Afgelopen zondag hadden wij in onze wijk twee gastsprekers. Een zendingsechtpaar dat verantwoordelijk is voor de vastlegging van de geschiedenis van de kerk in Nederland en België. In deze toespraken hadden zij het onder andere over dat de geschiedenissen die zij vastleggen iets zeggen over wie wij zijn als gemeenschap, en dat wij door deze verhalen de hand van de Heer kunnen zien. Hij is voor onze ogen geschiedenis aan het schrijven, tenminste als wij ogen hebben om te zien. En dat het belangrijk is dat wij deze verhalen met elkaar delen en blijven delen. De serie Saints, "een verhalende geschiedschrijving die verhalen bevat over getrouwe heiligen der laatste dagen uit het verleden", werd als voorbeeld aangehaald. Daarnaast hoorde ik in deze toespraken het belang van gedenken en welk verslag wij over onszelf achterlaten. Wat mij echter het meest trof was deze opmerking.
"Kerk geschiedenis is Zijn geschiedenis."
Al luisterend naar deze toespraken over het belang van vastleggen, van zowel de geschiedenis van de kerk als die van jezelf, en dat de Schriften een prachtig voorbeeld hiervan van zijn, moest ik tevens denken aan mijn eigen ervaringen. Aan 'vertel je verhaal'. Echter, dit delen bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Vanuit 'dat niet eenvoudig zijn' ben ik daarover gaan schrijven, en later, geen vooropgezet plan, werd het een reisverslag door de Schriften. Waarbij ik, hoe je het ook wendt of keert, onze gezamenlijke kerkelijke geschiedenis niet kon en kan negeren.
"Hoe kan de kerkgeschiedenis een erfdeel worden van ons allen,
of we nu nieuwe leden zijn
of deel uitmaken van generaties in de kerk?"
Hoe wordt die kerkgeschiedenis een erfdeel van ons allen, ook als die geschiedenis niet helemaal is of was wat je ervan dacht. Het ongemak van feilbaarheid en onfeilbaarheid, en de vragen die daar uit kunnen voortvloeien. Ik denk dat mijn logje Leer en beleid daar een voorbeeld van is, waarin ik naar twee toespraken van president Dieter F. Uchtdorf verwijs.
In deze toespraken heeft president Uchtdorf het erover dat het voorgekomen is "dat leden en leiders gewoonweg vergissingen hebben begaan. Er zijn wellicht dingen gezegd of gedaan die niet in overeenstemming waren met onze waarden, beginselen of leer. Ik veronderstel dat de kerk alleen volmaakt zou zijn als zij wordt geleid door volmaakte mensen. Maar Hij werkt door ons - zijn onvolmaakte kinderen - en onvolmaakte mensen begaan vergissingen."
Ook zei president Uchtdorf: "Het is normaal om vragen te hebben - het eikeltje van een oprechte vraag is vaak ontsproten en uitgegroeid tot een grote eikenboom van begrip. Er zijn weinig leden in de kerk die nooit eens met een ernstige of gevoelige vraag hebben gezeten. Een van de doelen van de kerk is het geloofszaad aan te kweken en te verzorgen - zelfs in de soms zanderige grond van twijfel en onzekerheid."
Ik kwam een interessante toespraak tegen die gaat over twijfels en vragen, waarin ook de opmerking gemaakt werd dat onze "kerkgeschiedenis veel complexer blijkt te zijn dan het eenvoudige verhaal in de zondagsschool. Kerkleiders, zowel vroeger als nu, blijken inderdaad mensen van vlees en bloed te zijn". In deel 2 ga ik verder in op deze toespraak van Michael A. Goodman die hij gaf aan de BYU. Echter voor nu sta ik stil bij zijn verwijzing naar een toespraak van president M. Russell Ballard.
President Ballard: "Ik wil er zeker van zijn dat mijn boodschap goed overkomt en dat u dit belangrijke punt begrijpt. Er is absoluut niets mis met het stellen van vragen of het onderzoeken van onze geschiedenis, leer en gebruiken. De herstelling begon toen Joseph Smith antwoorden zocht op zijn oprechte vragen. Ouders, leiders van jongemannen en jongevrouwen, leerkrachten in de kerk - waaronder docenten van seminarie, instituut en religieus onderwijs aan de BYU - bisschoppen en presidentes van de Zusterhulpverenigingen en ringpresidenten: als iemand met een vraag of zorg naar u toe komt, doe die vraag dan niet af en zeg niet dat diegene zich er geen zorgen over hoeft te maken. Trek de toewijding van die persoon aan de Heer of zijn werk niet in twijfel. Help die persoon in plaats daarvan antwoorden op zijn op haar vragen te vinden. We hebben verhalen gehoord over mensen die oprechte vragen stelden over onze geschiedenis, leer of praktijken, maar werden behandeld alsof ze geen geloof hadden. Dat is niet de manier van de Heer. Zoals Petrus zei: Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u vraagt naar de hoop die in u is. We moeten beter omgaan met oprechte vragen. Hoewel we misschien niet elke vraag over de kosmos of overr onze geschiedenis, praktijken of leer een antwoord hebben, kunnen we wel veel antwoorden geven aan oprechte mensen."
Tot slot de reactie, eigenlijk is het meer een boodschap, van Micheal A. Goodman op deze toespraak van president Ballard: "Er is geen plaats voor neerbuigendheid of oordelen van onze kant. Als we tot steun willen zijn, als we deelgenoot willen zijn van de levensreis van een ander, moeten we diegene respecteren en liefhebben. We moeten het goede in hen zien en hun inzichten en integriteit waarderen, ook al zijn we het misschien niet altijd eens met hun conclusies. Dat is niet erg. Zij zijn het misschien ook niet altijd eens met onze conclusies, maar toch hopen we dat ook zij ons liefhebben, waarderen en respecteren."