dinsdag 16 december 2025

3. Racisme, heden of verleden


"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het verleden."
Evangelieverhandeling 
Ras en het priesterschap




Zoals jullie kunnen zien kan ik nog geen afstand doen van bovenstaande woorden. In mijn vorig logje schreef ik dat ik stil wil staan bij deze woorden uit de evangelieverhandeling ras en het priesterschap dat uit de "geschiedenis van de kerk blijkt dat de kerkleiders al vroeg ophielden met het verlenen van het priesterschap aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst. De verslagen van de kerk bieden geen helder inzicht in de oorsprong van dit gebruik". 

Dit gebruik

Wanneer het gaat om bewustzijn, dat racisme vrijwel onmogelijk te bestrijden is zonder dat bewustzijn, wil ik als eerste stil staan bij het woord "gebruik". Jarenlang dacht ik, en velen met mij, dat de restrictie er was vanaf de herstelling van de kerk. Daarnaast, en dat dachten ook velen met mij, dat het om een openbaring van God ging. Wat wij nu weten is dat toen de Heer zijn nieuwtestamentische kerk door middel van Joseph Smith herstelde er helemaal geen onderscheid werd gemaakt tussen wit en zwart, wat ik de HOE van de herstelling noem. Vandaar ook deze regel in de evangelieverhandeling "Er is geen betrouwbaar bewijs dat het priesterschap aan zwarte mannen werd onthouden zolang Joseph Smith leefde". Tevens lezen we in de Officiële Verklaring 2 dat het ging om een gebruik, niet om een openbaring. 

Een gebruik dat eigenlijk zo teruggedraaid had kunnen worden. Omdat "het priesterschap lange tijd aan zwarte mannen van Afrikaanse afkomst was onthouden meenden de kerkleiders dat er behoefte was aan een openbaring van God om het beleid te wijzigen". Uiteindelijk werd door openbaring dit gebruik teruggedraaid. Paul W. Reeve: "In oktober 1978 presenteerde president Edon N. Tanner van het Eerste presidium de openbaring aan de wereldwijde Kerk ter goedkeuring. Het was de enige keer dat een leer of beleid met betrekking tot de raciale beperkingen aan de Kerk werd voorgelegd om te worden opgenomen in de canon, het formele proces waarmee openbaringen Schrift worden in de tradities van de Heiligen der Laatste Dagen. De openbaring herstelde de Afrikaanse bevolking in haar universele wortels. Het bracht het beleid en de praktijk van de Kerk weer in overeenstemming met de Schriften van de herstelling en herstelde wat verloren was gegaan in de eerste decennia van de Kerk, toen zwarte mannen tot priester werden gewijd en het Eerste Presidium mensen van elke huidskleur in de tempel van Nauvoo verwelkomde. Het bevestigde dat de leer van de Kerk inderdaad gebaseerd was op inclusiviteit"

De instelling

Als tweede wil ik stilstaan bij de instelling van dit gebruik toen "president Brigham Young in 1852 officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst niet langer tot priester geordend konden worden". In het opschrift van Officiële Verklaring 2 kunnen we lezen dat de verslagen van de kerk geen helder inzicht bieden over de oorsprong van dit gebruik. Men mocht toen, wat leidde tot aanpassingenwel hebben geschreven dat de kerkverslagen geen helder inzicht verschaffen, ondertussen weten we wel meer over de instelling van deze restrictie, opnieuw, dankzij verslagen. 
 
"Tegen de tijd dat de Heiligen naar Utah migreerden waren er zowel vrije als tot slaaf gemaakte zwarte leden van de kerk. Green Flake, Hark Lake en Oscar Crosby, leden van de voorhoede van de pioniersgroep van 1847, waren ten tijde van hun pioniersreis tot slaaf gemaakt door families van Heiligen der Laatste Dagen (Slavery and Abolition).



"In 1850 creëerde het Congres van de Verenigde Staten het Territorium Utah, en de president van de Verenigde Staten benoemde Brigham Young tot Gouverneur. Zuiderlingen die zich bij de kerk hadden aangesloten en met hun slaven naar Utah waren verhuisd, vroegen zich af wat de wettelijke status van slavernij in het Territorium was" (Evangelieverhandeling Ras en het priesterschap). 

"In 1852 debatteerden kerkleiders in de wetgevende vergadering van Utah over wat te doen met de slavernij van zwarte mensen in het Utah-terrotorium. Brigham Young en Orson Spencer pleitten voor legaliseren en reguleren van de slavernij, waarbij het mogelijk zou zijn om tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen naar het territorium te brengen, maar de slavernij van hun nakomelingen zou verboden zijn en hun toestemming vereist voor elke verplaatsing. Deze aanpak zou uiteindelijk een einde maken aan de slavernij in het territorium. Apostel Orson Pratt hield een hartstochtelijke toespraak tegen elke compromis met de slavernij: De Afrikaners binden omdat hij van kleur anders is dan wij, zei hij, is genoeg om de engelen in de hemel te doen blozen. Het standpunt van Young en Spencer kreeg de overhand, en de wetgevende macht keurde een vorm van zwarte slavernij goed die een humane behandeling en toegang tot onderwijs vereiste (Slavery and Abolition)”. Desondanks stond het toe dat degenen die als slaven naar het gebied waren gebracht, levenslang in slavernij werden gehouden (1).

Brigham Young is degene die officieel verklaarde dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst het priesterschap niet meer mochten dragen. Door deze woorden lijkt het al te gemakkelijk om te denken dat de restrictie volledig de verantwoordelijkheid is van president Brigham Young. Maar niets is minder waar. In de evangelieverhandeling Ras en priesterschap lezen we dat “in de loop der jaren hebben kerkleiders en -leden gespeculeerd over de reden voor deze beperking op het priesterschap en de tempel". Opeenvolgende leiders- en leden hebben zo ook hun steentje bijgedragen aan deze scheiding op basis van ras. Waardoor "de beperkingen steeds werden aangescherpt" tot het punt dat men dacht dat "het priesterschap en de tempels altijd wit zijn geweest en de raciale beperkingen al vanaf het begin bestond". 

"In januari en februari gaf Brigham Young twee toespraken in het orgaan van de wetgevende macht in Utah. Hij kondigde aan dat zwarte mannen van Afrikaanse afkomst van het priesterschap werden uitgesloten" (Evangelieverhandeling Ras en het priesterschap). Deze twee toespraken van Brigham Young, ik deel ze onder de afbeelding, zijn samen met andere gebeurtenissen "volledig te bestuderen in een nieuwe digitale database This Abominable SlaveryPaul Reeve, hoogleraar geschiedenis en Simmons-leerstoelhouder Mormoonse studie aan de Universiteit van Utah, heeft de nieuwe database ontwikkeld in samenwerking met de J. Willard Marriot Library en met medewerking van de afdeling Kerkgeschiedenis van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Dit publieke geschiedenisproject onderzoekt de slavernij van de inheemse bevolking en Afro-Amerikanen in het Utah territorium aan de hand van primaire bronnen - waarvan vele voor het eerst openbaar toegankelijk zijn. De digitale collectie stelt het grote publiek in staat de documenten zelf te lezen, aldus Reeve. Mensen hoeven ons niet op ons woord te geloven, maar ze kunnen het bewijsmateriaal inzien en de toespraken in hun geheel lezen. Het is een bron van nieuwe informatie over slavernij in het Utah-territorium, maar ook over het raciale priesterschap en de tempelbeperking binnen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen."

Racisme in het verleden






Op deze toespraak van president Brigham Young is een voorwoord. Wat ik belangrijk vind om aan te halen uit dit voorwoord is dit: "Zelfs als de beperking al van kracht was voordat Young deze aan het parlement kenbaar maakte, hebben historici geen bewijs gevonden dat kerkelijke publicaties er vóór 1852 over spraken, een feit dat snel veranderde. Na de zitting van het parlement publiceerde de kerkelijke krant Deseret News een eigen artikel over de rassenbeperking, en andere kerkelijke publicaties volgden dit voorbeeld. In de daaropvolgende vijf jaar werd de rassenbeperking in ten minste vijf artikelen in kranten van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen genoemd. 1852 was ongetwijfeld een cruciaal keerpunt in de openlijke erkenning van het rassenverbod door de kerk". 




In het artikel Slavery and Abolition konden we al lezen dat "apostel Orson Pratt een hartstochtelijke toespraak hield tegen elke compromis met de slavernij. In het voorwoord op deze toespraak kunnen we daarover het volgende lezen: "De andere reden waarom Youngs toespraak van 4 februari significant is, is dat deze intrigerende aanwijzingen biedt over een voortdurend debat met Orson Pratt. Young maakt duidelijk dat Pratt ook op 4 februari sprak...Het is een belangrijke context om te weten dat een apostel/wetgever het oneens was met de profeet/gouverneur van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en dat Youngs ideeën over ras en stemrecht niet uit het niets zijn ontstaan, maar duidelijk voortkwamen uit specifieke en aardse omstandigheden. De toespraak van Young op 4 februari is daarom een belangrijk contextueel element dat helpt om zijn raciale opvattingen, die hij de volgende dag krachtig naar voren bracht, beter te begrijpen". 




Opnieuw geknipt en geplakt in de inleiding op het document: "De toespraak van Young op 5 februari werd gehouden in de context van een debat met Orson Pratt over stemrecht in het Utah-territorium. Pratt pleitte voor stemrecht voor zwarte mannen, een idee dat Brigham Young resoluut verwierp. Deze nieuwe contextuele informatie helpt Youngs vergelijking tussen priesterschap vloeken en stemrecht in het Utah-territorium te verklaren. Young maakte ook duidelijk dat hij de eerste profeet van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen was die een raciale beperking op het priesterschap uitsprak. Hoewel Pratts toespraak van de dag ervoor niet bewaard is gebleven, is het niet moeilijk voor te stellen dat Pratt erop stond dat geen enkele andere profeet het priesterschap had beperkt voor mannen van zwarte Afrikaanse afkomst en dat er geen bewijs was dat Afrikanen afstammen van Kaïn. Joseph Smith had dergelijke ordeningen immers wel goedgekeurd. Young maakte in ieder geval duidelijk dat, zelfs als geen enkele andere profeet of apostel het eerder had gezegd, hij het nu wel zei...hij beweerde precies het tegenovergestelde. Zelfs als Smith het nooit eerder had gezegd, verklaarde hij, Brigham Young, het nu wel. Het is een duidelijke aanwijzing dat Young zijn eigen koers vaart in raciale kwesties en de kerk die hij leidde, wegleidde van een open raciale ordening naar een gesegrereerd priesterschap. Het was een beslissing die een precedent zou scheppen voor de rest van de negentiende eeuw en de eerste drie kwart van de twintigste eeuw. Wat Brigham Young begon als een beperking van het priesterschap voor zwarte mannen, groeide uit tot een beperking van de toegang tot de tempel voor zwarte vrouwen en mannen (behalve om plaatsvervangende dopen voor de dopen te verrichten). Het beleid breidde zich ook uit tot een verbod op zendingswerk voor zwarte vrouwen en zwarte mannen,  ondanks het feit dat Elijah Able, een van de eerste zwarte priesterschapsdragers van de Kerk, drie zendingen voor zijn geloof had vervuld. Youngs rechtvaardiging voor deze beperking was gebaseerd op de bijbelse vloek van Kaïn...."

Dit is wat Paul Reeve zegt over deze toespraak van 5 februari 1852: "Op 5 februari verwierp Brigham Young het zwarte stemrecht, terwijl hij tegelijkertijd een raciaal priesterschapsbeperking bevestigde en betoogde dat witte mensen superieur waren aan zwarte mensen. Het vertegenwoordigt Brigham's Young meest complete en krachtige verwoording van een priesterschapsbeperking. Er is geen verslag waarin Brigham Young melding maakt van een openbaring waarin in de beperking wordt goedgekeurd. In plaats daarvan vertrouwde hij primair op zijn interpretatie van de bijbelse vloek van Kaïn, terwijl hij tegelijkertijd Pratts stelling dat Afro-Amerikaanse mannen zouden mogen stemmen rechtstreeks in twijfel trok". 

Tot slot nog één ding, ik citeer opnieuw uit de evangelieverhandeling Ras en priesterschap: "Deze beperking werd gerechtvaardigd door de gangbare ideeën over de minderwaardigheid van sommige rassen. Die ideeën waren eerder gebruikt om de legalisatie van zwarte 'herendienst' in het Territorium Utah te propageren. Eén denkbeeld bestond in de Verenigde Staten al in de jaren dertig van de achttiende eeuw, namelijk dat zwarten afstamden van de Bijbelse figuur Kaïn, die zijn broer Abel, vermoordde. Aanhangers van deze overtuiging geloofden dat God Kaïn had 'vervloekt' met een donkere huid. Dienstbaarheid van zwarten werd soms beschouwd als een tweede vloek op Kanaän, de kleinzoon van Noach, wegens Chams gebrek aan respect voor zijn vader". 

"De kerkleiders in deze tijd 
veroordelen elke vorm van racisme 
in het verleden."



(1): De schuingedrukte tekst komt uit het boekje Let's talk about race and priesthood van Paul W. Reeve.