"Toen de profeet Joseph Smith voor het eerst over Henoch en zijn stad van heiligheid hoorde, inspireerde dat hem. Dit was het begin van zijn levenslange streven om Zion op te bouwen. Mozes 7 kan je inspireren om daar nu mee verder te gaan". Echter, je voelt hem al aankomen. Ondanks dat ik ook stil sta bij Mozes 7 volg ik toch net een even ander pad.
Dit pad begint, ik grijp nu terug op onze Kom dan volg Mij les, met de vraag "Wat deden mensen om rechtschapenheid te bevorderen? Hier zijn enkele andere bronnen die je kunt gebruiken om ideeën en inspiratie op te doen. Kies er een of meer uit om te bestuderen en schrijf dan op waartoe je je geïnspireerd voelt om Zion op te bouwen". In dit bronnenrijtje stond een toespraak van ouderling Ulisses Soares, broeders en zusters in Christus. Een toespraak die voor mij, om verschillende redenen, niet zomaar een toespraak is. Deze toespraak heb ik zelf ooit gegeven en je vindt hem tevens terug op mijn blog. Ondanks dat ga ik opnieuw stil staan bij deze toespraak, alleen nu gezien door de ogen van het kopje "Ik kan Zion helpen opbouwen".
In bovenstaande video wordt onder andere gezegd dat racisme niet in harmonie is met het evangelie. Uiteraard kan ik niet voorbijgaan aan een dergelijke zinvolle opmerking. Er was echter iets anders wat mij raakte in al hetgeen er gezegd werd en dat was dit: "De etnische en culturele diversiteit is hier zeer groot. Soms maken we dingen mee die pijnlijk of beledigend kunnen zijn. Ik denk dat juist op die momenten we moeten proberen elkaar te onderwijzen, te bereiken, uit te nodigen en tot begrip te komen". In die paar zinnen zit mijn antwoord waarom ik gedurende vier jaar door de Schriften reis met een specifiek rugzakje en jullie daar deelgenoot van maak. Uiteindelijk komt het in de basis neer op onderwijs. "Racisme bestrijden zonder bewustwording is vrijwel onmogelijk, omdat bewustwording de basis vormt om de oorzaken (vooroordelen, onwetendheid en institutionele structuren) te herkennen en aan te pakken". In de hoop dat dit leidt tot het inzicht dat we als kerk een raciaal verleden hebben en dat dit heeft geleid tot allerlei speculaties. Daarnaast is daar de vraag in hoeverre dit verleden van vóór 1978 nog doorwerkt in het heden van de kerk, net zoals het slavernijverleden nog steeds doorwerkt in de maatschappij. In die zin denk ik dat we zeker kunnen spreken van een overlap tussen kerk en maatschappij.
Over die maatschappij zei ouderling Soares het volgende: "Zoals de profeten hebben voorzegd leven wij in zware tijden vóór de wederkomst van de Heiland. De wereld is gepolariseerd door sterke verdeeldheid, die door raciale politieke en sociaal-economische scheidslijnen wordt geaccentueerd. Dergelijke verdeeldheid beïnvloedt soms onze opvattingen en daden ten opzichte van onze naasten. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat mensen de manier van denken, doen en spreken van andere culturen, rassen en etnische groepen als minderwaardig bestempelen. Ze houden er vooringenomen, foute en sarcastische denkbeelden op na, die tot uiting komen in minachting, onverschilligheid, respectloosheid en zelfs vooroordelen. Zulk gedrag vloeit voort uit hoogmoed, arrogantie, afgunst en jaloezie - kenmerken van een vleselijke aard, de tegenpolen van christelijke eigenschappen. Dit gedrag is ongepast voor mensen die ernaar streven om zijn ware discipelen te worden. In feite, beste broeders en zusters, is er in een gemeenschap van heiligen geen plaats voor vooroordelen, in gedachte en daad."
Ouderling Soares heeft het in die laatste zin over "in gedachte". Net zoals ik een stukje geschreven heb over de vloek van Kaïn wil ik dat ook doen met Cham. In een artikel dat ging over de vloek van Cham werd dit gezegd: "Wel bevestigd de conclusie dat de Cham-theologie nog altijd in de hoofden van mensen zit". Deze theorieën omtrent Kaïn en Cham kan ik niet los zien van Mozes 7, waar ik op terug kom in deel 2. Misschien daarom wel dat ouderling Soares het niet alleen heeft over het hart maar ook over het verstand: "Laten we ons hart en verstand afstemmen op de kennis en het getuigenis dat we allen gelijk zijn voor God, dat we allemaal met hetzelfde eeuwig potentieel en erfgoed zijn begiftigd". Vandaar dat ik die les van toen afsloot met de woorden
