondanks haar omstandigheden koos ze er voor om Jehovah te volgen en deel uit te gaan maken van zijn verbondsvolk. Uiteindelijk hertrouwde Ruth, werd ze volledig als Israëlitische geaccepteerd en werd ze met kinderen gezegend. Gezien dit thema van verlossing is het belangrijk op te merken dat Jezus Christus, de Verlosser van de wereld, een directe afstammeling van Ruth was".
De opmerking dat 'doordat Ruth ervoor koos om Jehova te volgen en dat ze daardoor deel uit ging maken van het verbondsvolk van de Heer' kan ik niet zomaar negeren. In mijn logje over Rachab ging ik in op de vraag waarom Mattheüs vier verschillende vrouwen in zijn stamboom opnam die geen Israëlieten waren, ofwel verbonden waren met niet-Israëlieten en deelde toen als antwoord vier punten. Dit is antwoord 1: "Het laat zien dat God in het verleden door heidenen heeft gewerkt, waardoor Mattheüs' lezers worden voorbereid op de opdracht om alle volken het evangelie te onderwijzen", (Mattheus 28;19), wat, ik kan het niet anders verwoorden, later toch wel een olifant in de kamer bleek te zijn. Terwijl, of we het nu hebben over de nieuwtestamentische kerk of de nieuwtestamentische kerk hersteld, beide niet los gezien kunnen worden van het verbond van Abraham.
"En Ik zal van u een grote natie maken en Ik zal u bovenmatig zegenen
en uw naam grootmaken onder alle natiën
en u zult een zegen zijn voor uw nakomelingen na u,
zodat zij deze bediening en dit priesterschap in hun handen
naar alle natiën zullen brengen;
en Ik zal hen zegenen door uw naam;
want allen die dit evangelie aanvaarden,
zullen naar uw naam worden genoemd
en zullen tot uw nakomelingen worden gerekend
en zullen zich verheffen en u als hun vader prijzen;"
Abraham 2:9,10
President Russell M. Nelson zei in zijn toespraak Laat God zegevieren hierover het volgende: "Het evangelienet waarmee het verstrooide Israël wordt vergaderd, is groot. Er is ruimte voor een ieder die het evangelie van Jezus Christus volledig wil aanvaarden. Iedere bekeerling wordt een van Gods verbondskinderen, hetzij door geboorte, hetzij door adoptie. Ieder wordt erfgenaam van alles wat God de trouwe kinderen Israëls beloofd heeft. Ieder van ons heeft potentieel omdat ieder een kind van God is. We zijn wat Hem betreft allemaal gelijk. De implicaties van deze waarheid zijn enorm. Broeders en zusters, luister alstublieft goed naar wat ik nu ga zeggen. God heeft het ene ras niet meer lief dan het andere. Zijn leer is in dit opzicht helder. Hij nodigt allen uit om tot Hem te komen, zwarte en witte, geknechte en vrije, man en vrouw".
Uiteindelijk gaat het er om of je Jehova wilt volgen en de gesteldheid van je hart. Dit zie je ook in wat er gebeurde rond het kiezen van een opvolger van Saul. Dat Samuel dacht, toen "hij Eliab zag: Deze is vast en zeker voor de Heere Zijn gezalfde. Maar de Heere zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen", (1 Samuel 16:6,7). Uiteindelijk werd het dus David, want:
"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7
