"David de koning,
verwekte Salomo
bij haar die de vrouw van Uria was"
Mattheus 1:6
Bathseba, die de vrouw van Uria was, is de vierde en het laatste buitenbeentje in de geslachtsregister van Jezus Christus waar ik bij stil wil staan. Of moet ik zeggen haar man? Want is hij eigenlijk niet het echte buitenbeentje in het hele verhaal?
Toch wil ik beginnen met Bathseba, de vrouw waar koning David zijn ogen niet van kon afhouden. David ziet namelijk op een gegeven moment een vrouw, "die zich aan het wassen was; deze vrouw nu was heel knap om te zien. David stuurde een bode en liet naar deze vrouw vragen; en men zei: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet? Toen stuurde David boden en liet haar halen. Toen zij bij hem gekomen was, sliep hij met haar. Daarna keerde zij terug naar huis. De vrouw werd zwanger, daarom stuurde zij een bode en vertelde David en zei: Ik ben zwanger" (2 Samuel 11:2-5).
Vorig week schreef ik dat ik het opnieuw over een man zou gaan hebben. Een man die liet zien dat hij meer was dan het etiket dat aan hem kleefde. De man waar ik het over had is Uria de Hethiet, aan wie ik niet één maar zelfs twee labels hing. Het eerste label heeft te maken met dat hij een Hethiet wordt genoemd. De Hethieten zijn afstammelingen van Heth die een zoon was van Kanaän, die de zoon van Cham was. Kanaän aan wie sinds jaar en dag het misplaatste label vervloekte Kanaän hangt.
Daarnaast kunnen we de Hethieten niet los zien van deze woorden die de Heer tot Mozes sprak over het binnengaan van het land Kanaän: "Wanneer de Heere, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volkeren van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten de Amorieten, de Kanaänieten, de Feriezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u", (Deuterononium 7:1). Volkeren die, zoals we lezen in dit zelfde hoofdstuk, in verband gebracht kunnen worden met de woorden "totdat zij weggevaagd worden". En dan zit jij als Hethiet in het Israëlische leger van David.
Voordat ik verder ga met Uria, nog wel dit. Zoals jullie weten schrijf ik met in mijn achterhoofd, ik citeer nu president Oaks: "Dat rijkdom noch afstamming nog enig ander aangeboren voorrecht ons mag laten geloven dat wij beter zijn dan die ander." Allen zijn gelijk voor God. Vandaar ook dat "Mozes Israël waarschuwde tegen de verleiding te denken dat zij het beloofde land hadden geërfd omdat zij zo bijzonder goed geweest waren. Niet wegens uw gerechtigheid noch wegens de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar wegens hun goddeloosheid drijft de Here, uw God, deze volken voor u weg (Deut 9:4-6, 1 Ne 17:32-38)".
Nadat David van Bathseba hoort dat zij zwanger is van hem laat hij Uria bij hem komen en "vraagt David naar de welstand van Joab, naar de welstand van het volk en naar het verloop van de strijd. Daarna zei David tegen Uria: Ga naar uw huis en was uw voeten. Toen Uria het huis van de koning uit ging, werd hem een gerecht van de koning nagebracht. Maar Uria legde zich te slapen bij de ingang van de koning, bij al de manschappen van zijn heer; hij ging niet naar zijn huis" (2 Samuel 11:7-9).
Toen men later aan David vertelde dat Uria niet naar huis was gegaan en David aan Uria vroeg waarom hij dat niet gedaan had zei Uria dit: "De ark en Israël en Juda verblijven in tenten, en mijn heer Joab en de manschappen van mijn heer hebben in het open veld hun kamp opgeslagen; zou ik dan naar mijn huis gaan om te eten en te drinken en met mijn vrouw te slapen? Zo waar u leeft en uw ziel leeft, dat zal ik niet doen! Toen zei David tegen Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen terug sturen. Zo bleef Uria die dag en de volgende dag in Jeruzalem. David nodigde hem uit, zodat hij bij hem at en dronk, en hij maakte hem dronken. Die avond vertrok hij om zich met de dienaren van zijn heer neer te leggen op zijn slaapplaats, maar naar zijn huis ging hij niet" (2 Samuel 11:11-13).
Het gevolg van deze beslissing was dat "de volgende morgen David een brief aan Joab schreef. Hij stuurde die door de hand van Uria waarin hij schreef: Plaats Uria vooraan in de stijd waar deze het hevigst is, trek dan van achter hem terug zodat hij getroffen wordt en sterft. Het gebeurde, toen Joab de stad verkend had, dat hij Uria opstelde op de plaats waarvan hij wist dat daar strijdbare mannen waren. Toen de mannen van de stad naar buiten kwamen en met Joab streden, vielen er van het volk, van de manschappen van David. Ook Uria, de Hethiet stierf" (2 Samuel 11:14-17)".
In de Ensign van een paar jaar terug stond een prachtig artikel dat ging over 'What we can learn from king David's fall'. Daarin wordt het volgende gezegd over Uriah: "Toen Uria in Jeruzalem aankwam probeerde David hem er tweemaal van te overtuigen naar huis te gaan en bij zijn vrouw te zijn, zodat iedereen zou denken dat het kind van Uria was. In schril contrast met David weigerde Uria echter tijd thuis door de brengen terwijl zijn medesoldaten in de oorlog vochten. Als er helden in dit verhaal zijn, dan is Uria de Hethiet er een van. Hoewel hij van afkomst geen Israëliet was, blijkt Uria's trouw aan de Heer uit zijn naam (in Hebreeuws: Mijn licht is Jehovah) en uit zijn daden". En wat voor een held. Een "strijdbare held", want zijn naam vind je ook terug in het lijstje van de helden van David (1 Kronieken 11:26,41).
"Het is namelijk niet wat de mens ziet,
want de mens ziet aan wat voor ogen is,
maar de Heere ziet het hart aan."
1 Samuel 16:7
