Ik ben op reis en ik neem mee: de tempel, die niet direct in mijn reisschema voor de komende weken stond ingepland. Ik dacht zelf niet eerder dan tegen het eind van het jaar stil te staan bij de tempel, als we aandacht gaan geven aan Maleachi. Zeker ook omdat ik mij op dit moment liever bezighoud met bijvoorbeeld dat 'Allen zijn gelijk voor God' en 'Fairness for all', en president Dallin H. Oaks' toespraak van de laatste algemene conferentie. Al kun je je afvragen of je deze 'stationnetjes', waarin verwerkt zitten de woorden 'allen' en 'all', wel helemaal los van de tempel kunt zien.
De reden dat ik bij de tempel stilsta heeft te maken met deze vraag: "Wat zegt God tegen mensen die het gevoel hebben dat ze geheel en al van Hem gescheiden zijn?" Een vraag die komt uit onze 'Kom dan en volg Mij'-leesopdracht van vorige week. En niet los gelezen kan worden van deze tekst die eraan vooraf ging: "Generaties lang was Israël het verbondsvolk van God. Maar in Gods plan is altijd plaats geweest voor meer dan één natie, want 'alle dorstigen' zijn welkom bij 'de wateren', (Jesaja 55:1). De zin "dat er in Gods plan altijd plaats is geweest voor meer dan één natie" blijkt voor mij onder andere uit het 'verbond van Abraham'. Dit 'verbond van Abraham' zal namelijk "alle geslachten der aarde tot zegen zijn" (Abraham 2:11). Wat meer dan één natie is. "Of iemand van Israël afstamt is niet zo belangrijk als wel of hij een verbond met God aangaat en dit onderhoudt".
Eind vorig jaar, aan het begin van mijn reis door het Oude Testament, stond ik stil bij deze woorden: "Door het Oude Testament kan ik mijn verbondsrelatie met God beter begrijpen", wat gaat over het 'verbond van Abraham'. Dit verbond is in mijn ogen een dusdanig belangrijke draad, dat als je die negeert, je niet een eeuwige draad kunt weven. "De tempel", zei president Russell M. Nelson, "is de enige plek waar we alle zegeningen kunnen ontvangen die aan Abraham zijn beloofd".
Echter, zo tussendoor lezen wij in de Schriften over 'buitenbeentjes'. Ik denk dat je de eunuchen en de vreemdelingen waar Jesaja in hoofdstuk 56 het over heeft, ook tot die groep kan rekenen. Die het gevoel hadden dat zij er niet bij hoorden, of anderen die dachten dat ze er niet bij hoorden. Dit is wat Jesaja erover onderwees:
"In Jesaja 56 maakte de Heer duidelijk dat eunuchen en vreemdelingen, indien zij 'Zijn verbond aangrepen', recht zouden hebben op dezelfde zegeningen en voorrechten als de andere Israëlieten. Het toekennen van verbondsvoorrechten aan deze buitenstaanders betekende een radicale breuk met de heersende opvattingen van die tijd", (zie Scripture Helps: Old Testament).
Bovenstaande woorden doen mij trouwens ook denken aan Paulus. In de nieuwtestamentische kerk was er ook een erbij-horen-probleem en dit gaf Paulus toen als antwoord: "Zo bent u dan niet langer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God", (zie Efeze 2:19). "Zij die zich tot Jezus Christus bekeerden en zijn evangelie aanvaardden, werden lid van Gods verbondsvolk" en daardoor hadden ze recht op dezelfde zegeningen en voorrechten als de andere Israëlieten. Over radicaliteit gesproken. Echter een radicale breuk leidt niet altijd direct tot een radicale verandering. Het kan wat voeten in de aarde hebben, zoals Paulus ook ondervond.
Tot slot, wat ook met de tempel te maken heeft. In bovenstaande verzen van Jesaja wordt ook gesproken over "Hen zal Ik naar Mijn heilige berg brengen". In Jesaja 2 vers 2 wordt gesproken over deze "berg van het huis des Heren". Niet alleen dat, in dit vers wordt ook gesproken over dat "alle volken zullen erheen stromen". In onderstaande video heeft ouderling Donald S. Rasband over "dit erheen stromen". Hij gaat ook in op de renovatie van de Salt Lake Tempel en het open huis dat nog volgt.
